Saint-Quay-Portrieux, laatste stop in Bretagne

26 oktober 2020

Iemand op de radio zegt dat je een verhaal niet mag laten afkoelen, dat je het moet vertellen terwijl het nog warm is… En ik besef dat dit nu net is wat ik de afgelopen weken, maanden heb gedaan. Mijn verhalen laten afkoelen… Ze moeten intussen bijna beschimmeld zijn, zo veel tijd is er overheen gegaan. Is het de zwaarte van deze vreemde tijd, het verlammende van dat griezelige virus, het gebrek aan perspectief? Wachtend op ik weet niet wat zijn ze afgekoeld, bijna uitgedoofd. En wát als ik ze nu eens zachtjes weer nieuw leven inblaas, zoals je met een smeulend vuurtje doet? En je meeneem naar afgelopen zomer, naar Bretagne? Meer bepaald naar de plek en het moment waarop we niet alleen een schattig dametje maar ook een wel erg knappe man ontmoetten…

19 juli 2020

In een overvolle souvenirwinkel, het soort winkel waar mijn schipper een hekel aan heeft maar waar ik moeilijk aan kan weerstaan, komt ze me tegemoet. Met haar groene jurk, wit schortje en mutsje, rode paraplu, waait ze bijna van de stevige porseleinen beker waarop ze afgebeeld staat. Bretoense snuisterijen, Bretoense koekjes, Bretoense cider, Bretoense lepels, Bretoense koelkastmagneetjes, van alles veel en van veel nog meer. Ik neem de beker in mijn hand en denk aan geurige thee tijdens nachtelijke zeiltochten, dampende koffie bij het ochtendgloren…

We zijn in Saint-Quay-Portrieux, Bretagne. Aangekomen na een rustig zeiltochtje van amper 16 mijl vanuit het prachtige Île-de-Bréhat. Waar we behalve succesvol geankerd ook heel bekoorlijk gewandeld hebben. Als hopelijk in een niet zo verre toekomst Covid-19 iets van vroeger is geworden en je opnieuw vakantie plant, met of zonder boot, ga er dan eens heen, je zult het er prachtig vinden.

De marina van Saint-Quay-Portrieux zou ik kunnen omschrijven als een grote, perfect gerunde jachthaven met nette pontons en verzorgd sanitair.

Maar ik zal deze plek vooral onthouden als de jachthaven met het charmantste onthaal op deze vakantie tot dusver. Zonnebril noch mondmasker kunnen verhullen dat de jonge assistent-havenmeester die ons naar een ligplaats begeleidt een echte knapperd is. Disons qu’il est canon, quoi! Maar hij is niet alleen knap, hij is ook heel galant. We krijgen een ruim bemeten plek langszij een royaal ponton, waarvan deze Bretoense halfgod zelfs een klamp losschroeft en verplaatst zodat we optimaal kunnen afmeren. Aan de andere kant van deze steiger liggen een Grand Soleil 56 en een Pershing 65… We zijn onder de indruk. Hij overhandigt ons de codes voor het sanitair, een mapje met informatiefoldertjes en neemt ook nog eens uitgebreid de tijd om dat van de nodige uitleg te voorzien. Zijn charme naturelle -het moet van het frivole Ce n’est Rien van Julien Clerc geleden zijn dat ik nog zo’n sexy Frans hoorde-, doet zin krijgen in een dansje en maakt het niet eenvoudig om er de aandacht bij te houden.

Maar laat ons de kalmte bewaren en terugkeren naar Bécassine. Want zo heet dat Bretoense juffertje, dat in 1905 als eerste Franse vrouwelijke stripfiguurtje het levenslicht zag en hier in deze overvolle souvenirwinkel op een porseleinen beker prijkt. Sexy kun je haar niet noemen, eerder mignonne.

Het toeval wil dat onze boot, voor het onze boot was, B. Bommel heette. Vernoemd naar de Nederlandse stripfiguur Olivier B. Bommel. De eigenaar zal daar zijn motieven voor hebben, aangezien zijn huidig schip ook nu weer De Bommel heet. Er zijn er die voor minder een cirkel rond verklaren. Als bovendien nog blijkt dat het porselein met Bécassine niet in China maar hier in Bretagne wordt gemaakt, heb ik voldoende argumenten voor de aankoop van twee bekers. De frons van mijn schipper neem ik er bij, meningsverschillen als deze beschouw ik als verwaarloosbaar aan boord..

Want we doen ook nuttige inkopen. De terugtocht nadert en er moet proviand voorzien worden. Dat dit hier ook op zondag kan in een behoorlijk goed gesorteerde superette is een meevaller. Ten slotte sluiten we ons verblijf af met een prachtige wandeling langs de kust met zicht op de prachtige Baie de Saint-Brieuc.

