En voor dessert een zonsondergang asjeblieft..

Zomer 2018

Mensen reageren gek op een vakantieverhaal als het onze. Noorwegen, met je boot? Dat is ver varen, zeg. Hoe lang doe je daar wel over? Vijf dagen. Vijf dágen? En dan ook vijf dagen terug? Blik al even ongelovig als meewarig. Slimmerds nemen een vliegtuig, zie je ze denken.

Na Stavanger zit onze vakantie er bijna op… Maar wanneer een vriendelijke Noor ons tijdens een praatje op het ponton nog het eilandje Rott tipt, aarzelen we niet. Daar gaan we nog even langs vooraleer we de 500 mijl naar Nieuwpoort aanvatten. Rott. 2 bejaarde inwoners en wat vakantiehuisjes, rommel op de kade. En stilte. Een Noorse kers op onze Noorse taart.

Nog één nachtje samen doorslapen, nog één wandeling om nog eens flink de benen te strekken en dan gooien we de trossen los om het ruime Noordzee-sop te kiezen. Nogal wat mensen zien zo’n meerdaagse zeiltocht als iets om tegenop te zien. Alsof het zonde is van de tijd… Voor ons is het gewoon een deel van onze vakantie. Dagen worden nachten worden dagen. Zonsopgangen en zonsondergangen. Notities in het logboek om de één à twee uur vullen bladzijde na bladzijde.. Niet alleen dat dag en nacht zeilen -stoppen jullie dan ergens om te slapen, nee hoor- is voor velen moeilijk te vatten.

Ook over het eten aan boord worden veel vragen gesteld. Ravioli uit blik, instant noodles of corned beef? Niet dus. “Qu’est-ce qu’on mange ce soir?” Het was tijdens zeilvakanties uit mijn jeugd de dagelijkse vraag van Alain, zeilvriend van onze familie. “Wat eten we vanavond?” Het zou een niet zo vreemde vraag zijn, als ze niet elke ochtend al tijdens het ontbijt werd gesteld… Eten aan boord, en in het bijzonder de warme maaltijd, speelt een niet te onderschatten rol tijdens een meerdaagse zeilreis. Het zorgt niet alleen voor de nodige energie, maar net als notities in het logboek brengt het rust en structuur in lange dagen. Dreigt je tijdsgevoel wat wazig te worden op zee, dan zorgen ontbijt, lunch en avondeten voor houvast. En een hartige, geurige, dampende maaltijd, dat is hartverwarmend als een warme muts of droge laarzen. Daarom rond ik dit reisverhaal graag af met 10 eet-ideetjes voor warme maaltijden op zee. Het is wat ik bereidde tijdens onze heenreis naar en terugreis van Noorwegen. Op een eenvoudig gasfornuis. En telkens met een zonsondergang als dessert…

De heenreis. Nieuwpoort – Skudenes. 6 – 10 juli 2018

1. Courgettes gevuld met gehakt, aardappelen

Courgettes – gehakt – uitje – look – peper – zout – tijm – oregano – aardappelen

Courgettes wassen, niet schillen. Doormidden snijden en uithollen met een lepel. Vruchtvlees fijnhakken en samen met een gesneden uitje en look mengen met het gehakt. Kruiden met peper en zout, tijm en oregano. Courgette helften vullen met het gehakt-groenten mengsel en in de oven. Aardappelen koken.

Tip: niets zo handig als een ovenschotel. Met een gasoven is het soms wat zoeken, de temperatuur is minder goed verdeeld dan in die luxe heteluchtoven van thuis. Zet het gas niet te hoog, draai je ovenschotel af en toe en heb wat meer geduld.

2. Ratatouille en kippenfilets 

Paprika’s in drie kleuren – aubergine – ui – look – peper – zout – tijm – oregano – laurierblad – kippenfilets

Uitje en look stoven in olijfolie. Fijngesneden paprika’s en aubergine toevoegen. Peper, zout, tijm, oregano en een laurierblad. Kippenfilet bakken.

Tip: met deze groenten heb je wellicht te veel voor twee. Bewaar het afgekoelde overschot in een vershoud-doos in je koelkast en eet het de volgende dag koud bij de boterham of slaatje.

3. Steak, champignons en gebakken aardappelen

Steak – champignons – boter – aardappelen – peper – zout

Aardappelen koken, afgieten en in dikke ‘frieten’ snijden. In dezelfde pot de champignons in hete boter stoven en kruiden met peper en zout. Steak naar wens bakken. Als de steak bijna klaar is, aardappelen aan de pan toevoegen en even omscheppen tot ze bruin zijn. Champignons toevoegen.

Tip: voor dit gerechtje gebruik je slechts één pot en één pan. Weinig afwas in je kombuis is belangrijk. Ten eerste omdat afwassen niet zo leuk is. Ten tweede omdat je altijd zuinig bent met water aan boord.

4. Eenpansgerecht met aardappelblokjes, spekjes en sluimererwten

Gerookte spekblokjes – aardappelen – sluimererwtjes

Zet de pan op gasvuur met of zonder vetstof. Als de pan heet is, doe je de spekjes er in. Voeg de rauwe, in kleine blokjes gesneden aardappelen toe. Laat samen bakken. Als de aardappelen bijna gaar zijn, schud je de groentjes erbij. Geef het nog een minuut of tien.

Tip: vanaf windkracht zeven wordt koken aan boord een helse klus. Maar bij zwaar weer wordt een hartige maaltijd meer dan ooit gewaardeerd. Een eenpansgerecht is hiervoor ideaal. En bijna zo gemakkelijk als instant noodles. Maar een pak lekkerder en gezonder! Omdat je eten bij storm zó van je bord waait, serveer je de warme hap beter in een kommetje. En met een lepel, dat eet gemakkelijk.

