Niet vers, wél lekker!

Donderdag 9 juli 2020

We zijn welgeteld vier dagen weg. Er is eten voor nog minstens een week aan boord. Maar na de flinke wandeldag in Etretat, terug fietsend naar de jachthaven vraagt de ene helft van de bemanning aan de andere wat er op het avondmenu staat…

Schipper: ‘Wat eten we vanavond?’

Ik: ‘Vanavond? Hmm, niet te veel, toch? We hébben net gegeten?’

Schipper: ‘Gegeten? Beetje oesters en mosselen, jaaaa…’

Ik: ‘Hee, kijk, daar is een viswinkel die nog open is!’

Schipper: ‘Oh, maar ze hebben daar geen verse vis, dat wordt niks.’

Ik: ‘Ik loop toch even naar binnen!’

Ik haak de elastiekjes van mijn mondmasker achter de oren en loop de winkel in. Inderdaad, hier bij de Pêcheurs d’Islande vind je geen verse vis. Alles wat hier te koop is, is bereid of geconserveerd. Gerookt, gezouten, opgelegd in olie of azijn, in blikjes of bokalen. Ik aarzel en net als ik van plan ben om het er toch maar bij te laten, vraagt de jonge vrouw achter de kassa of ze me ergens mee kan helpen. Ik haal mijn schouders op en leg uit dat ik dacht een viswinkel aan te treffen met verse vis. Ze lacht en bevestigt dat ze inderdaad enkel bereide visproducten verkoopt. ‘Maar het zijn heerlijke producten, kijk gerust eens rond,’ moedigt ze me aan. ‘Met vakantie?,’ informeert ze. Ik vertel dat we op zeilvakantie zijn. ‘Wel nu, ideaal voor op de boot, toch?’, glimlacht ze van achter haar mondmasker. ‘En waarom niet…’, denk ik, en bekijk de kleurige blikjes en verpakkingen. Kloeke stukken witte vis bedekt met glinsterende zoutkristallen intrigeren me. Gezouten vis, ik heb me er nog nooit aan gewaagd. Gepassioneerd legt de dame me uit hoe je de vis 48 uur zorgvuldig moet ontzouten vooraleer je ze gaat bereiden. Morue, kabeljauw. ‘Je zult verbaasd zijn hoe lekker die is! En als je die vis niet meteen bereidt, kan je die nog tot september bewaren,’ verzekert ze me. September? Niet te geloven. Ik besluit een en ander uit te proberen. Het worden uiteindelijk vier heerlijke geregjes waar we de komende dagen van genieten!

Allereerst proeven we twee stukjes zachtgerookte zalm met kruiden. Met beetgaar gekookte sperzieboontjes, kerstomaatjes en een vleugje vinaigrette tover je hiermee een onberispelijke lunch op tafel.

Ten tweede laat ik me verleiden door een knalgeel blikje sprotjes met citroen. Die noemen ze hier sprats. Ze zijn fluweelzacht en fris, en vergezeld van flinterdun gesneden venkel, blokjes courgette en wat sla vormen ze een elegant bordje.

De derde hap is de gemakkelijkste. Nogal wat mensen denken dat koken aan boord zo moeilijk is dat je je moet beperken tot blikken ravioli of plastieken potjes instant noodles, zo van de soort: heet-water-er-over-en-klaar. Die dingen krijg ik echt niet verkocht aan mijn lief. En in de mate van het mogelijke kook ik meestal zo vers mogelijk. Maar voor de momenten waarop het echt wat moeilijker gaat, heb ik wel graag een race-maaltijd achter de hand, zo van de soort: opwarmen-en-klaar. Maar het moet ook lekker zijn. En dat blijkt de bokaal brandade de morue à la fécampoise echt wel te zijn. Een brandade is een zachte puree van stokvis, op smaak gebracht met olijfolie of melk en soms knoflook. Een hartige kant-en-klare maaltijd. En mocht je toch in een heel culinaire mood zijn: op de website van de winkel vind je ook het recept!

En ten slotte de fameuze gezouten kabeljauw. Die komt dik in het zout en verpakt in papier aan boord. Ik snij de vis in twee stukken en zet die onder water in een plastic bewaardoos met goed sluitend deksel. Zo’n drie maal per dag en dit gedurende twee dagen vervang ik het water.

En dan aan de slag. In een pot stoof ik stukjes ui, prei en courgette aan in wat olijfolie. Kruiden met peper en wat tijm. Zout laat ik achterwege. Als de groenten bijna gaar zijn, gaan er een scheutje witte wijn en een flinke scheut room over. Daarop schik ik de in stukken gesneden en drooggedepte vis. Kort laten garen. Serveren met frisse blokjes vers gesneden tomaat en gekookte aardappelen.

Net zo heerlijk als vers!

Van kliffen, keien en opkruisen. Fécamp.

Heb je er al eens op gelet hoe ánders de branding klinkt aan een keienstrand? Krsht krsht krsht, rollen kiezels en keien.

Heel erg lang geleden oefende redenaar Demosthenes zijn redevoeringen aan een Grieks (keien?)strand. Als hij met zijn stem boven de krsht krsht krsht branding uit kwam, was het goed. Hier in Fécamp geen bulderende redevoeringen maar zomers gejoel van spelende kinderen. Gekrijs van zwevende meeuwen. En rollende keien, krsht krsht krsht. En licht. Véél licht. Maar we hebben het niet cadeau gekregen…

Donderdag 9 juli 2020

Bij vertrek uit Dieppe zit de wind onverbiddelijk tegen. Maar we willen west en het wordt dus opkruisen. Al snel wordt duidelijk dat ik -ondanks alle quarantaine-wandelingen van het voorjaar- de afgelopen maanden op kantoor geen zee-spieren heb gekweekt. Door ons bootloze voorjaar hebben we de aanloop naar een zeilvakantie gemist. Geen korte weekend- of dagtochtjes. En heb ik dus nog helemaal niet de zee-benen of zee-spieren zoals andere jaren. Bewegen op een bewegende boot, het is apart. Je gebruikt spieren die je anders niet gebruikt en je schrap zetten -zeker bij een aan-de-windse koers- mag op het eerste zicht niet zo inspannend lijken, het is best venijnig. Of worden we wat ouder?

En dan nog een dingetje. Als je alle stroom méé wil hebben van Dieppe naar Fécamp, dan zou je met hoogwater uit Dieppe moeten vertrekken. En verhip, het is hoogwater om 03:00 am… Niet meteen een aantrekkelijk tijdstip. Maar niet getreurd. Want als je dit doet, kom je met laagwater aan in Fécamp. En gezien enige verzanding in de havengeul daar, is ook dat weer niet aan te raden. We gaan voor een tussenoplossing, vertrekken om 06:00 am, hebben dan nog een rest stroom méé, ploeteren dan maar wat tegen wind en tegen stroom en zullen met opkomend tij Fécamp kunnen aanlopen.

De eerste slagen zijn bemoedigend, om dan met het kenteren van de stroom genadeloos om te slaan in zeer ontmoedigend ter plaatse trappelen. We stellen vast dat telkens we dichter bij de kust met zijn indrukwekkende kliffen komen, de stroming wat milder is. En we veranderen van tactiek. We gaan kortere rakken varen, dicht onder de kust. Er blijkt voldoende diepgang tot behoorlijk dicht tegen de kliffen. Het hardere werk aan de winchen wordt ruimschoots beloond. Want hoe dichter onder de kust, hoe mooier alles wordt. De zon, inmiddels volop van de partij, kleurt het water haast irreëel blauw. Of is het groen? Op het taaiste moment van de stroom zetten we de motor bij en komen zigzag motorzeilend verder.

Niet zo gek dat we onszelf bij aankomst belonen met een terrasje (met zicht op de boot!), een bord oesters en een glas wijn, toch?

Vrijdag 10 juli 2020

Vandaag geven we wat tegengewicht aan de stevige zeildag van gisteren en gaan op pad met onze fietsjes. We hijsen ze op de bus naar Etretat en fietsen en wandelen de dag rond. We kijken van op de kliffen naar de blauwgroene zee diep beneden. Het waait nog steeds uit het westen. Maar morgen, morgen komt er wat noord in die westenwind. En dan kunnen we verder, al hebben we nog niet beslist waarheen precies…

Pas om half vier lunchen we. Niet aan de drukke dijk waar krijsende meeuwen azen op ieder hapje, maar in een rustige zijstraat. Klein vierkant tafeltje, wit gesteven napje er op. Oesters, moules marinières, glaasje wijn en een koffietje na…. Vakantie!

Een schietgebedje en een Normandische pannenkoek. Dieppe.

Dinsdag 7 juli 2020 – van Calais naar Dieppe

***!!! (= een vloek!)

Net wanneer we de haven van Dieppe willen aanlopen, knippen de drie lichten op de semafoor onverbiddelijk op rood. Een oranje loodsboot sjeest de haven uit, vaart tot vlak bij ons en verzoekt vriendelijk om ter plekke te blijven wachten tot én een vrachtschip én de ferry de haven zijn uitgevaren. Eén ferry hebben ze in Dieppe, die vaart op en neer naar Newhaven in de UK. Eén ferry. En net als wij er aan komen, moet die ene ferry buiten…

Vanmorgen bij het vertrek uit Calais had er amper een zuchtje wind gestaan. De hele dag ging het wolkendek open en dicht, de wind trok aan tot een pittige 5 bft en het werd hoog aan de wind zeilen. Gaandeweg kwam daar ook nog een flinke deining bij. Maar het was mooi op zee. Hoe meer we Dieppe naderden, hoe blauwgroener het water werd. Met een combi van motoren, motorzeilen en zeilen kwamen we uiteindelijk in 11 uur 74 mijl zuidwest verder, een stevige tocht!

Maar nu liggen we hier en draaien rondjes en breien in drie kwartier een mooie spaghetti bij elkaar, zo vlak voor de haveningang… Maar niets blijft duren, ook drie rode lichten niet en onder een stralend zonnetje varen we de haven van Dieppe binnen. Twee galante jongens van de marina wijzen ons een plek en helpen ons keurig afmeren.

