Een meeuw aan boord. Grenå en het eiland Samsø.

Grenå

Traag roeit een man over de rivier. Langs het riet roeit de man. Van de rivier gaat het naar de zee en van de zee naar de haven. Een beetje zoals in Melopee van Paul van Ostaijen, maar dan anders. In de boot zit ook een vrouw, naast haar ligt een groot pak. De man roeit de haven in.

De man, dat is mijn schipper. Had hij de benzine van het motortje tijdig bijgevuld, dan was hij nu niet aan het roeien geweest. De vrouw, dat ben ik. En in het pak zit een houten meeuw.

De zeiltocht van 28 mijl van het eilandje Anholt naar Grenå, eerder die dag, was bijzonder omdat ze dwars door het uitgestrekte Anholt offshore wind farm was gegaan. En varen tussen windmolens, 111 in dit geval, in Denemarken mag dat.

In de haven van Grenå valt niet zo heel veel te beleven en dus trekken we er met de bijboot op uit. Het tochtje naar het oude centrum van Grenå, drie kilometer landinwaarts, begint idyllisch, langs rietkragen en onder lage bruggetjes door. Maar ook op een zwoele zomerse namiddag kun je dus zonder benzine vallen. En zo roeien we om beurten geduldig verder naar het stille stadje. In een verrassend knappe interieurzaak vergeten we even de terugtocht die ons te wachten staat en laten ons eensgezind verleiden tot de aankoop van een houten meeuw. We noemen hem Kay, naar zijn Deense ontwerper Kay Bojesen.

Aan de meeuw zit een veer. Maak je die vast aan het plafond dan danst de meeuw zachtjes op en neer. Wat gek, als ik hem vanuit een bepaalde hoek gadesla, zou ik zweren dat hij monkelend lacht…

Samsø

Ik ben jarig. Ik ben jarig en het miezert. Ik ben jarig, het miezert en we willen het eiland Samsø verkennen. Ik ben jarig, het miezert, we willen het eiland Samsø verkennen en mijn plooifiets heeft een platte band…

Gisteren zeilden we van Grenå naar het eiland Samsø. De tocht van 32 mijl was rustig begonnen, tot de beschutting van de kust wegviel, en wind en golven vrij spel kregen in het gebied waar de Grote Belt, de Kleine Belt en het Kattegat elkaar ontmoeten. Het werd pittig zeilen en na nog een woelige aanloop tussen zanderige ondiepten, ankerden we in de baai van Langør…

Als ik in Google Maps een fietshersteller zoek blijkt die op amper 200 m te zitten van waar we staan… Tegen sluitingstijd kan mijn fietsje hersteld zijn. Niet veel later rijd ik gezwind verder op de comfortabele huurfiets die ik voor de rest van de dag gratis mag gebruiken…

Het klaart op en na een lunch in het pittoreske Kirkeby fietsen we verder tot Issedhoved, dat op 15 km van de haven van Langør ligt. Het landschap op deze noordelijke top van het eiland is apart in zijn eenvoud. Bolle hellingen met kort droog gras, heideachtige planten en zoute bloemen in zachte kleuren. Beneden het strand.

Het aarzelende licht dat deels achter de wolken blijft haperen bedrijft poëzie met de kleuren van het moerassige gebied op de terugweg naar Langør. Traag fietsen we tussen een weelde van zachte grijzen, contrasterende groenen en witte spikkels van frêle bloempjes. Tegen de monotone lucht tekenen planten zich sierlijk af als kunstig kantwerk…

Ik ben nog steeds jarig, het regent al lang niet meer, de band van mijn fiets is hersteld en rondom mij gaan op alle boten van de ankerplaats de lichtjes branden. Ik knipoog naar Kay…

De zomer is weer helemaal terug als we de volgende dag 10 mijl zuidwaarts motoren naar Ballen, waar we, op ruime afstand van de volle jachthaven, ankeren voor het strand.

En hier krijgt mijn verjaardag een lekker staartje. Na een fietstocht tot Vesborg Fyr, de vuurtoren op de zuidpunt van Samsø, sluiten we de dag af met een heerlijke zeevruchtenschotel bij Værftet.

Kay, die gisterochtend nog instemmend knikte bij het zien van mijn verjaardagsontbijt, schudt nu streng het kopje als ik hem de belachelijke prijs van de nochtans eenvoudige fles wijn opbiecht. Ook dat is Denemarken…

Storm op Anholt

De haardroger gaat hoog in toeren en maakt daarbij een angstaanjagend geluid. Met een verbeten blik gaat de vrouw die bij het haar hoort haar kapsel te lijf. Het is een strijd op leven en dood. Dat haar lange blonde haren na jaren kleuren, te veel zon en te weinig knipbeurten al lang dood zijn maakt het er niet gemakkelijker op. Noch het product dat ze driftig door haar lokken kneedt, noch de loeiende haardroger zullen haar kapsel tot leven wekken. Maar ze geeft niet op.

Aan de andere wastafel staan twee jonge meisjes, poppenbeentjes, poppenlijfjes, poppengezichtjes. Maar ze zijn niet tevreden en druk in de weer met wattenstaafjes en oogschaduw in allerlei tinten blauw. Ondanks alle mogelijke filters stelt Instagram hoge eisen. Geconcentreerd keuren ze zichzelf en elkaar en kleuren verder.

Het stormt in Anholt en ik kom douchen in het Sailor House van de marina. Het systeem is simpel. Kleed je uit, houd je havnkart voor het automaatje van een douchehokje en achter een plastic gordijn krijg je drie minuten warm water. Drie minuten, hoeveel is dat eigenlijk, denk ik zenuwachtig en was snel snel mijn haar en lijf. Het is heerlijk lang. Ik droog me af, kleed me aan en doe dagcrème op, klaar. De haardroger brult nog steeds. De meisjes zijn weg, op de wastafel liggen blauwe wattenstaafjes en proppen papier met bruine foundation. Het vuilbakje hebben ze niet zien staan.

16 – 18 juli 2021

Ik verbaas me over het contrast tussen het leven-zoals-het-is in deze propvolle jachthaven en de rest van het piepkleine eiland. Een parel van amper 22 km2, een berg, een ‘woestijn’ en strandjes, zo stil en puur dat je er in je blootje kan gaan zwemmen…

Hoe ze de boten hier in de haven bij elkaar proppen, dat zag ik nog nergens. Eén rij boten ligt aan een ponton, achteraan vastgemaakt aan een hekboei en neus op de kant. Daar worden andere boten tussen geschoven. In een enkel geval komt er nog een boot op een soort van derde rij die alles afsluit met de overkant. En met de aangekondigde storm hebben de havenmeesters om de zoveel boten lange lijnen gelegd om het boeltje bij elkaar te houden. We liggen gevangen. Mensen lopen af en aan als colonnes druk wriemelende mieren…

Buiten klinkt de wind nu ook als een overspannen haardroger. Vandaag zitten we de storm uit. Lang ontbijten, laat douchen, boot opruimen, wat schrijven, een wandeling. Bruut en ongenaakbaar is de zee die de voorbije dagen lieflijk en kalm was.

Want de tocht hierheen was er eentje om door een ringetje te halen. Halve wind, een goeie 4 bft, zon en een diepblauwe zee rondom ons. Zowel de kust van Zweden als die van Denemarken te veraf om te zien. En dan verschijnt voor mijn verrekijker de bos masten op Anholt… Mikado voor gevorderden, reageert Marian van Roy op mijn Facebook post en dat zegt alles.

Toch varen we binnen want we willen niet alleen het eiland zien maar ook veilig liggen voor de passage van de aangekondigde storm. Maar voor die over het eiland walst, hebben we nog een heerlijke dag om dit paradijsje te ontdekken en dat doen we weer maar eens met onze fietsjes…

Anholt in een notendop, dat is een berg, een woestijn en stranden.

De berg, het bergje, heet Nordbjerg. We parkeren onze fietsjes aan de voet er van en gaan op pad. Eens boven, keren we terug via een steile helling en een ongerept keienstrand.

Het strand ligt bezaaid met kunstige zeewieren in wonderlijke tinten van bruin. Zoveel mooier dan de foundation van de popjes in de haven denk ik dan. Een zeehond verrast ons, we hadden hem amper opgemerkt.

Blauwen waar geen oogschaduw aan kan tippen liggen aan onze voeten.

De woestijn wordt Ørkenen genoemd, beslaat een groot deel van het eiland en is beschermd natuurgebied. Het droge landschap met zijn korstmossen en heide-achtige plantjes is uniek. Wandelen mag er, fietsen niet.

Op de stranden mag je wel fietsen… En die stranden, die zijn er gewoon overal. Spierwit poederig zand dat langzaam afloopt in de turquoise uitnodigende zee. Vaak geen levende ziel te bekennen.

‘Die heeft geen haardroger nodig’, denk ik glimlachend als ik mijn schipper blij als een kind zie krawietelen in de branding…

Struikelen over kunst, het eiland Fur…

De Limfjord is ongeveer 90 mijl lang en verbindt de Noordzee met het Kattegat. Met zijn schiereilandjes, baaitjes en haventjes is het een vaargebied dat het ontdekken waard is en meer dan alleen maar een veilige doorsteek door de kop van Denemarken is. Waar wij heen willen is het eiland Fur, dat ongeveer halverwege ligt. Een eiland in een fjord, hoe spannend klinkt dat?

Zaterdag 10 juli 2021

De zeiltocht van Harre Vig naar Fur is er een om in te lijsten. Na een grijze start breekt de zon door, de noordwester trekt aan tot windkracht vijf en we zeilen snel. Ook onder de Sallingsundbrug die 26 m hoog is maar waarvoor ik toch maar weer mijn hoofd buk. Het is sterker dan mezelf…

Aan de zuidkant van het eiland passeren we Fur Havn, maar we hebben de smaak van het ankeren te pakken en varen door naar een ankerbaai aan de oostkant. Daar gaat ons anker naar beneden in 4,5 m water. We slepen de bijboot aan, pompen die op, monteren de davits en haken de bijboot aan de takeltjes. Maar de landing op Fur stellen we een dag uit, het weerbericht voorspelt een windstille en zomerse zondag… Ik bak een brood en verder doen we niets, behalve ons erover verbazen hoe we liggen als een huis, ondanks de stijve bries.

Zondag 11 juli 2021

Fur is bekend omwille van de bijzondere grondsoort die er gewonnen wordt, diatomeeënaarde. Ook wel kiezelaarde genoemd. Die kent tal van toepassingen in industrie en landbouw. Hoe mooi dat gelaagd gesteente wel is kan je zien bij de kliffen van Knudshoved. Nu is geologie niet echt mijn ding, maar de tinten grijs, bruin en oker en de grillige patronen bekoren me. Abstracte kunst gewoon! Op het strand speuren we naar fossielen maar moeten ons tevreden stellen met wat schelpen en een steen waarvan mijn schipper met veel overtuiging beweert dat het kwarts is. De zon schittert in de kei, een stukje performance art.

Van kunst gesproken. Fietsend over het eiland zien we her en der kleurrijke vissen langs de weg. Op een bordje ontcijferen we enkele woorden Deens en begrijpen dat Fur Fisk een kunstproject op het eiland is. En dan lijkt kunst ineens overal. Galerijtje hier, schilderijen daar. Kunstgalleri, malerier…

Bij het schuurtje van Gunnar “Splint” Christensen houden we halt.

Splint is Deens voor splinter, maar in zijn houten plankjes en kommetjes zijn geen splinters meer te bekennen, zacht en glad als ze zijn. Als ik een schaaltje door mijn handen laat gaan komt mevrouw Splinter aangelopen, 140 DKK kost het houten bordje laat ze weten. Betalen wordt lastig. Het is óf contant -we haalden nog geen Deense kronen uit een muur- óf te betalen met Mobile Pay. Ik had dit al opgemerkt bij de standjes langs de weg waar je confituur kan kopen, groenten en fruit of bloemen, gehaakte knuffels en tweedehandse kleren, noem maar op. Mobile Pay staat erbij, gevolgd door een telefoonnummer. Als dit de Deense versie van onze Payconiq is dan kunnen we daar niet veel mee. Meneer Splinter wordt erbij gehaald. Het Engels van dit oudere stel is niet veel beter dan ons Deens maar we hebben een leuke babbel. Euro’s vindt hij ook goed en na verbazend lang tokkelen op zijn smartphone wijst hij op het schermpje, 17,40€. Voor een briefje van 20,00€ word ik de dolgelukkige eigenaar van dit handgedraaide houten bordje.

Gezwind fietsen we verder. Korenvelden, een explosie aan schitterende veldbloemen, een idyllisch kerkje, Fur heeft het allemaal. Aangekomen bij het strand, plooien we de fietsjes, hijsen ze in de bijboot en varen terug naar de boot.

Ik schik de schelpen en de steen in het houten schaaltje en houd het tegen het licht. Readymade, hoe zouden de Denen dat zeggen?

Uit de kombuis geklapt. Lemvig en Harre Vig.

Bevoorrading voor een zeilvakantie doen wij in twee keer. Stap één is voor dranken en niet-voeding zoals toiletpapier, keukenrol, poets- en hygiëne-dingen.

Stap twee is voor voeding, van vers over iets langer houdbaar, tot ‘droge’ voeding zoals het in supermarkt-jargon klinkt. Omdat we het vóór vertrek beiden nog druk hebben, maken we gebruik van het onvolprezen Collect & Go systeem, boodschappen online bestellen en afhalen op een tijdstip naar keuze. En we verdelen de taken, waarbij ik de voeding plan en mijn schipper de niet-voeding voor zijn rekening neemt.

Dat zorgt voor verrassingen. Waar ik altijd, ja, echt áltijd, zweer bij niet-bedrukt huishoudpapier, tref ik nu in mijn kombuis keukenrol met een lelijke print van lelijke beertjes in lelijke kleuren. Mijn gevoel voor esthetiek, -overdreven en niet ter zake volgens mijn schipper- wordt op de proef gesteld. Bij het opbergen van de dranken ontdek ik bier in blikken van een halve liter! O gruwel, bier in blikken van een halve liter! Ik associeer ze steevast met joelende voetbalhooligans, en ik haat voetbal. En mijn billen ten slotte, die zal ik moeten vegen met lichtblauwe puppy’s, huppelend op het toiletpapier. Mijn schipper grijnst bij mijn frons, heerlijk vindt hij het om de draak te steken met mij en mijn controledrang.

‘Laat los’, zeg ik tegen mezelf, ‘er is bier, keukenrol én wc-papier, tijd voor vakantie’…

Donderdag 8 juli 2021, voor anker bij Lemvig.

Na een dagje Thyborøn trekken we de Limfjord in. Op zoek naar zen, willen we liever niet in een haven liggen. Na 10 mijl varen laten we het anker vallen in 3,5 m water in de baai naast het stadje Lemvig. De motor gaat uit, de stilte omarmt ons en bij een glaasje wijn genieten we van dat fijne gevoel dat vakantie heet. We proeven de garnalen en de Limfjord oesters die we kochten en het mag gezegd, ze zijn kraakvers. Net als de lotte uit de Fiskebutik…

Maaltijdsoep met lotte, aardappelen, sluimererwtjes en kersttomaat.

Filet van lotte – aardappelen – 1 ui – 1 teentje look – pakje sluimererwtjes – handvol kersttomaten – witte wijn – room – peper en zout

Stoof in een flinke klont boter de fijngesneden ui en look aan. Voeg de in stukjes gesneden sluimererwtjes toe. Schik de kersttomaten erbij. Geef peper en zout. Kook intussen de aardappeltjes gaar. Snijd de vis in stukken, leg ze op de groenten en overgiet met een scheut witte wijn. Laat even garen onder een deksel. Als de vis gaar is, voeg je de aardappelen toe, als ook wat room. Proef en kruid bij indien nodig.

De avond valt. Een boot vaart traag voorbij. Langzaam zakt de zon. En wij liggen roerloos achter ons anker…

Vrijdag 9 juli 2021, voor anker in Harre Vig.

‘…de ideaalste ankerbaai die je je maar kunt voorstellen.’ Zo omschrijft René Vleut Harre Vig in de Vaarwijzer ‘Scandinavië en de Oostzee’. In 2014 kocht ik dit boek en dit is de vierde zeilvakantie waarbij we het gebruiken. Er is inmiddels een herwerkte versie uit, maar we besloten pas op het laatste nippertje om deze kant op te komen, en doen het toch maar met de editie die we hebben.

We hebben 27 mijl gevaren als we via Lysen Bredning en een nauwe doorgang de baai invaren, die veel wijder en minder beschut lijkt dan ik me had voorgesteld. Bij het binnenvaren liggen er twee meerboeien aan stuurboord, maar met de strakke noordoostenwind die er staat is dit geen gezellige optie. Ik mik op de overkant en zo ver mogelijk onder de oever om in de luwte van het land te komen. Las stuurt en ik gids hem, Ipad in de hand, naar het plekje dat ik voor ogen heb. Opnieuw laten we het anker zakken in 3,5 meter water. Opnieuw valt de stilte van zodra de motor uit gaat. We zijn hier helemaal alleen. En we gaan niet ingewikkeld koken vandaag…

Lauwe couscoussalade met zachtgerookte zalm

Een stuk zachtgerookte zalm – couscous – ½ courgette – ½ gele paprika – 2 teentjes look – 1 tomaat – boter – peper, zout, sterk paprikapoeder

Snijd courgette, paprika, en tomaat in piepkleine blokjes. Hak de look fijn. Kook de couscous zoals op de verpakking vermeld. Schud de couscous in een schaal en maak de korreltjes los met een vork. Laat een paar klontjes boter smelten in de couscouskorrels en voeg de rauwe groentjes toe. Kruid met peper en zout en sterk paprikapoeder. Serveer met de zalm.

De enige discussie die je nu nog zou kunnen voeren zou kunnen gaan over wat eigenlijk het mooiste roze is, dat van de vlammende avondlucht of dat van de zachtgerookte zalm…

Thyborøn. Iskunsten, Sneglehuset en de fiskebutik…

Woensdag 7 juli 2021

‘I don’t speak Danish’, zeg ik tegen de dame voor mij. We zijn een gebouw binnengelopen, eigenlijk meer een loods, waar in grote letters het woord Iskunsten op staat en waar we iets met kunst verwachten, een galerij of zo. De kou die ons tegemoetkomt, brengt ons in de war. En wat de dame me vertelt, daar kan ik geen touw aan vastknopen. En dan snappen we het. ‘Is’ is ‘ijs’, natúúrlijk! Dit is een expositie van ijssculpturen. Op vertoon van ons EU Covid certificate kunnen we een kaartje kopen en krijgen een dekentje mee. Misschien geen kunst met grote K, maar toch wel mooi.

Thyborøn. Op het eerste zicht niets bijzonders. Vissersschepen, visverwerkende bedrijven, pakhuizen, een brede hoofdstraat met wat saaie huizen die bijna allemaal in een okerachtig geel geverfd zijn. De gebouwen rond de havenkom zijn dan weer donkerrood. En toch. In en rond de haven is er bedrijvigheid. Ijsjes etende toeristen kuieren rond, schuiven aan voor een boottochtje. Zeehonden spotten, oesters trekken, -de Limfjord oesters zouden een delicatesse zijn-, naar de zonsondergang gaan kijken, het kan allemaal. En net voorbij de haven ligt een hagelwit strandje.

img_6527

Hoog in de helblauwe lucht hangen spierwitte wolken. De strakke zuidenwind, ik schat zo’n vijf beaufort, jaagt door het grijsgroene helmgras van de duinen. Wat is het licht hier mooi en helder. Ooit was hier geen gat in de kustlijn. Toen de zee bij een zware februaristorm in 1825 door de duinen brak, ontstond een doorgang die de regio welgekomen economische mogelijkheden gaf. De opening naar zee werd verbeterd en versterkt en Thyborøn werd wat het nu nog is, een vissershaven.

In 1916, op 31 mei en 1 juni, vond hier de grootste zeeslag van WO I plaats, de Zeeslag bij Jutland. 25 schepen werden hier tot zinken gebracht waarbij 8645 zeelui de dood vonden. Een imposante beeldengroep, verspreid in de duinen, brengt hulde. Ruwe, donkere stenen symboliseren de schepen, daaromheen ranke figuren, bleek en fragiel steken ze af tegen de felblauwe lucht.

Het War museum laten we voor wat het is. Ook het Kystcentret bezoeken doen we niet. We lopen er even binnen maar het is bijna sluitingstijd en er zit nog te veel zee in ons lijf en in ons hoofd.

Steeds mooier wordt de haven van Thyborøn in het zachte avondlicht en de roes van een fles cava. De kant- en klare lasagne uit de oven smaakt als een godenmaal.

Donderdag 8 juli 2021

Passie, is dat niet het mooiste wat er is?

En passie, dat had visser Alfred Pedersen uit Thyborøn. Passie voor zijn verzameling schelpen, meegebracht van talloze reizen over zeeën en oceanen tot in Polynesië toe. In 1949 begon hij er zijn huis mee te versieren, men verklaarde hem gek. Maar onverstoorbaar ging de man door, ruim 25 jaar lang. En creërde met meer dan 10.000 schelpen Sneglehuset, het schelpenhuis. Hij verwerkte ze in allerlei tafereeltjes, verfde ze in fraaie kleurtjes. Lavendelblauw, appelblauwzeegroen en rood. Nog meer schelpen liggen in glazen kasten uitgestald. Poederroze, zachtoker en ivoorwit. Het geheel is aandoenlijk in zijn kitscherigheid.

Een fietstochtje, middagdutje op het strand, even zwemmen, en nu nog wat verse vis halen voor we vertrekken, de Limfjord in.

De Fiskebutik staat me een beetje tegen als we er binnenstappen. Het is er te warm, in een viswinkel verwacht ik koelte. Het ruikt er ook wat te vissig naar mijn zin. Maar de vis in de koeltoog ziet er mooi uit. Opnieuw geen idee waar de Deense benamingen voor staan. We wijzen 4 oesters aan, wat roze garnalen, gerookte zalm en witte vis, dat moet lotte zijn. Havtaske dus. Receptjes volgen!

O ja, nog even het havengeld afrekenen! Alles is geautomatiseerd. Met een havenkaart betaal je liggeld, een waarborg en een krediet voor elektriciteit, douchen of gebruik wasmachine. Bij vertrek worden waarborg en het eventuele saldo van je krediet teruggestort. 119 DKK liggeld en 17 DKK voor de douches? Amper 18,00€…

Impressies van een overtocht

Zeebrugge – Thyborøn – 4 juli tem 7 juli – 380 mijl

We hebben een derde bemanningslid aan boord. Je ziet hem niet maar hoort hem wel. Hij fluit, zoemt en zingt. Ik hoor hem aan bakboord, ik hoor hem aan stuurboord. Soms, als de wind iets anders invalt, lijkt hij te tsjilpen als een vogel. Hij is het meest in zijn nopjes bij voordewindse koersen, dat hoor je. Niets voert hij uit aan boord, maar hij houdt er de sfeer wel in!

In alle weerberichten zien we ze komen. Twee lagedrukgebieden die naderen van op de Atlantische Oceaan, en die zich ergens ten zuiden van Ierland aan elkaar gaan vasthaken om zich dan, schouder aan schouder en met gebundelde kracht door het Kanaal te persen. Als één dikke depressie zullen ze onderweg voor een pak wind zorgen. En misschien is dat niet eens zo slecht! Want de voorspellingen tonen hoe ze hun pad bij aankomst op de Noordzee naar het noordwesten gaan vervolgen. Als wij ten oosten van hun tegenwijzerzin tollende traject blijven, gaan we achtereenvolgens zuidoost, zuid en zuidwestenwind krijgen. En dat is nu precies wat we willen. Dat het veel wind zal zijn, deert ons niet, bij ruime wind is alles anders.

Zondagavond zes uur, we vertrekken uit Zeebrugge. In het westen ziet de hemel er dreigend uit, donkerblauwe massieve wolkenmassa’s rollen hun spierbundels. Maar het waait matig uit het oosten en we hebben er vertrouwen in dat de buien bij ons vandaan zullen blijven. Heel af en toe weerlicht het in de verte, gevolgd door een grommend gerommel.

Eén keer haalt een bui toch kort uit met shiftende wind en striemende regen. Las worstelt aan het roer. Het duurt maar even.

Maandagavond tien uur, de wind is nu zuidwest. In de eerste 24 uur maakten we 138 mijlen op een mooie vlakke zee. Enkel om de Maasmond te kruisen hebben we de motor bijgezet. Het dreigende weer heeft plaatsgemaakt voor gewoon grijs maar aan het eind van de dag klaart het zienderogen op. Hoge windpluimen verschijnen aan de intussen helblauwe lucht, iets later worden dat lage wollige pakken, aan de horizon groeien bloemkolen. Maar de barometer blijft onveranderd op 1000mb hangen. Vlammend zakt de zon in de zee, de lucht gloeit nog lang na in wilde tinten van dieporanje, over felroze tot paars, voorbode van wat komen gaat?

Dinsdagochtend, daar is het. Terwijl de barometer zienderogen daalt, trekt de wind evenredig aan, zuidoost nu. We lopen soepel, de intussen grotere golven die schuin achter inkomen, rollen met gemak onder de boot door. Achter het zakdoekje dat onze gereefde genua nu is, lopen we zeven, acht knopen. De windmeter gaat van 25 knopen naar 35 knopen. We tikken nu en dan ook meer dan 40 knopen aan. We verbazen ons over het comfort aan boord bij ruime wind. In de loop van de dag kruipt de wind meer naar het zuiden en neemt geleidelijk af. Omdat we nu pal voor de wind varen, gaan we rollen en wordt het binnen een klutsboel. Dat stelt niet alleen de zenuwen op de proef maar ook de spieren… Het voortdurend opvangen van de bewegingen van de boot, het is een stiekeme fitness.

Woensdagnacht, het lijkt maar niet donker te worden. Tussen donkere wolkenpartijen zitten lichte stukken lucht, een smal maansikkeltje glanst. In het afgelopen etmaal haalden we 154 mijl, Thyborøn is niet ver meer af, de wind waait matig.

Woensdagochtend, de opnieuw harde zuidenwind voert een stinkende vislucht met zich mee. Het maakt niet uit, we zijn helemaal blij. 63 uur na ons vertrek uit Zeebrugge varen we Thyborøn binnen. We hebben 380 mijl afgelegd!

Koerswijziging!

Vrijdag 2 juli 2021

Raar weer is het, kijk maar naar buiten. Plakkerig, druilerig, triestig. En verwarrend is het minste wat je van de weerberichten kan zeggen, te koud, te warm, geen wind, te veel wind. Het klimaat slaat op hol. Rare tijden zijn het, lees maar het nieuws. Pandemie, oorlogen, gebakkelei in de politiek, het houdt niet op…

Maar raar weer of rare tijden, we jakkeren door, werken, eten, slapen, we worden door onze agenda’s geleefd. We stelen nu en dan wel vrije tijd om leuke dingen te doen, maar het is vaak jagen om die vrije tijd geregeld te krijgen. En daarna moeten weer dingen worden ingehaald, het gaat maar door.

We verlangen al een tijdje naar een ander ritme, willen kunnen kiezen wat we gaan doen en wanneer. Lees: langere tijd gaan varen. Lees: vertragen. En zo komt het dat we na het nodige wikken en wegen de knoop hebben doorgehakt. Eind dit jaar stoppen we allebei met werken! 2021 staat bij ons dus in het teken van die koerswijziging. Zo zijn we afgelopen voorjaar verhuisd naar een kleiner huis, handig in onderhoud, gemakkelijk om voor een langere tijd achter te laten. Maar wel een pied-à-terre, een voet-aan-land, voor als we dat willen…

Downsizen vraagt om selectie, ontspullen met een grote O. En ik kan je verzekeren, een mens verzamelt wat! Alles gaat door mijn handen. Er zijn drie mogelijkheden, houden, weggeven of weggooien. De spullen blijven komen, het is een tijdreis door onze levens.

Door die verhuizing, die ik toch wat had onderschat, blijft er weinig boot-tijd dit voorjaar. Eerst is er de verhuis en dan het wennen aan het nieuwe huis. En de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet goed ben in veranderingen, het brengt me uit mijn evenwicht. Door de tijd die ik nodig heb om te wennen is er in mijn hoofd even geen plaats voor boot noch blog. Bovendien beperkt Covid het zorgeloos reizen, het Verenigd Koninkrijk waar we gewoonlijk meer dan één lente-zeiltocht naar ondernemen lijkt wel een belegerde vesting, enerzijds door de Brexit en anderzijds door de strenge Covid quarantaine-maatregelen.

Maar koerswijziging of niet, geen zomer zonder zeilvakantie. En zo stomen we onszelf én onze boot in een mum van tijd klaar om een maand te gaan zeilen. Maar waar gaan we heen? Amper een week of twee voor vertrek valt de keuze op Denemarken en misschien ook Zweden. Al sedert het lezen van het mooie boekje ‘Op zee’ van Toine Heijmans, heel wat jaren geleden, heeft voor mij de plek Thyborøn een zekere aantrekkingskracht gekregen.

Ook de namen Jutland, Kattegat en Skagerrak spreken tot de verbeelding. En bij het nog eens bekijken van de Scandinavië reis in 2020 van de mooie Breehorn 41 DanceMe op Polarsteps, valt de beslissing, we gaan die kant op! We stippelen geen reisplan uit, hebben geen programma. We verkiezen om ons dag per dag te laten inspireren, uiteraard altijd afhankelijk van het weer…

En zoals ik al zei, het is raar weer. Als op vrijdag 2 juli alles is ingeladen, er diesel en water is gevuld en wij klaar zijn voor vertrek, laat de wind het afweten.

Voor de komende twee dagen is er weinig wind uit variabele richting voorspeld. En regen. Ik scroll door weerberichten en grib files en besluit dat we pas vanaf maandag kunnen gaan. Ik tel de mijlen uit, het zijn er 380, maak een route aan op de elektronische kaart, teken ze ook met potlood op de papieren kaarten en becijfer dat Thyborøn halen in drie etmalen moet kunnen.

Wachten op de wind doen we niet in thuishaven Nieuwpoort, we zeilen op zaterdag alvast naar Zeebrugge.

Een kleine koerswijziging maar een boost voor het vertrekkersgevoel!

Tussen wal en schip

Ik citeer: “Dag Adelheid en Las, jullie letten toch goed op mijn teakhouten opstapje dat enkele weken geleden op jullie tussensteigertje werd geplaatst? Ik was het vergeten bij het uithalen van mijn boot (half november) en een kennis van mij heeft het dan maar bij jullie geplaatst. Hopelijk is het vandaag niet gaan vliegen! … Van Rudolf, de schuintegenoverbuur, Fox TWO”

Een berichtje van 27 december 2020.

Op een dag stond het daar. Het teakhouten opstapje waarvan sprake. Midden op het tussensteigertje tussen ons en onze buurman. Het houten bankje had ons verbaasd want de catamaran naast ons heeft een zeer laag vrijboord waardoor het onwaarschijnlijk was dat de eigenaar een opstapje nodig zou hebben om op zijn boot te komen. En toen kwam het verhelderende berichtje. Mysterie bankje opgelost. Wegvliegen zal het niet snel doen. Ten eerste is het ding van massief teak en dus behoorlijk zwaar. Ten tweede zit er een vrij lange metalen ketting aan vast die, in het water hangend tussen de planken van het ponton, het bankje stevig op zijn plaats houdt.

21 februari 2021

Na weken winterkoude kondigt zich een prille lenteprik aan. Ongewoon zachte temperaturen, een zuidenwind van zo’n 5 beaufort. Met een aflandige wind als deze is de zee vrij plat. We laten dit heerlijke zeilweer niet liggen en maken er een weekendje Blankenberge van.

De wintertent die over de kuip zit, halen we er voor het eerst eens af. Fluitje van een cent, drukknopen en linten losmaken, het frame uit de winchgaten tillen, buizen uit elkaar halen, de stof uit de rail schuiven en opplooien. (applausje voor Toussein)

Heerlijk binnen is nu weer heerlijk buiten.

img_3491-1img_3492

Bij terugkeer in Nieuwpoort op zondagnamiddag genieten we bij een drankje nog even na in het zonnetje en beginnen dan met opruimen. Zoals gewoonlijk bekommer ik me om alles wat binnen betreft, koelkast leeghalen, weekendtas vullen, opruimen. Las is buiten in de weer met de waterslang om het zout van deze eerste pittige zeiltocht af te spoelen. Ik hoor hem wat stommelen aan dek. En dan is er een ander geluid, en een gedempte kreet. Ik hóór dat er wat is, laat vallen waar ik mee bezig ben en storm naar buiten. Ik zie hem niet. En dan toch, ik zie hem wel. Niet op de boot, maar in het water, tussen het pontonnetje en het schip van de buren. Het hoogst verontwaardigde ‘Ik ben in het water gevallen!’ dat hij vanuit zijn benarde positie brult, is geheel overbodig.

Ik kom dichter maar voel me eerder hulpeloos. Hij mag dan wel een lichtgewicht zijn, zomaar even uit het water tillen is er niet bij. Op de ‘Heb je je pijn gedaan?’ knikt hij vloekend en ik zie de flinke schrammen op zijn onderarmen. Er volgt nog wat onsamenhangende tekst die minder voor publicatie geschikt is. En waarin het teak bankje de hoofdrol speelt. Ik help hem uit het water klauteren en zoals je een pasgeborene snel checkt op tien vingertjes, tien teentjes en nog wat dingen, scan ik hem van kop tot teen. De ‘schade’ valt wel mee.

Terwijl ik hem van droge kleren en de eerste zorgen voorzie, luister ik geduldig naar zijn relaas…

Een waterslang die je van de haspel afrolt en tot bij je boot sleept, blijkt altijd weer dat eindje te kort. Dan trek je even nog een stukje, en nog een stukje. En keer op keer, om een onverklaarbare reden, blijft die snertslang ergens achter haken, meestal een klamp. Of, in een poging zich weer te willen oprollen, klapt ze dicht en komt er geen water meer uit. Alleen geduld helpt in zo’n geval. Geduld om eerst voldoende slang af te rollen, geduld om de krullen te ontkrullen. Maar als je ongeduldig bent en probeert om, achteruit lopend, de boot te blijven spoelen, de slang een stuk verder te trekken én ze tegelijkertijd ook nog van achter een klamp probeert te zwaaien, dan durft het wel eens misgaan. Zeker wanneer een teakhouten bankje je stiekem staat op te wachten…

Moraal van het verhaal: onderschat de gevaren in de haven niet, want voor je het weet beland je tussen wal en schip…

Varen met Valentijn. Of niet?

Ik: ‘Ik voel me niet goed…’

Hij: ‘Hoezo?’

Ik: ‘Oh, nee, ik voel me écht niet goed! Ik denk dat ik moet…’ Ik spurt naar het toilet.

Als ik iets later terugkeer, leeg, trillend en slap, zit Las er ook wat verslagen bij, de wangen grijs.

Hij: ‘Ik voel me ook niet goed…’

We zijn thuis, een dag voor Valentijn en hebben net geluncht met soep. We hadden het niet echt geproefd, maar weten het nu wel zeker. Die soep was niet meer goed…

Het had een romantisch weekend moeten worden. Rood omcirkeld stond het in mijn agenda. Omcirkeld is niet het juiste woord. Omhart is beter. Een vet rood hart rond het Valentijnsweekend. Begrijp me niet verkeerd, we gaan normaal gezien niet mee in die opgeklopte hype van hugs en hartjes, maar begin november van vorig jaar was er dat ene nieuwsbericht dat me op een idee had gebracht. Een idee dat ik zou uitvoeren op zondag 14 februari 2021…

De man die toen in het nieuws kwam had een bijzondere wandeling gemaakt. Ooit had hij ontdekt dat een van zijn vele wandelingen de vorm van een figuur had gekregen, te zien in Strava, de sport app op zijn smartphone. Na die toevallige ontdekking ging hij doelbewust bepaalde figuren wandelen. Zijn in 70 km bijeen gewandelde ‘dank u wel‘ als eerbetoon aan de zorgsector haalde het nieuws.

Als je een ‘dank u wel’ kan wandelen, zou je dan geen ‘ik hou van je’ kunnen varen, dacht ik en haalde er de Navionics kaart op de Ipad bij. Omdat tekst algauw te ingewikkeld bleek, stippelde ik met 18 waypoints een mooie hartvormige route van 4 mijl uit voor de havengeul van Nieuwpoort. Fier als een gieter bewaarde ik de route onder de naam Love 2021. Met Valentijn zouden we die route gaan varen, zoveel was zeker.

En dan, zowat een week voor Valentijn, begint het te winteren. En niet zomaar een beetje. Een heuse koudegolf zorgt voor sneeuw en ijsdagen, dagen waarbij ook overdag de temperaturen onder het vriespunt blijven. Op het strand haakt sneeuw zich in het zand, op het ondiep water in de kelletjes, de plassen tussen de banken, vormt zich met halftij een flinterdun laagje zilt ijs waar zeewier en schelpen in vast komen te zitten, de branding bevriest, zanderige ijsschotsen schuiven ruisend over elkaar heen, helmgras verstijft. En ook de jachthaven vriest dicht. Althans, die hoek van de havenkom waar wij liggen, zowat op het verste punt van het stromende water in de Ijzermonding, waar ijs geen vat op heeft. Varen is geen optie… Daar gaat mijn hart.

Foto: Johan Tas (www.ossian.be)

Niet varen maar tóch het Valentijnsweekend aan boord doorbrengen wordt plan B. En toen was er de soep… En hier zitten we, allebei mottig, moe en met slappe benen.

Hij: ‘We kunnen ook thuisblijven, hee.’

Ik: ‘Nee, echt niet hoor. Nog liever mottig aan boord dan mottig thuis.’

Hij: ‘Ok, naar de boot dan!’

Het vriest stenen dik maar aan boord is het gezellig warm. We knappen zo snel op dat we ons ’s avonds toch aan een glaasje bubbels wagen. En ook wel genieten van een lichte maaltijd met een wijntje er bij.

De volgende ochtend kom ik mijn bed pas uit een uur nadat mijn schipper de verwarming heeft aangezet… Binnen is het knus, buiten is de wereld nog bevroren.

We voelen we ons weer kiplekker. ’s Middags trekken we de wandelschoenen aan. Al is de dooi op komst, het is nog ijzig koud door de schrale, ijzige oostenwind die er staat. We wandelen door het natuurgebied van de Ijzermonding, besluiten dan om het veer te nemen naar de overkant om zo langs de havengeul en de visserskaai terug te stappen.

En zo varen we dan tóch op Valentijn…

Van herfst tot Kerst…

31 december 2020

Aan het eind van het jaar kijk ik graag achterom. Ik kijk hoe dan ook graag achterom. Dwalen door foto’s, herinneringen ophalen, blogposts schrijven, het gaat altijd over dingen die voorbij zijn. Mijn schipper, eerder nuchter dan nostalgisch van aard, vindt achterom kijken maar niets. Hij leeft in het nu en kijkt vooruit.

Pat Panick blijft in het water deze winter. Dat besluit kwam er toen Covid-19 onze boot van november 2019 tot juni 2020 gegijzeld hield op de Breehorn werf in Friesland en we het de hele lente zonder boot moesten stellen. Vervolgens hadden we zoals zovelen niet de zomer die we gedroomd hadden. In plaats van twee maand naar de westkust van Schotland, werden het drie weken Normandië en een hapje Bretagne. Intussen zijn we, nog steeds met de hete adem van het akelige virus in onze nek, via de herfst in de winter én in 2021 gerold…

In de week voor Kerstmis wordt in Vlaanderen elk jaar de Warmste Week georganiseerd. Dit jaar geen geldinzameling voor een goed doel maar een bedank-week. In de slotuitzending op Kerstavond komt Martine Tanghe aan het woord, moeder aller nieuwsankers en net met pensioen na een carrière van 42 jaar. Met haar warme stem vertelt ze hoezeer ze onder de indruk was van de talloze dankbetuigingen bij haar recente afscheid van het tv-scherm.

Dankbaarheid, wat is dat mooi.

En nu, zo aan het eind van het jaar besef ik dat er twee manieren zijn om achterom te kijken. Je kan jezelf beklagen om wat je niét hebt kunnen doen, of je kan achteromkijken en dankbaar zijn om wat je wél hebt kunnen doen. En als ik terugblik op afgelopen herfst, door de tweede corona-golf ook een seizoen met opnieuw veel beperkingen, zie ik veel waar ik, ondanks alles, dankbaar om ben…

September 2020

Dankbaar voor dat zonnige zeilweekend naar Cadzand, met de fietsjes langs het Zwin naar Knokke en terug, en haiku’s onderweg.

Dankbaar ook voor die mooie oversteek naar Dover, de laatste keer naar de UK, vooraleer Brexit een feit is…

Oktober 2020

Dankbaar voor wondermooie herfstluchten. Met dat licht dat onze grijze Noordzee onverwachts die unieke groene kleur geeft. Dankbaar ook om net vóór een fikse regenbui afgemeerd te liggen in Zeebrugge. En de volgende dag met stralend weer terug te kunnen zeilen.

Dankbaar ook voor nog een zeiltochtje naar Blankenberge, dat er eind oktober verlaten bij ligt. Wanneer we er impulsief take-away willen bestellen bij de Oesterput schrik ik van de norse stem aan de andere kant van de lijn. Of we niet weten dat we een dag op voorhand hadden moeten bestellen? Maar o zo dankbaar als dezelfde stem, iets minder nors nu, verder gaat met: “Vooruit dan, kom maar halen, 18:00!”

November 2020

De bekleding van ons stuurwiel is aan vernieuwing toe. Spannend om een doe-het-zelf-setje te bestellen bij stuurwielleer.nl met enkel buis- en stuurwieldiameter en gewenste kleur als gegevens… Enkele dagen later komt het pakketje toe: een lap soepel leer met voorgeprikte gaatjes, tape, een naald en gewaxt garen. Ik ga aan de slag, maak kruisjessteken met twee garens, opletten bij het rijgen, steeds dezelfde steek onder en boven. Zuidwest, noordoost, noordwest, zuidoost en opnieuw. Wat ben ik dankbaar als 360° later het leder blijkt te passen als een handschoen…

December 2020

Het jaar loopt ten einde, en Covid-19 of niet, we maken het gezellig met kaarsjes, lichtjes en een kerstboom, ook aan boord. Om de wintertijd comfortabel door te komen droomt mijn schipper al langer van een tent voor over de kuip. Niemand kan dit mooier maken dan Toussein uit Brugge. Zij begrijpen niet alleen precies wat we willen, ze maken het bovendien mooier dan we hadden durven dromen. We doen het ons schip cadeau en maken er meteen dankbaar gebruik van, zowel met Kerst als met de jaarwissel.

Aan iedereen de allerbeste wensen voor 2021!

Laat er ons een jaar van dankbaarheid van maken…