5. Volkorenpasta met zalm en pesto, tomaten en parmezaan

Gerookte zalm – volkoren spirelli – tomaten – ui – parmezaan – pesto – rucola – basilicum

Kook de spirelli zoals aangegeven op het pak. Laat ui en tomaat sudderen in een bodempje olijfolie. Meng door de pasta en hussel de zalm en de pesto er door. Afwerken met schilfers parmezaan en een nestje rucola.

Tip: pasta afgieten is een spannende klus op een boot. Ik gebruik twee ovenhandschoenen in plaats van de gewone pannenlappen.

De terugreis. Rott – Nieuwpoort. 22 – 26 juli 2018

6. Kip currysaus met champignons, rijst

Kippenfilets – rijst – champignons – ui – curry – kurkuma – peper – zout – bloem – melk

Kip in blokjes snijden en aanbakken in boter. Uitje er bij. Champignons in vieren snijden en laten meebakken. Kruiden met curry, kurkuma, peper en zout. Laten garen op een zacht vuur met het deksel op de pot. Afgieten door een vergiet maar het vocht opvangen. Klont boter smelten, lepel bloem er door roeren en met het vocht tot een saus roeren. Heb je te weinig vocht, dan kun je melk toevoegen. Kip en champignons bij de saus voegen en eventueel nog wat curry toevoegen. Serveren met rijst.

Tip: bij het boodschappen doen zijn houdbaarheidsdatums cruciaal. Ik bereid mijn maaltijden ook in functie van die datums. Kip bederft sneller dan de meeste andere vleessoorten en die gaat dan ook in het begin van de reis in de pan…Verder heb ik altijd een paar ‘noodmaaltijden’ extra, je weet nooit precies hoe lang je op zee zult zijn…

7. Zalmfilet, puree met seter rømme en lenteuitjes, boontjes

Zalmfilet – aardappelen – zure room – lenteuitjes – boontjes – boter – peper – zout – nootmuskaat

Kook de boontjes en houd warm. Kook de aardappelen. Voeg een klontje boter en een schep zure room toe en pureer. Kruid met peper, zout en nootmuskaat. Snij een paar lenteuitjes fijn en roer de snippers door de puree. Strooi de rest van de lenteuitjes over de boontjes. Serveer met de kort gebakken zalmfilet.

Tip: speel niet op veilig als je in een vreemd land je boodschappen doet. Ga voor lokale ingrediënten, ze geven iets extra’s aan de vertrouwde gerechten uit je kombuis. Zeg nu zelf. Laks filet med seter rømme, klinkt bijzonder toch?

8. Chili con carne, nacho’s

Rundsgehakt – rode ui – blikje maïs – blik rode bonen – blik gepelde tomaten – 1 rode paprika – peper – zout – komijn – paprika – chilipoeder of chilivlokken – zure room – lenteuitjes – nacho’s (maïstortilla’s)

Stoof ui en look, voeg gehakt en paprika toe. Kruid pittig. Laat alles wat aanbakken en roer er de tomaten uit het blik door. Geef het wat tijd op een laag vuurtje. Voeg bonen en mais toe en laat nog even goed doorwarmen. Verdeel over kommetjes, bestrooi met gemalen kaas, een schepje zure room en lenteuitjes. Je hebt geen bestek nodig, gewoon dippen met de nacho’s.

Tip: in de supermarkt in Stavanger waren de hoeveelheden voorverpakt vlees te groot voor ons twee. Ik gebruikte de helft in dit gerecht, en bewaarde de rest in een vershoud-doos in de koelkast voor de volgende dag. Vershoud-dozen, je kan er niet genoeg van hebben aan boord. Als je zo veel mogelijk in dozen bewaart, heb je minder geurtjes in de scheepskoelkast!

9. Spaghetti bolognese, less is more

Tomaten – rundsgehakt – ui – look – spaghetti – gemalen gruyère kaas

Stoof ui en look in olijfolie, roer er het rundsgehakt door. Voeg de in stukjes gesneden tomaten toe en laat wat sudderen. Kook de spaghetti.

Tip: als je wat vergeten bent, heb je op zee natuurlijk een probleem. Je kan nu eenmaal  niet ‘even naar de winkel’… Maak je vooral niet druk en doe alsof je gerecht zo bedoeld was. In dit geval: ik had de champignons vergeten…

10. Lasagne, restje spaghetti, courgette (pasta buffet!)

Een pak kant-en-klare lasagne – een restje spaghetti – een halve courgette – look

Zet de lasagne in de oven. Stoof de in blokjes gesneden courgette in olijfolie, geef wat fijngesneden look en voeg het restje koude spaghetti toe. Goed laten doorwarmen.

Tip: niets zo leuk als kliekjesdag, mijn kinderen waren er verzot op. Met restjes maak je nooit twee keer hetzelfde. En het leukt minder culinaire happen zoals deze kant-en-klare lasagna op. Pasta buffet, klinkt geweldig, niet?

Smakelijk!

Een weekend in Stavanger. Veel kleuren, héél veel eten… en olie!

Vrijdag 20 juli 2018

Dingen durven wel eens tegenvallen als je verkeerde verwachtingen koestert. Stavanger dus.