De twee flinke zeildagen eisen hun tol, niet veel na het avondeten -onze gloeiende wangen hebben intussen zo ongeveer het kleur van de Cabernet in ons glas- duiken we onze kooi in.

Woensdag 8 juli 2020 – een dagje Dieppe

Stabiel is wel het laatste wat je van het weer kan zeggen. Zo zomers als het gisteren was, zo herfstig lijkt het vandaag. Maar noch het druilerige weer noch de grijze motregen houden ons tegen, we gaan op stap. Het Office du Tourisme ligt vlak naast het havenkantoor, we halen er wat info en trotseren het miezerige weer…  Fleurige muurschilderingen (gemaakt door een zekere Sarah) geven de wandeling omhoog naar de Chapelle Notre-Dame-de-bon-Secours meteen wat kleur.

Bij de kapel prevelen we hoopvol een schietgebedje voor betere wind want de voorspellingen zijn niet zo best, aanhoudend westenwind… Baat het niet, het schaadt ook niet…

De wandeling brengt ons verder tot in Puys waar op 19 augustus 1942 operatie Jubilée plaats vond. Een soort van repetitie voor de invasie die moest komen, maar uitliep op een ramp met vele slachtoffers, vooral Canadezen. Nu buldert de zee er op het verlaten keienstrand, in de verte op zee hakt één zeilbootje dapper in tegen de wind.

We dwalen nog even langs het kasteel en door het stadscentrum maar zoeken dan toch de boot terug op, met zin in een warme kop koffie met wat lekkers…

Normandische pannenkoeken, gedroomd vieruurtje op een grijze dag

50gr bloem – 1 eitje – 150cl melk – boter – suiker – 1 appel

Giet de bloem in een mengkom, maak een kuiltje en roer daarin het eitje met de melk. Daarbij neem je telkens wat bloem mee van de rand van het kuiltje. Blijf roeren tot je een egaal glad deeg bekomt.

Snij de appel in vier stukken, haal het klokhuis weg en schil de partjes. Snij deze nu in schijfjes. Smelt een royale klont boter in een koekenpan en bak een vierde van de appels op een laag vuur. Strooi er wat suiker op, draai ze om en laat karameliseren.

Als ze goudbruin zijn, schep je er een pollepel deeg over. Laat het deeg stollen en keer de pannenkoek voorzichtig om.

Smakelijk!

Na zeven maand wachten op de boot, kunnen we ook wel zes uur wachten op het getij…

Maandag 6 juli 2020

Aan Cap Gris Nez kun je maar beter de stroom mee hebben. Nergens stroomt water zo hard als rond een kaap. Plannen om daar op het juiste moment te zijn is dus aangewezen, maar lang niet altijd zo eenvoudig. Maar laat me beginnen bij het begin.

Vorig jaar in het tweede weekend van november zeilden we onze boot naar de Breehorn werf in Woudsend, Friesland. Een lijst aanpassingen staan er op het programma. Een vuilwatertank, zonnepanelen op de vaste buiskap, een windgenerator, automatische windsturing, davits, herstelling windmeter, nieuw kompas en nog wat dingen… Halfweg de winter, ergens in februari, combineren we de winterontmoeting van de Breehornzeilers met een bezoek aan de werf. Niets laat op dat moment vermoeden dat we niet zoals gepland met het Paasweekend terug zullen zeilen naar onze thuishaven in Nieuwpoort, maar pas zeven maand later… Het Covid-19 virus beheerst het hele voorjaar. Eerst mag er helemaal niet gevaren worden, daarna mag het weer wél, maar blijven de grenzen nog gesloten. En blijft onze boot als het ware in Nederland gegijzeld. Pas in het derde weekend van juni kunnen we eindelijk terugkeren.

In november was de tocht van Nieuwpoort naar Friesland, zowat 180 mijl, een stevige maar mooie afsluiter van het zeilseizoen geweest. Met vriend Geert Verdonck als extra bemanningslid was het best haalbaar, ondanks de korte dagen en het frisse herfstweer. We hadden de zee nog in de benen, we sloten het zeilseizoen waardig af.

Zeven maand later is de terugkeer naar onze thuishaven onze eerste zeiltocht van 2020. De lente ligt al achter ons, dit weekend begint de zomer. Nog absoluut geen zee in de benen, maar met Tobias Verdonck, zoon ván, als extra bemanningslid is het best te doen. Wat een paar extra zeilhanden toch kunnen doen, mits ervaren zoals deze van de familie Verdonck. We vliegen het nieuwe zeilseizoen in met een tocht van ruim 36 uur.

Heel erg blij als we Nieuwpoort terug kunnen binnenlopen.

Voor 2020 hadden we een zeilvakantie van twee maand naar de westkust van Schotland gepland. Maar zoals zovelen moeten we dit bijstellen. Schotland houdt zijn grenzen nog dicht voor buitenlandse zeilers. We schuiven het plan door naar volgend jaar en houden het dit jaar bij drie weken vakantie, naar Frankrijk.

Maar ook dat blijkt niet zonder hindernissen. De wind zit tegen. En niet zo’n beetje.

Hopend op het sprankeltje noorderwind dat voorspeld was, vertrekken we toch maar.

