Groenten uit de zee

Zaterdag 16 juni 2018

“We moeten toch nog wat oefenen, toch…” klinkt het gespeeld bezorgd, “… als we straks drie weken gaan zeilen?” Onze vakantieplannen krijgen stilaan vorm. Als de wind mee wil, zeilen we in juli naar Noorwegen. De kaarten zijn gekocht, we hebben nieuwe voorzeilen en onze oude Webasto is vervangen door een gloednieuwe Eberspacher. Maar we blijven voorzichtig in ons enthousiasme. Als de wind niet mee wil, wordt het misschien wat anders.

Oefenen dus…

De voorbije twee weekends hebben we niet gezeild en dat maakt mijn schipper ongedurig. Het is al dik middag als we vertrekken en vandaag betekent dat nog een volledig getij stroom mee richting Nederland. Daarbij staat een flinke 5 beaufort westzuidwest, ruime wind dus. Als het log geregeld boven de 8 knopen schiet, is de verleiding groot om lekker te blíjven varen. Een mijltje meer, maakt niet uit. Een retourtje Cadzand, waarom niet?

Maar voor zondag is precies dezelfde wind voorspeld, dat wordt opkruisen om terug te keren. Denk ik even. Maar ook dát is oefenen, grapt Las.

Het verraderlijke van ruime wind varen is dat het zo gemakkelijk gaat. Als de wind toeneemt, voel je het amper. Het is pas als we voor de haven een opschieter maken (in de wind gaan liggen) om het grootzeil in te rollen dat we aan den lijve ondervinden hoe hard het waait. Binnenvaren in Cadzand is een beetje spannend, er is niet echt een havengeul waar je rustig de tijd hebt om afmeerlijnen voor te bereiden en stootwillen uit te hangen. Het is binnen en afmeren, klaar. Maar de haven is goed beschut, er is plaats zat en de boxen zijn ruim.

Omdat dit retourtje Cadzand niet echt gepland was, ontbrak me de tijd om fatsoenlijk te bevoorraden. Lees: in mijn kombuis zou zelfs een muis verhongeren. Maar geen nood, echt mídden in de jachthaven van Cadzand is er nog altijd AIRrepublic, het restaurant van Sergio Herman. En bij gebrek aan reservatie, AIRcafé, de take-away van Sergio Herman.

Maar Sergio blijkt met vakantie… Dat wordt dus boodschappen doen…

Op wandelafstand zijn hier een supermarkt, een slager en een viswinkel waar we lukraak wat lekkernijen bij elkaar shoppen. Olijven, kaas, zongedroogde tomaatjes, een limoen, twee mooie stukjes tonijn. En een heel bijzondere groente. Lamsoren. Groenten uit de zee. Tijd voor een receptje.

Maar voor het koken genieten we nog even van de bijna langste dag van het jaar.

Tonijn met groenten uit de zee.

(Een receptje dat uit amper drie zinnen bestaat, even lekker als simpel!)

Stukje tonijn

Een handvol lamsoren

Een limoen

Rijst

Peper (laat zout maar zitten, lamsoortjes zijn zilt genoeg!)

Lekkere olijfolie

Schroei de tonijn kort in hete olijfolie, schud de gewassen lamsoren in de pan. Geef wat peper en werk af met limoenschijfjes. Met een kommetje basmati rijst wordt dit smullen.

Zondag 17 juni 2018

Sjeesden we gisteren in vier uur en tien minuten van Nieuwpoort naar Cadzand, vandaag kruisen we op en doen er zes uur en dertig minuten over.

Oefenen dus…

BewarenBewaren

Daar in dat kleine café aan de haven…

Het lange weekend van 1 mei 2017

We plannen een retourtje Boulogne. Duinkerke, Boulogne en terug naar Nieuwpoort. Zaterdag en zondag zal het lekker waaien uit het zuidoosten, maandag stevig uit het zuidzuidwesten. Dat betekent ruime wind heen én terug, meer kan je als zeiler niet willen.

Omdat we zaterdag pas aan het eind van de dag vertrekken, ga ik koken op zee. Mijn oudste dochter gaf me ooit een leuk cadeau, het Kombuis kookboek van Fiona Sims. Het ziet er prachtig uit. Maar het is nogal british en niet alle combinaties overtuigen me. Maar het inspireert en dat vind ik de belangrijkste eigenschap van een goed kookboek. De visstoofpot met gremolata lijkt me ideaal om klaar te maken terwijl we naar Duinkerke varen. Ik deel jullie graag het recept, en dat was eigenlijk het plan voor dit stukje, maar toen kwam er iets tussen. Iets dat ik moet opbiechten over dit weekend… In Boulogne zijn we op de lappen gegaan…

Na een mooie zeiltocht op zondag -ideale wind en lekker veel stroom mee- komen we in  aan in Boulogne. De jachthaven ligt er verlaten bij.

Ook de stad is op een grijze zondag als vandaag doods en stil.

Zelfs de bar waar we graag een Picon au vin blanc drinken is gesloten. Een plateau de fruits de mer, ‘om mee te nemen’, we hadden er stilletjes luidop van gedroomd, zullen we hier niet vinden. En we hebben geen zin om op restaurant te gaan. Het beste wat we kunnen scoren is een kip en een kilo tomaten in het soort supermarktje dat altijd open is. Wanneer we tegen vijven de haven in lopen horen we muziek en stemmen in de bar.

Melig maar uitnodigend waait ‘Pour elle’, van Riccardo Cocciante ons vanuit de geopende deur tegemoet. We kijken mekaar aan, die gemiste Picon, waarom niet? In de niet bijster gezellige bar zit een bont gezelschap. Ze drinken champagne en het ziet er naar uit dat ze daar al een tijdje mee bezig zijn. Een getaande man biedt me wankelend maar galant zijn barkruk aan, de plastieken zak met de kip en de tomaten schuiven we er snel onder. De flamboyante waardin schenkt breed glimlachend twee stevige Picons in. Een man begint ons zijn leven te vertellen. Als vrachtwagenchauffeur voor een transportbedrijf van luxewagens als Lamborghini’s en Ferrari’s, -is het waar?- heeft hij wel wat te vertellen. Er volgt nog meer Picon, en ook champagne. Rookverbod? Daar trekken ze zich hier niets van aan, dit is hún stek. Christine -zo heet de barvrouw- zendt het ene nostalgische nummer na het andere uit haar telefoon de boxen in. De lelijke bar wordt steeds mooier. Als Samba Pa Ti inzet –j’adóre Santaná, vette knipoog- gaan we warempel dansen, geen mens kijkt er van op. We klinken ‘à l’amitié’ met deze onbekenden. ‘Vis ta vie!’ schateren ze. ‘A l’amitié!’

Het is halfnegen als we naar onze boot zwalpen. Eten moeten we doen. Ik bak de kip met uien en tomaten en weet niet meer goed of ik slapend eet of etend in slaap gevallen ben. Vaag hoor ik mijn schipper nog zeggen dat we morgen de stroom mee moeten hebben rond Cap Gris Nez,  en dat dat vroeg  opstaan wordt… En dan kantelt de kajuit…

Om vijf uur -jawel, je leest het goed- gaat de wekker. Tot mijn verbazing voel ik mij behoorlijk fris en heb geen greintje hoofdpijn. Op zee blaast zes beaufort alle vermoeidheid weg. We stuiven terug naar Nieuwpoort.

Dat receptje waar ik het over had, dat krijg je nog wel. Een volgende keer. Beloofd.

IMG_7398

 

Bakken aan boord, deel twee

Aan boord van een zeilboot is er weinig zo beperkt houdbaar als brood. Maar er gaat ook niets boven ovenvers brood. Alle broodvervangers, van de lekkerste crackers tot de heerlijkste muesli, gaan na een tijdje vervelen. Vers brood verveelt nooit.

Net voor onze zeilvakantie van vorige zomer speelde ik dan ook met het idee om nog snel snel een broodbakmachine te kopen. Ik had het hier en daar gelezen. Op het internet. Zo’n blitse broodbakmachine. Je wipt er een broodmix in zoals dat heet, voegt water toe en het ding doet de rest. Maar dan begint het. Die toestellen zijn toch omvangrijker dan mij lief is, ze nemen meer plaats in dan een paar stevige zeillaarzen maat 43. En ze hebben stroom nodig… Zo’n broodje is niet in één twee drie gebakken, dat duurt wel even. Afhankelijk van een van de talrijke bakprogramma’s. Tot 17 toe, glutenvrij programma niet meegerekend… Als je walstroom hebt, geen probleem, maar om onze niet zo geluidsvriendelijke generator uren te laten brommen in een idyllisch baaitje omwille van een broodje, ik weet het zo nog niet. Ik laat het idee voorlopig varen. We vertrekken op vakantie zonder broodbakmachine.

Blijkbaar had ik al eerder aan brood bakken gedacht want in een van de kastjes aan boord ontdek ik nog een vergeten pakje broodmix. En na het recente, goed gelukte cake experiment op zee, heeft de bakkriebel mij te pakken. Ik doe alles precies zoals op de verpakking vermeld, maar hoe lang het deeg daar ook staat, er gebeurt niets. ‘Verdubbelen in omvang’ al helemaal niet. Tegen beter weten in schuif ik de deegklomp de oven in. Na drie kwartier haal ik er iets uit dat nog het meest lijkt op een vuilgrijze rotsblok. Een multigranen rotsblok. Als ik de verpakking er nog eens op na lees, zie ik dat de vervaldatum van mijn broodmix al maanden overschreden is. Knorrig kegel ik de deprimerende kei overboord. Nog nooit zo snel iets zien zinken. Zelfs de meeuwen negeren het.

Een week of twee later doen we boodschappen in een hele grote supermarkt in Lerwick, Shetland. Een uitgebreid assortiment bakdingen, broodmix, bloem, gist, nootjes en graantjes lacht me toe… Het vorige misbaksel ligt nog op mijn maag en geen betere manier om dat te verteren dan een herkansing. De rare broodmix in gedachten kies ik simpelweg voor bloem en gedroogde gist. En voor een bakblik…

Varend waag ik me aan poging twee. Een hoopje bloem op het aanrecht, gist, water, een snuifje zout en kneden maar. Ik krijg het er warm van. De lekker elastische deegbol gaat in een kom met een schone handdoek er over. En hoera, het deeg rijst zoals het moet rijzen. Goed begin.

Na een uur of wat kneed ik het deeg nog eens door en leg het voorzichtig in het bakblik. Opnieuw rijst het deeg, ik word er helemaal vrolijk van. En nu de oven in. Na drie kwartier ruikt het zalig in de kajuit. Mijn broodje is gebakken. Glunder glunder.

Bruin brood, wit brood, ik probeer het de rest van de vakantie nog een paar keer. Het blijft iets magisch hebben, dat ritueel van kneden, rijzen, kneden, rijzen, bakken. Er kruipt tijd in, dat is waar. Maar varend op zee heb je tijd zat en precies het hebben van die tijd, het je kunnen permitteren van geduldig op een rijzend broodje te wachten geeft een prettig gevoel van luxe. Die hoop bloem eigenhandig in mijn klein kombuisje en met een eenvoudige gasoven veranderen in smakelijke boterhammen, -mijn schipper eet ze zelfs zonder beleg, zo lekker vindt hij ze- geeft me zo veel voldoening dat ik voorlopig die broodbakmachine niet hoef…

Bakken aan boord

2 februari, Lichtmis. Er is geen vrouwtje zo arm, of ze maakt haar pannetje warm.

De zes donkere weken van het jaar, drie vóór en drie na Kerstmis, hebben we al even gehad. Heel langzaam krijgen we dag na dag een beetje meer licht. De traditie wil dat je met Lichtmis pannenkoeken bakt, het zou je verzekeren van voorspoed voor de rest van het jaar. Dat geloven we graag en bakken is gezellig zonder meer. Zeker als het buiten guur en somber is. Wat het in ons klimaat zelfs soms in de zomer is…

15 juni 2016. Scarborough. We zijn enkele uren geleden vertrokken voor een tocht naar Wick, het noorden van Schotland. Bij aankomst in Scarborough, twee dagen eerder, was er dikke mist geweest, het leek wel herfst. Een dag later was de hemel strak blauw, de zon straalde. En nu, nog een dag later, lijkt die zomer alweer voorbij. Alles is grijs, het water, de lucht, de boot, wij. Massa’s mijlen liggen voor ons. De miezer gaat over in regen. Dat gaan wel hele lange mijlen worden denk ik dan. Tijd voor iets leuks. ‘Wat dacht je van thee en cake?’, vraag ik mijn schipper. Opklaring!

Dan besef ik dat ik wel wat voortvarend ben. Cake? Bakken? Aan boord? Ik heb niet eens een bakvorm! Geen weegschaal. Geen mixer, en zelfs geen deegkom. Maar ik heb eitjes, suiker, bloem en boter. En appels en rozijntjes.

En ik heb wel meer. Een pannetje met metalen handvat, waarom niet, dat kan zó de oven in. En een maatbeker waar met gekleurde streepjes ook gewichten van bloem en suiker op aangegeven staan. Een slakom kan dienst doen als deegkom…

Ik gok een beetje voor het gewicht van de boter en roer er met een vork 200 gr suiker door. Dan gaan er drie eitjes bij, één voor één. Ten slotte komt er 200 gr zelfrijzende bloem bij.

Nu nog de rozijnen en de in stukjes gesneden appels. Ik vet de binnenkant van de antikleefpan in en bestuif met bloem. De hoeveelheid deeg past wonderwel in de pan! Tenminste, nadat mijn schipper om een proevertje is komen bedelen. Bij ons wordt geen cake gebakken zonder dat er wat gesnoept wordt van het deeg. Onweerstaanbaar vindt hij!

Mijn gasoven aan boord is voorzien van een piepklein schermpje waarop je de temperatuur kan aflezen. Ik laat voorverwarmen tot de wijzer ongeveer op 180°c blijft hangen. Om de cake niet te laten aanbranden, zet ik de pan zo hoog mogelijk. Na ongeveer een half uur ziet het er veelbelovend uit en ruikt het heerlijk in de kajuit… Als ik in midden van de cake een houten tandenstoker prik, komt die er droog uit. Klaar!

Voor helemaal afkoelen is er geen geduld… Een dik plak lauwe cake, een kopje thee, de ideale troost op een regenachtige dag op zee…