Overdonderd zijn we bij aankomst. Door gigantische cruiseboten, feestgedruis, rijen tenten die het zicht op de stad bederven, en oververhitte Noren die zwetend de zomer van hun leven meemaken. Een food festival, had ik gelezen. ‘Leuk’, had ik gedacht. Maar toen wist ik nog niet dat er tijdens Gladmat zo’n 250 000 mensen in vier dagen over Stavanger heen walsen…

Drie jachthavens heb je hier. Vågen, in het centrum van de stad, is niet toegankelijk wegens het festival, Børevika, het haventje bij het Ojlmuseum ligt afgeladen vol, en dus varen we door naar de iets verder gelegen marina op het eilandje Grasholmen. We zijn loom door de warmte en pas als de zon begint te zakken wandelen we in de zwoele avondlucht naar de stad. Het is vrijdag, het weekend begint en het is de avond voor mijn verjaardag…

Maar de romantische tête-à-tête die me beloofd is blijk ik wel te kunnen vergeten. Er heerst hier een drukte die me nog het meest doet denken aan een luid après-ski terras, veel mensen, veel bier, veel lawaai..

Eerst staan we in de rij bij Fisketorget, een populair visrestaurant waar we aan een tafeltje vlak onder twee luidsprekers belanden, goed voor een miljoen decibels. ‘Hier eet ik niet’, grom ik en we laten het moeizaam verworven tafeltje voor wat het is. Iets verderop langs de kade ligt een groot, groen schip. Iedereen komt er om kongekrabbe of king-krab te eten. Druk druk druk. Als we na lang aanschuiven een plekje bemachtigd hebben, in de avondzon dan nog, ben ik bijna euforisch.

Tot blijkt dat we enkel nog een glas witte wijn kunnen bestellen, de kongekrabben zijn uitverkocht… Een bakje halen aan een van de vele eettenten -heb je die roofzuchtige meeuwen al gezien- vind ik niet meteen iets voor een verjaardagsetentje… We wringen ons tussen de mensenmassa terug naar het eerste restaurant. En kijk, we kunnen aanschuiven aan een lange tafel. Bij een overheerlijke schotel zeevruchten babbelen en lachen we links en rechts met onze onbekende tafelgenoten. De beste remedie tegen onvoorzien feestgeweld is er in meegaan. En champagne…

IMG_5516

Zaterdag 21 juli 2018

Omdat Gladmat pas na de middag op dreef komt gaan we vandaag tijdig op pad om de stad te ontdekken. En was mijn kijk op Stavanger gisteravond al iets roziger geworden, dan krijgt die gaandeweg steeds meer kleur. Fleurige straten, verrassende graffiti, hippe winkeltjes, dit is een vrolijke stad!

En als ik in het Norsk Oljemuseum tijdens een beklijvende kortfilm kennis maak met “Oil Kid” Thomas en de recente geschiedenis van Stavanger, ben ik helemaal onder de indruk. Behoorde Noorwegen in de 19de eeuw nog tot de armere landen van Europa, nu zijn ze in amper twee generaties het zesde of zevende rijkste land van de wereld geworden! De ontdekking en ontginning van flinke voorraden gas en olie in de Noordzee in 1969 veranderden het leven van de gemiddelde Noor kompleet. Een berg geld heeft ook een lastig kantje. Noorwegen werkt hard aan een ecologisch voorbeeldig imago, maar valt dat wel te rijmen met die vervuilende bron van inkomsten? En hoe verleidelijk is het om naar steeds meer olie te willen boren, en wat als die zich in een ongerept gebied als de Lofoten bevindt?

Hoe dan ook, het museum laat op een knappe manier alle kanten van de oliewinning zien. Ik denk terug aan die ene stormachtige dag op onze tocht van Nieuwpoort naar hier. We passeerden toen dicht  langs een van de talloze booreilanden in de Noordzee. Het zal je werkplek maar wezen…

Als de drukte begint toe te nemen zoeken we de rust op van Gamle Stavanger, de oude stad. Stille straatjes, witte huisjes. We ronden af met een bezoekje aan het maritiem museum dat ondergebracht is in een krakend oud houten pakhuis.

Het was geen liefde op het eerste gezicht maar dat is intussen helemaal goed gekomen. Als echte Gladmat-gangers laten we ons meevoeren met de mensenstroom langs de kraampjes, ik laat me verleiden tot wat culinaire verwennerijen, streelzacht gerookte zalm, Noors zeezout… En tot slot nemen we afscheid van Stavanger met een portie romige vissoep!

Preikestolen, de onderkant

Vaar je nu helemaal tot het eind van zo’n fjord of niet?

Dinsdag 17 juli 2018

Waren we gisteren óp de Preikestolen, vandaag willen we er met onze boot onderdoor. Als je de Lysefjord in vaart kom je na zo’n 7 mijl langs de beroemde rots en helemaal op het eind van de ruim 20 mijl lange fjord ligt Lysebotn, een beetje het eind van de wereld. Of ja, zo lijkt het toch. Het idee om zo’n fjord helemaal tot het eind uit te varen vind ik onweerstaanbaar. Maar Las, die vindt het eigenlijk maar niets… Door tunnelwerking is zeilen er in zo’n fjord meestal niet bij, de wind kan er gemeen hard tegenzitten. Ook René Vleut van de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee is geen fan. Hij waarschuwt ook nog eens voor de ongemakkelijke houten afmeersteiger in Lysebotn waar je uiterst oncomfortabel kan komen liggen bij westenwind. “Waarom al die mijlen op motor varen, laat ons nu gewoon tot onderaan de Preikestolen varen en dan zien we wel…”

De Noorse zomer heeft een licht onweerachtig kantje gekregen, met sneeuwwitte en donkerblauwe wolken tegen een helblauwe hemel.

De zon speelt verstoppertje. Het ene moment verlicht ze de dikbeboste steile fjordwanden fel, even later verschuilt ze zich en zijn de hellingen duister, dramatisch theatraal. Uit het niets regent het plots warme pijpenstelen, de bui is even snel over als ze gekomen is.

Wat een wisselend schouwspel. Superlatieven schieten te kort. Blauw speelt de hoofdrol. Blauw in alle mogelijke schakeringen. Zwartblauw voor het water, honderden meters diep, hardblauw voor de lucht, teer babyblauw voor de nevel die komt en gaat.

En dan tekent ineens, heel hoog boven ons, het vierkante silhouet van de Preikestolen zich af. Aan de rand zie je een glimp van de mensen boven. Ze hebben net de twee uur durende tocht gedaan, als goden kijken ze uit over de fjord diep beneden en het imposante landschap rondom, ze voelen zich reusachtig. Wij kijken 600m omhoog, voor ons lijken ze piepklein, als wriemelende kevertjes.

En nu heel even, terzijde. Het is niet de eerste keer dat ik hier kom. Welgeteld 41 jaar geleden waren wij hier met de familie, met onze Klabetter, een Spirit 28. En geloof het of niet, daar zijn beelden van. Zoals bij voorbeeld: ik in een oranje plastieken zeilpak -zó 1977!- op een boot onder de Preikestolen…

En 41 jaar, dat mag dan wel lang geleden zijn, deze plek blijft onwrikbaar indrukwekkend. We varen zo dicht mogelijk onder de rotswand door, de dieptemeter gaat niet onder de 80m. De magie van de fjord doet haar werk want terwijl hij mij een kus geeft, vlak onder de Preikestolen, fluistert mijn schipper in mijn oor: “Komaan, het is goed, we varen door tot Lysebotn…”

zo’n 3 uur later…

Voor ons moet Lysebotn liggen. We turen door de verrekijker. Een ferry meert af aan de voor hem bestemde kade. Links er van een houten afmeerwand. Daar moeten we zijn. De ferry vertrekt weer. En dan, zomaar ineens, wordt alles opgeslokt door donkere wolken. Wég hellingen, wég kade, wég alles. Vóór ons één dikke zwartblauwe brij. Een bliksemschicht, gevolgd door een donderslag.

We zijn op amper een kwartier van onze bestemming maar ik schiet de kajuit in om laarzen en zeilkledij aan te trekken. Uren was het warm en windstil, nu steekt uit het niets een kille stormwind op die het fjordenwater tot kleine schuimkopjes klopt. De regen roffelt ze weer plat.

In de stromende regen meren we af, luttele ogenblikken later haalt de zon alweer brutaal uit. Een regenboog, een schoongespoelde lucht, stilte. Lysebotn.

Voor de rest van de avond doen we niet veel meer dan ons vergapen aan de avondlucht.

“Goh, ik ben wel blij dat we tot hier gekomen zijn…” zegt Las nog. Dus ja, helemaal tot het eind van zo’n fjord varen, dat moet je écht eens doen…

De Noren gereserveerd, zeg je?

“Weet je wat er zo speciaal is aan de Noorse windmeters? Ze wijzen altijd met hun pijl naar waar de wind vandaan komt!” Arve en Cecilia lachen hartelijk. We hebben het hier al ondervonden, tussen de eilanden draait de wind verrassend en ja, hij lijkt steeds weer tegen te zitten…

14 – 15 juli 2018

Sauøya

Zachtjes varen we de baai binnen. En we zien het meteen, dit plekje is een paradijs. Spiegelglad turkoois water, een kleine kom. Er ligt een zeilboot voor anker. Het stel op de boot zwaait naar ons. Geen klein wuifhandje of een snelle strakke ‘hoi’, maar een brede trage zwaai, heen en weer in een duidelijke boog. Ik hou van dit gebaar, die typische bootmensen-zwaai…

Twee vaargidsen hebben we aan boord, de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee van René Vleut en de Imray Pilot Norway van Judy Lomax. Het boek van René Vleut bevat een schat aan informatie maar omvat zo’n uitgestrekt gebied dat er niet echt in detail kan worden gegaan. Dat doet de Imray Pilot dan weer wel. Maar 25.000 km kustlijn krijg je niet zomaar in een boek gepropt, dat is duidelijk. Verder hebben we nog twee heerlijk gedetailleerde atlassen van de uitgeverij NV Verlag, NO 5 en NO 6.

Het plekje dat we voor vandaag uitgekozen hebben, een baai op het eiland Finnøy, bevalt ons niet echt, er staan te veel huizen, er is een zeilclub, het is er te druk. We varen door naar het piepkleine Sauøya…

Daarvoor moeten we om het eiland Bokn heen en of je daarvoor noord of zuid kiest, maakt niet uit, het is ongeveer even ver. In de hoop de wind eens niét tegen te hebben, kiezen we voor de zuidkant… Maar wat ik niet gezien heb op de kaart is dat er op deze vaarroute een kabel van 22m tussen twee eilanden hangt. Help, onze mast! Zijn we nu 20, 21 of 22m doorvaarthoogte? Veel tijd om ons hierover druk te maken, is er niet. We schuiven sneller dan ik wil dichter en dichter naar de kabel toe, die voor mij slechts halverwege onze mast reikt. Ik weet wel dat dit gezichtsbedrog is maar tot de laatste seconde ziet het er griezelig te laag uit. Ik verbaas me er over hoe rustig Las blijft wanneer we er probleemloos onderdoor gaan. “De kaarten nemen een goeie marge, en het is laag water…” Even later liggen we voor anker in een filmdecor.

De Noren op de zeilboot een eindje verderop blijven uitnodigend kijken en lachen naar ons. Als Las er met de bijboot naar toe roeit en ze voor een drankje en een babbel aan boord uitnodigt, zijn ze “ja, takk” meteen akkoord.

We maken kennis met Cecilia en Arve, een hartelijk koppel uit Tananger. Oprecht openhartig bekennen ze zopas onze vlag gegoogeld te hebben, want waren even in twijfel of het nu een Duitse vlag was of niet. Ze hebben bewondering voor het feit dat wij hier aan de westkust komen zeilen, volgens hen wil iedereen naar het meer mondaine zuidoosten van Noorwegen. Maar zij zijn fier op hun iets minder toeristische vaargebied. Met de kaarten er bij duiden ze nog een paar mooie plekjes aan en geven ons het advies om naar Jørpeland te varen in plaats van naar Tau als we naar de Preikestolen willen. Waar ze, voegen ze er fijntjes aan toe, zelf nog nooit geweest zijn wegens te toeristisch… Hún favoriete zeilgebied is de Hardangerfjord. Dat is die van op ons ooit-nog-to-do-lijstje.

Arve is wég van onze real sea-going boat zoals hij onze Breehorn noemt. ‘Een boot om mee naar het Noorden te varen,’ zegt hij dromerig, ‘de Lofoten…, en verder.’ Nog meer op ons ooit-nog-to-do-lijstje dus.

We kletsen en lachen de zomerse avond weg met kleurrijke zeilverhalen. De volgende ochtend blijven we nog tot een stuk in de namiddag in dit mooie plekje vooraleer we ons anker lichten en doorvaren naar Jørpeland en de Preikestolen..

Gegijzeld in Ramsgate

Zaterdag 28 april 2018

Royal Harwich Yacht Club

“Waarom zeilen we toch?” Een goedlachse vrouw sjouwt een zeilzak van haar boot het ponton op. Ze is klein, niet meer zo jong, maar kwiek.

“Ik zou het niet weten!”, lach ik terug. “We zien wel wat morgen brengt!” Uitvallende mist die overgaat in motregen, motregen die zich vermomt als mist, grijs en nat, hoe dan ook.

“Morgen? Goh, dan wordt het helemáál ellendig!” giert ze.

Lachend halen we de schouders op, kruipen wat dieper weg in onze zeiljassen en gaan op stap.

Hier op de River Orwell lijkt het wel winter in de lente. Een dag eerder vaarden we van Nieuwpoort naar Harwich. 77 mijl, de helft op motor, de helft zeilend. Het was koud maar af en toe kleurde de zon toch even de dingen. Vandaag is alle kleur verdwenen, de wereld in zwart wit.

Na een nachtje aan het ponton van de Half Penny Pier, vaarden we vanmorgen 9 mijl de rivier op. De Royal Harwich Yacht Club, dat zijn twee pontons en een mooi clubhuis. Op een half uur wandelen ligt het legendarische Pin Mill.

Om niet de hele dag binnen te zitten besluiten we die wandeling toch maar te doen, ondanks het ongezellige weer.

Pin Mill lijkt nog in wintermodus, veel boten staan nog boven. Sommige zullen nooit meer varen, ook al heten ze ‘De Hoop’ en ‘Onderneming’..

We warmen ons in The Butt and Oyster aan een koffie en stappen terug.

Aan boord maken we het gezellig, sluiten de winterse lente buiten en buigen ons over de kaarten en het weer. Op zondag zal er een strakke noordenwind staan, in de nacht van zondag op maandag gaat het stormen. Maandag houdt de noordenwind aan en voor dinsdag is er zuidwest op komst. Brightlingsea op River Colne lijkt me wel wat voor zondag. Een kleine 30 mijl en bezeild. Maar om dan op maandag van Brightlingsea naar Ramsgate te varen moet je nauwkeurig navigeren tussen zandbanken en windmolenparken. Na zorgvuldig wikken en wegen besluiten we toch maar af te zien van dat plan en beslissen om in één keer naar Ramsgate te varen, daar een dagje te blijven en op dinsdag naar Nieuwpoort terug te varen. Een dagje in Ramsgate, denk ik bij mezelf, wat gaan we daar doen, wandelen, fietsen?

Zondag 29 april 2018

Op zee zet de noordenwind door, al gauw moeten we onze volle zeilen reven. Wanneer we het Fisherman’s Gat (ja, echt, zo heet de passage van The Black Deep naar The Knock Deep) in gaan, schrikken we van de zeegang. Het diepteverschil maakt de zee hier grimmig. De Thames monding is als vaarwater niet te onderschatten!

Maar van zodra we de ondieptes achter ons hebben, wordt de zee aangenamer en zeilen we sneller dan verwacht naar Ramsgate.

Maandag 30 april 2018

Wijziging in het weerbericht. Het aangekondigde stormpje dat amper een nacht zou aanhouden, wordt regelrecht noodweer. Voor dit stuk Engeland wordt in 24h evenveel neerslag voorspeld als normaal gezien in een hele maand valt. De wind zal gedurende 24h meer dan stevig tekeer gaan.

We liggen als gek te jagen aan het ponton. De havenmeester komt tegen een uur of elf bij ons langs. Dat het lelijk gaat doen, waarschuwt hij. Over een uur, bij hoog water zal de storm op zijn ergst zijn, en zal de zee vast over de muur slaan. Blijf aan boord, kom niet buiten, geeft hij nog mee. Niets wandelen, niets fietsen. Wij blijven aan boord, gegijzeld in Ramsgate…

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Waar o waar?

