Over de liefde en de zee

14 februari 2018

Valentijn

Liefde kun je niet verdelen
in liefde zus en liefde zo
Zij kent geen rangen en geen standen
zij kent geen level, geen niveau
Je kunt er niet mee marchanderen
zij is geen loterij, geen spel
Je kunt haar niet organiseren
zij is er niet of is er wel.

Toon Hermans

Toon Hermans, we zijn er mee opgegroeid. Een stand-upcomedian heette in de jaren ’70 nog een cabaretier, een comedy show een conference, om het met een Nederlands woord te zeggen… Wij woonden niet zo ver van de Nederlandse grens en konden de Nederlandse posten goed ‘ontvangen’… Wim Sonneveld, Wim Kan, de Berend Boudewijn kwis, Mies Bouwman, maar bovenal Toon Hermans.

De eenvoud van zijn versjes, de fijne teksten, de zorgvuldig ingelaste pauzes, net voor de plot, zijn handelsmerk.

Het is Valentijn vandaag, feest van de liefde. En als ik dit kleine versje van Toon Hermans lees, denk ik bij mezelf, dit gaat over de liefde, maar het had even goed over de zee kunnen gaan…

Die kent evenmin rangen en standen, er valt al helemaal niet mee te marchanderen, laat staan dat je haar kunt organiseren.

Ze is er niet of ze is er wel.

En er op varen met zijn tweeën, in gedeelde passie, laat ons daar vandaag op klinken!

Warmte en goede voornemens

2 februari 2018

De winter vordert traag dit jaar. We missen licht. En zon. En onze boot in het water..

Net na nieuwjaar walst de griep over ons heen, en na de griep is onze energie nog recht evenredig met het uren zonlicht dat ons toebedeeld wordt. Zoals in: beneden alle peil. Nog maar eens heeft de weerman het over de somberste winter in heel erg lang.

Maar op de laatste zondag van januari klauteren we toch maar eens de ladder op om een kijkje te nemen aan boord. Afgelopen herfst had onze Webasto er niet veel zin meer in. Blazen als een boze kat maar warmte, vergeet het maar. Er was een technieker aan boord gekomen die zich met de souplesse van een slangenmens in de koffer geplooid had waar de verwarming zit. ‘Oud beestje’, was het droge commentaar geweest. Een monkellachje. En dat hij wel eens op het internet op zoek zou gaan naar het onderdeel dat volgens hem oorzaak was van het probleem. Nooit meer wat van gehoord.

Maar het internet is er voor iedereen en we ontdekken er zowaar een handleiding voor ons type Webasto, de coolant heater DW 80. Coolant, koelvloeistof dus, in onze verwarming? En ja, wij blijken een koelvloeistof verwarming te hebben en geen lucht verwarming… Dat hebben we al die tijd niet geweten, laat staan die koelvloeistof gecontroleerd of bijgevuld. De verwarming werkte, er was een aan/uit knop en dat was het.

We maken de kuipkoffer leeg, halen de houten schotten van de bodem weg om er gemakkelijker bij te kunnen en duiken de koffer in. De leiding van de koelvloeistof voelt leeg. We vullen aan en voorzien tijdelijk dieseltoevoer vanuit een jerrycan. We schakelen de verwarming aan en hoera, hij doet het weer! Bij het bekijken van de installatie ontdekken we nog meer. Twee leidingen lopen van ons verwarmingstoestel naar de warmwaterboiler. Weer vraagtekens. Kunnen wij warm water maken met onze Webasto? En hoe werkt dat dan? Die dag krijgen we die vraag niet opgelost. Wel brengen we de rest van de middag door met het schoonmaken van de ruimtes achterin.

Terwijl ik daar mee bezig ben moet ik terugdenken aan het moment van de keuring van onze boot kort voor de aankoop. HISWA aankoopexpert Theo van Rijswijk nam ons schip van voor tot achter onder de loep. Terwijl hij dat deed, gaf hij ook tips en uitleg, veel uitleg. Toen die mij te technisch werd, haalde ik verontschuldigend mijn schouders op. ‘Techniek en ik, het gaat niet goed samen’, wuifde ik mijn onwetendheid lachend weg. ‘Ik spreek een paar talen, kan autorijden, lekker koken, ben handig met pc en internet, ik kan poetsen en strijken, zelfs schilderen en behangen. En ik ben bijzonder sea-proof. Maar elektriciteit, motoren of technische dingen, laat maar zitten.’ Dáár nam keurmeester Theo geen genoegen mee. Hij vond het toch wel onze -dus ook mijn- plicht om een en ander van eigen schip technisch te snappen.

En hier, dubbelgeplooid in mijn kuipkoffer, geef ik hem gelijk. Ik moét hier meer van te weten komen, er werk van maken om van mijn aversie voor techniek af te komen. Beginnend met die verwarming.

O ja, nog dit. Onlangs las ik dat uit een of andere studie was gebleken dat goede voornemens waar je pas in februari mee start, meer kans maken dan diegene die je al te voortvarend in januari maakte.. Ik wil het graag geloven.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Waarom zeil je naar een eiland als Tresco?

Die Isles of Scilly, is dat een leuke vakantiebestemming? Is er een pretpark met een wildwaterbaan, een subtropisch zwemparadijs? Zijn er gastronomische restaurants? Shows, bezienswaardigheden, kunst? Kortom, valt er wat te beleven?

Wat mij betreft, ik had er meermaals per dag stof voor een blogpost… Al kan dat ook aan mij liggen. Mijn schipper toomt mij in. ‘Daar ga je de mensen toch niet mee vervelen, kan je het niet gewoon een beetje samenvatten?’ Ok dus. Samenvatten.

Een wildwaterbaan? Onze zeiltocht ‘buitenom’ van St. Mary’s naar Tresco misschien… ‘Binnendoor’ vonden wij er wegens ondieptes griezelig uitzien op de kaart. Maar als we tegen de westenwind opkruisen tussen St. Agnes en Samson schrikken we van de donkerblauwe oceaandeining. Nu wordt duidelijk dat men hier ontzag heeft voor windkracht vier, meer is er niet nodig om het oceaanwater in een hoge swell steil tussen de eilanden op te stuwen. Binnenvaren in het Bryher Channel is al even spectaculair, het water breekt bulderend op Shipman Head. Elke ‘splash’ verbleekt bij het binnenvaren tussen Hangman Island en Cromwell’s Castle. Dus ja, er is een wildwaterbaan. Een echte.

Een pretpark? Op een manier doet het eiland Tresco me denken aan Jurassic Park… De weelderige plantengroei op het zuidelijk deel van het eiland, palmbomen, vreemde varens… De golfkarretjes-achtige elektrische wagentjes die hier rondrijden, ik verwacht een mini-dinosaurusje achter elke struik.

Helemaal subtropisch wordt het in Abbey Gardens, een schitterende botanische tuin. Waar we, -verliezen we hier ons tijdsbesef?- zo laat aankomen dat we twee entreekaartjes krijgen voor de prijs van een. Rennen door Jurassic Park dus.

Een restaurant? Het heerlijke Ruin Beach Cafe ligt aan een azuurblauwe baai en al kunnen we er op de zomerse dag van mijn verjaardag niet terecht wegens volboekt, we scoren een tafeltje voor de volgende dag.

Of het er gastronomisch is komen we helaas niet te weten omdat in één nacht niet alleen het weer omslaat maar ook onze bijboot. Buitenboordmotor hangt er nog aan, weliswaar ondersteboven, het schroefje wijst hulpeloos naar de donkere lucht erboven. Zo hangen we een hele dag gegijzeld aan onze mooring, in dit weer is naar de kant roeien geen optie. Onze reservatie, mijn verjaardagsdineetje, bellen we af, het wordt gastronomie uit ons kombuis.

Gebeuren er wel meer spannende dingen?

In het slechte weer lijkt er iets aan de hand met een helblauw Frans jacht dat iets verderop voor anker ligt. Een man haast zich het voordek op, doet iets bij het anker, rept zich opnieuw naar achter. En dan zien we het. De boot ligt niet stil, het anker krabt. Hij is alleen aan boord en kan onmogelijk én zijn anker lichten én zijn boot besturen in dit weer…

Op een andere Franse boot springen drie mannen in hun bijboot en varen in de loeiharde wind naar de boot in nood. Ze klauteren er vliegensvlug aan boord, iemand neemt het roer, de anderen bekommeren zich samen met de schipper om het anker. Dat komt moeizaam omhoog, een dik pak wier eromheen. Met vereende krachten wordt het gelicht en de boot vertrekt, twee bijbootjes meeslepend. Ze varen tot bij een vrije afmeerboei en de drie heldhaftige zeilers, de kappen van hun zeiljassen diep over het hoofd getrokken, tuffen het hele eind terug naar hun eigen zeilboot. Knap staaltje zeemanschap. Zelf zijn ze niet zo onder de indruk van het snertweer, één van hen gaat in de gietende regen op het achterplecht staan vissen…

En dan is er nog -na het stormweer- de avondlijke training van een gig, een bijzondere roeiboot met een boeiende geschiedenis, de leuke fund raising van het plaatselijke schooltje -met de opbrengst van de verkoop van knutseltjes gemaakt van schelpen willen ze dingen voor de school kopen-, de oystercatcher met haar pluizige jongen, er zijn de zonsopgangen en zonsondergangen, de luchten al even veranderlijk als de barometer, de talloze kunstgalerijtjes…

Voor al die dingen zou je naar de Isles of Scilly kunnen gaan…

Feestelijk foutje…

21 juli 2017

New Grimsby Sound, tussen het eiland Tresco en Bryher

Bij het woord feestelijk denk ik niet spontaan aan ballonnen of taart. Eerder aan een kleurig bevlagde boot… To dress a ship heet dat in het Engels. Je schip aankleden, uitdossen, heel elegant. Het Nederlands heeft er dan weer een Frans woord voor, pavoiseren. Vandaag ben ik jarig en krijgt onze Pat Panick haar grand pavois, feestjurk voor een schip…

Jaren geleden bestelde ik zo’n seinvlaggenset als verjaardagscadeau voor Las. Het geheel kwam als een rode lap met zakjes er op gestikt, elk met een keurig gevouwen vlaggetje erin. 26 letters van het alfabet, 10 cijferwimpels, 3 vervangingswimpels. Nee, dat ging ik niet zomaar als geschenk verpakken, ik zou ze ophangen en mijn schipper er mee verrassen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik zie me nog zitten met het pak opgeplooide vlaggen en metershoog boven mijn hoofd de mast. Vlag per vlag peuterde ik de houtjes-touwtjes in elkaar tot een lang sliert. A, B, C, … Vooraan zou ik de spinnakerval gebruiken om het geheel omhoog te hijsen, achteraan de grootzeilval. Gemakkelijk was anders, hoe langer de slinger met vlaggen werd, hoe meer de wind er mee aan de haal ging. Fier als een gieter was ik toen het uiteindelijk lukte. Wat ik niet opgemerkt had, was onze overbuur Philippe die mij van op zijn boot geamuseerd gadesloeg. Weken later maakte hij me er fijntjes op attent dat het er allemaal wel feestelijk had uitgezien maar dat ik het niet echt volgens de regels van de kunst had gedaan. Hoezo, niet volgens de regels van de kunst? Blijkbaar mogen de seinvlaggen helemaal niet alfabetisch worden gehangen, maar wel volgens een afgesproken volgorde, waar hard over nagedacht is. Vlaggen wisselen af met wimpels, kleuren zijn zo gerangschikt dat ze voor een evenwichtig geheel zorgen en de letters waar ze voor staan mogen geen ongepaste of beledigende boodschap vormen.

Dit zou me geen twee keer overkomen. Al snel vond ik de code op het internet. A-B-2-U-J-1-K-E-3-G-H-6-I-V-5-F-L-4-D-M-7-P-O-3rd Sub-R-N-1stSub-S-T-zero-C-X-9-W-Q-8-Z-Y-2nd Sub, zó en niet anders. Ik knoopte onze vlaggen volgens het boekje, rolde de vlaggenslierten in elkaar en borg ze op tot het volgende feestmoment. Slim, dacht ik.

Maar perfectie is niet van deze wereld want als ik vandaag op mijn verjaardag de twee opgerolde slingers uit elkaar schud weet ik ineens niet meer wat voor en wat achter is, noch wat boven of onder moet. Ik google het nog maar eens maar kan tot mijn verbazing geen touw vastknopen aan wat ik aantref op het internet. Hoe ik mijn vlaggen ook houd, niets houdt steek. E-Q-3-G-8-Z-4-W-6-P-one-I-Code-T-Y-B-X-1st sub-H-3rd sub-D-F-2nd sub-U-A-O-M-R-2-J-zero-N-9-K-7-V-5-L-C-S, hoezo?

Iets dieper graven op het internet brengt raad. Er blijkt zowel een Amerikaanse als een Britse versie te bestaan! En helaas, onze vlaggen blijken volgens de Amerikaanse etiquette geknoopt… Het is intussen zo’n mooi weer geworden dat de etiquette ons kan gestolen worden, we hijsen Pat Panick snel in haar Amerikaans feestjurkje en gaan op stap. Van op de wal ziet het er prachtig uit.

_MG_7037

Prachtig ook wordt onze wandeling op het noordelijke stuk van het eiland Tresco…

 

BewarenBewaren

Eén dag oostenwind, het is nu of niet!

‘Red sky at night, sailor’s delight. Red sky in morning, sailor’s warning.’ Door mijn jongste zus ooit losjes vertaald als ‘Rood in de nacht is een zeiler die lacht. Rood in de morgen is een zeiler met zorgen.’

Maandag 17 juli 2017

Hier in Newlyn laat de ondergaande zon een vlammende hemel achter. Newlyn. Half zeilend half tuffend zijn we vandaag de 35 mijl van Falmouth rond Lizard Point naar hier gevaren. In alles wat we aan boekjes en gidsen aan boord hebben lees ik dat zeilers in deze haven niet erg welkom zijn. Hier zwaaien vissers de plak. Maar behalve een nogal norse havenmeester valt het best mee.

En dan het weerbericht. Voor het eerst deze vakantie is er oostenwind voorspeld. Voor morgen. Alleen voor morgen. Het wordt dus kiezen. Blijven we hier en nemen we tijd om Newlyn, Penzance, St-Michael’s Mount te gaan bezoeken of glippen we dat weervenster door naar de Scilly eilanden? Het nu-of-niet-gevoel haalt het, we besluiten om morgenvroeg de oversteek te maken, wind in de poep.

Maar omdat het zonde is om te vertrekken zonder maar iets gezien te hebben van dit vissersdorp maken we aan het eind van de dag nog een flinke wandeling.

In een paar straten zijn we het dorp uitgelopen, een lange dijk strekt zich uitnodigend uit langs de baai. We stappen en blijven stappen.

De avondlucht is zoet, het zachte strijklicht van een ondefinieerbaar blauw. In de 19de eeuw was dit een kunstenaarsnest, bekend geworden als The Newlyn School. Schilders kwamen dit fijne inspirerende licht opzoeken. Als ik uitkijk over de baai begrijp ik waarom.

Langs het strand ligt een zwembad met zeewater, The Jubilee Pool. Gebouwd in de jaren dertig van vorige eeuw, helemaal gerenoveerd in de jaren negentig en bijna verwoest op Valentijnsdag 2014 toen een zware storm de kust aan flarden reet. Twee jaar duurde het om het art deco zwembad in zijn volle glorie te herstellen. Nu ligt het er vredig bij in het stille licht, een pareltje!

Dinsdag 18 juli 2017

Afkruisend voor de wind stuiven we over een donkerblauw deinende zee naar the Isles of Scilly.

Nog dit. Noem de eilandengroep liever niet the Scilly Islands. Dat vinden ze daar op die afgelegen plek niet fijn. Silly, zo veel als ‘dwaas’, weet je wel… Ze zijn al buitenbeentjes genoeg, die eilandbewoners…

’s Nachts op zee

Zaterdag 8 juli 2017 – zondag 9 juli 2017

Duinkerke – Yarmouth

Er zijn zo van die nachten..

Deze morgen om 5:00 vertrokken we uit Duinkerke en we waren niet alleen. Iedereen die west wou was van de partij, aan Cap Gris Nez moet je –zeker bij nakend springtij zoals nu- de stroming mee hebben. De lome kudde motort traag, tot de wind uit het NW aanwakkert en we sportief aan de wind kunnen zeilen. Voorbij de kaap valt de wind weer weg, de kudde buigt synchroon af richting Boulogne. Wij gaan door.

Na een zonnige dag kwakkelen, zeil, motor, zeil, motor naderen we Beachy Head. In het westen zakt de zon traag achter de klif, in het oosten gaat de volle maan op in een zweem van babyroze en babyblauw.

Tussen Beachy Head en Selsey Bill varen we de kraakheldere nacht in. Las neemt de eerste wacht tot een uur of twee, nu is het mijn beurt. Ik heb geslapen als een roos. De nacht is mooi en vriendelijk. Er is geen wind, we varen op motor. Ik lees een beetje, kijk om me heen, controleer onze track op de Ipad, maak mezelf een beker thee. Dit is leuk.

Aan bakboord wedijvert een feestelijk verlicht cruiseschip met de volle maan die zowel aan de hemel als in het water schittert.

Om iets over vier wordt het over stuurboord al licht, nog drie kwartier voor de zon opgaat, net boven de horizon kleurt de hemel oranje. Magisch.

Purper, roze, diepblauw, oranje. Tegen beter weten in maak ik wel honderd foto’s. Ik weet maar al te goed dat die –weinig licht en veel wiebeling- hooguit een onscherpe, teleurstellende weergave zullen zijn van wat ik nu zie.

Inmiddels is het helemaal licht, er is nog steeds geen lover wind. Voor ons ligt het eiland Wight. Tegen de middag kunnen we in Yarmouth zijn, laat ons dat maar doen.

Maandag 10 juli 2017 – dinsdag 11 juli 2017

Isle of Wight – Torquay

Het witte eiland Wight ligt al enkele uren achter ons. Met het laatste van de uitgaande stroom zijn we via het Needles Channel de Solent ontstuimig uit gevlogen en hopen dat het nu gaat lukken om in één keer door te varen naar Falmouth. Poging twee dus.

Maar de wind zit nog maar eens tegen en de zee is ruw en onwillig. Dit wordt een lastige nacht, uitgerust blijven is de boodschap, ik kruip alvast in bed. Onze bakboord kajuit achter is de beste plek om op zee te slapen, maar ik –die gewoonlijk om het even waar en wanneer de nodige slaap kan halen- vind dit keer mijn draai niet. De boot kruist op, soms rol ik tegen de schuine buitenwand, soms tegen de rechte wand er tegenover. Aan beide kanten heb ik een opgerold donsdeken gepropt, als stootkussen. Las zet de motor bij, het opkruisen lukt niet, hoor ik. Ik voel ons ter plaatse steigeren. Ik schuif van bakboord naar stuurboord en terug, zit ik in een wasmachine? Slaap soms even maar schrik dan ongerust wakker. Is Las er nog? Door het kleine raampje zie ik twee benen in de kuip staan, er naast bengelt de lifeline –‘s nachts lijnen we ons altijd aan. Oef, terug proberen slapen. Maar de geluiden houden me wakker. Nu eens heb ik het te warm, dan te koud, warrige gedachten tollen als gek door mijn hoofd. Als Las me wekt voor mijn wacht, ben ik geradbraakt en heb het gevoel geen oog toegedaan te hebben. Buiten is het nu ook beginnen regenen, gemene, stille, grijze motregen, geen zonsopgang te bespeuren. De barometer zakt steeds dieper.

Nee, niet alle nachten op zee zijn idyllisch. En nee, geen foto’s vandaag.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Mag ik het over Londen hebben?

Hemelvaart 2017

Naar Londen zeilen met Hemelvaart, een aantal jaren geleden zijn we het beginnen doen. Met een boot of drie, vier, wisselende gezelschappen. Elke keer is anders, elke keer ontdekken we nieuwe dingen. Ook nu. Stof voor een stukje.

Maar mag ik het over Londen hebben, nu -amper een week later- die dynamische stad nog maar eens is opgeschrikt door gruwelijke terreur? Moeten we treuren en zwijgen, en overwegen om er niet meer te komen? Of mag ik het over het Londen hebben, over die multiculturele, bruisende stad met zoveel gezichten? Ik denk dat ik het over Londen moét hebben. Over deze stad die niet klein te krijgen is, die zichzelf opnieuw uitvindt, keer op keer.

Net zoals de tachtigjarige kunstenaar David Hockney aan wie Tate Britain een grote overzichtstentoonstelling wijdt. 60 jaar uitbundige creativiteit, dat wil ik graag zien. Nee, ik heb nog geen tickets. Met een zeilboot weet je nooit, storm, pech, misschien raak je zelfs niet in Londen.. En dus queuen we geduldig, very british indeed.

En dan is daar, temidden van indrukwekkende schilderijen, tekeningen en collages, dat verrassend video kunstwerk, The Four Seasons, Woldgate Woods. Op vier wanden telkens negen schermen met hetzelfde landschap, in elk seizoen. De beelden zijn gemaakt vanuit een rijdende auto en zuigen je traag hypnotiserend mee. De traagheid is ontroerend, de seizoenen onverstoorbaar volhardend. Alles herbegint. Altijd.

Onze tochten naar Londen zijn nooit hetzelfde. Dit keer is de zon brandend van de partij, en ontbreekt de wind. Helemaal. We tuffen lange uren.

Geen wind betekent plat water in de Thamesmonding. Zo plat dat mijn schipper in afwachting van het getij wel eens wil ankeren in plaats van Queenborough aan te doen zoals gewoonlijk. Iets voorbij Nore Sand liggen we op de eerste rij voor een magische zonsondergang.

De volgende ochtend neemt de stroom ons mee richting Londen. Onderweg krijgen we het bezoek van de politie in een zwarte zodiac. Met de vriendelijke maar besliste uitnodiging om ieder verdacht feit te willen melden op een bijzonder nummer. Ook her en der in de stad vragen affiches om waakzaamheid. De volgende dag herinnert een wandeling over Westminster Bridge aan de recente terreurdaad van 22 maart 2017. En de feiten halen mijn woorden in, afgelopen zaterdag 3 juni 2017 waren London Bridge en Borough Market het doelwit van nog meer driest terreur.

Maar stilstaan doet Londen niet. Haar skyline verandert even snel als het werk van David Hockney. Na Tate Britain gaan we richting Battersea Power Station. Deze iconische plek, in ons collectief geheugen geprent door de lp Animals van Pink Floyd, wordt aan hoog tempo verbouwd tot luxueus woonoord.

In contrast met die niet aflatende bouwwoede ligt iets verderop Battersea Park felgroen te genieten van het ongewone zomerweer. De Thames stroomt onophoudelijk, vijf uur naar zee -een kleine adempauze bij het kenteren van de stroom- en zeven uur terug.

Zoals steeds overnachten we met onze boten in Limehouse Basin Marina. Het is er goedkoper en rustiger liggen dan in St. Katharine Docks en er is een metrohalte vlakbij. De vele narrowboats die er liggen zorgen voor een boho sfeertje en je kan er ongestoord barbecuen op het ponton.

Vlakbij London Docklands. Waar in Canary Wharf, Londens tweede zakencentrum, de ene glimmende wolkenkrabber na de andere verrijst. Maar waar je ook heerlijk kan fietsen langs de Thames of op Isle of Dogs verrast wordt door leuke pleinen, een gezellige pub. Van daar kan je zelfs via een voetgangerstunnel onder de Thames door naar de overkant, naar Greenwich.

Londen blijft verrassen, blijft ons verbazen. Wij blijven gaan. Keep calm and carry on…

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Een lang weekend en we willen ‘weg’…

Paasweekend 2017

‘Waar gaan we naar toe?’

‘Ik weet het niet. Weg, zeker?’

Zo gaat het soms als het weerbericht weinig overtuigend is. ‘Wisselvallig, weinig wind, fris voor de tijd van het jaar’. O ja, een lichtpuntje. ‘Het blijft overwegend droog’. Overwegend.

Een strak plan voor het lange Paasweekend hebben we dus niet. Maar de vrije dagen lonken als een weather window. Aan boord zijn van onze boot is een minimum, varen vanzelfsprekend, zeilen een bonus.

En zo vertrekken we op donderdagnamiddag traag zeilend richting Duinkerke. Onderweg spit ik, na de onverkwikkelijke douanecontrole in onze thuishaven Nieuwpoort, het logboek uit, op zoek naar onze zonden van vorig jaar, lees: rode diesel tanken in een land waar je met je boot alleen rode diesel kan tanken. Het ligt ons op de maag, zo’n beetje als zeeziekte maar dan anders.

De volgende dag is ons vaarplan niet echt strakker geworden. Het Kanaal oversteken is net bezeild, laat ons dat maar doen. Pas ter hoogte van de Sandettie SW boei bij de ‘middenberm’ tussen de traffic zones beslissen we koers te zetten naar Ramsgate. Dover laten we liggen waar het ligt omdat de wind van daar komt, de Goodwin Sands laten we wijselijk links liggen. Ik heb eigenlijk niet zo’n zin in Ramsgate, verzucht dat we er al zo vaak geweest zijn, dat er niets te zien is.

Maar ik krijg ongelijk want de flinke wandeling die we er later op de dag maken brengt ons bij een stukje Ramsgate waar we niet eerder waren. En als we voorbij de Royal Temple Yacht Club komen realiseer ik me dat het vandaag drie jaar geleden is dat mijn vader overleed. En dat zijn laatste zeiltocht vooraleer een verkeersongeluk voor hem een einde aan het zeilen maakte, hem naar Ramsgate én de Royal Temple Yacht Club bracht. Dat was november 1983. We stappen er binnen en heffen het glas op hem.

Een dag later. Varen we rond Margate, de Thames monding in? Of steken we terug over naar Frankrijk, om zo een driehoekje Noordzee te varen? Voor de ene keuze zit de wind goed maar de stroming niet, voor de andere is het net omgekeerd. Er wordt ook erg weinig wind voorspeld en omdat we varen op motor niet zo fijn vinden, zitten grote afstanden er niet in.

Dover dan maar. Om het laagste laagwater in Ramsgate voor te zijn, vertrekken we ontieglijk vroeg, ik word er kregelig van. Het grauwe weer helpt mijn humeur ook niet meteen vooruit. En datgene waar ik naar uitkijk, dicht langs de beroemde witte kliffen de haven van Dover aanlopen, valt ronduit tegen. De wolken sluiten de gelederen, de zon raakt er niet door, de kliffen zijn niet wit maar grijs. De hemel is als lood. Dat we intussen aan een royale 7 knopen zeilen en mijn schipper met volle teugen geniet, laat me koud. Ik wil zon. En witte kliffen. Geen grijze.

Maar als we later goed afgemeerd liggen in de tidal marina geeft een  verkwikkende douche nieuwe energie. Terwijl we de wandelschoenen aantrekken wringt de zon zich aarzelend van tussen de wolken. Stevig stappend keert mijn goed humeur terug en als we boven op de beroemde kliffen staan is ze daar helemaal, de zon! Met haar magische licht tovert ze het grijze water fel turkoois en gaan de kliffen zo wit schitteren dat het bijna pijn aan de ogen doet.

There’ll be bluebirds over
The white cliffs of Dover
Tomorrow
Just you wait and see

Een bluebird? Ik dacht dat er alleen maar meeuwen over de witte kliffen van Dover zweefden..

Bij de al even witte vuurtoren van South Foreland doen we ons onder een stralend lentezonnetje te goed aan tea for two and scones with jam and clotted cream. Het popperige theehuisje van Mrs. Knotts is een juweeltje. Ik geniet met volle teugen van dit slecht geplande weekend.

De volgende dag zeilen we van Dover naar Duinkerke en op Paasmaandag terug naar Nieuwpoort.

O ja, nog even dit. Op Pasen -we zijn een mijl buiten de haven van Dover- komt een donkere boot met hoge snelheid recht op ons af gevaren. Niet nóg een controle, toch? Border Force staat er op de boot… Ze roepen ons op, stellen vriendelijk een paar routine vragen en sluiten wuivend af met een olijk ‘Enjoy your sailing today!’

Engelsen en zeilers, dat gaat goed samen…

 

Witte donderdag, rode diesel

Donderdag 13 april 2017. Witte donderdag.

Het paasweekend ligt voor de boeg. Boodschappen zijn gedaan, weerberichtjes binnengehaald, water en fuel getankt. We hebben nog maar net de laatste plooibox aan boord gezet of drie mannen in het zwart, mét reddingsvest en aktentas komen het ponton op gelopen, onze richting uit.

Controle van de douane… Identiteitspapieren, vlaggenbrief, aankoopbewijs, onze papieren zijn in orde.

Maar als een van de twee dieselcontroleurs een staal uit onze tank tegen het licht houdt, schudt hij meewarig fronsend het hoofd. Met oprechte interesse bekijkt Las samen met hem de brandstof en vraagt bezorgd of er niet te veel prut in zit, de mogelijke vervuiling van onze dieseltank is iets waar mijn schipper wel eens over piekert.

“Vervuiling?” De controleur schudt nu nog meer het hoofd, “Te róód, ja!”. Van zorgeloze zeilers voelen we ons veranderen in opgejaagd wild. Te rood? Uiteraard, vorig jaar vaarden we zes weken in Schotland en hebben daar rode diesel getankt. Daarvan kan hier en nu nog wat in onze tank zitten, ja…

“Mag niet”, klinkt het formeel. “In strijd met de wet.”

Er bestaan twee soorten diesel, de rode waar de staat minder accijnzen op heft, is voor beroepslui, de witte, de dure dus, voor alle anderen. In Engeland hebben ze die Europese richtlijn niet willen aanvaarden, zij gunnen hun pleziervaart nog goedkopere brandstof. Meer zelfs, in hun jachthavens is enkel rode diesel te krijgen.

Furfural is de kleurstof die rode diesel rood maakt. Een hardnekkig goedje dat -eenmaal in je brandstoftank- tot meer dan twee jaar zichtbaar blijft. Ook al tank je bij terugkeer in eigen land volgens het boekje witte diesel, tankbeurt na tankbeurt.

Ik denk terug aan de plaatsen waar we die ‘foute’ diesel haalden. Afgelegen plekken waar enkel boeren en vissers wonen. “En als daar nu geen witte diesel te krijgen was?” probeer ik nog. “Dan heeft u niet hard genoeg geprobeerd, mevrouw.” En hij haalt er statistieken bij. “Op 100 mensen die naar Engeland varen, slagen er 90 in om zelfs dáár (minachting) witte diesel te bemachtigen, waarom kunnen die andere 10 dat niet?” Ik begin me vooral zorgen te maken over die 10. Leven ze nog?

Ik herinner me een passage uit onze vaargids met het advies om in een afgelegen zeilgebied als de Shetland eilanden altijd water en fuel te nemen waar dat mogelijk is. Goed zeemanschap dus. Omdat we ook weten dat we bij thuiskomst in principe geen rode diesel meer in onze tank mogen hebben -volstrekt onrealistisch dus-, hebben we elk bonnetje bewaard. In ons logboek staan onze tankbeurten, wit en rood, en motoruren. Dat maakt weinig indruk. Ons staal -het doet me denken aan het plasje bij het medisch onderzoek in de lagere school- zal naar Leuven gaan voor verder onderzoek. “In België heb je je aan de Belgische wetten te houden, zo is dat, informeert de controleur ons nog. Engelsen rijden bij ons toch ook niet links?”. Of we dan met onze rooie diesel ook zo’n gevaar betekenen, vraagt Las laconiek.

En wat adviseren de heren van de douane dan wel als je in Engeland uit noodzaak rood hebt getankt en de Belgische wateren terug binnen vaart? De controleur haalt de schouders op, leegpompen zeker? Dat is duidelijk zijn probleem niet. 400 liter brandstof weggooien? Waar en hoe doe je dat? En dan je tank laten reinigen, brandstoffilters vervangen? “Sorry, mevrouw, wij doen enkel ons werk.”

We vernemen dat we een boete tot duizend tweehonderd vijftig euro riskeren. Duizend tweehonderd vijftig euro. De man spreekt het bedrag langzaam kauwend uit, zijn collega sust dat het misschien wel zo’n vaart niet zal lopen…

Ten slotte mogen we nog een klein staaltje van onze diesel houden, in een verzegeld zakje weliswaar…

Drie dagen later is het Pasen. We klinken met een glaasje. Niet wit, niet rood, maar licht rosé…

Wordt vervolgd. (of misschien niet?)

Van vlaggetjes en superjachten

Zaterdag 10 februari 2017

Vandaag vindt de winterontmoeting van de Breehornzeilers plaats, ‘ons Hollands clubje’ zoals ik ze voor de gezelligheid noem. Dit keer gaat de bijeenkomst van Breehorn-eigenaren door in Vollenhove, in een eeuwenoud landgoed, het statige Oldruitenborgh.

Niet meteen een omgeving voor zeilers zie ik jullie denken. Maar het bootgehalte ligt hier in Vollenhove hoger dan je zou denken. Daarover straks meer.

In de voormiddag gaat de jaarvergadering door. Ook krijgen we een nieuw clubvlaggetje. Fijn is dat het ontwerp ervan even toegelicht wordt. De blauw en witte strepen staan voor zee en golven, het gele vlak voor de zandbank Breehorn waar onze boten naar genoemd zijn en daarop het logo van de werf. De Breehorn zandbank of plaat ligt in het Amsteldiep, Noord-Holland, niet meteen vertrouwd vaarwater voor ons.

Na de lunch ruilen we de grandeur van het landgoed in voor nog veel meer grandeur. Want de Breehornzeilers hebben voor deze winterontmoeting een bezoek geregeld aan de bedrijven Rondal en Royal Huisman Shipyard. Rondal maakt masten, gieken, winchen, luiken en meer fraais voor superjachten, Royal Huisman Shipyard bouwt die superjachten.. En zo kunnen we eens binnengluren in de wondere wereld van de mega-jachten voor superrijken. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. Alles is zo buitenproportioneel dat het voor ons, met onze bescheiden jachtjes, haast onwerkelijk is. Een mast, zes keer zo lang als onze hele boot. Kostprijs van al dat moois een veelvoud van onze bootjes… per lopende meter welteverstaan. Indrukwekkend is een understatement. ‘If you can dream it, we can build it’, luidt het bij Huisman. Ja, ja..

Bijzonder vind ik de loods waar een volledig interieur wordt opgebouwd. Dit gebeurt nog niet in het schip zelf maar alles is wel helemaal op maat. Er staat dus een fictief stuk schip met daarin alles wat uiteindelijk in het superjacht komt. Op alle onderdelen zie ik kleine labels met codes. Wat moet dit strak georganiseerd zijn. Overal mogen we rondkijken, onze vragen worden uitgebreid beantwoord, maar foto’s nemen mag niet. Gelukkig is er nog altijd internet…

Bij de borrel wordt er nog wat nagedroomd. En ja, ook dit jaar was er de fotowedstrijd. Werd mijn foto vorig jaar de favoriet, dit keer haalden mijn inzendingen de eindselectie niet. De winnende foto werd ingezonden door de eigenaar van een Breehorn 41 die afgelopen zomer een prachtige reis naar de Azoren maakte.

Pittig detail, zijn boot heet Playmobil… Vergeleken met de superjachten van Huisman lijken onze boten inderdaad wel speelgoed. Maar wij koesteren ze. En nemen zelfs de moeite om -zowat halverwege het zeilseizoen- een uit de naden gewaaid clubvlaggetje liefdevol de nodige herstelling te geven. Intussen zit hier in Vollenhove de winterontmoeting er op, zorgvuldig vouw ik ons kersverse clubvlaggetje op en stop het in mijn handtas. Dat kan binnen enkele weken het want in. En naar verluidt zou het van een sterkere stof gemaakt zijn dan voordien. Het geluk zit in kleine dingen…