Preikestolen, de bovenkant

Maandag 16 juli 2018

Een Aziatische vrouw met een kitscherige parasol tegen de felle zon, in het goudgeel gehulde look-alikes van de dalai lama, zwetende vaders als dappere sherpa’s, hun kinderen in ingenieuze draagsystemen op de rug, oudere dames die zich een weg banen met twee Nordic walking prikkers waar je ze eerder een Noorse trui mee zou zien breien. Naar zonnecrème ruikt het hier, naar zweet en deo. Flarden Spaans, Noors, plat Antwaarps, Duits…

Het kleurrijk circus waarin we aanbeland zijn is de wandeltocht naar de Preikestolen, de (t)róts van Noorwegen.

Een karavaan van mensen van alle leeftijden, alle nationaliteiten, jong en oud, dik en dun, mooi en minder mooi, hijst zich hier de 600m op naar de rots aller rotsen. Alle mogelijke merken van outdoor kleding en sportief schoeisel passeren hier de revue, de ene outfit al eleganter dan de andere. Maar circus of niet, het zijn voor iedereen dezelfde kilometers en het is voor iedereen even warm in deze onwezenlijk hete Noorse zomer.

Twee uur stappen heen, twee uur stappen terug. Sommigen hijgen, gezichten lopen rood aan. Maar iedereen gaat koppig door, voetje voor voetje, want iedereen wil hetzelfde. De rots. Preikestolen. De preekstoel. In de kerk de plek waar donderpreken over gelovige zieltjes uitgespuwd worden. Op een boot de roestvrijstalen constructie op de boeg, voor de bemanning bescherming tegen brekende golven, een houvast.

Maar op die postkaart-rots hier in Noorwegen, is geen houvast. Uitdagend leunt het 25 bij 25 meter granieten plateau over de diepblauwe Lysefjord, geen hekje of relingetje te bekennen. Het water beneden even diep als de rots hoog is, 600m. De zon zindert.

Hier, op het uithangbord van Noorwegen, eten en drinken de mensen als was het de McDonalds, staan in de rij voor de foto van hun leven, struikelen over rugzakjes, wandelstokken en statieven. Het is uitkijken voor selfie sticks en drones, iemand gaat warempel op de rand van de afgrond op haar hoofd staan, er wordt driftig geklikt op mobieltjes….

Maar mijn schipper, die is stil.

Hoogtevrees speelt hem parten. Trotseert hij met gemak de ruwste zeeën, zijn benen worden als rubber in de buurt van kliffen, rotsen, afgronden. Ondraaglijk vindt hij het dat ik er net van hou om toch maar even over de rand te kijken. Ik vind het wauw!

Om hier te komen zeilden we gisteren 15 mijl van het lieflijke eiland Sauøya naar Jørpeland. Een bescheiden jachthaven bij een ietwat saai en slaperig stadje. Maar Jørpeland heeft een bank en een postkantoor, een paar winkels en supermarkten, je kan er diesel tanken en de bus naar de Preikestolen stopt er op vijf minuten lopen van de haven.

Hoe praktisch dit alles ook mag zijn, na de drukte van ons toeristisch dagje verlangen we vooral naar de stille leegte van een baai. Terwijl Las diesel tankt, haal ik snel groenten, fruit, vis en vlees voor enkele dagen en in de late namiddag varen we de Høgsfjord over, 7 mijl naar Tingholmen, een kruimel van een eilandje.

Afgemeerd tegen een steile rotswand waar de warmte van de dag nog af straalt, genieten we van de stilte, een lekkere spaghetti en de laatste avondzon. De Preikestolen zit in onze kuiten, de wijn in ons hoofd, we hoeven niet gewiegd te worden…

Dinsdag 17 juli 2018

Tingholmen. Je moet het eens hardop zeggen. Het klinkt fris als een belletje of een klokje. Net zo fris als wij na een verkwikkende nachtrust op deze muisstille plek. Na een kleine wandeling op ‘ons’ eiland, vertrekken we naar de beroemde Lysefjord. We willen de Preikestolen nog wel eens zien, maar nu van de onderkant…

De Noren gereserveerd, zeg je?

“Weet je wat er zo speciaal is aan de Noorse windmeters? Ze wijzen altijd met hun pijl naar waar de wind vandaan komt!” Arve en Cecilia lachen hartelijk. We hebben het hier al ondervonden, tussen de eilanden draait de wind verrassend en ja, hij lijkt steeds weer tegen te zitten…

14 – 15 juli 2018

Sauøya

Zachtjes varen we de baai binnen. En we zien het meteen, dit plekje is een paradijs. Spiegelglad turkoois water, een kleine kom. Er ligt een zeilboot voor anker. Het stel op de boot zwaait naar ons. Geen klein wuifhandje of een snelle strakke ‘hoi’, maar een brede trage zwaai, heen en weer in een duidelijke boog. Ik hou van dit gebaar, die typische bootmensen-zwaai…

Twee vaargidsen hebben we aan boord, de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee van René Vleut en de Imray Pilot Norway van Judy Lomax. Het boek van René Vleut bevat een schat aan informatie maar omvat zo’n uitgestrekt gebied dat er niet echt in detail kan worden gegaan. Dat doet de Imray Pilot dan weer wel. Maar 25.000 km kustlijn krijg je niet zomaar in een boek gepropt, dat is duidelijk. Verder hebben we nog twee heerlijk gedetailleerde atlassen van de uitgeverij NV Verlag, NO 5 en NO 6.

