Zeilen op een ander, het is eens wat anders..

Een boot, dat is een beetje als een huis. Je kan er wonen, eten, slapen. Maar met een boot kan je ook varen, reizen. En zelfs als je niét vaart is het er nog helemaal anders dan thuis. Het is er compact, er is geen garage, geen zolder of tuinhuis, geen voortuin of stoep. De kastjes zijn klein, de keuken is klein, -heet trouwens ook niet keuken maar kombuis-, de bedjes zijn smal. Het is er gezellig. Op onze boot trekken we ons graag terug als in een knus schuilhol. Wijntje, muziekje, boekje.

Als je al wat jaren samen vaart, hebben niet alleen de dingen aan boord een vaste plek gekregen, ook bij het zeilen is langzaam een routine gegroeid die in het beste geval zelfs woorden overbodig maakt. Afvaren, stootwillen en lijnen opbergen, zeilen hijsen, overstag manoeuvers, alles gebeurt -meestal- soepel als in een goed geoefende choreografie. Het is fijn als je (zeil)partner en je boot je passen als je lievelingstrui… Over de momenten dat ze meer hebben van een paar knellende schoenen heb ik het wel een andere keer…

Maar weet je wat ook fijn is? Eens te gast zijn op een ander schip. Afgelopen herfst vaarden we twee keer vreemd

Noord…

Elk jaar in september organiseert de Vereniging van Breehornzeilers, ons Hollands clubje zoals ik ze graag noem, een zomerontmoeting. Dit jaar vindt die plaats in Makkum, Friesland. Het concept is even eenvoudig als gezellig. Je komt met je eigen schip of je logeert op de Breehorn van een ander. Bij een borrel worden zeilavonturen van de voorbije zomer uitgewisseld, er wordt een wedstrijdje gezeild en eten bereid je met en voor mekaar. Voor een retourtje Friesland met onze Pat Panick ontbreekt de tijd maar logeren op Iskander, de mooie Breehorn 41 van Renée en Jan-Willem kan wel. We treffen ze op vrijdag in hun thuishaven Andijk en zeilen dezelfde avond nog het IJsselmeer over naar Makkum. Grimmige wolken maken dreigend duidelijk dat we ons niet mogen vergissen. Het is niet omdat dit maar een meer heet, dat de elementen hier niet flink kunnen uithalen. Iets later zijn wind en hagel ons deel…

Op zaterdag varen een aantal Breehorns een wedstrijdje en ’s avonds wordt er gekookt. Iedereen bereidt een gerechtje naar keuze in eigen kombuis, al dat lekkers wordt in een verrassend kleurrijk buffet samengebracht en met de hele groep gedeeld. Smullen en kletsen! Zondag varen we met Iskander terug het Ijsselmeer over naar Andijk… Er staat een stevig windje, maar het water is vlak, hier geen Noordzee golven…

Zuid…

Een paar weken later gaan we zeilvriend Alain opzoeken. Die hopt elke zomer gedurende enkele maanden met zijn Kipper, een Najad 373, van Nieuwpoort naar Zuid-Bretagne en terug. Dit jaar hopte hij verder, tot in Charente Maritime, en besliste om er een keertje te overwinteren. Het is in Bourgenay, niet ver van Les Sables d’Olonne, dat we hem treffen.

Bij heerlijk nazomerweer zeilen we naar Saint-Martin-de-Ré op Île de Ré, zon en wind zijn ons deel. We komen er sneller dan verwacht en hangen nog even aan een boei tot het water hoog genoeg is om tussen de robuuste vestingmuren de charmante haven in te varen. Goudgele huizen, rode pannetjes op de daken en zonovergoten terrasjes zorgen voor een instant zuiders gevoel. We brengen een dag door op dit eiland van zoutwinners en vissers en zeilen dan door naar La Rochelle.

We hebben nog maar eens een heerlijk zeilweekend, de Najad is snel, comfortabel en gezellig, het vaargebied mooi en veelzijdig.

Breehorn, Najad, noord… zuid… Oost, west, thuis best? Dat laat ik graag in het midden. Zou er zoiets als dé perfecte boot bestaan, denk ik dan. Wat is er goed, beter, best? En het perfecte vaargebied, bestaat dat dan? Of is het een beetje als met huizen en landen, overal is er wel wat. En misschien is het wel perfect als je je maar thuis voelt… En als het goed zit, net als die lievelingstrui…

Van vlaggetjes en superjachten

Zaterdag 10 februari 2017

Vandaag vindt de winterontmoeting van de Breehornzeilers plaats, ‘ons Hollands clubje’ zoals ik ze voor de gezelligheid noem. Dit keer gaat de bijeenkomst van Breehorn-eigenaren door in Vollenhove, in een eeuwenoud landgoed, het statige Oldruitenborgh.

Niet meteen een omgeving voor zeilers zie ik jullie denken. Maar het bootgehalte ligt hier in Vollenhove hoger dan je zou denken. Daarover straks meer.

In de voormiddag gaat de jaarvergadering door. Ook krijgen we een nieuw clubvlaggetje. Fijn is dat het ontwerp ervan even toegelicht wordt. De blauw en witte strepen staan voor zee en golven, het gele vlak voor de zandbank Breehorn waar onze boten naar genoemd zijn en daarop het logo van de werf. De Breehorn zandbank of plaat ligt in het Amsteldiep, Noord-Holland, niet meteen vertrouwd vaarwater voor ons.

Na de lunch ruilen we de grandeur van het landgoed in voor nog veel meer grandeur. Want de Breehornzeilers hebben voor deze winterontmoeting een bezoek geregeld aan de bedrijven Rondal en Royal Huisman Shipyard. Rondal maakt masten, gieken, winchen, luiken en meer fraais voor superjachten, Royal Huisman Shipyard bouwt die superjachten.. En zo kunnen we eens binnengluren in de wondere wereld van de mega-jachten voor superrijken. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. Alles is zo buitenproportioneel dat het voor ons, met onze bescheiden jachtjes, haast onwerkelijk is. Een mast, zes keer zo lang als onze hele boot. Kostprijs van al dat moois een veelvoud van onze bootjes… per lopende meter welteverstaan. Indrukwekkend is een understatement. ‘If you can dream it, we can build it’, luidt het bij Huisman. Ja, ja..

Bijzonder vind ik de loods waar een volledig interieur wordt opgebouwd. Dit gebeurt nog niet in het schip zelf maar alles is wel helemaal op maat. Er staat dus een fictief stuk schip met daarin alles wat uiteindelijk in het superjacht komt. Op alle onderdelen zie ik kleine labels met codes. Wat moet dit strak georganiseerd zijn. Overal mogen we rondkijken, onze vragen worden uitgebreid beantwoord, maar foto’s nemen mag niet. Gelukkig is er nog altijd internet…

Bij de borrel wordt er nog wat nagedroomd. En ja, ook dit jaar was er de fotowedstrijd. Werd mijn foto vorig jaar de favoriet, dit keer haalden mijn inzendingen de eindselectie niet. De winnende foto werd ingezonden door de eigenaar van een Breehorn 41 die afgelopen zomer een prachtige reis naar de Azoren maakte.

Pittig detail, zijn boot heet Playmobil… Vergeleken met de superjachten van Huisman lijken onze boten inderdaad wel speelgoed. Maar wij koesteren ze. En nemen zelfs de moeite om -zowat halverwege het zeilseizoen- een uit de naden gewaaid clubvlaggetje liefdevol de nodige herstelling te geven. Intussen zit hier in Vollenhove de winterontmoeting er op, zorgvuldig vouw ik ons kersverse clubvlaggetje op en stop het in mijn handtas. Dat kan binnen enkele weken het want in. En naar verluidt zou het van een sterkere stof gemaakt zijn dan voordien. Het geluk zit in kleine dingen…

 

50 worden, dat vraagt om een feestje!

7 november 2016

De regen stroomt met bakken uit de lucht. De hemel heeft de kleur van lood. Je zou haast denken dat de nacht valt. Het is 11:00 ’s ochtends… Het is herfst.

Een week geleden zijn we op winteruur overgeschakeld. Dat kwam hard aan. De mooie nazomer, zonnig en zacht, had zo lang aangehouden. Het was alsof het nooit meer herfst ging worden. Intussen weten we wel beter. ’t Is weer voorbij die mooie zomer, ik hoor het liedje in mijn hoofd. Gerard Cox. Een vleugje weemoed.

’t Is jammer dat het over ging
’t Is allemaal herinnering
Daar doen we dan de hele winter maar weer mee…

Laten we ons warmen aan die herinneringen. Aan verhalen vol passie, verhalen van boten en de zee. Zoals het verhaal van Breehorn. Dit jaar viert de werf haar 50ste verjaardag.

10-11 september 2016

De herfst is nog lang niet in zicht. We rijden (varen kregen we niet meer geregeld) naar Woudsend, Friesland en verbazen ons -weer maar eens- over het mooie landschap hier. Water, watertjes, plassen, vaarten, beekjes, grachten, meren, water. En weiland. Witte zeilen die over het weiland drijven. Wolken die over het weiland zeilen.

Van boten hebben ze kaas gegeten, die Friezen. En in het bijzonder bij Breehorn.

In 1966 start Laus van den Berg samen met zijn vrouw Batje een zeilschool in Elahuizen en gaat al gauw zelf boten bouwen. Polyester valken bouwt hij, een erg populaire boot in Nederland. Er zullen er uiteindelijk -hou je vast- 4.000 gebouwd worden. Eind jaren ’70 ziet Laus een zeiljacht varen dat hem bijzonder bevalt. Eigenaar is André Cordemeyer. En die André Cordemeyer, dat is niet de eerste de beste. Vandaag zouden we hem een designer noemen, toen was dat nog gewoon ontwerper. Hij is niet alleen gepassioneerd vormgever maar ook zeiler, en hij droomt van dé ideale boot, mooi van lijn, snedig op het water en met een strak interieur. Hij geeft Dick Koopmans opdracht om romp en zeilplan te tekenen, en ontwerpt zelf opbouw en interieur. Hij doopt zijn droomschip Breehorn. Drie boten van dit type bouwt Cordemeyer en houdt er dan mee op. Laus, die wég is van het ontwerp, koopt de mal en begint te bouwen. Intussen zijn er tot nu toe 131 Breehorns 37 gebouwd. Begin jaren ’90 komt er ook een 44 voet bij. Zoon Lars stapt mee in het bedrijf. De 41 en 48 voet worden ontwikkeld. En dan komt het bedrijf in woelig vaarwater. Lars verlaat het bedrijf, vader Laus komt te overlijden. In 2011 dreigt een faillissement. Maar Lars keert terug en de werf maakt een doorstart. Inmiddels zijn we 50 jaar en 180 Breehorns verder.

En dit weekend wordt dat gevierd. Met toespraken, vlaggetjes, eten en drinken, workshops. En heel veel Breehorns. De vereniging van Breehornzeilers, dat ‘Hollands clubje’, zoals ik het soms een beetje oneerbiedig noem, en waar we van bij de aankoop van onze Breehorn lid van zijn, heeft voor een mooi geschenk gezorgd. Een kleurrijk fotoboek vol Breehorns met hun bemanning. Glanzende pagina’s met lachende zeilers en hun schip, oud en jong, groot en klein, nieuw en iets minder nieuw, in hun thuishaven of ergens ver weg. Eén ding hebben ze gemeen, ze zijn trots op hun Breehorn, hebben er heel bewust voor gekozen, prijzen zeewaardigheid, vaareigenschappen, comfort. En zijn vol lof over de werf. De ontroering van Lars en zijn mama doet menigeen naar een zakdoek zoeken.

En al is het hier vooral oranje boven, er zijn ook Belgische Breehornzeilers. We kennen al de Jupica uit Nieuwpoort maar ontmoeten hier nu ook de bemanning van de Bluenose en Dance me. En verrassing alom als we Heidi en Tom van Shalom tegen het lijf lopen. Ik had ze al leren kennen op Instagram en nu dus ook in het echt. Het jonge stel kocht een Breehorn 37 en vertrekt in 2017 voor een lange reis. Dat gaan we zeker volgen. ’s Avonds bij het sympathieke schippersmaal wordt heel wat afgekletst. En overnachten doen we in stijl, aan boord bij Renée en Jan-Willem van Iskander, een prachtige Breehorn 41. ’s Morgens worden we door hen met een heerlijk ontbijt verwend.

En dan volgt de apotheose, meer dan 50 Breehorns gaan samen het water op en gaan kiellinie varen. Dit wil zeggen dat ze zo achter elkaar gaan varen dat al hun kielen één lijn vormen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar hoe dan ook een indrukwekkend gezicht. Begon de dag nog een tikje somber, al gauw klaart de hemel open en is de zon volop van de partij. Mooier kan deze verjaardag niet afgesloten worden!

Breehornzeilers, bruine bonen en ijsschuitzeilen

Raasdonders en bramstaglopers…

Raasdonders, dat zijn bruine bonen en bramstaglopers, dat zijn kapucijners. Peulvruchten jawel! Deze woorden googelen zorgt voor verrassend maritiem leesplezier. In de hoogdagen van de zeilvaart waren ze in elk kombuis te vinden. Ze waren goedkoop en in gedroogde vorm ontzettend lang houdbaar. Zo lees ik dat de zeelui bij de Nederlandse Koninklijke Marine ze traditioneel op donderdag geserveerd kregen in de zogeheten ‘Zeeuwse rijsttafel’. En dat een stoofpotje van grauwe erwten met spek en ui ook wel kapiteinskost wordt genoemd. En in Otje, een kinderboek van de onvolprezen Annie M. G. Schmidt, wordt admiraal Strafport razend omdat juffrouw Twiddel van de Stevige Pot hem niet de Kaapse raasdonders kan serveren die hij wil. Gelukkig kan kok Tos dat wel…

Kaapse raasdonders

Stevige zeemanskost is het. En hoewel er soms verwarring heerst rond de twee soorten, over een ding is men het eens. Het eten ervan zorgt steevast voor wind in de broek!

Maar ‘Raasdonders en Bramstaglopers’ is ook de titel van een boek. Een bundel maritieme kortverhalen die lichter verteerbaar zijn dan bonen. En op onverwachte wijze kreeg ik het afgelopen zaterdag cadeau.

Monnickendam

In die Noord-Hollandse stad vindt op 13 februari de winterontmoeting 2016 van de Breehornzeilers plaats. “Breehornzeilers?” hoor ik jullie denken. Inderdaad. Sinds 1999 bestaat er een vereniging van eigenaren van een Breehorn. Ze telt inmiddels ruim 100 leden. Omdat een mens nooit genoeg kan weten over zijn boot, maakten we ons afgelopen jaar lid. Deze winterontmoeting is onze eerste kennismaking. We worden er warm onthaald met koffie en gebak in een monumentaal 16e-eeuws pand. Er volgt een jaarverslag, een bijdrage van de Breehorn werf die dit jaar zijn 50-jarig bestaan viert en de uitwisseling van de Breehorn wisseltrofee. Ten slotte is er nog de fotowedstrijd. Eerder was de leden gevraagd om drie foto’s naar de redactie te mailen, uit die inzendingen werden vijf foto’s geselecteerd en vandaag wordt door alle aanwezigen voor één foto gestemd. Tot mijn verrassing haalt mijn foto het, met een hartverwarmende meerderheid! En krijg ik een boek als prijs.

’s Middags is er een lekkere lunch, gevolgd door een stadswandeling met gids. We beklimmen de toren van de Grote Kerk, bewonderen de bijzondere gevels van de historische binnenstad en eindigen met een tentoonstelling rond ijsschuitzeilen. De Gouwzee ligt er allesbehalve bevroren bij, dus een demonstratie zit er niet in.

De dag wordt afgesloten met een gezellige borrel. Al kennen we bij aanvang niemand, we hebben erg leuke babbels en fijne ontmoetingen met gepassioneerde zeilers. Buiten is het guur en koud, binnen gloeien we bij het luisteren naar verhalen over verre zeilreizen, van Sint-Petersburg tot Ierland.

En het restje van de winter, dat kom ik -niet zonder enige trots- beslist snel door met mijn gezellig boek…

Kaapse raasdonders

Er was een slimme scheepskok, in Kaap de Goede Hoop
Die zocht een lekker maal, voedzaam en goedkoop
Dat niet bederven zou bij verre reizen over zee
Hij nam kilo’s kapucijners, moten spek en uien mee

Het schip dat voer de haven uit, de kok in de kombuis
Ontstak het knappend vuur, van zijn scheepsfornuis
Gooide alles in een pan, kapucijners, ui en spek
De matrozenmagen knorden…. van de geuren op het dek

Ja, raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop

Het avondmaal dat was net op, de borden waren leeg
Toen een groep piraten het achterdek besteeg
De strijd werd fel gestreden, maten vielen bij de vleet
Toen liet de kleine ketelbink plots.. een knetterende scheet

Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders, raasdonders…geven de beste scheten

De geur was haast ondragelijk, dat merkte men alras
De matrozen bukten…. en gaven volop gas
Geen piraat weerstond de stank, de hele bende werd geveld
Het ketelbinkie werd geëerd, hij was de grote held

Met raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop
Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders raasdonders…geven de beste scheten.

Uit de tv-serie ‘Otje’ (naar het boek van Annie M. G. Schmidt)