Omweg naar Noorwegen

‘Sierra Tango Alfa November India Sierra Lima Alfa Sierra. Sierra Tango Echo Victor Echo Romeo Lima Yankee November Charlie Kilo.’ Ik spel de naam van mijn schipper. ‘Papa Alfa Tango, Papa Alfa November India Charlie Kilo.’ De naam van de boot. Dan nog ons adres en namen van de bemanning. We lopen Harwich aan, ik ben aan de telefoon met de National Yachtline en dat voelt een beetje als een mondeling examen….

Je leest het goed, we zijn in Groot-Brittannië! Dat sinds de Brexit niet meer tot Europa behoort en waar we nu moeten inklaren… We gaan het volgens het boekje doen.

In het kort. Formulier e-C1331 invullen en mailen, gele Q-vlag hijsen van zodra in territoriale wateren (12 mijl uit de kust), telefonisch contact opnemen met de National Yachtline bij aankomst, na goedkeuring door Border Force Q-vlag strijken, klaar.

En nu in het echt. Het begint al bij het invullen van het document. Welke zeiler kent nu op voorhand tijdstip van aankomst in uren, minuten en seconden? En wat vul je in bij ‘ARRIVAL BERTH’ als je afmeert aan een ponton zoals dat van Halfpenny Pier in Harwich? Ik probeer ‘unknown’, wat het systeem probleemloos aanvaardt. Bij het vak ‘UN LOCODE OF DEPARTURE PORT’ weet ik het ook even niet. Google leert me dat UN/LOCODE een internationale vijfletterige code is voor plaatsnamen. BE OST voor Oostende, GB HRW voor Harwich. Daarna geeft mailen van het document via de link met mailadres een foutmelding. Zelf het mailadres intypen lukt wel. Er komt een mail terug met daarin volgende zin: ‘On arrival, please continue to contact the National Yachtline on 03000 123 2012 for clearance purposes.’ Ik stop het nummer alvast in mijn telefoon.

Maar van zodra ik bij mobiel bereik probeer te bellen, hoor ik enkel fluittonen alsof ik naar een faxnummer bel. Ik kijk er het formulier nog eens op na en lees daar 0300 123 2012, een nulletje minder…

De stem aan de andere kant van de lijn vraagt me exact alles wat ik eerder invulde op het digitale formulier, mét de vraag om het te spellen… En zegt daarna dat Border Force contact zal nemen. Nét tijdens het afmeren gaat de telefoon, opnemen kan even niet. Terugbellen ook niet, want de oproep was anoniem…

Gelukkig hangt het nummer van Border Force uit op het ponton. Een vriendelijke stem vraagt naar de reden van ons bezoek, holiday dus, en naar de duur van ons verblijf, voorlopig nog onbekend, zeg ik. ‘Geen probleem, u wordt zo teruggebeld.’ Even later opnieuw Border Force, een andere stem. Nog wat vragen over onze geplande reis. Ik zeg dat we eigenlijk naar Noorwegen willen, maar via de Engelse oostkust komen omdat de wind tegenzit. En dat we nu nog niet weten wanneer en welke havens we zullen aanlopen. En dat we ongevéér een week zullen blijven. Stilte. ‘En keert u na een week terug naar Nederland?’ vraagt hij dan. ‘Euh, we zijn Bélgen en nee, we gaan naar Noorwegen…’ ‘Ok, prima’. Of ik dan nu de Q-vlag mag strijken? Stilte. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt de stem. Of ik de gele vlag naar beneden mag doen, nu we telefonisch ingeklaard zijn? De persoon aan de lijn weet het niet. ‘U wordt zo teruggebeld.’ Kwartiertje later heb ik Border Force weer aan de lijn. ‘Ja hoor, mevrouw, Q-vlag kan naar beneden, u mag aan wal, heel erg welkom en geniet van uw verblijf!’

We hebben een gast aan boord, een collega van Las. Eric hoefde geen twee keer na te denken toen Las hem over onze zeilplannen sprak en voorstelde een stukje mee te zeilen. Maar ons nareizen tot ergens in Noorwegen om daar wat zeilend te hoppen, is niet wat hij wil. Hij wil proeven van zeezeilen. Hoogzeezeilen. Een oversteek naar Stavanger, waarom niet…

Maar wat Eric na een paar uur op zee vooral proeft zijn zout en braaksel… Helaas, zeeziekte is zijn deel maar Eric is taai en komt er snel doorheen. En nee, hij stapt niet af in Harwich na 80 mijl scherp aan de wind…

Hij heeft er zin in en toont zich een fijn bemanningslid, ook al is zijn zeilervaring beperkt. De tweede tocht brengt ons naar Lowestoft, waar het liggeld high is en het waterpeil zo low dat we bij laagtij een stukje in de modder zakken.

Tocht drie wordt een fikse sprong tot het mooie Whitby, mét nachttocht. De leercurve van Eric is steil. Hij is helemaal zee-vast geworden, klaagt geen moment over de koude, lust alles en beschikt over een MacGyver-waardig probleemoplossend vermogen!

Tocht vier brengt ons tot Peterhead, Schotland. Even twijfelen we om de haven niet aan te lopen en de oversteek naar Stavanger te maken, -we hebben er de geknipte crew voor-, maar plotse dikke mist en kou jagen ons toch naar binnen. En hier scheiden onze wegen met Eric, na een week intens zeilen…

Hij trekt verder met de rugzak, stukje Schotland zien. Wij vertrekken met gunstige wind naar Noorwegen, zo’n 250 mijl noordoostwaarts.

O jee, de formaliteiten! Ik open mijn als Excel bewaarde e-C1331 van aankomst, vervang arrival door departure, pas vertrekhaven en bestemming aan en wis de lijn met de gegevens van Eric. We kwamen met drie het land binnen, we vertrekken met twee. ‘Zouden daar vragen bij komen’, vraag ik me af, als ik het nummer van de National Yachtline intik. ‘Sierra Tango Alfa November…’ Naam schipper en naam boot zijn deze keer voldoende. Bestemming NO SKU, Skudenes, Noorwegen, ook goed. Geen vragen over crew. ‘Have a safe crossing!’ klinkt de vriendelijke stem. Al mijn punten.

Het leven zoals het is, opstappers

Van Europa via Afrika naar Zuid-Amerika en terug…

Er liggen enkele jaren tussen onze belofte om DanceMe de Atlantische Oceaan te helpen overzeilen en nu, januari 2022. Het zou de eerste grote oversteek worden in het masterplan van Hans en Sabine. Van Mindelo, São Vicente naar Waterland Marina & Resort, Suriname, zo’n 2000 mijl. Het precieze moment is vaag, misschien door de glaasjes wijn van toen, maar een gemaakte belofte komen we na. En zo staan we nu op Cesária Évora Airport te wachten tot onze rugzakken van de band rollen. Na een treinrit van Brugge naar Zaventem zijn we via Lissabon gevlogen. Was de vlucht Zaventem – Lissabon een tikje saai, nu klinkt luidruchtig gejoel als de piloot aankondigt dat het 25°C is op onze bestemming. Onze overwegend Kaapverdische mede-passagiers hebben hun warmte duidelijk gemist.

Voor ons is de stap van 5°C naar 25°C ook wel een dingetje. Zwetend lopen we het ponton op en een wereld in die ik heel voorzichtig de sailing-community-van-het-moment ga noemen. ‘Wat zijn jullie bléék!’ luidt de begroeting…

Waar de sailing-community-van-het-moment, hier verenigd in Mindelo, mijl per mijl hun bruine (sommige rode) kleurtje en zee-benen hebben opgebouwd, worden wij, vers en wit, ingevlogen van Europa naar Afrika. Onze rugzakken zijn zwaar, maar niet door een uitgebreide garderobe… We hebben nogal wat boot-dingen mee. Een scepter, hoezen voor stootwillen, een epirb, filters voor de watermaker, een bankkaart. Ook voor het Belgische jacht Offspring, een Rival Bowman met een oogstrelende lijn, hebben we een wisselstuk mee.

Onzichtbare draden verbinden bepaalde aan ponton of anker schommelende boten. Gedeelde belevenissen en Whatsapp-groepjes weven een netwerk waar je geen deel van uitmaakt. Daar sta je dan, een tikje onwennig, nog steeds wat zweterig. Als de weerberichten tegen blijken te vallen, -geen wind in de eerstkomende dagen-, en het vertrek wordt uitgesteld, komt er tijd vrij waar je geen blijf mee weet…

De crew van DanceMe is niet meer dezelfde als in de tijd van onze belofte. Hans en Liesbeth vormen nu het zeilteam en met Liesbeth moeten we nog kennismaken. Ook aan boord is het voorzichtig aftasten. Territorium kan een raar woord lijken, maar toch is het waar we plaats komen innemen. Een wat vreemd geëindigde opstapper-ervaring op het traject El Hierro – Mindelo deed schipper en scheepsmaat nadenken en ze werkten een erg gedetailleerde onboarding procedure uit. Enerzijds verrast het schoolse kantje ons, anderzijds kan je misschien nooit te veel goede afspraken maken?

Nog belangrijk vóór vertrek is uiteraard de bevoorrading. Lang houdbare voeding kochten Hans en Liesbeth al op de Canarische Eilanden, waar winkels een stuk beter gesorteerd zijn. Hier in Mindelo rest vooral de aankoop van verse groenten en fruit voor vier personen, voor minstens twee weken. Verschillende eetgewoontes, kookplannen, hoeveelheden, houdbaarheid, het is soms een beetje een gokje.

Ik ben blij als het moment van vertrek er is, als de tocht kan beginnen… Daarvoor zijn wij, opstappers, gekomen. Op het ritme van het wachtensysteem en de beurtrollen voor koken en afwassen rijgen de dagen op de oceaan zich moeiteloos aaneen. De zon gaat op, de zon gaat onder, de volle maan van bij het vertrek krimpt elke dag een stukje tot ze helemaal weg is. Elke dag maken we ons de leefruimte een beetje meer eigen. En leren en ondervinden ook nog veel on-the-go. Want hoe gedetailleerd de onboarding gesprekken ook waren, veel van de praktische systemen, schootvoering, bomen met op- en neerhouders, wegneembaar stagzeil, lij-ogen, plotter, giek-rem, Hydrovane windvaan, zijn voor ons nieuw of anders.

We zijn over de helft, het aantal mijlen naar de bestemming neemt af, het mailverkeer met de sailing-community-van-het-moment neemt toe. 16 dagen na vertrek uit Mindelo varen we de Suriname rivier op en meren enkele uren later af bij Waterland Marina & Resort. Bemanningen nemen lachend lijnen aan, omhelzingen volgen. Sommigen die hier met open armen staan, hebben wij nog nooit gezien, anderen hebben we enkel vluchtig ontmoet, twee weken geleden… Ietwat bevreemdend. Luttele dagen later gaat alweer onze terugvlucht.

Bruin als hazelnootjes en een beetje rillend van de kou tillen we onze rugzakken van de bagageband in Schiphol. In 8 uur en 20 minuten zijn we van Zuid-Amerika terug naar Europa gevlogen. Dat moet, slordig gerekend, zo’n dikke 80 maal sneller zijn dan zeilend…

Woelig water

30 juli 2021

“Als we niet meer werken, gaan we dit niet meer doen, hee?”

“Beloofd?”

“Beloofd…”

23 december 2021

Ik sluit mijn pc en de deur van mijn kantoor. Voor altijd… De collega’s zwaaien me uit. Er zijn bloemen en cadeau’s. We lachen en wenen. Klinken en zingen. Als ik thuiskom is het warrig in mijn hoofd. Zo warrig als afgelopen zomer, eind juli.

Vijf maand eerder – 28 juli 2021

De Elbe stroomt hard. We spoelen naar zee, waar de realiteit de weerberichten helaas bevestigt. De wind zit tegen. En stroom méé, dat is maar voor enkele uren. En dan gaat die hele Noordzee de andere richting uit, en wij er tegenin. Ja, ja, we wisten het wel, maar als je er middenin zit, is het zo echt als wat. En dan zijn het geen cijfertjes, pijltjes of kleurtjes meer op een weerkaart op een schermpje. Een schermpje dat je lichtjes schuin voor de zeekaart houdt, in de hoop dat het héél misschien nét nét bezeild zal zijn… Niet dus. Als het tegen zit, zit het tegen. En waait je muts je bijna van de kop…

Knokken wordt het, die tocht naar huis. Knokken. 300 mijl lang. Maar toch vinden we dat het moet…

Het contrast met de voorbije weken is groot. Na onze idyllische vakantiedagen op het eiland Samsø volgt een haast nog idyllischer passage op het piepkleine eilandje Omø.

Ook in Bagenkop ten slotte, het zuidelijke puntje van het eiland Langeland, laat de Deense zomer zich van haar mooiste kant zien. Het is onze laatste stop in Denemarken, we genieten.

Zelfs de saaie passage door het Noord-Oostzeekanaal krijgt nog een romantisch kantje. Bij windstil weer en volle maan overnachten we er op anker in Flemhuder See, een zijarm van het kanaal.

En zo belanden we in Cuxhaven, de laatste haven vooraleer we de terugtocht aanvatten… De weerberichten liggen dwars, maar we vinden dat het niet met kiezen is…

Hier en nu – 23 december 2021

Mijn laatste werkdag. Ik rijd de parking af. Achter mij zie ik hoe de kerstverlichting een warme gloed geeft aan het kantoorgebouw. Dit was het dan…

Toen we -ik weet eigenlijk niet meer precies wanneer- het besluit namen om het roer van ons leven om te gooien, was dat nog maar een voornemen, niet méér dan een vaag plan. Beetje bij beetje kreeg het vorm. Kleiner gaan wonen, boot optimaliseren, werk opzeggen… Dat laatste kondigde ik bij het begin van dit jaar aan. Maandenlang was het een abstracte gedachte. Maar nu, nu is het realiteit. En dat voelt een beetje als die terugtocht Cuxhaven – Nieuwpoort. Verwarrend en wild.

Ik kijk nog éénmaal achterom.

De Noordzee laat ons haar krachten voelen. Wanneer het enerverend traag gaat en er geen einde lijkt te komen aan het windmolenpark ten noorden van het Duitse Waddeneiland Borkum ben ik het hartsgrondig beu. We beloven mekaar dat we dit niet meer zullen doen. Nooit meer. Dat we -eens we niet meer zullen werken- gaan wachten op geschikte weervensters. Altijd. Maar nu nog even niet. Nu willen we nog terug zijn op het tijdstip dat we hebben beloofd. Las voor zijn patiënten, ik voor mijn collega’s…

Pas ter hoogte van Westkapelle, Zeeland, is de koers bezeild. Murw gemept varen we laatste mijlen op één oor naar Nieuwpoort, onze thuishaven. De volgende dag zit ik op kantoor.

Kerst 2021

We slaan een bladzijde om en beginnen aan een nieuw hoofdstuk.

De boot staat al weken in winterberging in Kats, Zeeland. Na de winter varen we haar terug. Als de werkzaamheden afgerond zijn. En… als de wind goed zit.

Een meeuw aan boord. Grenå en het eiland Samsø.

Grenå

Traag roeit een man over de rivier. Langs het riet roeit de man. Van de rivier gaat het naar de zee en van de zee naar de haven. Een beetje zoals in Melopee van Paul van Ostaijen, maar dan anders. In de boot zit ook een vrouw, naast haar ligt een groot pak. De man roeit de haven in.

De man, dat is mijn schipper. Had hij de benzine van het motortje tijdig bijgevuld, dan was hij nu niet aan het roeien geweest. De vrouw, dat ben ik. En in het pak zit een houten meeuw.

De zeiltocht van 28 mijl van het eilandje Anholt naar Grenå, eerder die dag, was bijzonder omdat ze dwars door het uitgestrekte Anholt offshore wind farm was gegaan. En varen tussen windmolens, 111 in dit geval, in Denemarken mag dat.

In de haven van Grenå valt niet zo heel veel te beleven en dus trekken we er met de bijboot op uit. Het tochtje naar het oude centrum van Grenå, drie kilometer landinwaarts, begint idyllisch, langs rietkragen en onder lage bruggetjes door. Maar ook op een zwoele zomerse namiddag kun je dus zonder benzine vallen. En zo roeien we om beurten geduldig verder naar het stille stadje. In een verrassend knappe interieurzaak vergeten we even de terugtocht die ons te wachten staat en laten ons eensgezind verleiden tot de aankoop van een houten meeuw. We noemen hem Kay, naar zijn Deense ontwerper Kay Bojesen.

Aan de meeuw zit een veer. Maak je die vast aan het plafond dan danst de meeuw zachtjes op en neer. Wat gek, als ik hem vanuit een bepaalde hoek gadesla, zou ik zweren dat hij monkelend lacht…

Samsø

Ik ben jarig. Ik ben jarig en het miezert. Ik ben jarig, het miezert en we willen het eiland Samsø verkennen. Ik ben jarig, het miezert, we willen het eiland Samsø verkennen en mijn plooifiets heeft een platte band…

Gisteren zeilden we van Grenå naar het eiland Samsø. De tocht van 32 mijl was rustig begonnen, tot de beschutting van de kust wegviel, en wind en golven vrij spel kregen in het gebied waar de Grote Belt, de Kleine Belt en het Kattegat elkaar ontmoeten. Het werd pittig zeilen en na nog een woelige aanloop tussen zanderige ondiepten, ankerden we in de baai van Langør…

Als ik in Google Maps een fietshersteller zoek blijkt die op amper 200 m te zitten van waar we staan… Tegen sluitingstijd kan mijn fietsje hersteld zijn. Niet veel later rijd ik gezwind verder op de comfortabele huurfiets die ik voor de rest van de dag gratis mag gebruiken…

Het klaart op en na een lunch in het pittoreske Kirkeby fietsen we verder tot Issedhoved, dat op 15 km van de haven van Langør ligt. Het landschap op deze noordelijke top van het eiland is apart in zijn eenvoud. Bolle hellingen met kort droog gras, heideachtige planten en zoute bloemen in zachte kleuren. Beneden het strand.

Het aarzelende licht dat deels achter de wolken blijft haperen bedrijft poëzie met de kleuren van het moerassige gebied op de terugweg naar Langør. Traag fietsen we tussen een weelde van zachte grijzen, contrasterende groenen en witte spikkels van frêle bloempjes. Tegen de monotone lucht tekenen planten zich sierlijk af als kunstig kantwerk…

Ik ben nog steeds jarig, het regent al lang niet meer, de band van mijn fiets is hersteld en rondom mij gaan op alle boten van de ankerplaats de lichtjes branden. Ik knipoog naar Kay…

De zomer is weer helemaal terug als we de volgende dag 10 mijl zuidwaarts motoren naar Ballen, waar we, op ruime afstand van de volle jachthaven, ankeren voor het strand.

En hier krijgt mijn verjaardag een lekker staartje. Na een fietstocht tot Vesborg Fyr, de vuurtoren op de zuidpunt van Samsø, sluiten we de dag af met een heerlijke zeevruchtenschotel bij Værftet.

Kay, die gisterochtend nog instemmend knikte bij het zien van mijn verjaardagsontbijt, schudt nu streng het kopje als ik hem de belachelijke prijs van de nochtans eenvoudige fles wijn opbiecht. Ook dat is Denemarken…

Storm op Anholt

De haardroger gaat hoog in toeren en maakt daarbij een angstaanjagend geluid. Met een verbeten blik gaat de vrouw die bij het haar hoort haar kapsel te lijf. Het is een strijd op leven en dood. Dat haar lange blonde haren na jaren kleuren, te veel zon en te weinig knipbeurten al lang dood zijn maakt het er niet gemakkelijker op. Noch het product dat ze driftig door haar lokken kneedt, noch de loeiende haardroger zullen haar kapsel tot leven wekken. Maar ze geeft niet op.

Aan de andere wastafel staan twee jonge meisjes, poppenbeentjes, poppenlijfjes, poppengezichtjes. Maar ze zijn niet tevreden en druk in de weer met wattenstaafjes en oogschaduw in allerlei tinten blauw. Ondanks alle mogelijke filters stelt Instagram hoge eisen. Geconcentreerd keuren ze zichzelf en elkaar en kleuren verder.

Het stormt in Anholt en ik kom douchen in het Sailor House van de marina. Het systeem is simpel. Kleed je uit, houd je havnkart voor het automaatje van een douchehokje en achter een plastic gordijn krijg je drie minuten warm water. Drie minuten, hoeveel is dat eigenlijk, denk ik zenuwachtig en was snel snel mijn haar en lijf. Het is heerlijk lang. Ik droog me af, kleed me aan en doe dagcrème op, klaar. De haardroger brult nog steeds. De meisjes zijn weg, op de wastafel liggen blauwe wattenstaafjes en proppen papier met bruine foundation. Het vuilbakje hebben ze niet zien staan.

16 – 18 juli 2021

Ik verbaas me over het contrast tussen het leven-zoals-het-is in deze propvolle jachthaven en de rest van het piepkleine eiland. Een parel van amper 22 km2, een berg, een ‘woestijn’ en strandjes, zo stil en puur dat je er in je blootje kan gaan zwemmen…

Hoe ze de boten hier in de haven bij elkaar proppen, dat zag ik nog nergens. Eén rij boten ligt aan een ponton, achteraan vastgemaakt aan een hekboei en neus op de kant. Daar worden andere boten tussen geschoven. In een enkel geval komt er nog een boot op een soort van derde rij die alles afsluit met de overkant. En met de aangekondigde storm hebben de havenmeesters om de zoveel boten lange lijnen gelegd om het boeltje bij elkaar te houden. We liggen gevangen. Mensen lopen af en aan als colonnes druk wriemelende mieren…

Buiten klinkt de wind nu ook als een overspannen haardroger. Vandaag zitten we de storm uit. Lang ontbijten, laat douchen, boot opruimen, wat schrijven, een wandeling. Bruut en ongenaakbaar is de zee die de voorbije dagen lieflijk en kalm was.

Want de tocht hierheen was er eentje om door een ringetje te halen. Halve wind, een goeie 4 bft, zon en een diepblauwe zee rondom ons. Zowel de kust van Zweden als die van Denemarken te veraf om te zien. En dan verschijnt voor mijn verrekijker de bos masten op Anholt… Mikado voor gevorderden, reageert Marian van Roy op mijn Facebook post en dat zegt alles.

Toch varen we binnen want we willen niet alleen het eiland zien maar ook veilig liggen voor de passage van de aangekondigde storm. Maar voor die over het eiland walst, hebben we nog een heerlijke dag om dit paradijsje te ontdekken en dat doen we weer maar eens met onze fietsjes…

Anholt in een notendop, dat is een berg, een woestijn en stranden.

