Omweg naar Noorwegen

‘Sierra Tango Alfa November India Sierra Lima Alfa Sierra. Sierra Tango Echo Victor Echo Romeo Lima Yankee November Charlie Kilo.’ Ik spel de naam van mijn schipper. ‘Papa Alfa Tango, Papa Alfa November India Charlie Kilo.’ De naam van de boot. Dan nog ons adres en namen van de bemanning. We lopen Harwich aan, ik ben aan de telefoon met de National Yachtline en dat voelt een beetje als een mondeling examen….

Je leest het goed, we zijn in Groot-Brittannië! Dat sinds de Brexit niet meer tot Europa behoort en waar we nu moeten inklaren… We gaan het volgens het boekje doen.

In het kort. Formulier e-C1331 invullen en mailen, gele Q-vlag hijsen van zodra in territoriale wateren (12 mijl uit de kust), telefonisch contact opnemen met de National Yachtline bij aankomst, na goedkeuring door Border Force Q-vlag strijken, klaar.

En nu in het echt. Het begint al bij het invullen van het document. Welke zeiler kent nu op voorhand tijdstip van aankomst in uren, minuten en seconden? En wat vul je in bij ‘ARRIVAL BERTH’ als je afmeert aan een ponton zoals dat van Halfpenny Pier in Harwich? Ik probeer ‘unknown’, wat het systeem probleemloos aanvaardt. Bij het vak ‘UN LOCODE OF DEPARTURE PORT’ weet ik het ook even niet. Google leert me dat UN/LOCODE een internationale vijfletterige code is voor plaatsnamen. BE OST voor Oostende, GB HRW voor Harwich. Daarna geeft mailen van het document via de link met mailadres een foutmelding. Zelf het mailadres intypen lukt wel. Er komt een mail terug met daarin volgende zin: ‘On arrival, please continue to contact the National Yachtline on 03000 123 2012 for clearance purposes.’ Ik stop het nummer alvast in mijn telefoon.

Maar van zodra ik bij mobiel bereik probeer te bellen, hoor ik enkel fluittonen alsof ik naar een faxnummer bel. Ik kijk er het formulier nog eens op na en lees daar 0300 123 2012, een nulletje minder…

De stem aan de andere kant van de lijn vraagt me exact alles wat ik eerder invulde op het digitale formulier, mét de vraag om het te spellen… En zegt daarna dat Border Force contact zal nemen. Nét tijdens het afmeren gaat de telefoon, opnemen kan even niet. Terugbellen ook niet, want de oproep was anoniem…

Gelukkig hangt het nummer van Border Force uit op het ponton. Een vriendelijke stem vraagt naar de reden van ons bezoek, holiday dus, en naar de duur van ons verblijf, voorlopig nog onbekend, zeg ik. ‘Geen probleem, u wordt zo teruggebeld.’ Even later opnieuw Border Force, een andere stem. Nog wat vragen over onze geplande reis. Ik zeg dat we eigenlijk naar Noorwegen willen, maar via de Engelse oostkust komen omdat de wind tegenzit. En dat we nu nog niet weten wanneer en welke havens we zullen aanlopen. En dat we ongevéér een week zullen blijven. Stilte. ‘En keert u na een week terug naar Nederland?’ vraagt hij dan. ‘Euh, we zijn Bélgen en nee, we gaan naar Noorwegen…’ ‘Ok, prima’. Of ik dan nu de Q-vlag mag strijken? Stilte. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt de stem. Of ik de gele vlag naar beneden mag doen, nu we telefonisch ingeklaard zijn? De persoon aan de lijn weet het niet. ‘U wordt zo teruggebeld.’ Kwartiertje later heb ik Border Force weer aan de lijn. ‘Ja hoor, mevrouw, Q-vlag kan naar beneden, u mag aan wal, heel erg welkom en geniet van uw verblijf!’

We hebben een gast aan boord, een collega van Las. Eric hoefde geen twee keer na te denken toen Las hem over onze zeilplannen sprak en voorstelde een stukje mee te zeilen. Maar ons nareizen tot ergens in Noorwegen om daar wat zeilend te hoppen, is niet wat hij wil. Hij wil proeven van zeezeilen. Hoogzeezeilen. Een oversteek naar Stavanger, waarom niet…

Maar wat Eric na een paar uur op zee vooral proeft zijn zout en braaksel… Helaas, zeeziekte is zijn deel maar Eric is taai en komt er snel doorheen. En nee, hij stapt niet af in Harwich na 80 mijl scherp aan de wind…

Hij heeft er zin in en toont zich een fijn bemanningslid, ook al is zijn zeilervaring beperkt. De tweede tocht brengt ons naar Lowestoft, waar het liggeld high is en het waterpeil zo low dat we bij laagtij een stukje in de modder zakken.

Tocht drie wordt een fikse sprong tot het mooie Whitby, mét nachttocht. De leercurve van Eric is steil. Hij is helemaal zee-vast geworden, klaagt geen moment over de koude, lust alles en beschikt over een MacGyver-waardig probleemoplossend vermogen!

Tocht vier brengt ons tot Peterhead, Schotland. Even twijfelen we om de haven niet aan te lopen en de oversteek naar Stavanger te maken, -we hebben er de geknipte crew voor-, maar plotse dikke mist en kou jagen ons toch naar binnen. En hier scheiden onze wegen met Eric, na een week intens zeilen…

Hij trekt verder met de rugzak, stukje Schotland zien. Wij vertrekken met gunstige wind naar Noorwegen, zo’n 250 mijl noordoostwaarts.

O jee, de formaliteiten! Ik open mijn als Excel bewaarde e-C1331 van aankomst, vervang arrival door departure, pas vertrekhaven en bestemming aan en wis de lijn met de gegevens van Eric. We kwamen met drie het land binnen, we vertrekken met twee. ‘Zouden daar vragen bij komen’, vraag ik me af, als ik het nummer van de National Yachtline intik. ‘Sierra Tango Alfa November…’ Naam schipper en naam boot zijn deze keer voldoende. Bestemming NO SKU, Skudenes, Noorwegen, ook goed. Geen vragen over crew. ‘Have a safe crossing!’ klinkt de vriendelijke stem. Al mijn punten.

Energie aan boord

“Zorg wordt bij ons uitgedrukt in eten”, hoor ik iemand in een interview op de radio zeggen. ‘Bij ons ook,’ denk ik dan. Zo herkenbaar, mooi is dat.

‘Zorgen voor’, dat is ook ‘graag zien’, en met Valentijn voor de deur vertaal ik het vrij en liefdevol naar: “Graag zien wordt bij ons uitgedrukt in eten”…

13 februari 2020, vooravond van Valentijn…

Wie dacht dat ik het hier ging hebben over zonnepanelen, windgeneratoren of batterijen, klik dus maar weg, je bent er aan voor de moeite. Want die dingen laat ik graag over aan deskundigen terzake. Nee, ik wil het even hebben over die andere energie aan boord, iets minder technologisch maar daarom niet minder belangrijk, en wel de energie van de bemanning. De stelling dat ‘een schip zo zeewaardig is als zijn bemanning’, is even simpel als waar. Je mag de best uitgeruste boot hebben met het strakste energieplan denkbaar, als je bemanning het laat afweten, heb je een probleem.

Uit ervaring weet ik dat fit blijven tijdens zeiltochten niet vanzelfsprekend is. Slecht weer, te weinig nachtrust of kou kunnen de stoerste bonken slopen. Een rollende boot bij een voordewindse koers, lastige deining, klappende zeilen, zeeziekte, wachtlopen ’s nachts, moeilijk uit te leggen aan wie het nog niet aan den lijve ondervond. Maar de zee stelt een bemanning op de proef.

Daarom zou voor mijn part in elke zeilcursus mogen staan dat je je bemanning graag moet zien, dat je voor je bemanning moet zorgen. En dat je, behalve een goed uitgerust, comfortabel schip en warme zee-bestendige kledij, ook lekker eten moet voorzien. Dat geeft je crew de energie om je boot veilig en met plezier te varen. Zorgen voor die beminde bemanning doe je ook met een hartige beker soep, een stevige boterham, een pittige warme hap.

Of een fruitig ontbijt… Na een donkere nacht op zee doet dit wonderen! Ik kreeg dit recept van lieve collega Heidi. Geen zeilster, wel fervent kampeerder, vertrouwd met koken in een kleine ruimte… Bij ons aan boord is het een succes. Graag geef ik het door. Als Valentijn-kadootje…

Ontbijt uit de oven

1 kop gebroken lijnzaad

2 koppen havermout

1 kop gemengde noten

1 kop kokosmelk

1 appel

150g bosbessen

honing

bakpapier


Terwijl je het lijnzaad laat wellen in wat water, snijd je de ongeschilde appel in grote stukken. Hak de noten fijn. Meng alle ingrediënten maar hou een paar bessen aan de kant. Schep de brij in het bakpapier in een ovenschotel en druk de overgebleven bessen in het deeg. Bak 20′ tot 30′ in een oven van 180°C. 5′ voor de baktijd om is strijk je er een paar lepels honing over voor een goudgeel glanzend laagje.

fullsizeoutput_45f8

fullsizeoutput_460a

fullsizeoutput_460f

Smakelijk!