Eilandhoppend over de Vestfjord

31 juli – 10 augustus 2022 – ‘Wil je de drukte van de Lofoten ontlopen, dan moet je naar Værøy en Røst‘, zegt men ons. ‘Sla op je terugtocht vooral het eiland Myken niet over… Vergeet ook de archipel van Træna niet. En Lovund…’ En zo zeilen we eilandhoppend de Vestfjord over, terug richting Helgeland kust…

Ik zeg het er maar meteen bij, van geen van deze vijf eilanden had ik ooit gehoord. Maar wat een verrassingen hebben ze voor ons in petto. Wat dacht je van loodrechte klippen, de schipbreuk van een vijftiende-eeuwse Italiaan, single malt boven de poolcirkel, een zingende kreeft of een jaarlijkse gebeurtenis als lundkommardagen. Wat dat betekent, lees je zo..

Væroy – De vorm van een dinosaurusjong en duizelingwekkend groene klippen heeft dit eiland van amper 17,5 km² groot. Het zomerse weer is perfect voor een tocht naar het 438 meter hoge Håheien. Het aanvankelijk comfortabele pad gaat hoger en hoger en wordt steeds smaller tot we balanceren op een helling, zo steil, dat het mijn schipper te veel wordt. Ver beneden gaapt de blauwe baai. Geef hem storm op zee, en golven zo veel je wil, maar geen hoogtes als deze. De diepte heeft een misselijkmakende aantrekkingskracht op hem en dwars door kniehoog gras, heide en heesters vlucht hij naar een veilige vlakte. De volgende ochtend is een zweem van misselijkheid ook mijn deel… Een kater volgt op een gezellige borrel met Noorse buren bij ons aan boord én een nachtje doorzakken in de enige pub op Værøy. Half Værøy zit er. En er klinkt niet alleen Noors, maar ook Pools, en Roemeens. De visverwerkende bedrijven komen handen tekort en er valt goed geld te verdienen… Ik denk zelfs dat we gedanst hebben.

Røst – Zo hoog als Værøy was, zo plat is Røst, met 11,1 km² een schort groot. Ze zeggen dat er op dit eiland meer mensen met bruine ogen en donker haar wonen dan waar ook in Noorwegen. Wat te danken zou zijn aan de passage van Pietro Querini en zijn bemanning, die er na een winterse schipbreuk in 1432 enkele maanden verbleven… Dat hij als in het paradijs was beland, schreef Querini in zijn dagboek, ja ja… Een lading stokvis kregen ze mee als proviand voor de terugtocht naar Italië, tot op vandaag nog steeds de grootste afnemer van gedroogde kabeljauw uit de Lofoten…

Myken – Als op 6 februari 1981 vissersschip de ‘Western’ vergaat en alle zeven bemanningsleden verdrinken heeft de kleine gemeenschap van Myken genoeg van de wreedheid van de zee. Op een tiental mensen na verlaat iedereen het eiland, hun huizen blijven overgeleverd aan de elementen. Jaren gaan voorbij. En dan keren kinderen en kleinkinderen stilaan terug. Ze knappen de woningen op als vakantieverblijven, Myken krijgt een tweede leven.

Een dag na aankomst kleurt de windkaart rood en we blijven er een paar dagen verwaaid liggen. Ook verwaaid tijdens een zeilreis naar Myken lagen Roar Larsen en Trude Tokle een tiental jaar geleden. Ze werden verliefd op het eiland, gingen er deeltijds wonen en besloten er de eerste Noorse single malt ten noorden van de poolcirkel te gaan maken. En raar maar waar, tijdens de rondleiding in de Myken Destilleri kunnen we proeven, maar niets kopen… Want alcohol, sterker dan bier, mag in Noorwegen enkel via de staatswinkel Vinmonopolet worden verkocht.

Træna – Van de bijna vijfhonderd eilanden, eilandjes en rotsjes van de Træna archipel zijn er vier bewoond. We meren af op Husøya, vanwaar je uitkijkt op het merkwaardig bultige Senna. Het is zondag, het seizoen is voorbij en het is hier uitgestorven. Bezienswaardigheden als de kerk en de Petter Dass kapel zijn dicht. Maar wandelen kan altijd en wandelend lopen we tegen een merkwaardig kunstwerk aan. Het beeld, gemaakt uit graniet, brons en kunststof, lijkt op een vrouw maar ook op een kreeft. Als je dichterbij komt hoor je een frêle vrouwenstem een mooi ingetogen lied zingen. Samen met de kreeftvrouw kijken we uit over de wondermooie eilanden. We zijn intussen, na twee maand, weer bezuiden de poolcirkel…

Lovund – Een homp midden in zee en de stek van een paar honderdduizend papegaaiduikers. Die hier elk jaar klokvast op dezelfde dag arriveren, 14 april. Lundkommardagen, wat zo veel betekent als ‘de dag dat de papegaaiduikers komen’, is een hoogdag. Tegen half augustus vertrekken die clownachtige vogels weer om dan acht maand op zee te gaan zwerven. We gaan geen vogels spotten maar wel de 623 m hoge Lovundfjellet bedwingen. Die hike is zo pittig dat we vinden een etentje verdiend te hebben. Het wordt een onverwacht culinaire beleving. Het restaurant van het klassevolle Lovund Hotell is zonder meer top. Het bijdehante meisje dat ons bedient, verklaart een en ander. Lovund, dat is zalm, en zalm, dat is de nieuwe olie… De nieuwe zalmbaronnen ontvangen hun gasten van over de hele wereld graag in stijl.

Een landgenote in Spitsbergen

14 – 17 juli 2022

Naast de kapitein in de stuurhut van de Polargirl zit een jonge vrouw met een baby op de arm. Elise, want zo heet de vrouw, is hier niet als toerist. Ze woont in Longyearbyen en is aan boord om haar man te verwelkomen. Straks gaan we hem ophalen samen met twee toeristen die hij als gids begeleidde op een driedaagse gletsjertocht. Elise blijkt Belgische, afkomstig uit Luik. Ze is arts. Maar tijdens haar specialisatie als urgentiearts wordt de werkdruk haar te veel. Een reis naar Spitsbergen verandert alles. Ze komt er tot rust, wordt verliefd op het landschap én op een Franse gids… Ze laat de specialisatie in België voor wat die is en woont hier intussen drie jaar…

Wij zijn hier wel als toerist, voor vier dagen. En met het vliegtuig… Want zeilen zonder strakke tochtplanning of administratieve voorbereiding, zoals we deden van Bergen tot de Noordkaap, doe je maar beter niet naar Spitsbergen. Tot op de dag van vertrek blijft onze vliegreis onzeker door een hardnekkige staking van SAS. Opluchting als we vernemen dat onze SK4414 de eerste vlucht in wéken naar Spitsbergen zal zijn. Ruig is het landschap van ijs en rotsen dat snel dichterbij komt als we de landing inzetten op Longyearbyen, hoofdstad van Svalbard, zoals de Noren het noemen.

Het was de Nederlander Willem Barentsz die deze ijzige archipel in 1596 ontdekte tijdens een expeditie op zoek naar de Noordoostelijke doorvaart. Hij noemde het Spitsbergen, omwille van, nu ja, de spitse bergen. Lang was deze onherbergzame plek van niemand en van iedereen. Walvisvangst en mijnbouw lokten ondernemers en avonturiers. Nu zijn dat toerisme en wetenschappelijk onderzoek.

‘Gelieve je schoenen uit te trekken’, staat er bij de ingang van het hotel. Sneeuw, steengruis en modder blijven buiten. Als we ’s avonds zitten te eten in het fijne restaurant van ons hotel, kijk ik naar de kousenvoeten onder tafel. De mijne en die van iedereen. Het heeft iets nederigs. Ook schoenen uit bij de toeristische dienst, het museum en het kerkje. In de Svalbard Kirke brandt altijd licht, je kan er 24/7 terecht en er staat een opgezette ijsbeer. Er is ook een bibliotheek met leessalon, waar je koffie of thee kan nemen. Een behaaglijke en kleurrijke oase.

Kleurrijk ook de uniforme, kazerne-achtige huizen en gebouwen in Longyearbyen, bestand tegen het guurste weer. Roestbruin, vanillegeel, saffraangeel, pistachegroen, gletsjerblauw… Een vervanging voor de ontbrekende tuinen, bomen, bloemen? Op de parkings meer sneeuwscooters en quads dan auto’s.

Elise legt uit wat voor haar het verschil maakt. ‘We volgen het wereldnieuws slechts van ver,’ zegt ze. ‘Het nieuws voor ons, dat is wat hier gebeurt. Het samenhorigheidsgevoel is groot, we zorgen voor elkaar.’ Sinds 1920 hoort Spitsbergen bij Noorwegen maar in 2002 kreeg het een bestuursvorm met grote autonomie voor gemeenteraad en Sysselmann (gouverneur). Want er zijn bijzondere wetten nodig om van deze gemeenschap in een vijandige omgeving een veilige plek te maken. Ijsberen, sneeuwstormen en ijs zijn hier echt.

Elise vertelt. ‘Het leven is duur, je betaalt gemakkelijk 1.500 € per maand voor de huur van een appartementje. Maar je kan ook goed geld verdienen. Het donker van het donkere seizoen? Valt wel mee, sneeuw en ijs geven ook licht, weet je. En er is het noorderlicht…’

Iemand spot beluga’s. Traag stuurt de kapitein de boot die richting uit, maar de witte walvissen zwemmen weg. Het aantal waarnemingen van pooldieren wordt met krijt op een bord genoteerd. 21 staat er bij beluga. 136 bij walrus. Dat deze terug talrijk aanwezig zijn in Spitsbergen zagen we gisteren in de Isfjord, tijdens een walrussafari.

Bij het woord polarbear geen getal. Wel vier krijtstreepjes… Onze gids is dan ook gewapend als we aan land gaan om Pyramiden te bezoeken. Deze verlaten Russische mijnsite waar ooit 1000 mensen werkten en woonden lijkt wel een filmdecor…Wie bereid was om hier te komen werken, werd niet alleen vet betaald, maar kreeg ook een verzorgd verblijf met sporthal, zwembad, cinema, feestzaal en goed restaurant.

De Polargirl vaart tot vlak bij de rand van de Nordenskiöldbreen, ijsschotsen drijven knisperend langs. Elise wijst met een breed gebaar naar de bergen en het metershoge ijs. ‘Kijk toch hoe mooi dit is!’

Even later stopt het schip. Elises man en de twee toeristen worden met een bijboot opgehaald, een hartverwarmend weerzien volgt.

’s Avonds lig ik languit in het warme bad van onze hotelkamer en genietend van deze luxe die wij aan boord niet hebben, kijk ik terug op de voorbije dagen. Hoe kort ook, proeven van Svalbard is intens. Een archipel van contrasten is het, met een bar klimaat, uitzonderlijke natuur, maar ook exclusief toerisme en bijzondere mensen die hier hun geluk komen zoeken…

Ver-weg-gevoel in het noordelijke Finnmark

‘Han har ydet der norske polar-expeditioner større & værdifullere tjenester enn noen annen mann.’

Hij bewees de Noorse poolexpedities grotere en waardevollere diensten dan om het even wie.’ Het zijn woorden van Roald Amundsen, zowat de beroemdste aller poolreizigers. En met die woorden heeft hij het over Adolf Henrik Lindstrøm. Die werd in 1866 in Hammerfest geboren en zijn  standbeeld prijkt op de kade bij de haven. Zijn functie? Kok…

4 – 8 juli 2022

Hammerfest ligt in de provincie Finnmark, de noordelijkste provincie van Noorwegen. Die is anderhalve keer zo groot als België en er wonen 75.000 mensen… In onze vaargids wordt het stuk vaarwater van Tromsø tot de Noordkaap als volgt omschreven: ‘The scenery and conditions become increasingly daunting once the border with Finnmark has been crossed… Although there can be prolonged periods of fine weather, conditions can change rapidly.’

Het woord ‘daunting’ moet ik even opzoeken. ‘Beangstigend’ is wat ik vind…

Maar we hebben het weer mee, fris, droog en zonnig. Bruut is het steile landschap, met schrale bergen met nog flink wat sneeuw erop. En er is iets met het licht. Het is intens, glanzend en heel erg blauw. Via een tussenstop in Seglvik, desolaat haventje waar de enige twee levende zielen die we ontmoeten geen Engels spreken, en een flinke tocht langs nog meer besneeuwde bergen, eilanden en diepe inhammen komen we ruim 120 mijl verder, aan in Hammerfest!

De stad die op 70° noorderbreedte ligt, heeft een wat kazerne-achtige uitstraling, met stijlloze woonblokken en verlaten straten. Er is een soort jachthaven, maar de meeste boxen zijn te smal, en de boxen die niet te smal zijn, zijn ingenomen of hebben een bordje Privat. Enige afmeermogelijkheid is de kade in het midden van de haven. Maar het grootste deel is er gereserveerd voor de hurtigbåt (snelle ferry), de ambulans (ambulance-boot) en de redningsselskapet, (reddingsdienst). We kunnen enkel langszij bij Kerpa, een Zweedse Amel die we eerder in Reine en Tromsø ontmoetten. Het stel doet elke dag uitgebreide fitness oefeningen aan dek.

In Hammerfest, dat blijft volhouden de noordelijkste stad van de wereld te zijn, struikel je over de ijsberen, al komen die hier al lang niet meer voor.

En, wat weggestopt in een hoekje, is er een verrassende dienst voor toerisme. Niet alleen kan je er gezellig snuisteren in het museum over de geschiedenis van en het leven in het poolgebied, ook The Royal and Ancient Polar Bear Society is er ondergebracht. Te mooi om te laten liggen vinden wij en maken onze boot lid van deze illustere ijsberenclub.

In het knoddige museumpje speelt kok Lindstrøm een hoofdrol. Hij verstond als geen ander de kunst om met het weinige dat tijdens barre poolexpedities voorhanden was, toch zó te koken dat de bemanning gezond bleef. Bevroren bessen bijvoorbeeld zorgden voor vitamines om de gevreesde scheurbuik te voorkomen. Niet alleen zijn kookkunst was legendarisch, hij beschikte ook over een geweldige joie de vivre. Eten en vrolijkheid hielden de mannen fit en hun moraal hoog.

Iemand vraagt me hoe het met bevoorraden zit hier in het hoge Noorden. Verbazend goed moet ik zeggen, als ik denk aan Lindstrøm die een ijsbeer moest neerleggen om zijn bemanning een stuk vlees voor te kunnen zetten. Bakkers of beenhouwers vind je niet in deze afgelegen gemeenschappen maar de supermarkten zijn goed gesorteerd. Het aanbod fruit en groenten is beperkter dan wij gewoon zijn, soms van matige kwaliteit wegens grotendeels ingevoerd en duur. Maar er is een ruime keuze aan diepvriesproducten en dat is wel handig. Wij hebben geen diepvries aan boord, maar in de koelkast ontdooien bevroren voedingswaren traag en houden het koelvak ook fris. Ik houd steeds voldoende voorraad voor zeven tot acht warme maaltijden.

Nog even terug naar dat ‘daunting’. Behalve ‘beangstigend’ kan dat ook ‘indrukwekkend’ betekenen. Of ‘overweldigend’. En dat is de natuur hier zeker en vast, vooral in onze volgende afmeerplek, een verlaten baai tegenover het eiland Reinøya, Rendiereiland. Ooit stond hier een visfabriek, maar daar is niets van overgebleven, op wat vervallen huizen, schroot en een krakkemikkig ponton na. We vinden het net stevig genoeg en meren er af. Aan de overkant ligt een kajak op het strand, iets verderop staat een tentje. Vanop het gammele ponton staart een bizar houten mannetje ons aan. Een kudde rendieren tjokt voorbij, schrale grassprieten grazend…

Van frustratie naar zen: ankeren in Kjelbotn, Landegode

67°25’N 14°24’E – 16 juni 2022 – Landegode, een eiland 10 mijl ten noorden van Bodø

Wie mijn schipper kent, weet het, een dikkerd is het niet. En zijn stemvolume, dat is recht evenredig met zijn omvang. Beperkt. En dan is daar nog dat fenomeen dat menig zeiler wel zal herkennen. Iemand staat vooraan bij de boeg en wil iets duidelijk maken aan degene die achteraan bij het roer staat. Heel vaak wijst de persoon vooraan niet alleen naar datgene waar hij het over heeft, hij of zij draait ook hoofd én stem in die richting en niét naar achter. Zelfs als hij of zij daarbij de stem verheft blijft het verspilde moeite. Onhoorbaar achteraan. En je hoeft daar geen 50 voeter voor te hebben… Je zou om te beginnen altijd je hoofd naar de ander moeten richten zodat je stem alvast de juiste kant uit gaat. Maar dan nog. Als er veel wind staat en die zit in de foute richting, worden de woorden weggeblazen. Als bovendien de motor draait én de persoon achteraan een muts op heeft en misschien ook nog de kap van zijn of haar zeiljas daarover heeft getrokken, dan staat dat gelijk met potdoof zijn. En dan is de grens van frustratie dichtbij. En wordt er veel en nutteloos over en weer geroepen, met alleen maar meer frustratie tot gevolg. Bij het ankermanoeuvre is communicatie belangrijk en heb je altijd een situatie met iemand vooraan en iemand achteraan. We proberen onze communicatie te verfijnen met handgebaren, maar helemaal goed gaat dat niet. Vaak zie ik mijn schipper vooraan wapperen met zijn hand en is het onduidelijk wat het betekent.

Ooit zagen wij een stel afmeren waarbij ze communiceerden via headsets. Toen ik het zag, leek het me gadget-achtig en overdreven. Maar bij nader inzicht is het geniaal. Nee, hier in Noorwegen vinden we niet meteen zo’n soort headset, ook wel portofoon genoemd. Maar wat we wel hebben, is een setje walkie talkies, ooit gekocht, nog nooit gebruikt. We stoppen er batterijtjes in en testen ze. En hier in Kjelbotn, een ankerbaai op het eiland Landegode, gaan we ze voor het eerst uitproberen.

Bij het binnenvaren voel ik een zweem van ontgoocheling. De baai ziet er een tikje saai uit. Er is een ponton maar het is niet duidelijk of dit privé is of niet. Midden in de baai ligt een eilandje en ankeren kan aan beide zijden ervan. We proberen stuurboord, maar dat ziet er al helemaal saai uit. We keren terug en proberen bakboord. En dan zie ik het, een kleine strook hagelwit zand. Een soort dammetje. Ankeren voor een wit strandje, laat ons dat doen!

We nemen de walkie talkies er bij. Helemaal ideaal is het niet, want je hebt je handen nodig om te sturen en gas te geven, maar toch. Zonder stemverheffing of frustratie ankeren we, in relatieve zen-modus…

Na het avondeten peddelen we met de bijboot tot aan het strandje, dat met het opkomende water beetje bij beetje kleiner wordt. Het is intussen al ruim over elf. We slepen de boot ver genoeg op het zand zodat we nog de tijd hebben voor een korte wandeling.

Ik had weer maar eens gehoopt op uitzicht op de middernachtzon, maar mistige wolken en bergen belemmeren het uitzicht. Maar dan wringt de zon zich door het wolkendek en ineens baadt de hele baai in een bevreemdend licht. Zo ongewoon dat het haast onecht lijkt te worden, een beetje zoals een jaren ’30 kitscherig filmdecor uit lang vervlogen tijden. De saaie grijzen worden nu elegante tinten groen, blauw, zelfs roze en purper. Een soort magie vindt plaats. Oranje wolken nestelen zich soepel rond de bergtoppen, komen en gaan en zorgen voor een adembenemend schouwspel tot lang na middernacht.

Onderschat nooit een ankerplek, soms laat die zich pas na een tijdje van haar mooiste kant zien… En morgen, morgen varen we 40 mijl verder, naar de overkant van de Vestfjord, naar de Lofoten!

‘Skjærgårder’, trollen en een gletsjer. Helgeland.

5 tot 11 juni 2022

Er was eens een bevallig trollenmeisje dat Lekamøya heette. Op een maanverlichte nacht ging ze samen met haar zes zusjes baden in zee. Maar dat had vreselijke reuzentrol Hestmannen gezien… In vuur en vlam snelde hij naar het zuiden, hij moest en zou Lekamøya hebben. Angstig sloegen de meisjes op de vlucht maar ze waren snel buiten adem en vielen uitgeput neer. In haar eentje haastte Lekamøya zich verder. De bergkoning, haar engelbewaarder, had alles in de gaten. En toen Hestmannen uit colère pijl en boog bovenhaalde, kwam de bergkoning in actie. Hij gooide zijn hoed de lucht in, de pijl ging er dwars doorheen en redde Lekamøya. Precies op dat moment kwam de zon op. Trollen verdragen geen zonlicht en het hele strijdtoneel veranderde op slag in steen. Lekamøya werd het eiland Leka, de zusjes de bergketen Syv Søstre op het eiland Alsten en Hestmannen het eiland Hesmanøya. En de hoed van de bergkoning, die werd het eiland Torget met daarop een berg, Torghatten. Het gat van de pijl, dat zit er nog steeds in. En daar zeilen wij nu naar toe…

Het is koud maar mooi zeilweer als we vertrekken uit Rørvik. Op hetzelfde moment varen nog twee boten uit, een Nederlandse catamaran en de rode Noorse Koopmans, Anna. De kust van Helgeland strekt zich uit van Rørvik tot Bodø. In vogelvlucht is dat 164 mijl, in het echt een veelvoud aan mogelijke vaarmijlen… Er zijn fjorden, eilanden, bergen, een gletsjer, de Poolcirkel en eindeloos veel zeil- en afmeeropties.

Onze reis is niet uitgestippeld. We plannen elke volgende tocht onderweg, dag na dag… Daarvoor putten we, behalve uit bijbel Norway van Judy Lomax, ook inspiratie uit de digitale Norwegian Cruising Guide. In die vaargids, met veel foto’s geïllustreerd, valt me ineens wat op. Ik stoot Las aan en wijs op een foto: ‘Kijk, dat is toch de Anna? En dan wijs ik achter ons, ‘Kijk, daar vaart ze!’ Scrollend door het boek zie ik de rode Koopmans nu op meerdere foto’s, vaak in ankerplekjes om bij weg te dromen. Wel verdraaid. De man die ons eergisteren aan een ligplaats hielp in Rørvik en daarna nog een praatje kwam slaan, blijkt één van de auteurs te zijn van de vaargids…

De hoed van de bergkoning hebben we gezien. Het was een straffe wandeling en in het reuzegrote gat tochtte het verschrikkelijk. Bij terugkeer worden we verrast door een kort moment met heel bijzonder avondlicht.

Onze volgende keuze wordt ankerplek Hjartøya, omdat je er zo’n mooi zicht hebt op de bergketen Syv Søstre, de zeven zussen. Hoe klonk het nu weer in die mythe? Lekamøya versteende tot het eiland Leka en haar zes zussen tot de machtige bergketen. En toch heten die de zéven zussen? Noorwegen verwart wel meer. We verdwalen voortdurend op de kaarten en raken de kluts kwijt bij de namen. Wat dacht je van Borgundøya, Borgarøya, Bjorøyna, of Bjarkøya? Of van verschillende eilanden met dezelfde naam?

Rodøya, bij voorbeeld, daar zijn er twee van. Op één ervan een berg in de vorm van een leeuw, Rodøyløva. Vanop de ankerplek tussen Renga en Hansøya, onze derde keuze hier in Helgeland, kijk je er op uit. Net voor we hier aankwamen, zeilden we de Poolcirkel over, bij het eiland Vikingen, 66°32’N 12°58’E. Daar klinken we op wanneer we later, na een verkennend rondje aan land, prinsheerlijk achter ons anker liggen. ’s Avonds vaart een boot de ankerplek in. Kijk eens aan, het is de Anna! We zwaaien en nodigen de schipper uit voor een biertje. En maken kennis met Hans Jakob Valderhaug. Die hier wel elke archipel, elke skjærgård (spreek uit als sjaargoor) lijkt te kennen…

Het waw-gehalte blijft toenemen. Met als hoogtepunt misschien wel de Svartisen gletsjer in Holandsfjorden. Aan de Engen Gjestebrygge, aan het eind van de fjord, is plaats voor zes boten. We komen er toe als zesde boot en zesde nationaliteit. Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannie, de VS, Zwitserland en België liggen hier knusjes bij elkaar. Met frontaal zicht op de gletsjer… Waaide het overdag nog pittig in de fjord, ’s avonds verandert het water in een glasharde spiegel. Om 3:00 ’s nachts is het nog 3°C maar donker wordt het niet meer…

De volgende dag trekken de meeste boten alweer verder en komt er ook een nieuwkomer bij. Wij maken de sublieme wandeling tot vlak bij het gletsjerijs. Mijn fototoestel gaat in overdrive…

Op onze laatste ankerplek, Røssøya blijf ik op tot lang na middernacht. Magisch om zien hoe de zon tussen twee heuveltjes zakt, er blijft hangen en… weer opgaat. Trollen zullen we niet zien…