Van blauwe neuzen, schoeners en scheepsherstellingen

Als dingen tegenzitten, is het gemakkelijk om te vervallen in zinnen met werkwoorden in de voltooid verleden tijd én de wensende wijs. Had ik het geweten! Waren we maar thuis gebleven! Hadden we die boot maar niet gekocht… Zulke zinnen hebben nog nooit iemand geholpen. En mijd, in tijden van nood, vooral degenen die zich, overtuigd van hun eigen slimmigheid, van zulke zinnen bedienen. Waardeloos.

Er is maar één weg, en die is vooruit. Er is maar één boot en het is de onze. Het is hier en nu, het is jij en ik, en de boot. Een stuk beter.

We zijn in Lunenburg, Nova Scotia, Canada. In drie jaar zeilden we hink-stap-sprong de Vikingroute. 2022 Noorwegen, 2023 Ijsland, 2024 Groenland en Newfoundland. Maar toen in de lente van 2025 corrosie aan het licht kwam in de kiel van onze inmiddels 32 jaar oude boot, namen de reisplannen een andere wending. Wie Scheepsberichten van Annie Proulx gelezen heeft kan er zich iets bij voorstellen. Hoe rechttoerechtaan en hartelijk ook, Newfoundland is niet de beste plek voor een duurzame kiel refit. En na een tijdelijke reparatie zeilden we naar Lunenburg, Nova Scotia. En hier staan we nu, op de kant. En verloopt niets zoals verwacht…

Lunenburg is UNESCO werelderfgoed. Het is een beetje het ‘Brugge’ van The Maritimes, de oostelijke provincies van Canada. Niet middeleeuws uiteraard, maar toch al in 1753 gesticht en als iets meer dan 100 jaar oud is, vinden ze het hier, in de Nieuwe Wereld, héél oud. Lunenburg is het best bewaarde voorbeeld van de Britse kolonisatie in Noord-Amerika en is bekend om zijn kleurrijke houten huizen. De Britten waren hier niet de eersten, maar pakten het gebied af van de Fransen, Les Acadiens, en de First Nations, de Mi’kmaq. Moeilijk om je dit woelig verleden voor te stellen als je hier rondkuiert. In de smaakvol gerestaureerde panden zitten nu kunstgalerijtjes, souvenierwinkels vol maritieme hebbedingetjes, restaurants en kledingzaken.

En dan is er natuurlijk nog de Bluenose II, uithangbord van het roemrijke maritieme verleden van Lunenburg.

Het verhaal wil dat op een onstuimige dag in 1920 een zeilwedstrijd van de elitaire America’s Cup werd afgelast. Het waaide te hard. Aan de oostkust van de VS en Canada lachten de vissers hierom, zij waren wel wat meer gewoon, en zouden die chique zeilers eens een poepje laten ruiken. Zo ontstond de International Fishermen’s Trophy, een zeilrace voor visserszeilschepen.

In de allereerste editie van die wedstrijd won een Amerikaanse schoener het van een schip uit Nova Scotia. De Canadese wraak was zoet, er moest en zou een nieuw zeilschip komen dat zowel volwaardig vissersschip als snelle racer was. William J. Roué was niet ervaren maar wel slim en hij ontwierp een schip met de voorgeschreven lengte ter hoogte van de waterlijn, maar gaf het een enorm ver uitstekende boeg én spiegel. Zeilend onder helling kreeg het schip daardoor een langere waterlijn en een hogere snelheid.

Bluenose werd ze genoemd, naar de bijnaam van de inwoners van Nova Scotia, de blauwe neuzen. Die zouden ze te danken hebben aan de blauwe kleurstof, indigo, waarmee de vissersplunjes waren geverfd en dat afgaf op handen, gezicht en… neuzen.

Bluenose won elke wedstrijd en bleef 17 jaar lang onverslagen. Het iconische schip, de trots van Canada, kwam zelfs op de dime, het 10 dollarcent muntje te staan.

Maar aan de gloriedagen kwam een eind toen de visserij overschakelde op motorschepen en de Bluenose gedegradeerd werd tot ordinair vrachtschip in de Caraïben. Op een ongelukkige dag in 1946 liep ze op een rif en ging ten onder. Canada treurde tot in 1963 een replica werd gebouwd dat dé toeristische attractie in Lunenburg werd.

Na ruim veertig jaar dienst bleek het schip in lamentabele staat en was een grondige restauratie nodig. Die had veel voeten en nog meer Canadese dollars in de aarde. Want toen bleek dat het schip verrot was tot op de kielbalk, liep het project helemaal uit de hand. Er volgden ruzies, technische fouten en vertragingen. De renovatie duurde vijf jaar en kostte ruim 25 miljoen dollar. Er wordt wel eens gezegd dat het schip beter Bluenose III was gaan heten…

Net als van de woelige geschiedenis van Lunenburg is van de uit de hand gelopen restauratie niets te merken als je het schitterende schip gaat bekijken. Elegant ligt ze aan de houten kade te pronken, alles piekfijn gelakt en geverfd, glimmend geblonken, polsdikke trossen vakkundig geknoopt. Een groep jongeren is er voortdurend aan het werk om haar in perfecte conditie te houden. In de zomer zeilt de Bluenose II met toeristen in de baai van Lunenburg, een plaatje, zeker als bij licht weer alle zeilen worden bijgezet.

Stiekem stel ik me ons schip ook gerestaureerd voor, elegant dobberend aan de kade, of onder vol zeil, vooruitschietend over een blauwe zee. We hebben nog een hele weg te gaan en het vlot niet zoals verwacht, maar hopelijk loopt onze herstelling niet Bluenose-gewijs uit de hand, duurt het wat minder lang en kruipen er wat minder Canadese dollars in…

Beslist stof voor nog een verhaal…

(regelmatige updates van onze avonturen lees je in ons Polarsteps reisdagboek)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.