Groenten uit de zee

Zaterdag 16 juni 2018

“We moeten toch nog wat oefenen, toch…” klinkt het gespeeld bezorgd, “… als we straks drie weken gaan zeilen?” Onze vakantieplannen krijgen stilaan vorm. Als de wind mee wil, zeilen we in juli naar Noorwegen. De kaarten zijn gekocht, we hebben nieuwe voorzeilen en onze oude Webasto is vervangen door een gloednieuwe Eberspacher. Maar we blijven voorzichtig in ons enthousiasme. Als de wind niet mee wil, wordt het misschien wat anders.

Oefenen dus…

De voorbije twee weekends hebben we niet gezeild en dat maakt mijn schipper ongedurig. Het is al dik middag als we vertrekken en vandaag betekent dat nog een volledig getij stroom mee richting Nederland. Daarbij staat een flinke 5 beaufort westzuidwest, ruime wind dus. Als het log geregeld boven de 8 knopen schiet, is de verleiding groot om lekker te blíjven varen. Een mijltje meer, maakt niet uit. Een retourtje Cadzand, waarom niet?

Maar voor zondag is precies dezelfde wind voorspeld, dat wordt opkruisen om terug te keren. Denk ik even. Maar ook dát is oefenen, grapt Las.

Het verraderlijke van ruime wind varen is dat het zo gemakkelijk gaat. Als de wind toeneemt, voel je het amper. Het is pas als we voor de haven een opschieter maken (in de wind gaan liggen) om het grootzeil in te rollen dat we aan den lijve ondervinden hoe hard het waait. Binnenvaren in Cadzand is een beetje spannend, er is niet echt een havengeul waar je rustig de tijd hebt om afmeerlijnen voor te bereiden en stootwillen uit te hangen. Het is binnen en afmeren, klaar. Maar de haven is goed beschut, er is plaats zat en de boxen zijn ruim.

Omdat dit retourtje Cadzand niet echt gepland was, ontbrak me de tijd om fatsoenlijk te bevoorraden. Lees: in mijn kombuis zou zelfs een muis verhongeren. Maar geen nood, echt mídden in de jachthaven van Cadzand is er nog altijd AIRrepublic, het restaurant van Sergio Herman. En bij gebrek aan reservatie, AIRcafé, de take-away van Sergio Herman.

Maar Sergio blijkt met vakantie… Dat wordt dus boodschappen doen…

Op wandelafstand zijn hier een supermarkt, een slager en een viswinkel waar we lukraak wat lekkernijen bij elkaar shoppen. Olijven, kaas, zongedroogde tomaatjes, een limoen, twee mooie stukjes tonijn. En een heel bijzondere groente. Lamsoren. Groenten uit de zee. Tijd voor een receptje.

Maar voor het koken genieten we nog even van de bijna langste dag van het jaar.

Tonijn met groenten uit de zee.

(Een receptje dat uit amper drie zinnen bestaat, even lekker als simpel!)

Stukje tonijn

Een handvol lamsoren

Een limoen

Rijst

Peper (laat zout maar zitten, lamsoortjes zijn zilt genoeg!)

Lekkere olijfolie

Schroei de tonijn kort in hete olijfolie, schud de gewassen lamsoren in de pan. Geef wat peper en werk af met limoenschijfjes. Met een kommetje basmati rijst wordt dit smullen.

Zondag 17 juni 2018

Sjeesden we gisteren in vier uur en tien minuten van Nieuwpoort naar Cadzand, vandaag kruisen we op en doen er zes uur en dertig minuten over.

Oefenen dus…

BewarenBewaren

Daar in dat kleine café aan de haven…

Het lange weekend van 1 mei 2017

We plannen een retourtje Boulogne. Duinkerke, Boulogne en terug naar Nieuwpoort. Zaterdag en zondag zal het lekker waaien uit het zuidoosten, maandag stevig uit het zuidzuidwesten. Dat betekent ruime wind heen én terug, meer kan je als zeiler niet willen.

Omdat we zaterdag pas aan het eind van de dag vertrekken, ga ik koken op zee. Mijn oudste dochter gaf me ooit een leuk cadeau, het Kombuis kookboek van Fiona Sims. Het ziet er prachtig uit. Maar het is nogal british en niet alle combinaties overtuigen me. Maar het inspireert en dat vind ik de belangrijkste eigenschap van een goed kookboek. De visstoofpot met gremolata lijkt me ideaal om klaar te maken terwijl we naar Duinkerke varen. Ik deel jullie graag het recept, en dat was eigenlijk het plan voor dit stukje, maar toen kwam er iets tussen. Iets dat ik moet opbiechten over dit weekend… In Boulogne zijn we op de lappen gegaan…

Na een mooie zeiltocht op zondag -ideale wind en lekker veel stroom mee- komen we in  aan in Boulogne. De jachthaven ligt er verlaten bij.

