Paniek!

Donderdag 15 maart 2018

Over een week zal het lente zijn. Toegegeven, op het merkbaar langer worden van de dagen na is van lente nog niet echt veel te merken. Maar weer of geen weer, toch is daar het moment waar mijn schipper reikhalzend naar heeft uitgekeken. Pat Panick gaat terug het water in na een lange donkere winter! De late winterprik die voor het komende weekend voorspeld is, met vriestemperaturen overdag, kan de pret niet bederven. Een nieuw zeilseizoen begint. Punt.

Om 8h30 zijn wij als eerste aan de beurt. Zeilvrienden Alain en Philip komen ondanks het vroege uur een handje toesteken en dat maakt het toch een stuk relaxter. Ik heb geen vrije dag vandaag, en wil, als het even kan, tegen 10h00 op kantoor zijn.

Een boot, loom schommelend in twee riemen, die door een kraan op wielen over land gereden wordt, ik blijf het raar vinden. En spannend.

Om niet te spreken van het moment dat de kraan de boot boven het water positioneert. Een korte tijd zweeft ons schip met haar ronde buik weerloos in het ijle. En hoe behoedzaam de kraanman haar ook laat zakken, toch schrik je van het knarsen van de banden, van het minste schokje. Pas als ze drijft, durf je weer ademhalen.

Alles loopt gesmeerd. De motor start vlot, we meren nog even af bij het fuel ponton om de eerste 100 liter van het seizoen te tanken en binnen het uur liggen we goed en wel afgemeerd. Aan boord verwissel ik snel zeiloutfit voor kantooroutfit, spring in de auto en plof klokslag tien op mijn kantoorstoel.

Niet heel veel later gaat mijn telefoon. Las. Paniek.

‘Er komt water in de boot!’

‘Heu?’

‘Niet zo heel veel, nee, maar toch, de schroefas, die lekt, dat is niet goed, echt niet goed…’

Daar zit ik, op mijn kantoorstoel. Ik kan niets doen, het voelt niet goed. Aan de andere kant van de lijn hoor ik op de achtergrond de stemmen van de zeilvrienden. Het stelt me gerust. Er wordt beslist dat de boot vandaag nog terug uit het water gaat. En morgen, vrijdag, wordt er naar die schroefas gekeken. En als het euvel kan verholpen worden, kunnen we met een beetje geluk maandag terug het water in. Laat de winter nog maar even zijn gang gaan dit weekend…

Zondag 18 maart 2018

Daar staat ze dan, hoog en droog in de avondlijke vrieslucht. Nog één keer slapen en ze mag het water weer in. Er zit een nieuwe rubber dichting om haar schroefas. Helaas, ik heb geen vrije dag morgen. Maar de zeilvrienden, die zijn al zalig met pensioen en komen trouw terug om mijn schipper een helpende hand toe te steken. Ik ben gerust.

(En beloof hierbij plechtig dat ik hen nooit meer de Grumpy Old Men zal noemen…)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Op de botenparking

Zaterdag 17 februari 2018

Zou het zo aanvoelen als je door het ijs was gezakt, vraag ik me rillend af. Er drupt net niet bevroren water uit mijn mouwen. Ik begin te klappertanden. Ik heb het gehad voor vandaag. De romp van de boot is gewassen, gespoeld en afgedroogd, het groen van de teak stootlijst is weggepoetst. En ik, ik heb het gehad voor vandaag. Al wat ik nu nog wil is een schuimend, heet bad.

Op de botenparking

Zondag 18 februari 2018

Uitspraak van de dag: “Waar ik nog het meest troost in vind, is dat iedereen hier met ongeveer dezelfde problemen zit.” Twee mannen zijn lachend aan het praten, armen gekruist, lichtjes achteruit leunend en hun boten monsterend. Het is koud maar zonnig en op de botenparking gonst het van de bedrijvigheid. Over een maand zullen de eerste boten in het water gaan.

Verrassend toch hoe schippers kunnen kletsen. Vergeet het cliché dat vrouwen kletsen over dagcrème, waspoeder of de kinderen en mannen over auto’s en voetbal. Op de botenparking gaat het over antifouling. En over polish en polijstpasta, over wax en boenmachines, excentrische en niet-excentrische. Ze kennen merken, trucjes. Ze weten hoe het moet, allemaal. Hoe meer je hoort hoe verwarrender het wordt. Wie zou hier nu gelijk hebben vraag ik me af?

Het zonnige weer lokt niet alleen klussers naar hun boten. Maar ook zij die nog niet aan het klussen zijn geslagen, of van wie de boot in het water bleef, of die het werk laten uitvoeren, komen langs. Nog meer babbeltjes. Maar er wordt gewerkt. En in de late namiddag staat ons onderwaterschip in antifouling.

Zaterdag en zondag 10-11 maart 2018

Wat aangekondigd was als een weekend met veel regen, blijkt heel erg mee te vallen. En we besluiten ons dan toch maar aan de lastigste aller klussen te wagen. Polieren en polishen. Of het wel nodig is, probeert mijn schipper nog. Je vaart niet lekkerder omdat je boot blinkt. Meer zelfs, als je er op zit, zie je het niet eens. Maar toch, wanneer ik de man twee boten verderop zichzelf voor de -tigste keer voldaan zie spiegelen in zijn donkerblauwe lak, moet het bij ons ook gaan gebeuren.

Donkerblauwe lak, het is me wat. Je ziet er alles in. En hier en daar is die mooie lak helaas ook niet meer zo mooi. Door corrosie -normaal bij een aluminium schip- ontstaan op plaatsen waar de hechting niet perfect is ontsierende oneffenheden. Op één plaats is er zelfs een heuse blaas ontstaan. De laklaag er om heen blijft strak en intact maar laat onderliggend los van het aluminium. Om zeker te zijn of die aluminium nog wel ok is, hebben we de slechtste plekken opengemaakt. En ja, de aluminium ziet er overal prima uit, voor zo ver we kunnen oordelen. We snijden loszittende lak weg, retoucheren met twee componenten coating, maar het bijwerken van de lak -iets dat we overlaten aan iemand met meer ervaring dan wij- zullen we moeten uitstellen tot het warmer wordt. Maar ondanks die lokale heelkundige ingrepen, waar we tijdelijk over heen kijken, verdient de rest van de lak een verwenbeurt.

Eerst gaan we de doffe plekken waar de fenders zitten te lijf met een polierpasta. Pietjes precies zouden pasta’s van verschillende korrel na mekaar gebruiken, te beginnen bij grof en doorwerken tot ultrafijn. Maar een middelfijne pasta voldoet voor ons. Na het polieren worden eventuele restjes pasta met een microvezeldoek weggepoetst. Dan volgt een beurt met een schone schapenvacht zoals specialisten dat noemen. En ten slotte gaat er een waxlaag over heen die nog één keer opgeblonken wordt. Nog even en we kunnen het water weer in.

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Warmte en goede voornemens

2 februari 2018

De winter vordert traag dit jaar. We missen licht. En zon. En onze boot in het water..

Net na nieuwjaar walst de griep over ons heen, en na de griep is onze energie nog recht evenredig met het uren zonlicht dat ons toebedeeld wordt. Zoals in: beneden alle peil. Nog maar eens heeft de weerman het over de somberste winter in heel erg lang.

Maar op de laatste zondag van januari klauteren we toch maar eens de ladder op om een kijkje te nemen aan boord. Afgelopen herfst had onze Webasto er niet veel zin meer in. Blazen als een boze kat maar warmte, vergeet het maar. Er was een technieker aan boord gekomen die zich met de souplesse van een slangenmens in de koffer geplooid had waar de verwarming zit. ‘Oud beestje’, was het droge commentaar geweest. Een monkellachje. En dat hij wel eens op het internet op zoek zou gaan naar het onderdeel dat volgens hem oorzaak was van het probleem. Nooit meer wat van gehoord.

Maar het internet is er voor iedereen en we ontdekken er zowaar een handleiding voor ons type Webasto, de coolant heater DW 80. Coolant, koelvloeistof dus, in onze verwarming? En ja, wij blijken een koelvloeistof verwarming te hebben en geen lucht verwarming… Dat hebben we al die tijd niet geweten, laat staan die koelvloeistof gecontroleerd of bijgevuld. De verwarming werkte, er was een aan/uit knop en dat was het.

