‘Skjærgårder’, trollen en een gletsjer. Helgeland.

5 tot 11 juni 2022

Er was eens een bevallig trollenmeisje dat Lekamøya heette. Op een maanverlichte nacht ging ze samen met haar zes zusjes baden in zee. Maar dat had vreselijke reuzentrol Hestmannen gezien… In vuur en vlam snelde hij naar het zuiden, hij moest en zou Lekamøya hebben. Angstig sloegen de meisjes op de vlucht maar ze waren snel buiten adem en vielen uitgeput neer. In haar eentje haastte Lekamøya zich verder. De bergkoning, haar engelbewaarder, had alles in de gaten. En toen Hestmannen uit colère pijl en boog bovenhaalde, kwam de bergkoning in actie. Hij gooide zijn hoed de lucht in, de pijl ging er dwars doorheen en redde Lekamøya. Precies op dat moment kwam de zon op. Trollen verdragen geen zonlicht en het hele strijdtoneel veranderde op slag in steen. Lekamøya werd het eiland Leka, de zusjes de bergketen Syv Søstre op het eiland Alsten en Hestmannen het eiland Hesmanøya. En de hoed van de bergkoning, die werd het eiland Torget met daarop een berg, Torghatten. Het gat van de pijl, dat zit er nog steeds in. En daar zeilen wij nu naar toe…

Het is koud maar mooi zeilweer als we vertrekken uit Rørvik. Op hetzelfde moment varen nog twee boten uit, een Nederlandse catamaran en de rode Noorse Koopmans, Anna. De kust van Helgeland strekt zich uit van Rørvik tot Bodø. In vogelvlucht is dat 164 mijl, in het echt een veelvoud aan mogelijke vaarmijlen… Er zijn fjorden, eilanden, bergen, een gletsjer, de Poolcirkel en eindeloos veel zeil- en afmeeropties.

Onze reis is niet uitgestippeld. We plannen elke volgende tocht onderweg, dag na dag… Daarvoor putten we, behalve uit bijbel Norway van Judy Lomax, ook inspiratie uit de digitale Norwegian Cruising Guide. In die vaargids, met veel foto’s geïllustreerd, valt me ineens wat op. Ik stoot Las aan en wijs op een foto: ‘Kijk, dat is toch de Anna? En dan wijs ik achter ons, ‘Kijk, daar vaart ze!’ Scrollend door het boek zie ik de rode Koopmans nu op meerdere foto’s, vaak in ankerplekjes om bij weg te dromen. Wel verdraaid. De man die ons eergisteren aan een ligplaats hielp in Rørvik en daarna nog een praatje kwam slaan, blijkt één van de auteurs te zijn van de vaargids…

De hoed van de bergkoning hebben we gezien. Het was een straffe wandeling en in het reuzegrote gat tochtte het verschrikkelijk. Bij terugkeer worden we verrast door een kort moment met heel bijzonder avondlicht.

Onze volgende keuze wordt ankerplek Hjartøya, omdat je er zo’n mooi zicht hebt op de bergketen Syv Søstre, de zeven zussen. Hoe klonk het nu weer in die mythe? Lekamøya versteende tot het eiland Leka en haar zes zussen tot de machtige bergketen. En toch heten die de zéven zussen? Noorwegen verwart wel meer. We verdwalen voortdurend op de kaarten en raken de kluts kwijt bij de namen. Wat dacht je van Borgundøya, Borgarøya, Bjorøyna, of Bjarkøya? Of van verschillende eilanden met dezelfde naam?

Rodøya, bij voorbeeld, daar zijn er twee van. Op één ervan een berg in de vorm van een leeuw, Rodøyløva. Vanop de ankerplek tussen Renga en Hansøya, onze derde keuze hier in Helgeland, kijk je er op uit. Net voor we hier aankwamen, zeilden we de Poolcirkel over, bij het eiland Vikingen, 66°32’N 12°58’E. Daar klinken we op wanneer we later, na een verkennend rondje aan land, prinsheerlijk achter ons anker liggen. ’s Avonds vaart een boot de ankerplek in. Kijk eens aan, het is de Anna! We zwaaien en nodigen de schipper uit voor een biertje. En maken kennis met Hans Jakob Valderhaug. Die hier wel elke archipel, elke skjærgård (spreek uit als sjaargoor) lijkt te kennen…

Het waw-gehalte blijft toenemen. Met als hoogtepunt misschien wel de Svartisen gletsjer in Holandsfjorden. Aan de Engen Gjestebrygge, aan het eind van de fjord, is plaats voor zes boten. We komen er toe als zesde boot en zesde nationaliteit. Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannie, de VS, Zwitserland en België liggen hier knusjes bij elkaar. Met frontaal zicht op de gletsjer… Waaide het overdag nog pittig in de fjord, ’s avonds verandert het water in een glasharde spiegel. Om 3:00 ’s nachts is het nog 3°C maar donker wordt het niet meer…

De volgende dag trekken de meeste boten alweer verder en komt er ook een nieuwkomer bij. Wij maken de sublieme wandeling tot vlak bij het gletsjerijs. Mijn fototoestel gaat in overdrive…

Op onze laatste ankerplek, Røssøya blijf ik op tot lang na middernacht. Magisch om zien hoe de zon tussen twee heuveltjes zakt, er blijft hangen en… weer opgaat. Trollen zullen we niet zien…

Helgeland is van een absolute grootsheid, zelfs ons zuinige proeven was overweldigend. De mogelijkheden zijn eindeloos, van beschutte routes binnendoor, tot gewaagdere tochten buitenom. Er zijn ankerplekken, afmeerpontons of haventjes. En ik heb al heel wat genoteerd voor op de terugweg. Vega, Træna, Lovund, Myken, Dønna, Leka, … Ze nu nog terugvinden op de kaart…

Ontmoeting in Trondheim

Een bladwijzer is een handig ding. Zeker in een vaargids die je langs een kust loodst die in totaal, alle fjorden, baaien én omtrekken van eilanden inbegrepen, 54.490 mijl of 100.916 km beslaat. Jawel, je leest het goed. De kustlijn zónder fjorden, baaien of eilanden is 1.367 mijl lang, ofwel 2.532 km. Snel de juiste pagina terugvinden is hoe dan ook aangenaam. De bladwijzer die daar nu, hoofdstuk V bladzijde 176,  dienst voor doet, is een visitekaartje. Roald Iversen, staat er op. Er staat ook een zeilboot op. Niet zijn zeilboot. Die heet Jazz en ligt in de haven van Trondheim. Roald was adjunct professor theologie en is nu met pensioen. In lange winters vertaalt hij jazz-nummers in het Nynorsk, vandaag hielp hij ons met afmeren. Hij steekt zijn bewondering voor onze boot niet onder stoelen of banken en in de paar dagen dat we hier liggen slaan we meer dan één praatje met hem. 

29 mei 2022. Onze tocht van Håholmen naar Trondheim begint woelig. We moeten Hustadvika voorbij, nog maar eens een berucht stuk kust waar de open zee vrij spel heeft. En wij alle kanten op gewipt worden als op een kermisattractie. Maar van zodra we de Trondheimsleia opvaren met eilanden aan weerszijden wordt alles terug rustig. Het weer klaart op en onder een heerlijke lentezon varen we nu langs lage rotsen met in de verte besneeuwde bergen. Het doet me denken aan de fantastische landschappen op de achtergrond van middeleeuwse schilderijen. Bijbelse bergen. Ik maak veel foto’s maar weet nu al dat deze immensiteit niet te pakken is.

Onderweg ankeren we op een magisch plekje. Hammarneset. Verlaten inham, steile hellingen met dennenbossen, gelige rotsen. Als de zon zakt danst de reflectie van het water op de rotswand die steeds mooier kleurt in het avondlicht. Heel bijzonder is de vloedlijn met zijn rand van donkergroene wieren die ontdubbeld wordt in het water. Ik zie dikke bloemmotieven, en wollige vissen.

De geschiedenis van Trondheim, die begint bij beruchte Viking Olav Tryggvason die zich op zijn plunderend pad tot het Christendom bekeert. Bij zijn terugkeer naar Noorwegen wordt hij koning en legt dit nieuwe geloof op, met geweld waar nodig. Zijn opvolger Olav II gaat nog driester tekeer en bekoopt dat met zijn leven. Olav II wordt Heilige Olav en beschermheilige van Noorwegen, en Trondheim een bedevaartsoord. Pelgrims komen van overal naar de Nidaros domkirke, een indrukwekkende kathedraal. Vandaag is Trondheim een levendige stad, met veel studenten, gerestaureerde houten pakhuizen met hippe winkels en koffiebars. Door de stad slingert zich de Nidelva rivier.

We zijn met de fietsjes op pad om Trondheim te ontdekken en hebben in het erg toeristische bezoekerscentrum twee kaartjes gekocht om de kathedraal te bezoeken. Gotische bogen reiken ambitieus hoog richting hemel, glasramen imponeren met intense kleuren. Het is veel, het is overdonderend. Een priester draagt een mis op voor een paar toehoorders maar de sereniteit ervan wordt overstemd door een gids die, -in middeleeuws kostuum- simultaan een groep toeristen te woord staat. De stem van de laatste galmt het meest… Nidaros Domkirke, groots en een tikje te luid.

Niet veel verder staat er nog een kerk. De Vår Frue Kirke, of Onze Lieve Vrouwekerk. Ze oogt sober en een stuk bescheidener dan de kathedraal en ik ben benieuwd naar het interieur. Maar het eerste wat me bij het binnenkomen treft is de warme geur van koffie. En versgebakken wafels. Ik zie een groep wat haveloos uitziende mensen verspreid aan tafeltjes zitten, enkelen spelen een partijtje schaak, iemand begint iets voor te dragen van achter een microfoon. Een paar dames staan gezellig kletsend af te wassen in een geïmproviseerde keuken. Men zegt dat Noorwegen het rijkste land van Europa is. Of dat waar is weet ik niet. Maar wat zeker is, is dat ook een welstellende maatschappij als deze haar schaduwzijde heeft. En die zit hier in deze kerk. Ik voel me een indringer in deze cocon van belangeloze naastenliefde en haast me, een beetje verward, de kerk uit.

1 juni 2022. We varen de Trondheimfjord uit. Gisteren was het warm, bijna zomers zwoel zelfs. Vandaag begon met regen, nu breekt de zon alweer met geweld door blauwe wolken. Fjord, bergflanken, lucht, alles krijgt een vreemde, blauwe gloed. Later op de avond wanneer we achter ons anker dobberen, merken we dat het hier niet meer echt donker wordt. Niet donker, maar blauw.

In onze vaargids het visitekaartje van Roald. En notities van leuke plekjes die we volgens hem niet mogen overslaan op onze tocht noordwaarts. ‘Iedereen wil naar de Lofoten, zei hij nog, maar vergeet vooral Helgeland niet, het is een schitterend vaargebied…’

‘Aú!’, klinkt het achter me, terwijl ik in het reddingsvlot tuimel…

12 en 13 maart 2022. Een beetje humor kan geen kwaad. Zeker niet wanneer we ons gaan verdiepen in ‘worst case scenario’s‘ aan boord van een zeilboot… Samen met vijf andere stellen nemen we deel aan het Offshore Safety Weekend van RS Medical Sailing. Zelfredzaamheid, EHBO en reddingsvlotsimulaties staan op het programma. Het is middag en we zijn in het zwembad, twee reddingsvlotten dobberen rond en wij oefenen. ‘Mocht ik bewusteloos zijn…’, grap ik, ‘…zou je me écht niet aan boord van het reddingsvlot kunnen krijgen?’ Dat is wat onze lesgever, arts en zeiler Rob Sijbers, beweert. Ik drijf op mijn rug, dik en rood is het onhandige zwemvest. Ik speel voor bewusteloze drenkeling. Las zit al in het reddingsvlot en haakt zijn armen onder mijn oksels om me over de rand het vlot in te trekken. Het is moeilijk. Het lijkt niet te lukken. Maar dan voel ik me toch over de rand schuiven tot ik achterwaarts het vlot in tuimel. ‘Aú!’ Las ligt achter me. Hij is net door zijn rug gegaan…

We zijn inmiddels twee sessies bij de chiropractor en een hoop brufens verder en de rugpijn is geweken. Het is maar één van de hindernissen op weg naar de vrijheid..

Zo word ik ineens uit het niets wekenlang geplaagd door een hardnekkige ontsteking van de schildklier. Gelukkig wijzen bloedonderzoek, echo en scan uit dat er niets mis is met de werking ervan, maar de genezing gaat traag. En al die tijd voel ik me niet zo fit, terwijl er nog zo veel te regelen valt. Begin april vertrekken voor een zeilreis van enkele maanden naar Noorwegen, gaat dat lukken?

Ik begin meer en meer lijstjes te maken. Ik pieker me suf over wat we nog nodig hebben. Nodig zoúden kúnnen hebben. Ik scrol door forums en blogs maar de vaak goedbedoelde adviezen krijgen een averechts effect. ‘Zijn we wel genoeg voorbereid?’, piept een stemmetje aanhoudend in mijn hoofd. Ik probeer die vervelende gedachte van me af te schudden, ik moet relativeren. Toch begin ik, nu het nog kan, halsoverkop steeds meer spullen online te bestellen. En we willen vooral onze boot terug in Nieuwpoort. Want die staat nog steeds in de loods in Kats, Zeeland.

Haar romp kreeg een schoonheidsbehandeling. Waar oude verflagen minder goed hechtten, was corrosie traag gaan woekeren en lelijke, wrat-achtige bultjes ontsierden de lak. Die werden weggeschuurd en behandeld. De houten stootlijst ging van de romp en werd geschuurd. En ten slotte kreeg ze een nieuwe strakke glanzende laklaag. Ook had corrosie meerdere schroeven in de voetlijst aangetast, tot de koppen eraf vielen. Alle onthoofde schroeven werden verwijderd en vervangen. De bevestiging van het anker werd verbeterd.

Wij gingen ook regelmatig naar de werf om te klussen. Vernissen, onderwaterschip schuren, antifouling aanbrengen, inox polishen.

En dan was er nog een giga-klus. We lieten de hele elektronica op orde brengen. Grotere accu’s, straffere dynamo, betere omvormer, 5G antenne, nieuwe gps antenne, nieuwe Raymarine instrumenten, de bedrading ‘opruimen’ en ga zo maar door.

24 maart 2022. De boot kan het water in, een week later gaan de zeilen er op. Rias Wisse werkt de elektronica af.

Een week voor de geplande terugtocht naar Nieuwpoort rijden we nog een laatste keertje naar Kats. Al bij het parkeren ziet Las het. Er zit een kras in de boot. Een kras. In de nieuwe strakke lak. Nog voor wij een mijl met onze boot hebben gevaren is er al iemand tegenaan gevaren! Ik kan wel huilen. Maar april is topseizoen op de bootwerf en voor het professioneel uitpolijsten van de de kras is nu geen tijd. Wat we niet kunnen oplossen, moeten we maar verdragen…

En dan, met het vertrek bijna in zicht, test onze scheepselektronicus positief op corona en schuift de afwerking van de elektronica nog een weekje op… Maar ook dat gaat voorbij en op 12 en 13 april varen we via Veerse Meer, Kanaal door Walcheren en Noordzee terug naar Nieuwpoort.

‘Check je even de berichten van de stormvloedkering?’ vraagt Las onderweg. Tadaaaa! Binnenvaren in Nieuwpoort kan nu wel, maar over een week gaat de havengeul voor tien dagen hermetisch dicht omwille van het plaatsen van een enorme betonnen drempel. Vluchten naar Oostende dan maar.

En dan… Dan is daar de állerlaatste hindernis. De wind. Die blijft hardnekkig uit het noorden waaien. Elke dag bekijk ik het weerbericht. Meerdere weerberichten. Maar het verdict is onverbiddelijk. Noorwegen is niet bezeild*…

*niet bezeilde koers

Woelig water

30 juli 2021

“Als we niet meer werken, gaan we dit niet meer doen, hee?”

“Beloofd?”

“Beloofd…”

23 december 2021

Ik sluit mijn pc en de deur van mijn kantoor. Voor altijd… De collega’s zwaaien me uit. Er zijn bloemen en cadeau’s. We lachen en wenen. Klinken en zingen. Als ik thuiskom is het warrig in mijn hoofd. Zo warrig als afgelopen zomer, eind juli.

Vijf maand eerder – 28 juli 2021

De Elbe stroomt hard. We spoelen naar zee, waar de realiteit de weerberichten helaas bevestigt. De wind zit tegen. En stroom méé, dat is maar voor enkele uren. En dan gaat die hele Noordzee de andere richting uit, en wij er tegenin. Ja, ja, we wisten het wel, maar als je er middenin zit, is het zo echt als wat. En dan zijn het geen cijfertjes, pijltjes of kleurtjes meer op een weerkaart op een schermpje. Een schermpje dat je lichtjes schuin voor de zeekaart houdt, in de hoop dat het héél misschien nét nét bezeild zal zijn… Niet dus. Als het tegen zit, zit het tegen. En waait je muts je bijna van de kop…

Knokken wordt het, die tocht naar huis. Knokken. 300 mijl lang. Maar toch vinden we dat het moet…

Het contrast met de voorbije weken is groot. Na onze idyllische vakantiedagen op het eiland Samsø volgt een haast nog idyllischer passage op het piepkleine eilandje Omø.

Ook in Bagenkop ten slotte, het zuidelijke puntje van het eiland Langeland, laat de Deense zomer zich van haar mooiste kant zien. Het is onze laatste stop in Denemarken, we genieten.

Zelfs de saaie passage door het Noord-Oostzeekanaal krijgt nog een romantisch kantje. Bij windstil weer en volle maan overnachten we er op anker in Flemhuder See, een zijarm van het kanaal.

En zo belanden we in Cuxhaven, de laatste haven vooraleer we de terugtocht aanvatten… De weerberichten liggen dwars, maar we vinden dat het niet met kiezen is…

Hier en nu – 23 december 2021

Mijn laatste werkdag. Ik rijd de parking af. Achter mij zie ik hoe de kerstverlichting een warme gloed geeft aan het kantoorgebouw. Dit was het dan…

Toen we -ik weet eigenlijk niet meer precies wanneer- het besluit namen om het roer van ons leven om te gooien, was dat nog maar een voornemen, niet méér dan een vaag plan. Beetje bij beetje kreeg het vorm. Kleiner gaan wonen, boot optimaliseren, werk opzeggen… Dat laatste kondigde ik bij het begin van dit jaar aan. Maandenlang was het een abstracte gedachte. Maar nu, nu is het realiteit. En dat voelt een beetje als die terugtocht Cuxhaven – Nieuwpoort. Verwarrend en wild.

Ik kijk nog éénmaal achterom.

De Noordzee laat ons haar krachten voelen. Wanneer het enerverend traag gaat en er geen einde lijkt te komen aan het windmolenpark ten noorden van het Duitse Waddeneiland Borkum ben ik het hartsgrondig beu. We beloven mekaar dat we dit niet meer zullen doen. Nooit meer. Dat we -eens we niet meer zullen werken- gaan wachten op geschikte weervensters. Altijd. Maar nu nog even niet. Nu willen we nog terug zijn op het tijdstip dat we hebben beloofd. Las voor zijn patiënten, ik voor mijn collega’s…

Pas ter hoogte van Westkapelle, Zeeland, is de koers bezeild. Murw gemept varen we laatste mijlen op één oor naar Nieuwpoort, onze thuishaven. De volgende dag zit ik op kantoor.

Kerst 2021

We slaan een bladzijde om en beginnen aan een nieuw hoofdstuk.

De boot staat al weken in winterberging in Kats, Zeeland. Na de winter varen we haar terug. Als de werkzaamheden afgerond zijn. En… als de wind goed zit.

Een meeuw aan boord. Grenå en het eiland Samsø.

Grenå

Traag roeit een man over de rivier. Langs het riet roeit de man. Van de rivier gaat het naar de zee en van de zee naar de haven. Een beetje zoals in Melopee van Paul van Ostaijen, maar dan anders. In de boot zit ook een vrouw, naast haar ligt een groot pak. De man roeit de haven in.

De man, dat is mijn schipper. Had hij de benzine van het motortje tijdig bijgevuld, dan was hij nu niet aan het roeien geweest. De vrouw, dat ben ik. En in het pak zit een houten meeuw.

De zeiltocht van 28 mijl van het eilandje Anholt naar Grenå, eerder die dag, was bijzonder omdat ze dwars door het uitgestrekte Anholt offshore wind farm was gegaan. En varen tussen windmolens, 111 in dit geval, in Denemarken mag dat.

In de haven van Grenå valt niet zo heel veel te beleven en dus trekken we er met de bijboot op uit. Het tochtje naar het oude centrum van Grenå, drie kilometer landinwaarts, begint idyllisch, langs rietkragen en onder lage bruggetjes door. Maar ook op een zwoele zomerse namiddag kun je dus zonder benzine vallen. En zo roeien we om beurten geduldig verder naar het stille stadje. In een verrassend knappe interieurzaak vergeten we even de terugtocht die ons te wachten staat en laten ons eensgezind verleiden tot de aankoop van een houten meeuw. We noemen hem Kay, naar zijn Deense ontwerper Kay Bojesen.

Aan de meeuw zit een veer. Maak je die vast aan het plafond dan danst de meeuw zachtjes op en neer. Wat gek, als ik hem vanuit een bepaalde hoek gadesla, zou ik zweren dat hij monkelend lacht…

Samsø

Ik ben jarig. Ik ben jarig en het miezert. Ik ben jarig, het miezert en we willen het eiland Samsø verkennen. Ik ben jarig, het miezert, we willen het eiland Samsø verkennen en mijn plooifiets heeft een platte band…

Gisteren zeilden we van Grenå naar het eiland Samsø. De tocht van 32 mijl was rustig begonnen, tot de beschutting van de kust wegviel, en wind en golven vrij spel kregen in het gebied waar de Grote Belt, de Kleine Belt en het Kattegat elkaar ontmoeten. Het werd pittig zeilen en na nog een woelige aanloop tussen zanderige ondiepten, ankerden we in de baai van Langør…

Als ik in Google Maps een fietshersteller zoek blijkt die op amper 200 m te zitten van waar we staan… Tegen sluitingstijd kan mijn fietsje hersteld zijn. Niet veel later rijd ik gezwind verder op de comfortabele huurfiets die ik voor de rest van de dag gratis mag gebruiken…

Het klaart op en na een lunch in het pittoreske Kirkeby fietsen we verder tot Issedhoved, dat op 15 km van de haven van Langør ligt. Het landschap op deze noordelijke top van het eiland is apart in zijn eenvoud. Bolle hellingen met kort droog gras, heideachtige planten en zoute bloemen in zachte kleuren. Beneden het strand.

Het aarzelende licht dat deels achter de wolken blijft haperen bedrijft poëzie met de kleuren van het moerassige gebied op de terugweg naar Langør. Traag fietsen we tussen een weelde van zachte grijzen, contrasterende groenen en witte spikkels van frêle bloempjes. Tegen de monotone lucht tekenen planten zich sierlijk af als kunstig kantwerk…

Ik ben nog steeds jarig, het regent al lang niet meer, de band van mijn fiets is hersteld en rondom mij gaan op alle boten van de ankerplaats de lichtjes branden. Ik knipoog naar Kay…

De zomer is weer helemaal terug als we de volgende dag 10 mijl zuidwaarts motoren naar Ballen, waar we, op ruime afstand van de volle jachthaven, ankeren voor het strand.

En hier krijgt mijn verjaardag een lekker staartje. Na een fietstocht tot Vesborg Fyr, de vuurtoren op de zuidpunt van Samsø, sluiten we de dag af met een heerlijke zeevruchtenschotel bij Værftet.

Kay, die gisterochtend nog instemmend knikte bij het zien van mijn verjaardagsontbijt, schudt nu streng het kopje als ik hem de belachelijke prijs van de nochtans eenvoudige fles wijn opbiecht. Ook dat is Denemarken…

Storm op Anholt

De haardroger gaat hoog in toeren en maakt daarbij een angstaanjagend geluid. Met een verbeten blik gaat de vrouw die bij het haar hoort haar kapsel te lijf. Het is een strijd op leven en dood. Dat haar lange blonde haren na jaren kleuren, te veel zon en te weinig knipbeurten al lang dood zijn maakt het er niet gemakkelijker op. Noch het product dat ze driftig door haar lokken kneedt, noch de loeiende haardroger zullen haar kapsel tot leven wekken. Maar ze geeft niet op.

Aan de andere wastafel staan twee jonge meisjes, poppenbeentjes, poppenlijfjes, poppengezichtjes. Maar ze zijn niet tevreden en druk in de weer met wattenstaafjes en oogschaduw in allerlei tinten blauw. Ondanks alle mogelijke filters stelt Instagram hoge eisen. Geconcentreerd keuren ze zichzelf en elkaar en kleuren verder.