Waar o waar?

Vanuit het zuidfranse Fréjus whatsappt vriend Robin, die onze passie voor zee en zeilen kent, een foto, met daarbij de woorden: ‘à compléter’…

Aangevuld en vertaald:

‘Er zijn drie soorten mensen, de levenden, de doden en zij die op zee varen…’

Wie het precies zei en waarom, daar is niet zo veel zekerheid over, maar het maakt wel duidelijk hoe men al van in de Oudheid over zeelui denkt. Dat hun lot zo onzeker is dat ze niet meer bij de levenden -lees: normale mensen- gerekend worden, maar dat ze toch ook niet helemaal weg -lees: dood- zijn. In die tijd verdween een schip gewoon letterlijk aan de horizon.

Vandaag de dag ondenkbaar. Dankzij wonderlijke zaken zoals GPS, AIS, Marine Traffic en andere slimmigheden volg je boten in real time. Drones filmen wedstrijdboten in de Indische Oceaan en luttele uren later hap je die hallucinante beelden satelliet- en Facebookgewijs weg bij je ontbijt…

Maar vijftig jaar geleden, in 1968, was van dat soort spitstechnologie nog geen sprake en konden zeilers echt nog verdwijnen aan de horizon. Zo ook de negen deelnemers aan de Sunday Times Golden Globe Race, de allereerste non-stop solo rond de wereld zeilwedstrijd. Slecht één van hen, de illustere Robin Knox-Johnston, haalde na 312 dagen de finish. Zeven anderen gaven op. Eén zeiler kwam om het leven…

Donald Crowhurst was zijn naam.

Het bittere verhaal van Donald Crowhurst is in deze tijden van mediagekte en fake news plots weer opvallend actueel en inspireerde bijna gelijktijdig twee cineasten. De Britse film ‘Crowhurst’ is voor zo ver ik weet niet in de zalen bij ons, maar naar de Amerikaanse verfilming ‘The Mercy’ gaan we kijken.

Donald Crowhurst neemt in 1968 niet alleen voor het avontuur maar vooral uit geldnood deel aan de Sunday Times Golden Globe Race. De prijzenpot moet de redding worden voor zijn wankele bedrijfje Teignmouth Electron. Het gaat een risicovolle onderneming worden, niet alleen omdat hij bitter weinig zeilervaring heeft, maar ook omdat er bij de voorbereidingen veel mis gaat.

De bouw van zijn trimaran loopt zo veel vertraging op dat hij de uiterste vertrekdatum dreigt te missen. Maar de druk -onder andere van de pers- is zo hoog dat de twijfelende Donald, ook al is zijn schip niet klaar, toch het ruime sop kiest.

Als hij voor vrienden en familie aan de horizon verdwenen is, wordt het hopeloze van zijn waagstuk dag na dag duidelijker. Maar wanneer via korte momenten van radiocontact blijkt hoe hoog de verwachtingen aan land gespannen zijn, wordt hij radeloos. Falen wil hij niet, doorgaan is onmogelijk. En daar gaat het mis. Sukkelend op de oceaan begint hij te liegen over zijn positie. Hij start een tweede logboek, creëert zorgvuldig een vals traject, een verzonnen reis om de wereld.

Dit fake news communiceert hij mondjesmaat met het thuisfront. Dat brengt hem steeds meer in moeilijkheden want plots blijkt hij -vanuit zijn valse positie- op kop te liggen. De journalisten smullen er van. Nu de andere deelnemers een na een opgeven, maakt de pers van underdog Donald een ware held. Mentaal gaat het helemaal bergaf met de eenzame zeiler. En dan valt alle radiocontact weg… Weken later wordt de Teignmouth Electron verlaten aangetroffen door een vrachtschip, van de schipper geen spoor. Enkel met een wanhoopsdaad hoopte Crowhurst nog genade te vinden.

De vertolkingen van Colin Firth en Rachel Weisz en een fiks filmbudget ten spijt zijn de kritieken over de film allesbehalve lovend. Maar kijk, cinema en zeilen, ik vind het zelden een geslaagd huwelijk. Hoe het er op een boot aan toe gaat op volle zee krijg je aan niet-zeilers al nauwelijks uitgelegd, laat staan beproevingen als die van Donald Crowhurst. Toch ben ik het niet helemaal eens met de filmcritici en heb wel genoten van de film…

Maar ik moet het die filosofen uit de Oudheid nageven, zeelui zijn echt wel een héél aparte categorie. En om dat geloofwaardig in een film te vatten, eenvoudig is het niet…

Maar niet getreurd voor wie de film niet geslaagd vindt, er is ook nog altijd het boek, dat wel positieve kritieken krijgt. ‘Een meesterwerk’ en ‘fascinerend’ wordt The Strange Last Voyage of Donald Crowhurst, geschreven door journalisten Nicholas Tomalin and Ron Hall, lovend genoemd. Er is nu ook een Nederlandse vertaling van, ongetwijfeld een perfecte aanvulling van de scheepsbibliotheek..

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

Paniek!

Donderdag 15 maart 2018

Over een week zal het lente zijn. Toegegeven, op het merkbaar langer worden van de dagen na is van lente nog niet echt veel te merken. Maar weer of geen weer, toch is daar het moment waar mijn schipper reikhalzend naar heeft uitgekeken. Pat Panick gaat terug het water in na een lange donkere winter! De late winterprik die voor het komende weekend voorspeld is, met vriestemperaturen overdag, kan de pret niet bederven. Een nieuw zeilseizoen begint. Punt.

Om 8h30 zijn wij als eerste aan de beurt. Zeilvrienden Alain en Philip komen ondanks het vroege uur een handje toesteken en dat maakt het toch een stuk relaxter. Ik heb geen vrije dag vandaag, en wil, als het even kan, tegen 10h00 op kantoor zijn.

Een boot, loom schommelend in twee riemen, die door een kraan op wielen over land gereden wordt, ik blijf het raar vinden. En spannend.

Om niet te spreken van het moment dat de kraan de boot boven het water positioneert. Een korte tijd zweeft ons schip met haar ronde buik weerloos in het ijle. En hoe behoedzaam de kraanman haar ook laat zakken, toch schrik je van het knarsen van de banden, van het minste schokje. Pas als ze drijft, durf je weer ademhalen.

Alles loopt gesmeerd. De motor start vlot, we meren nog even af bij het fuel ponton om de eerste 100 liter van het seizoen te tanken en binnen het uur liggen we goed en wel afgemeerd. Aan boord verwissel ik snel zeiloutfit voor kantooroutfit, spring in de auto en plof klokslag tien op mijn kantoorstoel.

Niet heel veel later gaat mijn telefoon. Las. Paniek.

‘Er komt water in de boot!’

‘Heu?’

‘Niet zo heel veel, nee, maar toch, de schroefas, die lekt, dat is niet goed, echt niet goed…’

Daar zit ik, op mijn kantoorstoel. Ik kan niets doen, het voelt niet goed. Aan de andere kant van de lijn hoor ik op de achtergrond de stemmen van de zeilvrienden. Het stelt me gerust. Er wordt beslist dat de boot vandaag nog terug uit het water gaat. En morgen, vrijdag, wordt er naar die schroefas gekeken. En als het euvel kan verholpen worden, kunnen we met een beetje geluk maandag terug het water in. Laat de winter nog maar even zijn gang gaan dit weekend…

Zondag 18 maart 2018

Daar staat ze dan, hoog en droog in de avondlijke vrieslucht. Nog één keer slapen en ze mag het water weer in. Er zit een nieuwe rubber dichting om haar schroefas. Helaas, ik heb geen vrije dag morgen. Maar de zeilvrienden, die zijn al zalig met pensioen en komen trouw terug om mijn schipper een helpende hand toe te steken. Ik ben gerust.

(En beloof hierbij plechtig dat ik hen nooit meer de Grumpy Old Men zal noemen…)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Op de botenparking

Zaterdag 17 februari 2018

Zou het zo aanvoelen als je door het ijs was gezakt, vraag ik me rillend af. Er drupt net niet bevroren water uit mijn mouwen. Ik begin te klappertanden. Ik heb het gehad voor vandaag. De romp van de boot is gewassen, gespoeld en afgedroogd, het groen van de teak stootlijst is weggepoetst. En ik, ik heb het gehad voor vandaag. Al wat ik nu nog wil is een schuimend, heet bad.

Op de botenparking

Zondag 18 februari 2018

Uitspraak van de dag: “Waar ik nog het meest troost in vind, is dat iedereen hier met ongeveer dezelfde problemen zit.” Twee mannen zijn lachend aan het praten, armen gekruist, lichtjes achteruit leunend en hun boten monsterend. Het is koud maar zonnig en op de botenparking gonst het van de bedrijvigheid. Over een maand zullen de eerste boten in het water gaan.

Verrassend toch hoe schippers kunnen kletsen. Vergeet het cliché dat vrouwen kletsen over dagcrème, waspoeder of de kinderen en mannen over auto’s en voetbal. Op de botenparking gaat het over antifouling. En over polish en polijstpasta, over wax en boenmachines, excentrische en niet-excentrische. Ze kennen merken, trucjes. Ze weten hoe het moet, allemaal. Hoe meer je hoort hoe verwarrender het wordt. Wie zou hier nu gelijk hebben vraag ik me af?

Het zonnige weer lokt niet alleen klussers naar hun boten. Maar ook zij die nog niet aan het klussen zijn geslagen, of van wie de boot in het water bleef, of die het werk laten uitvoeren, komen langs. Nog meer babbeltjes. Maar er wordt gewerkt. En in de late namiddag staat ons onderwaterschip in antifouling.

Zaterdag en zondag 10-11 maart 2018

Wat aangekondigd was als een weekend met veel regen, blijkt heel erg mee te vallen. En we besluiten ons dan toch maar aan de lastigste aller klussen te wagen. Polieren en polishen. Of het wel nodig is, probeert mijn schipper nog. Je vaart niet lekkerder omdat je boot blinkt. Meer zelfs, als je er op zit, zie je het niet eens. Maar toch, wanneer ik de man twee boten verderop zichzelf voor de -tigste keer voldaan zie spiegelen in zijn donkerblauwe lak, moet het bij ons ook gaan gebeuren.

Donkerblauwe lak, het is me wat. Je ziet er alles in. En hier en daar is die mooie lak helaas ook niet meer zo mooi. Door corrosie -normaal bij een aluminium schip- ontstaan op plaatsen waar de hechting niet perfect is ontsierende oneffenheden. Op één plaats is er zelfs een heuse blaas ontstaan. De laklaag er om heen blijft strak en intact maar laat onderliggend los van het aluminium. Om zeker te zijn of die aluminium nog wel ok is, hebben we de slechtste plekken opengemaakt. En ja, de aluminium ziet er overal prima uit, voor zo ver we kunnen oordelen. We snijden loszittende lak weg, retoucheren met twee componenten coating, maar het bijwerken van de lak -iets dat we overlaten aan iemand met meer ervaring dan wij- zullen we moeten uitstellen tot het warmer wordt. Maar ondanks die lokale heelkundige ingrepen, waar we tijdelijk over heen kijken, verdient de rest van de lak een verwenbeurt.

Eerst gaan we de doffe plekken waar de fenders zitten te lijf met een polierpasta. Pietjes precies zouden pasta’s van verschillende korrel na mekaar gebruiken, te beginnen bij grof en doorwerken tot ultrafijn. Maar een middelfijne pasta voldoet voor ons. Na het polieren worden eventuele restjes pasta met een microvezeldoek weggepoetst. Dan volgt een beurt met een schone schapenvacht zoals specialisten dat noemen. En ten slotte gaat er een waxlaag over heen die nog één keer opgeblonken wordt. Nog even en we kunnen het water weer in.

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Over de liefde en de zee

14 februari 2018

Valentijn

Liefde kun je niet verdelen
in liefde zus en liefde zo
Zij kent geen rangen en geen standen
zij kent geen level, geen niveau
Je kunt er niet mee marchanderen
zij is geen loterij, geen spel
Je kunt haar niet organiseren
zij is er niet of is er wel.

Toon Hermans

Toon Hermans, we zijn er mee opgegroeid. Een stand-upcomedian heette in de jaren ’70 nog een cabaretier, een comedy show een conference, om het met een Nederlands woord te zeggen… Wij woonden niet zo ver van de Nederlandse grens en konden de Nederlandse posten goed ‘ontvangen’… Wim Sonneveld, Wim Kan, de Berend Boudewijn kwis, Mies Bouwman, maar bovenal Toon Hermans.

De eenvoud van zijn versjes, de fijne teksten, de zorgvuldig ingelaste pauzes, net voor de plot, zijn handelsmerk.

Het is Valentijn vandaag, feest van de liefde. En als ik dit kleine versje van Toon Hermans lees, denk ik bij mezelf, dit gaat over de liefde, maar het had even goed over de zee kunnen gaan…

Die kent evenmin rangen en standen, er valt al helemaal niet mee te marchanderen, laat staan dat je haar kunt organiseren.

Ze is er niet of ze is er wel.

En er op varen met zijn tweeën, in gedeelde passie, laat ons daar vandaag op klinken!

Warmte en goede voornemens

2 februari 2018

De winter vordert traag dit jaar. We missen licht. En zon. En onze boot in het water..

Net na nieuwjaar walst de griep over ons heen, en na de griep is onze energie nog recht evenredig met het uren zonlicht dat ons toebedeeld wordt. Zoals in: beneden alle peil. Nog maar eens heeft de weerman het over de somberste winter in heel erg lang.

Maar op de laatste zondag van januari klauteren we toch maar eens de ladder op om een kijkje te nemen aan boord. Afgelopen herfst had onze Webasto er niet veel zin meer in. Blazen als een boze kat maar warmte, vergeet het maar. Er was een technieker aan boord gekomen die zich met de souplesse van een slangenmens in de koffer geplooid had waar de verwarming zit. ‘Oud beestje’, was het droge commentaar geweest. Een monkellachje. En dat hij wel eens op het internet op zoek zou gaan naar het onderdeel dat volgens hem oorzaak was van het probleem. Nooit meer wat van gehoord.

Maar het internet is er voor iedereen en we ontdekken er zowaar een handleiding voor ons type Webasto, de coolant heater DW 80. Coolant, koelvloeistof dus, in onze verwarming? En ja, wij blijken een koelvloeistof verwarming te hebben en geen lucht verwarming… Dat hebben we al die tijd niet geweten, laat staan die koelvloeistof gecontroleerd of bijgevuld. De verwarming werkte, er was een aan/uit knop en dat was het.

We maken de kuipkoffer leeg, halen de houten schotten van de bodem weg om er gemakkelijker bij te kunnen en duiken de koffer in. De leiding van de koelvloeistof voelt leeg. We vullen aan en voorzien tijdelijk dieseltoevoer vanuit een jerrycan. We schakelen de verwarming aan en hoera, hij doet het weer! Bij het bekijken van de installatie ontdekken we nog meer. Twee leidingen lopen van ons verwarmingstoestel naar de warmwaterboiler. Weer vraagtekens. Kunnen wij warm water maken met onze Webasto? En hoe werkt dat dan? Die dag krijgen we die vraag niet opgelost. Wel brengen we de rest van de middag door met het schoonmaken van de ruimtes achterin.

Terwijl ik daar mee bezig ben moet ik terugdenken aan het moment van de keuring van onze boot kort voor de aankoop. HISWA aankoopexpert Theo van Rijswijk nam ons schip van voor tot achter onder de loep. Terwijl hij dat deed, gaf hij ook tips en uitleg, veel uitleg. Toen die mij te technisch werd, haalde ik verontschuldigend mijn schouders op. ‘Techniek en ik, het gaat niet goed samen’, wuifde ik mijn onwetendheid lachend weg. ‘Ik spreek een paar talen, kan autorijden, lekker koken, ben handig met pc en internet, ik kan poetsen en strijken, zelfs schilderen en behangen. En ik ben bijzonder sea-proof. Maar elektriciteit, motoren of technische dingen, laat maar zitten.’ Dáár nam keurmeester Theo geen genoegen mee. Hij vond het toch wel onze -dus ook mijn- plicht om een en ander van eigen schip technisch te snappen.

En hier, dubbelgeplooid in mijn kuipkoffer, geef ik hem gelijk. Ik moét hier meer van te weten komen, er werk van maken om van mijn aversie voor techniek af te komen. Beginnend met die verwarming.

O ja, nog dit. Onlangs las ik dat uit een of andere studie was gebleken dat goede voornemens waar je pas in februari mee start, meer kans maken dan diegene die je al te voortvarend in januari maakte.. Ik wil het graag geloven.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Waarom zeil je naar een eiland als Tresco?

Die Isles of Scilly, is dat een leuke vakantiebestemming? Is er een pretpark met een wildwaterbaan, een subtropisch zwemparadijs? Zijn er gastronomische restaurants? Shows, bezienswaardigheden, kunst? Kortom, valt er wat te beleven?

Wat mij betreft, ik had er meermaals per dag stof voor een blogpost… Al kan dat ook aan mij liggen. Mijn schipper toomt mij in. ‘Daar ga je de mensen toch niet mee vervelen, kan je het niet gewoon een beetje samenvatten?’ Ok dus. Samenvatten.

Een wildwaterbaan? Onze zeiltocht ‘buitenom’ van St. Mary’s naar Tresco misschien… ‘Binnendoor’ vonden wij er wegens ondieptes griezelig uitzien op de kaart. Maar als we tegen de westenwind opkruisen tussen St. Agnes en Samson schrikken we van de donkerblauwe oceaandeining. Nu wordt duidelijk dat men hier ontzag heeft voor windkracht vier, meer is er niet nodig om het oceaanwater in een hoge swell steil tussen de eilanden op te stuwen. Binnenvaren in het Bryher Channel is al even spectaculair, het water breekt bulderend op Shipman Head. Elke ‘splash’ verbleekt bij het binnenvaren tussen Hangman Island en Cromwell’s Castle. Dus ja, er is een wildwaterbaan. Een echte.

Een pretpark? Op een manier doet het eiland Tresco me denken aan Jurassic Park… De weelderige plantengroei op het zuidelijk deel van het eiland, palmbomen, vreemde varens… De golfkarretjes-achtige elektrische wagentjes die hier rondrijden, ik verwacht een mini-dinosaurusje achter elke struik.

Helemaal subtropisch wordt het in Abbey Gardens, een schitterende botanische tuin. Waar we, -verliezen we hier ons tijdsbesef?- zo laat aankomen dat we twee entreekaartjes krijgen voor de prijs van een. Rennen door Jurassic Park dus.

Een restaurant? Het heerlijke Ruin Beach Cafe ligt aan een azuurblauwe baai en al kunnen we er op de zomerse dag van mijn verjaardag niet terecht wegens volboekt, we scoren een tafeltje voor de volgende dag.

Of het er gastronomisch is komen we helaas niet te weten omdat in één nacht niet alleen het weer omslaat maar ook onze bijboot. Buitenboordmotor hangt er nog aan, weliswaar ondersteboven, het schroefje wijst hulpeloos naar de donkere lucht erboven. Zo hangen we een hele dag gegijzeld aan onze mooring, in dit weer is naar de kant roeien geen optie. Onze reservatie, mijn verjaardagsdineetje, bellen we af, het wordt gastronomie uit ons kombuis.

Gebeuren er wel meer spannende dingen?

In het slechte weer lijkt er iets aan de hand met een helblauw Frans jacht dat iets verderop voor anker ligt. Een man haast zich het voordek op, doet iets bij het anker, rept zich opnieuw naar achter. En dan zien we het. De boot ligt niet stil, het anker krabt. Hij is alleen aan boord en kan onmogelijk én zijn anker lichten én zijn boot besturen in dit weer…

Op een andere Franse boot springen drie mannen in hun bijboot en varen in de loeiharde wind naar de boot in nood. Ze klauteren er vliegensvlug aan boord, iemand neemt het roer, de anderen bekommeren zich samen met de schipper om het anker. Dat komt moeizaam omhoog, een dik pak wier eromheen. Met vereende krachten wordt het gelicht en de boot vertrekt, twee bijbootjes meeslepend. Ze varen tot bij een vrije afmeerboei en de drie heldhaftige zeilers, de kappen van hun zeiljassen diep over het hoofd getrokken, tuffen het hele eind terug naar hun eigen zeilboot. Knap staaltje zeemanschap. Zelf zijn ze niet zo onder de indruk van het snertweer, één van hen gaat in de gietende regen op het achterplecht staan vissen…

En dan is er nog -na het stormweer- de avondlijke training van een gig, een bijzondere roeiboot met een boeiende geschiedenis, de leuke fund raising van het plaatselijke schooltje -met de opbrengst van de verkoop van knutseltjes gemaakt van schelpen willen ze dingen voor de school kopen-, de oystercatcher met haar pluizige jongen, er zijn de zonsopgangen en zonsondergangen, de luchten al even veranderlijk als de barometer, de talloze kunstgalerijtjes…

Voor al die dingen zou je naar de Isles of Scilly kunnen gaan…

Feestelijk foutje…

21 juli 2017

New Grimsby Sound, tussen het eiland Tresco en Bryher

Bij het woord feestelijk denk ik niet spontaan aan ballonnen of taart. Eerder aan een kleurig bevlagde boot… To dress a ship heet dat in het Engels. Je schip aankleden, uitdossen, heel elegant. Het Nederlands heeft er dan weer een Frans woord voor, pavoiseren. Vandaag ben ik jarig en krijgt onze Pat Panick haar grand pavois, feestjurk voor een schip…