Het eerste rak dat we zeilen brengt ons dichter naar Oostende dan naar Duinkerke, we kibbelen over de zeilvoering, winchen ons te pletter, kortom, een weinig bemoedigend begin. Moeizaam kruisen we ons eigenste stukje kust voorbij, trekken zigzaglijnen die ons maar langzaam vooruit helpen.

Zo langzaam dat het er al gauw naar uit ziet dat we de meegaande stroom aan Cap Gris Nez niet gaan halen. En dan is het opties overlopen. Ofwel gaan we door, wetende dat het een lange oncomfortabele nacht gaat worden, ofwel lopen we Duinkerke binnen, of Calais. We gaan met z’n tweeën unaniem voor de laatste optie.

Het is donker als we Calais binnenlopen, een inkomende ferry achterna, om vervolgens de rode lichten naar de arrière port te negeren, dit alles op vriendelijke instructie van Calais Port.

Nadat we een boei hebben opgepikt en alles vast en opgeborgen ligt, klinken we bij een gedeeld biertje op het begin van onze vakantie en gaan onder zeil.

Als we zeven maand hebben moeten wachten op onze boot kunnen we ook wel zes uur wachten op het getij. Graag zelfs!

Quarantaine in plaats van zeilseizoen

De Goede Week. Nog één keer slapen en het is Pasen.

Het corona-virus haalt onze levens overhoop. Wat begint met gemengde gevoelens die balanceren tussen ongeloof -is het allemaal niet wat overdreven- en lichte paniek -is die droge kuch wel normaal-, strandt bij nuchter besef -dit is serieus-. Winkels en restaurants sluiten, scholen gaan dicht, ik verhuis mijn kantoor naar huis. De tandartspraktijk van mijn lief gaat in lockdown op wat telefonisch advies na.

Ik heb het best druk in mijn home-office wat er voor zorgt dat hij het grootste deel van de dag, behalve zonder werk, ook zonder mij zit. En… zonder boot. Zo vangt eind maart deze vreemde quarantaine aan. In plaats van een zeilseizoen. Niemand kan de duur ervan voorspellen, noch de impact ervan op het leven erna. We beginnen te rekenen en tellen. Mocht het opgelost zijn tegen dan en dan, dan kunnen we dan en dan nog om de boot. En kunnen we dan en dan nog met vakantie.

Maar naarmate de dagen en weken vorderen versomberen de nieuwsberichten en we stoppen met het maken van veronderstellingen over de haalbaarheid van welke zeilvakantie ook. We houden op met het ophalen van herinneringen aan het paasweekend van vorig jaar, en dat van het jaar daarvoor, en dat daarvoor…

IMG_9795

En gaan op zoek gaan naar een nieuw evenwicht.

Mijn schipper maakt slaatjes, soep en cake, stopt was in de machine, stofzuigt en brengt me koffie terwijl ik werk, ik laat me de luxe van mijn kersverse huisman welgevallen. Maar het gemis van de boot knaagt, troost wordt steeds vaker in de koekjesdoos gezocht, quarantaine-kilo’s liggen op de loer. En we beginnen te wandelen. Dagelijks.

We wonen op wandelafstand van het strand en stappen elke dag naar zee. Laag tij, hoog water, westenwind, oostenwind, veel wind, geen wind. We zoeken troost in wolken, kleuren, schelpen, bloesems in de duinen. De lente ontploft, het is ineens zomer in april, maar nog nooit lag het strand van Oostduinkerke er zo verlaten bij.

Morgen is het Pasen. Dan vieren we herrijzenis. En hoop…

Aan iedereen een liefdevol Paasfeest!

(Graag deel ik mijn impressies van onze ‘effe-uit-ons-kot’-wandelingen met een stuk onsterfelijke muziek: J. S. Bach – Matthäus Passion – BWV 244 – Collegium Vocale Gent & Philippe Herreweghe – No. 1. Chorus I & II “Kommt, Ihr Töchter, Helft Mir Klagen”)

 

Zeilplannen op een laag pitje…

22 maart 2020

Ik lig in het goudgele zand en kijk omhoog, blauwer dan blauw is de wolkenloze hemel. De lentezon verwarmt mijn wangen, ik sluit mijn ogen.

Achter de duinen ruist de zee, een strakke oostenwind jaagt over het strand.

Oostenwind. Ideale wind om de boot van Friesland terug naar Nieuwpoort te varen… Maar daar heeft het corona-virus een stokje voor gestoken.

Waren recreatiesporten al een week verboden in België, net als strand- en watersporten in de territoriale wateren, op vrijdag 20 maart zijn ook de landsgrenzen dicht gegaan. Lockdown light noemen ze het, lichtjes op slot… Je mag per auto enkel nog om boodschappen of naar de apotheker. Wandelingen en fietstochtjes mogen dan weer wel, maar enkel in de omgeving van je woning. Er zijn dus geen dagjesmensen aan zee, zelfs wie aan de kust een tweede verblijf heeft mag niet komen. Geen toerist te bekennen, nog nooit was het zo rustig aan de kust in het weekend…

Wat doet quarantaine met mensen vraag ik me af. Met mensen die gewoon zijn om vaak uit eten te gaan, elk weekend op uitstap willen, naar film, theater of musea, of dagelijks naar de fitness…?

Wat gebeurt er met mensen als hun leefwereld krimpt tot de ruimte binnen hun vier muren, waar nu alles moet gebeuren, van ontbijten, over huishoudelijk werk, ontspanning maar ook thuiswerken. De eindeloze filmpjes en grapjes die op social media circuleren maken duidelijk dat dit niemand onberoerd laat.

Mijn schipper -laat ik hem nu tijdelijk corona-buddy noemen-, en ik hebben het er niet zo moeilijk mee. Eigenlijk zijn we het een beetje gewoon. Een groot deel van onze vrije tijd brengen we door op onze boot, onze gedeelde passie. En met zijn tweeën op een zeilboot verblijven, dat heeft wel wat van zelfgekozen quarantaine. Met als bijzonderheid dat de bewoonbare oppervlakte er een fractie is van een gemiddeld huis….

En als je met zo’n boot op een meerdaagse tocht vertrekt wordt het helemaal lockdown

Onze langste zeiltochten dateren van 2004 en 2006 toen we als opstappers mee zeilden voor een oversteek van de Atlantische Oceaan. Twee en een halve week ononderbroken op zee… Geen uitstapjes naar supermarkt of apotheek, geen wandelingen langs het strand. Geen tv, internet, social media. 360° zee met daarboven 360° lucht. Dag na dag…

2004

Hoe je dat kan uithouden zonder door de kajuit te gaan stuiteren van vloer tot plafond en terug, of je crewleden de kop te willen afbijten?

Ik heb een handvol tips. Misschien ook bruikbaar voor wie niet op een boot op de oceaan zit, maar thuis, in quarantaine, telewerkend of tijdelijk werkloos, tussen vier muren terwijl de corona-piek nog niet meteen in zicht is…

2006

Deel je dag in

Een agenda, net nu je dacht van dat nine-to-five keurslijf verlost te zijn? En tóch, een dagindeling brengt rust. Op een meerdaagse tocht op een boot wordt de dag ingedeeld door de afwisseling wachtlopen/slapen, het bijhouden van het logboek en de maaltijden. Te vermijden: een militair schema met chronometer of atoomklok, daar word je alleen maar gestrest van. Aan te raden: af en toe een anti-agenda-dagje als variatie.

Verzorg jezelf

Het kan verleidelijk zijn (voor wie geen online meetings heeft) om te telewerken in pyama en met ongewassen haar. Of op je boot te blijven rondhangen in een bezwete onfrisse t-shirt, alleen maar omdat je er tegen op ziet om je om te kleden in die onophoudelijk bewegende boot waar het nat en kil is. Maar geloof me, na douchen, haren wassen en tanden poetsen ben je een pak energieker. Altijd. Maar hou het simpel: gel-nagels, haarkleuringen en mascara zijn geen meerwaarde.

Zorg voor elkaar

Heb je een zeil- of corona-buddy, zorg er dan voor. Jij bent niet de enige in quarantaine, jullie zijn een team. Als jij wat voor je buddy doet -zoals in ‘bak een taart’ of ‘laat hem /haar eens uitslapen’- voel jij je goed en voelt je buddy zich goed. Werkt in twee richtingen. Altijd prijs.

Koester rituelen

Het belang van rituelen wordt zwaar onderschat. En toch, ze zijn het peper-en-zout van het leven. Ik heb het niet over religie, maar over de simpele dingen als een kop thee, elke nacht, halfweg je wacht. Het opmaken van een bed. Na de werkdag je home office van een clean desk voorzien, alle dingen op hun plek. De ingrediënten voor een maaltijd geordend op het aanrecht schikken voor je begint te koken. Rituelen brengen rust, als punten en de komma’s in een zin.

Leer waarnemen

Onze overweldigende en alomtegenwoordige beeldcultuur heeft van ons slechte waarnemers gemaakt. We reizen veel en snel, we willen veel en snel. Beelden schieten aan ons voorbij als het landschap achter het raam van een hogesnelheidstrein. Heel anders wordt dat op een boot, of in quarantaine thuis tussen vier muren. En heb je het nog niet gemerkt, hoe minder er is, hoe meer je ziet?

Ik wens jullie allen het nodige geduld om de komende weken van quarantaine rustig door te komen…

(Tijdens die twee oceaan-oversteken hield ik een dagboek bij. Veel van hetzelfde, dat kan ik je wel zeggen. Maar mocht iemand tijd te veel hebben en dit willen lezen, dan laat je het maar weten. Hiervoor mailen kan naar adelheidgreven@hotmail.com)

Tien kilo boeken en zes kilo kaarten

“… We onderlijnen dat elke vorm van recreatievaart (zowel in groep als individueel) wordt verboden in de Belgische territoriale wateren van de Noordzee (tot 3 april 24h)..

Ter verduidelijking, ook het individueel beoefenen van brandingsporten is verboden in deze periode.”

FOD Mobiliteit en Vervoer | Natiënkaai 5, 8400 Oostende

Het coronavirus ontwricht onze levens. Door de strenge maatregelen om deze gezondheidscrisis het hoofd te kunnen bieden, hebben hulp- en ordediensten de handen vol. En wil men dat iedereen die er zijn boterham niet hoeft te verdienen wegblijft van op zee. Een zorg minder.

Ongeloof en verwarring. Hoe moet dat nu, onze boot staat op de Breehorn werf in Friesland, begin april staat een heen- en terug per auto gepland om de uitgevoerde werken te bekijken en in het paasweekend willen we de boot terug varen. Zullen de maatregelen tegen dan opgeheven zijn, of moet de gevreesde piek nog komen en staan er ons nog meer en strengere maatregelen te wachten?

Maar beseffend dat we een luxe probleem hebben in vergelijking met wat we vernemen uit kranten, radio, tv en internet, berusten we. Kunnen we half april (nog) niet varen, dan misschien een of meer weken later. Flexibiliteit en relativeringsvermogen maken deel uit van goed zeemanschap… Zoals eigenbelang ondergeschikt maken aan het algemeen belang van burgerzin getuigt.

Met plezier blijf ik dus thuis. En ga alvast in mijn hoofd op reis. Deze zomer willen we graag naar de westkust van Schotland. Een strakke reisplanning maken we nooit maar wat inlezen vind ik wel fijn. Ik grasduin in de blogs van wie ons voorging in dit uitgestrekte en veelbelovende vaargebied, ‘s/y Iskander’, s/y De Verleiding, en s/y Ossian en hop door de Polar steps van s/y Anna, ook een Breehorn 44. (Polarsteps is een leuke app die ik nog maar recent ontdekte. Stapsgewijs kan je er je (zeil- of andere) reis met het thuisfront delen in woord en beeld, eenvoudig en snel.)

En dan is er nog de karrenvracht aan boeken, vaargidsen en kaarten die we van Johan en Tru van de Ossian mogen lenen.

Die bestaat uit zowat elke beschikbare Imray pilot van Schotland, van de Farne Islands aan de oostkust over Cape Wrath tot de Firth of Clyde, als ook uit een dik pak Admirality zeekaarten. En al zijn deze laatste nogal gedateerd, ze vormen een gedroomde aanvulling op onze Navionics kaarten (iPad) en de Antares kaarten (laptop, OpenCPN) die Rob van s/y De Verleiding ons aanraadde. Heerlijk is het om nog eens de oude Admirality catalogus van mijn vader van onder het stof te kunnen halen om er alle kaarten in te markeren die we nu in bruikleen krijgen.

Verder zitten er nog een paar heerlijke lees- en kijkboeken bij. An Eye on the Hebrides  van Mairi Hedderwick geeft een fijn geïllustreerd beeld van die afgelegen eilandengroep.

En van Hamish Haswell-Smith zijn er An Island Odyssey en The Scottish Islands, a comprehensive guide to every Scottish Island, met uitleg over en prachtige waterverf illustraties van elk Schots eiland.

Elk. Schots. Eiland.

Dan zijn er nog de uitgaves Sail Scotland, Welcome Anchorages en a Skipper’s guide to the Scottish Canals en ten slotte een lichtjes vergeelde en beduimelde pocket, The Monarch of the Glen van Compton Mackenzie. Het boekje is een uitgave uit 1977, het verhaal dateert van 1941. Het zou een komisch verhaal zijn waarin de aparte trekjes van de Schotten in de verf worden gezet. Dit leg ik nog even opzij, als vakantielectuur…

Hoeveel ‘véél’ wel kan zijn heb ik nooit beter uitgedrukt gezien dan in een tot de verbeelding sprekende documentaire over de drugshandel in Colombia, waar zo veel geld om ging dat het gewogen werd in plaats van geteld…

En zo komt het dat ik met mijn trofee op de weegschaal ga staan. Tien kilo boeken en zes kilo kaarten…

Energie aan boord

“Zorg wordt bij ons uitgedrukt in eten”, hoor ik iemand in een interview op de radio zeggen. ‘Bij ons ook,’ denk ik dan. Zo herkenbaar, mooi is dat.

‘Zorgen voor’, dat is ook ‘graag zien’, en met Valentijn voor de deur vertaal ik het vrij en liefdevol naar: “Graag zien wordt bij ons uitgedrukt in eten”…

13 februari 2020, vooravond van Valentijn…

Wie dacht dat ik het hier ging hebben over zonnepanelen, windgeneratoren of batterijen, klik dus maar weg, je bent er aan voor de moeite. Want die dingen laat ik graag over aan deskundigen terzake. Nee, ik wil het even hebben over die andere energie aan boord, iets minder technologisch maar daarom niet minder belangrijk, en wel de energie van de bemanning. De stelling dat ‘een schip zo zeewaardig is als zijn bemanning’, is even simpel als waar. Je mag de best uitgeruste boot hebben met het strakste energieplan denkbaar, als je bemanning het laat afweten, heb je een probleem.

