Een meeuw aan boord. Grenå en het eiland Samsø.

Grenå

Traag roeit een man over de rivier. Langs het riet roeit de man. Van de rivier gaat het naar de zee en van de zee naar de haven. Een beetje zoals in Melopee van Paul van Ostaijen, maar dan anders. In de boot zit ook een vrouw, naast haar ligt een groot pak. De man roeit de haven in.

De man, dat is mijn schipper. Had hij de benzine van het motortje tijdig bijgevuld, dan was hij nu niet aan het roeien geweest. De vrouw, dat ben ik. En in het pak zit een houten meeuw.

De zeiltocht van 28 mijl van het eilandje Anholt naar Grenå, eerder die dag, was bijzonder omdat ze dwars door het uitgestrekte Anholt offshore wind farm was gegaan. En varen tussen windmolens, 111 in dit geval, in Denemarken mag dat.

In de haven van Grenå valt niet zo heel veel te beleven en dus trekken we er met de bijboot op uit. Het tochtje naar het oude centrum van Grenå, drie kilometer landinwaarts, begint idyllisch, langs rietkragen en onder lage bruggetjes door. Maar ook op een zwoele zomerse namiddag kun je dus zonder benzine vallen. En zo roeien we om beurten geduldig verder naar het stille stadje. In een verrassend knappe interieurzaak vergeten we even de terugtocht die ons te wachten staat en laten ons eensgezind verleiden tot de aankoop van een houten meeuw. We noemen hem Kay, naar zijn Deense ontwerper Kay Bojesen.

Aan de meeuw zit een veer. Maak je die vast aan het plafond dan danst de meeuw zachtjes op en neer. Wat gek, als ik hem vanuit een bepaalde hoek gadesla, zou ik zweren dat hij monkelend lacht…

Samsø

Ik ben jarig. Ik ben jarig en het miezert. Ik ben jarig, het miezert en we willen het eiland Samsø verkennen. Ik ben jarig, het miezert, we willen het eiland Samsø verkennen en mijn plooifiets heeft een platte band…

Gisteren zeilden we van Grenå naar het eiland Samsø. De tocht van 32 mijl was rustig begonnen, tot de beschutting van de kust wegviel, en wind en golven vrij spel kregen in het gebied waar de Grote Belt, de Kleine Belt en het Kattegat elkaar ontmoeten. Het werd pittig zeilen en na nog een woelige aanloop tussen zanderige ondiepten, ankerden we in de baai van Langør…

Als ik in Google Maps een fietshersteller zoek blijkt die op amper 200 m te zitten van waar we staan… Tegen sluitingstijd kan mijn fietsje hersteld zijn. Niet veel later rijd ik gezwind verder op de comfortabele huurfiets die ik voor de rest van de dag gratis mag gebruiken…

Het klaart op en na een lunch in het pittoreske Kirkeby fietsen we verder tot Issedhoved, dat op 15 km van de haven van Langør ligt. Het landschap op deze noordelijke top van het eiland is apart in zijn eenvoud. Bolle hellingen met kort droog gras, heideachtige planten en zoute bloemen in zachte kleuren. Beneden het strand.

Het aarzelende licht dat deels achter de wolken blijft haperen bedrijft poëzie met de kleuren van het moerassige gebied op de terugweg naar Langør. Traag fietsen we tussen een weelde van zachte grijzen, contrasterende groenen en witte spikkels van frêle bloempjes. Tegen de monotone lucht tekenen planten zich sierlijk af als kunstig kantwerk…

Ik ben nog steeds jarig, het regent al lang niet meer, de band van mijn fiets is hersteld en rondom mij gaan op alle boten van de ankerplaats de lichtjes branden. Ik knipoog naar Kay…

De zomer is weer helemaal terug als we de volgende dag 10 mijl zuidwaarts motoren naar Ballen, waar we, op ruime afstand van de volle jachthaven, ankeren voor het strand.

En hier krijgt mijn verjaardag een lekker staartje. Na een fietstocht tot Vesborg Fyr, de vuurtoren op de zuidpunt van Samsø, sluiten we de dag af met een heerlijke zeevruchtenschotel bij Værftet.

Kay, die gisterochtend nog instemmend knikte bij het zien van mijn verjaardagsontbijt, schudt nu streng het kopje als ik hem de belachelijke prijs van de nochtans eenvoudige fles wijn opbiecht. Ook dat is Denemarken…

Uit de kombuis geklapt. Lemvig en Harre Vig.

Bevoorrading voor een zeilvakantie doen wij in twee keer. Stap één is voor dranken en niet-voeding zoals toiletpapier, keukenrol, poets- en hygiëne-dingen.

Stap twee is voor voeding, van vers over iets langer houdbaar, tot ‘droge’ voeding zoals het in supermarkt-jargon klinkt. Omdat we het vóór vertrek beiden nog druk hebben, maken we gebruik van het onvolprezen Collect & Go systeem, boodschappen online bestellen en afhalen op een tijdstip naar keuze. En we verdelen de taken, waarbij ik de voeding plan en mijn schipper de niet-voeding voor zijn rekening neemt.

Dat zorgt voor verrassingen. Waar ik altijd, ja, echt áltijd, zweer bij niet-bedrukt huishoudpapier, tref ik nu in mijn kombuis keukenrol met een lelijke print van lelijke beertjes in lelijke kleuren. Mijn gevoel voor esthetiek, -overdreven en niet ter zake volgens mijn schipper- wordt op de proef gesteld. Bij het opbergen van de dranken ontdek ik bier in blikken van een halve liter! O gruwel, bier in blikken van een halve liter! Ik associeer ze steevast met joelende voetbalhooligans, en ik haat voetbal. En mijn billen ten slotte, die zal ik moeten vegen met lichtblauwe puppy’s, huppelend op het toiletpapier. Mijn schipper grijnst bij mijn frons, heerlijk vindt hij het om de draak te steken met mij en mijn controledrang.

‘Laat los’, zeg ik tegen mezelf, ‘er is bier, keukenrol én wc-papier, tijd voor vakantie’…

Donderdag 8 juli 2021, voor anker bij Lemvig.

Na een dagje Thyborøn trekken we de Limfjord in. Op zoek naar zen, willen we liever niet in een haven liggen. Na 10 mijl varen laten we het anker vallen in 3,5 m water in de baai naast het stadje Lemvig. De motor gaat uit, de stilte omarmt ons en bij een glaasje wijn genieten we van dat fijne gevoel dat vakantie heet. We proeven de garnalen en de Limfjord oesters die we kochten en het mag gezegd, ze zijn kraakvers. Net als de lotte uit de Fiskebutik…

Maaltijdsoep met lotte, aardappelen, sluimererwtjes en kersttomaat.

Filet van lotte – aardappelen – 1 ui – 1 teentje look – pakje sluimererwtjes – handvol kersttomaten – witte wijn – room – peper en zout

Stoof in een flinke klont boter de fijngesneden ui en look aan. Voeg de in stukjes gesneden sluimererwtjes toe. Schik de kersttomaten erbij. Geef peper en zout. Kook intussen de aardappeltjes gaar. Snijd de vis in stukken, leg ze op de groenten en overgiet met een scheut witte wijn. Laat even garen onder een deksel. Als de vis gaar is, voeg je de aardappelen toe, als ook wat room. Proef en kruid bij indien nodig.

De avond valt. Een boot vaart traag voorbij. Langzaam zakt de zon. En wij liggen roerloos achter ons anker…

Vrijdag 9 juli 2021, voor anker in Harre Vig.

‘…de ideaalste ankerbaai die je je maar kunt voorstellen.’ Zo omschrijft René Vleut Harre Vig in de Vaarwijzer ‘Scandinavië en de Oostzee’. In 2014 kocht ik dit boek en dit is de vierde zeilvakantie waarbij we het gebruiken. Er is inmiddels een herwerkte versie uit, maar we besloten pas op het laatste nippertje om deze kant op te komen, en doen het toch maar met de editie die we hebben.

We hebben 27 mijl gevaren als we via Lysen Bredning en een nauwe doorgang de baai invaren, die veel wijder en minder beschut lijkt dan ik me had voorgesteld. Bij het binnenvaren liggen er twee meerboeien aan stuurboord, maar met de strakke noordoostenwind die er staat is dit geen gezellige optie. Ik mik op de overkant en zo ver mogelijk onder de oever om in de luwte van het land te komen. Las stuurt en ik gids hem, Ipad in de hand, naar het plekje dat ik voor ogen heb. Opnieuw laten we het anker zakken in 3,5 meter water. Opnieuw valt de stilte van zodra de motor uit gaat. We zijn hier helemaal alleen. En we gaan niet ingewikkeld koken vandaag…

Lauwe couscoussalade met zachtgerookte zalm

Een stuk zachtgerookte zalm – couscous – ½ courgette – ½ gele paprika – 2 teentjes look – 1 tomaat – boter – peper, zout, sterk paprikapoeder

Snijd courgette, paprika, en tomaat in piepkleine blokjes. Hak de look fijn. Kook de couscous zoals op de verpakking vermeld. Schud de couscous in een schaal en maak de korreltjes los met een vork. Laat een paar klontjes boter smelten in de couscouskorrels en voeg de rauwe groentjes toe. Kruid met peper en zout en sterk paprikapoeder. Serveer met de zalm.

De enige discussie die je nu nog zou kunnen voeren zou kunnen gaan over wat eigenlijk het mooiste roze is, dat van de vlammende avondlucht of dat van de zachtgerookte zalm…

Ankerzweet en vertrekkerskoorts

Ankerzweet…

Donderdag 16 juli 2020 – voor anker op de rivier Jaudy

“Ben je zeker dat we niet te dicht liggen?”

Pourquoi pas, zo heet het bootje dat naast ons ligt, Waarom niet. Wacht eens even, niet naast ons, nu ineens achter ons. En het lijkt wel of het ineens veel dichter ligt dan daarnet.

“Maak je geen zorgen. Straks draait iedereen op de stroom en ziet het er heel anders uit…”

We liggen op de rivier Jaudy, ter hoogte van het dorpje La Roche Jaune, precies waar op de kaart een ankertje getekend staat. We hadden kunnen doorvaren tot Treguier, daar is een jachthaven. Maar we willen ankeren. Afgelopen winter investeerden we in een stevig anker, een Rocna van 33kg, en 75 meter ankerketting van 10mm dik. De ankerlier werd gereviseerd. We zouden dit alles deze zomer uitgebreid testen aan de Schotse westkust maar door corona ging dat feestje helaas niet door… Frankrijk is een dankbaar alternatief maar hier is hoegenaamd geen gebrek aan jachthavens met stevige pontons… Maar, pourquoi pas, laat ons dat ankergerei toch maar testen…

We hebben wel al meer geankerd maar met ankeren op pittig getijdewater zoals hier, met 5 tot 8 meter verval en strakke stromingen hebben we geen ervaring.

Ik neem drie peilingen, noteer ze in het logboek en zo lang het licht is neem ik ieder uur dezelfde peilingen. We blijven netjes op het snijpunt van de drie lijnen liggen, maar zetten toch een ankeralarm op de gps wanneer we gaan slapen. Ondanks de gin-tonic van het aperitief schrikken we wakker bij iedere piep wegens nét buiten de cirkel van 30 m… Het doet me denken aan die foltertechnieken waarbij beulen gevangenen wakker houden, gewoon om ze te kraken. Gekraakt zijn we als we bij het krieken van de dag vaststellen dat we precies nog daar liggen waar we 12 uur eerder ons anker dropten…

Vrijdag 17 juli 2020 – voor anker bij Île-de-Bréhat

“Wow, wat was dát?”

“Geen idee.”

Al staat er meer wind dan ons lief is, de boot ligt als een huis. Maar er is dat geluid! Het klinkt alsof de schakels van de ankerketting tot leven komen, over elkaar heen schuiven, of ten minste over iéts heen schuiven. Op de ketting zit een duivelsklauw, een haak met een eind touw er aan. De haak klik je in een schakel van de ankerketting, de lijn beleg je op een klamp op dek. Als je dan een beetje ankerketting viert, haal je de kracht van de ankerlier weg. Het naargeestige geluid kan dus niet daar vandaan komen. Maar…

“Wow, luister nu, wéér dat rare geluid!”

In een aluminium boot klinken dingen anders. Ik herinner me hoe we, bij onze eerste nacht aan boord, schrokken van het klotsende water tegen de romp. Hélemaal anders dan tegen polyester. Metalig, galmend. Je went er aan. Maar dít geluid…, dit geluid is vreemd.

Onze tweede nacht op anker.

We liggen niet meer op het plekje waar we zowat halfweg de middag ons anker lieten zakken hier bij Île-de-Bréhat. Toen was het bijna hoogwater geweest. We hadden gerekend, geteld en geoordeeld dat we er bij laag water ook goed zouden liggen. Maar lichte twijfel knaagt, irriteert, als een steentje in een schoen. En we blijven de hele middag aan boord, de slapeloze nacht eist zijn tol.

Maar als het bijna laagwater is, én ook bijna donker, liggen de rotsen naar ons gevoel te dichtbij. En als je twijfelt moet je weg, besluiten we unaniem. Onze tweede keuze is een betere, we liggen verder af van de andere boten rondom, en een bemoedigend stuk verder van de rotsen. Het ankeralarm laten we wijselijk voor wat het is. Maar nu is er dus dat rare geluid.

“En als we nu eens in de achterkajuit gaan slapen?”

Zondag 18 juli 2020 – voor anker bij Île-de-Bréhat

Zonder ankeralarm en in de achterkajuit slapen we als rozen. Bij het ontbijt bekijk ik op de Ipad het kluwen dat we afgelegd hebben tijdens de nacht en trek een lijntje tussen de twee uiterste punten. Dat bedraagt zo’n 150 ft, ongeveer 45 meter. Als ons anker in het midden daarvan ligt, zijn we zo’n 22 meter heen en weer gedreven. Minder dan twee maal onze bootlengte, gezien wind en stroming volstrekt normaal. We liggen hier goed, een gelukzalig gevoel van vrijheid krijgt de bovenhand. Rondom ons 360° Bretoens landschap van zee en rotsen, geen stootwillen, geen meertouwen, enkel die ‘spijker’ waar we achter hangen…

Vertrekkerskoorts…

Twee soorten zijn er. De eerste komt het vaakst voor. Het is de twijfel om te vertrekken, de aarzeling, de zin om het uit te stellen. Om tal van redenen. Omdat het te hard waait, omdat de stroom tegen zit, omdat er bij terugkeer misschien quarantaine dreigt wegens corona, omdat omdat omdat… De kleinste klus wordt verdedigd als ultieme reden om niet te vertrekken. Maar er is ook die andere soort vertrekkerskoorts. Eigenlijk gewoon het tegenovergestelde. Mijn schipper heeft er wel vaker last van. Hij wil altijd vertrekken, altijd verder, altijd varen. Rusteloos, gejaagd. En in zo’n vlaag van vertrekkerskoorts opperde hij gisterenavond om deze ochtend verder oost te varen. Zonder voet aan wal te zetten op Île-de-Bréhat? Zachtjes ga ik op de rem staan. Want wie wil nu wegvaren van een eiland als dit zonder het gezien te hebben… En dat ons anker houdt zijn we nu wel zeker. En ik waag mijn kans.

“We gaan toch nog het eiland bezoeken, hee…”, opper ik voorzichtig bij het ontbijt. En toon de Ipad en ons kleine kluwen. “Túúrlijk!” lacht mijn schipper en even later zitten we in de bijboot op weg naar Île-de-Bréhat…

Voor wie nog twijfelt, over ankeren kan je je te pletter lezen op het internet:

ankertips van een wereldzeiler

hoe veilig ankeren

ankeren, zo doe je dat correct en veilig

leven achter anker

anchor like a pro

Mag ik het over Londen hebben?

Hemelvaart 2017

Naar Londen zeilen met Hemelvaart, een aantal jaren geleden zijn we het beginnen doen. Met een boot of drie, vier, wisselende gezelschappen. Elke keer is anders, elke keer ontdekken we nieuwe dingen. Ook nu. Stof voor een stukje.

Maar mag ik het over Londen hebben, nu -amper een week later- die dynamische stad nog maar eens is opgeschrikt door gruwelijke terreur? Moeten we treuren en zwijgen, en overwegen om er niet meer te komen? Of mag ik het over het Londen hebben, over die multiculturele, bruisende stad met zoveel gezichten? Ik denk dat ik het over Londen moét hebben. Over deze stad die niet klein te krijgen is, die zichzelf opnieuw uitvindt, keer op keer.

Net zoals de tachtigjarige kunstenaar David Hockney aan wie Tate Britain een grote overzichtstentoonstelling wijdt. 60 jaar uitbundige creativiteit, dat wil ik graag zien. Nee, ik heb nog geen tickets. Met een zeilboot weet je nooit, storm, pech, misschien raak je zelfs niet in Londen.. En dus queuen we geduldig, very british indeed.

En dan is daar, temidden van indrukwekkende schilderijen, tekeningen en collages, dat verrassend video kunstwerk, The Four Seasons, Woldgate Woods. Op vier wanden telkens negen schermen met hetzelfde landschap, in elk seizoen. De beelden zijn gemaakt vanuit een rijdende auto en zuigen je traag hypnotiserend mee. De traagheid is ontroerend, de seizoenen onverstoorbaar volhardend. Alles herbegint. Altijd.

Onze tochten naar Londen zijn nooit hetzelfde. Dit keer is de zon brandend van de partij, en ontbreekt de wind. Helemaal. We tuffen lange uren.

Geen wind betekent plat water in de Thamesmonding. Zo plat dat mijn schipper in afwachting van het getij wel eens wil ankeren in plaats van Queenborough aan te doen zoals gewoonlijk. Iets voorbij Nore Sand liggen we op de eerste rij voor een magische zonsondergang.

De volgende ochtend neemt de stroom ons mee richting Londen. Onderweg krijgen we het bezoek van de politie in een zwarte zodiac. Met de vriendelijke maar besliste uitnodiging om ieder verdacht feit te willen melden op een bijzonder nummer. Ook her en der in de stad vragen affiches om waakzaamheid. De volgende dag herinnert een wandeling over Westminster Bridge aan de recente terreurdaad van 22 maart 2017. En de feiten halen mijn woorden in, afgelopen zaterdag 3 juni 2017 waren London Bridge en Borough Market het doelwit van nog meer driest terreur.

Maar stilstaan doet Londen niet. Haar skyline verandert even snel als het werk van David Hockney. Na Tate Britain gaan we richting Battersea Power Station. Deze iconische plek, in ons collectief geheugen geprent door de lp Animals van Pink Floyd, wordt aan hoog tempo verbouwd tot luxueus woonoord.

In contrast met die niet aflatende bouwwoede ligt iets verderop Battersea Park felgroen te genieten van het ongewone zomerweer. De Thames stroomt onophoudelijk, vijf uur naar zee -een kleine adempauze bij het kenteren van de stroom- en zeven uur terug.

Zoals steeds overnachten we met onze boten in Limehouse Basin Marina. Het is er goedkoper en rustiger liggen dan in St. Katharine Docks en er is een metrohalte vlakbij. De vele narrowboats die er liggen zorgen voor een boho sfeertje en je kan er ongestoord barbecuen op het ponton.

Vlakbij London Docklands. Waar in Canary Wharf, Londens tweede zakencentrum, de ene glimmende wolkenkrabber na de andere verrijst. Maar waar je ook heerlijk kan fietsen langs de Thames of op Isle of Dogs verrast wordt door leuke pleinen, een gezellige pub. Van daar kan je zelfs via een voetgangerstunnel onder de Thames door naar de overkant, naar Greenwich.

Londen blijft verrassen, blijft ons verbazen. Wij blijven gaan. Keep calm and carry on…

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren