Vuurtorenberichten en lijstjes

Halfweg januari 2022…

Jaarwissels, ze lijken steeds sneller te komen. Zij die het kunnen weten zeggen dat dat gewoonweg ouder worden is… Maar hoe dan ook, bij jaarwissels horen jaaroverzichten. Opsommingen van nieuwsfeiten, persfoto’s… Maar ook lijstjes met beste films, muziekalbums of boeken horen er bij als een vuurtoren bij een te ronden kaap.

En kijk eens aan, staat daar nu geen boek over vuurtorens in een lijstje van ’10 beste boeken van 2021′! De samensteller van het lijstje is dezelfde recensent die eerder dat jaar in hetzelfde blad het boek vijf sterren gaf… Die recensie had me tot de aanschaf ervan verleid. Perfecte lectuur voor een zeilvakantie zou het worden. ‘Vuurtorenberichten’ van Jazmina Barrera. Een prachtig logboek vol diepzinnige gedachten. Zes hoofdstukken, zes vuurtorens…

De Mexicaanse schrijfster van 33 zou zich ‘in de marge van de literatuur bevinden, waar de interessantste dingen gebeuren’, staat er ook te lezen in een recensie op de literaire weblog Tzum. ‘Onderhoudend, erudiet en spitsvondig’. En ‘Caleidoscopisch’. Volgens een boekrecensie van Trouw.

Maar al deze loftuigingen ten spijt wil het niet echt klikken tussen mij en deze essaybundel. Het boek leest niet helemaal lekker naar mijn gevoel. Zou de vertaling uit het Spaans er voor iets tussen zitten vraag ik me af.. En dan valt mijn oog op iets vreemds. Ieder hoofdstuk begint met een korte beschrijving van een vuurtoren, mét vermelding van de geografische coördinaten. Vier vuurtorens bevinden zich in de States, eentje in Frankrijk en eentje in Spanje. Maar zonder uitzondering bevinden ze zich allemaal ten westen van de nulmeridiaan. Maar bij de lengtegraden staat geen W maar een O. Waarom staat daar nu een O? Maar dan snap ik het. Westerlengte in het Spaans is longitud Oeste. Oeste is West. Dat woord begint met een O. De geografische notering is simpelweg niet vertaald… Spijtig.

Voor Jazmina Barrera zijn vuurtorens even aanlokkelijk als de gezangen van sirenen. Gelukkig leidde ze geen schipbreuk toen ze haar obsessies neerpende in dit prachtige logboek.

Ik bekijk nog eens de recensie, al was het maar om te begrijpen waarom ik niet zo goed begrijp waar de schrijfster naar toe wil in haar essays. En dan valt me een joekel van een spelfout op in de inleiding. Schipbreuk leid je dus niet, maar lijd je… Ik besluit dat literaire recensies niet altijd evangelie zijn en dat je maar beter gewoon een boek leest en er het jouwe van denkt…

Vuurtorens, veel mensen hebben er een fascinatie voor. Ze wijzen de weg, laten zien waar het gevaar is. Het oude jaar ligt achter ons, het nieuwe jaar voor ons, we weten nog niet waar we heen gaan. Naar het voorbeeld van Jazmina en omdat het bij een jaarwissel hoort, maak ik hier dan ook graag mijn klein lijstje. Met zes vuurtorens, waarom niet… Lukraak gekozen. Of misschien toch niet…

Beachy Head – vanuit zee of vanop de klippen

Latitude: 50° 44′ 14 N
Longitude: 0° 14′ 51 E

Aan de voet van spierwitte klippen staat de vrolijke rood wit gestreepte toren van Beachy Head. We zeilden er al vaker langs maar één keer gingen we haar ook van bovenaf bewonderen. Het zou een mooi voornemen voor 2022 kunnen zijn, dingen vanuit meer dan één hoek bekijken..

Skroo lighthouse, Fair Isle – ver weg

Latitude: 59° 33′ 13 N
Longitude: 1° 36′ 58 W

Deze heb ik gekozen omdat dit voor ons (tot hiertoe) de meest afgelegen plek moet geweest zijn waar we naar toe zeilden. Wat toen een absoluut gevoel van euforie gaf. Deze vuurtoren werd gebouwd door David Alan Stevenson, een beroemde vuurtorenbouwer. Zoals al zijn vuurtorens is ze wit, vanille-geel en zwart gekleurd. Net als de Jan-van-Genten die je daar ook veel ziet. Of dit toevallig zo is of niet, daar heb ik geen idee van. En ik hoef het ook niet te weten… Op meer van zulke kleurrijke bijzonderheden in 2022!

Phare des Baleines, Ile de Ré – vriendschap

Latitude: 46° 14′ 39 N
Longitude: 1° 33′ 40 E

In Frankrijk alleen al staan er meer dan 100 vuurtorens. Aan deze vaarden we niet met onze eigen boot voorbij maar kwamen er toen we meezeilden met een vriend in deze regio. Het is er dus eentje voor alle vriendschappen in 2022!

Vesborg op Samsø – verrassing

Latitude: 55° 46′ 10 N
Longitude: 10° 33′ 05 E

Toen we afgelopen zomer naar deze vuurtoren fietsten, was het prachtig weer. Het zonlicht speelde verrassend door de kleine raampjes en zwaluwen vlogen af en aan uit de talloze nestjes die ze hoog onder een rand hadden gebouwd. Op meer zulke verrassingen in 2022!

Noorwegen – Lindesnes – zuid en nu noord

Latitude: 57° 58′ 57 N
Longitude: 7° 02′ 51 E

Onze eerste reis met onze Breehorn bracht ons niet waar we gedacht hadden. Maar wel voorbij Lindesnes. Die ligt op het uiterste zuidpuntje van Noorwegen. Plan voor deze zomer is om helemaal tot aan de andere kant te komen, de noordkant…

Oostende – Lange Nelle – herinneringen

Latitude: 51° 14′ 11 N
Longitude: 2° 55′ 50 E

Graag sluit ik af met Lange Nelle. Dat is de wit blauwe ranke vuurtoren van Oostende. Toen ik een kind was zongen mijn ouders daar een grappig liedje over. Als we dit jaar voor enkele maanden gaan vertrekken, nemen we graag een pak fijne herinneringen mee..

Leve de torre van Ostende! Leve de torre van Osténde! Je kad hém zien ol woar je blénde! Kloarder of de moane, of e klétsekop in brande! ’t En is gin ain latêrn die ‘d an uuze torre kant! Hoane moane, suukerdekroane, piempaljoene lêze, oender de zai potsje kadai, daansn de piepernélletsjes!

Woelig water

30 juli 2021

“Als we niet meer werken, gaan we dit niet meer doen, hee?”

“Beloofd?”

“Beloofd…”

23 december 2021

Ik sluit mijn pc en de deur van mijn kantoor. Voor altijd… De collega’s zwaaien me uit. Er zijn bloemen en cadeau’s. We lachen en wenen. Klinken en zingen. Als ik thuiskom is het warrig in mijn hoofd. Zo warrig als afgelopen zomer, eind juli.

Vijf maand eerder – 28 juli 2021

De Elbe stroomt hard. We spoelen naar zee, waar de realiteit de weerberichten helaas bevestigt. De wind zit tegen. En stroom méé, dat is maar voor enkele uren. En dan gaat die hele Noordzee de andere richting uit, en wij er tegenin. Ja, ja, we wisten het wel, maar als je er middenin zit, is het zo echt als wat. En dan zijn het geen cijfertjes, pijltjes of kleurtjes meer op een weerkaart op een schermpje. Een schermpje dat je lichtjes schuin voor de zeekaart houdt, in de hoop dat het héél misschien nét nét bezeild zal zijn… Niet dus. Als het tegen zit, zit het tegen. En waait je muts je bijna van de kop…

Knokken wordt het, die tocht naar huis. Knokken. 300 mijl lang. Maar toch vinden we dat het moet…

Het contrast met de voorbije weken is groot. Na onze idyllische vakantiedagen op het eiland Samsø volgt een haast nog idyllischer passage op het piepkleine eilandje Omø.

Ook in Bagenkop ten slotte, het zuidelijke puntje van het eiland Langeland, laat de Deense zomer zich van haar mooiste kant zien. Het is onze laatste stop in Denemarken, we genieten.

Zelfs de saaie passage door het Noord-Oostzeekanaal krijgt nog een romantisch kantje. Bij windstil weer en volle maan overnachten we er op anker in Flemhuder See, een zijarm van het kanaal.

En zo belanden we in Cuxhaven, de laatste haven vooraleer we de terugtocht aanvatten… De weerberichten liggen dwars, maar we vinden dat het niet met kiezen is…

Hier en nu – 23 december 2021

Mijn laatste werkdag. Ik rijd de parking af. Achter mij zie ik hoe de kerstverlichting een warme gloed geeft aan het kantoorgebouw. Dit was het dan…

Toen we -ik weet eigenlijk niet meer precies wanneer- het besluit namen om het roer van ons leven om te gooien, was dat nog maar een voornemen, niet méér dan een vaag plan. Beetje bij beetje kreeg het vorm. Kleiner gaan wonen, boot optimaliseren, werk opzeggen… Dat laatste kondigde ik bij het begin van dit jaar aan. Maandenlang was het een abstracte gedachte. Maar nu, nu is het realiteit. En dat voelt een beetje als die terugtocht Cuxhaven – Nieuwpoort. Verwarrend en wild.

Ik kijk nog éénmaal achterom.

De Noordzee laat ons haar krachten voelen. Wanneer het enerverend traag gaat en er geen einde lijkt te komen aan het windmolenpark ten noorden van het Duitse Waddeneiland Borkum ben ik het hartsgrondig beu. We beloven mekaar dat we dit niet meer zullen doen. Nooit meer. Dat we -eens we niet meer zullen werken- gaan wachten op geschikte weervensters. Altijd. Maar nu nog even niet. Nu willen we nog terug zijn op het tijdstip dat we hebben beloofd. Las voor zijn patiënten, ik voor mijn collega’s…

Pas ter hoogte van Westkapelle, Zeeland, is de koers bezeild. Murw gemept varen we laatste mijlen op één oor naar Nieuwpoort, onze thuishaven. De volgende dag zit ik op kantoor.

Kerst 2021

We slaan een bladzijde om en beginnen aan een nieuw hoofdstuk.

De boot staat al weken in winterberging in Kats, Zeeland. Na de winter varen we haar terug. Als de werkzaamheden afgerond zijn. En… als de wind goed zit.

Een meeuw aan boord. Grenå en het eiland Samsø.

Grenå

Traag roeit een man over de rivier. Langs het riet roeit de man. Van de rivier gaat het naar de zee en van de zee naar de haven. Een beetje zoals in Melopee van Paul van Ostaijen, maar dan anders. In de boot zit ook een vrouw, naast haar ligt een groot pak. De man roeit de haven in.

De man, dat is mijn schipper. Had hij de benzine van het motortje tijdig bijgevuld, dan was hij nu niet aan het roeien geweest. De vrouw, dat ben ik. En in het pak zit een houten meeuw.

De zeiltocht van 28 mijl van het eilandje Anholt naar Grenå, eerder die dag, was bijzonder omdat ze dwars door het uitgestrekte Anholt offshore wind farm was gegaan. En varen tussen windmolens, 111 in dit geval, in Denemarken mag dat.

In de haven van Grenå valt niet zo heel veel te beleven en dus trekken we er met de bijboot op uit. Het tochtje naar het oude centrum van Grenå, drie kilometer landinwaarts, begint idyllisch, langs rietkragen en onder lage bruggetjes door. Maar ook op een zwoele zomerse namiddag kun je dus zonder benzine vallen. En zo roeien we om beurten geduldig verder naar het stille stadje. In een verrassend knappe interieurzaak vergeten we even de terugtocht die ons te wachten staat en laten ons eensgezind verleiden tot de aankoop van een houten meeuw. We noemen hem Kay, naar zijn Deense ontwerper Kay Bojesen.

Aan de meeuw zit een veer. Maak je die vast aan het plafond dan danst de meeuw zachtjes op en neer. Wat gek, als ik hem vanuit een bepaalde hoek gadesla, zou ik zweren dat hij monkelend lacht…

Samsø

Ik ben jarig. Ik ben jarig en het miezert. Ik ben jarig, het miezert en we willen het eiland Samsø verkennen. Ik ben jarig, het miezert, we willen het eiland Samsø verkennen en mijn plooifiets heeft een platte band…

Gisteren zeilden we van Grenå naar het eiland Samsø. De tocht van 32 mijl was rustig begonnen, tot de beschutting van de kust wegviel, en wind en golven vrij spel kregen in het gebied waar de Grote Belt, de Kleine Belt en het Kattegat elkaar ontmoeten. Het werd pittig zeilen en na nog een woelige aanloop tussen zanderige ondiepten, ankerden we in de baai van Langør…

Als ik in Google Maps een fietshersteller zoek blijkt die op amper 200 m te zitten van waar we staan… Tegen sluitingstijd kan mijn fietsje hersteld zijn. Niet veel later rijd ik gezwind verder op de comfortabele huurfiets die ik voor de rest van de dag gratis mag gebruiken…

Het klaart op en na een lunch in het pittoreske Kirkeby fietsen we verder tot Issedhoved, dat op 15 km van de haven van Langør ligt. Het landschap op deze noordelijke top van het eiland is apart in zijn eenvoud. Bolle hellingen met kort droog gras, heideachtige planten en zoute bloemen in zachte kleuren. Beneden het strand.

