Preikestolen, de bovenkant

Maandag 16 juli 2018

Een Aziatische vrouw met een kitscherige parasol tegen de felle zon, in het goudgeel gehulde look-alikes van de dalai lama, zwetende vaders als dappere sherpa’s, hun kinderen in ingenieuze draagsystemen op de rug, oudere dames die zich een weg banen met twee Nordic walking prikkers waar je ze eerder een Noorse trui mee zou zien breien. Naar zonnecrème ruikt het hier, naar zweet en deo. Flarden Spaans, Noors, plat Antwaarps, Duits…

Het kleurrijk circus waarin we aanbeland zijn is de wandeltocht naar de Preikestolen, de (t)róts van Noorwegen.

Een karavaan van mensen van alle leeftijden, alle nationaliteiten, jong en oud, dik en dun, mooi en minder mooi, hijst zich hier de 600m op naar de rots aller rotsen. Alle mogelijke merken van outdoor kleding en sportief schoeisel passeren hier de revue, de ene outfit al eleganter dan de andere. Maar circus of niet, het zijn voor iedereen dezelfde kilometers en het is voor iedereen even warm in deze onwezenlijk hete Noorse zomer.

Twee uur stappen heen, twee uur stappen terug. Sommigen hijgen, gezichten lopen rood aan. Maar iedereen gaat koppig door, voetje voor voetje, want iedereen wil hetzelfde. De rots. Preikestolen. De preekstoel. In de kerk de plek waar donderpreken over gelovige zieltjes uitgespuwd worden. Op een boot de roestvrijstalen constructie op de boeg, voor de bemanning bescherming tegen brekende golven, een houvast.

Maar op die postkaart-rots hier in Noorwegen, is geen houvast. Uitdagend leunt het 25 bij 25 meter granieten plateau over de diepblauwe Lysefjord, geen hekje of relingetje te bekennen. Het water beneden even diep als de rots hoog is, 600m. De zon zindert.

Hier, op het uithangbord van Noorwegen, eten en drinken de mensen als was het de McDonalds, staan in de rij voor de foto van hun leven, struikelen over rugzakjes, wandelstokken en statieven. Het is uitkijken voor selfie sticks en drones, iemand gaat warempel op de rand van de afgrond op haar hoofd staan, er wordt driftig geklikt op mobieltjes….

Maar mijn schipper, die is stil.

Hoogtevrees speelt hem parten. Trotseert hij met gemak de ruwste zeeën, zijn benen worden als rubber in de buurt van kliffen, rotsen, afgronden. Ondraaglijk vindt hij het dat ik er net van hou om toch maar even over de rand te kijken. Ik vind het wauw!

Om hier te komen zeilden we gisteren 15 mijl van het lieflijke eiland Sauøya naar Jørpeland. Een bescheiden jachthaven bij een ietwat saai en slaperig stadje. Maar Jørpeland heeft een bank en een postkantoor, een paar winkels en supermarkten, je kan er diesel tanken en de bus naar de Preikestolen stopt er op vijf minuten lopen van de haven.

Hoe praktisch dit alles ook mag zijn, na de drukte van ons toeristisch dagje verlangen we vooral naar de stille leegte van een baai. Terwijl Las diesel tankt, haal ik snel groenten, fruit, vis en vlees voor enkele dagen en in de late namiddag varen we de Høgsfjord over, 7 mijl naar Tingholmen, een kruimel van een eilandje.

Afgemeerd tegen een steile rotswand waar de warmte van de dag nog af straalt, genieten we van de stilte, een lekkere spaghetti en de laatste avondzon. De Preikestolen zit in onze kuiten, de wijn in ons hoofd, we hoeven niet gewiegd te worden…

Dinsdag 17 juli 2018

Tingholmen. Je moet het eens hardop zeggen. Het klinkt fris als een belletje of een klokje. Net zo fris als wij na een verkwikkende nachtrust op deze muisstille plek. Na een kleine wandeling op ‘ons’ eiland, vertrekken we naar de beroemde Lysefjord. We willen de Preikestolen nog wel eens zien, maar nu van de onderkant…

De Noren gereserveerd, zeg je?

“Weet je wat er zo speciaal is aan de Noorse windmeters? Ze wijzen altijd met hun pijl naar waar de wind vandaan komt!” Arve en Cecilia lachen hartelijk. We hebben het hier al ondervonden, tussen de eilanden draait de wind verrassend en ja, hij lijkt steeds weer tegen te zitten…

14 – 15 juli 2018

Sauøya

Zachtjes varen we de baai binnen. En we zien het meteen, dit plekje is een paradijs. Spiegelglad turkoois water, een kleine kom. Er ligt een zeilboot voor anker. Het stel op de boot zwaait naar ons. Geen klein wuifhandje of een snelle strakke ‘hoi’, maar een brede trage zwaai, heen en weer in een duidelijke boog. Ik hou van dit gebaar, die typische bootmensen-zwaai…

Twee vaargidsen hebben we aan boord, de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee van René Vleut en de Imray Pilot Norway van Judy Lomax. Het boek van René Vleut bevat een schat aan informatie maar omvat zo’n uitgestrekt gebied dat er niet echt in detail kan worden gegaan. Dat doet de Imray Pilot dan weer wel. Maar 25.000 km kustlijn krijg je niet zomaar in een boek gepropt, dat is duidelijk. Verder hebben we nog twee heerlijk gedetailleerde atlassen van de uitgeverij NV Verlag, NO 5 en NO 6.