Vanuit het zuidfranse Fréjus whatsappt vriend Robin, die onze passie voor zee en zeilen kent, een foto, met daarbij de woorden: ‘à compléter’…

Aangevuld en vertaald:

‘Er zijn drie soorten mensen, de levenden, de doden en zij die op zee varen…’

Wie het precies zei en waarom, daar is niet zo veel zekerheid over, maar het maakt wel duidelijk hoe men al van in de Oudheid over zeelui denkt. Dat hun lot zo onzeker is dat ze niet meer bij de levenden -lees: normale mensen- gerekend worden, maar dat ze toch ook niet helemaal weg -lees: dood- zijn. In die tijd verdween een schip gewoon letterlijk aan de horizon.

Vandaag de dag ondenkbaar. Dankzij wonderlijke zaken zoals GPS, AIS, Marine Traffic en andere slimmigheden volg je boten in real time. Drones filmen wedstrijdboten in de Indische Oceaan en luttele uren later hap je die hallucinante beelden satelliet- en Facebookgewijs weg bij je ontbijt…

Maar vijftig jaar geleden, in 1968, was van dat soort spitstechnologie nog geen sprake en konden zeilers echt nog verdwijnen aan de horizon. Zo ook de negen deelnemers aan de Sunday Times Golden Globe Race, de allereerste non-stop solo rond de wereld zeilwedstrijd. Slecht één van hen, de illustere Robin Knox-Johnston, haalde na 312 dagen de finish. Zeven anderen gaven op. Eén zeiler kwam om het leven…

Donald Crowhurst was zijn naam.

Het bittere verhaal van Donald Crowhurst is in deze tijden van mediagekte en fake news plots weer opvallend actueel en inspireerde bijna gelijktijdig twee cineasten. De Britse film ‘Crowhurst’ is voor zo ver ik weet niet in de zalen bij ons, maar naar de Amerikaanse verfilming ‘The Mercy’ gaan we kijken.

Donald Crowhurst neemt in 1968 niet alleen voor het avontuur maar vooral uit geldnood deel aan de Sunday Times Golden Globe Race. De prijzenpot moet de redding worden voor zijn wankele bedrijfje Teignmouth Electron. Het gaat een risicovolle onderneming worden, niet alleen omdat hij bitter weinig zeilervaring heeft, maar ook omdat er bij de voorbereidingen veel mis gaat.

De bouw van zijn trimaran loopt zo veel vertraging op dat hij de uiterste vertrekdatum dreigt te missen. Maar de druk -onder andere van de pers- is zo hoog dat de twijfelende Donald, ook al is zijn schip niet klaar, toch het ruime sop kiest.

Als hij voor vrienden en familie aan de horizon verdwenen is, wordt het hopeloze van zijn waagstuk dag na dag duidelijker. Maar wanneer via korte momenten van radiocontact blijkt hoe hoog de verwachtingen aan land gespannen zijn, wordt hij radeloos. Falen wil hij niet, doorgaan is onmogelijk. En daar gaat het mis. Sukkelend op de oceaan begint hij te liegen over zijn positie. Hij start een tweede logboek, creëert zorgvuldig een vals traject, een verzonnen reis om de wereld.

Dit fake news communiceert hij mondjesmaat met het thuisfront. Dat brengt hem steeds meer in moeilijkheden want plots blijkt hij -vanuit zijn valse positie- op kop te liggen. De journalisten smullen er van. Nu de andere deelnemers een na een opgeven, maakt de pers van underdog Donald een ware held. Mentaal gaat het helemaal bergaf met de eenzame zeiler. En dan valt alle radiocontact weg… Weken later wordt de Teignmouth Electron verlaten aangetroffen door een vrachtschip, van de schipper geen spoor. Enkel met een wanhoopsdaad hoopte Crowhurst nog genade te vinden.

De vertolkingen van Colin Firth en Rachel Weisz en een fiks filmbudget ten spijt zijn de kritieken over de film allesbehalve lovend. Maar kijk, cinema en zeilen, ik vind het zelden een geslaagd huwelijk. Hoe het er op een boot aan toe gaat op volle zee krijg je aan niet-zeilers al nauwelijks uitgelegd, laat staan beproevingen als die van Donald Crowhurst. Toch ben ik het niet helemaal eens met de filmcritici en heb wel genoten van de film…

Maar ik moet het die filosofen uit de Oudheid nageven, zeelui zijn echt wel een héél aparte categorie. En om dat geloofwaardig in een film te vatten, eenvoudig is het niet…

Maar niet getreurd voor wie de film niet geslaagd vindt, er is ook nog altijd het boek, dat wel positieve kritieken krijgt. ‘Een meesterwerk’ en ‘fascinerend’ wordt The Strange Last Voyage of Donald Crowhurst, geschreven door journalisten Nicholas Tomalin and Ron Hall, lovend genoemd. Er is nu ook een Nederlandse vertaling van, ongetwijfeld een perfecte aanvulling van de scheepsbibliotheek..

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

Paniek!

Donderdag 15 maart 2018

Over een week zal het lente zijn. Toegegeven, op het merkbaar langer worden van de dagen na is van lente nog niet echt veel te merken. Maar weer of geen weer, toch is daar het moment waar mijn schipper reikhalzend naar heeft uitgekeken. Pat Panick gaat terug het water in na een lange donkere winter! De late winterprik die voor het komende weekend voorspeld is, met vriestemperaturen overdag, kan de pret niet bederven. Een nieuw zeilseizoen begint. Punt.

Om 8h30 zijn wij als eerste aan de beurt. Zeilvrienden Alain en Philip komen ondanks het vroege uur een handje toesteken en dat maakt het toch een stuk relaxter. Ik heb geen vrije dag vandaag, en wil, als het even kan, tegen 10h00 op kantoor zijn.

Een boot, loom schommelend in twee riemen, die door een kraan op wielen over land gereden wordt, ik blijf het raar vinden. En spannend.

Om niet te spreken van het moment dat de kraan de boot boven het water positioneert. Een korte tijd zweeft ons schip met haar ronde buik weerloos in het ijle. En hoe behoedzaam de kraanman haar ook laat zakken, toch schrik je van het knarsen van de banden, van het minste schokje. Pas als ze drijft, durf je weer ademhalen.

Alles loopt gesmeerd. De motor start vlot, we meren nog even af bij het fuel ponton om de eerste 100 liter van het seizoen te tanken en binnen het uur liggen we goed en wel afgemeerd. Aan boord verwissel ik snel zeiloutfit voor kantooroutfit, spring in de auto en plof klokslag tien op mijn kantoorstoel.

Niet heel veel later gaat mijn telefoon. Las. Paniek.

‘Er komt water in de boot!’

‘Heu?’

‘Niet zo heel veel, nee, maar toch, de schroefas, die lekt, dat is niet goed, echt niet goed…’

Daar zit ik, op mijn kantoorstoel. Ik kan niets doen, het voelt niet goed. Aan de andere kant van de lijn hoor ik op de achtergrond de stemmen van de zeilvrienden. Het stelt me gerust. Er wordt beslist dat de boot vandaag nog terug uit het water gaat. En morgen, vrijdag, wordt er naar die schroefas gekeken. En als het euvel kan verholpen worden, kunnen we met een beetje geluk maandag terug het water in. Laat de winter nog maar even zijn gang gaan dit weekend…

Zondag 18 maart 2018

Daar staat ze dan, hoog en droog in de avondlijke vrieslucht. Nog één keer slapen en ze mag het water weer in. Er zit een nieuwe rubber dichting om haar schroefas. Helaas, ik heb geen vrije dag morgen. Maar de zeilvrienden, die zijn al zalig met pensioen en komen trouw terug om mijn schipper een helpende hand toe te steken. Ik ben gerust.

(En beloof hierbij plechtig dat ik hen nooit meer de Grumpy Old Men zal noemen…)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Op de botenparking

Zaterdag 17 februari 2018

Zou het zo aanvoelen als je door het ijs was gezakt, vraag ik me rillend af. Er drupt net niet bevroren water uit mijn mouwen. Ik begin te klappertanden. Ik heb het gehad voor vandaag. De romp van de boot is gewassen, gespoeld en afgedroogd, het groen van de teak stootlijst is weggepoetst. En ik, ik heb het gehad voor vandaag. Al wat ik nu nog wil is een schuimend, heet bad.

Op de botenparking

Zondag 18 februari 2018

Uitspraak van de dag: “Waar ik nog het meest troost in vind, is dat iedereen hier met ongeveer dezelfde problemen zit.” Twee mannen zijn lachend aan het praten, armen gekruist, lichtjes achteruit leunend en hun boten monsterend. Het is koud maar zonnig en op de botenparking gonst het van de bedrijvigheid. Over een maand zullen de eerste boten in het water gaan.

Verrassend toch hoe schippers kunnen kletsen. Vergeet het cliché dat vrouwen kletsen over dagcrème, waspoeder of de kinderen en mannen over auto’s en voetbal. Op de botenparking gaat het over antifouling. En over polish en polijstpasta, over wax en boenmachines, excentrische en niet-excentrische. Ze kennen merken, trucjes. Ze weten hoe het moet, allemaal. Hoe meer je hoort hoe verwarrender het wordt. Wie zou hier nu gelijk hebben vraag ik me af?

Het zonnige weer lokt niet alleen klussers naar hun boten. Maar ook zij die nog niet aan het klussen zijn geslagen, of van wie de boot in het water bleef, of die het werk laten uitvoeren, komen langs. Nog meer babbeltjes. Maar er wordt gewerkt. En in de late namiddag staat ons onderwaterschip in antifouling.

Zaterdag en zondag 10-11 maart 2018

Wat aangekondigd was als een weekend met veel regen, blijkt heel erg mee te vallen. En we besluiten ons dan toch maar aan de lastigste aller klussen te wagen. Polieren en polishen. Of het wel nodig is, probeert mijn schipper nog. Je vaart niet lekkerder omdat je boot blinkt. Meer zelfs, als je er op zit, zie je het niet eens. Maar toch, wanneer ik de man twee boten verderop zichzelf voor de -tigste keer voldaan zie spiegelen in zijn donkerblauwe lak, moet het bij ons ook gaan gebeuren.

Donkerblauwe lak, het is me wat. Je ziet er alles in. En hier en daar is die mooie lak helaas ook niet meer zo mooi. Door corrosie -normaal bij een aluminium schip- ontstaan op plaatsen waar de hechting niet perfect is ontsierende oneffenheden. Op één plaats is er zelfs een heuse blaas ontstaan. De laklaag er om heen blijft strak en intact maar laat onderliggend los van het aluminium. Om zeker te zijn of die aluminium nog wel ok is, hebben we de slechtste plekken opengemaakt. En ja, de aluminium ziet er overal prima uit, voor zo ver we kunnen oordelen. We snijden loszittende lak weg, retoucheren met twee componenten coating, maar het bijwerken van de lak -iets dat we overlaten aan iemand met meer ervaring dan wij- zullen we moeten uitstellen tot het warmer wordt. Maar ondanks die lokale heelkundige ingrepen, waar we tijdelijk over heen kijken, verdient de rest van de lak een verwenbeurt.

Eerst gaan we de doffe plekken waar de fenders zitten te lijf met een polierpasta. Pietjes precies zouden pasta’s van verschillende korrel na mekaar gebruiken, te beginnen bij grof en doorwerken tot ultrafijn. Maar een middelfijne pasta voldoet voor ons. Na het polieren worden eventuele restjes pasta met een microvezeldoek weggepoetst. Dan volgt een beurt met een schone schapenvacht zoals specialisten dat noemen. En ten slotte gaat er een waxlaag over heen die nog één keer opgeblonken wordt. Nog even en we kunnen het water weer in.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Over de liefde en de zee

14 februari 2018

Valentijn

Liefde kun je niet verdelen
in liefde zus en liefde zo
Zij kent geen rangen en geen standen
zij kent geen level, geen niveau
Je kunt er niet mee marchanderen
zij is geen loterij, geen spel
Je kunt haar niet organiseren
zij is er niet of is er wel.

Toon Hermans

Toon Hermans, we zijn er mee opgegroeid. Een stand-upcomedian heette in de jaren ’70 nog een cabaretier, een comedy show een conference, om het met een Nederlands woord te zeggen… Wij woonden niet zo ver van de Nederlandse grens en konden de Nederlandse posten goed ‘ontvangen’… Wim Sonneveld, Wim Kan, de Berend Boudewijn kwis, Mies Bouwman, maar bovenal Toon Hermans.

De eenvoud van zijn versjes, de fijne teksten, de zorgvuldig ingelaste pauzes, net voor de plot, zijn handelsmerk.

Het is Valentijn vandaag, feest van de liefde. En als ik dit kleine versje van Toon Hermans lees, denk ik bij mezelf, dit gaat over de liefde, maar het had even goed over de zee kunnen gaan…

Die kent evenmin rangen en standen, er valt al helemaal niet mee te marchanderen, laat staan dat je haar kunt organiseren.

Ze is er niet of ze is er wel.

En er op varen met zijn tweeën, in gedeelde passie, laat ons daar vandaag op klinken!

Warmte en goede voornemens

2 februari 2018

De winter vordert traag dit jaar. We missen licht. En zon. En onze boot in het water..

Net na nieuwjaar walst de griep over ons heen, en na de griep is onze energie nog recht evenredig met het uren zonlicht dat ons toebedeeld wordt. Zoals in: beneden alle peil. Nog maar eens heeft de weerman het over de somberste winter in heel erg lang.

Maar op de laatste zondag van januari klauteren we toch maar eens de ladder op om een kijkje te nemen aan boord. Afgelopen herfst had onze Webasto er niet veel zin meer in. Blazen als een boze kat maar warmte, vergeet het maar. Er was een technieker aan boord gekomen die zich met de souplesse van een slangenmens in de koffer geplooid had waar de verwarming zit. ‘Oud beestje’, was het droge commentaar geweest. Een monkellachje. En dat hij wel eens op het internet op zoek zou gaan naar het onderdeel dat volgens hem oorzaak was van het probleem. Nooit meer wat van gehoord.

Maar het internet is er voor iedereen en we ontdekken er zowaar een handleiding voor ons type Webasto, de coolant heater DW 80. Coolant, koelvloeistof dus, in onze verwarming? En ja, wij blijken een koelvloeistof verwarming te hebben en geen lucht verwarming… Dat hebben we al die tijd niet geweten, laat staan die koelvloeistof gecontroleerd of bijgevuld. De verwarming werkte, er was een aan/uit knop en dat was het.

We maken de kuipkoffer leeg, halen de houten schotten van de bodem weg om er gemakkelijker bij te kunnen en duiken de koffer in. De leiding van de koelvloeistof voelt leeg. We vullen aan en voorzien tijdelijk dieseltoevoer vanuit een jerrycan. We schakelen de verwarming aan en hoera, hij doet het weer! Bij het bekijken van de installatie ontdekken we nog meer. Twee leidingen lopen van ons verwarmingstoestel naar de warmwaterboiler. Weer vraagtekens. Kunnen wij warm water maken met onze Webasto? En hoe werkt dat dan? Die dag krijgen we die vraag niet opgelost. Wel brengen we de rest van de middag door met het schoonmaken van de ruimtes achterin.

Terwijl ik daar mee bezig ben moet ik terugdenken aan het moment van de keuring van onze boot kort voor de aankoop. HISWA aankoopexpert Theo van Rijswijk nam ons schip van voor tot achter onder de loep. Terwijl hij dat deed, gaf hij ook tips en uitleg, veel uitleg. Toen die mij te technisch werd, haalde ik verontschuldigend mijn schouders op. ‘Techniek en ik, het gaat niet goed samen’, wuifde ik mijn onwetendheid lachend weg. ‘Ik spreek een paar talen, kan autorijden, lekker koken, ben handig met pc en internet, ik kan poetsen en strijken, zelfs schilderen en behangen. En ik ben bijzonder sea-proof. Maar elektriciteit, motoren of technische dingen, laat maar zitten.’ Dáár nam keurmeester Theo geen genoegen mee. Hij vond het toch wel onze -dus ook mijn- plicht om een en ander van eigen schip technisch te snappen.

En hier, dubbelgeplooid in mijn kuipkoffer, geef ik hem gelijk. Ik moét hier meer van te weten komen, er werk van maken om van mijn aversie voor techniek af te komen. Beginnend met die verwarming.

O ja, nog dit. Onlangs las ik dat uit een of andere studie was gebleken dat goede voornemens waar je pas in februari mee start, meer kans maken dan diegene die je al te voortvarend in januari maakte.. Ik wil het graag geloven.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren