Storm op Anholt

De haardroger gaat hoog in toeren en maakt daarbij een angstaanjagend geluid. Met een verbeten blik gaat de vrouw die bij het haar hoort haar kapsel te lijf. Het is een strijd op leven en dood. Dat haar lange blonde haren na jaren kleuren, te veel zon en te weinig knipbeurten al lang dood zijn maakt het er niet gemakkelijker op. Noch het product dat ze driftig door haar lokken kneedt, noch de loeiende haardroger zullen haar kapsel tot leven wekken. Maar ze geeft niet op.

Aan de andere wastafel staan twee jonge meisjes, poppenbeentjes, poppenlijfjes, poppengezichtjes. Maar ze zijn niet tevreden en druk in de weer met wattenstaafjes en oogschaduw in allerlei tinten blauw. Ondanks alle mogelijke filters stelt Instagram hoge eisen. Geconcentreerd keuren ze zichzelf en elkaar en kleuren verder.

Het stormt in Anholt en ik kom douchen in het Sailor House van de marina. Het systeem is simpel. Kleed je uit, houd je havnkart voor het automaatje van een douchehokje en achter een plastic gordijn krijg je drie minuten warm water. Drie minuten, hoeveel is dat eigenlijk, denk ik zenuwachtig en was snel snel mijn haar en lijf. Het is heerlijk lang. Ik droog me af, kleed me aan en doe dagcrème op, klaar. De haardroger brult nog steeds. De meisjes zijn weg, op de wastafel liggen blauwe wattenstaafjes en proppen papier met bruine foundation. Het vuilbakje hebben ze niet zien staan.

16 – 18 juli 2021

Ik verbaas me over het contrast tussen het leven-zoals-het-is in deze propvolle jachthaven en de rest van het piepkleine eiland. Een parel van amper 22 km2, een berg, een ‘woestijn’ en strandjes, zo stil en puur dat je er in je blootje kan gaan zwemmen…

Hoe ze de boten hier in de haven bij elkaar proppen, dat zag ik nog nergens. Eén rij boten ligt aan een ponton, achteraan vastgemaakt aan een hekboei en neus op de kant. Daar worden andere boten tussen geschoven. In een enkel geval komt er nog een boot op een soort van derde rij die alles afsluit met de overkant. En met de aangekondigde storm hebben de havenmeesters om de zoveel boten lange lijnen gelegd om het boeltje bij elkaar te houden. We liggen gevangen. Mensen lopen af en aan als colonnes druk wriemelende mieren…

Buiten klinkt de wind nu ook als een overspannen haardroger. Vandaag zitten we de storm uit. Lang ontbijten, laat douchen, boot opruimen, wat schrijven, een wandeling. Bruut en ongenaakbaar is de zee die de voorbije dagen lieflijk en kalm was.

Want de tocht hierheen was er eentje om door een ringetje te halen. Halve wind, een goeie 4 bft, zon en een diepblauwe zee rondom ons. Zowel de kust van Zweden als die van Denemarken te veraf om te zien. En dan verschijnt voor mijn verrekijker de bos masten op Anholt… Mikado voor gevorderden, reageert Marian van Roy op mijn Facebook post en dat zegt alles.

Toch varen we binnen want we willen niet alleen het eiland zien maar ook veilig liggen voor de passage van de aangekondigde storm. Maar voor die over het eiland walst, hebben we nog een heerlijke dag om dit paradijsje te ontdekken en dat doen we weer maar eens met onze fietsjes…

Anholt in een notendop, dat is een berg, een woestijn en stranden.

De berg, het bergje, heet Nordbjerg. We parkeren onze fietsjes aan de voet er van en gaan op pad. Eens boven, keren we terug via een steile helling en een ongerept keienstrand.

Het strand ligt bezaaid met kunstige zeewieren in wonderlijke tinten van bruin. Zoveel mooier dan de foundation van de popjes in de haven denk ik dan. Een zeehond verrast ons, we hadden hem amper opgemerkt.

Blauwen waar geen oogschaduw aan kan tippen liggen aan onze voeten.

De woestijn wordt Ørkenen genoemd, beslaat een groot deel van het eiland en is beschermd natuurgebied. Het droge landschap met zijn korstmossen en heide-achtige plantjes is uniek. Wandelen mag er, fietsen niet.

Op de stranden mag je wel fietsen… En die stranden, die zijn er gewoon overal. Spierwit poederig zand dat langzaam afloopt in de turquoise uitnodigende zee. Vaak geen levende ziel te bekennen.

‘Die heeft geen haardroger nodig’, denk ik glimlachend als ik mijn schipper blij als een kind zie krawietelen in de branding…

Zomer in een handvol kleuren. Het eiland Læsø.

We zeilen 33 mijl over een diepblauwe zee met daarboven een al even diepblauwe lucht. We ankeren en zwemmen wat rondjes om de boot. Later fietsen we tussen geurige donkergroene pijnbomen en langs goudgele korenvelden. Nog later eten we blauwe kaas, rode langoustines met veel look en wit, grof zeezout… En nee, we zijn niet in Zuid-Frankrijk. We zijn op Læsø, een eiland van pakweg 100 km2, dat tussen Denemarken en Zweden ligt, in de zeestraat die het Kattegat genoemd wordt.