We maken de kuipkoffer leeg, halen de houten schotten van de bodem weg om er gemakkelijker bij te kunnen en duiken de koffer in. De leiding van de koelvloeistof voelt leeg. We vullen aan en voorzien tijdelijk dieseltoevoer vanuit een jerrycan. We schakelen de verwarming aan en hoera, hij doet het weer! Bij het bekijken van de installatie ontdekken we nog meer. Twee leidingen lopen van ons verwarmingstoestel naar de warmwaterboiler. Weer vraagtekens. Kunnen wij warm water maken met onze Webasto? En hoe werkt dat dan? Die dag krijgen we die vraag niet opgelost. Wel brengen we de rest van de middag door met het schoonmaken van de ruimtes achterin.

Terwijl ik daar mee bezig ben moet ik terugdenken aan het moment van de keuring van onze boot kort voor de aankoop. HISWA aankoopexpert Theo van Rijswijk nam ons schip van voor tot achter onder de loep. Terwijl hij dat deed, gaf hij ook tips en uitleg, veel uitleg. Toen die mij te technisch werd, haalde ik verontschuldigend mijn schouders op. ‘Techniek en ik, het gaat niet goed samen’, wuifde ik mijn onwetendheid lachend weg. ‘Ik spreek een paar talen, kan autorijden, lekker koken, ben handig met pc en internet, ik kan poetsen en strijken, zelfs schilderen en behangen. En ik ben bijzonder sea-proof. Maar elektriciteit, motoren of technische dingen, laat maar zitten.’ Dáár nam keurmeester Theo geen genoegen mee. Hij vond het toch wel onze -dus ook mijn- plicht om een en ander van eigen schip technisch te snappen.

En hier, dubbelgeplooid in mijn kuipkoffer, geef ik hem gelijk. Ik moét hier meer van te weten komen, er werk van maken om van mijn aversie voor techniek af te komen. Beginnend met die verwarming.

O ja, nog dit. Onlangs las ik dat uit een of andere studie was gebleken dat goede voornemens waar je pas in februari mee start, meer kans maken dan diegene die je al te voortvarend in januari maakte.. Ik wil het graag geloven.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Er was eens… Een kerstverhaaltje

21 december 2017

Twee dingen zegt de weervrouw op tv. Dat vanaf nu de dagen terug langer worden. Maar dat we daar niet veel van gaan merken wegens het grijze en mistige weer dat nog maar eens voorspeld wordt voor de komende dagen. O ja, en ze zegt nog meer. Dat deze decembermaand zowat de meest duistere is in een halve eeuw. Amper vijf uren zonlicht zijn ons tot hiertoe gegund. Toegegeven, zon en licht zijn fijner en inderdaad, nu is het behelpen met de warmte van haard en thee en het licht van kaarsjes en kerstboom. Maar toch hou ik wel van het ritme van de seizoenen. En waarderen we niet zoveel meer wat schaars is?

Intussen staat onze boot al weken boven, stijfjes onder haar wintertent. Wachtend op langere dagen, licht en zon, net als wij. We missen haar. Zouden we volgend seizoen misschien toch eens een winter in het water blijven? We deden dit wel eerder. En zeilden we dan niet heel vaak, het kón wel. Die vrijheid.

Thuis, bij de warmte van de haard en het licht van de kaarsjes komen de herinneringen terug aan zo’n winter. Negen jaar geleden, Kerst 2008. En we gaan drie dagen zeilen.

Op de eerste dag, 25 december, zeilen we van Nieuwpoort naar Zeebrugge. Het is kil en grijs, maar over de marifoon wensen kapiteins, loodsen en verkeersleiders elkaar een vrolijke Kerst. In de jachthaven brandt op nog één boot licht, voor het kajuitraam een piepklein kerstboompje. Ook onze boot is in kerstoutfit, net als wij. En de ene cd met kerstklassiekers die we hebben, staat op repeat. Met gloeiende wangen van een winterse dag op zee genieten we van lekkere kerstdingen uit het kombuis.