Uit ervaring weet ik dat fit blijven tijdens zeiltochten niet vanzelfsprekend is. Slecht weer, te weinig nachtrust of kou kunnen de stoerste bonken slopen. Een rollende boot bij een voordewindse koers, lastige deining, klappende zeilen, zeeziekte, wachtlopen ’s nachts, moeilijk uit te leggen aan wie het nog niet aan den lijve ondervond. Maar de zee stelt een bemanning op de proef.

Daarom zou voor mijn part in elke zeilcursus mogen staan dat je je bemanning graag moet zien, dat je voor je bemanning moet zorgen. En dat je, behalve een goed uitgerust, comfortabel schip en warme zee-bestendige kledij, ook lekker eten moet voorzien. Dat geeft je crew de energie om je boot veilig en met plezier te varen. Zorgen voor die beminde bemanning doe je ook met een hartige beker soep, een stevige boterham, een pittige warme hap.

Of een fruitig ontbijt… Na een donkere nacht op zee doet dit wonderen! Ik kreeg dit recept van lieve collega Heidi. Geen zeilster, wel fervent kampeerder, vertrouwd met koken in een kleine ruimte… Bij ons aan boord is het een succes. Graag geef ik het door. Als Valentijn-kadootje…

Ontbijt uit de oven

1 kop gebroken lijnzaad

2 koppen havermout

1 kop gemengde noten

1 kop kokosmelk

1 appel

150g bosbessen

honing

bakpapier


Terwijl je het lijnzaad laat wellen in wat water, snijd je de ongeschilde appel in grote stukken. Hak de noten fijn. Meng alle ingrediënten maar hou een paar bessen aan de kant. Schep de brij in het bakpapier in een ovenschotel en druk de overgebleven bessen in het deeg. Bak 20′ tot 30′ in een oven van 180°C. 5′ voor de baktijd om is strijk je er een paar lepels honing over voor een goudgeel glanzend laagje.

fullsizeoutput_45f8

fullsizeoutput_460a

fullsizeoutput_460f

Smakelijk!

Een brevet halen dat je niet nodig hebt…

Verspreid in het ouderwetse lokaal staan tien, twaalf kleine vierkante tafeltjes, op elk tafeltje een pc. Ik neem plaats. Vóór me, op het scherm, licht een vakje op. Met een mengeling van zenuwachtigheid en strijdlust die me aan examentijden van járen geleden doet denken, tik ik het nummer in dat op het formulier staat. De eerste vragen verschijnen op het scherm…

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan…

Hubris noemden de oude Grieken het. Overmoed. Blindelings in je ongeluk lopen omdat je denkt het beter te weten. Uit de mond van Pippi Langkous klinkt het grappig, op zee is het stom. Je moet een beetje weten waar je mee bezig bent. Maar in België mag je, als je niet voor je beroep vaart, je boot minder dan 15m lang is en minder snel dan 20km/h, de Noordzee op zonder diploma of brevet. Je boot moet geregistreerd zijn en over verplichte uitrusting beschikken en ook voor het gebruik van marifoon of radar zijn certificaten verplicht. Maar voor de bestuurder is in België geen enkel bekwaamheidsbrevet vereist. ‘Als u dat wenst, kunt u echter een examen afleggen om een brevet te verkrijgen’, zo meldt onze Federale Overheidsdienst Mobiliteit. Als u dat wenst.

Je kan vier brevetten halen in België. Er zijn het Beperkt stuurbrevet en het Algemeen Stuurbrevet. Van zodra je die behaald hebt, kan je zonder bijkomend examen een ICC (International Certificate for operators of pleasure Craft) aanvragen, een internationaal vaarbewijs dat in de meeste Europese landen wordt erkend. En dan zijn er nog de brevetten van Yachtman en Yachtnavigator. Een ICC heb ik, Yachtman nog niet. Strikt genomen heb ik het ook niet nodig… Maar een mens moet wat in de winter.

En er is nog iets. Nog nooit hadden we toegang tot zo veel informatie als nu. Over om het even welk onderwerp zijn er boeken, tijdschriften, websites, apps, forums, youtube filmpjes, blogs… Vaak lezen we ons snel en diagonaal een weg door die overvloed aan informatie, zappen en swipen van de hak op de tak en hebben het gevoel veel te weten over heel veel dingen. En wanen ons slim.

‘Ik heb het ergens gelezen, dus ik denk wel dat ik het weet’zou een digitale Pippi Langkous zeggen.

Maar als er een examen volgt wordt het anders. Dan is even doorlezen niet meer voldoende, je moet het ook onthouden… Navigatie, meteo, reglementen, lichten en dagmerken, bebakening, stroming, getijden, EHBO. Over het nut van dit alles instuderen zijn de meningen vast en zeker verdeeld. Maar ik vind het wel een uitdaging en de druk van een examen net motiverend.

Ik schrijf me in bij de Vlaamse Vaarschool die me in zeven avonden door de leerstof loodst. Een deel is theorie, een deel zijn praktische oefeningen op papieren kaarten.

Peiling met verzeiling is daarbij de oefening der oefeningen, de ogen van onze lesgever gaan er van blinken. Alles van ouderwets navigeren op papier komt hier samen. Nuttig of niet, daar kun je over discussiëren. Want de hoogtechnologische toestellen aan boord doen het sneller en preciezer, en hoe simpel is het niet om een digitaal lijntje te trekken op plotter, tablet of laptop, af te lezen hoeveel mijl het is, hoeveel graden je moet varen en wanneer je er zal zijn… Maar weet je, het is echt wel leuk om de Bretoense lat er eens bij te nemen, die op een papieren kaart te leggen, mijlen af te passen met de puntpasser, of peilingen te nemen met een handpeilkompas. En wát als je elektronica het ooit zou laten afweten?

In de examenklas van de scheepvaartpolitie in Oostende klik ik op het bolletje naast het naar mijn mening correcte antwoord op vraag 35, de laatste vraag, en sluit af. De pc gaat uit, en ik ben vooral blij dat ik die groene genadeloze tijdbalk bovenaan in het scherm niet meer hoef te zien, we zijn anderhalf uur verder. Van een aantal dingen was ik zeker, bij andere twijfelde ik, en een paar keer heb ik gegokt, nu snel naar het lokaal naast de examenklas voor het resultaat. En kijk, de dame aan het loket feliciteert me, geslaagd! Lachend high-five ik met haar, ik kan wel een dansje doen, op een wolk zweef ik naar huis.

Nee, het brevet had ik niet nodig. En of je met het behalen van de vereiste 60% voor dat examen echt hebt laten zien wat je kunt, daar valt ook wat over te zeggen. En of de 35 vragen die daar gesteld worden nu dé relevante vragen zijn om te peilen naar je kennis is ook nog maar de vraag. Wat voor mij telt is dat ik afgelopen winter heb bijgeleerd. Want varen, dat blijft leren…

Poë-zee, een kerstcadeau

23 december 2019

De kortste dag van het jaar hebben we gehad, halfweg de Donkere Zes Weken zijn we, om de hoek loert het nieuwe jaar. Terwijl we geduldig wachten op warmte en licht, drinken we thee met gember en steken kaarsen aan. Nog twee keer slapen en het is Kerst…

Pat Panick is uit het water en staat binnen bij de Breehorn werf in het verre Friesland. We missen haar, maar zij en de zee zijn in onze gedachten, elke dag. Tijdens deze korte donkere decemberdagen zou ik me soms willen oprollen en dichtvouwen, als in een winterslaap. Tijd nemen om te mijmeren. En in deze winterse boot- en zee-loze dagen verbaas ik mij er over hoe snel het land-leven voorbij schiet. En hoe we in dat land-leven zo strak en recht voor ons uitkijken, naar onze schermpjes met hun blauwig licht, naar etalages vol dingen die we niet nodig hebben, naar de auto vóór ons in het razende verkeer, het rek in de supermarkt.

Hoe anders wordt het als je aan boord van een zeilboot stapt en het zeegat kiest. Vertragen ga je. Onthaasten. En als vanzelf gaat dan je blik omhoog. Naar de wolken, het weer. Die blauwen en grijzen, die luchten die soms lijkt te smelten in de horizon. Een bruisende boeggolf waar het licht brutaal mee flirt. Er zijn de zon en de maan, regenbuien, opklaringen, pure poë-zee.

Hoe minder er is hoe meer je ogen te kort komt. Een regenboog, een dolfijn, de reflectie van het licht! Je wil snel, snel, een foto maken, maar de dolfijn en het zonlicht zijn je te snel af. Als je weken later -in strenge land-modus- die foute foto’s wil wissen, maar er dan toch nog eens met trage zee-ogen naar kijkt, krijgen die mislukkingen plots iets heel poëtisch. Heb je al gemerkt hoe anders alles wordt als je er met een andere blik naar kijkt?

En kom je op je zeiltocht in een haven, dan ga je te voet op pad. Traag, stap voor stap. En als vanzelf gaat dan je blik naar beneden. Vóór je, de voetstappen van je lief in het zand. Tegels gemaakt uit keitjes. Elke bewoner van een dorp maakte er één, samen vormen ze een pad. Zeewier dat je purper-paars verrast. Een veertje dat wel een vlinder lijkt. Stenen met een boodschap, neergelegd voor de aandachtige wandelaar op het eiland. ‘Verstop mij opnieuw’, vraagt een steen. ‘Lach! Wees gelukkig’. Pure poë-zee.

Onderweg zie je de vele gezichten van de zee. Soms is ze welwillend, lief en romantisch. Zoals bij dat kleine kapelletje dat idyllisch uitkijkt over de baai. Op het pad voor het kerkje getuigen hartjes en bloemen van liefde en trouw. Maar soms is de zee meedogenloos, hard en koud. Zoals bij dat visserskerkje dat verbeten uitkijkt over de baai. Waarvan niet iedereen is teruggekeerd. Hun geliefden moeten het met herinneringen doen… Avondlicht spiegelt de wereld op zijn kop. Poë-zee is overal.

Geduldig wentel ik me in de winterdagen. Nog twee keer slapen en het is Kerst. Ik wens iedereen trage zee-ogen om naar de snelle wereld te kijken. Om omhoog te kijken, en omlaag. Om achterom te kijken en vooruit. Om poë-zee te ontdekken waar je het niet verwacht…

Winter

Winter. Je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.

Herman de Coninck