Het aarzelende licht dat deels achter de wolken blijft haperen bedrijft poëzie met de kleuren van het moerassige gebied op de terugweg naar Langør. Traag fietsen we tussen een weelde van zachte grijzen, contrasterende groenen en witte spikkels van frêle bloempjes. Tegen de monotone lucht tekenen planten zich sierlijk af als kunstig kantwerk…

Ik ben nog steeds jarig, het regent al lang niet meer, de band van mijn fiets is hersteld en rondom mij gaan op alle boten van de ankerplaats de lichtjes branden. Ik knipoog naar Kay…

De zomer is weer helemaal terug als we de volgende dag 10 mijl zuidwaarts motoren naar Ballen, waar we, op ruime afstand van de volle jachthaven, ankeren voor het strand.

En hier krijgt mijn verjaardag een lekker staartje. Na een fietstocht tot Vesborg Fyr, de vuurtoren op de zuidpunt van Samsø, sluiten we de dag af met een heerlijke zeevruchtenschotel bij Værftet.

Kay, die gisterochtend nog instemmend knikte bij het zien van mijn verjaardagsontbijt, schudt nu streng het kopje als ik hem de belachelijke prijs van de nochtans eenvoudige fles wijn opbiecht. Ook dat is Denemarken…

Storm op Anholt

De haardroger gaat hoog in toeren en maakt daarbij een angstaanjagend geluid. Met een verbeten blik gaat de vrouw die bij het haar hoort haar kapsel te lijf. Het is een strijd op leven en dood. Dat haar lange blonde haren na jaren kleuren, te veel zon en te weinig knipbeurten al lang dood zijn maakt het er niet gemakkelijker op. Noch het product dat ze driftig door haar lokken kneedt, noch de loeiende haardroger zullen haar kapsel tot leven wekken. Maar ze geeft niet op.

Aan de andere wastafel staan twee jonge meisjes, poppenbeentjes, poppenlijfjes, poppengezichtjes. Maar ze zijn niet tevreden en druk in de weer met wattenstaafjes en oogschaduw in allerlei tinten blauw. Ondanks alle mogelijke filters stelt Instagram hoge eisen. Geconcentreerd keuren ze zichzelf en elkaar en kleuren verder.

Het stormt in Anholt en ik kom douchen in het Sailor House van de marina. Het systeem is simpel. Kleed je uit, houd je havnkart voor het automaatje van een douchehokje en achter een plastic gordijn krijg je drie minuten warm water. Drie minuten, hoeveel is dat eigenlijk, denk ik zenuwachtig en was snel snel mijn haar en lijf. Het is heerlijk lang. Ik droog me af, kleed me aan en doe dagcrème op, klaar. De haardroger brult nog steeds. De meisjes zijn weg, op de wastafel liggen blauwe wattenstaafjes en proppen papier met bruine foundation. Het vuilbakje hebben ze niet zien staan.

16 – 18 juli 2021

Ik verbaas me over het contrast tussen het leven-zoals-het-is in deze propvolle jachthaven en de rest van het piepkleine eiland. Een parel van amper 22 km2, een berg, een ‘woestijn’ en strandjes, zo stil en puur dat je er in je blootje kan gaan zwemmen…

Hoe ze de boten hier in de haven bij elkaar proppen, dat zag ik nog nergens. Eén rij boten ligt aan een ponton, achteraan vastgemaakt aan een hekboei en neus op de kant. Daar worden andere boten tussen geschoven. In een enkel geval komt er nog een boot op een soort van derde rij die alles afsluit met de overkant. En met de aangekondigde storm hebben de havenmeesters om de zoveel boten lange lijnen gelegd om het boeltje bij elkaar te houden. We liggen gevangen. Mensen lopen af en aan als colonnes druk wriemelende mieren…

Buiten klinkt de wind nu ook als een overspannen haardroger. Vandaag zitten we de storm uit. Lang ontbijten, laat douchen, boot opruimen, wat schrijven, een wandeling. Bruut en ongenaakbaar is de zee die de voorbije dagen lieflijk en kalm was.

Want de tocht hierheen was er eentje om door een ringetje te halen. Halve wind, een goeie 4 bft, zon en een diepblauwe zee rondom ons. Zowel de kust van Zweden als die van Denemarken te veraf om te zien. En dan verschijnt voor mijn verrekijker de bos masten op Anholt… Mikado voor gevorderden, reageert Marian van Roy op mijn Facebook post en dat zegt alles.

Toch varen we binnen want we willen niet alleen het eiland zien maar ook veilig liggen voor de passage van de aangekondigde storm. Maar voor die over het eiland walst, hebben we nog een heerlijke dag om dit paradijsje te ontdekken en dat doen we weer maar eens met onze fietsjes…

Anholt in een notendop, dat is een berg, een woestijn en stranden.

De berg, het bergje, heet Nordbjerg. We parkeren onze fietsjes aan de voet er van en gaan op pad. Eens boven, keren we terug via een steile helling en een ongerept keienstrand.

Het strand ligt bezaaid met kunstige zeewieren in wonderlijke tinten van bruin. Zoveel mooier dan de foundation van de popjes in de haven denk ik dan. Een zeehond verrast ons, we hadden hem amper opgemerkt.

Blauwen waar geen oogschaduw aan kan tippen liggen aan onze voeten.

De woestijn wordt Ørkenen genoemd, beslaat een groot deel van het eiland en is beschermd natuurgebied. Het droge landschap met zijn korstmossen en heide-achtige plantjes is uniek. Wandelen mag er, fietsen niet.

Op de stranden mag je wel fietsen… En die stranden, die zijn er gewoon overal. Spierwit poederig zand dat langzaam afloopt in de turquoise uitnodigende zee. Vaak geen levende ziel te bekennen.

‘Die heeft geen haardroger nodig’, denk ik glimlachend als ik mijn schipper blij als een kind zie krawietelen in de branding…

En we zijn dwars door de kop van Denemarken gevaren!

13 en 14 juli 2021

Atlas. Zo heet de blonde peuter die vanuit de kuip van het klassieke jacht Nordlys uit Ålborg, het aanlegmanoeuvre van zijn opa, oma en papa gadeslaat. De oma van Atlas is een opvallende verschijning, zelfbewust in een lange jurk met bijzondere print, hippe sneakers en bril. Wat ze draagt zijn beslist designerdingen. En als ze dat niet zijn, dan heeft ze het talent ze zo te doen lijken. Er is iets met de opa. Hij beweegt moeilijk, lijkt een arm te hebben die niet mee wil. En toch manoeuvreert hij met de ellenlange helmstok het oogverblindende schip op haar plaats. Dit is langszij bij ons. De oma en de papa van Atlas zijn in de weer met stootwillen en lijnen, alles in volstrekte harmonie. Toewijding is het woord dat me te binnen schiet. En liefde.

We zijn in Hals, aan het eind van de Limfjord. En liggen langs een kade waar je eigenlijk niet mag afmeren. Maar uitzonderlijk weer wel wegens geen plaats in de tjokvolle jachthaven. We fietsen een klein verkenningsrondje. Hals kookt over, het is broeierig warm en er is veel volk op de been. We zijn blij om terug te keren naar de rust aan onze kade. Met naast ons nu de Nordlys.

Maar eerst nog wat over de Limfjord waar we nu helemaal doorheen gevaren zijn. Er mag dan wel amper getijverschil zijn, de ondieptes zijn er niet te onderschatten. Bij motorzeilend kruisen tussen Lemvig en Harre Vig gaat dat even fout en lopen we, boem pats, vast. Op een plek waar het volgens de kaart 8 à 10 meter diep is… We halen grootzeil weg, zetten motor in achteruit, trekken fok bak en even later varen we weer, oef!

De met rood en groene tonnetjes of stangen aangegeven vaargeulen moet je heel nauwgezet volgen, kijk maar naar het kleurverschil binnen en buiten het vaarwater! Ook de aanloop naar het aangename plekje Nibe waar we twee nachtjes blijven is spannend. Het is een heel smal geultje waar je beter niet naast de paaltjes gaat varen!

Er is iets met de betonning in de Limfjord. De vaarrichting van op zee, op zeekaarten aangeduid met een magentakleurige pijl, loopt op identieke wijze over in de fjord. Groene tonnen aan stuurboord en rode aan bakboord. Niets aan de hand, toch? Maar als je aan de overkant vanuit het Kattegat de fjord in vaart, loopt ook daar de betonning van op zee identiek over in de fjord. En moeten ergens onderweg, Ålborg in dit geval, de kleuren wisselen van kant. Voor wie, zoals wij, van west naar oost vaart, is het vanaf daar dus groene tonnen aan bakboord en rode aan stuurboord… Opletten, zeker wanneer er zoals op sommige plaatsen, slechts één ton ligt!

We hebben hier nog iets bijgeleerd en dat is het gebruik van de N-van-November-vlag, die lijkt op een blauwwit geblokte keukenhanddoek. Je hijst ze om aan te geven dat je een brug wil passeren. We laten ze niet de hele tijd staan zoals sommigen gemakshalve doen maar hijsen ze telkens bij aankomst bij elk van de 5 bruggen onderweg. Het werkt vlot.

Nu we het over vlaggen hebben. Groot is mijn ontgoocheling wanneer ik bij aankomst onze Deense beleefdheidsvlag niet kan vinden. Achtergebleven op onze vorige boot die we nog hadden in 2014 toen we ook naar Denemarken zeilden, uitgeleend misschien? In Thyborøn vinden we niet meteen een ship chandler maar met Denemarken in de halve finale van het EK zijn wel overal Deense vlaggetjes op stokjes te koop. Voor 30 DKK, zo’n 4,00 €, halen we er eentje, knippen het stokje eraf en hijsen het aan stuurboord in het want… Makkelijk kan ook!

Terug naar Hals. Mit skib er ladet med længsel staat op een van de fantastische sculpturen langs de oever. My ship is loaded with longing. Mijn schip heeft goesting zeg maar. Maar waar hebben wij zin in, waar gaan wij heen?  ‘Læsø, dát moet je zien,’ zegt de papa van Atlas van de Nordlys. ‘Zo mooi…’ ‘Anholt,’ zegt de oma, ‘en ook Samsø, of Sejerø, mijn lievelingseilanden…’ Denen die met dromerige blik hun eigen land aanprijzen, geen reisbureau doet het beter. En we krijgen nog een gebruikte brochure van Læsø in onze handen gedrukt.

Læsø en Anholt, als we onze tocht in het Kattegat daar nu eens mee beginnen…

Tussen wal en schip

Ik citeer: “Dag Adelheid en Las, jullie letten toch goed op mijn teakhouten opstapje dat enkele weken geleden op jullie tussensteigertje werd geplaatst? Ik was het vergeten bij het uithalen van mijn boot (half november) en een kennis van mij heeft het dan maar bij jullie geplaatst. Hopelijk is het vandaag niet gaan vliegen! … Van Rudolf, de schuintegenoverbuur, Fox TWO”

Een berichtje van 27 december 2020.

Op een dag stond het daar. Het teakhouten opstapje waarvan sprake. Midden op het tussensteigertje tussen ons en onze buurman. Het houten bankje had ons verbaasd want de catamaran naast ons heeft een zeer laag vrijboord waardoor het onwaarschijnlijk was dat de eigenaar een opstapje nodig zou hebben om op zijn boot te komen. En toen kwam het verhelderende berichtje. Mysterie bankje opgelost. Wegvliegen zal het niet snel doen. Ten eerste is het ding van massief teak en dus behoorlijk zwaar. Ten tweede zit er een vrij lange metalen ketting aan vast die, in het water hangend tussen de planken van het ponton, het bankje stevig op zijn plaats houdt.

21 februari 2021

Na weken winterkoude kondigt zich een prille lenteprik aan. Ongewoon zachte temperaturen, een zuidenwind van zo’n 5 beaufort. Met een aflandige wind als deze is de zee vrij plat. We laten dit heerlijke zeilweer niet liggen en maken er een weekendje Blankenberge van.

De wintertent die over de kuip zit, halen we er voor het eerst eens af. Fluitje van een cent, drukknopen en linten losmaken, het frame uit de winchgaten tillen, buizen uit elkaar halen, de stof uit de rail schuiven en opplooien. (applausje voor Toussein)

Heerlijk binnen is nu weer heerlijk buiten.

img_3491-1img_3492

Bij terugkeer in Nieuwpoort op zondagnamiddag genieten we bij een drankje nog even na in het zonnetje en beginnen dan met opruimen. Zoals gewoonlijk bekommer ik me om alles wat binnen betreft, koelkast leeghalen, weekendtas vullen, opruimen. Las is buiten in de weer met de waterslang om het zout van deze eerste pittige zeiltocht af te spoelen. Ik hoor hem wat stommelen aan dek. En dan is er een ander geluid, en een gedempte kreet. Ik hóór dat er wat is, laat vallen waar ik mee bezig ben en storm naar buiten. Ik zie hem niet. En dan toch, ik zie hem wel. Niet op de boot, maar in het water, tussen het pontonnetje en het schip van de buren. Het hoogst verontwaardigde ‘Ik ben in het water gevallen!’ dat hij vanuit zijn benarde positie brult, is geheel overbodig.

Ik kom dichter maar voel me eerder hulpeloos. Hij mag dan wel een lichtgewicht zijn, zomaar even uit het water tillen is er niet bij. Op de ‘Heb je je pijn gedaan?’ knikt hij vloekend en ik zie de flinke schrammen op zijn onderarmen. Er volgt nog wat onsamenhangende tekst die minder voor publicatie geschikt is. En waarin het teak bankje de hoofdrol speelt. Ik help hem uit het water klauteren en zoals je een pasgeborene snel checkt op tien vingertjes, tien teentjes en nog wat dingen, scan ik hem van kop tot teen. De ‘schade’ valt wel mee.

Terwijl ik hem van droge kleren en de eerste zorgen voorzie, luister ik geduldig naar zijn relaas…

Een waterslang die je van de haspel afrolt en tot bij je boot sleept, blijkt altijd weer dat eindje te kort. Dan trek je even nog een stukje, en nog een stukje. En keer op keer, om een onverklaarbare reden, blijft die snertslang ergens achter haken, meestal een klamp. Of, in een poging zich weer te willen oprollen, klapt ze dicht en komt er geen water meer uit. Alleen geduld helpt in zo’n geval. Geduld om eerst voldoende slang af te rollen, geduld om de krullen te ontkrullen. Maar als je ongeduldig bent en probeert om, achteruit lopend, de boot te blijven spoelen, de slang een stuk verder te trekken én ze tegelijkertijd ook nog van achter een klamp probeert te zwaaien, dan durft het wel eens misgaan. Zeker wanneer een teakhouten bankje je stiekem staat op te wachten…

Moraal van het verhaal: onderschat de gevaren in de haven niet, want voor je het weet beland je tussen wal en schip…

Varen met Valentijn. Of niet?

Ik: ‘Ik voel me niet goed…’

Hij: ‘Hoezo?’

Ik: ‘Oh, nee, ik voel me écht niet goed! Ik denk dat ik moet…’ Ik spurt naar het toilet.

Als ik iets later terugkeer, leeg, trillend en slap, zit Las er ook wat verslagen bij, de wangen grijs.

Hij: ‘Ik voel me ook niet goed…’

We zijn thuis, een dag voor Valentijn en hebben net geluncht met soep. We hadden het niet echt geproefd, maar weten het nu wel zeker. Die soep was niet meer goed…

Het had een romantisch weekend moeten worden. Rood omcirkeld stond het in mijn agenda. Omcirkeld is niet het juiste woord. Omhart is beter. Een vet rood hart rond het Valentijnsweekend. Begrijp me niet verkeerd, we gaan normaal gezien niet mee in die opgeklopte hype van hugs en hartjes, maar begin november van vorig jaar was er dat ene nieuwsbericht dat me op een idee had gebracht. Een idee dat ik zou uitvoeren op zondag 14 februari 2021…

De man die toen in het nieuws kwam had een bijzondere wandeling gemaakt. Ooit had hij ontdekt dat een van zijn vele wandelingen de vorm van een figuur had gekregen, te zien in Strava, de sport app op zijn smartphone. Na die toevallige ontdekking ging hij doelbewust bepaalde figuren wandelen. Zijn in 70 km bijeen gewandelde ‘dank u wel‘ als eerbetoon aan de zorgsector haalde het nieuws.

Als je een ‘dank u wel’ kan wandelen, zou je dan geen ‘ik hou van je’ kunnen varen, dacht ik en haalde er de Navionics kaart op de Ipad bij. Omdat tekst algauw te ingewikkeld bleek, stippelde ik met 18 waypoints een mooie hartvormige route van 4 mijl uit voor de havengeul van Nieuwpoort. Fier als een gieter bewaarde ik de route onder de naam Love 2021. Met Valentijn zouden we die route gaan varen, zoveel was zeker.

En dan, zowat een week voor Valentijn, begint het te winteren. En niet zomaar een beetje. Een heuse koudegolf zorgt voor sneeuw en ijsdagen, dagen waarbij ook overdag de temperaturen onder het vriespunt blijven. Op het strand haakt sneeuw zich in het zand, op het ondiep water in de kelletjes, de plassen tussen de banken, vormt zich met halftij een flinterdun laagje zilt ijs waar zeewier en schelpen in vast komen te zitten, de branding bevriest, zanderige ijsschotsen schuiven ruisend over elkaar heen, helmgras verstijft. En ook de jachthaven vriest dicht. Althans, die hoek van de havenkom waar wij liggen, zowat op het verste punt van het stromende water in de Ijzermonding, waar ijs geen vat op heeft. Varen is geen optie… Daar gaat mijn hart.

Foto: Johan Tas (www.ossian.be)

Niet varen maar tóch het Valentijnsweekend aan boord doorbrengen wordt plan B. En toen was er de soep… En hier zitten we, allebei mottig, moe en met slappe benen.

Hij: ‘We kunnen ook thuisblijven, hee.’

Ik: ‘Nee, echt niet hoor. Nog liever mottig aan boord dan mottig thuis.’

Hij: ‘Ok, naar de boot dan!’

Het vriest stenen dik maar aan boord is het gezellig warm. We knappen zo snel op dat we ons ’s avonds toch aan een glaasje bubbels wagen. En ook wel genieten van een lichte maaltijd met een wijntje er bij.

De volgende ochtend kom ik mijn bed pas uit een uur nadat mijn schipper de verwarming heeft aangezet… Binnen is het knus, buiten is de wereld nog bevroren.

We voelen we ons weer kiplekker. ’s Middags trekken we de wandelschoenen aan. Al is de dooi op komst, het is nog ijzig koud door de schrale, ijzige oostenwind die er staat. We wandelen door het natuurgebied van de Ijzermonding, besluiten dan om het veer te nemen naar de overkant om zo langs de havengeul en de visserskaai terug te stappen.

En zo varen we dan tóch op Valentijn…

Van herfst tot Kerst…

31 december 2020

Aan het eind van het jaar kijk ik graag achterom. Ik kijk hoe dan ook graag achterom. Dwalen door foto’s, herinneringen ophalen, blogposts schrijven, het gaat altijd over dingen die voorbij zijn. Mijn schipper, eerder nuchter dan nostalgisch van aard, vindt achterom kijken maar niets. Hij leeft in het nu en kijkt vooruit.

Pat Panick blijft in het water deze winter. Dat besluit kwam er toen Covid-19 onze boot van november 2019 tot juni 2020 gegijzeld hield op de Breehorn werf in Friesland en we het de hele lente zonder boot moesten stellen. Vervolgens hadden we zoals zovelen niet de zomer die we gedroomd hadden. In plaats van twee maand naar de westkust van Schotland, werden het drie weken Normandië en een hapje Bretagne. Intussen zijn we, nog steeds met de hete adem van het akelige virus in onze nek, via de herfst in de winter én in 2021 gerold…

In de week voor Kerstmis wordt in Vlaanderen elk jaar de Warmste Week georganiseerd. Dit jaar geen geldinzameling voor een goed doel maar een bedank-week. In de slotuitzending op Kerstavond komt Martine Tanghe aan het woord, moeder aller nieuwsankers en net met pensioen na een carrière van 42 jaar. Met haar warme stem vertelt ze hoezeer ze onder de indruk was van de talloze dankbetuigingen bij haar recente afscheid van het tv-scherm.

Dankbaarheid, wat is dat mooi.

En nu, zo aan het eind van het jaar besef ik dat er twee manieren zijn om achterom te kijken. Je kan jezelf beklagen om wat je niét hebt kunnen doen, of je kan achteromkijken en dankbaar zijn om wat je wél hebt kunnen doen. En als ik terugblik op afgelopen herfst, door de tweede corona-golf ook een seizoen met opnieuw veel beperkingen, zie ik veel waar ik, ondanks alles, dankbaar om ben…

September 2020

Dankbaar voor dat zonnige zeilweekend naar Cadzand, met de fietsjes langs het Zwin naar Knokke en terug, en haiku’s onderweg.

Dankbaar ook voor die mooie oversteek naar Dover, de laatste keer naar de UK, vooraleer Brexit een feit is…

Oktober 2020

Dankbaar voor wondermooie herfstluchten. Met dat licht dat onze grijze Noordzee onverwachts die unieke groene kleur geeft. Dankbaar ook om net vóór een fikse regenbui afgemeerd te liggen in Zeebrugge. En de volgende dag met stralend weer terug te kunnen zeilen.

Dankbaar ook voor nog een zeiltochtje naar Blankenberge, dat er eind oktober verlaten bij ligt. Wanneer we er impulsief take-away willen bestellen bij de Oesterput schrik ik van de norse stem aan de andere kant van de lijn. Of we niet weten dat we een dag op voorhand hadden moeten bestellen? Maar o zo dankbaar als dezelfde stem, iets minder nors nu, verder gaat met: “Vooruit dan, kom maar halen, 18:00!”

November 2020

De bekleding van ons stuurwiel is aan vernieuwing toe. Spannend om een doe-het-zelf-setje te bestellen bij stuurwielleer.nl met enkel buis- en stuurwieldiameter en gewenste kleur als gegevens… Enkele dagen later komt het pakketje toe: een lap soepel leer met voorgeprikte gaatjes, tape, een naald en gewaxt garen. Ik ga aan de slag, maak kruisjessteken met twee garens, opletten bij het rijgen, steeds dezelfde steek onder en boven. Zuidwest, noordoost, noordwest, zuidoost en opnieuw. Wat ben ik dankbaar als 360° later het leder blijkt te passen als een handschoen…