Ook de stad is op een grijze zondag als vandaag doods en stil.

Zelfs de bar waar we graag een Picon au vin blanc drinken is gesloten. Een plateau de fruits de mer, ‘om mee te nemen’, we hadden er stilletjes luidop van gedroomd, zullen we hier niet vinden. En we hebben geen zin om op restaurant te gaan. Het beste wat we kunnen scoren is een kip en een kilo tomaten in het soort supermarktje dat altijd open is. Wanneer we tegen vijven de haven in lopen horen we muziek en stemmen in de bar.

Melig maar uitnodigend waait ‘Pour elle’, van Riccardo Cocciante ons vanuit de geopende deur tegemoet. We kijken mekaar aan, die gemiste Picon, waarom niet? In de niet bijster gezellige bar zit een bont gezelschap. Ze drinken champagne en het ziet er naar uit dat ze daar al een tijdje mee bezig zijn. Een getaande man biedt me wankelend maar galant zijn barkruk aan, de plastieken zak met de kip en de tomaten schuiven we er snel onder. De flamboyante waardin schenkt breed glimlachend twee stevige Picons in. Een man begint ons zijn leven te vertellen. Als vrachtwagenchauffeur voor een transportbedrijf van luxewagens als Lamborghini’s en Ferrari’s, -is het waar?- heeft hij wel wat te vertellen. Er volgt nog meer Picon, en ook champagne. Rookverbod? Daar trekken ze zich hier niets van aan, dit is hún stek. Christine -zo heet de barvrouw- zendt het ene nostalgische nummer na het andere uit haar telefoon de boxen in. De lelijke bar wordt steeds mooier. Als Samba Pa Ti inzet –j’adóre Santaná, vette knipoog- gaan we warempel dansen, geen mens kijkt er van op. We klinken ‘à l’amitié’ met deze onbekenden. ‘Vis ta vie!’ schateren ze. ‘A l’amitié!’

Het is halfnegen als we naar onze boot zwalpen. Eten moeten we doen. Ik bak de kip met uien en tomaten en weet niet meer goed of ik slapend eet of etend in slaap gevallen ben. Vaag hoor ik mijn schipper nog zeggen dat we morgen de stroom mee moeten hebben rond Cap Gris Nez,  en dat dat vroeg  opstaan wordt… En dan kantelt de kajuit…

Om vijf uur -jawel, je leest het goed- gaat de wekker. Tot mijn verbazing voel ik mij behoorlijk fris en heb geen greintje hoofdpijn. Op zee blaast zes beaufort alle vermoeidheid weg. We stuiven terug naar Nieuwpoort.

Dat receptje waar ik het over had, dat krijg je nog wel. Een volgende keer. Beloofd.

IMG_7398

 

Bakken aan boord, deel twee

Aan boord van een zeilboot is er weinig zo beperkt houdbaar als brood. Maar er gaat ook niets boven ovenvers brood. Alle broodvervangers, van de lekkerste crackers tot de heerlijkste muesli, gaan na een tijdje vervelen. Vers brood verveelt nooit.

Net voor onze zeilvakantie van vorige zomer speelde ik dan ook met het idee om nog snel snel een broodbakmachine te kopen. Ik had het hier en daar gelezen. Op het internet. Zo’n blitse broodbakmachine. Je wipt er een broodmix in zoals dat heet, voegt water toe en het ding doet de rest. Maar dan begint het. Die toestellen zijn toch omvangrijker dan mij lief is, ze nemen meer plaats in dan een paar stevige zeillaarzen maat 43. En ze hebben stroom nodig… Zo’n broodje is niet in één twee drie gebakken, dat duurt wel even. Afhankelijk van een van de talrijke bakprogramma’s. Tot 17 toe, glutenvrij programma niet meegerekend… Als je walstroom hebt, geen probleem, maar om onze niet zo geluidsvriendelijke generator uren te laten brommen in een idyllisch baaitje omwille van een broodje, ik weet het zo nog niet. Ik laat het idee voorlopig varen. We vertrekken op vakantie zonder broodbakmachine.

Blijkbaar had ik al eerder aan brood bakken gedacht want in een van de kastjes aan boord ontdek ik nog een vergeten pakje broodmix. En na het recente, goed gelukte cake experiment op zee, heeft de bakkriebel mij te pakken. Ik doe alles precies zoals op de verpakking vermeld, maar hoe lang het deeg daar ook staat, er gebeurt niets. ‘Verdubbelen in omvang’ al helemaal niet. Tegen beter weten in schuif ik de deegklomp de oven in. Na drie kwartier haal ik er iets uit dat nog het meest lijkt op een vuilgrijze rotsblok. Een multigranen rotsblok. Als ik de verpakking er nog eens op na lees, zie ik dat de vervaldatum van mijn broodmix al maanden overschreden is. Knorrig kegel ik de deprimerende kei overboord. Nog nooit zo snel iets zien zinken. Zelfs de meeuwen negeren het.

Een week of twee later doen we boodschappen in een hele grote supermarkt in Lerwick, Shetland. Een uitgebreid assortiment bakdingen, broodmix, bloem, gist, nootjes en graantjes lacht me toe… Het vorige misbaksel ligt nog op mijn maag en geen betere manier om dat te verteren dan een herkansing. De rare broodmix in gedachten kies ik simpelweg voor bloem en gedroogde gist. En voor een bakblik…

Varend waag ik me aan poging twee. Een hoopje bloem op het aanrecht, gist, water, een snuifje zout en kneden maar. Ik krijg het er warm van. De lekker elastische deegbol gaat in een kom met een schone handdoek er over. En hoera, het deeg rijst zoals het moet rijzen. Goed begin.

Na een uur of wat kneed ik het deeg nog eens door en leg het voorzichtig in het bakblik. Opnieuw rijst het deeg, ik word er helemaal vrolijk van. En nu de oven in. Na drie kwartier ruikt het zalig in de kajuit. Mijn broodje is gebakken. Glunder glunder.

Bruin brood, wit brood, ik probeer het de rest van de vakantie nog een paar keer. Het blijft iets magisch hebben, dat ritueel van kneden, rijzen, kneden, rijzen, bakken. Er kruipt tijd in, dat is waar. Maar varend op zee heb je tijd zat en precies het hebben van die tijd, het je kunnen permitteren van geduldig op een rijzend broodje te wachten geeft een prettig gevoel van luxe. Die hoop bloem eigenhandig in mijn klein kombuisje en met een eenvoudige gasoven veranderen in smakelijke boterhammen, -mijn schipper eet ze zelfs zonder beleg, zo lekker vindt hij ze- geeft me zo veel voldoening dat ik voorlopig die broodbakmachine niet hoef…

Bakken aan boord

2 februari, Lichtmis. Er is geen vrouwtje zo arm, of ze maakt haar pannetje warm.

De zes donkere weken van het jaar, drie vóór en drie na Kerstmis, hebben we al even gehad. Heel langzaam krijgen we dag na dag een beetje meer licht. De traditie wil dat je met Lichtmis pannenkoeken bakt, het zou je verzekeren van voorspoed voor de rest van het jaar. Dat geloven we graag en bakken is gezellig zonder meer. Zeker als het buiten guur en somber is. Wat het in ons klimaat zelfs soms in de zomer is…

15 juni 2016. Scarborough. We zijn enkele uren geleden vertrokken voor een tocht naar Wick, het noorden van Schotland. Bij aankomst in Scarborough, twee dagen eerder, was er dikke mist geweest, het leek wel herfst. Een dag later was de hemel strak blauw, de zon straalde. En nu, nog een dag later, lijkt die zomer alweer voorbij. Alles is grijs, het water, de lucht, de boot, wij. Massa’s mijlen liggen voor ons. De miezer gaat over in regen. Dat gaan wel hele lange mijlen worden denk ik dan. Tijd voor iets leuks. ‘Wat dacht je van thee en cake?’, vraag ik mijn schipper. Opklaring!

Dan besef ik dat ik wel wat voortvarend ben. Cake? Bakken? Aan boord? Ik heb niet eens een bakvorm! Geen weegschaal. Geen mixer, en zelfs geen deegkom. Maar ik heb eitjes, suiker, bloem en boter. En appels en rozijntjes.

En ik heb wel meer. Een pannetje met metalen handvat, waarom niet, dat kan zó de oven in. En een maatbeker waar met gekleurde streepjes ook gewichten van bloem en suiker op aangegeven staan. Een slakom kan dienst doen als deegkom…

Ik gok een beetje voor het gewicht van de boter en roer er met een vork 200 gr suiker door. Dan gaan er drie eitjes bij, één voor één. Ten slotte komt er 200 gr zelfrijzende bloem bij.

Nu nog de rozijnen en de in stukjes gesneden appels. Ik vet de binnenkant van de antikleefpan in en bestuif met bloem. De hoeveelheid deeg past wonderwel in de pan! Tenminste, nadat mijn schipper om een proevertje is komen bedelen. Bij ons wordt geen cake gebakken zonder dat er wat gesnoept wordt van het deeg. Onweerstaanbaar vindt hij!

Mijn gasoven aan boord is voorzien van een piepklein schermpje waarop je de temperatuur kan aflezen. Ik laat voorverwarmen tot de wijzer ongeveer op 180°c blijft hangen. Om de cake niet te laten aanbranden, zet ik de pan zo hoog mogelijk. Na ongeveer een half uur ziet het er veelbelovend uit en ruikt het heerlijk in de kajuit… Als ik in midden van de cake een houten tandenstoker prik, komt die er droog uit. Klaar!

Voor helemaal afkoelen is er geen geduld… Een dik plak lauwe cake, een kopje thee, de ideale troost op een regenachtige dag op zee…

November. Dresscode: laagjes.

Het is beslist. De boot gaat uit het water. Eind november. Niet voor even, maar voor de hele winter. We hebben tijdelijk meer land- dan zeedingen op onze agenda. Maar vooraleer mijn schipper moet gaan aankijken tegen die muur van maanden zonder varen, gaan we nog eens op zee. Met 11 november op vrijdag hebben we een lang weekend. Hij vindt het geweldig!

Maar de weersvoorspellingen zijn niet echt bemoedigend. De temperaturen gaan niet boven 10°C uitkomen en vanaf zaterdagnamiddag wordt regen voorspeld. Ik weet niet of ik het wel zo geweldig vind.

En dan sluiten we een liefdevol compromis. We zeilen vrijdag en zaterdag en we gaan niet te ver, Duinkerke volstaat.

Op vrijdag rollen we traag voor de wind naar de haven van Duinkerke. Bij aankomst staat de zon al laag, dit zijn de korte dagen van het jaar. Het herfstige avondlicht maakt de niet zo mooie aanloop van Duinkerke een beetje mooier.

Terwijl we nog aan het overleggen zijn of we in de eerste of de tweede jachthaven van Duinkerke gaan liggen, zien we plots dat we niet hoeven te overleggen. De eerste jachthaven is er niet meer! Wat raar. De pontons zijn weg, kale palen staan doelloos in de lege haven.

En uiteraard ligt de achterhaven nu dik gevuld. Gelukkig vinden we nog een plekje. De verwarming snort, de kaarsjes branden, op het gasvuur suddert een stevige schotel osso bucco.

Op zaterdag laat de zon het afweten, guur herfstweer is het. Maar we kunnen recht naar huis, op één oor en met een stevige stroom mee. Warm gekleed zijn is de boodschap en dan gaat er niets boven laagjes. Een laagje ondergoed, een laagje thermisch ondergoed, nog een tussenlaagje met een kasjmier truitje (járen oud, maar niets geeft zo’n gezellige warmte), een steviger fleece en dan een zeilpak. Kousen, laarzen, muts. En hee, we treffen het, regenen doet het pas als we al terug goed en wel afgemeerd liggen in Nieuwpoort.

Ook zin in een dampende osso bucco?

Kalfsschenkels, boter, tomaten, ui, bloem, witte wijn, citroen, look

Haal de stukken vlees vluchtig door wat bloem en laat ze in hete boter een kleurtje krijgen. Laat look en ui in ringen mee bakken. Overgiet met wijn en zet het vuur even hoog. Voeg stukken tomaat, een fijn citroenschilletje en peper en zout toe. 45 ‘ pruttelen. (Er mag ook flink wat peterselie bij, maar die had ik niet mee aan boord…) Lekker met rijst of pasta.

 

Scallops or no scallops, that’s the question

6 – 7 juli 2016

In Out Skerries lagen we afgemeerd voor een vissersboot, de Treasure. Voor dag en dauw vertrok ze en meerde pas ‘s avonds weer aan. Aan dek lagen dikke witte zakken opgestapeld. Scallops. Sint-jakobsschelpen. Of in het gewoon Vlaams, coquilles, kokiejz. We proberen een gesprekje aan te knopen met de schipper. Maar zijn Engels is zo Shetlands dat we het nauwelijks begrijpen. En als wij vragen of er schelpen te koop zijn, lijkt hij ons weer niet te verstaan. Of wil hij ons niet verstaan. Aandringen lijkt ons niet gepast.

Inmiddels zijn we –na een schitterend zeiltochtje- aangekomen op het eiland Yell, in Mid Yell Voe. Een Voe is een inham. We liggen een beetje ongewoon, op de kop van de kade. Links en rechts lagen al vissersboten en dichter naar de kant durven we niet wegens misschien ondiep.

Oorverdovende stilte, een uitgepuurd landschap.

Tot een tuffende motor nadert. Een bootje komt afmeren. Nieuwsgierig gaan we kijken. Scallops! Zak na zak wordt van het schip geladen. We proberen een gesprekje aan te knopen met de schipper. En dat gaat goed. Een dozijn schelpen, geen probleem. Glimmend van trots overhandigt de schipper ons de plastiek zak. Hij kijkt me schuin aan. Of ik wel weet hoe ik ze open moet maken? Hij demonstreert het vakkundig. 4.000 schelpen brengen ze hier dagelijks binnen. Vierduizend. Om ze te gaan vissen, moet je een licentie hebben, en die licenties zijn beperkt. Ook mag je niet verder van 6 mijl uit de kust vissen en mag je boot niet meer dan vier schraapnetten -ook schelpendreg genoemd- aan weerszijden hebben. Sint-jakobsschelpen ophalen beschadigt hoe dan ook de bodem, dit intensief doen zou vernietigend zijn. Hier in Shetland zijn de regels streng.

Niet voor niets is het motto van Shetland -gebaseerd op een document uit 1241- ‘Með lögum skal land byggja’, ‘met wetten zal dit land gebouwd worden‘.

Het leven is hier goed, zegt hij en wijst naar enkele spelende kinderen op het kleine strandje. Ze groeien hier op in vrijheid en zonder zorgen. Niemand sluit hier zijn auto of zijn huis. Coquilles, mosselen, zalm, alles is hier van topkwaliteit, het water is hier zo zuiver als wat. Zijn vrouw werkt in het zalmverwerkend bedrijf iets verderop. 15.000 zalmen van 4 à 5 kg worden hier dagelijks aan land gebracht. Vijftienduizend. Die worden de hele wereld rond gestuurd. Je zalm uit de supermarkt? Veel kans dat die hier vandaan komt. Vissen doen ze het hele jaar rond, in bijna alle weer. En ja, hoor, ze gaan ook wel eens met vakantie. In de winter. Naar de zon, naar Tenerife. Eén week…

We mogen niet betalen voor onze schelpen, maar een biertje van bij ons slaan ze niet af.

St-Jakobsschelpen, boter, witte wijn, room, ui en look.

De schelpen openmaken zoals de visser toonde. Wassen (er kan nogal wat zand in de schelp zitten), droogdeppen. Kort bakken in boter. Uit de pan halen, warm houden. In dezelfde pan fijngesneden uitje en look in wat verse boter aanstoven, op een matig vuurtje, zonder te laten kleuren. Blussen met een glaasje witte wijn, room erbij en even laten inkoken. Peper, zout en klaar. Ik gaf er gekookte aardappeltjes en een slaatje bij.

 

 

 

 

 

 

 

Out Skerries, toprestaurant aan de kade

Zondag 3 juli 2016

Het regent als we de nauwe geul van de zuidelijke aanlooproute nemen. Volgens de vaargids enkel bij rustig weer en goede zichtbaarheid te doen wegens anders te gevaarlijk.

De dag was zo zomers begonnen. Maar dat is Shetland, het ene moment zon, dan weer regen. We meren af aan een kaaimuur, behangen met rubberbanden waar zeewier en helgroen mos welig in tieren. Met een stootlijst aan je boot niet meteen een probleem. We leggen twee lange lijnen kruiselings van bolder voor naar klamp achter en omgekeerd. Dat geeft voldoende speling voor het getij, al moet gezegd, veel is dat hier niet. Ik loop de kade af, de aanlegplaats van de ferry voorbij en tot mijn verbazing ligt daar Rolwolk afgemeerd.

De boot van Henk, die we twee weken geleden in Peterhead ontmoetten. “Hee, Rolwolk!” “Jaaa?” Wat een grappig weerzien. We nodigen Henk uit voor het avondeten. Maar eerst de regenachtige middag doorkomen. Ik bak een cake, Las doet een dutje, de tijd vliegt. ‘s Avonds kook ik, we hebben warempel visite!

Maandag 4 juli 2016 een gewone dag

Muisstil is de nacht in Out Skerries.

Na het ontbijt maken we een wandeling. Het eiland geeft een verlaten indruk. Een vissersbootje meert af, we polsen of er wat gevangen is, maar helaas. We raken met de schipper aan de praat, hij is hier geboren en getogen, wijst ons het huis aan waar hij ter wereld kwam.

En verzucht dat zijn eiland er zo op achteruit is gegaan. “Kijk hoe lang het gras is.”, klaagt hij. “Er zijn niet genoeg schapen meer om het kort te houden.” En dan de zalmkwekerij, jarenlang een bloeiend bedrijf, nu sedert een jaar opgedoekt. Wanbeheer, succes dat naar het hoofd steeg, wie zal het zeggen, maar aan de kwaliteit van de zalm lag het niet. Die werd naar overal ter wereld verscheept. Nu staat de installatie weg te roesten en liggen bakken, boeien, lijnen troosteloos nutteloos opgestapeld op de kaai.

Er is wel eens wifi geweest, maar ook dat is er niet meer. Er is een winkeltje. Nu ja, winkeltje. Een oude schuur waar een stoffig minimum aan levensmiddelen op gammele rekken staat. Wat verpieterde groenten. Een porseleinen bord met een nagelborsteltje. Verf. Aluminiumfolie.

De bibliotheek, dat is een plastieken doos in het damestoilet op de kade. Leeg. Betalen voor de douche doe je door centen naar keuze te stoppen in een geroest blik met donations er op…

Een landingsbaan hadden ze ook. Ooit.

Maandag 4 juli 2016 een bijzondere avond

Henk van Rolwolk wil koken voor ons vandaag. Daarvoor gaat hij vissen. Maar hij blijkt meer zeiler dan visser te zijn. Gelukkig ontmoet hij een visser die visser is en komt met drie flinke makrelen terug. Intussen is het zo’n mooi weer geworden dat we onze onvolprezen barbecue, de Cobb, bovenhalen. Tussen de rommel op de kade vinden we drie gedumpte stoelen en van een omgekeerde zalmbak en een houten pallet maken we een tafel waar menig designer van zou opkijken. Henk brengt –behalve de drie makrelen- warme groentjes (spitskool, ui, wortel, gerookte look), een slaatje (tomaat, appel, augurk) en wijn mee. Wij een restje linguine met basilicum, aardappelen met olijfolie en zeezout en muziek. De zilveren makrelen gaan op de barbecue, de wijn vloeit rijkelijk.

Als dessert gaan er bananen op het vuur, met een hartverwarmend glas Highland Park erbij.

De baai gloeit onder het warmkoperen strijklicht, de rommel op de kade lijkt steeds minder op rommel. Geen toprestaurant krijgt dit voor mekaar.

 

 

 

Kreeft, krab. Vier recepten, succes verzekerd!

Recept dag 1

Kreeft. Je loopt de kade af van Pierowall, Westray, tot bij een schip dat net afgemeerd is na een lange dag vissen. Een man stapelt kreeft na kreeft in plastieken kuipen.

Jij: “Goedemiddag. Heb je iets te koop?”

De man (grijnst): “Alles is te koop. Wat wil je en waar moet het geleverd worden?”

Jij: “Euh, twee kreeftjes? Voor die blauwe boot daar.” En je wijst.

De man: “Een half uur.”

En zo geschiedt. Een half uur later wandelt de man het ponton op, een en al charme, met in elke hand een levend verse kreeft. Lijkt hij nu op Sean Connery, of is dat mijn verbeelding?

10 minuutjes in kokend water waar ui, citroen, olijfolie, peper en venkelzaadjes aan toegevoegd zijn. Afwerken met volkoren brood met boter en een restje ratatouille van gisteren. Champagne.

Recept dag 2

Krab. Na een zalige nacht in de haven van Pierowall, steek je je hoofd uit de kajuit. Het is bewolkt, maar er zit licht in de lucht, meer zelfs, er zijn al hele stukken blauw te bespeuren. Je begroet de man van de kreeft van gisteren die dit keer met een goed gevulde plastic zak de pontontrap af loopt. “Voor jullie”, grijnst hij, “ze zijn al gekookt!” Een zak vol flinke krabbenpoten, scharlakenrood, wit en zwart. Kadootje. De kreeft gisteren was betalend, de krab komt gratis. Geen idee waarom.

Na een fantastische wandeling naar Noup Head, vaar je in de late namiddag van Pierowall naar Eday en bij ondergaande zon installeer je je aan de visitors’ mooring in Calf sound.

Snij wat iceberg sla (misschien niet de lekkerste maar bewaart best aan boord), haal er een hamer, een houten plank, kreeftentang en –haakjes bij en ga aan de slag. Ik geef er aardappeltjes bij, met een uitje bruin gebakken in olijfolie. Een roseetje vandaag.

O ja, en eet buiten, dat is een stuk handiger als je gaat prutsen met krab. ‘Bij 12°C?’, hoor ik je denken. Trek een extra trui aan en geniet van het landschap!

Recept dag 3

Krab. Bij aankomst in Pierowall, zie je het meteen liggen: Westray Processors, het schaaldieren verwerkend bedrijf dat de grootste werkgever is op het eiland. Je kan er –bijna zoals bij de chinees- iets lekkers kiezen van een hele lijst. Wij gaan voor de 450g crab meat 50/50. Dat betekent half bruine krab, half witte krab, hand prepared.

Inmiddels nog afgemeerd aan de visitors’ mooring in Calf Sound, Eday, ga je met de bijboot aan land om boodschappen naar de Community Store. Half uur heen, half uur terug. Je haalt een vers brood en gezouten Orkney butter.

Voor je koers zet naar North Ronaldsay, stil je je honger met een toplunch.

Snij dikke plakken brood, besmeer met gezouten Orkney butter, beleg met fijn gesnipperde iceberg sla en werk royaal af met bruine krab. Een biertje.

Recept dag 4

In South Bay, North Ronaldsay is het met een strakke zuidwest onrustig liggen, de boot jaagt aan de boei. Wegwezen, op genua, ruime wind, 32 mijl naar Fair Isle. Blauwe hemel, enkele spierwitte wolkjes, strak zeetje.

Krab. Kook twee eitjes hard, laat afkoelen en versnipper. Snij een uitje zo fijn als het bewegen van de boot toelaat, voeg daar stukjes tomaat en komkommer aan toe. Meng er mayonaise (knijpfles Heinz, moet kunnen, we zijn op een boot, er staat 5bft!) en een vleugje curry onder. Schik wat sla in een kommetje en vul met ei/groentjes en witte krab. Watertje!

 

 

 

 

 

Breehornzeilers, bruine bonen en ijsschuitzeilen

Raasdonders en bramstaglopers…

Raasdonders, dat zijn bruine bonen en bramstaglopers, dat zijn kapucijners. Peulvruchten jawel! Deze woorden googelen zorgt voor verrassend maritiem leesplezier. In de hoogdagen van de zeilvaart waren ze in elk kombuis te vinden. Ze waren goedkoop en in gedroogde vorm ontzettend lang houdbaar. Zo lees ik dat de zeelui bij de Nederlandse Koninklijke Marine ze traditioneel op donderdag geserveerd kregen in de zogeheten ‘Zeeuwse rijsttafel’. En dat een stoofpotje van grauwe erwten met spek en ui ook wel kapiteinskost wordt genoemd. En in Otje, een kinderboek van de onvolprezen Annie M. G. Schmidt, wordt admiraal Strafport razend omdat juffrouw Twiddel van de Stevige Pot hem niet de Kaapse raasdonders kan serveren die hij wil. Gelukkig kan kok Tos dat wel…

Kaapse raasdonders

Stevige zeemanskost is het. En hoewel er soms verwarring heerst rond de twee soorten, over een ding is men het eens. Het eten ervan zorgt steevast voor wind in de broek!

Maar ‘Raasdonders en Bramstaglopers’ is ook de titel van een boek. Een bundel maritieme kortverhalen die lichter verteerbaar zijn dan bonen. En op onverwachte wijze kreeg ik het afgelopen zaterdag cadeau.

Monnickendam

In die Noord-Hollandse stad vindt op 13 februari de winterontmoeting 2016 van de Breehornzeilers plaats. “Breehornzeilers?” hoor ik jullie denken. Inderdaad. Sinds 1999 bestaat er een vereniging van eigenaren van een Breehorn. Ze telt inmiddels ruim 100 leden. Omdat een mens nooit genoeg kan weten over zijn boot, maakten we ons afgelopen jaar lid. Deze winterontmoeting is onze eerste kennismaking. We worden er warm onthaald met koffie en gebak in een monumentaal 16e-eeuws pand. Er volgt een jaarverslag, een bijdrage van de Breehorn werf die dit jaar zijn 50-jarig bestaan viert en de uitwisseling van de Breehorn wisseltrofee. Ten slotte is er nog de fotowedstrijd. Eerder was de leden gevraagd om drie foto’s naar de redactie te mailen, uit die inzendingen werden vijf foto’s geselecteerd en vandaag wordt door alle aanwezigen voor één foto gestemd. Tot mijn verrassing haalt mijn foto het, met een hartverwarmende meerderheid! En krijg ik een boek als prijs.

’s Middags is er een lekkere lunch, gevolgd door een stadswandeling met gids. We beklimmen de toren van de Grote Kerk, bewonderen de bijzondere gevels van de historische binnenstad en eindigen met een tentoonstelling rond ijsschuitzeilen. De Gouwzee ligt er allesbehalve bevroren bij, dus een demonstratie zit er niet in.

De dag wordt afgesloten met een gezellige borrel. Al kennen we bij aanvang niemand, we hebben erg leuke babbels en fijne ontmoetingen met gepassioneerde zeilers. Buiten is het guur en koud, binnen gloeien we bij het luisteren naar verhalen over verre zeilreizen, van Sint-Petersburg tot Ierland.

En het restje van de winter, dat kom ik -niet zonder enige trots- beslist snel door met mijn gezellig boek…

Kaapse raasdonders

Er was een slimme scheepskok, in Kaap de Goede Hoop
Die zocht een lekker maal, voedzaam en goedkoop
Dat niet bederven zou bij verre reizen over zee
Hij nam kilo’s kapucijners, moten spek en uien mee

Het schip dat voer de haven uit, de kok in de kombuis
Ontstak het knappend vuur, van zijn scheepsfornuis
Gooide alles in een pan, kapucijners, ui en spek
De matrozenmagen knorden…. van de geuren op het dek

Ja, raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop

Het avondmaal dat was net op, de borden waren leeg
Toen een groep piraten het achterdek besteeg
De strijd werd fel gestreden, maten vielen bij de vleet
Toen liet de kleine ketelbink plots.. een knetterende scheet

Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders, raasdonders…geven de beste scheten

De geur was haast ondragelijk, dat merkte men alras
De matrozen bukten…. en gaven volop gas
Geen piraat weerstond de stank, de hele bende werd geveld
Het ketelbinkie werd geëerd, hij was de grote held

Met raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop
Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders raasdonders…geven de beste scheten.

Uit de tv-serie ‘Otje’ (naar het boek van Annie M. G. Schmidt)

 

 

 

 

 

Venkel en anijs, niet voor iedereen?

Venkel en anijs, je houdt er van of niet. En over kleuren en smaken valt niet te redetwisten. Dus als venkel echt je ding niet is, hou maar op met lezen want in dit gerechtje speelt het de hoofdrol… Ben je nog een twijfelaar, probeer dit vissoepje dan eens, ik vind het superlekker! En het is nog gemakkelijk ook.

Waarom ik hier en nu dit soepje maak begint eigenlijk afgelopen zomer. We maakten kennis met Jan en Kathleen van de Bullit, motorboot schuin achter ons, aan de overkant van het water. Onze spiegels kijken naar mekaar, dus zwaaiden we geregeld bij aankomst en vertrek. Ook achter ons, ook aan de overkant, maar aan nog een ander ponton, ligt de Happy Hour van Christine en Philippe. Ook naar hen zwaaiden we en deden geregeld een babbeltje over het water heen. Toen haalden we de bijbootjes er bij en gingen nu en dan ‘buurten’ bij een aperitiefje.

IMG_6901

IMG_6902

Op een dag leende Kathleen mij een klein fijn boekje, geschreven door een zekere Marianne Plante. Het heet Rallyzeilen – Samen de wereld rond en dat is waar het over gaat. Ik las het in een ruk uit. Zo kwam het dat we nog in diezelfde zomer door onze nieuwe boot-buren ook  voorgesteld werden aan Marianne en Eric Plante, frisse zeventigers met een wereldomzeiling onder de kiel. Gepassioneerd luisterde ik naar hun zeilverhalen.

En nu, op een winterse zondag, zijn we met z’n allen uitgenodigd bij de Plante’s thuis, voor nog meer smeuïge zeemansverhalen (m/v). Elk brengt iets lekkers mee, ik besluit een vissoepje te maken. Omdat we dit weekend doorbrengen op de boot, bereid ik het in mijn kombuis. Met venkel dus…

Wat gaat er in de soep

1 ui

1 prei

1 venkel

2 tomaten

Tomatenpuree

Venkelzaadjes

Pastis

Witte wijn

Look

Peper, zout, saffraan

Vangst van de dag (of wat de viswinkel heeft, in mijn geval: zalm, gefileerde roodbaars,  kabeljauwfilet, scampi)

Hoe maak ik het

Ui, venkel en prei fijn snijden. Stoven in olijfolie.

IMG_0382IMG_0383

IMG_0385

IMG_0387

IMG_0397

IMG_0399

IMG_0400