’s Avonds buigen we ons over het weerbericht voor de komende dagen. Er wordt een stevige NNE voorspeld, precies waar we heen moeten. Ik kijk naar Bécassine en ineens doet ze me denken aan een oude mop die mijn moeder wel eens vertelde.

Een boerinnetje fietst met twee zware manden vol eieren naar de markt. Het is een heel eind, ze heeft de wind stevig op kop. Puffend en trappend bidt ze vurig tot Onze Lieve Heer, de hele weg lang. Of hij de wind toch maar kan laten draaien. In schuim en zweet komt ze aan op de markt. Ze verkoopt er de eitjes, koopt met de verdiende centen het nodige proviand en hijst enkele uren later de opnieuw zwaar geladen manden op haar fiets om de terugtocht aan te vatten. En zie, daar blijkt haar gebed verhoord! De wind is 180° gedraaid…

Misschien had ik dat schietgebedje niet mogen maken, twee weken geleden, in Dieppe, op onze heenreis, toen de wind aanhoudend tegenzat en ik heel wat over had voor wat wind uit het N, het E of iets er tussenin. Nu krijg ik waar ik om gevraagd heb… Maar onze grootste zorg is niet 90 mijl tegenwind varen tot bij voorbeeld Cherbourg maar wel de timing om de stroom mee te kunnen pakken bij de beruchte Cap de la Hague . Want één ding is zeker, je wil niét op het verkeerde moment in de Alderney Race verzeild raken!

Hoe dat afloopt vertel ik een volgende keer!

Saint-Vaast-la-Hougue, herfstblaren en zomerwind..

10 december 2019

Zelfs de meeuwen gaan niet op zee… Ze hangen boven de stad, maken klagende geluiden. Klagende geluiden die vervolgens verzwolgen worden door een bulderende zee. Een ontketende zee. De winden hebben hun duivels ontbonden. Wat zeg ik, winden? Nee, nee, geen meervoud. Eén wind. Eén. Noordoost. Daar moeten we heen. En dat gaat dus niet…

Bovenstaande woorden schreef ik afgelopen zomer haastig neer. In juni, in Saint-Vaast-la-Hougue…

En nu, op amper enkele weken van de winter verwijderd, stel ik vast dat ik nooit verder raakte met het verhaal dat ik toen wou vertellen. En hoe herfstiger het wordt, hoe minder passend het lijkt om het er nog over te hebben. Tot toevallig een prachtig stukje muziek uit de radio komt aanwaaien. Autumn Leaves heet het en het komt uit een album met de naam Summerwind… En ik bedenk dat, als herfstblaren kunnen op een album getiteld zomerwind, een zomerherinnering ook moet kunnen in de herfst, toch? Op de tonen van deze dromerige muziek neem ik je mee naar dinsdag 25 juni, naar Saint-Vaast-la-Hougue.

Daar geraken was best spannend geweest. Alderney – Saint-Vaast-la-Houge, 48 mijl. We becijferen de stroming en oordelen dat het moet lukken. Er is weinig wind, we motorzeilen om de pas er in te houden. En dat moét, willen we St-Vaast-la-Hougue bereiken vóór de poort dichtgaat die de haven onherroepelijk afsluit bij laag water. En het moét, willen we beschutting vinden voor het voor de volgende dag aangekondigde stormweer. Zo lang we stroom mee hebben ziet het er goed uit. Ruim op tijd, zegt de gps. Maar als de stroming begint te slabakken ziet het er gaandeweg wat minder royaal op tijd uit. Zelfs met de motor een tandje bijgezet wordt het steeds krapper. We waren hier nooit eerder en een onbekende haven aanlopen blijft altijd uitkijken. Net iets minder gezellig met tijdsdruk daarbij. Opgelucht zijn we dan ook als we het halen. Minder dan een uur na onze aankomst gaat de poort dicht.

Opgelucht ook omdat we hier goed beschut liggen voor de storm die is voorspeld. Amper te geloven nu. Want windstil is het in deze verstilde vissershaven. We halen lekkers in de viswinkel en genieten bij een glas wijn van de lange zomeravond. De hemel is genereus met kleuren, het wateroppervlak strak als glas.

Op woensdag haalt de voorspelde noordooster gemeen uit. We berusten in ons verwaaide lot en verkennen de omgeving met onze fietsjes. ’s Avonds zien we op Windfinder dat de storm die er aanvankelijk één dag rood-paars gloeiend ingekleurd stond, zich nu uitbreidt naar de volgende dagen met aanhoudend 7-8 bft NE! Dat past niét in ons reisprogramma. Het is woensdag 26 juni, op zondag willen we in Nieuwpoort zijn, op maandag op kantoor… Als mijn schipper voorstelt om met het tweede hoogwater van donderdag te vertrekken weiger ik. Noem het muiterij, noem het wat je wil, maar voor mij is het resoluut nee. Bij het vallen van de avond in stormweer vertrekken, wetende dat de wind nog een etmaal kan aanhouden is voor mij geen optie. In plaats daarvan pas ik op donderdag ons reisprogramma aan door kaartjes te halen voor de grappige amfibie-boot die naar Île Tatihou vaart waar we een tweede dag in ons stormachtige lot berusten. 