Het plekje dat we voor vandaag uitgekozen hebben, een baai op het eiland Finnøy, bevalt ons niet echt, er staan te veel huizen, er is een zeilclub, het is er te druk. We varen door naar het piepkleine Sauøya…

Daarvoor moeten we om het eiland Bokn heen en of je daarvoor noord of zuid kiest, maakt niet uit, het is ongeveer even ver. In de hoop de wind eens niét tegen te hebben, kiezen we voor de zuidkant… Maar wat ik niet gezien heb op de kaart is dat er op deze vaarroute een kabel van 22m tussen twee eilanden hangt. Help, onze mast! Zijn we nu 20, 21 of 22m doorvaarthoogte? Veel tijd om ons hierover druk te maken, is er niet. We schuiven sneller dan ik wil dichter en dichter naar de kabel toe, die voor mij slechts halverwege onze mast reikt. Ik weet wel dat dit gezichtsbedrog is maar tot de laatste seconde ziet het er griezelig te laag uit. Ik verbaas me er over hoe rustig Las blijft wanneer we er probleemloos onderdoor gaan. “De kaarten nemen een goeie marge, en het is laag water…” Even later liggen we voor anker in een filmdecor.

De Noren op de zeilboot een eindje verderop blijven uitnodigend kijken en lachen naar ons. Als Las er met de bijboot naar toe roeit en ze voor een drankje en een babbel aan boord uitnodigt, zijn ze “ja, takk” meteen akkoord.

We maken kennis met Cecilia en Arve, een hartelijk koppel uit Tananger. Oprecht openhartig bekennen ze zopas onze vlag gegoogeld te hebben, want waren even in twijfel of het nu een Duitse vlag was of niet. Ze hebben bewondering voor het feit dat wij hier aan de westkust komen zeilen, volgens hen wil iedereen naar het meer mondaine zuidoosten van Noorwegen. Maar zij zijn fier op hun iets minder toeristische vaargebied. Met de kaarten er bij duiden ze nog een paar mooie plekjes aan en geven ons het advies om naar Jørpeland te varen in plaats van naar Tau als we naar de Preikestolen willen. Waar ze, voegen ze er fijntjes aan toe, zelf nog nooit geweest zijn wegens te toeristisch… Hún favoriete zeilgebied is de Hardangerfjord. Dat is die van op ons ooit-nog-to-do-lijstje.

Arve is wég van onze real sea-going boat zoals hij onze Breehorn noemt. ‘Een boot om mee naar het Noorden te varen,’ zegt hij dromerig, ‘de Lofoten…, en verder.’ Nog meer op ons ooit-nog-to-do-lijstje dus.

We kletsen en lachen de zomerse avond weg met kleurrijke zeilverhalen. De volgende ochtend blijven we nog tot een stuk in de namiddag in dit mooie plekje vooraleer we ons anker lichten en doorvaren naar Jørpeland en de Preikestolen..

Kvitsøy, Kløsterøy, Møsterøy, Fjøløy… Het is hier zo stil dat we bijna beginnen fluisteren.

Weet je wanneer geschiedenis leuk is? Als het een beetje klinkt als een sprookje. Zoals in: er was eens een man die van een door twisten en plunderingen versnipperd land een eengemaakt en vredig koninkrijk wilde maken. Hij wilde dit zo hard dat hij zwoer zijn haar niet meer te laten knippen tot dat lukte. Tien jaar duurde het… En zo kwam de eerste koning van Noorwegen in de geschiedenisboeken als Harald Hårfagre, Harald Schoonhaar.

Donderdag 12 juli 2018

We zijn nu wel het hele eind naar Noorwegen gevaren, een strak plan voor de verdere vakantie hebben we nog niet. Een reisplan op voorhand uitstippelen had ik niet echt gedurfd, eerst zien of we zo ver kwamen… Onze aanloophaven Skudenes ligt op het eiland Karmøy. Van hieruit kan je via de Karmsundet naar de grote Hardangerfjord en Bergen in het noorden, het Ryfylke-fjordengebied met Stavanger en de Lysefjord liggen in het zuiden. Verder noordwaarts varen betekent dat je ook alles nog eens terug moet. En als we op de kaart van het zuidelijk deel inzoomen, zien we pas hoeveel eilanden en eilandjes er liggen. Hier valt echt wel wat te ontdekken. We besluiten Bergen en de Hardangerfjord op ons ooit-nog-to-do-lijstje te zetten en zetten koers naar Kvitsøyane, de eerste archipel zo’n 7 mijl ten zuiden van Karmøy. Die bestaat uit 167 eilandjes bij hoogwater, daar komen nog eens 198 rotsjes bij bij laag water… In deze puzzel zijn veel doorvaarten mogelijk naar het schattige vissersdorpje Ydstabøhavn, maar we houden ons wijselijk aan het beboeide kanaaltje.

