Quarantaine in plaats van zeilseizoen

De Goede Week. Nog één keer slapen en het is Pasen.

Het corona-virus haalt onze levens overhoop. Wat begint met gemengde gevoelens die balanceren tussen ongeloof -is het allemaal niet wat overdreven- en lichte paniek -is die droge kuch wel normaal-, strandt bij nuchter besef -dit is serieus-. Winkels en restaurants sluiten, scholen gaan dicht, ik verhuis mijn kantoor naar huis. De tandartspraktijk van mijn lief gaat in lockdown op wat telefonisch advies na.

Ik heb het best druk in mijn home-office wat er voor zorgt dat hij het grootste deel van de dag, behalve zonder werk, ook zonder mij zit. En… zonder boot. Zo vangt eind maart deze vreemde quarantaine aan. In plaats van een zeilseizoen. Niemand kan de duur ervan voorspellen, noch de impact ervan op het leven erna. We beginnen te rekenen en tellen. Mocht het opgelost zijn tegen dan en dan, dan kunnen we dan en dan nog om de boot. En kunnen we dan en dan nog met vakantie.

Maar naarmate de dagen en weken vorderen versomberen de nieuwsberichten en we stoppen met het maken van veronderstellingen over de haalbaarheid van welke zeilvakantie ook. We houden op met het ophalen van herinneringen aan het paasweekend van vorig jaar, en dat van het jaar daarvoor, en dat daarvoor…

IMG_9795

En gaan op zoek gaan naar een nieuw evenwicht.

Mijn schipper maakt slaatjes, soep en cake, stopt was in de machine, stofzuigt en brengt me koffie terwijl ik werk, ik laat me de luxe van mijn kersverse huisman welgevallen. Maar het gemis van de boot knaagt, troost wordt steeds vaker in de koekjesdoos gezocht, quarantaine-kilo’s liggen op de loer. En we beginnen te wandelen. Dagelijks.

We wonen op wandelafstand van het strand en stappen elke dag naar zee. Laag tij, hoog water, westenwind, oostenwind, veel wind, geen wind. We zoeken troost in wolken, kleuren, schelpen, bloesems in de duinen. De lente ontploft, het is ineens zomer in april, maar nog nooit lag het strand van Oostduinkerke er zo verlaten bij.

Morgen is het Pasen. Dan vieren we herrijzenis. En hoop…

Aan iedereen een liefdevol Paasfeest!

(Graag deel ik mijn impressies van onze ‘effe-uit-ons-kot’-wandelingen met een stuk onsterfelijke muziek: J. S. Bach – Matthäus Passion – BWV 244 – Collegium Vocale Gent & Philippe Herreweghe – No. 1. Chorus I & II “Kommt, Ihr Töchter, Helft Mir Klagen”)

 

Opkruisen… Voor Dummies?

Je kent ze wel, die leuke quotes over zeilen. Je vindt ze op posters, t-shirts en sierkussentjes in het kneuterige hoekje van de ship chandler. Er soms zijn er hele boekjes aan gewijd:

Leuke zeil quote

Sailing: The fine art of getting wet and becoming ill while slowly going nowhere at great expense.

Ondanks de overdrijving is het niet eens zo fout. Als ik denk aan opkruisen bij voorbeeld, kletsnat worden van het overkomende buiswater, je armen lam draaien aan de winchen, om dan vast te stellen dat je nauwelijks vooruit komt. Waarom? Aan niet-zeilers moeilijk uit te leggen. Aan zeilers eveneens moeilijk uit te leggen. Je wil komen waar de wind vandaan komt maar in de wind zeilen kan niet. Er zit dan niets anders op dan zeilend zigzagsteekjes maken, zo dicht mogelijk bij de zogeheten rhumb line, zeg maar, de kortste weg naar huis. Waarbij je heel wat meer mijlen aflegt dan de bedoeling is. Je kan natuurlijk ook je motor bijzetten en vol tegen de wind in varen, recht op je doel af. Maar neem het van mij aan, dat is ook geen pretje. In de wind is meestal ook in de golven en bijna nog meer afzien voor boot en bemanning dan het verfoeide opkruisen.

Maar er is ook de romantische kant, het triomfantelijke gevoel van je doel zeilend bereikt te hebben. Het afzien, het zout op je lippen, elke gewonnen mijl.

Twee opmerkelijke opkruis-momentjes die ik niet licht ga vergeten: een zeiltocht naar Edinburgh, Schotland, waarbij we in de Firth of Forth he hele eind van Bass Rock tot Granton laverend aflegden.

En een bescheidener tochtje naar Duinkerke. Dat een pak minder bescheiden wordt als je het smalste stuk er van opkruisend aflegt, tussen de banken, met weinig speelruimte.

En soms lukt het gewoonweg niet. Zoals bij onze laatste tocht van Ramsgate naar Nieuwpoort. Opkruisen was door wind én stroming zelfs geen optie, het leek wel de Processie van Echternach, drie stappen vooruit en twee achteruit..

Maar als het wél vlot, en we met goed scherp gezeilde rakken vooruitgang boeken, vindt mijn schipper het práchtig. Hij houdt van de helling, het opspattende buiswater en het gevoel van snelheid.

Ik daarentegen, hou net zo veel van een voor-de-windse koers. Zeiltje uitgeboomd, -vlinderen zoals dat heet- de boot vlak op het water en ook een uitdaging om te sturen.

En er zijn gelijkgestemden…

‘Can we go downwind now please. I’ve been hit in the face by a grill pan.’ (Julian Megson)