Op tweede Kerstdag zeilen we naar Blankenberge. De haven ligt er verlaten bij, op geen enkele boot een teken van leven, we zijn helemaal alleen. Bij het afmeren zien we een zeiljacht waarvan twee stootwillen tussen boot en ponton uit gerold zijn, ze schuurt ongelukkig met haar flank tegen het ponton, dat wordt een schaafwondje… We hangen de stootwillen terug goed en stoppen een briefje met onze kerstwensen onder de kajuitdeur… Karma, denk ik dan.

Als we de derde dag opstaan, is het ijskoud. Geen wolkje aan de hemel, een strak windje. Maar koúd! Het wordt een mooi tochtje terug naar Nieuwpoort…

Twee weken later -Nieuwjaar is alweer voorbij- kunnen we die winter tijdelijk niet zeilen…

De haven ligt er dichtgevroren bij… Zo mooi kan winter dus zijn..

Bij deze iedereen een fijne Kerst gewenst! En wordt er nu misschien niet gezeild, dan wordt er zeker verteld, gemijmerd en gedroomd van zon, zee en verre zeilreizen!

BewarenBewaren

Kielzog kijken en luisteren

Wat is dat toch met die zee en dat zeilen, vragen mensen soms.

Voor de een gaat het om snelheid, competitie, de ander wil verre reizen maken, sommigen zien hun boot als een toevluchtsoord, even weg van alles. Voor mij is er iets in het zeilen en de zee dat met niets te vergelijken is. En dat is wat er op zee gebeurt met de tijd, de tijdsbeleving. Ongeduld en zeilen gaan niet samen. En als vanzelf kom je in dat andere ritme zodra je op zee bent. En zo komt het dat ik soms gebiologeerd zit te kijken naar het gorgelen en kronkelen van het kielzog. Het kielzog, het stuk water dat je achter je laat. Je pad, dat geen pad is, maar telkens weer opgaat in het immense water terwijl je verder vaart. Achter je sluit de zee zich opnieuw en opnieuw en opnieuw. Het is een beetje zoals kijken naar vlammen in een haardvuur. Of naar dwarrelende sneeuwvlokken. Altijd hetzelfde, nooit hetzelfde..

Ik maak er filmpjes van, steeds opnieuw. Maar bij het herbekijken vind ik meestal dat het niet weergeeft wat ik zag. Maar toen ik onlangs het middendeel uit het Piano Concerto in G van Maurice Ravel nog eens hoorde, wist ik, dit is het. Zo ziet het er uit, zo klinkt het, dat prettige verlies van tijdsbesef.

Van dit fijne stuk muziek, tien minuten lang, gaat een bezwerende vertraging uit. Maar wie heeft nog tien minuten? In deze flitsende tijd van scrollen, swipen, zappen langs beelden uit alle hoeken van de wereld is tien minuten kijken naar hetzelfde bijna bizar geworden. En tien minuten luisteren naar een op het eerste gehoor repetitief stuk muziek, een hele uitdaging. Maar voor de geduldige luisteraar zijn er de subtiele wendingen, de meeslepende melodie, sensuele soepelheid. En voor geoefende, en indien niet geoefende, maar wel avontuurlijke oren is er natuurlijk ook het hele concerto. Dat op een bepaalde manier ook wat van de zee heeft. Soms lieflijk en meegaand, dan weer nukkig, grillig, met jazzy verrassingen. En altijd uitdagend.

 

Een zeemansgraf van ijs

1 december 2017, minder dan een handvol graden is het buiten. Het seizoen van korte dagen en lange avonden, perfect voor een ijzig verhaal.

‘Er bestaat geen slecht weer, alleen slechte kleding.’ Dat zeggen ze in Scandinavië en ik denk wel dat zij het kunnen weten. Ook op een boot is het feit, je moet verdorie goed gekleed zijn om het bij bar weer leuk te houden op de Noordzee. Warm en droog blijven is de kunst. Op onze laatste zeiltocht van het seizoen – begin november- valt het weer best mee voor de tijd van het jaar. Mijn recept is thermisch ondergoed als eerste laag, een warme fleece als tweede laag en een zeilpak als derde laag, aangevuld met sokken, laarzen en mijn handgebreide Fair Isle wollen muts. We staan er soms niet bij stil, maar vandaag de dag zijn we verwend met nieuwe materialen die niet alleen warm maar ook nog eens vederlicht zijn, eenvoudig te wassen en snel weer droog. Die hoogtechnologische dingen zorgen er zelfs voor dat zweet er uit kan en regen er niet in. Die luxe hadden de bemanningen van de HMS Terror en HMS Erebus niet, twee zeilschepen van een Britse expeditie die meer dan 170 jaar geleden op zoek ging naar de fel begeerde Noordwestelijke doorvaart

‘Death in the Ice’, een knappe tentoonstelling in het Greenwich Maritime Museum brengt dat ijzige verhaal. Na een herfstige zeiltocht naar Dover hebben we de trein naar Londen en de metro naar Greenwich genomen. Een stevige brok maritieme geschiedenis. De Cutty Sark bezochten we al, maar de vaste collectie van het scheepvaartmuseum wil ik wel graag zien. We komen er niet aan toe, de tijdelijke expo over de poolexpeditie van Sir John Franklin is zo beklijvend dat we er tot sluitingstijd blijven hangen…

In 1845 vertrokken twee schepen, goed uitgerust voor een tocht naar het onbekende Noorden. Maar HMS Terror en HMS Erebus vaarden zich vast in het ijs. Er gingen twee jaar voorbij, van de bemanning werd niets meer gehoord.

Expeditie na expeditie werd er op uitgestuurd. En leidden hun zoektochten niet tot de vondst van de twee verdwenen schepen, ze zorgden er wel voor dat heel wat nieuwe  stukken land uit dat gebied in kaart konden worden gebracht.

Helemaal spoorloos was het team van Sir John Franklin niet verdwenen. Soms werden gebruiksvoorwerpen en documenten teruggevonden. Zelfs een reddingssloep met menselijke resten werd ontdekt. En heel recent, na jaren van niet aflatend onderzoek, zijn in 2014 en 2016 beide schepen teruggevonden, allebei in verbazingwekkend goede staat. Nog lang niet alles wat er met de arme zeelui is gebeurd, is achterhaald, de expo belicht die historische zoektocht van bijna 170 jaar.

Wat me verrast is de rol van de Inuit in die zoektocht.

Omdat zij een heel eigen taal hadden waar geen schrift bij hoorde zoals wij dat kennen, was mondelinge overlevering voor hen erg belangrijk. Ze ontwikkelden er een sterk geheugen door, hun verhalen zaten vol details en werden met de grootste zorg doorgegeven. En precies die getuigenissen verhaalden keer op keer hoe de ‘witte mannen’ hun schepen verlaten hadden en met sleden op weg waren gegaan. Er waren ook plaatsaanwijzingen, maar daar werd weinig geloof aan gehecht. Maar tijden veranderen en men begon in te zien hoe waardevol hun overlevering wel kon zijn. Uiteindelijk leidde dat mee tot de vondst van de scheepswrakken. De expo besteedt ruim aandacht aan die mondelinge traditie van de Inuit.

Mij treft de beschrijvingen van hoe vreemd gekleed de Inuit de ‘witte mannen’ wel vonden, met ‘hun hoed niet bevestigd aan hun jas’. Dat vonden ze zo gek, dat het een vast onderdeel werd van hun verhalen. Het maakt duidelijk dat de kleding van de Britse bemanning helemaal niet geschikt was voor het ijzige poolklimaat en dat dit mee de oorzaak was van hun uiteindelijke dood in het poolijs…

Wanneer we ’s anderendaags heel vroeg de zee op gaan, trek ik de kap van mijn jas stevig over mijn muts… Verhalen vol details, onderschat ze niet…

“Hebben jullie het wéérbericht wel gehoord?”

19 oktober 2017

Herfst, je ontkomt er niet aan. Onze jachthaven oogt leeg. Wegens renovatiewerken moeten we plaats maken tegen eind oktober. Nooit eerder gingen we zo vroeg uit het water.