Aan de houten kade waar we afmeren -water, elektriciteit, toilet, wasmachine- liggen slechts twee boten, een Noor en een Zweed. Als onze motor uit gaat, is het hier zo stil dat we bijna beginnen fluisteren. In de middagzon staan de houten huisjes spierwit te wezen. Een zomerse lunch, een fietstochtje naar de vuurtoren en ‘s avonds barbecueën op het ponton, plaatjes voor een vakantiebrochure.

Vrijdag 13 juli 2018

Van Kvitsøy naar Klosterøy – Møsterøy – Fjøløy

Een mijl of 8 naar het oosten ligt een groepje van drie eilandjes waarvan het belang tot wel 12 eeuwen teruggaat. In die tijd rommelde het in Noorwegen door eindeloze gevechten tussen strijdende en plunderende rivalen. Zelfs de Vikingen hielden het er voor bekeken en trokken weg, naar Orkney, de Shetlands, de Faroer eilanden en Ijsland.

En toen won de Harald waar ik het zonet over had, in 872 met zijn inmiddels tien jaar lange haren de Slag bij Hafrsfjord. Als eerste koning van het eengemaakte Noorwegen vestigde hij zich met zijn koninklijke hof in Utstein op het strategisch gelegen eiland Kløsterøy. Later verhuisde het hof naar Bergen en werd Utstein een klooster. Het enige nog overgebleven middeleeuwse klooster in Noorwegen. Nog later, in de 18de eeuw werd het de ambstwoning van de gouverneur van het Ryfylkegebied, Christopher Garmann en zijn eerbiedwaardige familie. Volgens onze toeristische gids een bezoek waard.

En zo varen we daar met een flink windje, sportief als op open zee, naar toe. De eerste baai die we uitkiezen om te overnachten ligt naar onze mening te onbeschut voor de strakke noordwester en we varen om de eilandjes Fjøløy en Klosterøy heen tot in een baai met de mooie naam Finnasandbukta. De baai met het fijne zand. We mogen er afmeren aan de houten kade van een hotel. Gratis. Hotel en baai hebben iets desolaats en doen denken aan Schotland.

Zaterdag 14 juli 2018

Ook het weer doet denken aan Schotland vandaag. Het is grijs en kil als we opstaan, we zetten zelfs even de verwarming bij en kleden ons warm als we met de fietsjes op pad gaan naar Utstein. De aanbeveling van onze reisgids ten spijt ligt het klooster er even verlaten bij als het hotel waar we afgemeerd zijn. Welgeteld vier bezoekers willen een toegangskaartje. Van Harald Schoonhaar geen spoor, van de monniken is ook niet veel overgebleven en schoonheidswedstrijden zullen de dames Garmann zeker nooit gewonnnen hebben.

We verlangen naar zilt en zuurstof en als de zon doorbreekt, fietsen we gezwind naar Fjøløy Fyr, de vuurtoren van het eiland Fjøløy.

Als toeristische attractie verslaat voor ons het uitzicht daar met voorsprong het klooster.

De fjorden lonken, we willen verder. Enkele uren later zeilen we alweer door de Mastrafjord…

Skudenes, Noorwegen. Je weet pas hoe ver het was als je er bent…

Woensdag 11 juli 2018

Pas bij het aanleggen voelen we hoe moe we toch wel zijn. Twijfel bij het afmeren, is het hier diep genoeg langs die kade? De havenkom, houten kades midden in het centrum van een slaperig withouten stadje, ligt goed vol. Hoofdzakelijk dikke motorjachten. Op de vrije plaatsen hangen kaartjes met Forbudt of Privat. We cirkelen wat twijfelend rond tot een hartelijke man in een motorbootje ons een plek naast een grote witte boot aanwijst. “Ga daar maar liggen, ik vertrek de eerste dagen toch niet!”

Skudenes. Hier liggen we. Te sudderen in de Noorse middagzon. Het eerste biertje gedronken, het onvermijdelijke klopje van de hamer geïncasseerd en het broodnodige tukje gedaan. We zijn er. Bij een stevige kop koffie overlopen we nog eens de voorbije tocht. 500 mijl blijken er 590 geworden te zijn. De vier verwachte nachten op zee werden er vijf. We halen de schouders op, wat maakt het uit. We zijn er.

Hoe zit dat nu, in één keer naar Noorwegen zeilen?