Jaren geleden bestelde ik zo’n seinvlaggenset als verjaardagscadeau voor Las. Het geheel kwam als een rode lap met zakjes er op gestikt, elk met een keurig gevouwen vlaggetje erin. 26 letters van het alfabet, 10 cijferwimpels, 3 vervangingswimpels. Nee, dat ging ik niet zomaar als geschenk verpakken, ik zou ze ophangen en mijn schipper er mee verrassen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik zie me nog zitten met het pak opgeplooide vlaggen en metershoog boven mijn hoofd de mast. Vlag per vlag peuterde ik de houtjes-touwtjes in elkaar tot een lang sliert. A, B, C, … Vooraan zou ik de spinnakerval gebruiken om het geheel omhoog te hijsen, achteraan de grootzeilval. Gemakkelijk was anders, hoe langer de slinger met vlaggen werd, hoe meer de wind er mee aan de haal ging. Fier als een gieter was ik toen het uiteindelijk lukte. Wat ik niet opgemerkt had, was onze overbuur Philippe die mij van op zijn boot geamuseerd gadesloeg. Weken later maakte hij me er fijntjes op attent dat het er allemaal wel feestelijk had uitgezien maar dat ik het niet echt volgens de regels van de kunst had gedaan. Hoezo, niet volgens de regels van de kunst? Blijkbaar mogen de seinvlaggen helemaal niet alfabetisch worden gehangen, maar wel volgens een afgesproken volgorde, waar hard over nagedacht is. Vlaggen wisselen af met wimpels, kleuren zijn zo gerangschikt dat ze voor een evenwichtig geheel zorgen en de letters waar ze voor staan mogen geen ongepaste of beledigende boodschap vormen.

Dit zou me geen twee keer overkomen. Al snel vond ik de code op het internet. A-B-2-U-J-1-K-E-3-G-H-6-I-V-5-F-L-4-D-M-7-P-O-3rd Sub-R-N-1stSub-S-T-zero-C-X-9-W-Q-8-Z-Y-2nd Sub, zó en niet anders. Ik knoopte onze vlaggen volgens het boekje, rolde de vlaggenslierten in elkaar en borg ze op tot het volgende feestmoment. Slim, dacht ik.

Maar perfectie is niet van deze wereld want als ik vandaag op mijn verjaardag de twee opgerolde slingers uit elkaar schud weet ik ineens niet meer wat voor en wat achter is, noch wat boven of onder moet. Ik google het nog maar eens maar kan tot mijn verbazing geen touw vastknopen aan wat ik aantref op het internet. Hoe ik mijn vlaggen ook houd, niets houdt steek. E-Q-3-G-8-Z-4-W-6-P-one-I-Code-T-Y-B-X-1st sub-H-3rd sub-D-F-2nd sub-U-A-O-M-R-2-J-zero-N-9-K-7-V-5-L-C-S, hoezo?

Iets dieper graven op het internet brengt raad. Er blijkt zowel een Amerikaanse als een Britse versie te bestaan! En helaas, onze vlaggen blijken volgens de Amerikaanse etiquette geknoopt… Het is intussen zo’n mooi weer geworden dat de etiquette ons kan gestolen worden, we hijsen Pat Panick snel in haar Amerikaans feestjurkje en gaan op stap. Van op de wal ziet het er prachtig uit.

_MG_7037

Prachtig ook wordt onze wandeling op het noordelijke stuk van het eiland Tresco…

 

BewarenBewaren

Eén dag oostenwind, het is nu of niet!

‘Red sky at night, sailor’s delight. Red sky in morning, sailor’s warning.’ Door mijn jongste zus ooit losjes vertaald als ‘Rood in de nacht is een zeiler die lacht. Rood in de morgen is een zeiler met zorgen.’

Maandag 17 juli 2017

Hier in Newlyn laat de ondergaande zon een vlammende hemel achter. Newlyn. Half zeilend half tuffend zijn we vandaag de 35 mijl van Falmouth rond Lizard Point naar hier gevaren. In alles wat we aan boekjes en gidsen aan boord hebben lees ik dat zeilers in deze haven niet erg welkom zijn. Hier zwaaien vissers de plak. Maar behalve een nogal norse havenmeester valt het best mee.

En dan het weerbericht. Voor het eerst deze vakantie is er oostenwind voorspeld. Voor morgen. Alleen voor morgen. Het wordt dus kiezen. Blijven we hier en nemen we tijd om Newlyn, Penzance, St-Michael’s Mount te gaan bezoeken of glippen we dat weervenster door naar de Scilly eilanden? Het nu-of-niet-gevoel haalt het, we besluiten om morgenvroeg de oversteek te maken, wind in de poep.

Maar omdat het zonde is om te vertrekken zonder maar iets gezien te hebben van dit vissersdorp maken we aan het eind van de dag nog een flinke wandeling.

In een paar straten zijn we het dorp uitgelopen, een lange dijk strekt zich uitnodigend uit langs de baai. We stappen en blijven stappen.

De avondlucht is zoet, het zachte strijklicht van een ondefinieerbaar blauw. In de 19de eeuw was dit een kunstenaarsnest, bekend geworden als The Newlyn School. Schilders kwamen dit fijne inspirerende licht opzoeken. Als ik uitkijk over de baai begrijp ik waarom.

Langs het strand ligt een zwembad met zeewater, The Jubilee Pool. Gebouwd in de jaren dertig van vorige eeuw, helemaal gerenoveerd in de jaren negentig en bijna verwoest op Valentijnsdag 2014 toen een zware storm de kust aan flarden reet. Twee jaar duurde het om het art deco zwembad in zijn volle glorie te herstellen. Nu ligt het er vredig bij in het stille licht, een pareltje!

Dinsdag 18 juli 2017

Afkruisend voor de wind stuiven we over een donkerblauw deinende zee naar the Isles of Scilly.

Nog dit. Noem de eilandengroep liever niet the Scilly Islands. Dat vinden ze daar op die afgelegen plek niet fijn. Silly, zo veel als ‘dwaas’, weet je wel… Ze zijn al buitenbeentjes genoeg, die eilandbewoners…

’s Nachts op zee

Zaterdag 8 juli 2017 – zondag 9 juli 2017

Duinkerke – Yarmouth

Er zijn zo van die nachten..

Deze morgen om 5:00 vertrokken we uit Duinkerke en we waren niet alleen. Iedereen die west wou was van de partij, aan Cap Gris Nez moet je –zeker bij nakend springtij zoals nu- de stroming mee hebben. De lome kudde motort traag, tot de wind uit het NW aanwakkert en we sportief aan de wind kunnen zeilen. Voorbij de kaap valt de wind weer weg, de kudde buigt synchroon af richting Boulogne. Wij gaan door.

Na een zonnige dag kwakkelen, zeil, motor, zeil, motor naderen we Beachy Head. In het westen zakt de zon traag achter de klif, in het oosten gaat de volle maan op in een zweem van babyroze en babyblauw.

Tussen Beachy Head en Selsey Bill varen we de kraakheldere nacht in. Las neemt de eerste wacht tot een uur of twee, nu is het mijn beurt. Ik heb geslapen als een roos. De nacht is mooi en vriendelijk. Er is geen wind, we varen op motor. Ik lees een beetje, kijk om me heen, controleer onze track op de Ipad, maak mezelf een beker thee. Dit is leuk.

Aan bakboord wedijvert een feestelijk verlicht cruiseschip met de volle maan die zowel aan de hemel als in het water schittert.

Om iets over vier wordt het over stuurboord al licht, nog drie kwartier voor de zon opgaat, net boven de horizon kleurt de hemel oranje. Magisch.

Purper, roze, diepblauw, oranje. Tegen beter weten in maak ik wel honderd foto’s. Ik weet maar al te goed dat die –weinig licht en veel wiebeling- hooguit een onscherpe, teleurstellende weergave zullen zijn van wat ik nu zie.

Inmiddels is het helemaal licht, er is nog steeds geen lover wind. Voor ons ligt het eiland Wight. Tegen de middag kunnen we in Yarmouth zijn, laat ons dat maar doen.

Maandag 10 juli 2017 – dinsdag 11 juli 2017

Isle of Wight – Torquay

Het witte eiland Wight ligt al enkele uren achter ons. Met het laatste van de uitgaande stroom zijn we via het Needles Channel de Solent ontstuimig uit gevlogen en hopen dat het nu gaat lukken om in één keer door te varen naar Falmouth. Poging twee dus.

Maar de wind zit nog maar eens tegen en de zee is ruw en onwillig. Dit wordt een lastige nacht, uitgerust blijven is de boodschap, ik kruip alvast in bed. Onze bakboord kajuit achter is de beste plek om op zee te slapen, maar ik –die gewoonlijk om het even waar en wanneer de nodige slaap kan halen- vind dit keer mijn draai niet. De boot kruist op, soms rol ik tegen de schuine buitenwand, soms tegen de rechte wand er tegenover. Aan beide kanten heb ik een opgerold donsdeken gepropt, als stootkussen. Las zet de motor bij, het opkruisen lukt niet, hoor ik. Ik voel ons ter plaatse steigeren. Ik schuif van bakboord naar stuurboord en terug, zit ik in een wasmachine? Slaap soms even maar schrik dan ongerust wakker. Is Las er nog? Door het kleine raampje zie ik twee benen in de kuip staan, er naast bengelt de lifeline –‘s nachts lijnen we ons altijd aan. Oef, terug proberen slapen. Maar de geluiden houden me wakker. Nu eens heb ik het te warm, dan te koud, warrige gedachten tollen als gek door mijn hoofd. Als Las me wekt voor mijn wacht, ben ik geradbraakt en heb het gevoel geen oog toegedaan te hebben. Buiten is het nu ook beginnen regenen, gemene, stille, grijze motregen, geen zonsopgang te bespeuren. De barometer zakt steeds dieper.

Nee, niet alle nachten op zee zijn idyllisch. En nee, geen foto’s vandaag.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Mag ik het over Londen hebben?

Hemelvaart 2017

Naar Londen zeilen met Hemelvaart, een aantal jaren geleden zijn we het beginnen doen. Met een boot of drie, vier, wisselende gezelschappen. Elke keer is anders, elke keer ontdekken we nieuwe dingen. Ook nu. Stof voor een stukje.

Maar mag ik het over Londen hebben, nu -amper een week later- die dynamische stad nog maar eens is opgeschrikt door gruwelijke terreur? Moeten we treuren en zwijgen, en overwegen om er niet meer te komen? Of mag ik het over het Londen hebben, over die multiculturele, bruisende stad met zoveel gezichten? Ik denk dat ik het over Londen moét hebben. Over deze stad die niet klein te krijgen is, die zichzelf opnieuw uitvindt, keer op keer.

Net zoals de tachtigjarige kunstenaar David Hockney aan wie Tate Britain een grote overzichtstentoonstelling wijdt. 60 jaar uitbundige creativiteit, dat wil ik graag zien. Nee, ik heb nog geen tickets. Met een zeilboot weet je nooit, storm, pech, misschien raak je zelfs niet in Londen.. En dus queuen we geduldig, very british indeed.

En dan is daar, temidden van indrukwekkende schilderijen, tekeningen en collages, dat verrassend video kunstwerk, The Four Seasons, Woldgate Woods. Op vier wanden telkens negen schermen met hetzelfde landschap, in elk seizoen. De beelden zijn gemaakt vanuit een rijdende auto en zuigen je traag hypnotiserend mee. De traagheid is ontroerend, de seizoenen onverstoorbaar volhardend. Alles herbegint. Altijd.

Onze tochten naar Londen zijn nooit hetzelfde. Dit keer is de zon brandend van de partij, en ontbreekt de wind. Helemaal. We tuffen lange uren.

Geen wind betekent plat water in de Thamesmonding. Zo plat dat mijn schipper in afwachting van het getij wel eens wil ankeren in plaats van Queenborough aan te doen zoals gewoonlijk. Iets voorbij Nore Sand liggen we op de eerste rij voor een magische zonsondergang.

De volgende ochtend neemt de stroom ons mee richting Londen. Onderweg krijgen we het bezoek van de politie in een zwarte zodiac. Met de vriendelijke maar besliste uitnodiging om ieder verdacht feit te willen melden op een bijzonder nummer. Ook her en der in de stad vragen affiches om waakzaamheid. De volgende dag herinnert een wandeling over Westminster Bridge aan de recente terreurdaad van 22 maart 2017. En de feiten halen mijn woorden in, afgelopen zaterdag 3 juni 2017 waren London Bridge en Borough Market het doelwit van nog meer driest terreur.

Maar stilstaan doet Londen niet. Haar skyline verandert even snel als het werk van David Hockney. Na Tate Britain gaan we richting Battersea Power Station. Deze iconische plek, in ons collectief geheugen geprent door de lp Animals van Pink Floyd, wordt aan hoog tempo verbouwd tot luxueus woonoord.

In contrast met die niet aflatende bouwwoede ligt iets verderop Battersea Park felgroen te genieten van het ongewone zomerweer. De Thames stroomt onophoudelijk, vijf uur naar zee -een kleine adempauze bij het kenteren van de stroom- en zeven uur terug.

Zoals steeds overnachten we met onze boten in Limehouse Basin Marina. Het is er goedkoper en rustiger liggen dan in St. Katharine Docks en er is een metrohalte vlakbij. De vele narrowboats die er liggen zorgen voor een boho sfeertje en je kan er ongestoord barbecuen op het ponton.

Vlakbij London Docklands. Waar in Canary Wharf, Londens tweede zakencentrum, de ene glimmende wolkenkrabber na de andere verrijst. Maar waar je ook heerlijk kan fietsen langs de Thames of op Isle of Dogs verrast wordt door leuke pleinen, een gezellige pub. Van daar kan je zelfs via een voetgangerstunnel onder de Thames door naar de overkant, naar Greenwich.

Londen blijft verrassen, blijft ons verbazen. Wij blijven gaan. Keep calm and carry on…

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren