Felle, Bretoense meiden. Île-de-Batz, Roscoff.

Île-de-Batz, ergens in de herfst van 1805.

Bleke mist hangt boven het eiland, het is vroeg in de ochtend.  Enkele Britse schepen naderen traag maar zeker het strand. Iedereen weet het. Weerloos zijn de vrouwen op Île-de-Batz wanneer hun mannen voor wéken of gaan vissen of ten oorlog zijn.

En dan priemt plots, zoals wel vaker op een herfstige dag, de zon door de ochtendmist. De zeelui schrikken zich een hoedje. In het verblindende tegenlicht ontwaren ze, op regelmatige afstand van elkaar, silhouetten van soldaten, bajonet in de aanslag. Daar hadden ze niet op gerekend, ze wenden de stevens en zeilen weg.

Opgelucht halen de vrouwen adem. Hun plannetje is gelukt! Enkel met hun coiffes of Bretoense mutsen en hun barattes of botertonnen hebben ze de Engelse kapers verschalkt!

Waar of niet, ik vind het een leuker verhaal dan het andere, veel bekendere van St-Pol-Aurélien die een slang-achtige draak verslaat en het eiland Enez Vaz of Île-de-Batz redt. We zijn hier in het knusse museum van de 44m ofwel 198 treden hoge vuurtoren op Île-de-Batz… We zijn in Bretagne!

Op dit juweeltje van een eiland zijn we gekomen met de overzet vanuit Roscoff.

En in Roscoff, daar zijn we zeilend gekomen vanuit Fécamp. En het mag gezegd, dat is een eind, bijna 200 mijl….

fullsizeoutput_8235

Dat was niet meteen het plan. Of beter gezegd, bij zonsopgang, bij het buitenvaren van Fécamp was er niet eens een plan.

We gingen gewoon érgens naar toe, het was zelfs voor ons nog een verrassing waar dat was…

Begrijp me niet verkeerd. Het is niet omdat er geen plan was, dat er geen opties waren. We hadden naar Cherbourg kunnen gaan. Of om Cap de la Hague heen en dan een poging wagen om te gaan overnachten in Alderney. Ik zeg ‘poging’ omdat we vernomen hadden dat de Channel Islands de versoepeling van de corona-maatregelen voor de UK niet volgden en vakantie houdende pleziervaarders er geweerd werden. Er was ten slotte ook nog de optie om, als het niet zou lukken om de stroom mee te pakken rond de kaap, gedurende de tegenstroom te gaan ankeren in een kleine baai vóór de kaap.

Maar we gingen goed, zelfs erg goed en het zag er in de loop van de middag naar uit dat onze niet getimede timing wel eens kon meevallen.  En zo kwam het dat we ons met de stroom mee om Cap de la Hague heen in de Race van Alderney lieten spoelen. Daar is het dan niet meer met kiezen, je zit in een sneltrein van water en kan alleen maar vooruit.

Al gauw werd duidelijk dat ankeren of een boei pakken in Alderney niét tot de opties behoorde. Over de marifoon op CH20 hoorden we onafgebroken waarschuwen dat de Channel Islands, de eilanden van the Bailiwick, absoluut niet toegankelijk waren. Alderney, Sark, Herm, Guernsey, Jersey, op slot. We hoorden hoe zeiljachtjes die iets te dicht naderden, opgeroepen werden om te polsen naar hun bedoelingen.

En zo komt het dat we gewoon doorvaren, de heerlijk zoete zomernacht in. De wind zakt weg, maar niet getreurd, traag motorzeilend malen we mijl na mijl. Tot in Roscoff…

Hier rond flanerend als echte toeristen komen we wel meer felle Bretoense meiden tegen. Er is de drukdoende dame die ons een flinke Far Breton serveert, halfweg de middag op Île-de-Batz, de dame van leeftijd die met kleurrijke schilderijen exposeert in l’Abri du Canot de sauvetage in het centrum van Roscoff, en ten slotte de flamboyante Myriam van de oester-en zeevruchtenbar Le Surcouf die haar zelfgemaakte vruchtenrum als toetje op de dessertkaart zet…

Na zo’n glaasje lijkt een tocht van 200 mijl een eitje…

 

Zeilplannen op een laag pitje…

22 maart 2020

Ik lig in het goudgele zand en kijk omhoog, blauwer dan blauw is de wolkenloze hemel. De lentezon verwarmt mijn wangen, ik sluit mijn ogen.

Achter de duinen ruist de zee, een strakke oostenwind jaagt over het strand.

Oostenwind. Ideale wind om de boot van Friesland terug naar Nieuwpoort te varen… Maar daar heeft het corona-virus een stokje voor gestoken.

Waren recreatiesporten al een week verboden in België, net als strand- en watersporten in de territoriale wateren, op vrijdag 20 maart zijn ook de landsgrenzen dicht gegaan. Lockdown light noemen ze het, lichtjes op slot… Je mag per auto enkel nog om boodschappen of naar de apotheker. Wandelingen en fietstochtjes mogen dan weer wel, maar enkel in de omgeving van je woning. Er zijn dus geen dagjesmensen aan zee, zelfs wie aan de kust een tweede verblijf heeft mag niet komen. Geen toerist te bekennen, nog nooit was het zo rustig aan de kust in het weekend…

Wat doet quarantaine met mensen vraag ik me af. Met mensen die gewoon zijn om vaak uit eten te gaan, elk weekend op uitstap willen, naar film, theater of musea, of dagelijks naar de fitness…?

Wat gebeurt er met mensen als hun leefwereld krimpt tot de ruimte binnen hun vier muren, waar nu alles moet gebeuren, van ontbijten, over huishoudelijk werk, ontspanning maar ook thuiswerken. De eindeloze filmpjes en grapjes die op social media circuleren maken duidelijk dat dit niemand onberoerd laat.

Mijn schipper -laat ik hem nu tijdelijk corona-buddy noemen-, en ik hebben het er niet zo moeilijk mee. Eigenlijk zijn we het een beetje gewoon. Een groot deel van onze vrije tijd brengen we door op onze boot, onze gedeelde passie. En met zijn tweeën op een zeilboot verblijven, dat heeft wel wat van zelfgekozen quarantaine. Met als bijzonderheid dat de bewoonbare oppervlakte er een fractie is van een gemiddeld huis….

En als je met zo’n boot op een meerdaagse tocht vertrekt wordt het helemaal lockdown

Onze langste zeiltochten dateren van 2004 en 2006 toen we als opstappers mee zeilden voor een oversteek van de Atlantische Oceaan. Twee en een halve week ononderbroken op zee… Geen uitstapjes naar supermarkt of apotheek, geen wandelingen langs het strand. Geen tv, internet, social media. 360° zee met daarboven 360° lucht. Dag na dag…

2004

Hoe je dat kan uithouden zonder door de kajuit te gaan stuiteren van vloer tot plafond en terug, of je crewleden de kop te willen afbijten?

Ik heb een handvol tips. Misschien ook bruikbaar voor wie niet op een boot op de oceaan zit, maar thuis, in quarantaine, telewerkend of tijdelijk werkloos, tussen vier muren terwijl de corona-piek nog niet meteen in zicht is…

2006

Deel je dag in

Een agenda, net nu je dacht van dat nine-to-five keurslijf verlost te zijn? En tóch, een dagindeling brengt rust. Op een meerdaagse tocht op een boot wordt de dag ingedeeld door de afwisseling wachtlopen/slapen, het bijhouden van het logboek en de maaltijden. Te vermijden: een militair schema met chronometer of atoomklok, daar word je alleen maar gestrest van. Aan te raden: af en toe een anti-agenda-dagje als variatie.

Verzorg jezelf

Het kan verleidelijk zijn (voor wie geen online meetings heeft) om te telewerken in pyama en met ongewassen haar. Of op je boot te blijven rondhangen in een bezwete onfrisse t-shirt, alleen maar omdat je er tegen op ziet om je om te kleden in die onophoudelijk bewegende boot waar het nat en kil is. Maar geloof me, na douchen, haren wassen en tanden poetsen ben je een pak energieker. Altijd. Maar hou het simpel: gel-nagels, haarkleuringen en mascara zijn geen meerwaarde.

Zorg voor elkaar

Heb je een zeil- of corona-buddy, zorg er dan voor. Jij bent niet de enige in quarantaine, jullie zijn een team. Als jij wat voor je buddy doet -zoals in ‘bak een taart’ of ‘laat hem /haar eens uitslapen’- voel jij je goed en voelt je buddy zich goed. Werkt in twee richtingen. Altijd prijs.

Koester rituelen

Het belang van rituelen wordt zwaar onderschat. En toch, ze zijn het peper-en-zout van het leven. Ik heb het niet over religie, maar over de simpele dingen als een kop thee, elke nacht, halfweg je wacht. Het opmaken van een bed. Na de werkdag je home office van een clean desk voorzien, alle dingen op hun plek. De ingrediënten voor een maaltijd geordend op het aanrecht schikken voor je begint te koken. Rituelen brengen rust, als punten en de komma’s in een zin.

Leer waarnemen

Onze overweldigende en alomtegenwoordige beeldcultuur heeft van ons slechte waarnemers gemaakt. We reizen veel en snel, we willen veel en snel. Beelden schieten aan ons voorbij als het landschap achter het raam van een hogesnelheidstrein. Heel anders wordt dat op een boot, of in quarantaine thuis tussen vier muren. En heb je het nog niet gemerkt, hoe minder er is, hoe meer je ziet?

Ik wens jullie allen het nodige geduld om de komende weken van quarantaine rustig door te komen…

(Tijdens die twee oceaan-oversteken hield ik een dagboek bij. Veel van hetzelfde, dat kan ik je wel zeggen. Maar mocht iemand tijd te veel hebben en dit willen lezen, dan laat je het maar weten. Hiervoor mailen kan naar adelheidgreven@hotmail.com)

Energie aan boord

“Zorg wordt bij ons uitgedrukt in eten”, hoor ik iemand in een interview op de radio zeggen. ‘Bij ons ook,’ denk ik dan. Zo herkenbaar, mooi is dat.

‘Zorgen voor’, dat is ook ‘graag zien’, en met Valentijn voor de deur vertaal ik het vrij en liefdevol naar: “Graag zien wordt bij ons uitgedrukt in eten”…

13 februari 2020, vooravond van Valentijn…

Wie dacht dat ik het hier ging hebben over zonnepanelen, windgeneratoren of batterijen, klik dus maar weg, je bent er aan voor de moeite. Want die dingen laat ik graag over aan deskundigen terzake. Nee, ik wil het even hebben over die andere energie aan boord, iets minder technologisch maar daarom niet minder belangrijk, en wel de energie van de bemanning. De stelling dat ‘een schip zo zeewaardig is als zijn bemanning’, is even simpel als waar. Je mag de best uitgeruste boot hebben met het strakste energieplan denkbaar, als je bemanning het laat afweten, heb je een probleem.

Uit ervaring weet ik dat fit blijven tijdens zeiltochten niet vanzelfsprekend is. Slecht weer, te weinig nachtrust of kou kunnen de stoerste bonken slopen. Een rollende boot bij een voordewindse koers, lastige deining, klappende zeilen, zeeziekte, wachtlopen ’s nachts, moeilijk uit te leggen aan wie het nog niet aan den lijve ondervond. Maar de zee stelt een bemanning op de proef.

Daarom zou voor mijn part in elke zeilcursus mogen staan dat je je bemanning graag moet zien, dat je voor je bemanning moet zorgen. En dat je, behalve een goed uitgerust, comfortabel schip en warme zee-bestendige kledij, ook lekker eten moet voorzien. Dat geeft je crew de energie om je boot veilig en met plezier te varen. Zorgen voor die beminde bemanning doe je ook met een hartige beker soep, een stevige boterham, een pittige warme hap.

Of een fruitig ontbijt… Na een donkere nacht op zee doet dit wonderen! Ik kreeg dit recept van lieve collega Heidi. Geen zeilster, wel fervent kampeerder, vertrouwd met koken in een kleine ruimte… Bij ons aan boord is het een succes. Graag geef ik het door. Als Valentijn-kadootje…

Ontbijt uit de oven

1 kop gebroken lijnzaad

2 koppen havermout

1 kop gemengde noten

1 kop kokosmelk

1 appel

150g bosbessen

honing

bakpapier


Terwijl je het lijnzaad laat wellen in wat water, snijd je de ongeschilde appel in grote stukken. Hak de noten fijn. Meng alle ingrediënten maar hou een paar bessen aan de kant. Schep de brij in het bakpapier in een ovenschotel en druk de overgebleven bessen in het deeg. Bak 20′ tot 30′ in een oven van 180°C. 5′ voor de baktijd om is strijk je er een paar lepels honing over voor een goudgeel glanzend laagje.

fullsizeoutput_45f8

fullsizeoutput_460a

fullsizeoutput_460f

Smakelijk!

Een brevet halen dat je niet nodig hebt…

Verspreid in het ouderwetse lokaal staan tien, twaalf kleine vierkante tafeltjes, op elk tafeltje een pc. Ik neem plaats. Vóór me, op het scherm, licht een vakje op. Met een mengeling van zenuwachtigheid en strijdlust die me aan examentijden van járen geleden doet denken, tik ik het nummer in dat op het formulier staat. De eerste vragen verschijnen op het scherm…

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan…

Hubris noemden de oude Grieken het. Overmoed. Blindelings in je ongeluk lopen omdat je denkt het beter te weten. Uit de mond van Pippi Langkous klinkt het grappig, op zee is het stom. Je moet een beetje weten waar je mee bezig bent. Maar in België mag je, als je niet voor je beroep vaart, je boot minder dan 15m lang is en minder snel dan 20km/h, de Noordzee op zonder diploma of brevet. Je boot moet geregistreerd zijn en over verplichte uitrusting beschikken en ook voor het gebruik van marifoon of radar zijn certificaten verplicht. Maar voor de bestuurder is in België geen enkel bekwaamheidsbrevet vereist. ‘Als u dat wenst, kunt u echter een examen afleggen om een brevet te verkrijgen’, zo meldt onze Federale Overheidsdienst Mobiliteit. Als u dat wenst.

Je kan vier brevetten halen in België. Er zijn het Beperkt stuurbrevet en het Algemeen Stuurbrevet. Van zodra je die behaald hebt, kan je zonder bijkomend examen een ICC (International Certificate for operators of pleasure Craft) aanvragen, een internationaal vaarbewijs dat in de meeste Europese landen wordt erkend. En dan zijn er nog de brevetten van Yachtman en Yachtnavigator. Een ICC heb ik, Yachtman nog niet. Strikt genomen heb ik het ook niet nodig… Maar een mens moet wat in de winter.

En er is nog iets. Nog nooit hadden we toegang tot zo veel informatie als nu. Over om het even welk onderwerp zijn er boeken, tijdschriften, websites, apps, forums, youtube filmpjes, blogs… Vaak lezen we ons snel en diagonaal een weg door die overvloed aan informatie, zappen en swipen van de hak op de tak en hebben het gevoel veel te weten over heel veel dingen. En wanen ons slim.

‘Ik heb het ergens gelezen, dus ik denk wel dat ik het weet’zou een digitale Pippi Langkous zeggen.

Maar als er een examen volgt wordt het anders. Dan is even doorlezen niet meer voldoende, je moet het ook onthouden… Navigatie, meteo, reglementen, lichten en dagmerken, bebakening, stroming, getijden, EHBO. Over het nut van dit alles instuderen zijn de meningen vast en zeker verdeeld. Maar ik vind het wel een uitdaging en de druk van een examen net motiverend.

Ik schrijf me in bij de Vlaamse Vaarschool die me in zeven avonden door de leerstof loodst. Een deel is theorie, een deel zijn praktische oefeningen op papieren kaarten.

Peiling met verzeiling is daarbij de oefening der oefeningen, de ogen van onze lesgever gaan er van blinken. Alles van ouderwets navigeren op papier komt hier samen. Nuttig of niet, daar kun je over discussiëren. Want de hoogtechnologische toestellen aan boord doen het sneller en preciezer, en hoe simpel is het niet om een digitaal lijntje te trekken op plotter, tablet of laptop, af te lezen hoeveel mijl het is, hoeveel graden je moet varen en wanneer je er zal zijn… Maar weet je, het is echt wel leuk om de Bretoense lat er eens bij te nemen, die op een papieren kaart te leggen, mijlen af te passen met de puntpasser, of peilingen te nemen met een handpeilkompas. En wát als je elektronica het ooit zou laten afweten?

In de examenklas van de scheepvaartpolitie in Oostende klik ik op het bolletje naast het naar mijn mening correcte antwoord op vraag 35, de laatste vraag, en sluit af. De pc gaat uit, en ik ben vooral blij dat ik die groene genadeloze tijdbalk bovenaan in het scherm niet meer hoef te zien, we zijn anderhalf uur verder. Van een aantal dingen was ik zeker, bij andere twijfelde ik, en een paar keer heb ik gegokt, nu snel naar het lokaal naast de examenklas voor het resultaat. En kijk, de dame aan het loket feliciteert me, geslaagd! Lachend high-five ik met haar, ik kan wel een dansje doen, op een wolk zweef ik naar huis.

Nee, het brevet had ik niet nodig. En of je met het behalen van de vereiste 60% voor dat examen echt hebt laten zien wat je kunt, daar valt ook wat over te zeggen. En of de 35 vragen die daar gesteld worden nu dé relevante vragen zijn om te peilen naar je kennis is ook nog maar de vraag. Wat voor mij telt is dat ik afgelopen winter heb bijgeleerd. Want varen, dat blijft leren…

Poë-zee, een kerstcadeau

23 december 2019

De kortste dag van het jaar hebben we gehad, halfweg de Donkere Zes Weken zijn we, om de hoek loert het nieuwe jaar. Terwijl we geduldig wachten op warmte en licht, drinken we thee met gember en steken kaarsen aan. Nog twee keer slapen en het is Kerst…

Pat Panick is uit het water en staat binnen bij de Breehorn werf in het verre Friesland. We missen haar, maar zij en de zee zijn in onze gedachten, elke dag. Tijdens deze korte donkere decemberdagen zou ik me soms willen oprollen en dichtvouwen, als in een winterslaap. Tijd nemen om te mijmeren. En in deze winterse boot- en zee-loze dagen verbaas ik mij er over hoe snel het land-leven voorbij schiet. En hoe we in dat land-leven zo strak en recht voor ons uitkijken, naar onze schermpjes met hun blauwig licht, naar etalages vol dingen die we niet nodig hebben, naar de auto vóór ons in het razende verkeer, het rek in de supermarkt.

Hoe anders wordt het als je aan boord van een zeilboot stapt en het zeegat kiest. Vertragen ga je. Onthaasten. En als vanzelf gaat dan je blik omhoog. Naar de wolken, het weer. Die blauwen en grijzen, die luchten die soms lijkt te smelten in de horizon. Een bruisende boeggolf waar het licht brutaal mee flirt. Er zijn de zon en de maan, regenbuien, opklaringen, pure poë-zee.

Hoe minder er is hoe meer je ogen te kort komt. Een regenboog, een dolfijn, de reflectie van het licht! Je wil snel, snel, een foto maken, maar de dolfijn en het zonlicht zijn je te snel af. Als je weken later -in strenge land-modus- die foute foto’s wil wissen, maar er dan toch nog eens met trage zee-ogen naar kijkt, krijgen die mislukkingen plots iets heel poëtisch. Heb je al gemerkt hoe anders alles wordt als je er met een andere blik naar kijkt?

En kom je op je zeiltocht in een haven, dan ga je te voet op pad. Traag, stap voor stap. En als vanzelf gaat dan je blik naar beneden. Vóór je, de voetstappen van je lief in het zand. Tegels gemaakt uit keitjes. Elke bewoner van een dorp maakte er één, samen vormen ze een pad. Zeewier dat je purper-paars verrast. Een veertje dat wel een vlinder lijkt. Stenen met een boodschap, neergelegd voor de aandachtige wandelaar op het eiland. ‘Verstop mij opnieuw’, vraagt een steen. ‘Lach! Wees gelukkig’. Pure poë-zee.

Onderweg zie je de vele gezichten van de zee. Soms is ze welwillend, lief en romantisch. Zoals bij dat kleine kapelletje dat idyllisch uitkijkt over de baai. Op het pad voor het kerkje getuigen hartjes en bloemen van liefde en trouw. Maar soms is de zee meedogenloos, hard en koud. Zoals bij dat visserskerkje dat verbeten uitkijkt over de baai. Waarvan niet iedereen is teruggekeerd. Hun geliefden moeten het met herinneringen doen… Avondlicht spiegelt de wereld op zijn kop. Poë-zee is overal.

Geduldig wentel ik me in de winterdagen. Nog twee keer slapen en het is Kerst. Ik wens iedereen trage zee-ogen om naar de snelle wereld te kijken. Om omhoog te kijken, en omlaag. Om achterom te kijken en vooruit. Om poë-zee te ontdekken waar je het niet verwacht…

Winter

Winter. Je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.

Herman de Coninck

Van hieraf moet je gaan…

‘Van hieraf moet je gaan, …’

‘Van hieraf moet je gaan, …’

Als een mantra gaat dit zinnetje door mijn hoofd.’… met vallen en opstaaaa-áán…

‘Van hieraf moet je gaan.’

(Tim – Wim De Craene 1975) Van goud zijn ze. Wat zeg ik? Van diamant. De lange weekends in het voorjaar, begin van het zeilseizoen. Pasen, 1 mei, Hemelvaart, Pinksteren. Ingekleurd met fluostift in de agenda. Heilig. En de zeilvakantie. Nóg heiliger. 

Afgelopen winter bleef onze Pat Panick in het water en ergens tussen al deze verlengde weekends in zullen we nog eens de kant op moeten om het onderwaterschip een beurt te geven. Overmoedig plannen we dat half mei, tussen het lange weekend van 1 mei en vóór dat van Hemelvaart, waarin een tocht naar London gepland staat. Gretig zijn we, gulzig.

En dan gebeurt iets dat niét in onze agenda staat. 3 mei. Tijdens de tocht van Eastbourne naar Boulogne krijgen we donkere wolken met stevige buien over ons heen. Er zit een pak meer wind in dan voorspeld. Na elke bui valt de wind weer weg. Te veel zeil, te weinig zeil, genua inrollen, genua uitrollen. We winchen ons te pletter, hijgen, vloeken, zuchten. Waarom gaat dat toch zo stroef? Na de -tigste zeilwissel gaat het mis, het hele voorzeil rolt uit, er valt niets meer te winchen. Iets in de trommel onderaan de voorstag heeft het begeven, als een gek klappert de genua nu wild in de wind. We zijn niet meer heel ver van de haven van Boulogne. ‘Komaan, dat zeil moet naar beneden’, schreeuwt Las boven de wind uit, ‘en snél!’ Ik zet de motor bij, stuur de boot in de wind, zet de automatische piloot aan en ga Las op het voordek helpen. Met zijn tweeën strijken we worstelend het zeil en binden het zo goed als mogelijk met de schoten aan de reling. Later, afgemeerd in Boulogne, plooien we het naar behoren. O ja, stond ook niet in de agenda, het regent dat het giet…

‘Van hieraf moet je gaan… ‘Na het pechverhaal van begin mei hebben we onze agenda moeten bijstellen. We laten het oude genua rolreefsysteem niet herstellen maar vervangen. Ook dat van de kotterstag laten we vervangen. Het Hemelvaartweekend naar London hebben we doorstreept. In plaats daarvan gaat Pat Panick uit het water, twee weken later dan oorspronkelijk gepland. Terwijl onze vrienden de jaarlijkse tocht naar London ondernemen, -we zien blije foto’s van frisse boten op het water-, staan wij te schuren, te verven en te boenen. Het is schitterend zeilweer…

‘Van hieraf moet je gaan…’

Zaterdag 8 juni. Morgen is het vaderdag… Het zinnetje dat al dagenlang door mijn hoofd gaat komt uit een liedje uit de lang vervlogen jaren ’70. De tijd waarin mijn vader een zeilboot kocht en ik leerde zeilen. Ook voor mijn vader, net zoals nu voor ons, waren de lange weekends, de zeilvakanties, heilig. En werd er meer dan eens gemopperd omwille van stoorzenders in de planning, herexamens, motorpech, slecht weer… En hoe kostbaar tijd ook mag zijn, soms is het niet met kiezen. Maar moet je aanvaarden. En geduld hebben. En er is meer. Want tijd is niet alleen een kostbaar goed. Het is ook veiligheid. Tijd is veiligheid. Wijze woorden. Ze komen van Frank. Of Frankske. Frankske van de Anastasia, en van Sophie. Reeds vier jaar zijn die twee met hun zeilboot onderweg en onlangs, tijdens een korte terugkeer naar België, gaven ze een voordracht in de Liberty Yachtclub in Antwerpen. Tijd is veiligheid. De tijd nemen om niét te vertrekken als de omstandigheden het niet toelaten. Als de wind tegenzit, als er iets moet hersteld worden… Ik knoop de woorden in mijn oren.

Zaterdag 8 juni.

Onze zomervakantie begint. Het stormt. Uit het zuidwesten. Precies waar we naar toe willen. Alles is aan boord, kleren, eten, lectuur. De rolreefsystemen zijn hersteld, de motor heeft onderhoud gehad, water is getankt. Maar we blijven nog even liggen. We nemen nog even tijd, tot het veilig is om te gaan..

‘Van hieraf moet je gaan…’De titel van het liedje is ‘Tim’. De zanger, Wim De Craene schreef het voor zijn zoon…Een fijne vaderdag voor alle papa’s!

Gered!

20 maart 1940

“Toen ze dachten iedereen van het schip te hebben gehaald, hoort de bemanning van de reddingsboot verbaasd de scheepsbel luiden.

Te midden van de vlammen, hoog als een dubbeldekker, ontwaren ze een man op het dek. Het is de kapitein van de SS Barnhill. Te zwaargewond om zich nog te kunnen bewegen, luidt hij de scheepsbel, het touw tussen de tanden geklemd…”

3 mei 2019, Eastbourne, Sovereign Harbour

Terwijl ik de ontbijttafel dek, zit Las gekluisterd aan het schermpje van zijn telefoon, iets wat zelden gebeurt. Als het YouTube filmpje afgelopen is, trekt hij aan mijn mouw. ‘Dit moet je zien..’ zegt hij, duidelijk onder de indruk.

Juli 2018

Kalm vertelt een man hoe hij tijdens een zeilwedstrijd -alle hens aan dek!- uit de kajuit wordt geroepen. Het is nacht, een niet aangekondigde storm raast over Lake Michigan. In zijn haast krijgt Mark, zo heet de man, de sluiting van zijn reddingsvest niet dicht en laat het maar zo. De spinnaker moet naar beneden en snel. Door het veel te grote zeil is de boot als op hol geslagen en nauwelijks te besturen. En dan gebeurt het. Mark valt overboord..

De Meridian X, haar spinnaker nog steeds niet naar beneden, verwijdert zich aan een rotvaart van de drenkeling… Pikdonker is de nacht…De wind trekt aan tot 50, 55knts…

Ik bekijk het filmpje, Las kijkt nog eens mee. Op zee kan het dus echt wel fout gaan, maar in dit geval loopt het gelukkig goed af… De Amerikaanse zeiler wordt gered, dankzij het fluitje van zijn reddingsvest…

We zeilden op 1 mei van Nieuwpoort naar Dover, op 2 mei van Dover naar Eastbourne en vandaag gaan we met onze fietsjes de omgeving verkennen.

Een in het havenkantoor opgepikt toeristisch blaadje noemt de toppers van Eastbourne. De pier, Beachy Head, de kiosk op de Grand Parade, het RNLI museum… We waren hier al eerder maar het RNLI museum bezochten we nog niet. Na een ommetje op de pier, rijden we er naar toe.

Museum blijkt wel een heel groot woord voor de kleine ruimte, volgepropt met ingelijste foto’s van bootjes in wilde zeeën, stoffige modelscheepjes en curiosa, helemaal achterin een RNLI winkel, ondergebracht in het voormalig reddingsstation van Eastbourne.

De RNLI, de Royal National Lifeboat Institution is een liefdadigheidsinstelling van bijna 100 jaar oud, die onafhankelijk van de Coastguards en de overheid opereert. Vanuit 238 reddingsstations, met 444 reddingsboten en ruim 40.000 vrijwilligers redt de RNLI dagelijks boten en bemanningen uit benarde situaties op zee… Donaties en giften, groot en klein maken hun werking mogelijk. Ik heb een grenzeloze bewondering voor deze organisatie en wanneer we op onze zeilvakanties in Engeland een RNLI winkel zien, lopen we er vaak binnen om iets te kopen, een koffiemok, snoepjes, een keukenhanddoek, herbruikbare boodschappentasjes… In Whitby is het museum echt een bezoekje waard, en in Arbroath, Schotland is de enige lifeboat te zien die nog van een helling het water in gaat. Er zijn niet alleen de lifeboats, maar ook de lifeguards. Dat zijn de redders op het strand, te herkennen aan hun geel met rode outfits.

’s Middags doen we ons te goed aan (very british) fish and chips, mét salt and vinegar, of course! Later op de dag -het grijze weer heeft plaats gemaakt voor een frisse blauwe lucht met sneeuwwitte wolken- fietsen we nog een stuk langs het keienstrand richting Pevensey Beach.

Een plakkaat met toeristische info op het strand trekt onze aandacht. Het beschrijft een stuk geschiedenis van ruim79 jaar geleden.

20 maart 1940

Ter hoogte van Beachy Head wordt het cargoschip de SS Barnhill door een Duits vliegtuig gebombardeerd. Een inferno. Brandend drijft het schip traag tot voor het strand van Pevensey waar het uiteindelijk zal zinken. De helden van de RNLI kunnen 32 van de 34 bemanningsleden van het schip halen. Waar onder als laatste de kapitein van het schip. Hij wordt als bij wonder teruggevonden midden de vuurzee.

Het enige wat in 1940 de zwaargewonde kapitein O’Neill nog kon was de scheepsbel luiden op zijn brandend schip. Toen de redders dit hoorden, keerden ze nog één maal terug naar het schip.

Ik denk terug aan het YouTube filmpje dat we vanochtend bekeken. De Amerikaanse zeiler werd gered door als een gek op het fluitje van zijn reddingsvest te blijven blazen. Als bij wonder hoorden zijn makkers het en konden hem redden.

Een scheepsbel, het fluitje van een reddingsvest, het verschil van leven en dood…

Wanneer we de volgende morgen net na laag water Eastbourne buitenvaren, kunnen we de resten van de SS Barnhill  zien, als stille getuigen van deze ramp…

En hier het YouTube filmpje: man overboord

Schatten van Britten

(Goede) Vrijdag 19 april 2019

Bloederig. Hij zegt het letterlijk. Niet één keer maar zowat in elke zin. Bloody

We liggen net afgemeerd aan de Halfpenny Pier in Harwich na een schitterende, zonnige zeiltocht. Deze ochtend vaarden we Nieuwpoort buiten bij het krieken van de dag, een droom van een noordooster blies ons 78 mijl naar de overkant in iets minder dan 14 uur.

Zagen we weinig volk op zee, hier aan Halfpenny Pier ligt het vol. Op het enige vrije stuk steiger prijkt een plakkaat. Please be aware. Gevolgd door de mededeling dat schepen van meer dan 20m voorrang krijgen aan dit ponton… Veel opties zijn er niet. In binnenvaren in Shotley marina hebben we geen zin en we zijn te moe om nu nog een eind de rivier op te varen en aan een mooring te gaan liggen. Een paar mensen van de andere jachtjes nemen vriendelijk onze lijnen aan. Tenslotte staat er ook niet dat het verboden is, toch?

Als we iets later in de kuip aan het avondeten zitten, met zicht op een dieporanje avondlucht boven de rivier, komt de havenmeester langs. Een luide goedlachse kerel die met veel verontschuldigende handgebaren komt uitleggen dat we helaas bloody plaats zullen moeten maken. Hij verwacht een tweemaster van 30m, de Lady of Avenel. Maar het bloody schip had hier al bloody uren geleden moeten zijn en het heeft bloody niks van zich laten horen en voor zijn part mogen we hier bloody blijven en vooral eerst en vooral van ons bloody lekker avondmaal genieten. En hij voegt er nog vlug aan toe dat – ook al vindt hij ons bloody sympathiek- we geen Britten meer in België moeten verwachten met ons rode-diesel-gedoe. Maar voor de rest moeten ons vooral nergens bloody veel van aantrekken, gewoon graag even plaats maken voor de bloody Lady of Avenel en er dan maar langszij gaan met de melding dat hij, de havenmeester, gezegd heeft dat het bloody goed was. En weg is hij, met een hartelijke zwaai.

Als de tweemaster anderhalf uur later aankomt, varen we netjes weg van het ponton, blijven even op de rivier wachten tot ze afgemeerd zijn en vragen dan om langszij te mogen komen. Sure, no problem! Grote glimlach en tal van helpende handen om onze lijnen aan te nemen.

(Paas)zaterdag 20 april 2019

Vandaag zeilen we naar het lieflijke Brightlingsea, een goeie 20 mijl verderop in de Thamesmonding. Nog maar eens is de zon volop van de partij. Als we kort na de middag de Colne rivier op varen en rechtsaf nemen naar de Brightlingsea Creek zijn we duidelijk niet de enigen die van het zomers aandoende lenteweer genieten. Het krioelt hier van de boten en bootjes. Opvallend veel zwaardbootjes, catamarans ook. Wat een drukte. Plots komt een snelle motorboot op ons toe gevaren. De man aan het stuur van de boot, zonnebril met oranje spiegelglazen, armen als boomstammen, flink getatoeëerde boomstammen, roept ons toe. Of we een ligplaats willen, misschien? Ja, fijn!

‘Maarrre…, jullie zitten wel midden in het startveld van een  zeilwedstrijd’, schreeuwt hij, ‘over vijf minuten gaan ze! Je kan óf vijf minuten wachten óf nú doorvaren!’

En dan haalt hij de schouders op en schreeuwt lachend: ‘Ga maar, snél, ik escorteer jullie wel… Ik ben de havenmeester!’ en hij stuift er vandoor. Wij er achteraan.

Hij begeleidt ons naar het eerste drijvende ponton aan de overkant van het dorp waar we een royale plek toegewezen krijgen. Dikke meertouwen laten vermoeden dat dit de vaste ligplaats van een werkschip is. Kunnen we hier wel blijven, moeten we ons nog verleggen? De havenmeester wuift onze zorg weg, het schip komt toch niet meer dit weekend, we kunnen hier blijven liggen, no worries! Even later liggen we afgemeerd, neus in de strakke oostenwind, en de zonovergoten kuip heerlijk beschut, mét zicht op de zeilwedstrijd…

De havenmeester vaart ook de watertaxi heen en weer en brengt ons van het ponton naar het dorp en na een frisse wandeling weer terug.

Vriendelijke havenmeesters, ze zijn goud waard…

Uit beleefdheid

Toen de vlag, dertig bij veertig centimeter, rood, geel en blauw, maanden later terugkeerde aan boord van onze Pat Panick, had ik een ‘de cirkel is rond’-gevoel. Het stemde me vrolijk. Voldaan ook. Omdat ik er van bij het begin nooit aan getwijfeld had dat het zo zou gaan…

En nu, hier in Mijdrecht, Nederland, aan een stel bijeen geschoven tafels in de kantine van een bedrijvencentrum, bedekt met tientallen kleurrijke vlaggen, komt de herinnering aan die ene vlag weer aangewaaid. En vraagt het verhaal om verteld te worden. Net als de talloze verhalen in deze kantine. Straks meer daarover.

2016, Kirkwall, Orkney.  Bij aankomst op deze eilandengroep ten noorden van Schotland vond ik het wel gepast om er de plaatselijke beleefdheidsvlag in het stuurboordwant te voeren. En niet die van Schotland… Las vond het overdreven, ’20£ voor een lapje stof, en we zullen hier amper een dag of tien rondvaren! Maar die Orcadians, dat is een volk apart. Die voelen zich niet helemaal Schots, en er stroomt wellicht evenveel Noors als Brits bloed door hun Orcadiaanse aderen. Omdat ze vonden dat een eigen vlag dat gevoel wel eens mocht uitdragen schreven ze in 2007 een wedstrijd uit. Het was namelijk zo dat hun vorige vlag, een rood kruis op een geel veld, te veel op die van het district Ulster in Noord-Ierland leek, zodat ze door het eerbiedwaardige instituut voor heraldiek in Schotland, Court of the Lord Lyon King of Arms, nooit erkend was geraakt… Een postbode uit Birsay won de competitie en de Orcadian Flag was een feit.

Het rood en het geel in de vlag verwijst naar de wapenschilden van Noorwegen en Schotland, het kruis is een Noors kruis en het blauw in de vlag verwijst naar Schotland, de zee en hun maritiem erfgoed…

Een dag of tien wappert de fleurige vlag beleefd onder de eerste zaling aan stuurboord, zoals een beleefdheidsvlag aan boord van een schip hoort te doen. Daarna berg ik ze op onder de zitting aan de kaartentafel. Niet voor lang, maar dat weten we nog niet.

 Zo’n 100 mijl verder… Groot is onze verrassing als we op Out-Skerries, één van de Shetland eilanden, solo-zeiler Henk en zijn jachtje s/y Rolwolk terugzien. We ontmoetten hem weken eerder in Peterhead, Schotland. Henk zou van daar zo ver mogelijk noordoostwaarts varen, tot aan de Shetlands, om dan rustig terug te hoppen naar de Orkney’s. Wij planden het andersom. ‘Als jij nog naar de Orkney’s gaat, dan neem je toch gewoon onze vlag mee,’ lach ik. En na een zachte schop van mijn schipper tegen mijn scheenbeen: ‘Op voorwaarde dat je die terug bezorgt in Nieuwpoort, natuurlijk..’ Later aan boord volgt nog wat schamper gemopper. Over hoe naïef ik wel ben en zo.

De zomer is al ver op haar eind als we een mailtje krijgen van Henk. Nieuwpoort heeft hij niet kunnen aanlopen op zijn terugtocht. Wel gaf hij onze vlag mee met een zeilend stel uit Nieuwpoort… De naam van de boot is hij helaas kwijt. Het was een naam uit de Griekse Oudheid, een liefje van Zeus, zoiets… Mijn schipper trekt zijn ‘zie je wel’-gezicht.

Ik vertel het verhaal aan een vriendin die in een watersportbedrijf werkt. En dan schieten lot en toeval in actie. Want niet veel later krijgt die vriendin het verhaal te horen van een stel dat afgelopen zomer naar de Orkney’s zeilde, daar een vlag mee kreeg van een Nederlander, maar de naam kwijt was van de boot voor wie ze bestemd was… De bemanning van de Lamia… Kort daarna kan ik tevreden mijn vlag weer opbergen onder de zitting aan de kaartentafel…

En nu nog even terug naar Mijdrecht… Al ligt dit een eind van zee, de mensen die we hier op een zonnige zaterdag in februari ontmoeten denken aan bijna niets anders dan de zee. En hun Breehorn. Want we zijn hier op de eerste vertrekkersdag van de Breehornzeilers. Negen stellen die binnen de drie jaar voor langere tijd weg willen met hun boot zijn hier samen gekomen en als ervaringsdeskundigen zijn Bertie en Martin van de Blue’s aanwezig. Jarenlang zeilden ze in Caraïbisch gebied en sluiten wegens leeftijd en gezondheid dit hoofdstuk af. Alle beleefdheidsvlaggen die ze in die tijd verzamelden liggen op tafel, achter elke vlag een kleurrijk verhaal.

Er wordt druk van gedachten gewisseld die dag en na afloop zijn we niet alleen heel wat tips rijker, we mogen elk een paar vlaggen meenemen. Kiezen doen we niet, we laten het gewoon aan het toeval over…

Wolken

Wolken

Wat er zo mooi is aan zeilen op zee? Het is niet alleen de zee. Er is ook de lucht. En de wolken. Staalblauwe hemel, geen wolkje aan de lucht, we horen het graag want dat betekent mooi weer. Voor mij is het weer vooral mooi als er ook wolken zijn.Wolken, wolkjes, wat hou ik er van. Ik verzamel ze, een hele collectie heb ik.

En weet je wat ik ook zo mooi vind op zee? Dat het overtollige er weg is. Huizen, auto’s, dingen. Hoe verder je vaart, hoe minder er is. Wat rest is de aangename versie van eenzaamheid. En wanneer er niet zo heel veel meer overblijft, denk: water en lucht, ga je pas echt goed kijken. Die lucht, die wolken, ze staan nooit stil. Altijd in beweging, altijd in verandering. Soms krijgen wolken rare, grappige vormen. De puntmuts van een kabouter. Een krokodil.

Helemaal bijzonder wordt het als de zon er bij komt. Lucht en wolken kunnen je verrassen met de meest onverwachte kleuren.

Muziek

Behalve van wolken, hou ik ook veel van muziek.

Soms hoeft het niet, muziek aan boord, en zijn de geluiden van boot, wind en zee meer dan genoeg. Soms, als er geen wind is, dreunt de motor. Dan is het geluid van de motor genoeg. En soms, soms is het gewoon stil. Als je zacht en traag vaart en golfjes zoetjes langs de romp gorgelen. Als je voor anker ligt. Of aan een ponton in een haven op een windstille dag.

Op zo’n stil moment is het fijn om te luisteren naar muziek waar je van houdt. Minimalistische muziek bij voorbeeld, die doet denken aan uitgepuurde landschappen met verre horizonten, aan de sobere eenvoud van voorbijdrijvende wolken. Zoals de pianostukken van Lubomyr Melnyk. Deze zeventigjarige muzikant uit Oekraïne ontwikkelde een heel eigen stijl, ook wel continuous music genoemd. Het is muziek die stroomt en stroomt, onophoudelijk als eb en vloed. Jaren en jaren ontwikkelde en perfectioneerde hij die aparte manier van pianospelen. Maar hij bleef onbekend, kon met moeite leven van zijn muziek. Tot een hip platenlabel zijn werk uitbracht en een nieuw publiek hem ontdekte…

“When I play I turn into an eagle flying, a dolphin swimming, a cheetah running. I turn into the rain, into the clouds, into the colour of the sky,”…

“Als ik piano speel verander ik in regen, in wolken, in de kleuren van de lucht, …”

Er zijn er die de muziek van Lubomyr Melnyk ophemelen, er zijn er die het maar niks vinden. Misschien hou je er van, misschien ook niet.

Nog even en het is kerst. En aan wie het wil geef ik graag een kerstcadeau… Een paar van mijn wolken, vederlichte wolken, avond- en ochtendwolken, boze wolken en frêle wolken… In ruim tien jaar verzameld tijdens zeiltochten op onze Noordzee.

Er zit ook een strik om heen. 7 minuten en 38 seconden aangename eenzaamheid… Het pianostuk,  Solitude n° 1, uit het album Illirion van Lubomyr Melnyk.

mijn kerstcadeau

 

Fijne feestdagen…