Waar o waar?

Vanuit het zuidfranse Fréjus whatsappt vriend Robin, die onze passie voor zee en zeilen kent, een foto, met daarbij de woorden: ‘à compléter’…

Aangevuld en vertaald:

‘Er zijn drie soorten mensen, de levenden, de doden en zij die op zee varen…’

Wie het precies zei en waarom, daar is niet zo veel zekerheid over, maar het maakt wel duidelijk hoe men al van in de Oudheid over zeelui denkt. Dat hun lot zo onzeker is dat ze niet meer bij de levenden -lees: normale mensen- gerekend worden, maar dat ze toch ook niet helemaal weg -lees: dood- zijn. In die tijd verdween een schip gewoon letterlijk aan de horizon.

Vandaag de dag ondenkbaar. Dankzij wonderlijke zaken zoals GPS, AIS, Marine Traffic en andere slimmigheden volg je boten in real time. Drones filmen wedstrijdboten in de Indische Oceaan en luttele uren later hap je die hallucinante beelden satelliet- en Facebookgewijs weg bij je ontbijt…

Maar vijftig jaar geleden, in 1968, was van dat soort spitstechnologie nog geen sprake en konden zeilers echt nog verdwijnen aan de horizon. Zo ook de negen deelnemers aan de Sunday Times Golden Globe Race, de allereerste non-stop solo rond de wereld zeilwedstrijd. Slecht één van hen, de illustere Robin Knox-Johnston, haalde na 312 dagen de finish. Zeven anderen gaven op. Eén zeiler kwam om het leven…

Donald Crowhurst was zijn naam.

Het bittere verhaal van Donald Crowhurst is in deze tijden van mediagekte en fake news plots weer opvallend actueel en inspireerde bijna gelijktijdig twee cineasten. De Britse film ‘Crowhurst’ is voor zo ver ik weet niet in de zalen bij ons, maar naar de Amerikaanse verfilming ‘The Mercy’ gaan we kijken.

Donald Crowhurst neemt in 1968 niet alleen voor het avontuur maar vooral uit geldnood deel aan de Sunday Times Golden Globe Race. De prijzenpot moet de redding worden voor zijn wankele bedrijfje Teignmouth Electron. Het gaat een risicovolle onderneming worden, niet alleen omdat hij bitter weinig zeilervaring heeft, maar ook omdat er bij de voorbereidingen veel mis gaat.

De bouw van zijn trimaran loopt zo veel vertraging op dat hij de uiterste vertrekdatum dreigt te missen. Maar de druk -onder andere van de pers- is zo hoog dat de twijfelende Donald, ook al is zijn schip niet klaar, toch het ruime sop kiest.

Als hij voor vrienden en familie aan de horizon verdwenen is, wordt het hopeloze van zijn waagstuk dag na dag duidelijker. Maar wanneer via korte momenten van radiocontact blijkt hoe hoog de verwachtingen aan land gespannen zijn, wordt hij radeloos. Falen wil hij niet, doorgaan is onmogelijk. En daar gaat het mis. Sukkelend op de oceaan begint hij te liegen over zijn positie. Hij start een tweede logboek, creëert zorgvuldig een vals traject, een verzonnen reis om de wereld.

Dit fake news communiceert hij mondjesmaat met het thuisfront. Dat brengt hem steeds meer in moeilijkheden want plots blijkt hij -vanuit zijn valse positie- op kop te liggen. De journalisten smullen er van. Nu de andere deelnemers een na een opgeven, maakt de pers van underdog Donald een ware held. Mentaal gaat het helemaal bergaf met de eenzame zeiler. En dan valt alle radiocontact weg… Weken later wordt de Teignmouth Electron verlaten aangetroffen door een vrachtschip, van de schipper geen spoor. Enkel met een wanhoopsdaad hoopte Crowhurst nog genade te vinden.

De vertolkingen van Colin Firth en Rachel Weisz en een fiks filmbudget ten spijt zijn de kritieken over de film allesbehalve lovend. Maar kijk, cinema en zeilen, ik vind het zelden een geslaagd huwelijk. Hoe het er op een boot aan toe gaat op volle zee krijg je aan niet-zeilers al nauwelijks uitgelegd, laat staan beproevingen als die van Donald Crowhurst. Toch ben ik het niet helemaal eens met de filmcritici en heb wel genoten van de film…

Maar ik moet het die filosofen uit de Oudheid nageven, zeelui zijn echt wel een héél aparte categorie. En om dat geloofwaardig in een film te vatten, eenvoudig is het niet…

Maar niet getreurd voor wie de film niet geslaagd vindt, er is ook nog altijd het boek, dat wel positieve kritieken krijgt. ‘Een meesterwerk’ en ‘fascinerend’ wordt The Strange Last Voyage of Donald Crowhurst, geschreven door journalisten Nicholas Tomalin and Ron Hall, lovend genoemd. Er is nu ook een Nederlandse vertaling van, ongetwijfeld een perfecte aanvulling van de scheepsbibliotheek..

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

Er was eens… Een kerstverhaaltje

21 december 2017

Twee dingen zegt de weervrouw op tv. Dat vanaf nu de dagen terug langer worden. Maar dat we daar niet veel van gaan merken wegens het grijze en mistige weer dat nog maar eens voorspeld wordt voor de komende dagen. O ja, en ze zegt nog meer. Dat deze decembermaand zowat de meest duistere is in een halve eeuw. Amper vijf uren zonlicht zijn ons tot hiertoe gegund. Toegegeven, zon en licht zijn fijner en inderdaad, nu is het behelpen met de warmte van haard en thee en het licht van kaarsjes en kerstboom. Maar toch hou ik wel van het ritme van de seizoenen. En waarderen we niet zoveel meer wat schaars is?

Intussen staat onze boot al weken boven, stijfjes onder haar wintertent. Wachtend op langere dagen, licht en zon, net als wij. We missen haar. Zouden we volgend seizoen misschien toch eens een winter in het water blijven? We deden dit wel eerder. En zeilden we dan niet heel vaak, het kón wel. Die vrijheid.

Thuis, bij de warmte van de haard en het licht van de kaarsjes komen de herinneringen terug aan zo’n winter. Negen jaar geleden, Kerst 2008. En we gaan drie dagen zeilen.

Op de eerste dag, 25 december, zeilen we van Nieuwpoort naar Zeebrugge. Het is kil en grijs, maar over de marifoon wensen kapiteins, loodsen en verkeersleiders elkaar een vrolijke Kerst. In de jachthaven brandt op nog één boot licht, voor het kajuitraam een piepklein kerstboompje. Ook onze boot is in kerstoutfit, net als wij. En de ene cd met kerstklassiekers die we hebben, staat op repeat. Met gloeiende wangen van een winterse dag op zee genieten we van lekkere kerstdingen uit het kombuis.

Op tweede Kerstdag zeilen we naar Blankenberge. De haven ligt er verlaten bij, op geen enkele boot een teken van leven, we zijn helemaal alleen. Bij het afmeren zien we een zeiljacht waarvan twee stootwillen tussen boot en ponton uit gerold zijn, ze schuurt ongelukkig met haar flank tegen het ponton, dat wordt een schaafwondje… We hangen de stootwillen terug goed en stoppen een briefje met onze kerstwensen onder de kajuitdeur… Karma, denk ik dan.

Als we de derde dag opstaan, is het ijskoud. Geen wolkje aan de hemel, een strak windje. Maar koúd! Het wordt een mooi tochtje terug naar Nieuwpoort…

Twee weken later -Nieuwjaar is alweer voorbij- kunnen we die winter tijdelijk niet zeilen…

De haven ligt er dichtgevroren bij… Zo mooi kan winter dus zijn..

Bij deze iedereen een fijne Kerst gewenst! En wordt er nu misschien niet gezeild, dan wordt er zeker verteld, gemijmerd en gedroomd van zon, zee en verre zeilreizen!

BewarenBewaren

Een zeemansgraf van ijs

1 december 2017, minder dan een handvol graden is het buiten. Het seizoen van korte dagen en lange avonden, perfect voor een ijzig verhaal.

‘Er bestaat geen slecht weer, alleen slechte kleding.’ Dat zeggen ze in Scandinavië en ik denk wel dat zij het kunnen weten. Ook op een boot is het feit, je moet verdorie goed gekleed zijn om het bij bar weer leuk te houden op de Noordzee. Warm en droog blijven is de kunst. Op onze laatste zeiltocht van het seizoen – begin november- valt het weer best mee voor de tijd van het jaar. Mijn recept is thermisch ondergoed als eerste laag, een warme fleece als tweede laag en een zeilpak als derde laag, aangevuld met sokken, laarzen en mijn handgebreide Fair Isle wollen muts. We staan er soms niet bij stil, maar vandaag de dag zijn we verwend met nieuwe materialen die niet alleen warm maar ook nog eens vederlicht zijn, eenvoudig te wassen en snel weer droog. Die hoogtechnologische dingen zorgen er zelfs voor dat zweet er uit kan en regen er niet in. Die luxe hadden de bemanningen van de HMS Terror en HMS Erebus niet, twee zeilschepen van een Britse expeditie die meer dan 170 jaar geleden op zoek ging naar de fel begeerde Noordwestelijke doorvaart

‘Death in the Ice’, een knappe tentoonstelling in het Greenwich Maritime Museum brengt dat ijzige verhaal. Na een herfstige zeiltocht naar Dover hebben we de trein naar Londen en de metro naar Greenwich genomen. Een stevige brok maritieme geschiedenis. De Cutty Sark bezochten we al, maar de vaste collectie van het scheepvaartmuseum wil ik wel graag zien. We komen er niet aan toe, de tijdelijke expo over de poolexpeditie van Sir John Franklin is zo beklijvend dat we er tot sluitingstijd blijven hangen…

In 1845 vertrokken twee schepen, goed uitgerust voor een tocht naar het onbekende Noorden. Maar HMS Terror en HMS Erebus vaarden zich vast in het ijs. Er gingen twee jaar voorbij, van de bemanning werd niets meer gehoord.

Expeditie na expeditie werd er op uitgestuurd. En leidden hun zoektochten niet tot de vondst van de twee verdwenen schepen, ze zorgden er wel voor dat heel wat nieuwe  stukken land uit dat gebied in kaart konden worden gebracht.

Helemaal spoorloos was het team van Sir John Franklin niet verdwenen. Soms werden gebruiksvoorwerpen en documenten teruggevonden. Zelfs een reddingssloep met menselijke resten werd ontdekt. En heel recent, na jaren van niet aflatend onderzoek, zijn in 2014 en 2016 beide schepen teruggevonden, allebei in verbazingwekkend goede staat. Nog lang niet alles wat er met de arme zeelui is gebeurd, is achterhaald, de expo belicht die historische zoektocht van bijna 170 jaar.

Wat me verrast is de rol van de Inuit in die zoektocht.

Omdat zij een heel eigen taal hadden waar geen schrift bij hoorde zoals wij dat kennen, was mondelinge overlevering voor hen erg belangrijk. Ze ontwikkelden er een sterk geheugen door, hun verhalen zaten vol details en werden met de grootste zorg doorgegeven. En precies die getuigenissen verhaalden keer op keer hoe de ‘witte mannen’ hun schepen verlaten hadden en met sleden op weg waren gegaan. Er waren ook plaatsaanwijzingen, maar daar werd weinig geloof aan gehecht. Maar tijden veranderen en men begon in te zien hoe waardevol hun overlevering wel kon zijn. Uiteindelijk leidde dat mee tot de vondst van de scheepswrakken. De expo besteedt ruim aandacht aan die mondelinge traditie van de Inuit.

Mij treft de beschrijvingen van hoe vreemd gekleed de Inuit de ‘witte mannen’ wel vonden, met ‘hun hoed niet bevestigd aan hun jas’. Dat vonden ze zo gek, dat het een vast onderdeel werd van hun verhalen. Het maakt duidelijk dat de kleding van de Britse bemanning helemaal niet geschikt was voor het ijzige poolklimaat en dat dit mee de oorzaak was van hun uiteindelijke dood in het poolijs…

Wanneer we ’s anderendaags heel vroeg de zee op gaan, trek ik de kap van mijn jas stevig over mijn muts… Verhalen vol details, onderschat ze niet…

“Hebben jullie het wéérbericht wel gehoord?”

19 oktober 2017

Herfst, je ontkomt er niet aan. Onze jachthaven oogt leeg. Wegens renovatiewerken moeten we plaats maken tegen eind oktober. Nooit eerder gingen we zo vroeg uit het water.

Ik zie mijn schipper zachtjes verwelken naarmate die datum dichterbij komt. Voor hem is de winter met zijn korte dagen en zonder zeilboot heel erg lang. En zit de tocht die we nog wel eens met 1 november varen er niet in. Zeilen naar Dover, dagje met de trein naar London en terug. “Dan doen we dat toch gewoon eerder”, troost ik, “neem volgende week vrijdag vrij, we maken er een lang weekend van, nu, net voor we uit het water moeten.”

Elke dag volgen we het weerbericht. Er is onstuimig herfstweer op komst. Zuid, zuidwest. De hardste wind komt op zaterdag, geeft niks, dan liggen we al in Dover… In onze overmoed bestellen we de treinkaartjes Dover-London.

Op donderdag zeilen we van Nieuwpoort naar Duinkerke. Zuidenwind, dat gaat goed. Het is niet koud, het is droog, we hebben er zin in.

Maar als we op vrijdagochtend Duinkerke buitenvaren gaat de zee wel erg ruig tekeer. De wind keert zich tegen ons, trekt aan, koppig doorklieven we de nukkige zee. Witte schuimvlokken waaien horizontaal van de puntige golven af.

Een boot van de Franse douane komt naast ons varen en roept op. Een paar routine vragen. Maar dan, bezorgd, “Hebben jullie het wéérbericht wel gehoord?” En “Wees toch maar voorzichtig!”… Het wordt stil aan boord. Nu zit de stroom nog mee, maar straks kijken we aan tegen enkele uren tegenstroom. Het gaat wel een heel erg lange tocht worden. En als het hier al zo heftig is, hoe zal het dieper in zee zijn? En voor de muur van Dover, waar het zo kan spoken?…

Bij de volgende windstoot maken we rechtsomkeer. Met de wind nu ruim van achter varen we op slag een stuk comfortabeler. Zo veel comfortabeler, dat ons even het gevoel bekruipt dat we ons bang hebben laten maken. Maar net niet voor top en takel -nauwelijks een puntje grootzeil en amper een hoekje stagzeil- lopen we vlotjes 7 knopen en zien in dat aan de wind varen geen optie is, laat staan opkruisen.

Voor het weekendje-weg-gevoel varen we door naar Oostende, kunnen we daar op zaterdag nog iets leuks doen en zondag de luttele 9 mijl naar Nieuwpoort terugvaren.

En kijk, het mag dan Londen niet zijn, maar Oostende heeft wel iets te bieden. Precies vandaag gaat er een bijzondere tentoonstelling van start, ‘Het Vlot. Kunst is (niet) eenzaam.’‘ Thema Het Vlot, als voertuig, reddingsmiddel, plek van isolatie, reflectie, twijfel, inzicht, symbool ook van de (zoek)tocht van de kunstenaar… We lachen om het toeval dat wij uitgerekend hiér aanspoelden… Meer symboliek kan niet, beelden van mensen onderweg, varend, overspoeld, drijvend, toch telkens weer overeind krabbelend, houvast zoekend op een vlot. De kunstwerken, video’s en installaties zijn op uiteenlopende locaties in de stad te zien, een aanrader.

En dan is daar zondag, en gaan we even dat eindje terug varen naar Nieuwpoort. Hadden we gedacht… Moeizaam stampen we de havengeul uit, de zee kolkt, de hemel buldert herfst. Geen zeilboot in de verste verte te bespeuren. Het wordt weer stil aan boord. We hebben nog maar anderhalf uur stroom mee, straks wordt dat tegenstroom. Springtij bovendien. We hebben weinig zeil gezet en kunnen niet echt hoog aan de wind in dit weer. Bij het eerste overstag manoeuvre zien we in dat dit niks wordt en maken rechtsomkeer.

We meren braafjes af op dezelfde plaats van waar we vertrokken en nemen braafjes de tram terug naar Nieuwpoort… Onze boot, die varen we later wel terug.

Soms vlot het niet zoals gehoopt…

Daar is ze dan, de zon!

23 juli 2017

Sommige dingen lijken zo vanzelfsprekend. Daglicht bijvoorbeeld.

Kijk, deze dag begon grijs. De wind was ook niet je dat. Zwak en veranderlijk. Maar gaandeweg klaart het op, de wind trekt aan. En nu zeilen we rustig, mijl na mijl, de Isles of Scilly liggen al ver achter ons.

De grijze ochtend is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je naar het oosten zeilt zijn de late namiddagen heerlijk, de lage zon in de kuip, warm en licht. En plots vind je dit vanzelfsprekend. De zon, de zee, vijf knopen… Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur schuift de zon op. We hopen op een mooie zonsondergang, maar een lange wolkenlijn lijkt de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Eerst zakt de zon zacht in de donzige wolken en verdwijnt.. om iets later onder de wolkenstrook weer tevoorschijn te komen. We staren er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar dat gouden randje!

Als ze helemaal achter de horizon verdwenen is, trekt een kilte over de zee. Het laatste licht verdwijnt. De nacht valt koel.

 

IMG_9492

We houden afwisselend wacht. De nacht is aardedonker nu, het is nieuwe maan.

De zonnige namiddag is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je met nieuwe maan een nacht doorzeilt, zijn de uren lang, fris en o zo donker. En lijkt het alsof er geen eind aan gaat komen. Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur lost ook die duisternis op en heel voorzichtig keert de dag terug, het licht is er lang voor de zon er is.

Ik hoop op een mooie zonsopgang, maar nevelige slierten lijken de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Dapper wurmt de zon zich van achter de kaap van Start Point. Ik staar er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar die kleuren!

Here comes the sun!

Kijk, deze nacht was lang. Maar gaandeweg wordt het lichter, en beetje bij beetje warmer. En we zeilen rustig, mijl na mijl, Dartmouth ligt nog maar een 20-tal mijl voor ons…

BewarenBewaren

Betsy

Elke boot heeft een verhaal. Elke boot vaart haar verhaal. Sommige verhalen krijgen zeeën van aandacht en verdienen die ook. Maar er zijn heel gewone zeilers die heel straffe dingen doen, al heten ze niet Armel Le Cléac’h en winnen ze geen Vendée Globe. Hier komt het ongelooflijke maar waar gebeurde verhaal van Guy Waites en Betsy. Het diende zich afgelopen zomer zo toevallig aan, dat ik niet eens doorhad wat een verhaal het was. Ik begin bij het begin…

13 juni 2016, Scarborough. Een piepklein jachtje trekt onze aandacht, niet alleen vanwege haar felrode kleur, maar ook omdat ze een beetje lijkt op een Pandora 22, het eerste zeiljachtje van mijn vader. Op een avond zeilt ze uit, uren later peddelt haar schipper haar geduldig terug naar haar ligplaats. De wind is gevallen, ze heeft geen motor…

Lerwick, dik twee weken later. We varen de overvolle haven binnen, moeten afmeren als derde langszij, niemand aan boord. Een man haast zich van op het ponton, klauterend over de twee boten, muts en kap diep over het hoofd getrokken, om ons te komen helpen. Terwijl we in de weer zijn met de lijnen zie ik een eindje verderop plots het rode bootje uit Scarborough, mijn blik gaat terug naar onze helpende zeiler en ik herken hem als haar schipper. He you! Yes, me, grijnst hij. Later bij een glas wijn kletsen we de avond weg. Wij steken onze bewondering niet onder stoelen of banken, hij blijft er bescheiden bij. Over de plannen met zijn Betsy -zo heet het jachtje- blijft hij vaag. Betsy is een Corribee 21, 6,30 m lang. Ergens op een hoekje papier noteer ik de gegevens van zijn blog. Ik kan er een link naar een tracker vinden, zegt hij. Elke 24h stuurt hij een positie, als geruststelling voor familie en vrienden. Een dag later blijken ze vertrokken. In stilte.

13 juli, Arbroath. Ik zit te wachten op de havenmeester die de geblokkeerde wasmachinedeur gaat openmaken. In die wasmachine zit mijn was, dus ja.. Het clubhuis is niet meer dan een verbeterde container, er staat een tafel en stoelen en op een kastje ligt een stapel boeken, de zeilersbibliotheek… Mijn oog valt op een beduimeld boek, de biografie van Ellen MacArthur, de illustere zeilster. Ik blader het door tot een foto mijn aandacht trekt. De nog piepjonge Ellen op een helrood bootje, de Iduna. Dat ranke jachtje, waarmee ze als achttienjarige solo rond Engeland zeilt, is een Corribee 21.

Een Corribee 21? Wacht eens even… Guy Waites! Betsy! Ik vind het blaadje met de link naar zijn blog terug en klik door naar zijn positie. Wow, hij vaart al ten noorden van de Hebriden, zou hij solo een rondje Engeland gaan doen?

Groot is mijn verbazing als ik enkele dagen later zie hoe de blauwe stippen op de tracker zich aaneenrijgen tot een snoer dat ver ten westen van Schotland reikt. Varen zij nu gewoon de Atlantische Oceaan op? Vanaf dat moment kijk ik bijna dagelijks naar de tracker. Ik begin ook de blog te lezen, een gedetailleerd verslag van vier jaar minutieuze voorbereiding. Guy is niet aan zijn proefstuk toe, eerder zeilde hij de oceaan over met een Contessa 26, Red Admiral.

Dag na dag kruipen de blauwe stippen naar de overkant. Op een dag is er niet enkel een blauwe stip bijgekomen, maar ook een envelopje. Een korte boodschap licht op. Betsy and I were capsized today, we are both OK and will continue once we have ridden out this storm. Jeetje! In de komende dagen volgen nog meer boodschappen, de ene storm na de andere raast over het tweetal. Soms vorderen ze tergend langzaam, soms wijkt het bootje helemaal van haar koers af, er komt een bericht dat de voorraad zoet water niet lang meer reikt. Het snoer van blauwe stippen, de envelopjes, het lijkt wel een thriller!

Elke morgen bij het opstaan, kijk ik als een bezorgde mama hoe het de twee vergaat en eind augustus, na 56 dagen op zee, blijkt kleine Betsy aangekomen in Newport, US! Guy Waites zeilde solo de noordelijke Atlantische Oceaan over, in een bootje van 6,30m, zonder motor, zonder geavanceerde apparatuur…

Zo begon vier jaar geleden dit verhaal dat als een rode draad onze zomer doorkruiste…

En het verhaal gaat verder. In het voorjaar zeilt hij zijn Betsy terug naar Engeland. Zomaar even weer die hele oceaan over. En intussen smeedt hij nieuwe plannen met een andere boot… Of hij met opzet weer een rode boot gekozen heeft, vraag ik hem. Nee, niet echt.  Red Admiral was rood. Betsy was wit toen hij ze kocht, maar onder haar witte verf ontdekte hij toevallig oude rode gelcoat. En Showtime is gewoon toevallig ook rood. Toeval bestaat niet, denk ik dan…

Hoog en droog

Vier jaar geleden rond deze tijd van het jaar mailde mijn oudste zus Sandra mij een gedicht. Christmas at Sea van Robert Louis Stevenson. Dat ze het wel iets voor mij vond, zo schreef ze. Robert Louis Stevenson, die kennen we vooral (of alleen?) van Treasure Island, een zeeroversroman van dik honderddertig jaar oud, zeg maar de oerversie van Pirates of the Carribean. Stevenson, geboren in Edinburgh, Schotland, was niet alleen een begenadigd schrijver maar ook -ondanks zijn zwakke gezondheid- een avonturier. Hij leefde enkele jaren in Samoa, in de Stille Zuidzee. De Samoanen noemden hem Tusitala, wat zo veel wil zeggen als verteller van verhalen. Hij was amper 44 toen hij stierf.

Christmas at Sea gaat niet over piraten, en ook niet over tropische eilanden. Het beschrijft de mijmeringen van een bemanningslid aan boord van een zeilschip, opkruisend voor de kust tegen een ijzige wind in. Met Kerstmis… Het gaat over het barre zeeleven, maar ook over afscheid nemen, en ouder worden. Over dingen die voorbij gaan.

De kalkoen is nog maar net verteerd, glanzende kerstballen weerspiegelen het knetterend houtvuur, het is warm in huis. Bij het lezen voel ik de bittere kou, ik nestel me in mijn dekentje.

Christmas at Sea inspireerde ook Sting voor een lied. Je vindt het terug op If on a Winter’s Night, een nogal aparte cd. Ver weg, de Message in a Bottle van The Police. De cd is een eigenzinnige mengeling van winters getinte nummers met invloeden uit de Middeleeuwen, Barok, Angelsaksische folk. Niet erg toegankelijk wegens nogal somber en donker. Maar misschien moet je gewoon eens luisteren of je het wat vindt… Winters klinkt het zeker.

De afgelopen jaren brachten we de dagen van oud op nieuw door op de boot. Dit jaar niet. Eind november gingen we uit het water. En gaan er pas in maart terug in. Deze winter staat ons schip hoog en droog…

img_5398

img_5403

img_5406

CHRISTMAS AT SEA

The sheets were frozen hard, and they cut the naked hand;
The decks were like a slide, where a seamen scarce could stand;
The wind was a nor’wester, blowing squally off the sea;
And cliffs and spouting breakers were the only things a-lee.

They heard the surf a-roaring before the break of day;
But ‘twas only with the peep of light we saw how ill we lay.
We tumbled every hand on deck instanter, with a shout,
And we gave her the maintops’l, and stood by to go about.

All day we tacked and tacked between the South Head and the North;
All day we hauled the frozen sheets, and got no further forth;
All day as cold as charity, in bitter pain and dread,
For very life and nature we tacked from head to head.

We gave the South a wider berth, for there the tide-race roared;
But every tack we made we brought the North Head close aboard:
So’s we saw the cliffs and houses, and the breakers running high,
And the coastguard in his garden, with his glass against his eye.

The frost was on the village roofs as white as ocean foam;
The good red fires were burning bright in every ‘long-shore home;
The windows sparkled clear, and the chimneys volleyed out;
And I vow we sniffed the victuals as the vessel went about.

The bells upon the church were rung with a mighty jovial cheer;
For it’s just that I should tell you how (of all days in the year)
This day of our adversity was blessed Christmas morn,
And the house above the coastguard’s was the house where I was born.

O well I saw the pleasant room, the pleasant faces there,
My mother’s silver spectacles, my father’s silver hair;
And well I saw the firelight, like a flight of homely elves,
Go dancing round the china-plates that stand upon the shelves.

And well I knew the talk they had, the talk that was of me,
Of the shadow on the household and the son that went to sea;
And O the wicked fool I seemed, in every kind of way,
To be here and hauling frozen ropes on blessed Christmas Day.

They lit the high sea-light, and the dark began to fall.
“All hands to loose topgallant sails,” I heard the captain call.
“By the Lord, she’ll never stand it,” our first mate Jackson, cried.
…”It’s the one way or the other, Mr. Jackson,” he replied.

She staggered to her bearings, but the sails were new and good,
And the ship smelt up to windward just as though she understood.
As the winter’s day was ending, in the entry of the night,
We cleared the weary headland, and passed below the light.

And they heaved a mighty breath, every soul on board but me,
As they saw her nose again pointing handsome out to sea;
But all that I could think of, in the darkness and the cold,
Was just that I was leaving home and my folks were growing old.

By Robert Louis Stevenson (1850-94).

 

November. Dresscode: laagjes.

Het is beslist. De boot gaat uit het water. Eind november. Niet voor even, maar voor de hele winter. We hebben tijdelijk meer land- dan zeedingen op onze agenda. Maar vooraleer mijn schipper moet gaan aankijken tegen die muur van maanden zonder varen, gaan we nog eens op zee. Met 11 november op vrijdag hebben we een lang weekend. Hij vindt het geweldig!

Maar de weersvoorspellingen zijn niet echt bemoedigend. De temperaturen gaan niet boven 10°C uitkomen en vanaf zaterdagnamiddag wordt regen voorspeld. Ik weet niet of ik het wel zo geweldig vind.

En dan sluiten we een liefdevol compromis. We zeilen vrijdag en zaterdag en we gaan niet te ver, Duinkerke volstaat.

Op vrijdag rollen we traag voor de wind naar de haven van Duinkerke. Bij aankomst staat de zon al laag, dit zijn de korte dagen van het jaar. Het herfstige avondlicht maakt de niet zo mooie aanloop van Duinkerke een beetje mooier.

Terwijl we nog aan het overleggen zijn of we in de eerste of de tweede jachthaven van Duinkerke gaan liggen, zien we plots dat we niet hoeven te overleggen. De eerste jachthaven is er niet meer! Wat raar. De pontons zijn weg, kale palen staan doelloos in de lege haven.

En uiteraard ligt de achterhaven nu dik gevuld. Gelukkig vinden we nog een plekje. De verwarming snort, de kaarsjes branden, op het gasvuur suddert een stevige schotel osso bucco.

Op zaterdag laat de zon het afweten, guur herfstweer is het. Maar we kunnen recht naar huis, op één oor en met een stevige stroom mee. Warm gekleed zijn is de boodschap en dan gaat er niets boven laagjes. Een laagje ondergoed, een laagje thermisch ondergoed, nog een tussenlaagje met een kasjmier truitje (járen oud, maar niets geeft zo’n gezellige warmte), een steviger fleece en dan een zeilpak. Kousen, laarzen, muts. En hee, we treffen het, regenen doet het pas als we al terug goed en wel afgemeerd liggen in Nieuwpoort.

Ook zin in een dampende osso bucco?

Kalfsschenkels, boter, tomaten, ui, bloem, witte wijn, citroen, look

Haal de stukken vlees vluchtig door wat bloem en laat ze in hete boter een kleurtje krijgen. Laat look en ui in ringen mee bakken. Overgiet met wijn en zet het vuur even hoog. Voeg stukken tomaat, een fijn citroenschilletje en peper en zout toe. 45 ‘ pruttelen. (Er mag ook flink wat peterselie bij, maar die had ik niet mee aan boord…) Lekker met rijst of pasta.

 

50 worden, dat vraagt om een feestje!

7 november 2016

De regen stroomt met bakken uit de lucht. De hemel heeft de kleur van lood. Je zou haast denken dat de nacht valt. Het is 11:00 ’s ochtends… Het is herfst.

Een week geleden zijn we op winteruur overgeschakeld. Dat kwam hard aan. De mooie nazomer, zonnig en zacht, had zo lang aangehouden. Het was alsof het nooit meer herfst ging worden. Intussen weten we wel beter. ’t Is weer voorbij die mooie zomer, ik hoor het liedje in mijn hoofd. Gerard Cox. Een vleugje weemoed.

’t Is jammer dat het over ging
’t Is allemaal herinnering
Daar doen we dan de hele winter maar weer mee…

Laten we ons warmen aan die herinneringen. Aan verhalen vol passie, verhalen van boten en de zee. Zoals het verhaal van Breehorn. Dit jaar viert de werf haar 50ste verjaardag.

10-11 september 2016

De herfst is nog lang niet in zicht. We rijden (varen kregen we niet meer geregeld) naar Woudsend, Friesland en verbazen ons -weer maar eens- over het mooie landschap hier. Water, watertjes, plassen, vaarten, beekjes, grachten, meren, water. En weiland. Witte zeilen die over het weiland drijven. Wolken die over het weiland zeilen.

Van boten hebben ze kaas gegeten, die Friezen. En in het bijzonder bij Breehorn.

In 1966 start Laus van den Berg samen met zijn vrouw Batje een zeilschool in Elahuizen en gaat al gauw zelf boten bouwen. Polyester valken bouwt hij, een erg populaire boot in Nederland. Er zullen er uiteindelijk -hou je vast- 4.000 gebouwd worden. Eind jaren ’70 ziet Laus een zeiljacht varen dat hem bijzonder bevalt. Eigenaar is André Cordemeyer. En die André Cordemeyer, dat is niet de eerste de beste. Vandaag zouden we hem een designer noemen, toen was dat nog gewoon ontwerper. Hij is niet alleen gepassioneerd vormgever maar ook zeiler, en hij droomt van dé ideale boot, mooi van lijn, snedig op het water en met een strak interieur. Hij geeft Dick Koopmans opdracht om romp en zeilplan te tekenen, en ontwerpt zelf opbouw en interieur. Hij doopt zijn droomschip Breehorn. Drie boten van dit type bouwt Cordemeyer en houdt er dan mee op. Laus, die wég is van het ontwerp, koopt de mal en begint te bouwen. Intussen zijn er tot nu toe 131 Breehorns 37 gebouwd. Begin jaren ’90 komt er ook een 44 voet bij. Zoon Lars stapt mee in het bedrijf. De 41 en 48 voet worden ontwikkeld. En dan komt het bedrijf in woelig vaarwater. Lars verlaat het bedrijf, vader Laus komt te overlijden. In 2011 dreigt een faillissement. Maar Lars keert terug en de werf maakt een doorstart. Inmiddels zijn we 50 jaar en 180 Breehorns verder.

En dit weekend wordt dat gevierd. Met toespraken, vlaggetjes, eten en drinken, workshops. En heel veel Breehorns. De vereniging van Breehornzeilers, dat ‘Hollands clubje’, zoals ik het soms een beetje oneerbiedig noem, en waar we van bij de aankoop van onze Breehorn lid van zijn, heeft voor een mooi geschenk gezorgd. Een kleurrijk fotoboek vol Breehorns met hun bemanning. Glanzende pagina’s met lachende zeilers en hun schip, oud en jong, groot en klein, nieuw en iets minder nieuw, in hun thuishaven of ergens ver weg. Eén ding hebben ze gemeen, ze zijn trots op hun Breehorn, hebben er heel bewust voor gekozen, prijzen zeewaardigheid, vaareigenschappen, comfort. En zijn vol lof over de werf. De ontroering van Lars en zijn mama doet menigeen naar een zakdoek zoeken.

En al is het hier vooral oranje boven, er zijn ook Belgische Breehornzeilers. We kennen al de Jupica uit Nieuwpoort maar ontmoeten hier nu ook de bemanning van de Bluenose en Dance me. En verrassing alom als we Heidi en Tom van Shalom tegen het lijf lopen. Ik had ze al leren kennen op Instagram en nu dus ook in het echt. Het jonge stel kocht een Breehorn 37 en vertrekt in 2017 voor een lange reis. Dat gaan we zeker volgen. ’s Avonds bij het sympathieke schippersmaal wordt heel wat afgekletst. En overnachten doen we in stijl, aan boord bij Renée en Jan-Willem van Iskander, een prachtige Breehorn 41. ’s Morgens worden we door hen met een heerlijk ontbijt verwend.

En dan volgt de apotheose, meer dan 50 Breehorns gaan samen het water op en gaan kiellinie varen. Dit wil zeggen dat ze zo achter elkaar gaan varen dat al hun kielen één lijn vormen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar hoe dan ook een indrukwekkend gezicht. Begon de dag nog een tikje somber, al gauw klaart de hemel open en is de zon volop van de partij. Mooier kan deze verjaardag niet afgesloten worden!

Halfpenny Pier, Harwich

Southwold-Harwich en Harwich-home!

34 mijl naar Harwich, onze laatste tussenstop tot thuis…  ‘Haast’ zou ik het niet durven noemen. Maar bekend vaarwater en een we-zijn-bijna-thuis-gevoel verandert ons onmerkbaar. Jawel, we zijn nog oplettend. En ja hoor, we trimmen onze zeilen nog. Maar in het logboek bijhouden worden we nonchalanter. En mijn aandacht voor de omgeving verflauwt. Ik ben net op dreef geraakt in een boek dat ik voor de vakantie gekocht had om te lezen in de Shetlands. De Vlamberken. Maar toen we daar waren, kwam ik niet aan lezen toe. Nu heeft het spannende verhaal mij in zijn greep.

Het vertrek uit Southwold is nog even spannend, bij de havenuitgang staat flink wat stroom. Maar alles gaat goed. Alleen voor de vuurtoren van Orford Ness haal ik nog even mijn camera bovendeks en dat is het.

In Harwich kun je overnachten in Shotley marina, een naar mijn gevoel beetje saaie jachthaven. Je kan ook de river Orwell opvaren tot aan Suffolk Yacht harbour of Woolverstone marina. Zowel op de river Orwell (rechtdoor) of de river Stour (bakboord uit) kun je aan een boei gaan liggen of ankeren. Maar minstens zo charmant is de Halfpenny Pier van Harwich. De pier dankt zijn naam aan de tol van een halve penny die hier ruim 160 jaar geleden geïnd werd. Maar je moet een beetje geluk hebben want veel ruimte voor jachten is er niet. Wij meren af op de plaats van de ferry. Na 6:00 pm vaart die niet meer en de volgende dag gaan we bij het krieken van de dag vertrekken, dus voor een nachtje kan het wel. All yachts prohibited laten we even voor wat het is… Ik hou van de sfeer hier.

We heffen een glaasje -ik ben jarig!- als we plots een ongewoon zoemend geluid horen. Boven ons zweeft iets als een klein ruimtetuigje -verhip, een drone!-, hangt even stil en maakt dan vliegensvlug rechtsomkeer. Een raar gevoel, zo vanuit de lucht bekeken worden. Maar ‘ieder nadeel heb ze voordeel’ en ik por Las om de bestuurder van de drone te gaan zoeken, ver kan die niet zijn. En inderdaad, op een bankje op de pier zit een man zijn gadget te besturen. En vinden we onderstaande foto’s amper een dag later in onze mailbox!

Op deze foto’s zie je hoe dit antieke stukje Harwich iets weg heeft van een dorp op een schiereilandje. Wat een contrast met Felixstowe aan de overkant, de drukste containerhaven van Groot-Brittannië. Niet te missen in Harwich is de gezellige Alma Inn, waar je lekker kan eten, wat dacht je van gegratineerde oesters of een gegrild kreeftje?

En dan is daar onze laatste tocht, 78 mijl naar Nieuwpoort. Beetje zeilen, beetje halfwinder, beetje motor en voor we het beseffen zijn we terug thuis. Zes zalige weken liggen achter ons. Het smaakt naar meer…