De berg, het bergje, heet Nordbjerg. We parkeren onze fietsjes aan de voet er van en gaan op pad. Eens boven, keren we terug via een steile helling en een ongerept keienstrand.

Het strand ligt bezaaid met kunstige zeewieren in wonderlijke tinten van bruin. Zoveel mooier dan de foundation van de popjes in de haven denk ik dan. Een zeehond verrast ons, we hadden hem amper opgemerkt.

Blauwen waar geen oogschaduw aan kan tippen liggen aan onze voeten.

De woestijn wordt Ørkenen genoemd, beslaat een groot deel van het eiland en is beschermd natuurgebied. Het droge landschap met zijn korstmossen en heide-achtige plantjes is uniek. Wandelen mag er, fietsen niet.

Op de stranden mag je wel fietsen… En die stranden, die zijn er gewoon overal. Spierwit poederig zand dat langzaam afloopt in de turquoise uitnodigende zee. Vaak geen levende ziel te bekennen.

‘Die heeft geen haardroger nodig’, denk ik glimlachend als ik mijn schipper blij als een kind zie krawietelen in de branding…

Zomer in een handvol kleuren. Het eiland Læsø.

We zeilen 33 mijl over een diepblauwe zee met daarboven een al even diepblauwe lucht. We ankeren en zwemmen wat rondjes om de boot. Later fietsen we tussen geurige donkergroene pijnbomen en langs goudgele korenvelden. Nog later eten we blauwe kaas, rode langoustines met veel look en wit, grof zeezout… En nee, we zijn niet in Zuid-Frankrijk. We zijn op Læsø, een eiland van pakweg 100 km2, dat tussen Denemarken en Zweden ligt, in de zeestraat die het Kattegat genoemd wordt.

Netjes. Dat is hoe ik Denemarken tot dusver ervaar, met zijn ordelijke dorpen, keurige huisjes zonder frivoliteiten, egale akkers en ongerepte strandjes. Blauw, geel, groen, wit en rood… Een beperkt kleurenpalet dat voor een frisse, opgeruimde uitstraling zorgt. Kakofonie is niets voor de Denen, denk maar aan de eenvoud van hun beroemdste exportproduct, design. Of het succes van hun onovertroffen LEGO bouwsteentjes. Eindeloze mogelijkheden met een handvol kleuren.

14 – 16 juli 2021

Blå. Het blauw van de lucht wedijvert met het blauw van de zee op de tocht van Hals naar Læsø. Omdat Vesterø havn goed vol ligt en het heerlijk weer is, besluiten we buiten de haven te ankeren. Na zalig zwemmen gaan we op goed geluk fietsend het landelijke eiland verkennen. Korenbloemen steken blauw af tegen gele korenaren…

Gul. Gele veldbloemen, een botergele vissersboot, een okergele, in zee zakkende zon, de overtreffende trap van zomer..

Grøn. Wat zijn we blij met de koele schaduw van het donkergroene pijnboombos waar we doorheen fietsen. In de zon is het zo warm dat het asfalt aan onze banden plakt! Grijsgroen is dan weer het zeegras of zeewier dat hier op Læsø ooit gebruikt werd als dakbedekking, een unieke eeuwenoude traditie. En watergroen het onderwaterschip van een van de drie scheepsmodellen in Vesterø Kirke. In elk kerkje waar we komen hangen er één of meerdere van deze votiefschepen, in combinatie met koperen kroonluchters.

Hvid. Zilverwit het maansikkeltje boven onze ankerplek. Platina wit het schitterende tegenlicht waarin een vissersboot steeds kleiner wordt. Melkwit de ochtendmist die uit het niets opduikt maar snel oplost in een zalige zomerdag. En spierwit ten slotte het zout dat hier op Læsø gewonnen wordt en dat je in het winkeltje bij de Læsø Saltyderi, de zoutziederij kan kopen. Ze verkopen er ook schoonheid