Wel… Je trekt op de Navionics kaart op de Ipad een rechte lijn van Nieuwpoort naar Skudenes. Je leest 500 mijl af. Dat vergeet je onmiddellijk. Het betekent niets. Je weet pas hoe ver het was als je er bent…

Wij zijn, afgaand op de weerberichten, in een rechte lijn naar het noordnoordwesten vertrokken. Een heel eind zouden we langs de Engels kust blijven varen om dan ergens halverwege noordoostwaarts af te buigen. Maar de wind besliste er anders over en dwong ons al eerder naar het midden van de Noordzee…

Navigeren doen wij vooral met Ipad en plotter. Maar je weet nooit, dus blijven we ook vasthouden aan papier. Een recente ouderwetse papieren kaart, een ‘overzeiler’ vond ik geen overbodige luxe. Op een langere tocht blijf ik daar op regelmatige tijdstippen onze positie in tekenen. Als we na 36 uur varen 180 mijl ver zijn, varen we de gloednieuwe kaart in. Bij het aanduiden van onze positie zie ik tot mijn verrassing dat daar met stippellijntjes een volledig nieuw windmolenpark uitgetekend staat, het Hornsea Offshore Windfarm under construction… Noch op de plotter, noch op de Navionics kaart op de Ipad, nochtans recent ge-update, staat dit aangeduid.

Het gebied strekt zich uit over een oppervlakte van 20 mijl bij 10 mijl. Omdat we zowat recht op het midden er van komen aanvaren en er niet veel meer te zien is dan wat boeien, roepen we het Survey Vessel op dat er ‘de wacht houdt’. Of we er misschien doorheen mogen varen? Het antwoord is formeel, buiten het gebied moeten we blijven. Dat wordt dik 10 mijl om varen…

En dan het zogezegde weather window waar zeilers het zo graag over hebben. Als de weerberichten je zo’n weervenster voorhouden, kan je gaan. Maar hou er altijd rekening mee dat iemand soms ineens het raam dichtklapt… In ons geval gaf dat een kleine oranje vlek op het Windyty windkaartje die uitgroeide tot een fikse brok zwaar weer.

We deelden in de klappen maar ook dat waait over en met bijna windstil weer zijn we ten slotte hier in het stille Skudenes binnengezeild. Met een biertje, een tukje en een koffie schudden we de 590 mijl van ons af als een natte hond zee en zand na een strandwandeling. Het zomert hier dat het een lieve lust is, we zetten onze eerste stapjes op vaste Noorse grond. Dit voelt goed!

Drie dagen om in te lijsten en dan, bám!

Woensdag 11 juli 2018

Het is 3:00 ‘s nachts en het is licht. De scheepsradio kraakt. Een vrouwenstem. Ze zegt iets waar ik geen woord van versta. Op Admirality Chart BA2182C North Sea, northern sheet zijn we net de lijn van 58° noorderbreedte gepasseerd, aan stuurboord de kustlijn van Rogaland, de zuidwestkust van Noorwegen…

Vijf dagen geleden, op vrijdag 6 juli, zijn we vertrokken uit Nieuwpoort. Bladstil is het, de zee deint traag als olie, onze Yanmar bromt. Mijn schipper ook: ‘Zo gaan we nooit in Noorwegen geraken als je ‘t mij vraagt…’ Maar tegen de avond komt er een vleugje wind en kunnen we zeilen. Niet echt snel, maar wel heerlijk comfortabel.

De eerste uren, of misschien wel de hele eerste dag van een meerdaagse zeilreis zijn altijd wennen. Niet zozeer de zee, we hebben allebei zeebenen, maar vooral de zo andere tijdsbeleving. Je hoofd zit nog vol. Vol met stress van het werk dat je net hebt afgerond, vol met lijstjes –hebben we alles mee-, vol met vanalles. Maar naarmate de uren verstrijken, ebt dat weg. Ik heb boeken mee, leesboeken en reisgidsen, ik wil schrijven, ik wil koken, maar ik doe niets en vind dat fijn.

Op dag twee –we hebben een heerlijk rustige nacht gehad- kunnen we de kleurige halfwinder zetten en pas negen uur later moet het zeil naar beneden. Nog maar eens zeildag om door een ringetje te halen.

Dag drie komt als vanzelf met meer ideaal zeilweer. Stralende zon, wind. Passeerden we een dag geleden nog tal van gas- en olieplatformen met bijbehorende survey vessels, vandaag zien we niets. Er zijn alleen de diepblauwe zee, de helblauwe hemel en wij.

Heel geniepig komt er beetje bij beetje wat west in de noordenwind waardoor we met zachte dwang oostwaarts worden gedrukt. We halen de zeilen aan, varen scherp en maken ons geen zorgen. We hebben van bij het begin genoeg marge voorzien om ten westen van Noorwegen te blijven. Zo ver mogelijk noordwaarts varen en dan afbuigen naar de kust is het plan. We lezen en bruinen.

Dag vier -we naderen de plek in de Noordzee waar vijf landen samen komen, Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk- kondigt zich aan met een vreemde paarse kleur.

De wind trekt aan. We reven. Grootzeil en genua. De wind trekt verder aan. Vijf beaufort wordt zes beaufort. We verwisselen de genua voor de kotterfok. De wind trekt nog meer aan. Windkracht zes wordt zeven.

We reven het grootzeil nog meer. De zee bouwt op tot een indrukwekkend berglandschap. Het wordt steeds ruiger, we zetten ons schrap.

In de vaarwijzer voor Scandinavië van René Vleut staat een quote: ‘Er zijn maar drie soorten wind: er is geen wind; er is wind; en er is: O, lieve heer, laat het asjeblieft ophouden.’ Dat laatste is wat door mijn hoofd gaat als windkracht zeven acht wordt…

De zee is nu gigantisch. Omdat we geen idee hebben hoe lang dit gaat duren, besluiten we even ‘adem te nemen’ en te gaan bijliggen. We halen het kotterzeil bak, laten de grootschoot volledig vieren en zetten het stuurwiel vast. De boot komt vlak te liggen, loeft op en valt weer af. In dit moment van tijdelijke ‘rust’ maak ik een snel éénpansgerecht. Eten moeten we blijven doen, slapen ook. We halen de zeilen weer aan, gaan zo scherp mogelijk varen en besluiten elk afwisselend een uur te sturen en een uur te rusten. De zee heeft nu ook brekers voor ons in petto. Een bepaald moment slaat een dwarse breker ons zodanig uit de koers dat de boot ongewild overstag gaat. Terug op onze koers komen is een heksentoer.

Maar ook de lelijkste storm blijft niet duren en na 24 uur gaat de wind weer liggen, op dag vijf worden we getroost met een prachtige zonsopgang.

We ruimen de kajuit op, ontbijten royaal, drogen kleren, mutsen, handschoenen en halen om beurten slaap in.

Het resultaat van de storm is dat we niet alleen weinig gevorderd zijn maar vooral niet in de goeie richting. We zijn een heel eind oostwaarts verzet tot voor de zuidkust van Noorwegen. En ik denk opnieuw aan een zinnetje uit de Vaarwijzer voor Scandinavië van René Vleut: ‘Hoe kom je van deze zuidkust naar de westkust van Noorwegen?’ Het antwoord is duidelijk: ‘Lang niet altijd.’

Want zoals meestal staat hier noordwesten wind, helemaal tegen dus. Maar die is intussen zo zwak geworden dat we de motor bijgezet hebben en traag motorzeilend opkruisen. Nog 40 mijl te gaan tot Skudenes, komt goed…

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Hink stap sprong naar huis

Hink… Dartmouth – Boulogne – 230 mijl in 34 uur, gemiddeld bijna 6,8 knopen!

27 juli 2017. Het prachtige weer van gisteren lijkt een verre onwezenlijke droom. Vandaag is het grijs hier in Dartmouth, de toppen van de hellingen zijn gehuld in pluizige mist, de geveltjes moeten keihard hun best doen om er kleurig uit te blijven zien. Wat een verschil…

Maar niet getreurd, op zee staat een perfecte wind, zuidwest 6 beaufort. Geholpen door flink wat stroom mee, sjezen we oostwaarts. Huiswaarts. We spelen even met het idee om nog een ommetje te maken langs Guernsey maar laten het even snel weer varen. Vreemd dat er op een reis toch altijd zo’n moment komt dat je in een ‘we-zijn-weer-bijna-thuis’ stemming komt. Dat er dan niet veel meer hoeft dan gewoon naar huis varen. En zo besluiten we in één keer door te gaan tot Boulogne. En al vinden we het een beetje zonde om de snelheid uit ons schip te halen, toch minderen we bij zonsondergang wat zeil om op het gemak de nacht door te zeilen…

De wind blijft constant, na 24 uur zeilen hebben we 160 mijl afgelegd, voor ons een beetje kicken toch. Nog eens 10 uur later lopen we Boulogne aan en dat is best spannend. Stevige wind op zee, dat is gewoon stevige wind op zee. Maar stevige wind om een haven aan te lopen, dat blijft altijd een beetje stressen.

Stap… Boulogne – Duinkerke – 44 mijl in 5 uur 25 minuten

28 juli 2017. Er is opnieuw 6 bft voorspeld. Dat is niet min, maar het is nog altijd wind uit het zuidwesten en dat maakt het doenbaar. Het uitvaren is al even spannend als het aanlopen gisteren, de zee beukt met wit geweld op de muur van Boulogne.

Maar eens we wat afstand nemen van de kust, valt het best mee. Wind en stroom spoelen ons rond Cap Gris Nez, er zijn nogal wat jiha-momentjes! In een record tijd zeilen we naar Duinkerke.

Sprong… Duinkerke – Nieuwpoort – de laatste 17 mijl…

29 juli 2017. En zo zijn we weer thuis, drie weken zeilvakantie zitten er op. En voor wie er wat aan heeft, als afsluiter nog een overzicht van alle tochten en tochtjes van een fijne zeilreis…

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

The Anchorstone, Dittisham

Dinsdag 25 juli 2017, Dart Marina, Dartmouth

‘Beste meneer op de veerpont tussen Dartmouth en Kingswear. Ik ken u niet en u kent mij niet. De kans dat u deze blog leest is nihil. En dat is allemaal jammer, want ik zou u erg graag willen bedanken voor de leuke babbel en uw fantastische tip! Dankzij u had ik vandaag zowat de leukste lunch ooit.’

Dag 1 in Dartmouth

We zijn hier aangekomen na een zeiltocht van 24 uur, St-Mary’s – Dartmouth, zo’n 120 mijl. We fietsen tot Dartmouth Castle. Nu ja, fietsen. Elke vijf minuten stoppen we omdat we onze ogen niet kunnen afhouden van de rivier.

Op de Dart varen ferry’s af en aan, boten en bootjes laveren er tussen, een heuse raderboot neemt toeristen mee. In de late namiddag nemen we het veerpontje van Bayards Cove naar Kingswear. Heel apart. Een stevige boot duwt en trekt de pont naar de overkant.

Veel is er in Kingswear niet te zien, behalve dan het zicht op de rivier van aan de andere kant. En de geveltjes in snoepkleuren, van dichtbij. En de rook van de stoomtrein die van daaruit vertrekt, langs de rivier.

Op de terugtocht met de veerpont ontmoeten we een man met een boormachine in de hand. Hij grapt dat hij nog even moet gaan klussen op zijn bootje -hij wijst naar het superjacht de Lady Christina dat op de rivier ligt te pronken.

‘Altijd wel wat te doen op zo’n boot,’ knipoogt hij. ‘Op onze boot ook’, lachen we terug. We raken aan de praat. En dan vraagt hij wat we wel vinden van het Engelse eten? Ik grap dat we meestal zelf koken aan boord. En dan zegt hij dat er toch iets is dat ze hier niét verprutsen, namelijk hun overheerlijke seafood. En daarvoor moet je in Dittisham zijn, in het Anchorstone Café, een eind stroomopwaarts op de Dart. Ze doen enkel lunch…

Dag 2 in Dartmouth

Vanmorgen zijn we om diesel geweest. Witte diesel. Te voet dus, geladen met jerrycans. Al was de havenmeester zo lief om ons terug te brengen met de auto, de dag is ruim over de helft als we terug aan boord zijn.

Zouden we het nog halen om in Dittisham te gaan lunchen? Dat blijkt makkelijker gedacht dan gedaan. Enkel de twee kleine bootjes van Dittisham Ferries varen het traject. En helaas,  daar hadden we voor moeten reserveren. Ook bellen naar de Anchorstone is niet bemoedigend, een antwoordapparaat maakt duidelijk dat ze het te druk hebben om tijdens lunchtijd de telefoon op te nemen. Beneden aan het grote ponton dobbert de Sandpiper. Kijk, de schipper is aan boord, kom, we gaan een praatje slaan…

En ja hoor, we kunnen toch nog mee op de boot van 14:00, iemand belde af. Komt normaal om 16:00 terug, maar -knipoog- als we echt willen mogen we ook nog om 17:00 terugkeren met de Carlina. Een handgeschreven ticketje is ons vervoersbewijs. Het knuffelgehalte van de schipper is net zo ontroerend als zijn boot, het tochtje op de rivier zalig.

En Dittisham? Dat is alles wat de leuke meneer van op de veerpont beschreven had. Het gezellige eetcafé aan de ene kant, de FBI aan de andere kant. FBI? Gewoon, Ferry Boat Inn.. Het mooie weer maakt het alleen nog mooier. En dat we de laatsten zijn die mogen komen lunchen in het Anchorstone Café geeft ons het gevoel de lotto gewonnen te hebben. En zo word ik met een paar dagen vertraging met een subliem verjaardagsetentje verwend… Gegratineerde oesters, krab, een koel wijntje en een uitzicht om in te lijsten!

Als kers op de taart blijken we voor de terugtocht de enige passagiers te zijn op de Carlina

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Daar is ze dan, de zon!

23 juli 2017

Sommige dingen lijken zo vanzelfsprekend. Daglicht bijvoorbeeld.

Kijk, deze dag begon grijs. De wind was ook niet je dat. Zwak en veranderlijk. Maar gaandeweg klaart het op, de wind trekt aan. En nu zeilen we rustig, mijl na mijl, de Isles of Scilly liggen al ver achter ons.

De grijze ochtend is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je naar het oosten zeilt zijn de late namiddagen heerlijk, de lage zon in de kuip, warm en licht. En plots vind je dit vanzelfsprekend. De zon, de zee, vijf knopen… Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur schuift de zon op. We hopen op een mooie zonsondergang, maar een lange wolkenlijn lijkt de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Eerst zakt de zon zacht in de donzige wolken en verdwijnt.. om iets later onder de wolkenstrook weer tevoorschijn te komen. We staren er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar dat gouden randje!

Als ze helemaal achter de horizon verdwenen is, trekt een kilte over de zee. Het laatste licht verdwijnt. De nacht valt koel.

 

IMG_9492

We houden afwisselend wacht. De nacht is aardedonker nu, het is nieuwe maan.

De zonnige namiddag is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je met nieuwe maan een nacht doorzeilt, zijn de uren lang, fris en o zo donker. En lijkt het alsof er geen eind aan gaat komen. Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur lost ook die duisternis op en heel voorzichtig keert de dag terug, het licht is er lang voor de zon er is.

Ik hoop op een mooie zonsopgang, maar nevelige slierten lijken de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Dapper wurmt de zon zich van achter de kaap van Start Point. Ik staar er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar die kleuren!

Here comes the sun!

Kijk, deze nacht was lang. Maar gaandeweg wordt het lichter, en beetje bij beetje warmer. En we zeilen rustig, mijl na mijl, Dartmouth ligt nog maar een 20-tal mijl voor ons…

BewarenBewaren

Waarom zeil je naar een eiland als Tresco?

Die Isles of Scilly, is dat een leuke vakantiebestemming? Is er een pretpark met een wildwaterbaan, een subtropisch zwemparadijs? Zijn er gastronomische restaurants? Shows, bezienswaardigheden, kunst? Kortom, valt er wat te beleven?

Wat mij betreft, ik had er meermaals per dag stof voor een blogpost… Al kan dat ook aan mij liggen. Mijn schipper toomt mij in. ‘Daar ga je de mensen toch niet mee vervelen, kan je het niet gewoon een beetje samenvatten?’ Ok dus. Samenvatten.

Een wildwaterbaan? Onze zeiltocht ‘buitenom’ van St. Mary’s naar Tresco misschien… ‘Binnendoor’ vonden wij er wegens ondieptes griezelig uitzien op de kaart. Maar als we tegen de westenwind opkruisen tussen St. Agnes en Samson schrikken we van de donkerblauwe oceaandeining. Nu wordt duidelijk dat men hier ontzag heeft voor windkracht vier, meer is er niet nodig om het oceaanwater in een hoge swell steil tussen de eilanden op te stuwen. Binnenvaren in het Bryher Channel is al even spectaculair, het water breekt bulderend op Shipman Head. Elke ‘splash’ verbleekt bij het binnenvaren tussen Hangman Island en Cromwell’s Castle. Dus ja, er is een wildwaterbaan. Een echte.

Een pretpark? Op een manier doet het eiland Tresco me denken aan Jurassic Park… De weelderige plantengroei op het zuidelijk deel van het eiland, palmbomen, vreemde varens… De golfkarretjes-achtige elektrische wagentjes die hier rondrijden, ik verwacht een mini-dinosaurusje achter elke struik.

Helemaal subtropisch wordt het in Abbey Gardens, een schitterende botanische tuin. Waar we, -verliezen we hier ons tijdsbesef?- zo laat aankomen dat we twee entreekaartjes krijgen voor de prijs van een. Rennen door Jurassic Park dus.

Een restaurant? Het heerlijke Ruin Beach Cafe ligt aan een azuurblauwe baai en al kunnen we er op de zomerse dag van mijn verjaardag niet terecht wegens volboekt, we scoren een tafeltje voor de volgende dag.

Of het er gastronomisch is komen we helaas niet te weten omdat in één nacht niet alleen het weer omslaat maar ook onze bijboot. Buitenboordmotor hangt er nog aan, weliswaar ondersteboven, het schroefje wijst hulpeloos naar de donkere lucht erboven. Zo hangen we een hele dag gegijzeld aan onze mooring, in dit weer is naar de kant roeien geen optie. Onze reservatie, mijn verjaardagsdineetje, bellen we af, het wordt gastronomie uit ons kombuis.

Gebeuren er wel meer spannende dingen?

In het slechte weer lijkt er iets aan de hand met een helblauw Frans jacht dat iets verderop voor anker ligt. Een man haast zich het voordek op, doet iets bij het anker, rept zich opnieuw naar achter. En dan zien we het. De boot ligt niet stil, het anker krabt. Hij is alleen aan boord en kan onmogelijk én zijn anker lichten én zijn boot besturen in dit weer…

Op een andere Franse boot springen drie mannen in hun bijboot en varen in de loeiharde wind naar de boot in nood. Ze klauteren er vliegensvlug aan boord, iemand neemt het roer, de anderen bekommeren zich samen met de schipper om het anker. Dat komt moeizaam omhoog, een dik pak wier eromheen. Met vereende krachten wordt het gelicht en de boot vertrekt, twee bijbootjes meeslepend. Ze varen tot bij een vrije afmeerboei en de drie heldhaftige zeilers, de kappen van hun zeiljassen diep over het hoofd getrokken, tuffen het hele eind terug naar hun eigen zeilboot. Knap staaltje zeemanschap. Zelf zijn ze niet zo onder de indruk van het snertweer, één van hen gaat in de gietende regen op het achterplecht staan vissen…

En dan is er nog -na het stormweer- de avondlijke training van een gig, een bijzondere roeiboot met een boeiende geschiedenis, de leuke fund raising van het plaatselijke schooltje -met de opbrengst van de verkoop van knutseltjes gemaakt van schelpen willen ze dingen voor de school kopen-, de oystercatcher met haar pluizige jongen, er zijn de zonsopgangen en zonsondergangen, de luchten al even veranderlijk als de barometer, de talloze kunstgalerijtjes…

Voor al die dingen zou je naar de Isles of Scilly kunnen gaan…

Feestelijk foutje…

21 juli 2017

New Grimsby Sound, tussen het eiland Tresco en Bryher

Bij het woord feestelijk denk ik niet spontaan aan ballonnen of taart. Eerder aan een kleurig bevlagde boot… To dress a ship heet dat in het Engels. Je schip aankleden, uitdossen, heel elegant. Het Nederlands heeft er dan weer een Frans woord voor, pavoiseren. Vandaag ben ik jarig en krijgt onze Pat Panick haar grand pavois, feestjurk voor een schip…

Jaren geleden bestelde ik zo’n seinvlaggenset als verjaardagscadeau voor Las. Het geheel kwam als een rode lap met zakjes er op gestikt, elk met een keurig gevouwen vlaggetje erin. 26 letters van het alfabet, 10 cijferwimpels, 3 vervangingswimpels. Nee, dat ging ik niet zomaar als geschenk verpakken, ik zou ze ophangen en mijn schipper er mee verrassen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik zie me nog zitten met het pak opgeplooide vlaggen en metershoog boven mijn hoofd de mast. Vlag per vlag peuterde ik de houtjes-touwtjes in elkaar tot een lang sliert. A, B, C, … Vooraan zou ik de spinnakerval gebruiken om het geheel omhoog te hijsen, achteraan de grootzeilval. Gemakkelijk was anders, hoe langer de slinger met vlaggen werd, hoe meer de wind er mee aan de haal ging. Fier als een gieter was ik toen het uiteindelijk lukte. Wat ik niet opgemerkt had, was onze overbuur Philippe die mij van op zijn boot geamuseerd gadesloeg. Weken later maakte hij me er fijntjes op attent dat het er allemaal wel feestelijk had uitgezien maar dat ik het niet echt volgens de regels van de kunst had gedaan. Hoezo, niet volgens de regels van de kunst? Blijkbaar mogen de seinvlaggen helemaal niet alfabetisch worden gehangen, maar wel volgens een afgesproken volgorde, waar hard over nagedacht is. Vlaggen wisselen af met wimpels, kleuren zijn zo gerangschikt dat ze voor een evenwichtig geheel zorgen en de letters waar ze voor staan mogen geen ongepaste of beledigende boodschap vormen.

Dit zou me geen twee keer overkomen. Al snel vond ik de code op het internet. A-B-2-U-J-1-K-E-3-G-H-6-I-V-5-F-L-4-D-M-7-P-O-3rd Sub-R-N-1stSub-S-T-zero-C-X-9-W-Q-8-Z-Y-2nd Sub, zó en niet anders. Ik knoopte onze vlaggen volgens het boekje, rolde de vlaggenslierten in elkaar en borg ze op tot het volgende feestmoment. Slim, dacht ik.

Maar perfectie is niet van deze wereld want als ik vandaag op mijn verjaardag de twee opgerolde slingers uit elkaar schud weet ik ineens niet meer wat voor en wat achter is, noch wat boven of onder moet. Ik google het nog maar eens maar kan tot mijn verbazing geen touw vastknopen aan wat ik aantref op het internet. Hoe ik mijn vlaggen ook houd, niets houdt steek. E-Q-3-G-8-Z-4-W-6-P-one-I-Code-T-Y-B-X-1st sub-H-3rd sub-D-F-2nd sub-U-A-O-M-R-2-J-zero-N-9-K-7-V-5-L-C-S, hoezo?

Iets dieper graven op het internet brengt raad. Er blijkt zowel een Amerikaanse als een Britse versie te bestaan! En helaas, onze vlaggen blijken volgens de Amerikaanse etiquette geknoopt… Het is intussen zo’n mooi weer geworden dat de etiquette ons kan gestolen worden, we hijsen Pat Panick snel in haar Amerikaans feestjurkje en gaan op stap. Van op de wal ziet het er prachtig uit.

_MG_7037

Prachtig ook wordt onze wandeling op het noordelijke stuk van het eiland Tresco…

 

BewarenBewaren