Het plekje dat we voor vandaag uitgekozen hebben, een baai op het eiland Finnøy, bevalt ons niet echt, er staan te veel huizen, er is een zeilclub, het is er te druk. We varen door naar het piepkleine Sauøya…

Daarvoor moeten we om het eiland Bokn heen en of je daarvoor noord of zuid kiest, maakt niet uit, het is ongeveer even ver. In de hoop de wind eens niét tegen te hebben, kiezen we voor de zuidkant… Maar wat ik niet gezien heb op de kaart is dat er op deze vaarroute een kabel van 22m tussen twee eilanden hangt. Help, onze mast! Zijn we nu 20, 21 of 22m doorvaarthoogte? Veel tijd om ons hierover druk te maken, is er niet. We schuiven sneller dan ik wil dichter en dichter naar de kabel toe, die voor mij slechts halverwege onze mast reikt. Ik weet wel dat dit gezichtsbedrog is maar tot de laatste seconde ziet het er griezelig te laag uit. Ik verbaas me er over hoe rustig Las blijft wanneer we er probleemloos onderdoor gaan. “De kaarten nemen een goeie marge, en het is laag water…” Even later liggen we voor anker in een filmdecor.

De Noren op de zeilboot een eindje verderop blijven uitnodigend kijken en lachen naar ons. Als Las er met de bijboot naar toe roeit en ze voor een drankje en een babbel aan boord uitnodigt, zijn ze “ja, takk” meteen akkoord.

We maken kennis met Cecilia en Arve, een hartelijk koppel uit Tananger. Oprecht openhartig bekennen ze zopas onze vlag gegoogeld te hebben, want waren even in twijfel of het nu een Duitse vlag was of niet. Ze hebben bewondering voor het feit dat wij hier aan de westkust komen zeilen, volgens hen wil iedereen naar het meer mondaine zuidoosten van Noorwegen. Maar zij zijn fier op hun iets minder toeristische vaargebied. Met de kaarten er bij duiden ze nog een paar mooie plekjes aan en geven ons het advies om naar Jørpeland te varen in plaats van naar Tau als we naar de Preikestolen willen. Waar ze, voegen ze er fijntjes aan toe, zelf nog nooit geweest zijn wegens te toeristisch… Hún favoriete zeilgebied is de Hardangerfjord. Dat is die van op ons ooit-nog-to-do-lijstje.

Arve is wég van onze real sea-going boat zoals hij onze Breehorn noemt. ‘Een boot om mee naar het Noorden te varen,’ zegt hij dromerig, ‘de Lofoten…, en verder.’ Nog meer op ons ooit-nog-to-do-lijstje dus.

We kletsen en lachen de zomerse avond weg met kleurrijke zeilverhalen. De volgende ochtend blijven we nog tot een stuk in de namiddag in dit mooie plekje vooraleer we ons anker lichten en doorvaren naar Jørpeland en de Preikestolen..

Kvitsøy, Kløsterøy, Møsterøy, Fjøløy… Het is hier zo stil dat we bijna beginnen fluisteren.

Weet je wanneer geschiedenis leuk is? Als het een beetje klinkt als een sprookje. Zoals in: er was eens een man die van een door twisten en plunderingen versnipperd land een eengemaakt en vredig koninkrijk wilde maken. Hij wilde dit zo hard dat hij zwoer zijn haar niet meer te laten knippen tot dat lukte. Tien jaar duurde het… En zo kwam de eerste koning van Noorwegen in de geschiedenisboeken als Harald Hårfagre, Harald Schoonhaar.

Donderdag 12 juli 2018

We zijn nu wel het hele eind naar Noorwegen gevaren, een strak plan voor de verdere vakantie hebben we nog niet. Een reisplan op voorhand uitstippelen had ik niet echt gedurfd, eerst zien of we zo ver kwamen… Onze aanloophaven Skudenes ligt op het eiland Karmøy. Van hieruit kan je via de Karmsundet naar de grote Hardangerfjord en Bergen in het noorden, het Ryfylke-fjordengebied met Stavanger en de Lysefjord liggen in het zuiden. Verder noordwaarts varen betekent dat je ook alles nog eens terug moet. En als we op de kaart van het zuidelijk deel inzoomen, zien we pas hoeveel eilanden en eilandjes er liggen. Hier valt echt wel wat te ontdekken. We besluiten Bergen en de Hardangerfjord op ons ooit-nog-to-do-lijstje te zetten en zetten koers naar Kvitsøyane, de eerste archipel zo’n 7 mijl ten zuiden van Karmøy. Die bestaat uit 167 eilandjes bij hoogwater, daar komen nog eens 198 rotsjes bij bij laag water… In deze puzzel zijn veel doorvaarten mogelijk naar het schattige vissersdorpje Ydstabøhavn, maar we houden ons wijselijk aan het beboeide kanaaltje.

Aan de houten kade waar we afmeren -water, elektriciteit, toilet, wasmachine- liggen slechts twee boten, een Noor en een Zweed. Als onze motor uit gaat, is het hier zo stil dat we bijna beginnen fluisteren. In de middagzon staan de houten huisjes spierwit te wezen. Een zomerse lunch, een fietstochtje naar de vuurtoren en ‘s avonds barbecueën op het ponton, plaatjes voor een vakantiebrochure.

Vrijdag 13 juli 2018

Van Kvitsøy naar Klosterøy – Møsterøy – Fjøløy

Een mijl of 8 naar het oosten ligt een groepje van drie eilandjes waarvan het belang tot wel 12 eeuwen teruggaat. In die tijd rommelde het in Noorwegen door eindeloze gevechten tussen strijdende en plunderende rivalen. Zelfs de Vikingen hielden het er voor bekeken en trokken weg, naar Orkney, de Shetlands, de Faroer eilanden en Ijsland.

En toen won de Harald waar ik het zonet over had, in 872 met zijn inmiddels tien jaar lange haren de Slag bij Hafrsfjord. Als eerste koning van het eengemaakte Noorwegen vestigde hij zich met zijn koninklijke hof in Utstein op het strategisch gelegen eiland Kløsterøy. Later verhuisde het hof naar Bergen en werd Utstein een klooster. Het enige nog overgebleven middeleeuwse klooster in Noorwegen. Nog later, in de 18de eeuw werd het de ambstwoning van de gouverneur van het Ryfylkegebied, Christopher Garmann en zijn eerbiedwaardige familie. Volgens onze toeristische gids een bezoek waard.

En zo varen we daar met een flink windje, sportief als op open zee, naar toe. De eerste baai die we uitkiezen om te overnachten ligt naar onze mening te onbeschut voor de strakke noordwester en we varen om de eilandjes Fjøløy en Klosterøy heen tot in een baai met de mooie naam Finnasandbukta. De baai met het fijne zand. We mogen er afmeren aan de houten kade van een hotel. Gratis. Hotel en baai hebben iets desolaats en doen denken aan Schotland.

Zaterdag 14 juli 2018

Ook het weer doet denken aan Schotland vandaag. Het is grijs en kil als we opstaan, we zetten zelfs even de verwarming bij en kleden ons warm als we met de fietsjes op pad gaan naar Utstein. De aanbeveling van onze reisgids ten spijt ligt het klooster er even verlaten bij als het hotel waar we afgemeerd zijn. Welgeteld vier bezoekers willen een toegangskaartje. Van Harald Schoonhaar geen spoor, van de monniken is ook niet veel overgebleven en schoonheidswedstrijden zullen de dames Garmann zeker nooit gewonnnen hebben.

We verlangen naar zilt en zuurstof en als de zon doorbreekt, fietsen we gezwind naar Fjøløy Fyr, de vuurtoren van het eiland Fjøløy.

Als toeristische attractie verslaat voor ons het uitzicht daar met voorsprong het klooster.

De fjorden lonken, we willen verder. Enkele uren later zeilen we alweer door de Mastrafjord…

Skudenes, Noorwegen. Je weet pas hoe ver het was als je er bent…

Woensdag 11 juli 2018

Pas bij het aanleggen voelen we hoe moe we toch wel zijn. Twijfel bij het afmeren, is het hier diep genoeg langs die kade? De havenkom, houten kades midden in het centrum van een slaperig withouten stadje, ligt goed vol. Hoofdzakelijk dikke motorjachten. Op de vrije plaatsen hangen kaartjes met Forbudt of Privat. We cirkelen wat twijfelend rond tot een hartelijke man in een motorbootje ons een plek naast een grote witte boot aanwijst. “Ga daar maar liggen, ik vertrek de eerste dagen toch niet!”

Skudenes. Hier liggen we. Te sudderen in de Noorse middagzon. Het eerste biertje gedronken, het onvermijdelijke klopje van de hamer geïncasseerd en het broodnodige tukje gedaan. We zijn er. Bij een stevige kop koffie overlopen we nog eens de voorbije tocht. 500 mijl blijken er 590 geworden te zijn. De vier verwachte nachten op zee werden er vijf. We halen de schouders op, wat maakt het uit. We zijn er.

Hoe zit dat nu, in één keer naar Noorwegen zeilen?

Wel… Je trekt op de Navionics kaart op de Ipad een rechte lijn van Nieuwpoort naar Skudenes. Je leest 500 mijl af. Dat vergeet je onmiddellijk. Het betekent niets. Je weet pas hoe ver het was als je er bent…

Wij zijn, afgaand op de weerberichten, in een rechte lijn naar het noordnoordwesten vertrokken. Een heel eind zouden we langs de Engels kust blijven varen om dan ergens halverwege noordoostwaarts af te buigen. Maar de wind besliste er anders over en dwong ons al eerder naar het midden van de Noordzee…

Navigeren doen wij vooral met Ipad en plotter. Maar je weet nooit, dus blijven we ook vasthouden aan papier. Een recente ouderwetse papieren kaart, een ‘overzeiler’ vond ik geen overbodige luxe. Op een langere tocht blijf ik daar op regelmatige tijdstippen onze positie in tekenen. Als we na 36 uur varen 180 mijl ver zijn, varen we de gloednieuwe kaart in. Bij het aanduiden van onze positie zie ik tot mijn verrassing dat daar met stippellijntjes een volledig nieuw windmolenpark uitgetekend staat, het Hornsea Offshore Windfarm under construction… Noch op de plotter, noch op de Navionics kaart op de Ipad, nochtans recent ge-update, staat dit aangeduid.

Het gebied strekt zich uit over een oppervlakte van 20 mijl bij 10 mijl. Omdat we zowat recht op het midden er van komen aanvaren en er niet veel meer te zien is dan wat boeien, roepen we het Survey Vessel op dat er ‘de wacht houdt’. Of we er misschien doorheen mogen varen? Het antwoord is formeel, buiten het gebied moeten we blijven. Dat wordt dik 10 mijl om varen…

En dan het zogezegde weather window waar zeilers het zo graag over hebben. Als de weerberichten je zo’n weervenster voorhouden, kan je gaan. Maar hou er altijd rekening mee dat iemand soms ineens het raam dichtklapt… In ons geval gaf dat een kleine oranje vlek op het Windyty windkaartje die uitgroeide tot een fikse brok zwaar weer.

We deelden in de klappen maar ook dat waait over en met bijna windstil weer zijn we ten slotte hier in het stille Skudenes binnengezeild. Met een biertje, een tukje en een koffie schudden we de 590 mijl van ons af als een natte hond zee en zand na een strandwandeling. Het zomert hier dat het een lieve lust is, we zetten onze eerste stapjes op vaste Noorse grond. Dit voelt goed!

Drie dagen om in te lijsten en dan, bám!

Woensdag 11 juli 2018

Het is 3:00 ‘s nachts en het is licht. De scheepsradio kraakt. Een vrouwenstem. Ze zegt iets waar ik geen woord van versta. Op Admirality Chart BA2182C North Sea, northern sheet zijn we net de lijn van 58° noorderbreedte gepasseerd, aan stuurboord de kustlijn van Rogaland, de zuidwestkust van Noorwegen…

Vijf dagen geleden, op vrijdag 6 juli, zijn we vertrokken uit Nieuwpoort. Bladstil is het, de zee deint traag als olie, onze Yanmar bromt. Mijn schipper ook: ‘Zo gaan we nooit in Noorwegen geraken als je ‘t mij vraagt…’ Maar tegen de avond komt er een vleugje wind en kunnen we zeilen. Niet echt snel, maar wel heerlijk comfortabel.

De eerste uren, of misschien wel de hele eerste dag van een meerdaagse zeilreis zijn altijd wennen. Niet zozeer de zee, we hebben allebei zeebenen, maar vooral de zo andere tijdsbeleving. Je hoofd zit nog vol. Vol met stress van het werk dat je net hebt afgerond, vol met lijstjes –hebben we alles mee-, vol met vanalles. Maar naarmate de uren verstrijken, ebt dat weg. Ik heb boeken mee, leesboeken en reisgidsen, ik wil schrijven, ik wil koken, maar ik doe niets en vind dat fijn.

Op dag twee –we hebben een heerlijk rustige nacht gehad- kunnen we de kleurige halfwinder zetten en pas negen uur later moet het zeil naar beneden. Nog maar eens zeildag om door een ringetje te halen.

Dag drie komt als vanzelf met meer ideaal zeilweer. Stralende zon, wind. Passeerden we een dag geleden nog tal van gas- en olieplatformen met bijbehorende survey vessels, vandaag zien we niets. Er zijn alleen de diepblauwe zee, de helblauwe hemel en wij.

Heel geniepig komt er beetje bij beetje wat west in de noordenwind waardoor we met zachte dwang oostwaarts worden gedrukt. We halen de zeilen aan, varen scherp en maken ons geen zorgen. We hebben van bij het begin genoeg marge voorzien om ten westen van Noorwegen te blijven. Zo ver mogelijk noordwaarts varen en dan afbuigen naar de kust is het plan. We lezen en bruinen.

Dag vier -we naderen de plek in de Noordzee waar vijf landen samen komen, Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk- kondigt zich aan met een vreemde paarse kleur.

De wind trekt aan. We reven. Grootzeil en genua. De wind trekt verder aan. Vijf beaufort wordt zes beaufort. We verwisselen de genua voor de kotterfok. De wind trekt nog meer aan. Windkracht zes wordt zeven.

We reven het grootzeil nog meer. De zee bouwt op tot een indrukwekkend berglandschap. Het wordt steeds ruiger, we zetten ons schrap.

In de vaarwijzer voor Scandinavië van René Vleut staat een quote: ‘Er zijn maar drie soorten wind: er is geen wind; er is wind; en er is: O, lieve heer, laat het asjeblieft ophouden.’ Dat laatste is wat door mijn hoofd gaat als windkracht zeven acht wordt…

De zee is nu gigantisch. Omdat we geen idee hebben hoe lang dit gaat duren, besluiten we even ‘adem te nemen’ en te gaan bijliggen. We halen het kotterzeil bak, laten de grootschoot volledig vieren en zetten het stuurwiel vast. De boot komt vlak te liggen, loeft op en valt weer af. In dit moment van tijdelijke ‘rust’ maak ik een snel éénpansgerecht. Eten moeten we blijven doen, slapen ook. We halen de zeilen weer aan, gaan zo scherp mogelijk varen en besluiten elk afwisselend een uur te sturen en een uur te rusten. De zee heeft nu ook brekers voor ons in petto. Een bepaald moment slaat een dwarse breker ons zodanig uit de koers dat de boot ongewild overstag gaat. Terug op onze koers komen is een heksentoer.

Maar ook de lelijkste storm blijft niet duren en na 24 uur gaat de wind weer liggen, op dag vijf worden we getroost met een prachtige zonsopgang.

We ruimen de kajuit op, ontbijten royaal, drogen kleren, mutsen, handschoenen en halen om beurten slaap in.

Het resultaat van de storm is dat we niet alleen weinig gevorderd zijn maar vooral niet in de goeie richting. We zijn een heel eind oostwaarts verzet tot voor de zuidkust van Noorwegen. En ik denk opnieuw aan een zinnetje uit de Vaarwijzer voor Scandinavië van René Vleut: ‘Hoe kom je van deze zuidkust naar de westkust van Noorwegen?’ Het antwoord is duidelijk: ‘Lang niet altijd.’

Want zoals meestal staat hier noordwesten wind, helemaal tegen dus. Maar die is intussen zo zwak geworden dat we de motor bijgezet hebben en traag motorzeilend opkruisen. Nog 40 mijl te gaan tot Skudenes, komt goed…

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Storm

Woensdag 29 juli 2015

De zuidwester haalt uit, 40 knopen blaast het intussen, 8 beaufort. Dit is al uren zo. Langzaam volgt de zee en bouwt op, golven worden donkerblauwe muren, hoger dan de horizon. Feilloos klimt de boot er op, schuift over de glazige toppen en glijdt er over. Met een bewonderenswaardig gemak. De automatische piloot doet het uitstekend. Nu en dan breekt een nukkige golf met een smak op de vaste buiskap. Een ton water barst open in wit schuim en stroomt weer weg, bakboord stuurboord.

Zo ziet 8 beaufort er uit.

Zo ziet 8 beaufort er uit.

De kracht van de natuur, een fascinerend schouwspel...

De kracht van de natuur, een fascinerend schouwspel…

Ik kruip nog dieper in de hoek op de kuipbank –het is er kurkdroog- en stilletjes in mezelf doop ik de ‘doghouse’ om tot ‘mijn bunker’. De grib files die we maandag binnenhaalden hadden deze wind niet getoond. Eerst ging het wat onstabiel kwakkelen, zuid, zuidoost om dan noordwest te worden. En ja, 30 knopen zat er wel in. Maar 40-45 knopen zuidwest niet.

Van onder de vaste buiskap.

Van onder de vaste buiskap.

Binnen in de boot is het met deze helling topsport om je te bewegen. Dit kan je je niet voorstellen wanneer je aan boord bent in de haven, een wereld van verschil. Nu ondervinden we aan den lijve het Breehorn concept: nat gedeelte, droog gedeelte. Meer dan de kombuis, de kaartentafel, het toilet en de achterkajuit hebben we inderdaad niet nodig. We houden de discipline om het papieren logboek bij te houden, eten te maken.

Het stormweer blijft aanhouden.

Hoe anders was het vertrek, 48 uur geleden. Achter ons Grimstad, voor ons 500 mijl naar Nieuwpoort. Vreemd, dat vertrek. Geen te behappen dagtochtje in het vooruitzicht. De eerste uren lijk ik me op een rare manier te vervelen, neem geen boek, weet met mezelf geen blijf. Na de eerste nacht op zee betert het, na de eerste vijftig mijl krijg ik pas het gevoel aan een tocht bezig te zijn.

Maar nu is het gaan stormen. Ben ik bang? Niet echt. Of toch, even. In de eerste blogspot kon je lezen dat Las een schip met een kotterstag wou. Een tweede stag, om bij echt zwaar weer met een klein stagzeiltje de boot controleerbaar te houden. Nu is dit zware weer er gekomen, maar o wee, stommiteit. De schoten, naar behoren aan het zeiltje bevestigd, zijn er -helaas- met een extra knoop omheen gezet opdat het zeil niet zomaar zou kunnen uitrollen. Met als gevolg dat we dat zeil nu niet vanuit de kuip kunnen zetten. Maar het restje genua is zo vormeloos en nutteloos dat we nu echt moeten veranderen. Er zit niets anders op dan dat Las het voordek op gaat. Dubbel aangelijnd kruipt hij naar voren, dat gaat goed. De schoten gaan los, ook goed. Voorzichtig schuift hij zittend terug naar achter en dan gebeurt het. Uit het niets breekt een kolossale golf midscheeps aan stuurboord en een muur van water gaat met een enorme kracht verticaal het schip over. De watermassa is zo massief dat ik Las even niet meer zie. Ik mag er niet aan denken dat hij overboord gespoeld wordt, lifeline of niet.. Maar daar zit hij, roerloos, beduusd en kleddernat! Hij wuift mijn tranen van schrik en opluchting weg. Brrr.

De temperatuur van het water klopt niet, de TWS, true wind speed wél...

De temperatuur van het water klopt niet, de TWS, true wind speed wél…

Wat doet ons schip het goed!

Wat doet ons schip het goed!

Gebiologeerd zit ik door de ramen van ‘mijn bunker’ te kijken naar de zee. Fototoestel in de hand en blijven fotograferen, het is een verslavend schouwspel, de kracht van de natuur. Eigenlijk wen je wel aan zwaar weer. En als de wind onder de 35 knopen begint te gaan, hebben we gek genoeg zelfs het gevoel dat er geen wind meer is.

Na 24 uur stormen draait de wind toch noordwest en kunnen we ruimer gaan varen. We kruisen het eerste schip op onze oversteek en wat voor een. Als we de ‘Ecolution’ achter ons laten lijkt het wel een Hollandse marine uit de Gouden Eeuw.

De Ecolution verdwijnt aan het einder, het lijkt wel een schilderij uit de Gouden Eeuw.

De Ecolution verdwijnt aan het einder, het lijkt wel een schilderij uit de Gouden Eeuw.

De barometer stijgt zienderogen, we krijgen een schitterende zonsondergang, de storm is over.

Wolken en zon, wat een schouwspel...

Wolken en zon, wat een schouwspel…

‘Beter dan tv’ zei mijn vader, en gelijk had hij.

De volgende morgen staat de motor alweer bij, we hebben de zeilen gestreken, geen lover wind meer. Bijna thuis…

Na de storm...

Na de storm…

Grimstad, de stad van Hendrik Ibsen

Zondag 27 juli 2015

1809. Hongersnood teistert Noorwegen. Engeland blokkeert de havens. Terje Vigen kan het niet langer aanzien en besluit om in een open boot helemaal over het Skagerak naar Denemarken te roeien om graan voor zijn gezin. Maar, o wee, hij wordt onderschept door een Engels schip en gevangen genomen. Wanneer hij jaren later vrij gelaten wordt blijkt zijn hele gezin omgekomen van de honger. Als een gebroken man moet hij verder, en gaat aan de slag als loods. Op een dag wordt hij opgeroepen om hulp te bieden aan een Engels schip in nood. De kapitein blijkt de man te zijn die hem jaren eerder gevangen nam. De man door wie hij zijn gezin niet heeft kunnen redden. Ook zijn vrouw en dochtertje zijn aan boord. Voor Terje Vigen is dit de ultieme kans op wraak…

Norw

Een spannend gedicht van Hendrik Ibsen. De trots van literair Noorwegen leefde enkele jaren in Grimstad en dat zullen we geweten hebben: een café met zijn naam, een museum, de apotheek waar hij werkte. Maar het meest ben ik getroffen door de eenvoudige steen in de tuin van de middeleeuwse Fjære Kirke.

IMG_4184

Da vinden kuled lidt mindre stiv,

Terje Vigen rode for barn og viv

over havet i åben båd

Toen ze ging liggen die wilde wind

ging Terje Vigen er van door voor vrouw en kind

en trotseerde de zee in een open boot

IMG_4178IMG_4185IMG_4225

IMG_4223

Met fietsjes die we huren bij de toeristische dienst maken we een mooie tocht in en rond Grimstad. Dømmesmoen is een mooi park met eeuwenoude eik en een vijver als uit een sprookje.

IMG_4193

Op Kirkeheia staat Grimstad Kirke, de tweede grootste houten kerk van Noorwegen.

IMG_4197IMG_4198  IMG_4222

Bij de kerk een mooi beeld dat uitkijkt over de baai, ter nagedachtenis van alle oorlogsslachtoffers.

IMG_4219 IMG_4213

En nee, Terje Vigen neemt geen wraak. Wanneer de kapitein voor hem op zijn knieën valt en smeekt om hem en zijn gezin te sparen, heeft Terje Vigen het gevoel dat gerechtigheid is geschied. En van het moment dat hij beslist om geen wraak nemen, valt er een zware last van hem. Hij voelt zich bevrijd en komt eindelijk tot rust…

IMG_7050IMG_4234

De woorden ‘Noors’ en ‘Rivièra’ in één zin?

De Blindleia en Grimstad

Vrijdag 25 juli 2015

Zo wordt deze kust nochtans genoemd; de Rivièra van Noorwegen. Sørlandet in het Noors. Waar Noren graag vakantie in eigen land komen nemen. Hier daalt een grillige rotsenkust langzaam af naar zee. Het berglandschap is er als het ware ondergelopen, de dalen onder de zeespiegel zijn fjorden en de bergtoppen die nog net boven het water uitkomen zijn scheren. Tussen de scheren is het overal erg diep en het feit dat je nauwelijks getij hebt en dus ook zo goed als geen stroming maakt het gemakkelijker varen dan je zou denken als je de wirwar op de kaart ziet.

Vandaag nemen we de bijboot om een wandeling te gaan maken op Helgøya, het eiland aan de overkant van de Olavsund. Op het eiland werd tijdens WOII een heus fort aangelegd ter verdediging van de stad Kristiansand, met kanonnen, bunkers en onderaardse gangen. Gelukkig heeft de natuur er weer de bovenhand gekregen. We klimmen zo hoog mogelijk en genieten van het prachtige uitzicht.

IMG_4084 IMG_4105

Terug aan boord raken we aan de praat met het sympathieke Noorse stel van de boot die het dichtst bij ons afgemeerd ligt. Bij een flesje cava wordt de kaart bovengehaald en duiden ze mooie afmeerplekjes aan. We krijgen zelfs een paar stevige piketten mee om eventueel zelf in de rotsen te hameren! Het is laat in de namiddag wanneer we vertrekken naar de Blindleia. Hierbij laten we Kristiansand links, aan bakboord dus, liggen.

De Blindleia is een 13 km lange natuurlijke waterweg tussen honderden eilandjes. Her en der staan prachtige buitenhuisjes, met in de tuin vaak een hoge vlaggenmast waar fier een Noorse vlag of wimpel wappert. Het valt ons op dat ook de boten hier enorme vlaggen voeren. Niet zelden hebben de zomerhuisjes een eigen ponton, sommige zelfs een klein strandje.

IMG_4140 IMG_4137

Afmeren wordt weer een spannend avontuur. We hebben een mooie plek gespot, langs een rotswand. Maar hier met een meertouw afspringen valt wel iets moeilijker uit dan op een ponton of kade. Ik mik op een stuk vlakke rots, leg de lijn over een puntige rots en moet me dan op de steile helling tussen stekelige struiken snel een weg banen naar achter, waar Las me een tweede lijn toegooit. Die gaat om een boomstammetje. Het lukt behoorlijk, vooral omdat er wind noch stroming is. Het is een paradijselijke plek.

IMG_4157 IMG_4150 IMG_4148IMG_4145

Zaterdag 26 juli 2015

Zo lieflijk als de Blindleia gisteren was, zo triest is het vandaag, het regent pijpenstelen… We vertrekken naar Grimstad. Onderweg varen we voorbij Brekkestø, in onze reisgids beschreven als een pittoresk kunstenaarsdorp op het eiland Justøya, nu een grauw verlaten dorpje in de stromende regen. Ironisch genoeg lezen we in diezelfde reisgids dat Grimstad de plek met de meeste uren zon van Noorwegen zou zijn. Maar vandaag blijft er wel heel weinig Rivièra over. De haven van Grimstad is eivol, motor- en zeilboten liggen er dicht opeen gepuzzeld. Aan het hoofdponton liggen de boten met de spiegel naar de kant en vooraan op een boei. Er is geen plaats meer, een Nederlandse boot ligt zelfs al langszij de laatste boot op het ponton. Er zit niets anders op dan daar nog eens langszij gaan. De schipper is not amused dat wij er nóg bijkomen -hij komt ons zelfs geen hand toesteken bij het afmeren- maar er is geen keuze…

Amaldus Nielsen, nooit van gehoord?

Ny-Hellesund

Donderdag 23 juli 2015

Toen de heilige Olaf pakweg 1000 jaar geleden met zijn zwaard op de stenen sloeg om aan de vijand te ontkomen, spleet hij een compleet eiland in twee. En hup, daar ontstond een doorvaart, de Olavsund, tussen nu dus twee eilanden, Kapelløya en Helgøya. Voor mijn part had hij iets harder mogen slaan, zodat de doorgang wat ruimer uitgevallen was. Even griezelig, zo tussen twee rotsmuren door varen, waar bovendien nog een brokstuk in het midden is blijven liggen. Maar de bestemming is mijn schrik waard. Een pláátje.

De ingang van de Olavsund

We waren pas tegen de middag weg geraakt uit Mandal. Bij de visboer haalden we nog krabbe klør, krabbeskjell, pepperlaks, fiskekaker en steinbit. Oftewel krabbepoten, krabben waarvan het vlees netjes is uitgehaald en er hapklaar weer wordt in gestopt, gerookte zalm met peper, viscakejes en een stuk spierwitte zeewolf. Op zee was de solgangbris stevig van de partij, op genua liepen we soepel met een ruime wind van 25-30 knts. De solgangbris is wat het woord letterlijk zegt: een bries die gaat waar de zon gaat. ‘s Ochtends zachtjes oost, tegen de middag al wat minder zacht en zuid en na de middag soms echt hard, zuidwest. ‘s Avonds zakt de wind weg met de zon tot het bladstil wordt. Het is dus handig om langs deze kust van west naar oost te varen, mee met die zonnebries. Vroeg vertrekken hoef je ook niet te doen, er is toch nog geen wind.

Krabber klør en pepperlaks

Zo’n 17 mijl en twee lekkere viscakejes verder varen we nu de Olavsund in. De euforie van het prentkaartje ebt even snel weer weg als we niet meteen zien waar we kunnen afmeren. Voor zo ver we kunnen inschatten zijn alle beschikbare aanlegplaatsen ingenomen door Noorse boten, zo’n stuk of tien. We varen voorzichtig rond, tot een man ons wenkt en naar een steile rotswand wijst. We begrijpen het niet meteen, tot we zien dat er in de rotsen metalen pinnen zitten en zelfs een soort van afmeertouw met lus.

Behendig klautert de man langs de rots en voorzichtig varen wij dichter. Hij neemt de lijn achter en ik kan de lijn vooraan leggen. Voor we het goed en wel beseffen, liggen we perfect afgemeerd naast de strakke rotswand, die gloeit in de namiddagzon. Van de harde wind op zee merk je hier ook niets meer.

Afmeren aan een rotswand

Na een late lunch -de lekkerste zalm die ik ooit proefde- gaan we op wandel op het eiland Kapelløya. We willen zo hoog mogelijk voor het uitzicht. Het is hier rustig en puur en we blijven ons verbazen over hoe onze boot afgemeerd ligt. Dagelijks komt hier een ferry langs voor dagjesmensen of kampeerders. Maar van drukte is niets te merken, er staan twee tenten en dat is het.

Een droom van een afmeerplek Idyllisch is het woord dat eerst bij me opkomt

Deze plek werd ook vereeuwigd in een beroemd schilderij van een van Noorwegens bekendste schilders, Amaldus Nielsen. Morgen ved Ny-Hellesund is een begrip bij de Noren. Wikipedia leert me dat die schilder leefde van 1838 tot 1932. Ja, 94 zou je hier wel worden. Verder lees ik ook dat hij geridderd werd in de orde van de heilige Olaf. Ik had het kunnen denken.

Morgen ved Ny-Hellesund

Aan de achterkant van het eiland is een trendy plek, Verftet Ny-Hellesund. Je kan er niet alleen eten in het hippe restaurant maar ook overnachten. Mooi, maar we verkiezen toch onze verse vis aan boord.

Beneden ligt het trendy restaurant Verftet Ny-Hellesund

Det skjer alltid noe på Lindesnes fyr

Lindesnes en Mandal

Woensdag 22 juli 2015

Ontbijt in het zonnetje. Aan de overkant zitten de twee mannetjes die er gisteravond met een biertje zaten, er nog steeds, nu met een thermos tussen hen in. Waar zouden ze het over hebben? Wereldpolitiek, de klimaatverandering, of de vangst van de dag…

IMG_3965

Om in Mandal te komen, onze bestemming van vandaag, moeten we rond de kaap van Lindesnes. Een symbool in Noorwegen, het zuidelijkste punt van dit langgerekte land. 2518 km tot de Noordkaap op het andere uiteinde. Op de plaats waar de huidige vuurtoren staat, stond al in 1655 een vuurtoren, de oudste van Noorwegen. Dicht bij de kaap is het diep genoeg om er vlak langs de kust te varen, toch wel een belevenis.

IMG_3980

Eens voorbij de kaap gaat het ‘buitenom’, bezuiden de rotsige eilandjes, een tiental mijl naar het oosten. Om dan af te slaan en nog een vijftal mijl slalommend tussen de rotsen Mandal te bezeilen. We doen het hele traject alleen op genua, heel ontspannen. Het is zomers zeilen!

IMG_4017

IMG_4008

In Mandal is een plekje vinden niet zo eenvoudig. Het ligt er behoorlijk vol, en we zijn even onder de indruk. Veel boten, een drukke weg, een brug, grote gebouwen. We meren als derde boot op rij af aan de kade, recht tegenover een viswinkel. Op het eerste gezicht allemaal niet zo aantrekkelijk. De wandeling naar het stadscentrum bekoort ons ook niet echt. Het contrast met de twee stille afmeerplekken van de vorige dagen is groot. Wel leuk en authentiek is de shipchandler.

IMG_4020 IMG_4023 IMG_4026 IMG_4032 IMG_4033

Toch moeten we ons beeld wat bijstellen. Bij nader inzicht blijkt de van buiten gezien niet zo aantrekkelijke viswinkel op de kade een druk bezochte zaak te zijn en liggen er de heerlijkste lekkernijen in de koeltoonbank. We nemen ons voor om er de volgende morgen toch een en ander te gaan halen. En de op het eerste zicht stuurse Noor naast ons begint ook een vriendelijk praatje. Hij is van Bergen, en al lijkt hij meer op Demis Roussos dan op een Noor, hij maakt volop reclame voor zijn land. Bergen moeten we zeker ooit nog bezoeken en ook de Lofoten zijn fantastisch. We geven hem graag gelijk en ons verlanglijstje van te bezoeken plaatsen neemt uitbreiding…