Ik zie mijn schipper zachtjes verwelken naarmate die datum dichterbij komt. Voor hem is de winter met zijn korte dagen en zonder zeilboot heel erg lang. En zit de tocht die we nog wel eens met 1 november varen er niet in. Zeilen naar Dover, dagje met de trein naar London en terug. “Dan doen we dat toch gewoon eerder”, troost ik, “neem volgende week vrijdag vrij, we maken er een lang weekend van, nu, net voor we uit het water moeten.”

Elke dag volgen we het weerbericht. Er is onstuimig herfstweer op komst. Zuid, zuidwest. De hardste wind komt op zaterdag, geeft niks, dan liggen we al in Dover… In onze overmoed bestellen we de treinkaartjes Dover-London.

Op donderdag zeilen we van Nieuwpoort naar Duinkerke. Zuidenwind, dat gaat goed. Het is niet koud, het is droog, we hebben er zin in.

Maar als we op vrijdagochtend Duinkerke buitenvaren gaat de zee wel erg ruig tekeer. De wind keert zich tegen ons, trekt aan, koppig doorklieven we de nukkige zee. Witte schuimvlokken waaien horizontaal van de puntige golven af.

Een boot van de Franse douane komt naast ons varen en roept op. Een paar routine vragen. Maar dan, bezorgd, “Hebben jullie het wéérbericht wel gehoord?” En “Wees toch maar voorzichtig!”… Het wordt stil aan boord. Nu zit de stroom nog mee, maar straks kijken we aan tegen enkele uren tegenstroom. Het gaat wel een heel erg lange tocht worden. En als het hier al zo heftig is, hoe zal het dieper in zee zijn? En voor de muur van Dover, waar het zo kan spoken?…

Bij de volgende windstoot maken we rechtsomkeer. Met de wind nu ruim van achter varen we op slag een stuk comfortabeler. Zo veel comfortabeler, dat ons even het gevoel bekruipt dat we ons bang hebben laten maken. Maar net niet voor top en takel -nauwelijks een puntje grootzeil en amper een hoekje stagzeil- lopen we vlotjes 7 knopen en zien in dat aan de wind varen geen optie is, laat staan opkruisen.

Voor het weekendje-weg-gevoel varen we door naar Oostende, kunnen we daar op zaterdag nog iets leuks doen en zondag de luttele 9 mijl naar Nieuwpoort terugvaren.

En kijk, het mag dan Londen niet zijn, maar Oostende heeft wel iets te bieden. Precies vandaag gaat er een bijzondere tentoonstelling van start, ‘Het Vlot. Kunst is (niet) eenzaam.’‘ Thema Het Vlot, als voertuig, reddingsmiddel, plek van isolatie, reflectie, twijfel, inzicht, symbool ook van de (zoek)tocht van de kunstenaar… We lachen om het toeval dat wij uitgerekend hiér aanspoelden… Meer symboliek kan niet, beelden van mensen onderweg, varend, overspoeld, drijvend, toch telkens weer overeind krabbelend, houvast zoekend op een vlot. De kunstwerken, video’s en installaties zijn op uiteenlopende locaties in de stad te zien, een aanrader.

En dan is daar zondag, en gaan we even dat eindje terug varen naar Nieuwpoort. Hadden we gedacht… Moeizaam stampen we de havengeul uit, de zee kolkt, de hemel buldert herfst. Geen zeilboot in de verste verte te bespeuren. Het wordt weer stil aan boord. We hebben nog maar anderhalf uur stroom mee, straks wordt dat tegenstroom. Springtij bovendien. We hebben weinig zeil gezet en kunnen niet echt hoog aan de wind in dit weer. Bij het eerste overstag manoeuvre zien we in dat dit niks wordt en maken rechtsomkeer.

We meren braafjes af op dezelfde plaats van waar we vertrokken en nemen braafjes de tram terug naar Nieuwpoort… Onze boot, die varen we later wel terug.

Soms vlot het niet zoals gehoopt…

Hink stap sprong naar huis

Hink… Dartmouth – Boulogne – 230 mijl in 34 uur, gemiddeld bijna 6,8 knopen!

27 juli 2017. Het prachtige weer van gisteren lijkt een verre onwezenlijke droom. Vandaag is het grijs hier in Dartmouth, de toppen van de hellingen zijn gehuld in pluizige mist, de geveltjes moeten keihard hun best doen om er kleurig uit te blijven zien. Wat een verschil…

Maar niet getreurd, op zee staat een perfecte wind, zuidwest 6 beaufort. Geholpen door flink wat stroom mee, sjezen we oostwaarts. Huiswaarts. We spelen even met het idee om nog een ommetje te maken langs Guernsey maar laten het even snel weer varen. Vreemd dat er op een reis toch altijd zo’n moment komt dat je in een ‘we-zijn-weer-bijna-thuis’ stemming komt. Dat er dan niet veel meer hoeft dan gewoon naar huis varen. En zo besluiten we in één keer door te gaan tot Boulogne. En al vinden we het een beetje zonde om de snelheid uit ons schip te halen, toch minderen we bij zonsondergang wat zeil om op het gemak de nacht door te zeilen…

De wind blijft constant, na 24 uur zeilen hebben we 160 mijl afgelegd, voor ons een beetje kicken toch. Nog eens 10 uur later lopen we Boulogne aan en dat is best spannend. Stevige wind op zee, dat is gewoon stevige wind op zee. Maar stevige wind om een haven aan te lopen, dat blijft altijd een beetje stressen.

Stap… Boulogne – Duinkerke – 44 mijl in 5 uur 25 minuten

28 juli 2017. Er is opnieuw 6 bft voorspeld. Dat is niet min, maar het is nog altijd wind uit het zuidwesten en dat maakt het doenbaar. Het uitvaren is al even spannend als het aanlopen gisteren, de zee beukt met wit geweld op de muur van Boulogne.

Maar eens we wat afstand nemen van de kust, valt het best mee. Wind en stroom spoelen ons rond Cap Gris Nez, er zijn nogal wat jiha-momentjes! In een record tijd zeilen we naar Duinkerke.

Sprong… Duinkerke – Nieuwpoort – de laatste 17 mijl…

29 juli 2017. En zo zijn we weer thuis, drie weken zeilvakantie zitten er op. En voor wie er wat aan heeft, als afsluiter nog een overzicht van alle tochten en tochtjes van een fijne zeilreis…

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

The Anchorstone, Dittisham

Dinsdag 25 juli 2017, Dart Marina, Dartmouth

‘Beste meneer op de veerpont tussen Dartmouth en Kingswear. Ik ken u niet en u kent mij niet. De kans dat u deze blog leest is nihil. En dat is allemaal jammer, want ik zou u erg graag willen bedanken voor de leuke babbel en uw fantastische tip! Dankzij u had ik vandaag zowat de leukste lunch ooit.’

Dag 1 in Dartmouth

We zijn hier aangekomen na een zeiltocht van 24 uur, St-Mary’s – Dartmouth, zo’n 120 mijl. We fietsen tot Dartmouth Castle. Nu ja, fietsen. Elke vijf minuten stoppen we omdat we onze ogen niet kunnen afhouden van de rivier.

Op de Dart varen ferry’s af en aan, boten en bootjes laveren er tussen, een heuse raderboot neemt toeristen mee. In de late namiddag nemen we het veerpontje van Bayards Cove naar Kingswear. Heel apart. Een stevige boot duwt en trekt de pont naar de overkant.

Veel is er in Kingswear niet te zien, behalve dan het zicht op de rivier van aan de andere kant. En de geveltjes in snoepkleuren, van dichtbij. En de rook van de stoomtrein die van daaruit vertrekt, langs de rivier.

Op de terugtocht met de veerpont ontmoeten we een man met een boormachine in de hand. Hij grapt dat hij nog even moet gaan klussen op zijn bootje -hij wijst naar het superjacht de Lady Christina dat op de rivier ligt te pronken.

‘Altijd wel wat te doen op zo’n boot,’ knipoogt hij. ‘Op onze boot ook’, lachen we terug. We raken aan de praat. En dan vraagt hij wat we wel vinden van het Engelse eten? Ik grap dat we meestal zelf koken aan boord. En dan zegt hij dat er toch iets is dat ze hier niét verprutsen, namelijk hun overheerlijke seafood. En daarvoor moet je in Dittisham zijn, in het Anchorstone Café, een eind stroomopwaarts op de Dart. Ze doen enkel lunch…

Dag 2 in Dartmouth

Vanmorgen zijn we om diesel geweest. Witte diesel. Te voet dus, geladen met jerrycans. Al was de havenmeester zo lief om ons terug te brengen met de auto, de dag is ruim over de helft als we terug aan boord zijn.

Zouden we het nog halen om in Dittisham te gaan lunchen? Dat blijkt makkelijker gedacht dan gedaan. Enkel de twee kleine bootjes van Dittisham Ferries varen het traject. En helaas,  daar hadden we voor moeten reserveren. Ook bellen naar de Anchorstone is niet bemoedigend, een antwoordapparaat maakt duidelijk dat ze het te druk hebben om tijdens lunchtijd de telefoon op te nemen. Beneden aan het grote ponton dobbert de Sandpiper. Kijk, de schipper is aan boord, kom, we gaan een praatje slaan…

En ja hoor, we kunnen toch nog mee op de boot van 14:00, iemand belde af. Komt normaal om 16:00 terug, maar -knipoog- als we echt willen mogen we ook nog om 17:00 terugkeren met de Carlina. Een handgeschreven ticketje is ons vervoersbewijs. Het knuffelgehalte van de schipper is net zo ontroerend als zijn boot, het tochtje op de rivier zalig.

En Dittisham? Dat is alles wat de leuke meneer van op de veerpont beschreven had. Het gezellige eetcafé aan de ene kant, de FBI aan de andere kant. FBI? Gewoon, Ferry Boat Inn.. Het mooie weer maakt het alleen nog mooier. En dat we de laatsten zijn die mogen komen lunchen in het Anchorstone Café geeft ons het gevoel de lotto gewonnen te hebben. En zo word ik met een paar dagen vertraging met een subliem verjaardagsetentje verwend… Gegratineerde oesters, krab, een koel wijntje en een uitzicht om in te lijsten!

Als kers op de taart blijken we voor de terugtocht de enige passagiers te zijn op de Carlina

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Daar is ze dan, de zon!

23 juli 2017

Sommige dingen lijken zo vanzelfsprekend. Daglicht bijvoorbeeld.

Kijk, deze dag begon grijs. De wind was ook niet je dat. Zwak en veranderlijk. Maar gaandeweg klaart het op, de wind trekt aan. En nu zeilen we rustig, mijl na mijl, de Isles of Scilly liggen al ver achter ons.

De grijze ochtend is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je naar het oosten zeilt zijn de late namiddagen heerlijk, de lage zon in de kuip, warm en licht. En plots vind je dit vanzelfsprekend. De zon, de zee, vijf knopen… Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur schuift de zon op. We hopen op een mooie zonsondergang, maar een lange wolkenlijn lijkt de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Eerst zakt de zon zacht in de donzige wolken en verdwijnt.. om iets later onder de wolkenstrook weer tevoorschijn te komen. We staren er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar dat gouden randje!

Als ze helemaal achter de horizon verdwenen is, trekt een kilte over de zee. Het laatste licht verdwijnt. De nacht valt koel.

 

IMG_9492

We houden afwisselend wacht. De nacht is aardedonker nu, het is nieuwe maan.

De zonnige namiddag is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je met nieuwe maan een nacht doorzeilt, zijn de uren lang, fris en o zo donker. En lijkt het alsof er geen eind aan gaat komen. Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur lost ook die duisternis op en heel voorzichtig keert de dag terug, het licht is er lang voor de zon er is.

Ik hoop op een mooie zonsopgang, maar nevelige slierten lijken de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Dapper wurmt de zon zich van achter de kaap van Start Point. Ik staar er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar die kleuren!

Here comes the sun!

Kijk, deze nacht was lang. Maar gaandeweg wordt het lichter, en beetje bij beetje warmer. En we zeilen rustig, mijl na mijl, Dartmouth ligt nog maar een 20-tal mijl voor ons…

BewarenBewaren