Op vrijdag ten slotte varen we vroeg de haven uit, met 185 mijl voor de boeg. Het waait nog hard. En uiteraard -wat hadden we gedacht-, uit de verkeerde richting. Met trage zoute slagen kruisen we op, het in het weerbericht beloofde afzwakken en draaien van de wind laat op zich wachten…

Maar geen storm blijft duren en in de loop van de dag wordt het rustiger. De nacht strijkt de zee glad, gevolgd door een snikhete zomerse dag. Traag motor-zeilen we huiswaarts en op zondagmorgen om 05:00 lopen we Nieuwpoort binnen. We hebben 45 uur gevaren, de 185 mijl zijn er uiteindelijk 247 geworden…

Een zomerherinnering aan het eind van de herfst, niets beters om je aan te warmen, toch?

Bijna vijf knopen en een uur extra…

Bijna vijf knopen en een uur extra. Dat krijg je cadeau als je van Cherbourg naar Alderney vaart, Cap de la Hague voorbij. Na amper drie uur varen mag je de Franse beleefdheidsvlag inwisselen voor de Engelse, je klok een uur terugdraaien en boat zeggen in plaats van bateau. En vergeet de knisperende croissants au beurre, hier eten ze scones with clotted cream.

Maar even terug naar het begin. We zijn met vakantie, voor drie weken.  Dit jaar hebben we ons ‘groot verlof’ voor het eerst in juni geprogrammeerd. De Kanaaleilanden staan op ons verlanglijstje en we willen er de zomerdrukte van juli, augustus vermijden. We vinden dit slim, het zijn toch ook de langste dagen van het jaar, niet? Begin dit jaar werd bovendien door voorspellers een zomer aangekondigd zoals die van vorig jaar, lang en warm… Maar tot op vandaag lijkt dat eerder een kwakkel en begint onze vakantie van juni met een herfstige dag in thuishaven Nieuwpoort… Stormweer houdt ons aan het ponton.

Op Pinksteren, zondag 9 juni, heel vroeg, vertrekken we dan toch, bestemming Cherbourg. (dank aan de vroege wandelaarster/fotografe Bernine Deramoudt voor de mooie foto van ons vertrek!)

Bijster mooi weer is het niet en bovendien lijkt de wind na de voorbije storm wel opgesoupeerd. We wisselen motorzeilen met zeilen af om het tempo er in te houden. 32 uur en 196 mijl later meren we af in de Port Chantereyne.

Cherbourg. Zoals in ‘Les parapluies de Cherbourg’… Mijn moeder dweepte destijds –en nóg- met die film uit 1964. En nog steeds, wanneer ook maar ergens de herkenbare muziek uit de film te horen is, droomt ze een beetje weg, zuchtend wat een mooie film dat toch was. Het muziekje ken ik wel, de film heb ik helaas nog nooit gezien. Maar wat ik niet wist, dat is dat er echt wel paraplu’s gemaakt worden in Cherbourg. En niet zomaar om het even welke, gewoonweg ‘de beste paraplu’s van de wereld’.

We nemen een kijkje in de statige paraplufabriek en luisteren naar het verkoopspraatje van de modieuze jongen in de winkel. Maar hoe stijlvol en degelijk ze ook zijn, er hangt een iets té stevig prijskaartje aan deze paraplu’s en… het regent niet…

Met onze fietsjes verkennen we de omgeving. Wist je dat Cherbourg de op één na grootste kunstmatige dijk van de wereld heeft? Die is zo groot en het water er achter zo ruim, dat er ’s avonds een zeilwedstrijd binnen de dijkmuur wordt gehouden. We fietsen die hele dijk af naar het oosten en lunchen met stokbrood, jambon persillé en een fles rode wijn in het gezelschap van een één-potige meeuw. Vervolgens fietsen we naar het westen tot het andere eind van de enorme ‘rade’. In de stad passeren we tal van bezienswaardigheden, de kathedraal, een mooi theater, het zeer romantische park van Emmanuel Liais… De ‘Cité de la Mer’ houden we voor een andere keer…

Woensdag 12 juni 2019

We doen dus amper drie uur over de 26 mijl van Cherbourg naar Alderney maar het zal ons wellicht dertig uur kosten om onze spullen droog te krijgen… Er staat een perfecte noordnoordoostenwind waarmee we halve wind kunnen varen maar iemand beslist om net nú de hemelsluizen open te zetten. Met bákken komt het naar beneden en zoekt een weg via de kraag van mijn zeiljas, langs nek, hals, armen, rug.

Maar de adrenaline van bijna vijf knopen stroom méé maakt van die nattigheid een detail en tegen de middag passeren we de vuurtoren van Alderney en meren iets later vrolijk af aan een mooring in Braye harbour… We zetten onze klok een uur terug, verwisselen de Franse vlag voor de Engelse en hebben plots heel veel trek in scones..

Wolken

Wolken

Wat er zo mooi is aan zeilen op zee? Het is niet alleen de zee. Er is ook de lucht. En de wolken. Staalblauwe hemel, geen wolkje aan de lucht, we horen het graag want dat betekent mooi weer. Voor mij is het weer vooral mooi als er ook wolken zijn.Wolken, wolkjes, wat hou ik er van. Ik verzamel ze, een hele collectie heb ik.

En weet je wat ik ook zo mooi vind op zee? Dat het overtollige er weg is. Huizen, auto’s, dingen. Hoe verder je vaart, hoe minder er is. Wat rest is de aangename versie van eenzaamheid. En wanneer er niet zo heel veel meer overblijft, denk: water en lucht, ga je pas echt goed kijken. Die lucht, die wolken, ze staan nooit stil. Altijd in beweging, altijd in verandering. Soms krijgen wolken rare, grappige vormen. De puntmuts van een kabouter. Een krokodil.

Helemaal bijzonder wordt het als de zon er bij komt. Lucht en wolken kunnen je verrassen met de meest onverwachte kleuren.

Muziek

Behalve van wolken, hou ik ook veel van muziek.

Soms hoeft het niet, muziek aan boord, en zijn de geluiden van boot, wind en zee meer dan genoeg. Soms, als er geen wind is, dreunt de motor. Dan is het geluid van de motor genoeg. En soms, soms is het gewoon stil. Als je zacht en traag vaart en golfjes zoetjes langs de romp gorgelen. Als je voor anker ligt. Of aan een ponton in een haven op een windstille dag.

Op zo’n stil moment is het fijn om te luisteren naar muziek waar je van houdt. Minimalistische muziek bij voorbeeld, die doet denken aan uitgepuurde landschappen met verre horizonten, aan de sobere eenvoud van voorbijdrijvende wolken. Zoals de pianostukken van Lubomyr Melnyk. Deze zeventigjarige muzikant uit Oekraïne ontwikkelde een heel eigen stijl, ook wel continuous music genoemd. Het is muziek die stroomt en stroomt, onophoudelijk als eb en vloed. Jaren en jaren ontwikkelde en perfectioneerde hij die aparte manier van pianospelen. Maar hij bleef onbekend, kon met moeite leven van zijn muziek. Tot een hip platenlabel zijn werk uitbracht en een nieuw publiek hem ontdekte…

“When I play I turn into an eagle flying, a dolphin swimming, a cheetah running. I turn into the rain, into the clouds, into the colour of the sky,”…

“Als ik piano speel verander ik in regen, in wolken, in de kleuren van de lucht, …”

Er zijn er die de muziek van Lubomyr Melnyk ophemelen, er zijn er die het maar niks vinden. Misschien hou je er van, misschien ook niet.

Nog even en het is kerst. En aan wie het wil geef ik graag een kerstcadeau… Een paar van mijn wolken, vederlichte wolken, avond- en ochtendwolken, boze wolken en frêle wolken… In ruim tien jaar verzameld tijdens zeiltochten op onze Noordzee.

Er zit ook een strik om heen. 7 minuten en 38 seconden aangename eenzaamheid… Het pianostuk,  Solitude n° 1, uit het album Illirion van Lubomyr Melnyk.

mijn kerstcadeau

 

Fijne feestdagen…

Tragedie in Ramsgate

Maandag 30 april 2018

Wild is the wind (Nina Simone)

De wereld wordt klein als je je verschuilt in een boot omdat het stormt. Buiten huilt de wind en geselt de regen alles wat er te geselen valt. Luisteren doe ik, naar elk geluid. Fenders piepen, meertouwen rukken, snokken, golven slaan -klonk, klonk, klonk- tegen onze aluminium romp. Maar ook de pontons bewegen, maken akelige, brute geluiden. Rusteloos voel ik me, opgejaagd. Ik denk aan een zin uit een boek.

“… maar er viel niets aan te doen en als je iets niet kan oplossen, moet je het gewoon verdragen.” (Brokeback Mountain, Annie Proulx)

Het helpt bij het wachten tot iets overgaat.

Het huilen van de wind is nu bulderen geworden. De wind en het opkomende tij jagen schuimende golven de havenmuur op. Af en toe breekt de watermassa tegen de pier. De zee rolt haar spierbundels. Spektakel. Vreemd genoeg heeft dit gevaar ook een verleidelijke kant. Je wilt dat het stopt maar kijkt ook uit naar de volgende breker, hoger, wilder. Iets maakt me nieuwsgierig naar de zee achter de muur. Hoe indrukwekkend moet ze nu zijn?

En dan zijn ze daar ineens. Twee boten. Een grote gele die tot tegen de kaaimuur vaart. Een kleine oranje die dezelfde richting uit vaart. Even denken we dat de RNLI een reddingsoefening houdt. Tot ook een derde boot komt aan gevaren en sirenes van ambulances van op de kade weerklinken. Het valt niet op te maken wat er aan de hand is. Tot we een man op de pier zien zitten, hulpverleners buigen zich voorzichtig over hem.

Zonder het te willen worden we getuige van een reddingsactie. De man wordt met een draagberrie aan boord van de gele boot gebracht, even later landt een helikopter.. Wat er precies is gebeurd, weten we niet. Wel dat het ernstig is.

De rest van de dag blijven we binnen, in onze kleine veilige wereld. Ik schrijf over onze afgelopen zeildagen. De dag gaat over in de nacht.

Storm blijft niet duren. Een dag later is de zee rustig, een kalme westenwind blaast ons terug naar onze thuishaven.

En dan thuis. Een reactie op de blog. Hartverscheurend. Een man uit Nederland schrijft ons dat zijn broer op maandag 30 april is omgekomen in de haven van Ramsgate… Vraagt of we nog iets kunnen vertellen over de omstandigheden, of we foto’s hebben. De laatste dingen uit een mensenleven..

Zijn broer was met twee zeilvrienden vertrokken uit Ijmuiden, zo schrijft hij. Het drietal zeilde via Lowestoft en Harwich naar Ramsgate. En ja, we hadden ze zien binnenkomen op zondag 29 april, amper een half uur later dan wij… Gewoon, zeilers, zoals wij.

Wat heeft ze bezield om een dag later in dat vreselijke stormweer de pier op te gaan? Hebben ze het gevaar niet beseft, heeft de storm hen verleid, wie zal het zeggen.. Een breker sleurde twee van hen het water in. Daarbij verloor een van hen het bewustzijn en verdronk, de ander werd gered. De derde kon zich staande houden op de kade maar brak hierbij zijn heup. Ook hij werd gered. Een tragedie.

We kennen deze mensen niet, we weten niet waarom dit kon gebeuren, het is niet aan ons om te oordelen. Maar ik denk aan hun familie, aan hun vrienden. Hoe ze verder moeten. Hier zijn geen oplossingen voor. Meer dan aanvaarden is er niet. Helaas…

“… maar er viel niets aan te doen en als je iets niet kan oplossen, moet je het gewoon verdragen.” (Brokeback Mountain, Annie Proulx)

Kentlive

Verslag RNLI Ramsgate

Er was eens… Een kerstverhaaltje

21 december 2017

Twee dingen zegt de weervrouw op tv. Dat vanaf nu de dagen terug langer worden. Maar dat we daar niet veel van gaan merken wegens het grijze en mistige weer dat nog maar eens voorspeld wordt voor de komende dagen. O ja, en ze zegt nog meer. Dat deze decembermaand zowat de meest duistere is in een halve eeuw. Amper vijf uren zonlicht zijn ons tot hiertoe gegund. Toegegeven, zon en licht zijn fijner en inderdaad, nu is het behelpen met de warmte van haard en thee en het licht van kaarsjes en kerstboom. Maar toch hou ik wel van het ritme van de seizoenen. En waarderen we niet zoveel meer wat schaars is?

Intussen staat onze boot al weken boven, stijfjes onder haar wintertent. Wachtend op langere dagen, licht en zon, net als wij. We missen haar. Zouden we volgend seizoen misschien toch eens een winter in het water blijven? We deden dit wel eerder. En zeilden we dan niet heel vaak, het kón wel. Die vrijheid.

Thuis, bij de warmte van de haard en het licht van de kaarsjes komen de herinneringen terug aan zo’n winter. Negen jaar geleden, Kerst 2008. En we gaan drie dagen zeilen.

Op de eerste dag, 25 december, zeilen we van Nieuwpoort naar Zeebrugge. Het is kil en grijs, maar over de marifoon wensen kapiteins, loodsen en verkeersleiders elkaar een vrolijke Kerst. In de jachthaven brandt op nog één boot licht, voor het kajuitraam een piepklein kerstboompje. Ook onze boot is in kerstoutfit, net als wij. En de ene cd met kerstklassiekers die we hebben, staat op repeat. Met gloeiende wangen van een winterse dag op zee genieten we van lekkere kerstdingen uit het kombuis.

Op tweede Kerstdag zeilen we naar Blankenberge. De haven ligt er verlaten bij, op geen enkele boot een teken van leven, we zijn helemaal alleen. Bij het afmeren zien we een zeiljacht waarvan twee stootwillen tussen boot en ponton uit gerold zijn, ze schuurt ongelukkig met haar flank tegen het ponton, dat wordt een schaafwondje… We hangen de stootwillen terug goed en stoppen een briefje met onze kerstwensen onder de kajuitdeur… Karma, denk ik dan.

Als we de derde dag opstaan, is het ijskoud. Geen wolkje aan de hemel, een strak windje. Maar koúd! Het wordt een mooi tochtje terug naar Nieuwpoort…

Twee weken later -Nieuwjaar is alweer voorbij- kunnen we die winter tijdelijk niet zeilen…

De haven ligt er dichtgevroren bij… Zo mooi kan winter dus zijn..

Bij deze iedereen een fijne Kerst gewenst! En wordt er nu misschien niet gezeild, dan wordt er zeker verteld, gemijmerd en gedroomd van zon, zee en verre zeilreizen!

BewarenBewaren

Kielzog kijken en luisteren

Wat is dat toch met die zee en dat zeilen, vragen mensen soms.

Voor de een gaat het om snelheid, competitie, de ander wil verre reizen maken, sommigen zien hun boot als een toevluchtsoord, even weg van alles. Voor mij is er iets in het zeilen en de zee dat met niets te vergelijken is. En dat is wat er op zee gebeurt met de tijd, de tijdsbeleving. Ongeduld en zeilen gaan niet samen. En als vanzelf kom je in dat andere ritme zodra je op zee bent. En zo komt het dat ik soms gebiologeerd zit te kijken naar het gorgelen en kronkelen van het kielzog. Het kielzog, het stuk water dat je achter je laat. Je pad, dat geen pad is, maar telkens weer opgaat in het immense water terwijl je verder vaart. Achter je sluit de zee zich opnieuw en opnieuw en opnieuw. Het is een beetje zoals kijken naar vlammen in een haardvuur. Of naar dwarrelende sneeuwvlokken. Altijd hetzelfde, nooit hetzelfde..

Ik maak er filmpjes van, steeds opnieuw. Maar bij het herbekijken vind ik meestal dat het niet weergeeft wat ik zag. Maar toen ik onlangs het middendeel uit het Piano Concerto in G van Maurice Ravel nog eens hoorde, wist ik, dit is het. Zo ziet het er uit, zo klinkt het, dat prettige verlies van tijdsbesef.

Van dit fijne stuk muziek, tien minuten lang, gaat een bezwerende vertraging uit. Maar wie heeft nog tien minuten? In deze flitsende tijd van scrollen, swipen, zappen langs beelden uit alle hoeken van de wereld is tien minuten kijken naar hetzelfde bijna bizar geworden. En tien minuten luisteren naar een op het eerste gehoor repetitief stuk muziek, een hele uitdaging. Maar voor de geduldige luisteraar zijn er de subtiele wendingen, de meeslepende melodie, sensuele soepelheid. En voor geoefende, en indien niet geoefende, maar wel avontuurlijke oren is er natuurlijk ook het hele concerto. Dat op een bepaalde manier ook wat van de zee heeft. Soms lieflijk en meegaand, dan weer nukkig, grillig, met jazzy verrassingen. En altijd uitdagend.

Wie luistert mee…

 

“Hebben jullie het getij wel gezien?”

3 november 2017

In de 17de eeuw hadden Britse zeelui het op hun oude dag niet benijdenswaardig gemakkelijk. Na een hard leven op zee raakten ze vaak aan de bedelstaf. Werden ze ziek, dan zag het er voor hen ronduit rampzalig uit. Queen Mary II wou daar verandering in brengen en besloot tot de bouw van een maritiem hospitaal. Meer zelfs, het zou ook een soort van woon- en zorgcentrum voor gepensioneerde zeelui worden. Een beetje eigenbelang speelde mee. Enerzijds zou een prestigieus bouwproject aan de oevers van de Thames de nodige glans geven aan haar carrière als koningin -niemand minder dan Christopher Wren werd aangesteld als architect-, anderzijds was het publiciteit voor een job bij de Navy, al was het maar omdat je daar tenminste verzekerd was van een rustige oude dag… Helaas voor Queen Mary II heeft ze dit niet mogen meemaken, ze stierf aan de pokken nog voor de eerste steen gelegd was. Maar haar illustere gemaal, koning Willem van Oranje, zorgde er voor dat het gebouw er kwam. Het werd zo mooi dat her en der schande gesproken werd dat simpele zeelui dit schitterende paleis bevolkten..

Dik 300 jaar later. De Thames stroomt nog altijd door Londen, Greenwich ligt nog altijd waar het toen lag. De zeelui verblijven hier niet meer. En van de skyline aan de overkant zouden Mary en Willem staan kijken.

En wij, wij staan te kijken van de restauratiewerken die hier, aan de painted hall ceiling van het Old Royal Naval College aan de gang zijn. 300 jaar stof, roet en vuil worden vierkante centimeter per vierkante centimeter met engelengeduld verwijderd. Voor 10£ klim je 70 treden de stellingen op tot vlak onder het plafond, de imposante schilderingen op armlengte boven je hoofd. Een vrijwilliger gidst je met liefdevolle uitleg langs de barokke taferelen. Zo mooi kan geschiedenis zijn. Zo mooi ook muziek van Henry Purcell uit die tijd…

Ja, inderdaad, we zijn in Londen! En onze boot ligt in Dover, daar zeilden we op 1 november naar toe. Ik weet het, enige verwarring is begrijpelijk. Vorige week kondigde ik nog het onverwacht vroege einde van ons zeilseizoen aan en nu zijn we hier? Het zit zo…

Door de renovatiewerken in de haven zouden we eerder dan gewoonlijk uit het water gaan. Voor ons was 26 oktober 13h00 geprikt. Een blik op de getijtafels, enkele dagen voor die dag, doet ons de wenkbrauwen fronsen. “Hebben jullie het getij wel gezien?” Laagwater? Nee, toch, dat moet een vergissing zijn, laagste laagwater is niet het moment om uit het water te gaan. En zo komt het dat het einde van ons vaarseizoen uitgesteld wordt met twee weken. En kijk, van 1 tot en met 5 november wordt goed zeilweer voorspeld, de temperatuur valt mee, de wind zit goed, we kunnen nog een lang weekend weg… Nog maar eens het bewijs dat strak plannen en zeilen niet samengaan. Wat vorige week niet wou lukken, kan nu plots wel. En dit door een fijn misverstand!

1 november 2017

De zuidenwind die voorspeld was, is voor de verandering nog maar eens zuidwest en het wordt motorzeilen naar Dover. Kort voor zonsopgang vertrekken we en net wanneer de zon ondergaat komen we aan.

We besluiten een dagje in Dover te blijven, boeken een trein naar Londen, heen op vrijdagmiddag en terug op zaterdagavond. Zondag zeilen we naar huis.

Het heerlijke herfstweer op 2 november lijkt in niets op wat we een week eerder over ons heen kregen. Het is zonnig en zacht als we met de fietsjes naar een verrassend stukje Dover rijden, het natuurgebied Samphire Hoe. Bij de aanleg van de tunnel onder het Kanaal eind jaren 80, moest men een plek vinden voor de uitgegraven kalk, bijna 5 miljoen kubieke meter. Dat werd een stuk grond aan de voet van de kliffen ten westen van Dover. Eens alle werken er beëindigd waren nam de natuur het over en met de jaren is Samphire Hoe een natuurgebied met een rijke biodiversiteit geworden. De fietstocht waard.

En op zondag, na twee dagen Londen, zeilen we bij het krieken van de dag met een strakke westnoordwest terug naar Nieuwpoort. We vertrekken tegenstroom waardoor we helemaal verzet worden in zuidwestelijke, lees: verkeerde richting. Zo zullen we niet snel thuis raken.. Als we de eerste traffic lane netjes haaks op kompaskoers overgestoken hebben ziet onze gevaren track er een stuk minder haaks uit. Maar het tij keert en met wind én stroom mee wordt de verloren tijd snel goed gemaakt.

In de late namiddag beginnen dikke wolken zich samen te pakken en vlak voor de haveningang van Nieuwpoort vallen de eerste druppels. Snel rollen we ons grootzeil in, nu het nog droog is.

Einde vaarseizoen…

BewarenBewaren

Daar is ze dan, de zon!

23 juli 2017

Sommige dingen lijken zo vanzelfsprekend. Daglicht bijvoorbeeld.

Kijk, deze dag begon grijs. De wind was ook niet je dat. Zwak en veranderlijk. Maar gaandeweg klaart het op, de wind trekt aan. En nu zeilen we rustig, mijl na mijl, de Isles of Scilly liggen al ver achter ons.

De grijze ochtend is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je naar het oosten zeilt zijn de late namiddagen heerlijk, de lage zon in de kuip, warm en licht. En plots vind je dit vanzelfsprekend. De zon, de zee, vijf knopen… Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur schuift de zon op. We hopen op een mooie zonsondergang, maar een lange wolkenlijn lijkt de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Eerst zakt de zon zacht in de donzige wolken en verdwijnt.. om iets later onder de wolkenstrook weer tevoorschijn te komen. We staren er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar dat gouden randje!

Als ze helemaal achter de horizon verdwenen is, trekt een kilte over de zee. Het laatste licht verdwijnt. De nacht valt koel.

 

IMG_9492

We houden afwisselend wacht. De nacht is aardedonker nu, het is nieuwe maan.

De zonnige namiddag is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je met nieuwe maan een nacht doorzeilt, zijn de uren lang, fris en o zo donker. En lijkt het alsof er geen eind aan gaat komen. Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur lost ook die duisternis op en heel voorzichtig keert de dag terug, het licht is er lang voor de zon er is.

Ik hoop op een mooie zonsopgang, maar nevelige slierten lijken de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Dapper wurmt de zon zich van achter de kaap van Start Point. Ik staar er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar die kleuren!

Here comes the sun!

Kijk, deze nacht was lang. Maar gaandeweg wordt het lichter, en beetje bij beetje warmer. En we zeilen rustig, mijl na mijl, Dartmouth ligt nog maar een 20-tal mijl voor ons…

BewarenBewaren

De kracht van een minuutsoepje, Torquay

Dinsdag 11 juli 2017

Dit wil ik nog wel gezegd hebben. Regen op een boot is niét leuk. Of, wacht. Varen terwijl het regent, dat kan nog nét. Maar daarna. Ergens toekomen en daar zitten met dat drijfnatte zeilgoed in de beperkte ruimte van een kajuit, ramen die beslaan, dat is niét leuk.

Even terug naar de voorbije dag. Het begon ’s ochtends zacht te regenen. Het soort fijne grijze motregen waarvan je denkt dat je niet nat gaat worden. Maar je vergist je, alles wordt nat, langzaam maar zeker. Later op de dag gaat het harder regenen. Het waait ook stevig, recht in de neus, waarom niet. We varen Lyme Bay over, traag opkruisend. Een tiental mijl aan stuurboord moet de beroemde Jurassic Coast liggen. Afgelopen winter bekeek ik twee seizoenen van het spannende Broadchurch, een Britse politieserie. De opnames vonden plaats West Bay, Bridport Harbour. Ik speur met de verrekijker de horizon af. Veel zie ik niet van de kliffenkust, alles is uniform grijs. En ik die gedacht had dat ik me hier ín de tv serie ging voelen… Een koude regendruppel loopt via de kraag van mijn jas langs mijn nek naar beneden. Moet dit nu echt? “Een minuutsoepje?”, probeert mijn schipper. Briljant! Zo’n minuutsoepje, dat beetje hartige warmte, doet wonderen. Torquay lijkt ineens minder ver.

En dan liggen we aan het ponton, afgedroogd, warme, schone kleren aan. De Webasto snort. Nat zeilgoed hangt in de doucheruimte waar ook een blazer van de verwarming zit. Er wordt niet gekookt vandaag, we doen ons tegoed aan twee krabben die we in Yarmouth kochten van een visser, 2,00£ elk…

Woensdag 12 juli 2017

Gedaan met regenen! Alle nog klamme kledij gaat buiten, niets beter dan wind en (voorlopig nog aarzelende) zon.

We halen de fietsjes boven en gaan op pad. Torquay, dat is de Engelse Rivièra, de stad van Fawlty Towers en ook de stad waar Agatha Christie geboren is. Maar wij zijn zo blij met de zon dat we zomaar, zonder echt plan, op pad gaan. Laat maar komen die warme golfstroom en palmbomen!

Iemand wijst ons de weg naar het South West Coast Path, een 630 mijl lang pad dat van Somerset over Devon tot Cornwall loopt. De man verzekert ons dat het stukje tussen Torquay en Babbacombe Beach erg mooi is en best te doen met de fiets. Het wordt snel duidelijk dat hij dit zelf nog nooit uitprobeerde… Soms is het zo steil dat het stappen wordt met de fiets aan de hand, soms is het meer een voetpad met steile trapjes, waardoor we terug naar de gewone weg moeten. Maar het wordt een mooie tocht en uiteindelijk komen we bij het idyllische Ansteys Cove, waar we een lekkere cappuccino drinken.

Nog een mooie fietstocht terug, even wat boodschappen doen en lekker koken, kip met paprika’s… Dat ik gisteren niets gezien heb van het stukje kust waar Broadchurch werd opgenomen, al waren we so close, vind ik al lang niet meer erg. Er is nog altijd de betoverende muziek die de IJslandse componist Ólafur Arnalds maakte voor de reeks…

(tussen haakjes: alles van Ólafur Arnalds is het beluisteren waard!)

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren