Tromsø, niet zo ‘arctic’ als verwacht…

1- 4 juli 2022

Bij het uitspreken van de naam Tromsø zou het heel gewoon zijn dat je adem condenseert tot een ijzig wolkje in de tintelfrisse poollucht. Boten heten hier Arctic Eagle of Arctic Queen, je kan een bezoekje brengen aan het Polar museet (poolmuseum), Polaria (educatief centrum/aquarium over Spitsbergen en de Noordpool) of het schip de Polstjerna, Poolster, waarmee ooit op zeehonden werd gejaagd. Er is een sneeuwwitte strakke kerk met de naam Ishavskatedralen. Ijszeekathedraal. En geloof het of niet, je kan hier Polar donuts eten, er is frisdrank van het merk Isklar en bier met namen als Isbjørn (ijsbeer) of ook weer Arctic… Maar dat van dat ijzige wolkje, vergeet dat maar, want het is hier zomers warm. Afgelopen week, de laatste week van juni, werd in Tromsø 30°C genoteerd, een record…

‘Brought all the wrong clothes…’ grapt Sally van sv Hiraeth en stroopt de mouwen op van haar thermisch t-shirt. Sally en Miles zijn een hartelijk Brits stel dat nog niet zo heel lang zeilt. Eigenlijk zijn ze snowboarders/alpinisten maar om bij bergen te komen die alleen via de zee bereikbaar zijn, leerden ze zeilen en kochten ze een boot. En nu bereiden ze zich voor om de oversteek naar Spitsbergen te maken met hun klassieke Centurion 42 uit 1987. Niet meteen een kloek aluminium slagschip zoals je ze hier wel vaker ziet, maar goed voorbereid zijn ze wel. Er heerst een zekere Svalbard-koorts in de ruime jachthaven van Tromsø die vlakbij het centrum van de stad ligt. Maar er zijn er ook die niet naar Spitsbergen gaan. Zoals wij. Of Dixbay uit Nederland. Dat was eigenlijk wel het plan van Idris van der Meer, die met wisselende bemanning van Nederland naar Tromsø zeilde. Maar er zijn wat perikelen en Spitsbergen gaat niet lukken. Hoe dan ook, van zijn prachtige zeilreis maakt hij blitse filmpjes die je via de website van Zeilen kan bekijken.

Fram, Gjøya en Maud. Dat zijn beroemde Noorse poolexpeditie-schepen. En Roald Amundsen, en Fridtjof Nansen al even beroemde poolreizigers. En er is ook Wanny Wolstad, de eerste vrouwelijke jager in Spitsbergen. Hun namen prijken als eerbetoon op betonnen zitbanken bij een gloednieuw complex, Vervet. Gedurfde architectuur wat kleuren en materialen betreft, en ik vind het best knap. Er is roodbruin, vanillegeel en vaalblauw dat doet denken aan traditionele Noorse huizen, metaal dat licht is als ijs of donker als machines van scheepswerven en ook hout. En donkergrijs, als het graniet van de bergen op de achtergrond. De projectontwikkeling ligt langs de haven, er zijn cafés en restaurants en met het mooie weer zitten de terrasjes er overvol.

Tromsø, dat zichzelf graag het Parijs van het Noorden noemt, ligt op het eiland Tromsøy en is via bruggen verbonden met enerzijds het eiland Kvaløy en anderzijds het vasteland. Het is een levendige universiteitsstad waar ook grote cruiseschepen komen afmeren, er zijn gezellige straten, pleinen en winkels. Een kerkje waar ’s zomers concerten zijn. En houten huizen in bijzondere kleuren…

Het mooiste uitzicht over de stad heb je vanop de 421m hoge bergtop aan de overkant van de brug met het vasteland en je kan er met een kabelbaan heen of met 1203 traptreden. We kiezen voor de traptreden en beginnen eraan om halfzes wanneer het nog niet te warm is. Het krieken van de dag kan je het niet noemen, want het is nu permanent 24 uur licht… Precies om negen uur passeren we op terugweg de Ishavskatedralen en dat is net openingstijd. En zo stappen we als eersten deze schitterende ruimte in, net voor de toeristenstroom. Ik dacht dat de witte strakke vormen ijsschotsen voorstelden, maar lees dat ze eigenlijk geïnspireerd zijn op de houten rekken waaraan de kabeljauwen overal in Noord-Noorwegen worden gedroogd…

De voorspellingen blijven zomers voor de komende dagen. Ideaal om na een verblijf in de stad te gaan genieten van een ankerplaats. Gåsvær bij voorbeeld. Het lijkt wel een vleugje Caraïben in Noorwegen…

Van zomer naar winter en terug… Senja

Skrei of winterkabeljauw, dat is lekkere vis. En het is niet zomaar vis. Er hoort een kwaliteitslabel bij, een keurmerk, een appellation zoals bij de betere wijn. Het skreiseizoen is kort en ik was blij toen ik in februari in de viswinkel een mooi stuk scoorde. Met blokjes tomaat en courgette en wat zure room werd het een heerlijke ovenschotel.

En inderdaad, in de verpakking van mijn vis, zat een blaadje met een stempel. Br. Karlsen, Husøy, Noorwegen stond erop. Verrukt googelde ik die broers Karlsen en vond niet alleen een website maar ook een vrolijke Instagram account met prachtige beelden van een eiland in de sneeuw, pittoreske vissersboten en lachende vissers met dikke truien en blozende wangen. Elk jaar komt de skrei in de winter uit de Barentszee zuidwaarts gezwommen om te paaien. De hele vissersgemeenschap kijkt reikhalzend uit naar de komst van de skrei. Zo’n plek, daar moeten we langs op onze Noorwegenreis vond ik toen. En zette op de digitale Navionics zeekaart alvast een marker met als symbooltje een vis. Maar helaas, toen we er begin juni voorbijkwamen lag het te ver uit de weg…

28 – 30 juni 2022

Inmiddels zijn we op Senja, een groot eiland dat op een bloem lijkt als je het op de kaart bekijkt. Of op zeewier met langwerpige, uitwaaierende bladen. Daartussen diepe fjorden. Ik verbaas me over de eindeloze rijen scherpe bergpieken, donkergroen en ongenaakbaar. In de winter komen 80 knopen wind wel eens voor aan deze geduchte kust, maar nu zomert het!

We nemen er een kijkje bij het stijlvolle Hamn i Senja resort-met-haven maar wegens te warm aan het ponton, gaan we drie mijl verderop ankeren in een droomplekje. Het ligt tussen de eilanden Ertnøy en Kjøpmannsøy en een ander woord dan perfect kan ik er niet voor verzinnen.

Maar na een paar dagen uitzonderlijk warm zomerweer hangt er gerommel in de lucht. Het weerbericht waarschuwt niet alleen voor hevige warmteonweders maar ook voor storm. En op een toch wat onherbergzame plek als deze kiezen we voor veilig.

Op de kaart ontdek ik een goed beschutte haven op een eilandje in de Øyfjord, Husøy. Husøy? Langzaam valt mijn frank. Want als we naderen herken ik het van de frisse Instagram account. Het vissershaventje van mijn skrei appellation contrôlée lag helemaal niet ten zuiden van het eiland Torget waar we ruim driehonderd mijl geleden voorbijkwamen. Het ligt gewoon hier en wij gaan er schuilen.

Het contrast met het vakantiebrochure-achtige Hamn I Senja kan niet groter zijn. Een wijde rechttoe rechtaan haven met stoere vissersschepen. Helemaal achteraan een ponton met boxen, alle grote zijn ingenomen door nog meer massieve schepen en de kleine zijn te klein voor ons. We draaien een rondje en beslissen om af te meren aan een kloeke steiger waar aan de ene zijde een schip ligt en aan de andere zijde niemand. Wel liggen er tal van polypropyleen afmeerlijnen met gesplitste ogen, allemaal in het typische bleke watergroen zoals je hier overal ziet. Komt hier nog een schip afmeren? We wagen het er toch maar op en besluiten op zoek te gaan naar iemand die weet of het mag.

Maar het visseizoen is voorbij en de haven lijkt wel uitgestorven. We gaan op verkenning en zien de gebouwen en kantoren van de broers Karlsen. Op goed geluk kloppen we aan en na twee telefoontjes bevestigt een vriendelijke dame ons glimlachend dat het prima is om er te blijven. Iets verderop ligt de enige superette van het eilandje. In de visafdeling stapels pakjes met bereide zalm, heilbot, gerookt, gekruid, in stukken of sneetjes. Op alle verpakkingen hetzelfde label. Br. Karlsen. Op aanraden van de hartelijke verkoopster neem ik een pakje varmrøkt krydderlaks mee, kruidig gerookte zalm. Ze geeft het advies om dit op te warmen in een pakketje aluminiumfolie met een klontje boter erover. Het is ons bestverkochte product geeft ze nog fier mee. Later googel ik de broers Karlsen nog eens. Ze hebben het goed voor mekaar. Visverwerkende bedrijven, vastgoed, export, noem maar op. En wellicht ook een goedbetaald marketingbureau voor de Instagram account…

Husøy, je moet dat eens intikken in Google maps. Ik vond er alvast drie…

1/ Ten zuiden van het eiland Torget – 65°23’N 12°02’E

2/ In de archipel Træna – 66°29’N 12°05’E

3/ In een fjord op het eiland Senja – 69°32’ 17°40’

Stijgende temperaturen in de Vesterålen

23 tot 28 juni 2022

Ik kijk omhoog langs honderden meters graniet en voel me een beetje duizelig. We zijn net de Trollfjord in gevaren. Deze toeristische hotspot snijdt anderhalve mijl diep in steile rotswanden en is op zijn smalst met moeite honderd meter breed. Er komt ook een cruiseboot aan en een snelle rib. De rib houdt halt, iemand gooit iets in het water en daar duikt ineens een visadelaar van hoog op een klif naar beneden. ‘Sea Eagle Cruise’ staat er in grote letters op de boot. Het doet me denken aan een dierentuin en ik vraag me af of de adelaars hier nog echt op vissen jagen, of gewoon de toeristenboten afwachten..

Dit noordoostelijk stuk van het eiland Austvågøy behoort niet meer tot de Lofoten maar tot de Vesterålen, iets minder populair dan lieveling Lofoten. Maar voor wie tijd heeft valt er heel wat moois te ontdekken. Het grootste eiland van de Vesterålen is Hinnøy, ook het grootste eiland van Noorwegen, als je de eilanden van Spitsbergen niet meerekent. In de Raftsund, de zee-engte tussen Austvågøy en Hinnøy, kan het hard stromen. Tot wel 7 knopen als een harde zuidenwind een duwtje geeft aan de noordwaartse stroom. Eiland-hoppend naar Tromsø moeten we hier voorbij.

Maar als we de Raftsund in varen, blijken we net te laat voor het getij. Dik drie knopen stroom, daar gaan we niet tegenin en we laten ons terugspoelen tot bij de eerste de beste steiger.

Ik heb het ineens koud. En dan weer warm. En wat doen mijn schouders en knieën pijn. Las beweert dat het de klim naar de top van Skrova moet geweest zijn. Maar na een zweterige nacht tikt de thermometer 38°C aan en is een sneltest ondubbelzinnig positief. Corona! Ik tel enkele dagen terug. Zou ik het opgelopen hebben op de ferrytocht vanuit Reine, waar we met velen opeengepakt zaten in een slecht verlucht scheepsruim? Of een dag eerder in het drukke droogvismuseum in Å?

De volgende dag gaan de 31 mijl naar Sortland grotendeels aan mij voorbij. Wanneer Las het laatste stuk tussen het eiland Langøy en Hinnøy in zijn eentje moet opkruisen, is gedwee wisselen van kuipbank, per keer dat hij overstag gaat, het enige waar ik fut voor heb…

Nog een dag later is niet alleen mijn temperatuur hoog, want het is gaan zomeren hier boven de poolcirkel. Languit op de kuipbank ziek ik, veelal slapend, nog eens 42 mijl uit, voor het eerst met voeten en benen bloot. Liggend zie ik twee 30 meter hoge bruggen voorbijkomen, ze verbinden Hinnøy met de eilanden Langøy en Andøy. Er schuiven besneeuwde bergen als dinosaurusruggen tegen een helblauwe lucht voorbij en we gaan het snelstromende Risøyrennen door, een smal beboeid kanaaltje door een mijnenveld van ondieptes en rotsen.

Onze eindbestemming is de ankerplek bij het eiland Helløy die als delightful en landlocked omschreven wordt. De aanloop is spannend. Tussen eilandjes door gaan we op een bepaald moment over 2,4 meter en dat is weinig want onze kiel steekt 2 meter diep. Ik sta vooraan op de boeg en zie door het kristalheldere water een nette zandbodem met plantenslierten en mollige zeesterren voorbijschuiven. Aan een slakkengangetje kruipen we verder. Bij de laatste bocht staat een ijzeren stang met een plakkaatje dat aanwijst hoe je er voorbij moet. Je vergissen is geen optie, er ligt een dikke rots achter… Even later liggen we roerloos achter ons anker in een cirkelvormige baai met zicht op een indrukwekkend berglandschap. 

De volgende dag voel ik me beter, maar nu is het Las die warm en koud blaast. Geen betere plek denkbaar voor quarantaine dan deze ankerplaats met true hurricane hole qualities en we blijven een paar dagen. Las slaapt de corona weg, af en toe peddelen we een eindje met de bijboot, plukken mosselen, en genieten van de idyllische omgeving. Dat met het zomerweer de muggen zijn komen opdagen nemen we voor lief…