Paniek!

Donderdag 15 maart 2018

Over een week zal het lente zijn. Toegegeven, op het merkbaar langer worden van de dagen na is van lente nog niet echt veel te merken. Maar weer of geen weer, toch is daar het moment waar mijn schipper reikhalzend naar heeft uitgekeken. Pat Panick gaat terug het water in na een lange donkere winter! De late winterprik die voor het komende weekend voorspeld is, met vriestemperaturen overdag, kan de pret niet bederven. Een nieuw zeilseizoen begint. Punt.

Om 8h30 zijn wij als eerste aan de beurt. Zeilvrienden Alain en Philip komen ondanks het vroege uur een handje toesteken en dat maakt het toch een stuk relaxter. Ik heb geen vrije dag vandaag, en wil, als het even kan, tegen 10h00 op kantoor zijn.

Een boot, loom schommelend in twee riemen, die door een kraan op wielen over land gereden wordt, ik blijf het raar vinden. En spannend.

Om niet te spreken van het moment dat de kraan de boot boven het water positioneert. Een korte tijd zweeft ons schip met haar ronde buik weerloos in het ijle. En hoe behoedzaam de kraanman haar ook laat zakken, toch schrik je van het knarsen van de banden, van het minste schokje. Pas als ze drijft, durf je weer ademhalen.

Alles loopt gesmeerd. De motor start vlot, we meren nog even af bij het fuel ponton om de eerste 100 liter van het seizoen te tanken en binnen het uur liggen we goed en wel afgemeerd. Aan boord verwissel ik snel zeiloutfit voor kantooroutfit, spring in de auto en plof klokslag tien op mijn kantoorstoel.

Niet heel veel later gaat mijn telefoon. Las. Paniek.

‘Er komt water in de boot!’

‘Heu?’

‘Niet zo heel veel, nee, maar toch, de schroefas, die lekt, dat is niet goed, echt niet goed…’

Daar zit ik, op mijn kantoorstoel. Ik kan niets doen, het voelt niet goed. Aan de andere kant van de lijn hoor ik op de achtergrond de stemmen van de zeilvrienden. Het stelt me gerust. Er wordt beslist dat de boot vandaag nog terug uit het water gaat. En morgen, vrijdag, wordt er naar die schroefas gekeken. En als het euvel kan verholpen worden, kunnen we met een beetje geluk maandag terug het water in. Laat de winter nog maar even zijn gang gaan dit weekend…

Zondag 18 maart 2018

Daar staat ze dan, hoog en droog in de avondlijke vrieslucht. Nog één keer slapen en ze mag het water weer in. Er zit een nieuwe rubber dichting om haar schroefas. Helaas, ik heb geen vrije dag morgen. Maar de zeilvrienden, die zijn al zalig met pensioen en komen trouw terug om mijn schipper een helpende hand toe te steken. Ik ben gerust.

(En beloof hierbij plechtig dat ik hen nooit meer de Grumpy Old Men zal noemen…)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Waar zijn we aan begonnen?

Het is niet dat we zo’n dwarsliggers zijn, maar bepaalde dingen andersom doen vinden wij soms gewoon praktischer. Zoals het vaarklaar maken van onze boot.

Terwijl de botenparking volgestouwd staat tijdens de tergend trage winter, blijven wij rustig in het water, op onze ligplaats. Op milde dagen waaien we eens uit, soms komen we gewoon een weekend aan boord, het is er stil, het is er goed. De Webasto houdt de boot warm, een ontvochtiger slorpt de klamheid op.

Maar als de lente pril de kop opsteekt, kriebelt het om aan de lenteschoonmaak te beginnen. Zo lang we niet uit het water gaan, blijft het bij voorzichtige klussen. Schoten met gerafelde uiteinden krijgen een benaaide takeling. Ik houd niet zo van lijnen met getapete uiteinden.  Dan een nachtje weken in een sopje, op een zacht programma in de wasmachine en terug soepel in een tros.

We halen alle lijnen van het dek, en geven het teak een schoonheidsbehandeling. Met een zachte borstel en zuiver water het meeste groen weghalen, daarna een tweede beurt met bruine zeep en ten slotte instrijken met Boracol. Zon en zee doen de komende weken de rest.

En als na de paasdagen de haven voller en de botenparking leger wordt, gaan wij uit het water. Er is meer plaats, de temperatuur is prettiger om buiten te werken, de dagen zijn langer.

Want we hebben een plan. We gaan het onderwaterschip aanpakken. Bij de keuring van onze boot -toen zagen we voor het eerst haar onderkant- was het ons niet zo zeer opgevallen. Het moet gezegd, het  was pokkenweer toen, regen en wind moeten het zicht beperkt hebben. Of waren we iets té verliefd op haar en vertroebelde dat onze kritische blik? Maar toen ze enkele maanden later in de loods van Breehorn stond, werd Las een beetje ongelukkig bij de aanblik van haar gebobbelde huidje. Resten antifouling vormden een korstig maanlandschap. Maar de enkele plaatsen waar zowel antifouling als coating hadden losgelaten en blank aluminium toonden, kregen op dat moment prioriteit. Er waren nog zo veel klussen, het werd een beetje kiezen. En zo zeilden we ons eerste seizoen met het onderwaterschip ongeveer zoals het was.

Terug naar de botenparking en ons plan. Ronny Nollet van Ship Support heeft ons een krabber geleend. Een professionele verfkrabber. Maar professionele verfkrabber-gebruikers zijn wij niet, zo blijkt. Als Las een tijdje aan de gang is geweest komt Ronny kijken. ‘Je hebt haar een beetje gekieteld, niet gekrabd’, lacht hij breed en toont hoe het moet. In enkele stevige halen komt het rood van de laatste laag antifouling mee, als ook resten oude zwarte antifouling, tot grote delen wit van de coating zichtbaar worden. ‘Mooi de ronding van de romp volgen’, geeft hij nog mee. ‘En ophouden als je moe wordt, anders ga je krassen’. ‘En vooral liefdevol blijven krabben.’ Weer die glimlach. Hij weet wat ons te wachten staat. Wij niet.