Een meeuw aan boord. Grenå en het eiland Samsø.

Grenå

Traag roeit een man over de rivier. Langs het riet roeit de man. Van de rivier gaat het naar de zee en van de zee naar de haven. Een beetje zoals in Melopee van Paul van Ostaijen, maar dan anders. In de boot zit ook een vrouw, naast haar ligt een groot pak. De man roeit de haven in.

De man, dat is mijn schipper. Had hij de benzine van het motortje tijdig bijgevuld, dan was hij nu niet aan het roeien geweest. De vrouw, dat ben ik. En in het pak zit een houten meeuw.

De zeiltocht van 28 mijl van het eilandje Anholt naar Grenå, eerder die dag, was bijzonder omdat ze dwars door het uitgestrekte Anholt offshore wind farm was gegaan. En varen tussen windmolens, 111 in dit geval, in Denemarken mag dat.

In de haven van Grenå valt niet zo heel veel te beleven en dus trekken we er met de bijboot op uit. Het tochtje naar het oude centrum van Grenå, drie kilometer landinwaarts, begint idyllisch, langs rietkragen en onder lage bruggetjes door. Maar ook op een zwoele zomerse namiddag kun je dus zonder benzine vallen. En zo roeien we om beurten geduldig verder naar het stille stadje. In een verrassend knappe interieurzaak vergeten we even de terugtocht die ons te wachten staat en laten ons eensgezind verleiden tot de aankoop van een houten meeuw. We noemen hem Kay, naar zijn Deense ontwerper Kay Bojesen.

Aan de meeuw zit een veer. Maak je die vast aan het plafond dan danst de meeuw zachtjes op en neer. Wat gek, als ik hem vanuit een bepaalde hoek gadesla, zou ik zweren dat hij monkelend lacht…

Samsø

Ik ben jarig. Ik ben jarig en het miezert. Ik ben jarig, het miezert en we willen het eiland Samsø verkennen. Ik ben jarig, het miezert, we willen het eiland Samsø verkennen en mijn plooifiets heeft een platte band…

Gisteren zeilden we van Grenå naar het eiland Samsø. De tocht van 32 mijl was rustig begonnen, tot de beschutting van de kust wegviel, en wind en golven vrij spel kregen in het gebied waar de Grote Belt, de Kleine Belt en het Kattegat elkaar ontmoeten. Het werd pittig zeilen en na nog een woelige aanloop tussen zanderige ondiepten, ankerden we in de baai van Langør…

Als ik in Google Maps een fietshersteller zoek blijkt die op amper 200 m te zitten van waar we staan… Tegen sluitingstijd kan mijn fietsje hersteld zijn. Niet veel later rijd ik gezwind verder op de comfortabele huurfiets die ik voor de rest van de dag gratis mag gebruiken…

Het klaart op en na een lunch in het pittoreske Kirkeby fietsen we verder tot Issedhoved, dat op 15 km van de haven van Langør ligt. Het landschap op deze noordelijke top van het eiland is apart in zijn eenvoud. Bolle hellingen met kort droog gras, heideachtige planten en zoute bloemen in zachte kleuren. Beneden het strand.

Het aarzelende licht dat deels achter de wolken blijft haperen bedrijft poëzie met de kleuren van het moerassige gebied op de terugweg naar Langør. Traag fietsen we tussen een weelde van zachte grijzen, contrasterende groenen en witte spikkels van frêle bloempjes. Tegen de monotone lucht tekenen planten zich sierlijk af als kunstig kantwerk…

Ik ben nog steeds jarig, het regent al lang niet meer, de band van mijn fiets is hersteld en rondom mij gaan op alle boten van de ankerplaats de lichtjes branden. Ik knipoog naar Kay…

De zomer is weer helemaal terug als we de volgende dag 10 mijl zuidwaarts motoren naar Ballen, waar we, op ruime afstand van de volle jachthaven, ankeren voor het strand.

En hier krijgt mijn verjaardag een lekker staartje. Na een fietstocht tot Vesborg Fyr, de vuurtoren op de zuidpunt van Samsø, sluiten we de dag af met een heerlijke zeevruchtenschotel bij Værftet.

Kay, die gisterochtend nog instemmend knikte bij het zien van mijn verjaardagsontbijt, schudt nu streng het kopje als ik hem de belachelijke prijs van de nochtans eenvoudige fles wijn opbiecht. Ook dat is Denemarken…

Storm op Anholt

De haardroger gaat hoog in toeren en maakt daarbij een angstaanjagend geluid. Met een verbeten blik gaat de vrouw die bij het haar hoort haar kapsel te lijf. Het is een strijd op leven en dood. Dat haar lange blonde haren na jaren kleuren, te veel zon en te weinig knipbeurten al lang dood zijn maakt het er niet gemakkelijker op. Noch het product dat ze driftig door haar lokken kneedt, noch de loeiende haardroger zullen haar kapsel tot leven wekken. Maar ze geeft niet op.

Aan de andere wastafel staan twee jonge meisjes, poppenbeentjes, poppenlijfjes, poppengezichtjes. Maar ze zijn niet tevreden en druk in de weer met wattenstaafjes en oogschaduw in allerlei tinten blauw. Ondanks alle mogelijke filters stelt Instagram hoge eisen. Geconcentreerd keuren ze zichzelf en elkaar en kleuren verder.

Het stormt in Anholt en ik kom douchen in het Sailor House van de marina. Het systeem is simpel. Kleed je uit, houd je havnkart voor het automaatje van een douchehokje en achter een plastic gordijn krijg je drie minuten warm water. Drie minuten, hoeveel is dat eigenlijk, denk ik zenuwachtig en was snel snel mijn haar en lijf. Het is heerlijk lang. Ik droog me af, kleed me aan en doe dagcrème op, klaar. De haardroger brult nog steeds. De meisjes zijn weg, op de wastafel liggen blauwe wattenstaafjes en proppen papier met bruine foundation. Het vuilbakje hebben ze niet zien staan.

16 – 18 juli 2021

Ik verbaas me over het contrast tussen het leven-zoals-het-is in deze propvolle jachthaven en de rest van het piepkleine eiland. Een parel van amper 22 km2, een berg, een ‘woestijn’ en strandjes, zo stil en puur dat je er in je blootje kan gaan zwemmen…

Hoe ze de boten hier in de haven bij elkaar proppen, dat zag ik nog nergens. Eén rij boten ligt aan een ponton, achteraan vastgemaakt aan een hekboei en neus op de kant. Daar worden andere boten tussen geschoven. In een enkel geval komt er nog een boot op een soort van derde rij die alles afsluit met de overkant. En met de aangekondigde storm hebben de havenmeesters om de zoveel boten lange lijnen gelegd om het boeltje bij elkaar te houden. We liggen gevangen. Mensen lopen af en aan als colonnes druk wriemelende mieren…

Buiten klinkt de wind nu ook als een overspannen haardroger. Vandaag zitten we de storm uit. Lang ontbijten, laat douchen, boot opruimen, wat schrijven, een wandeling. Bruut en ongenaakbaar is de zee die de voorbije dagen lieflijk en kalm was.

Want de tocht hierheen was er eentje om door een ringetje te halen. Halve wind, een goeie 4 bft, zon en een diepblauwe zee rondom ons. Zowel de kust van Zweden als die van Denemarken te veraf om te zien. En dan verschijnt voor mijn verrekijker de bos masten op Anholt… Mikado voor gevorderden, reageert Marian van Roy op mijn Facebook post en dat zegt alles.

Toch varen we binnen want we willen niet alleen het eiland zien maar ook veilig liggen voor de passage van de aangekondigde storm. Maar voor die over het eiland walst, hebben we nog een heerlijke dag om dit paradijsje te ontdekken en dat doen we weer maar eens met onze fietsjes…

Anholt in een notendop, dat is een berg, een woestijn en stranden.

De berg, het bergje, heet Nordbjerg. We parkeren onze fietsjes aan de voet er van en gaan op pad. Eens boven, keren we terug via een steile helling en een ongerept keienstrand.

Het strand ligt bezaaid met kunstige zeewieren in wonderlijke tinten van bruin. Zoveel mooier dan de foundation van de popjes in de haven denk ik dan. Een zeehond verrast ons, we hadden hem amper opgemerkt.

Blauwen waar geen oogschaduw aan kan tippen liggen aan onze voeten.

De woestijn wordt Ørkenen genoemd, beslaat een groot deel van het eiland en is beschermd natuurgebied. Het droge landschap met zijn korstmossen en heide-achtige plantjes is uniek. Wandelen mag er, fietsen niet.

Op de stranden mag je wel fietsen… En die stranden, die zijn er gewoon overal. Spierwit poederig zand dat langzaam afloopt in de turquoise uitnodigende zee. Vaak geen levende ziel te bekennen.

‘Die heeft geen haardroger nodig’, denk ik glimlachend als ik mijn schipper blij als een kind zie krawietelen in de branding…

Zomer in een handvol kleuren. Het eiland Læsø.

We zeilen 33 mijl over een diepblauwe zee met daarboven een al even diepblauwe lucht. We ankeren en zwemmen wat rondjes om de boot. Later fietsen we tussen geurige donkergroene pijnbomen en langs goudgele korenvelden. Nog later eten we blauwe kaas, rode langoustines met veel look en wit, grof zeezout… En nee, we zijn niet in Zuid-Frankrijk. We zijn op Læsø, een eiland van pakweg 100 km2, dat tussen Denemarken en Zweden ligt, in de zeestraat die het Kattegat genoemd wordt.

Netjes. Dat is hoe ik Denemarken tot dusver ervaar, met zijn ordelijke dorpen, keurige huisjes zonder frivoliteiten, egale akkers en ongerepte strandjes. Blauw, geel, groen, wit en rood… Een beperkt kleurenpalet dat voor een frisse, opgeruimde uitstraling zorgt. Kakofonie is niets voor de Denen, denk maar aan de eenvoud van hun beroemdste exportproduct, design. Of het succes van hun onovertroffen LEGO bouwsteentjes. Eindeloze mogelijkheden met een handvol kleuren.

14 – 16 juli 2021

Blå. Het blauw van de lucht wedijvert met het blauw van de zee op de tocht van Hals naar Læsø. Omdat Vesterø havn goed vol ligt en het heerlijk weer is, besluiten we buiten de haven te ankeren. Na zalig zwemmen gaan we op goed geluk fietsend het landelijke eiland verkennen. Korenbloemen steken blauw af tegen gele korenaren…

Gul. Gele veldbloemen, een botergele vissersboot, een okergele, in zee zakkende zon, de overtreffende trap van zomer..

Grøn. Wat zijn we blij met de koele schaduw van het donkergroene pijnboombos waar we doorheen fietsen. In de zon is het zo warm dat het asfalt aan onze banden plakt! Grijsgroen is dan weer het zeegras of zeewier dat hier op Læsø ooit gebruikt werd als dakbedekking, een unieke eeuwenoude traditie. En watergroen het onderwaterschip van een van de drie scheepsmodellen in Vesterø Kirke. In elk kerkje waar we komen hangen er één of meerdere van deze votiefschepen, in combinatie met koperen kroonluchters.

Hvid. Zilverwit het maansikkeltje boven onze ankerplek. Platina wit het schitterende tegenlicht waarin een vissersboot steeds kleiner wordt. Melkwit de ochtendmist die uit het niets opduikt maar snel oplost in een zalige zomerdag. En spierwit ten slotte het zout dat hier op Læsø gewonnen wordt en dat je in het winkeltje bij de Læsø Saltyderi, de zoutziederij kan kopen. Ze verkopen er ook schoonheidsproducten op basis van zout, en hier op het eiland kan je zelfs naar een echt zout-kuuroord.

Rød. Zo donkerrood als de muren van Vesterø Kirke zijn, zo frêle is het bruinrood van de delicate fresco’s die je er kan bewonderen. Ze dateren uit de eerste helft van de zestiende eeuw en werden enkele jaren geleden mooi gerestaureerd. En zelden zag ik een rood zo diep kleuren als dat van de Deense dageraad om -je leest het goed- halfvier ’s morgens… Maar het roodste rood komt van de lekkernij waar Læsø bekend om is, de jomfruhummer

Deze langoustines, ook wel Noorse kreeftjes genoemd, kan je bij het krieken van de dag bij de vissers in Vesterø Havn kopen, wanneer die terugkeren van een nacht op zee. De vangst is erg gegeerd en de volledige beestjes zijn gereserveerd voor restauranthouders en vishandelaars. Wij kunnen enkel de staartjes bemachtigen, ‘gatjes’ zoals men ze in Oostende noemt. De portie die de visser zwijgend in een plastic zak schept blijkt voldoende voor drie keer stevig eten! Kijk je mee in mijn kombuis?

Puur proeven

Jomfruhummer – olijfolie – look – grof Læsø zeezout

Tikje verwarring bij het eerste puur proeven. De roodoranje kleur verklapt dat onze langoustinestaartjes al even kokend water hebben gezien maar binnenin is het witte vlees nog rauw. Wel lekker. Maar rauw. Ik verhit wat olijfolie in een pannetje en bak ze nog eens kort met wat look en Læsø zout. Hemels!

Pasta Læsø

Jomfruhummer – olijfolie – look – tomaat – basilicum – zure room – zwarte peper en grof Læsø zeezout – penne

Voor het tweede gerechtje bak ik de langoustinestaartjes in flink wat olijfolie en drie tenen fijngehakte look. Daarbij komen stukken tomaat, een handvol verse basilicum en zure room. Kruiden met peper en zout en onmiddellijk serveren met beetgare penne.

Rijst Læsø

Jomfruhummer – boter – uitje – tomaat – curry – gember – scheutje witte wijn

Voor de derde variatie op een thema bak ik de ‘gatjes’ met een fijngesneden uitje in boter en voeg er wat tomaat, een vleugje curry en een mespunt gember bij. Alles snel opbakken, kort blussen met een scheutje witte wijn en afkruiden met peper en zout naar smaak. Serveren met volle rijst.

Struikelen over kunst, het eiland Fur…

De Limfjord is ongeveer 90 mijl lang en verbindt de Noordzee met het Kattegat. Met zijn schiereilandjes, baaitjes en haventjes is het een vaargebied dat het ontdekken waard is en meer dan alleen maar een veilige doorsteek door de kop van Denemarken is. Waar wij heen willen is het eiland Fur, dat ongeveer halverwege ligt. Een eiland in een fjord, hoe spannend klinkt dat?

Zaterdag 10 juli 2021

De zeiltocht van Harre Vig naar Fur is er een om in te lijsten. Na een grijze start breekt de zon door, de noordwester trekt aan tot windkracht vijf en we zeilen snel. Ook onder de Sallingsundbrug die 26 m hoog is maar waarvoor ik toch maar weer mijn hoofd buk. Het is sterker dan mezelf…

Aan de zuidkant van het eiland passeren we Fur Havn, maar we hebben de smaak van het ankeren te pakken en varen door naar een ankerbaai aan de oostkant. Daar gaat ons anker naar beneden in 4,5 m water. We slepen de bijboot aan, pompen die op, monteren de davits en haken de bijboot aan de takeltjes. Maar de landing op Fur stellen we een dag uit, het weerbericht voorspelt een windstille en zomerse zondag… Ik bak een brood en verder doen we niets, behalve ons erover verbazen hoe we liggen als een huis, ondanks de stijve bries.

Zondag 11 juli 2021

Fur is bekend omwille van de bijzondere grondsoort die er gewonnen wordt, diatomeeënaarde. Ook wel kiezelaarde genoemd. Die kent tal van toepassingen in industrie en landbouw. Hoe mooi dat gelaagd gesteente wel is kan je zien bij de kliffen van Knudshoved. Nu is geologie niet echt mijn ding, maar de tinten grijs, bruin en oker en de grillige patronen bekoren me. Abstracte kunst gewoon! Op het strand speuren we naar fossielen maar moeten ons tevreden stellen met wat schelpen en een steen waarvan mijn schipper met veel overtuiging beweert dat het kwarts is. De zon schittert in de kei, een stukje performance art.

Van kunst gesproken. Fietsend over het eiland zien we her en der kleurrijke vissen langs de weg. Op een bordje ontcijferen we enkele woorden Deens en begrijpen dat Fur Fisk een kunstproject op het eiland is. En dan lijkt kunst ineens overal. Galerijtje hier, schilderijen daar. Kunstgalleri, malerier…

Bij het schuurtje van Gunnar “Splint” Christensen houden we halt.

Splint is Deens voor splinter, maar in zijn houten plankjes en kommetjes zijn geen splinters meer te bekennen, zacht en glad als ze zijn. Als ik een schaaltje door mijn handen laat gaan komt mevrouw Splinter aangelopen, 140 DKK kost het houten bordje laat ze weten. Betalen wordt lastig. Het is óf contant -we haalden nog geen Deense kronen uit een muur- óf te betalen met Mobile Pay. Ik had dit al opgemerkt bij de standjes langs de weg waar je confituur kan kopen, groenten en fruit of bloemen, gehaakte knuffels en tweedehandse kleren, noem maar op. Mobile Pay staat erbij, gevolgd door een telefoonnummer. Als dit de Deense versie van onze Payconiq is dan kunnen we daar niet veel mee. Meneer Splinter wordt erbij gehaald. Het Engels van dit oudere stel is niet veel beter dan ons Deens maar we hebben een leuke babbel. Euro’s vindt hij ook goed en na verbazend lang tokkelen op zijn smartphone wijst hij op het schermpje, 17,40€. Voor een briefje van 20,00€ word ik de dolgelukkige eigenaar van dit handgedraaide houten bordje.

Gezwind fietsen we verder. Korenvelden, een explosie aan schitterende veldbloemen, een idyllisch kerkje, Fur heeft het allemaal. Aangekomen bij het strand, plooien we de fietsjes, hijsen ze in de bijboot en varen terug naar de boot.

Ik schik de schelpen en de steen in het houten schaaltje en houd het tegen het licht. Readymade, hoe zouden de Denen dat zeggen?

Uit de kombuis geklapt. Lemvig en Harre Vig.

Bevoorrading voor een zeilvakantie doen wij in twee keer. Stap één is voor dranken en niet-voeding zoals toiletpapier, keukenrol, poets- en hygiëne-dingen.

Stap twee is voor voeding, van vers over iets langer houdbaar, tot ‘droge’ voeding zoals het in supermarkt-jargon klinkt. Omdat we het vóór vertrek beiden nog druk hebben, maken we gebruik van het onvolprezen Collect & Go systeem, boodschappen online bestellen en afhalen op een tijdstip naar keuze. En we verdelen de taken, waarbij ik de voeding plan en mijn schipper de niet-voeding voor zijn rekening neemt.

Dat zorgt voor verrassingen. Waar ik altijd, ja, echt áltijd, zweer bij niet-bedrukt huishoudpapier, tref ik nu in mijn kombuis keukenrol met een lelijke print van lelijke beertjes in lelijke kleuren. Mijn gevoel voor esthetiek, -overdreven en niet ter zake volgens mijn schipper- wordt op de proef gesteld. Bij het opbergen van de dranken ontdek ik bier in blikken van een halve liter! O gruwel, bier in blikken van een halve liter! Ik associeer ze steevast met joelende voetbalhooligans, en ik haat voetbal. En mijn billen ten slotte, die zal ik moeten vegen met lichtblauwe puppy’s, huppelend op het toiletpapier. Mijn schipper grijnst bij mijn frons, heerlijk vindt hij het om de draak te steken met mij en mijn controledrang.

‘Laat los’, zeg ik tegen mezelf, ‘er is bier, keukenrol én wc-papier, tijd voor vakantie’…

Donderdag 8 juli 2021, voor anker bij Lemvig.

Na een dagje Thyborøn trekken we de Limfjord in. Op zoek naar zen, willen we liever niet in een haven liggen. Na 10 mijl varen laten we het anker vallen in 3,5 m water in de baai naast het stadje Lemvig. De motor gaat uit, de stilte omarmt ons en bij een glaasje wijn genieten we van dat fijne gevoel dat vakantie heet. We proeven de garnalen en de Limfjord oesters die we kochten en het mag gezegd, ze zijn kraakvers. Net als de lotte uit de Fiskebutik…

Maaltijdsoep met lotte, aardappelen, sluimererwtjes en kersttomaat.

Filet van lotte – aardappelen – 1 ui – 1 teentje look – pakje sluimererwtjes – handvol kersttomaten – witte wijn – room – peper en zout

Stoof in een flinke klont boter de fijngesneden ui en look aan. Voeg de in stukjes gesneden sluimererwtjes toe. Schik de kersttomaten erbij. Geef peper en zout. Kook intussen de aardappeltjes gaar. Snijd de vis in stukken, leg ze op de groenten en overgiet met een scheut witte wijn. Laat even garen onder een deksel. Als de vis gaar is, voeg je de aardappelen toe, als ook wat room. Proef en kruid bij indien nodig.

De avond valt. Een boot vaart traag voorbij. Langzaam zakt de zon. En wij liggen roerloos achter ons anker…

Vrijdag 9 juli 2021, voor anker in Harre Vig.

‘…de ideaalste ankerbaai die je je maar kunt voorstellen.’ Zo omschrijft René Vleut Harre Vig in de Vaarwijzer ‘Scandinavië en de Oostzee’. In 2014 kocht ik dit boek en dit is de vierde zeilvakantie waarbij we het gebruiken. Er is inmiddels een herwerkte versie uit, maar we besloten pas op het laatste nippertje om deze kant op te komen, en doen het toch maar met de editie die we hebben.

We hebben 27 mijl gevaren als we via Lysen Bredning en een nauwe doorgang de baai invaren, die veel wijder en minder beschut lijkt dan ik me had voorgesteld. Bij het binnenvaren liggen er twee meerboeien aan stuurboord, maar met de strakke noordoostenwind die er staat is dit geen gezellige optie. Ik mik op de overkant en zo ver mogelijk onder de oever om in de luwte van het land te komen. Las stuurt en ik gids hem, Ipad in de hand, naar het plekje dat ik voor ogen heb. Opnieuw laten we het anker zakken in 3,5 meter water. Opnieuw valt de stilte van zodra de motor uit gaat. We zijn hier helemaal alleen. En we gaan niet ingewikkeld koken vandaag…

Lauwe couscoussalade met zachtgerookte zalm

Een stuk zachtgerookte zalm – couscous – ½ courgette – ½ gele paprika – 2 teentjes look – 1 tomaat – boter – peper, zout, sterk paprikapoeder

Snijd courgette, paprika, en tomaat in piepkleine blokjes. Hak de look fijn. Kook de couscous zoals op de verpakking vermeld. Schud de couscous in een schaal en maak de korreltjes los met een vork. Laat een paar klontjes boter smelten in de couscouskorrels en voeg de rauwe groentjes toe. Kruid met peper en zout en sterk paprikapoeder. Serveer met de zalm.

De enige discussie die je nu nog zou kunnen voeren zou kunnen gaan over wat eigenlijk het mooiste roze is, dat van de vlammende avondlucht of dat van de zachtgerookte zalm…

Koerswijziging!

Vrijdag 2 juli 2021

Raar weer is het, kijk maar naar buiten. Plakkerig, druilerig, triestig. En verwarrend is het minste wat je van de weerberichten kan zeggen, te koud, te warm, geen wind, te veel wind. Het klimaat slaat op hol. Rare tijden zijn het, lees maar het nieuws. Pandemie, oorlogen, gebakkelei in de politiek, het houdt niet op…

Maar raar weer of rare tijden, we jakkeren door, werken, eten, slapen, we worden door onze agenda’s geleefd. We stelen nu en dan wel vrije tijd om leuke dingen te doen, maar het is vaak jagen om die vrije tijd geregeld te krijgen. En daarna moeten weer dingen worden ingehaald, het gaat maar door.

We verlangen al een tijdje naar een ander ritme, willen kunnen kiezen wat we gaan doen en wanneer. Lees: langere tijd gaan varen. Lees: vertragen. En zo komt het dat we na het nodige wikken en wegen de knoop hebben doorgehakt. Eind dit jaar stoppen we allebei met werken! 2021 staat bij ons dus in het teken van die koerswijziging. Zo zijn we afgelopen voorjaar verhuisd naar een kleiner huis, handig in onderhoud, gemakkelijk om voor een langere tijd achter te laten. Maar wel een pied-à-terre, een voet-aan-land, voor als we dat willen…

Downsizen vraagt om selectie, ontspullen met een grote O. En ik kan je verzekeren, een mens verzamelt wat! Alles gaat door mijn handen. Er zijn drie mogelijkheden, houden, weggeven of weggooien. De spullen blijven komen, het is een tijdreis door onze levens.

Door die verhuizing, die ik toch wat had onderschat, blijft er weinig boot-tijd dit voorjaar. Eerst is er de verhuis en dan het wennen aan het nieuwe huis. En de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet goed ben in veranderingen, het brengt me uit mijn evenwicht. Door de tijd die ik nodig heb om te wennen is er in mijn hoofd even geen plaats voor boot noch blog. Bovendien beperkt Covid het zorgeloos reizen, het Verenigd Koninkrijk waar we gewoonlijk meer dan één lente-zeiltocht naar ondernemen lijkt wel een belegerde vesting, enerzijds door de Brexit en anderzijds door de strenge Covid quarantaine-maatregelen.

Maar koerswijziging of niet, geen zomer zonder zeilvakantie. En zo stomen we onszelf én onze boot in een mum van tijd klaar om een maand te gaan zeilen. Maar waar gaan we heen? Amper een week of twee voor vertrek valt de keuze op Denemarken en misschien ook Zweden. Al sedert het lezen van het mooie boekje ‘Op zee’ van Toine Heijmans, heel wat jaren geleden, heeft voor mij de plek Thyborøn een zekere aantrekkingskracht gekregen.

Ook de namen Jutland, Kattegat en Skagerrak spreken tot de verbeelding. En bij het nog eens bekijken van de Scandinavië reis in 2020 van de mooie Breehorn 41 DanceMe op Polarsteps, valt de beslissing, we gaan die kant op! We stippelen geen reisplan uit, hebben geen programma. We verkiezen om ons dag per dag te laten inspireren, uiteraard altijd afhankelijk van het weer…

En zoals ik al zei, het is raar weer. Als op vrijdag 2 juli alles is ingeladen, er diesel en water is gevuld en wij klaar zijn voor vertrek, laat de wind het afweten.

Voor de komende twee dagen is er weinig wind uit variabele richting voorspeld. En regen. Ik scroll door weerberichten en grib files en besluit dat we pas vanaf maandag kunnen gaan. Ik tel de mijlen uit, het zijn er 380, maak een route aan op de elektronische kaart, teken ze ook met potlood op de papieren kaarten en becijfer dat Thyborøn halen in drie etmalen moet kunnen.

Wachten op de wind doen we niet in thuishaven Nieuwpoort, we zeilen op zaterdag alvast naar Zeebrugge.

Een kleine koerswijziging maar een boost voor het vertrekkersgevoel!

Van herfst tot Kerst…

31 december 2020

Aan het eind van het jaar kijk ik graag achterom. Ik kijk hoe dan ook graag achterom. Dwalen door foto’s, herinneringen ophalen, blogposts schrijven, het gaat altijd over dingen die voorbij zijn. Mijn schipper, eerder nuchter dan nostalgisch van aard, vindt achterom kijken maar niets. Hij leeft in het nu en kijkt vooruit.

Pat Panick blijft in het water deze winter. Dat besluit kwam er toen Covid-19 onze boot van november 2019 tot juni 2020 gegijzeld hield op de Breehorn werf in Friesland en we het de hele lente zonder boot moesten stellen. Vervolgens hadden we zoals zovelen niet de zomer die we gedroomd hadden. In plaats van twee maand naar de westkust van Schotland, werden het drie weken Normandië en een hapje Bretagne. Intussen zijn we, nog steeds met de hete adem van het akelige virus in onze nek, via de herfst in de winter én in 2021 gerold…

In de week voor Kerstmis wordt in Vlaanderen elk jaar de Warmste Week georganiseerd. Dit jaar geen geldinzameling voor een goed doel maar een bedank-week. In de slotuitzending op Kerstavond komt Martine Tanghe aan het woord, moeder aller nieuwsankers en net met pensioen na een carrière van 42 jaar. Met haar warme stem vertelt ze hoezeer ze onder de indruk was van de talloze dankbetuigingen bij haar recente afscheid van het tv-scherm.

Dankbaarheid, wat is dat mooi.

En nu, zo aan het eind van het jaar besef ik dat er twee manieren zijn om achterom te kijken. Je kan jezelf beklagen om wat je niét hebt kunnen doen, of je kan achteromkijken en dankbaar zijn om wat je wél hebt kunnen doen. En als ik terugblik op afgelopen herfst, door de tweede corona-golf ook een seizoen met opnieuw veel beperkingen, zie ik veel waar ik, ondanks alles, dankbaar om ben…

September 2020

Dankbaar voor dat zonnige zeilweekend naar Cadzand, met de fietsjes langs het Zwin naar Knokke en terug, en haiku’s onderweg.

Dankbaar ook voor die mooie oversteek naar Dover, de laatste keer naar de UK, vooraleer Brexit een feit is…

Oktober 2020

Dankbaar voor wondermooie herfstluchten. Met dat licht dat onze grijze Noordzee onverwachts die unieke groene kleur geeft. Dankbaar ook om net vóór een fikse regenbui afgemeerd te liggen in Zeebrugge. En de volgende dag met stralend weer terug te kunnen zeilen.

Dankbaar ook voor nog een zeiltochtje naar Blankenberge, dat er eind oktober verlaten bij ligt. Wanneer we er impulsief take-away willen bestellen bij de Oesterput schrik ik van de norse stem aan de andere kant van de lijn. Of we niet weten dat we een dag op voorhand hadden moeten bestellen? Maar o zo dankbaar als dezelfde stem, iets minder nors nu, verder gaat met: “Vooruit dan, kom maar halen, 18:00!”

November 2020

De bekleding van ons stuurwiel is aan vernieuwing toe. Spannend om een doe-het-zelf-setje te bestellen bij stuurwielleer.nl met enkel buis- en stuurwieldiameter en gewenste kleur als gegevens… Enkele dagen later komt het pakketje toe: een lap soepel leer met voorgeprikte gaatjes, tape, een naald en gewaxt garen. Ik ga aan de slag, maak kruisjessteken met twee garens, opletten bij het rijgen, steeds dezelfde steek onder en boven. Zuidwest, noordoost, noordwest, zuidoost en opnieuw. Wat ben ik dankbaar als 360° later het leder blijkt te passen als een handschoen…

December 2020

Het jaar loopt ten einde, en Covid-19 of niet, we maken het gezellig met kaarsjes, lichtjes en een kerstboom, ook aan boord. Om de wintertijd comfortabel door te komen droomt mijn schipper al langer van een tent voor over de kuip. Niemand kan dit mooier maken dan Toussein uit Brugge. Zij begrijpen niet alleen precies wat we willen, ze maken het bovendien mooier dan we hadden durven dromen. We doen het ons schip cadeau en maken er meteen dankbaar gebruik van, zowel met Kerst als met de jaarwissel.

Aan iedereen de allerbeste wensen voor 2021!

Laat er ons een jaar van dankbaarheid van maken…

Bijna vijf knopen en een uur extra…

Bijna vijf knopen en een uur extra. Dat krijg je cadeau als je van Cherbourg naar Alderney vaart, Cap de la Hague voorbij. Na amper drie uur varen mag je de Franse beleefdheidsvlag inwisselen voor de Engelse, je klok een uur terugdraaien en boat zeggen in plaats van bateau. En vergeet de knisperende croissants au beurre, hier eten ze scones with clotted cream.

Maar even terug naar het begin. We zijn met vakantie, voor drie weken.  Dit jaar hebben we ons ‘groot verlof’ voor het eerst in juni geprogrammeerd. De Kanaaleilanden staan op ons verlanglijstje en we willen er de zomerdrukte van juli, augustus vermijden. We vinden dit slim, het zijn toch ook de langste dagen van het jaar, niet? Begin dit jaar werd bovendien door voorspellers een zomer aangekondigd zoals die van vorig jaar, lang en warm… Maar tot op vandaag lijkt dat eerder een kwakkel en begint onze vakantie van juni met een herfstige dag in thuishaven Nieuwpoort… Stormweer houdt ons aan het ponton.

Op Pinksteren, zondag 9 juni, heel vroeg, vertrekken we dan toch, bestemming Cherbourg. (dank aan de vroege wandelaarster/fotografe Bernine Deramoudt voor de mooie foto van ons vertrek!)

Bijster mooi weer is het niet en bovendien lijkt de wind na de voorbije storm wel opgesoupeerd. We wisselen motorzeilen met zeilen af om het tempo er in te houden. 32 uur en 196 mijl later meren we af in de Port Chantereyne.

Cherbourg. Zoals in ‘Les parapluies de Cherbourg’… Mijn moeder dweepte destijds –en nóg- met die film uit 1964. En nog steeds, wanneer ook maar ergens de herkenbare muziek uit de film te horen is, droomt ze een beetje weg, zuchtend wat een mooie film dat toch was. Het muziekje ken ik wel, de film heb ik helaas nog nooit gezien. Maar wat ik niet wist, dat is dat er echt wel paraplu’s gemaakt worden in Cherbourg. En niet zomaar om het even welke, gewoonweg ‘de beste paraplu’s van de wereld’.

We nemen een kijkje in de statige paraplufabriek en luisteren naar het verkoopspraatje van de modieuze jongen in de winkel. Maar hoe stijlvol en degelijk ze ook zijn, er hangt een iets té stevig prijskaartje aan deze paraplu’s en… het regent niet…

Met onze fietsjes verkennen we de omgeving. Wist je dat Cherbourg de op één na grootste kunstmatige dijk van de wereld heeft? Die is zo groot en het water er achter zo ruim, dat er ’s avonds een zeilwedstrijd binnen de dijkmuur wordt gehouden. We fietsen die hele dijk af naar het oosten en lunchen met stokbrood, jambon persillé en een fles rode wijn in het gezelschap van een één-potige meeuw. Vervolgens fietsen we naar het westen tot het andere eind van de enorme ‘rade’. In de stad passeren we tal van bezienswaardigheden, de kathedraal, een mooi theater, het zeer romantische park van Emmanuel Liais… De ‘Cité de la Mer’ houden we voor een andere keer…

Woensdag 12 juni 2019

We doen dus amper drie uur over de 26 mijl van Cherbourg naar Alderney maar het zal ons wellicht dertig uur kosten om onze spullen droog te krijgen… Er staat een perfecte noordnoordoostenwind waarmee we halve wind kunnen varen maar iemand beslist om net nú de hemelsluizen open te zetten. Met bákken komt het naar beneden en zoekt een weg via de kraag van mijn zeiljas, langs nek, hals, armen, rug.

Maar de adrenaline van bijna vijf knopen stroom méé maakt van die nattigheid een detail en tegen de middag passeren we de vuurtoren van Alderney en meren iets later vrolijk af aan een mooring in Braye harbour… We zetten onze klok een uur terug, verwisselen de Franse vlag voor de Engelse en hebben plots heel veel trek in scones..

De Noren gereserveerd, zeg je?

“Weet je wat er zo speciaal is aan de Noorse windmeters? Ze wijzen altijd met hun pijl naar waar de wind vandaan komt!” Arve en Cecilia lachen hartelijk. We hebben het hier al ondervonden, tussen de eilanden draait de wind verrassend en ja, hij lijkt steeds weer tegen te zitten…

14 – 15 juli 2018

Sauøya

Zachtjes varen we de baai binnen. En we zien het meteen, dit plekje is een paradijs. Spiegelglad turkoois water, een kleine kom. Er ligt een zeilboot voor anker. Het stel op de boot zwaait naar ons. Geen klein wuifhandje of een snelle strakke ‘hoi’, maar een brede trage zwaai, heen en weer in een duidelijke boog. Ik hou van dit gebaar, die typische bootmensen-zwaai…

Twee vaargidsen hebben we aan boord, de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee van René Vleut en de Imray Pilot Norway van Judy Lomax. Het boek van René Vleut bevat een schat aan informatie maar omvat zo’n uitgestrekt gebied dat er niet echt in detail kan worden gegaan. Dat doet de Imray Pilot dan weer wel. Maar 25.000 km kustlijn krijg je niet zomaar in een boek gepropt, dat is duidelijk. Verder hebben we nog twee heerlijk gedetailleerde atlassen van de uitgeverij NV Verlag, NO 5 en NO 6.

Het plekje dat we voor vandaag uitgekozen hebben, een baai op het eiland Finnøy, bevalt ons niet echt, er staan te veel huizen, er is een zeilclub, het is er te druk. We varen door naar het piepkleine Sauøya…

Daarvoor moeten we om het eiland Bokn heen en of je daarvoor noord of zuid kiest, maakt niet uit, het is ongeveer even ver. In de hoop de wind eens niét tegen te hebben, kiezen we voor de zuidkant… Maar wat ik niet gezien heb op de kaart is dat er op deze vaarroute een kabel van 22m tussen twee eilanden hangt. Help, onze mast! Zijn we nu 20, 21 of 22m doorvaarthoogte? Veel tijd om ons hierover druk te maken, is er niet. We schuiven sneller dan ik wil dichter en dichter naar de kabel toe, die voor mij slechts halverwege onze mast reikt. Ik weet wel dat dit gezichtsbedrog is maar tot de laatste seconde ziet het er griezelig te laag uit. Ik verbaas me er over hoe rustig Las blijft wanneer we er probleemloos onderdoor gaan. “De kaarten nemen een goeie marge, en het is laag water…” Even later liggen we voor anker in een filmdecor.

De Noren op de zeilboot een eindje verderop blijven uitnodigend kijken en lachen naar ons. Als Las er met de bijboot naar toe roeit en ze voor een drankje en een babbel aan boord uitnodigt, zijn ze “ja, takk” meteen akkoord.

We maken kennis met Cecilia en Arve, een hartelijk koppel uit Tananger. Oprecht openhartig bekennen ze zopas onze vlag gegoogeld te hebben, want waren even in twijfel of het nu een Duitse vlag was of niet. Ze hebben bewondering voor het feit dat wij hier aan de westkust komen zeilen, volgens hen wil iedereen naar het meer mondaine zuidoosten van Noorwegen. Maar zij zijn fier op hun iets minder toeristische vaargebied. Met de kaarten er bij duiden ze nog een paar mooie plekjes aan en geven ons het advies om naar Jørpeland te varen in plaats van naar Tau als we naar de Preikestolen willen. Waar ze, voegen ze er fijntjes aan toe, zelf nog nooit geweest zijn wegens te toeristisch… Hún favoriete zeilgebied is de Hardangerfjord. Dat is die van op ons ooit-nog-to-do-lijstje.

Arve is wég van onze real sea-going boat zoals hij onze Breehorn noemt. ‘Een boot om mee naar het Noorden te varen,’ zegt hij dromerig, ‘de Lofoten…, en verder.’ Nog meer op ons ooit-nog-to-do-lijstje dus.

We kletsen en lachen de zomerse avond weg met kleurrijke zeilverhalen. De volgende ochtend blijven we nog tot een stuk in de namiddag in dit mooie plekje vooraleer we ons anker lichten en doorvaren naar Jørpeland en de Preikestolen..