Gered!

20 maart 1940

“Toen ze dachten iedereen van het schip te hebben gehaald, hoort de bemanning van de reddingsboot verbaasd de scheepsbel luiden.

Te midden van de vlammen, hoog als een dubbeldekker, ontwaren ze een man op het dek. Het is de kapitein van de SS Barnhill. Te zwaargewond om zich nog te kunnen bewegen, luidt hij de scheepsbel, het touw tussen de tanden geklemd…”

3 mei 2019, Eastbourne, Sovereign Harbour

Terwijl ik de ontbijttafel dek, zit Las gekluisterd aan het schermpje van zijn telefoon, iets wat zelden gebeurt. Als het YouTube filmpje afgelopen is, trekt hij aan mijn mouw. ‘Dit moet je zien..’ zegt hij, duidelijk onder de indruk.

Juli 2018

Kalm vertelt een man hoe hij tijdens een zeilwedstrijd -alle hens aan dek!- uit de kajuit wordt geroepen. Het is nacht, een niet aangekondigde storm raast over Lake Michigan. In zijn haast krijgt Mark, zo heet de man, de sluiting van zijn reddingsvest niet dicht en laat het maar zo. De spinnaker moet naar beneden en snel. Door het veel te grote zeil is de boot als op hol geslagen en nauwelijks te besturen. En dan gebeurt het. Mark valt overboord..

De Meridian X, haar spinnaker nog steeds niet naar beneden, verwijdert zich aan een rotvaart van de drenkeling… Pikdonker is de nacht…De wind trekt aan tot 50, 55knts…

Ik bekijk het filmpje, Las kijkt nog eens mee. Op zee kan het dus echt wel fout gaan, maar in dit geval loopt het gelukkig goed af… De Amerikaanse zeiler wordt gered, dankzij het fluitje van zijn reddingsvest…

We zeilden op 1 mei van Nieuwpoort naar Dover, op 2 mei van Dover naar Eastbourne en vandaag gaan we met onze fietsjes de omgeving verkennen.

Een in het havenkantoor opgepikt toeristisch blaadje noemt de toppers van Eastbourne. De pier, Beachy Head, de kiosk op de Grand Parade, het RNLI museum… We waren hier al eerder maar het RNLI museum bezochten we nog niet. Na een ommetje op de pier, rijden we er naar toe.

Museum blijkt wel een heel groot woord voor de kleine ruimte, volgepropt met ingelijste foto’s van bootjes in wilde zeeën, stoffige modelscheepjes en curiosa, helemaal achterin een RNLI winkel, ondergebracht in het voormalig reddingsstation van Eastbourne.

De RNLI, de Royal National Lifeboat Institution is een liefdadigheidsinstelling van bijna 100 jaar oud, die onafhankelijk van de Coastguards en de overheid opereert. Vanuit 238 reddingsstations, met 444 reddingsboten en ruim 40.000 vrijwilligers redt de RNLI dagelijks boten en bemanningen uit benarde situaties op zee… Donaties en giften, groot en klein maken hun werking mogelijk. Ik heb een grenzeloze bewondering voor deze organisatie en wanneer we op onze zeilvakanties in Engeland een RNLI winkel zien, lopen we er vaak binnen om iets te kopen, een koffiemok, snoepjes, een keukenhanddoek, herbruikbare boodschappentasjes… In Whitby is het museum echt een bezoekje waard, en in Arbroath, Schotland is de enige lifeboat te zien die nog van een helling het water in gaat. Er zijn niet alleen de lifeboats, maar ook de lifeguards. Dat zijn de redders op het strand, te herkennen aan hun geel met rode outfits.

’s Middags doen we ons te goed aan (very british) fish and chips, mét salt and vinegar, of course! Later op de dag -het grijze weer heeft plaats gemaakt voor een frisse blauwe lucht met sneeuwwitte wolken- fietsen we nog een stuk langs het keienstrand richting Pevensey Beach.

Een plakkaat met toeristische info op het strand trekt onze aandacht. Het beschrijft een stuk geschiedenis van ruim79 jaar geleden.

20 maart 1940

Ter hoogte van Beachy Head wordt het cargoschip de SS Barnhill door een Duits vliegtuig gebombardeerd. Een inferno. Brandend drijft het schip traag tot voor het strand van Pevensey waar het uiteindelijk zal zinken. De helden van de RNLI kunnen 32 van de 34 bemanningsleden van het schip halen. Waar onder als laatste de kapitein van het schip. Hij wordt als bij wonder teruggevonden midden de vuurzee.

Het enige wat in 1940 de zwaargewonde kapitein O’Neill nog kon was de scheepsbel luiden op zijn brandend schip. Toen de redders dit hoorden, keerden ze nog één maal terug naar het schip.

Ik denk terug aan het YouTube filmpje dat we vanochtend bekeken. De Amerikaanse zeiler werd gered door als een gek op het fluitje van zijn reddingsvest te blijven blazen. Als bij wonder hoorden zijn makkers het en konden hem redden.

Een scheepsbel, het fluitje van een reddingsvest, het verschil van leven en dood…

Wanneer we de volgende morgen net na laag water Eastbourne buitenvaren, kunnen we de resten van de SS Barnhill  zien, als stille getuigen van deze ramp…

En hier het YouTube filmpje: man overboord

Schatten van Britten

(Goede) Vrijdag 19 april 2019

Bloederig. Hij zegt het letterlijk. Niet één keer maar zowat in elke zin. Bloody

We liggen net afgemeerd aan de Halfpenny Pier in Harwich na een schitterende, zonnige zeiltocht. Deze ochtend vaarden we Nieuwpoort buiten bij het krieken van de dag, een droom van een noordooster blies ons 78 mijl naar de overkant in iets minder dan 14 uur.

Zagen we weinig volk op zee, hier aan Halfpenny Pier ligt het vol. Op het enige vrije stuk steiger prijkt een plakkaat. Please be aware. Gevolgd door de mededeling dat schepen van meer dan 20m voorrang krijgen aan dit ponton… Veel opties zijn er niet. In binnenvaren in Shotley marina hebben we geen zin en we zijn te moe om nu nog een eind de rivier op te varen en aan een mooring te gaan liggen. Een paar mensen van de andere jachtjes nemen vriendelijk onze lijnen aan. Tenslotte staat er ook niet dat het verboden is, toch?

Als we iets later in de kuip aan het avondeten zitten, met zicht op een dieporanje avondlucht boven de rivier, komt de havenmeester langs. Een luide goedlachse kerel die met veel verontschuldigende handgebaren komt uitleggen dat we helaas bloody plaats zullen moeten maken. Hij verwacht een tweemaster van 30m, de Lady of Avenel. Maar het bloody schip had hier al bloody uren geleden moeten zijn en het heeft bloody niks van zich laten horen en voor zijn part mogen we hier bloody blijven en vooral eerst en vooral van ons bloody lekker avondmaal genieten. En hij voegt er nog vlug aan toe dat – ook al vindt hij ons bloody sympathiek- we geen Britten meer in België moeten verwachten met ons rode-diesel-gedoe. Maar voor de rest moeten ons vooral nergens bloody veel van aantrekken, gewoon graag even plaats maken voor de bloody Lady of Avenel en er dan maar langszij gaan met de melding dat hij, de havenmeester, gezegd heeft dat het bloody goed was. En weg is hij, met een hartelijke zwaai.

Als de tweemaster anderhalf uur later aankomt, varen we netjes weg van het ponton, blijven even op de rivier wachten tot ze afgemeerd zijn en vragen dan om langszij te mogen komen. Sure, no problem! Grote glimlach en tal van helpende handen om onze lijnen aan te nemen.

(Paas)zaterdag 20 april 2019

Vandaag zeilen we naar het lieflijke Brightlingsea, een goeie 20 mijl verderop in de Thamesmonding. Nog maar eens is de zon volop van de partij. Als we kort na de middag de Colne rivier op varen en rechtsaf nemen naar de Brightlingsea Creek zijn we duidelijk niet de enigen die van het zomers aandoende lenteweer genieten. Het krioelt hier van de boten en bootjes. Opvallend veel zwaardbootjes, catamarans ook. Wat een drukte. Plots komt een snelle motorboot op ons toe gevaren. De man aan het stuur van de boot, zonnebril met oranje spiegelglazen, armen als boomstammen, flink getatoeëerde boomstammen, roept ons toe. Of we een ligplaats willen, misschien? Ja, fijn!

‘Maarrre…, jullie zitten wel midden in het startveld van een  zeilwedstrijd’, schreeuwt hij, ‘over vijf minuten gaan ze! Je kan óf vijf minuten wachten óf nú doorvaren!’

En dan haalt hij de schouders op en schreeuwt lachend: ‘Ga maar, snél, ik escorteer jullie wel… Ik ben de havenmeester!’ en hij stuift er vandoor. Wij er achteraan.

Hij begeleidt ons naar het eerste drijvende ponton aan de overkant van het dorp waar we een royale plek toegewezen krijgen. Dikke meertouwen laten vermoeden dat dit de vaste ligplaats van een werkschip is. Kunnen we hier wel blijven, moeten we ons nog verleggen? De havenmeester wuift onze zorg weg, het schip komt toch niet meer dit weekend, we kunnen hier blijven liggen, no worries! Even later liggen we afgemeerd, neus in de strakke oostenwind, en de zonovergoten kuip heerlijk beschut, mét zicht op de zeilwedstrijd…

De havenmeester vaart ook de watertaxi heen en weer en brengt ons van het ponton naar het dorp en na een frisse wandeling weer terug.

Vriendelijke havenmeesters, ze zijn goud waard…

Uit beleefdheid

Toen de vlag, dertig bij veertig centimeter, rood, geel en blauw, maanden later terugkeerde aan boord van onze Pat Panick, had ik een ‘de cirkel is rond’-gevoel. Het stemde me vrolijk. Voldaan ook. Omdat ik er van bij het begin nooit aan getwijfeld had dat het zo zou gaan…

En nu, hier in Mijdrecht, Nederland, aan een stel bijeen geschoven tafels in de kantine van een bedrijvencentrum, bedekt met tientallen kleurrijke vlaggen, komt de herinnering aan die ene vlag weer aangewaaid. En vraagt het verhaal om verteld te worden. Net als de talloze verhalen in deze kantine. Straks meer daarover.

2016, Kirkwall, Orkney.  Bij aankomst op deze eilandengroep ten noorden van Schotland vond ik het wel gepast om er de plaatselijke beleefdheidsvlag in het stuurboordwant te voeren. En niet die van Schotland… Las vond het overdreven, ’20£ voor een lapje stof, en we zullen hier amper een dag of tien rondvaren! Maar die Orcadians, dat is een volk apart. Die voelen zich niet helemaal Schots, en er stroomt wellicht evenveel Noors als Brits bloed door hun Orcadiaanse aderen. Omdat ze vonden dat een eigen vlag dat gevoel wel eens mocht uitdragen schreven ze in 2007 een wedstrijd uit. Het was namelijk zo dat hun vorige vlag, een rood kruis op een geel veld, te veel op die van het district Ulster in Noord-Ierland leek, zodat ze door het eerbiedwaardige instituut voor heraldiek in Schotland, Court of the Lord Lyon King of Arms, nooit erkend was geraakt… Een postbode uit Birsay won de competitie en de Orcadian Flag was een feit.

Het rood en het geel in de vlag verwijst naar de wapenschilden van Noorwegen en Schotland, het kruis is een Noors kruis en het blauw in de vlag verwijst naar Schotland, de zee en hun maritiem erfgoed…

Een dag of tien wappert de fleurige vlag beleefd onder de eerste zaling aan stuurboord, zoals een beleefdheidsvlag aan boord van een schip hoort te doen. Daarna berg ik ze op onder de zitting aan de kaartentafel. Niet voor lang, maar dat weten we nog niet.

 Zo’n 100 mijl verder… Groot is onze verrassing als we op Out-Skerries, één van de Shetland eilanden, solo-zeiler Henk en zijn jachtje s/y Rolwolk terugzien. We ontmoetten hem weken eerder in Peterhead, Schotland. Henk zou van daar zo ver mogelijk noordoostwaarts varen, tot aan de Shetlands, om dan rustig terug te hoppen naar de Orkney’s. Wij planden het andersom. ‘Als jij nog naar de Orkney’s gaat, dan neem je toch gewoon onze vlag mee,’ lach ik. En na een zachte schop van mijn schipper tegen mijn scheenbeen: ‘Op voorwaarde dat je die terug bezorgt in Nieuwpoort, natuurlijk..’ Later aan boord volgt nog wat schamper gemopper. Over hoe naïef ik wel ben en zo.

De zomer is al ver op haar eind als we een mailtje krijgen van Henk. Nieuwpoort heeft hij niet kunnen aanlopen op zijn terugtocht. Wel gaf hij onze vlag mee met een zeilend stel uit Nieuwpoort… De naam van de boot is hij helaas kwijt. Het was een naam uit de Griekse Oudheid, een liefje van Zeus, zoiets… Mijn schipper trekt zijn ‘zie je wel’-gezicht.

Ik vertel het verhaal aan een vriendin die in een watersportbedrijf werkt. En dan schieten lot en toeval in actie. Want niet veel later krijgt die vriendin het verhaal te horen van een stel dat afgelopen zomer naar de Orkney’s zeilde, daar een vlag mee kreeg van een Nederlander, maar de naam kwijt was van de boot voor wie ze bestemd was… De bemanning van de Lamia… Kort daarna kan ik tevreden mijn vlag weer opbergen onder de zitting aan de kaartentafel…

En nu nog even terug naar Mijdrecht… Al ligt dit een eind van zee, de mensen die we hier op een zonnige zaterdag in februari ontmoeten denken aan bijna niets anders dan de zee. En hun Breehorn. Want we zijn hier op de eerste vertrekkersdag van de Breehornzeilers. Negen stellen die binnen de drie jaar voor langere tijd weg willen met hun boot zijn hier samen gekomen en als ervaringsdeskundigen zijn Bertie en Martin van de Blue’s aanwezig. Jarenlang zeilden ze in Caraïbisch gebied en sluiten wegens leeftijd en gezondheid dit hoofdstuk af. Alle beleefdheidsvlaggen die ze in die tijd verzamelden liggen op tafel, achter elke vlag een kleurrijk verhaal.

Er wordt druk van gedachten gewisseld die dag en na afloop zijn we niet alleen heel wat tips rijker, we mogen elk een paar vlaggen meenemen. Kiezen doen we niet, we laten het gewoon aan het toeval over…

Vieren!

vie·ren (vierde, heeft gevierd) 

1: feestelijk doorbrengen of gedenken: zijn verjaardag vieren.

2: laten uitlopen of schieten: de teugel(s) (laten) vieren, minder streng gaan optreden

Vieren in de eerste betekenis van het woord kent iedereen. Maar als er op een boot ‘vieren!’ geschreeuwd wordt, gaat het meestal niet over feesten.

Dan weet je dat je -snel, snel!- een lijn moet lossen. De schoot, bij voorbeeld, omdat de boot door te veel druk in de zeilen vervaarlijk gaat hellen, onbestuurbaar wordt, uit het roer loopt. Of een landvast die te strak gehouden wordt bij een aanlegmanoeuvre. Of een meertouw in een sluis wanneer het waterpeil sneller zakt dan verwacht, en je moet voorkomen dat je aan de sluismuur komt te hangen…

Deze winter bleef onze boot in het water. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat onze winterse zeiltochtjes -tot hier toe, de winter is nog niet om- op één hand te tellen zijn. Maar op niet onaangename wijze kwam ik tijdens een van die zeiltochtjes tot de bevinding dat vieren in de zin van ‘het is feest!’ en vieren in de zin van ‘lossen, die lijn!’ meer met elkaar gemeen hebben dan je zou denken…

En dat ging zo:

De allerlaatste dag van het oude jaar en de eerste dag van het nieuwe, die willen we graag aan boord van onze Pat Panick vieren en drie vrienden vergezellen ons. Op 31 december gaan we van Nieuwpoort naar Oostende varen. Daar feesten we aan boord en om middernacht gaan we naar het vuurwerk kijken op het strand. Op 1 januari zeilen we terug…

Het mag een feestelijke zeiltrip worden en in de week die er aan voorafgaat, plan ik lekkere dingen, champagne, wijn, een feestmenu. Er komt een kerstboompje aan boord, en kerstlichtjes, kerstservetjes… Ik maak lijstjes om af te vinken. Tot ik een van de vriendinnen bel om het over het feestmenu te hebben, je kent het wel, wie brengt wat mee… Zij wuift mijn plan-drift weg. ‘Bij aankomst in Oostende gaan we toch gewoon met zijn allen boodschappen doen en kijken wat er op onze weg komt, lacht ze, de winkels barsten van het lekkers tijdens dagen als deze!’ Ook goed… Maar allerlei gerechtjes, receptjes blijven door mijn hoofd malen. Koken aan boord, ik vind het leuk. Sedert kort schrijf ik daar ook over op de website Zeilhelden, in de rubriek ‘zee-eten’. De vriendin vindt dat grappig. ‘Je wordt nog de Pascale Naessens voor zeilers’, knipoogt ze. (waarmee ze bedoelt: ‘neem jezelf maar niet te veel au sérieux!’)

Tijdens het boodschappen doen beslissen we: oesters, een vissoep. Wat hebben we nodig? Daar ga ik weer. ‘Wou je nu echt zelf een visbouillon trekken?’ grijnst de ene vriendin terwijl ze een kant en klaar emmertje vissoep aanwijst. Bereid in de vismijn van Oostende, staat er te lezen op het etiket. ‘Waarom moeilijk doen als het gemakkelijk kan?’ grapt de andere vriendin als ze met een schaal voorgesneden stukken vis komt aangelopen. ‘Is bedoeld voor visfondue, maar waarom niet in de soep, handig toch?’ Ik geef ze graag gelijk. Vieren gaan we, loslaten…

Helemaal kan ik het toch niet laten en geef mijn draai aan de feestsoep door een uitje en wat tomaten in olijfolie te stoven vooraleer de kant en klare vissoep, bereid in de vismijn van Oostende, in de pot gaat.

Niet te hard willen, het is een mooi voornemen zo aan het begin van een nieuw jaar. Kunnen loslaten, plannen bijstellen ook. Op een boot is het een goede eigenschap, want vaak lopen de dingen niet zoals voorzien, hoe goed voorbereid je ook dacht te zijn. Lenig en soepel, zo moeten zeilplannen zijn…

Wolken

Wolken

Wat er zo mooi is aan zeilen op zee? Het is niet alleen de zee. Er is ook de lucht. En de wolken. Staalblauwe hemel, geen wolkje aan de lucht, we horen het graag want dat betekent mooi weer. Voor mij is het weer vooral mooi als er ook wolken zijn.Wolken, wolkjes, wat hou ik er van. Ik verzamel ze, een hele collectie heb ik.

En weet je wat ik ook zo mooi vind op zee? Dat het overtollige er weg is. Huizen, auto’s, dingen. Hoe verder je vaart, hoe minder er is. Wat rest is de aangename versie van eenzaamheid. En wanneer er niet zo heel veel meer overblijft, denk: water en lucht, ga je pas echt goed kijken. Die lucht, die wolken, ze staan nooit stil. Altijd in beweging, altijd in verandering. Soms krijgen wolken rare, grappige vormen. De puntmuts van een kabouter. Een krokodil.

Helemaal bijzonder wordt het als de zon er bij komt. Lucht en wolken kunnen je verrassen met de meest onverwachte kleuren.

Muziek

Behalve van wolken, hou ik ook veel van muziek.

Soms hoeft het niet, muziek aan boord, en zijn de geluiden van boot, wind en zee meer dan genoeg. Soms, als er geen wind is, dreunt de motor. Dan is het geluid van de motor genoeg. En soms, soms is het gewoon stil. Als je zacht en traag vaart en golfjes zoetjes langs de romp gorgelen. Als je voor anker ligt. Of aan een ponton in een haven op een windstille dag.

Op zo’n stil moment is het fijn om te luisteren naar muziek waar je van houdt. Minimalistische muziek bij voorbeeld, die doet denken aan uitgepuurde landschappen met verre horizonten, aan de sobere eenvoud van voorbijdrijvende wolken. Zoals de pianostukken van Lubomyr Melnyk. Deze zeventigjarige muzikant uit Oekraïne ontwikkelde een heel eigen stijl, ook wel continuous music genoemd. Het is muziek die stroomt en stroomt, onophoudelijk als eb en vloed. Jaren en jaren ontwikkelde en perfectioneerde hij die aparte manier van pianospelen. Maar hij bleef onbekend, kon met moeite leven van zijn muziek. Tot een hip platenlabel zijn werk uitbracht en een nieuw publiek hem ontdekte…

“When I play I turn into an eagle flying, a dolphin swimming, a cheetah running. I turn into the rain, into the clouds, into the colour of the sky,”…

“Als ik piano speel verander ik in regen, in wolken, in de kleuren van de lucht, …”

Er zijn er die de muziek van Lubomyr Melnyk ophemelen, er zijn er die het maar niks vinden. Misschien hou je er van, misschien ook niet.

Nog even en het is kerst. En aan wie het wil geef ik graag een kerstcadeau… Een paar van mijn wolken, vederlichte wolken, avond- en ochtendwolken, boze wolken en frêle wolken… In ruim tien jaar verzameld tijdens zeiltochten op onze Noordzee.

Er zit ook een strik om heen. 7 minuten en 38 seconden aangename eenzaamheid… Het pianostuk,  Solitude n° 1, uit het album Illirion van Lubomyr Melnyk.

mijn kerstcadeau

 

Fijne feestdagen…

Records en superlatieven

Bloedstollend. De finish van de Route du Rhum 2018. Op 11 november glijdt de Franse zeiler Francis Joyon de aankomstlijn in Guadeloupe over en wint. Nauwelijks 7 minuten en 8 seconden na hem finisht François Gabart. De Route du Rhum, transatlantische solo-zeilwedstrijd van Saint-Malo, Frankrijk naar Point-à-Pitre, Guadeloupe werd voor het eerst in 1978 gevaren en vindt om de vier jaar plaats. Joyon, 62 jaar, wint niet alleen van de 27 jaar jongere Gabart, maar zet ook een record neer. 3542 mijl in 7 dagen, 14 uur en 21 minuten, gemiddelde snelheid 19,42 knopen… Een man en een zeilboot. Hallucinant en onwerkelijk.

Wedstrijdzeilen, ik heb er oprecht bewondering voor, maar zelf zijn we niet zo bezig met snelheid. Dat we niet competitief ingesteld zijn, we zeggen het graag. Maar toegegeven, als onze boot lekker loopt, vinden we het toch fijn. En als niet alleen de wind maar ook de stroming een handje helpen vinden wij een knoop meer ook best opwindend.

1 november 2018 – zeilen van Nieuwpoort naar Dover

De weersvoorspellingen zijn niet veelbelovend voor ons geplande retourtje Engeland. Maar zoals wel vaker, haalt mijn schipper zijn schouders op als ik er voor de zoveelste keer de weerberichten op nakijk. Te lang op voorhand kijken maakt je nodeloos zenuwachtig, vindt hij. En hij krijgt gelijk. De dag voor vertrek wordt een zuidzuidwest van vijf Beaufort voorspeld, ideaal! We vertrekken met het ochtendgloren uit Nieuwpoort aan een gezapig tempo. Zelfs de zon laat zich zien.

Net voorbij Duinkerke krijgen we de stroom mee en lopen vlot 7 knopen. Ter hoogte van Calais worden dat er 8 en meer. Snelheid, het doet iets met een mens. Ik kijk steeds vaker naar onze ETA op de Ipad. En ga ook stiekem mee rekenen. Als we aan dit tempo doorvaren, en de stroming neemt nog wat toe, dan komen we om zo laat aan.. We blijven stevig doorgaan tot in Dover en klokken uiteindelijk af op 7 uur en 55 minuten voor 56,9 mijl, 7,18 knopen gemiddeld. Ik hou geen statistieken bij, maar voor ons voelt dit lekker als een record…

2 en 3 november 2018 – met de trein van Dover naar Londen en terug

Het Kanaal overzeilen van Nieuwpoort naar Dover, de trein nemen van Dover naar Londen en vice versa, zeker niet de snelste manier om te gaan city-trippen in Londen, misschien wel de origineelste, maar ook gewoon leuk. Records, superlatieven, waar je ook kijkt, wat je ook leest, de wereld van vandaag lijkt er voortdurend mee te moeten uitpakken. Las glimlacht als mensen het vol overtuiging hebben over het mooiste strand, de mooiste kust, de mooiste zonsondergang. Hebben ze dan alles al gezien, vraagt hij zich spottend af, en is gewoon mooi niet mooi genoeg?

Londen, dat is een superlatief op zich. De snelst veranderende skyline (Canary Wharf), een pub genoemd naar de beroemdste Britse zeeslag (Trafalgar Tavern), de grootste boot-in-een-fles (maritiem museum, Greenwich), het meest unieke uitzicht over Londen (Emirates Cable Car), de leukste plek voor een herfstwandeling in november (Hampstead Heath) en de populairste figuur uit de Britse maritieme geschiedenis (Admiraal Nelson), die het allemaal onbewogen aankijkt…

En wij, wij boeken onze hoogste overnachting ooit en vergapen ons aan het mooiste nachtelijke uitzicht over Londen…

4 november – zeilen van Dover naar Nieuwpoort

Bij het krieken van de dag vertrekken we. We zijn de haven nog niet uit wanneer, net als de zon opkomt, de hemel enkele tellen fel oranje en purper kleurt. “Wacht, wacht!”, gil ik en spurt naar binnen om mijn camera te halen. “Dit is de mooiste ochtendlucht ooit!” Mijn schipper hijst het grootzeil en glimlacht.

In de loop van de dag zakt de wind helemaal weg en een record zit er niet in. Maar een mooie zeildag was het zeker.

En voor dessert een zonsondergang asjeblieft..

Zomer 2018

Mensen reageren gek op een vakantieverhaal als het onze. Noorwegen, met je boot? Dat is ver varen, zeg. Hoe lang doe je daar wel over? Vijf dagen. Vijf dágen? En dan ook vijf dagen terug? Blik al even ongelovig als meewarig. Slimmerds nemen een vliegtuig, zie je ze denken.

Na Stavanger zit onze vakantie er bijna op… Maar wanneer een vriendelijke Noor ons tijdens een praatje op het ponton nog het eilandje Rott tipt, aarzelen we niet. Daar gaan we nog even langs vooraleer we de 500 mijl naar Nieuwpoort aanvatten. Rott. 2 bejaarde inwoners en wat vakantiehuisjes, rommel op de kade. En stilte. Een Noorse kers op onze Noorse taart.

Nog één nachtje samen doorslapen, nog één wandeling om nog eens flink de benen te strekken en dan gooien we de trossen los om het ruime Noordzee-sop te kiezen. Nogal wat mensen zien zo’n meerdaagse zeiltocht als iets om tegenop te zien. Alsof het zonde is van de tijd… Voor ons is het gewoon een deel van onze vakantie. Dagen worden nachten worden dagen. Zonsopgangen en zonsondergangen. Notities in het logboek om de één à twee uur vullen bladzijde na bladzijde.. Niet alleen dat dag en nacht zeilen -stoppen jullie dan ergens om te slapen, nee hoor- is voor velen moeilijk te vatten.

Ook over het eten aan boord worden veel vragen gesteld. Ravioli uit blik, instant noodles of corned beef? Niet dus. “Qu’est-ce qu’on mange ce soir?” Het was tijdens zeilvakanties uit mijn jeugd de dagelijkse vraag van Alain, zeilvriend van onze familie. “Wat eten we vanavond?” Het zou een niet zo vreemde vraag zijn, als ze niet elke ochtend al tijdens het ontbijt werd gesteld… Eten aan boord, en in het bijzonder de warme maaltijd, speelt een niet te onderschatten rol tijdens een meerdaagse zeilreis. Het zorgt niet alleen voor de nodige energie, maar net als notities in het logboek brengt het rust en structuur in lange dagen. Dreigt je tijdsgevoel wat wazig te worden op zee, dan zorgen ontbijt, lunch en avondeten voor houvast. En een hartige, geurige, dampende maaltijd, dat is hartverwarmend als een warme muts of droge laarzen. Daarom rond ik dit reisverhaal graag af met 10 eet-ideetjes voor warme maaltijden op zee. Het is wat ik bereidde tijdens onze heenreis naar en terugreis van Noorwegen. Op een eenvoudig gasfornuis. En telkens met een zonsondergang als dessert…

De heenreis. Nieuwpoort – Skudenes. 6 – 10 juli 2018

1. Courgettes gevuld met gehakt, aardappelen

Courgettes – gehakt – uitje – look – peper – zout – tijm – oregano – aardappelen

Courgettes wassen, niet schillen. Doormidden snijden en uithollen met een lepel. Vruchtvlees fijnhakken en samen met een gesneden uitje en look mengen met het gehakt. Kruiden met peper en zout, tijm en oregano. Courgette helften vullen met het gehakt-groenten mengsel en in de oven. Aardappelen koken.

Tip: niets zo handig als een ovenschotel. Met een gasoven is het soms wat zoeken, de temperatuur is minder goed verdeeld dan in die luxe heteluchtoven van thuis. Zet het gas niet te hoog, draai je ovenschotel af en toe en heb wat meer geduld.

2. Ratatouille en kippenfilets 

Paprika’s in drie kleuren – aubergine – ui – look – peper – zout – tijm – oregano – laurierblad – kippenfilets

Uitje en look stoven in olijfolie. Fijngesneden paprika’s en aubergine toevoegen. Peper, zout, tijm, oregano en een laurierblad. Kippenfilet bakken.

Tip: met deze groenten heb je wellicht te veel voor twee. Bewaar het afgekoelde overschot in een vershoud-doos in je koelkast en eet het de volgende dag koud bij de boterham of slaatje.

3. Steak, champignons en gebakken aardappelen

Steak – champignons – boter – aardappelen – peper – zout

Aardappelen koken, afgieten en in dikke ‘frieten’ snijden. In dezelfde pot de champignons in hete boter stoven en kruiden met peper en zout. Steak naar wens bakken. Als de steak bijna klaar is, aardappelen aan de pan toevoegen en even omscheppen tot ze bruin zijn. Champignons toevoegen.

Tip: voor dit gerechtje gebruik je slechts één pot en één pan. Weinig afwas in je kombuis is belangrijk. Ten eerste omdat afwassen niet zo leuk is. Ten tweede omdat je altijd zuinig bent met water aan boord.

4. Eenpansgerecht met aardappelblokjes, spekjes en sluimererwten

Gerookte spekblokjes – aardappelen – sluimererwtjes

Zet de pan op gasvuur met of zonder vetstof. Als de pan heet is, doe je de spekjes er in. Voeg de rauwe, in kleine blokjes gesneden aardappelen toe. Laat samen bakken. Als de aardappelen bijna gaar zijn, schud je de groentjes erbij. Geef het nog een minuut of tien.

Tip: vanaf windkracht zeven wordt koken aan boord een helse klus. Maar bij zwaar weer wordt een hartige maaltijd meer dan ooit gewaardeerd. Een eenpansgerecht is hiervoor ideaal. En bijna zo gemakkelijk als instant noodles. Maar een pak lekkerder en gezonder! Omdat je eten bij storm zó van je bord waait, serveer je de warme hap beter in een kommetje. En met een lepel, dat eet gemakkelijk.

5. Volkorenpasta met zalm en pesto, tomaten en parmezaan

Gerookte zalm – volkoren spirelli – tomaten – ui – parmezaan – pesto – rucola – basilicum

Kook de spirelli zoals aangegeven op het pak. Laat ui en tomaat sudderen in een bodempje olijfolie. Meng door de pasta en hussel de zalm en de pesto er door. Afwerken met schilfers parmezaan en een nestje rucola.

Tip: pasta afgieten is een spannende klus op een boot. Ik gebruik twee ovenhandschoenen in plaats van de gewone pannenlappen.

De terugreis. Rott – Nieuwpoort. 22 – 26 juli 2018

6. Kip currysaus met champignons, rijst

Kippenfilets – rijst – champignons – ui – curry – kurkuma – peper – zout – bloem – melk

Kip in blokjes snijden en aanbakken in boter. Uitje er bij. Champignons in vieren snijden en laten meebakken. Kruiden met curry, kurkuma, peper en zout. Laten garen op een zacht vuur met het deksel op de pot. Afgieten door een vergiet maar het vocht opvangen. Klont boter smelten, lepel bloem er door roeren en met het vocht tot een saus roeren. Heb je te weinig vocht, dan kun je melk toevoegen. Kip en champignons bij de saus voegen en eventueel nog wat curry toevoegen. Serveren met rijst.

Tip: bij het boodschappen doen zijn houdbaarheidsdatums cruciaal. Ik bereid mijn maaltijden ook in functie van die datums. Kip bederft sneller dan de meeste andere vleessoorten en die gaat dan ook in het begin van de reis in de pan…Verder heb ik altijd een paar ‘noodmaaltijden’ extra, je weet nooit precies hoe lang je op zee zult zijn…

7. Zalmfilet, puree met seter rømme en lenteuitjes, boontjes

Zalmfilet – aardappelen – zure room – lenteuitjes – boontjes – boter – peper – zout – nootmuskaat

Kook de boontjes en houd warm. Kook de aardappelen. Voeg een klontje boter en een schep zure room toe en pureer. Kruid met peper, zout en nootmuskaat. Snij een paar lenteuitjes fijn en roer de snippers door de puree. Strooi de rest van de lenteuitjes over de boontjes. Serveer met de kort gebakken zalmfilet.

Tip: speel niet op veilig als je in een vreemd land je boodschappen doet. Ga voor lokale ingrediënten, ze geven iets extra’s aan de vertrouwde gerechten uit je kombuis. Zeg nu zelf. Laks filet med seter rømme, klinkt bijzonder toch?

8. Chili con carne, nacho’s

Rundsgehakt – rode ui – blikje maïs – blik rode bonen – blik gepelde tomaten – 1 rode paprika – peper – zout – komijn – paprika – chilipoeder of chilivlokken – zure room – lenteuitjes – nacho’s (maïstortilla’s)

Stoof ui en look, voeg gehakt en paprika toe. Kruid pittig. Laat alles wat aanbakken en roer er de tomaten uit het blik door. Geef het wat tijd op een laag vuurtje. Voeg bonen en mais toe en laat nog even goed doorwarmen. Verdeel over kommetjes, bestrooi met gemalen kaas, een schepje zure room en lenteuitjes. Je hebt geen bestek nodig, gewoon dippen met de nacho’s.

Tip: in de supermarkt in Stavanger waren de hoeveelheden voorverpakt vlees te groot voor ons twee. Ik gebruikte de helft in dit gerecht, en bewaarde de rest in een vershoud-doos in de koelkast voor de volgende dag. Vershoud-dozen, je kan er niet genoeg van hebben aan boord. Als je zo veel mogelijk in dozen bewaart, heb je minder geurtjes in de scheepskoelkast!

9. Spaghetti bolognese, less is more

Tomaten – rundsgehakt – ui – look – spaghetti – gemalen gruyère kaas

Stoof ui en look in olijfolie, roer er het rundsgehakt door. Voeg de in stukjes gesneden tomaten toe en laat wat sudderen. Kook de spaghetti.

Tip: als je wat vergeten bent, heb je op zee natuurlijk een probleem. Je kan nu eenmaal  niet ‘even naar de winkel’… Maak je vooral niet druk en doe alsof je gerecht zo bedoeld was. In dit geval: ik had de champignons vergeten…

10. Lasagne, restje spaghetti, courgette (pasta buffet!)

Een pak kant-en-klare lasagne – een restje spaghetti – een halve courgette – look

Zet de lasagne in de oven. Stoof de in blokjes gesneden courgette in olijfolie, geef wat fijngesneden look en voeg het restje koude spaghetti toe. Goed laten doorwarmen.

Tip: niets zo leuk als kliekjesdag, mijn kinderen waren er verzot op. Met restjes maak je nooit twee keer hetzelfde. En het leukt minder culinaire happen zoals deze kant-en-klare lasagna op. Pasta buffet, klinkt geweldig, niet?

Smakelijk!

Een weekend in Stavanger. Veel kleuren, héél veel eten… en olie!

Vrijdag 20 juli 2018

Dingen durven wel eens tegenvallen als je verkeerde verwachtingen koestert. Stavanger dus.

Overdonderd zijn we bij aankomst. Door gigantische cruiseboten, feestgedruis, rijen tenten die het zicht op de stad bederven, en oververhitte Noren die zwetend de zomer van hun leven meemaken. Een food festival, had ik gelezen. ‘Leuk’, had ik gedacht. Maar toen wist ik nog niet dat er tijdens Gladmat zo’n 250 000 mensen in vier dagen over Stavanger heen walsen…

Drie jachthavens heb je hier. Vågen, in het centrum van de stad, is niet toegankelijk wegens het festival, Børevika, het haventje bij het Ojlmuseum ligt afgeladen vol, en dus varen we door naar de iets verder gelegen marina op het eilandje Grasholmen. We zijn loom door de warmte en pas als de zon begint te zakken wandelen we in de zwoele avondlucht naar de stad. Het is vrijdag, het weekend begint en het is de avond voor mijn verjaardag…

Maar de romantische tête-à-tête die me beloofd is blijk ik wel te kunnen vergeten. Er heerst hier een drukte die me nog het meest doet denken aan een luid après-ski terras, veel mensen, veel bier, veel lawaai..

Eerst staan we in de rij bij Fisketorget, een populair visrestaurant waar we aan een tafeltje vlak onder twee luidsprekers belanden, goed voor een miljoen decibels. ‘Hier eet ik niet’, grom ik en we laten het moeizaam verworven tafeltje voor wat het is. Iets verderop langs de kade ligt een groot, groen schip. Iedereen komt er om kongekrabbe of king-krab te eten. Druk druk druk. Als we na lang aanschuiven een plekje bemachtigd hebben, in de avondzon dan nog, ben ik bijna euforisch.

Tot blijkt dat we enkel nog een glas witte wijn kunnen bestellen, de kongekrabben zijn uitverkocht… Een bakje halen aan een van de vele eettenten -heb je die roofzuchtige meeuwen al gezien- vind ik niet meteen iets voor een verjaardagsetentje… We wringen ons tussen de mensenmassa terug naar het eerste restaurant. En kijk, we kunnen aanschuiven aan een lange tafel. Bij een overheerlijke schotel zeevruchten babbelen en lachen we links en rechts met onze onbekende tafelgenoten. De beste remedie tegen onvoorzien feestgeweld is er in meegaan. En champagne…

IMG_5516

Zaterdag 21 juli 2018

Omdat Gladmat pas na de middag op dreef komt gaan we vandaag tijdig op pad om de stad te ontdekken. En was mijn kijk op Stavanger gisteravond al iets roziger geworden, dan krijgt die gaandeweg steeds meer kleur. Fleurige straten, verrassende graffiti, hippe winkeltjes, dit is een vrolijke stad!

En als ik in het Norsk Oljemuseum tijdens een beklijvende kortfilm kennis maak met “Oil Kid” Thomas en de recente geschiedenis van Stavanger, ben ik helemaal onder de indruk. Behoorde Noorwegen in de 19de eeuw nog tot de armere landen van Europa, nu zijn ze in amper twee generaties het zesde of zevende rijkste land van de wereld geworden! De ontdekking en ontginning van flinke voorraden gas en olie in de Noordzee in 1969 veranderden het leven van de gemiddelde Noor kompleet. Een berg geld heeft ook een lastig kantje. Noorwegen werkt hard aan een ecologisch voorbeeldig imago, maar valt dat wel te rijmen met die vervuilende bron van inkomsten? En hoe verleidelijk is het om naar steeds meer olie te willen boren, en wat als die zich in een ongerept gebied als de Lofoten bevindt?

Hoe dan ook, het museum laat op een knappe manier alle kanten van de oliewinning zien. Ik denk terug aan die ene stormachtige dag op onze tocht van Nieuwpoort naar hier. We passeerden toen dicht  langs een van de talloze booreilanden in de Noordzee. Het zal je werkplek maar wezen…

Als de drukte begint toe te nemen zoeken we de rust op van Gamle Stavanger, de oude stad. Stille straatjes, witte huisjes. We ronden af met een bezoekje aan het maritiem museum dat ondergebracht is in een krakend oud houten pakhuis.

Het was geen liefde op het eerste gezicht maar dat is intussen helemaal goed gekomen. Als echte Gladmat-gangers laten we ons meevoeren met de mensenstroom langs de kraampjes, ik laat me verleiden tot wat culinaire verwennerijen, streelzacht gerookte zalm, Noors zeezout… En tot slot nemen we afscheid van Stavanger met een portie romige vissoep!

Afspraakje in Ådnøy, doorzakken op Langøy

Woensdag 18 juli 2018

“A, met zo’n bolletje er op, D, N, O met zo’n schuine streep er door, Y. Ådnøy, ja. Coördinaten? 58°55’1N 5°59’8E. Wat zeg je, we hebben jullie wakker gebeld? O jee, oprechte excuses…” Mijn wangen kleuren rood, maar dat zie je niet over de telefoon. “Nee hoor, geen haast, we zien jullie vanavond of morgenochtend, ook goed, wat er het beste uitkomt…”

Ik heb net gebeld met Jan-Willem van Iskander. En van Renée. Iskander is een Breehorn 41 in een bijzonder mooi blauw. Of is het groen? Iets er tussenin. Maar zo mooi, dat er intussen al meer Breehorns in een vergelijkbare tint rondvaren. We leerden Jan-Willem en Renée kennen op onze allereerste winterontmoeting van de Breehornzeilers. En er was een vage afspraak geweest. Zij planden dit jaar in juli een zomervakantie in Noorwegen, wij ook. Eind juni whatsappen we elkaar onze vaargidsen en kaarten maar veel concreter dan “Ergens in het Noorden borrelen?” wordt de afspraak niet. En zo hoort het ook met een zeilboot…

MarineTraffic verklapt dat ze een week na vertrek uit Nederland niet in Noorwegen maar in Schotland zijn. Daarna in Kirkwall, Orkney. Hm, geen Noorwegen dus. Tot er een verrassend whatsappje komt dat ze van daaruit vertrokken zijn richting Stavanger.

En nu heb ik ze wakker gebeld… Wij zijn vroeg op hier in Lysebotn en het is me helemaal ontgaan dat zij net een tocht van 250 mijl achter de rug hebben. Kort na de middag vertrekken we naar Ådnøyvågen, zo heet het baaitje op het eiland Ådnøy. Las prikte het op de kaart omdat het ongeveer halverwege Stavanger en de Lysefjord ligt en onze Imray Pilot het omschrijft als ‘attractive’ en ‘sheltered’…

De Lysefjord terug uit varen is mooi, en je raadt het nooit, de wind zit weer maar eens lekker tegen. Opnieuw hangen de wolken laag en dreigend boven de fjord, maar later klaart het op.

Wanneer we de baai van onze afspraak binnenvaren, ligt Iskander daar al vredig geankerd in een stralende avondzon. Dus tóch borrelen in Noorwegen!

Het borrelen gaat over in avondeten, het avondeten in dessert en al zijn het de langste dagen van het jaar, het is al pikdonker als Iskandertjes met hun bijboot terugpeddelen…

Donderdag 19 juli 2018

Stil, zomers en mooi is het hier in onze paradijselijke ankerplaats. Luieren in de zon, zwemmen in het koele water, een stukje lezen, meer hoeft niet. Na de middag lichten we het anker en nemen afscheid van Iskander…

Stavanger staat nog op ons programma, maar we stellen de drukte van de stad nog even uit en varen naar het kleine eilandje Langøy. Las prikt het op de kaart omdat het op slechts 2,5 mijl van Stavanger ligt en onze Imray Pilot het omschrijft als ‘attractive’ en ‘convenient’…

We liggen er langszij bij een gezellige Noorse familie die geen neen zegt tegen een Belgisch biertje. Borrelend gaat de avond over in de nacht…

BewarenBewaren

Preikestolen, de onderkant

Vaar je nu helemaal tot het eind van zo’n fjord of niet?

Dinsdag 17 juli 2018

Waren we gisteren óp de Preikestolen, vandaag willen we er met onze boot onderdoor. Als je de Lysefjord in vaart kom je na zo’n 7 mijl langs de beroemde rots en helemaal op het eind van de ruim 20 mijl lange fjord ligt Lysebotn, een beetje het eind van de wereld. Of ja, zo lijkt het toch. Het idee om zo’n fjord helemaal tot het eind uit te varen vind ik onweerstaanbaar. Maar Las, die vindt het eigenlijk maar niets… Door tunnelwerking is zeilen er in zo’n fjord meestal niet bij, de wind kan er gemeen hard tegenzitten. Ook René Vleut van de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee is geen fan. Hij waarschuwt ook nog eens voor de ongemakkelijke houten afmeersteiger in Lysebotn waar je uiterst oncomfortabel kan komen liggen bij westenwind. “Waarom al die mijlen op motor varen, laat ons nu gewoon tot onderaan de Preikestolen varen en dan zien we wel…”

De Noorse zomer heeft een licht onweerachtig kantje gekregen, met sneeuwwitte en donkerblauwe wolken tegen een helblauwe hemel.

De zon speelt verstoppertje. Het ene moment verlicht ze de dikbeboste steile fjordwanden fel, even later verschuilt ze zich en zijn de hellingen duister, dramatisch theatraal. Uit het niets regent het plots warme pijpenstelen, de bui is even snel over als ze gekomen is.

Wat een wisselend schouwspel. Superlatieven schieten te kort. Blauw speelt de hoofdrol. Blauw in alle mogelijke schakeringen. Zwartblauw voor het water, honderden meters diep, hardblauw voor de lucht, teer babyblauw voor de nevel die komt en gaat.

En dan tekent ineens, heel hoog boven ons, het vierkante silhouet van de Preikestolen zich af. Aan de rand zie je een glimp van de mensen boven. Ze hebben net de twee uur durende tocht gedaan, als goden kijken ze uit over de fjord diep beneden en het imposante landschap rondom, ze voelen zich reusachtig. Wij kijken 600m omhoog, voor ons lijken ze piepklein, als wriemelende kevertjes.

En nu heel even, terzijde. Het is niet de eerste keer dat ik hier kom. Welgeteld 41 jaar geleden waren wij hier met de familie, met onze Klabetter, een Spirit 28. En geloof het of niet, daar zijn beelden van. Zoals bij voorbeeld: ik in een oranje plastieken zeilpak -zó 1977!- op een boot onder de Preikestolen…

En 41 jaar, dat mag dan wel lang geleden zijn, deze plek blijft onwrikbaar indrukwekkend. We varen zo dicht mogelijk onder de rotswand door, de dieptemeter gaat niet onder de 80m. De magie van de fjord doet haar werk want terwijl hij mij een kus geeft, vlak onder de Preikestolen, fluistert mijn schipper in mijn oor: “Komaan, het is goed, we varen door tot Lysebotn…”

zo’n 3 uur later…

Voor ons moet Lysebotn liggen. We turen door de verrekijker. Een ferry meert af aan de voor hem bestemde kade. Links er van een houten afmeerwand. Daar moeten we zijn. De ferry vertrekt weer. En dan, zomaar ineens, wordt alles opgeslokt door donkere wolken. Wég hellingen, wég kade, wég alles. Vóór ons één dikke zwartblauwe brij. Een bliksemschicht, gevolgd door een donderslag.

We zijn op amper een kwartier van onze bestemming maar ik schiet de kajuit in om laarzen en zeilkledij aan te trekken. Uren was het warm en windstil, nu steekt uit het niets een kille stormwind op die het fjordenwater tot kleine schuimkopjes klopt. De regen roffelt ze weer plat.

In de stromende regen meren we af, luttele ogenblikken later haalt de zon alweer brutaal uit. Een regenboog, een schoongespoelde lucht, stilte. Lysebotn.

Voor de rest van de avond doen we niet veel meer dan ons vergapen aan de avondlucht.

“Goh, ik ben wel blij dat we tot hier gekomen zijn…” zegt Las nog. Dus ja, helemaal tot het eind van zo’n fjord varen, dat moet je écht eens doen…