Bijna vijf knopen en een uur extra…

Bijna vijf knopen en een uur extra. Dat krijg je cadeau als je van Cherbourg naar Alderney vaart, Cap de la Hague voorbij. Na amper drie uur varen mag je de Franse beleefdheidsvlag inwisselen voor de Engelse, je klok een uur terugdraaien en boat zeggen in plaats van bateau. En vergeet de knisperende croissants au beurre, hier eten ze scones with clotted cream.

Maar even terug naar het begin. We zijn met vakantie, voor drie weken.  Dit jaar hebben we ons ‘groot verlof’ voor het eerst in juni geprogrammeerd. De Kanaaleilanden staan op ons verlanglijstje en we willen er de zomerdrukte van juli, augustus vermijden. We vinden dit slim, het zijn toch ook de langste dagen van het jaar, niet? Begin dit jaar werd bovendien door voorspellers een zomer aangekondigd zoals die van vorig jaar, lang en warm… Maar tot op vandaag lijkt dat eerder een kwakkel en begint onze vakantie van juni met een herfstige dag in thuishaven Nieuwpoort… Stormweer houdt ons aan het ponton.

Op Pinksteren, zondag 9 juni, heel vroeg, vertrekken we dan toch, bestemming Cherbourg. (dank aan de vroege wandelaarster/fotografe Bernine Deramoudt voor de mooie foto van ons vertrek!)

Bijster mooi weer is het niet en bovendien lijkt de wind na de voorbije storm wel opgesoupeerd. We wisselen motorzeilen met zeilen af om het tempo er in te houden. 32 uur en 196 mijl later meren we af in de Port Chantereyne.

Cherbourg. Zoals in ‘Les parapluies de Cherbourg’… Mijn moeder dweepte destijds –en nóg- met die film uit 1964. En nog steeds, wanneer ook maar ergens de herkenbare muziek uit de film te horen is, droomt ze een beetje weg, zuchtend wat een mooie film dat toch was. Het muziekje ken ik wel, de film heb ik helaas nog nooit gezien. Maar wat ik niet wist, dat is dat er echt wel paraplu’s gemaakt worden in Cherbourg. En niet zomaar om het even welke, gewoonweg ‘de beste paraplu’s van de wereld’.

We nemen een kijkje in de statige paraplufabriek en luisteren naar het verkoopspraatje van de modieuze jongen in de winkel. Maar hoe stijlvol en degelijk ze ook zijn, er hangt een iets té stevig prijskaartje aan deze paraplu’s en… het regent niet…

Met onze fietsjes verkennen we de omgeving. Wist je dat Cherbourg de op één na grootste kunstmatige dijk van de wereld heeft? Die is zo groot en het water er achter zo ruim, dat er ’s avonds een zeilwedstrijd binnen de dijkmuur wordt gehouden. We fietsen die hele dijk af naar het oosten en lunchen met stokbrood, jambon persillé en een fles rode wijn in het gezelschap van een één-potige meeuw. Vervolgens fietsen we naar het westen tot het andere eind van de enorme ‘rade’. In de stad passeren we tal van bezienswaardigheden, de kathedraal, een mooi theater, het zeer romantische park van Emmanuel Liais… De ‘Cité de la Mer’ houden we voor een andere keer…

Woensdag 12 juni 2019

We doen dus amper drie uur over de 26 mijl van Cherbourg naar Alderney maar het zal ons wellicht dertig uur kosten om onze spullen droog te krijgen… Er staat een perfecte noordnoordoostenwind waarmee we halve wind kunnen varen maar iemand beslist om net nú de hemelsluizen open te zetten. Met bákken komt het naar beneden en zoekt een weg via de kraag van mijn zeiljas, langs nek, hals, armen, rug.

Maar de adrenaline van bijna vijf knopen stroom méé maakt van die nattigheid een detail en tegen de middag passeren we de vuurtoren van Alderney en meren iets later vrolijk af aan een mooring in Braye harbour… We zetten onze klok een uur terug, verwisselen de Franse vlag voor de Engelse en hebben plots heel veel trek in scones..

De Noren gereserveerd, zeg je?

“Weet je wat er zo speciaal is aan de Noorse windmeters? Ze wijzen altijd met hun pijl naar waar de wind vandaan komt!” Arve en Cecilia lachen hartelijk. We hebben het hier al ondervonden, tussen de eilanden draait de wind verrassend en ja, hij lijkt steeds weer tegen te zitten…

14 – 15 juli 2018

Sauøya

Zachtjes varen we de baai binnen. En we zien het meteen, dit plekje is een paradijs. Spiegelglad turkoois water, een kleine kom. Er ligt een zeilboot voor anker. Het stel op de boot zwaait naar ons. Geen klein wuifhandje of een snelle strakke ‘hoi’, maar een brede trage zwaai, heen en weer in een duidelijke boog. Ik hou van dit gebaar, die typische bootmensen-zwaai…

Twee vaargidsen hebben we aan boord, de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee van René Vleut en de Imray Pilot Norway van Judy Lomax. Het boek van René Vleut bevat een schat aan informatie maar omvat zo’n uitgestrekt gebied dat er niet echt in detail kan worden gegaan. Dat doet de Imray Pilot dan weer wel. Maar 25.000 km kustlijn krijg je niet zomaar in een boek gepropt, dat is duidelijk. Verder hebben we nog twee heerlijk gedetailleerde atlassen van de uitgeverij NV Verlag, NO 5 en NO 6.

Het plekje dat we voor vandaag uitgekozen hebben, een baai op het eiland Finnøy, bevalt ons niet echt, er staan te veel huizen, er is een zeilclub, het is er te druk. We varen door naar het piepkleine Sauøya…

Daarvoor moeten we om het eiland Bokn heen en of je daarvoor noord of zuid kiest, maakt niet uit, het is ongeveer even ver. In de hoop de wind eens niét tegen te hebben, kiezen we voor de zuidkant… Maar wat ik niet gezien heb op de kaart is dat er op deze vaarroute een kabel van 22m tussen twee eilanden hangt. Help, onze mast! Zijn we nu 20, 21 of 22m doorvaarthoogte? Veel tijd om ons hierover druk te maken, is er niet. We schuiven sneller dan ik wil dichter en dichter naar de kabel toe, die voor mij slechts halverwege onze mast reikt. Ik weet wel dat dit gezichtsbedrog is maar tot de laatste seconde ziet het er griezelig te laag uit. Ik verbaas me er over hoe rustig Las blijft wanneer we er probleemloos onderdoor gaan. “De kaarten nemen een goeie marge, en het is laag water…” Even later liggen we voor anker in een filmdecor.

De Noren op de zeilboot een eindje verderop blijven uitnodigend kijken en lachen naar ons. Als Las er met de bijboot naar toe roeit en ze voor een drankje en een babbel aan boord uitnodigt, zijn ze “ja, takk” meteen akkoord.

We maken kennis met Cecilia en Arve, een hartelijk koppel uit Tananger. Oprecht openhartig bekennen ze zopas onze vlag gegoogeld te hebben, want waren even in twijfel of het nu een Duitse vlag was of niet. Ze hebben bewondering voor het feit dat wij hier aan de westkust komen zeilen, volgens hen wil iedereen naar het meer mondaine zuidoosten van Noorwegen. Maar zij zijn fier op hun iets minder toeristische vaargebied. Met de kaarten er bij duiden ze nog een paar mooie plekjes aan en geven ons het advies om naar Jørpeland te varen in plaats van naar Tau als we naar de Preikestolen willen. Waar ze, voegen ze er fijntjes aan toe, zelf nog nooit geweest zijn wegens te toeristisch… Hún favoriete zeilgebied is de Hardangerfjord. Dat is die van op ons ooit-nog-to-do-lijstje.

Arve is wég van onze real sea-going boat zoals hij onze Breehorn noemt. ‘Een boot om mee naar het Noorden te varen,’ zegt hij dromerig, ‘de Lofoten…, en verder.’ Nog meer op ons ooit-nog-to-do-lijstje dus.

We kletsen en lachen de zomerse avond weg met kleurrijke zeilverhalen. De volgende ochtend blijven we nog tot een stuk in de namiddag in dit mooie plekje vooraleer we ons anker lichten en doorvaren naar Jørpeland en de Preikestolen..