Netjes. Dat is hoe ik Denemarken tot dusver ervaar, met zijn ordelijke dorpen, keurige huisjes zonder frivoliteiten, egale akkers en ongerepte strandjes. Blauw, geel, groen, wit en rood… Een beperkt kleurenpalet dat voor een frisse, opgeruimde uitstraling zorgt. Kakofonie is niets voor de Denen, denk maar aan de eenvoud van hun beroemdste exportproduct, design. Of het succes van hun onovertroffen LEGO bouwsteentjes. Eindeloze mogelijkheden met een handvol kleuren.

14 – 16 juli 2021

Blå. Het blauw van de lucht wedijvert met het blauw van de zee op de tocht van Hals naar Læsø. Omdat Vesterø havn goed vol ligt en het heerlijk weer is, besluiten we buiten de haven te ankeren. Na zalig zwemmen gaan we op goed geluk fietsend het landelijke eiland verkennen. Korenbloemen steken blauw af tegen gele korenaren…

Gul. Gele veldbloemen, een botergele vissersboot, een okergele, in zee zakkende zon, de overtreffende trap van zomer..

Grøn. Wat zijn we blij met de koele schaduw van het donkergroene pijnboombos waar we doorheen fietsen. In de zon is het zo warm dat het asfalt aan onze banden plakt! Grijsgroen is dan weer het zeegras of zeewier dat hier op Læsø ooit gebruikt werd als dakbedekking, een unieke eeuwenoude traditie. En watergroen het onderwaterschip van een van de drie scheepsmodellen in Vesterø Kirke. In elk kerkje waar we komen hangen er één of meerdere van deze votiefschepen, in combinatie met koperen kroonluchters.

Hvid. Zilverwit het maansikkeltje boven onze ankerplek. Platina wit het schitterende tegenlicht waarin een vissersboot steeds kleiner wordt. Melkwit de ochtendmist die uit het niets opduikt maar snel oplost in een zalige zomerdag. En spierwit ten slotte het zout dat hier op Læsø gewonnen wordt en dat je in het winkeltje bij de Læsø Saltyderi, de zoutziederij kan kopen. Ze verkopen er ook schoonheidsproducten op basis van zout, en hier op het eiland kan je zelfs naar een echt zout-kuuroord.

Rød. Zo donkerrood als de muren van Vesterø Kirke zijn, zo frêle is het bruinrood van de delicate fresco’s die je er kan bewonderen. Ze dateren uit de eerste helft van de zestiende eeuw en werden enkele jaren geleden mooi gerestaureerd. En zelden zag ik een rood zo diep kleuren als dat van de Deense dageraad om -je leest het goed- halfvier ’s morgens… Maar het roodste rood komt van de lekkernij waar Læsø bekend om is, de jomfruhummer

Deze langoustines, ook wel Noorse kreeftjes genoemd, kan je bij het krieken van de dag bij de vissers in Vesterø Havn kopen, wanneer die terugkeren van een nacht op zee. De vangst is erg gegeerd en de volledige beestjes zijn gereserveerd voor restauranthouders en vishandelaars. Wij kunnen enkel de staartjes bemachtigen, ‘gatjes’ zoals men ze in Oostende noemt. De portie die de visser zwijgend in een plastic zak schept blijkt voldoende voor drie keer stevig eten! Kijk je mee in mijn kombuis?

Puur proeven

Jomfruhummer – olijfolie – look – grof Læsø zeezout

Tikje verwarring bij het eerste puur proeven. De roodoranje kleur verklapt dat onze langoustinestaartjes al even kokend water hebben gezien maar binnenin is het witte vlees nog rauw. Wel lekker. Maar rauw. Ik verhit wat olijfolie in een pannetje en bak ze nog eens kort met wat look en Læsø zout. Hemels!

Pasta Læsø

Jomfruhummer – olijfolie – look – tomaat – basilicum – zure room – zwarte peper en grof Læsø zeezout – penne

Voor het tweede gerechtje bak ik de langoustinestaartjes in flink wat olijfolie en drie tenen fijngehakte look. Daarbij komen stukken tomaat, een handvol verse basilicum en zure room. Kruiden met peper en zout en onmiddellijk serveren met beetgare penne.

Rijst Læsø

Jomfruhummer – boter – uitje – tomaat – curry – gember – scheutje witte wijn

Voor de derde variatie op een thema bak ik de ‘gatjes’ met een fijngesneden uitje in boter en voeg er wat tomaat, een vleugje curry en een mespunt gember bij. Alles snel opbakken, kort blussen met een scheutje witte wijn en afkruiden met peper en zout naar smaak. Serveren met volle rijst.

En we zijn dwars door de kop van Denemarken gevaren!

13 en 14 juli 2021

Atlas. Zo heet de blonde peuter die vanuit de kuip van het klassieke jacht Nordlys uit Ålborg, het aanlegmanoeuvre van zijn opa, oma en papa gadeslaat. De oma van Atlas is een opvallende verschijning, zelfbewust in een lange jurk met bijzondere print, hippe sneakers en bril. Wat ze draagt zijn beslist designerdingen. En als ze dat niet zijn, dan heeft ze het talent ze zo te doen lijken. Er is iets met de opa. Hij beweegt moeilijk, lijkt een arm te hebben die niet mee wil. En toch manoeuvreert hij met de ellenlange helmstok het oogverblindende schip op haar plaats. Dit is langszij bij ons. De oma en de papa van Atlas zijn in de weer met stootwillen en lijnen, alles in volstrekte harmonie. Toewijding is het woord dat me te binnen schiet. En liefde.

We zijn in Hals, aan het eind van de Limfjord. En liggen langs een kade waar je eigenlijk niet mag afmeren. Maar uitzonderlijk weer wel wegens geen plaats in de tjokvolle jachthaven. We fietsen een klein verkenningsrondje. Hals kookt over, het is broeierig warm en er is veel volk op de been. We zijn blij om terug te keren naar de rust aan onze kade. Met naast ons nu de Nordlys.

Maar eerst nog wat over de Limfjord waar we nu helemaal doorheen gevaren zijn. Er mag dan wel amper getijverschil zijn, de ondieptes zijn er niet te onderschatten. Bij motorzeilend kruisen tussen Lemvig en Harre Vig gaat dat even fout en lopen we, boem pats, vast. Op een plek waar het volgens de kaart 8 à 10 meter diep is… We halen grootzeil weg, zetten motor in achteruit, trekken fok bak en even later varen we weer, oef!

De met rood en groene tonnetjes of stangen aangegeven vaargeulen moet je heel nauwgezet volgen, kijk maar naar het kleurverschil binnen en buiten het vaarwater! Ook de aanloop naar het aangename plekje Nibe waar we twee nachtjes blijven is spannend. Het is een heel smal geultje waar je beter niet naast de paaltjes gaat varen!

Er is iets met de betonning in de Limfjord. De vaarrichting van op zee, op zeekaarten aangeduid met een magentakleurige pijl, loopt op identieke wijze over in de fjord. Groene tonnen aan stuurboord en rode aan bakboord. Niets aan de hand, toch? Maar als je aan de overkant vanuit het Kattegat de fjord in vaart, loopt ook daar de betonning van op zee identiek over in de fjord. En moeten ergens onderweg, Ålborg in dit geval, de kleuren wisselen van kant. Voor wie, zoals wij, van west naar oost vaart, is het vanaf daar dus groene tonnen aan bakboord en rode aan stuurboord… Opletten, zeker wanneer er zoals op sommige plaatsen, slechts één ton ligt!

We hebben hier nog iets bijgeleerd en dat is het gebruik van de N-van-November-vlag, die lijkt op een blauwwit geblokte keukenhanddoek. Je hijst ze om aan te geven dat je een brug wil passeren. We laten ze niet de hele tijd staan zoals sommigen gemakshalve doen maar hijsen ze telkens bij aankomst bij elk van de 5 bruggen onderweg. Het werkt vlot.

Nu we het over vlaggen hebben. Groot is mijn ontgoocheling wanneer ik bij aankomst onze Deense beleefdheidsvlag niet kan vinden. Achtergebleven op onze vorige boot die we nog hadden in 2014 toen we ook naar Denemarken zeilden, uitgeleend misschien? In Thyborøn vinden we niet meteen een ship chandler maar met Denemarken in de halve finale van het EK zijn wel overal Deense vlaggetjes op stokjes te koop. Voor 30 DKK, zo’n 4,00 €, halen we er eentje, knippen het stokje eraf en hijsen het aan stuurboord in het want… Makkelijk kan ook!

Terug naar Hals. Mit skib er ladet med længsel staat op een van de fantastische sculpturen langs de oever. My ship is loaded with longing. Mijn schip heeft goesting zeg maar. Maar waar hebben wij zin in, waar gaan wij heen?  ‘Læsø, dát moet je zien,’ zegt de papa van Atlas van de Nordlys. ‘Zo mooi…’ ‘Anholt,’ zegt de oma, ‘en ook Samsø, of Sejerø, mijn lievelingseilanden…’ Denen die met dromerige blik hun eigen land aanprijzen, geen reisbureau doet het beter. En we krijgen nog een gebruikte brochure van Læsø in onze handen gedrukt.

Læsø en Anholt, als we onze tocht in het Kattegat daar nu eens mee beginnen…

Struikelen over kunst, het eiland Fur…

De Limfjord is ongeveer 90 mijl lang en verbindt de Noordzee met het Kattegat. Met zijn schiereilandjes, baaitjes en haventjes is het een vaargebied dat het ontdekken waard is en meer dan alleen maar een veilige doorsteek door de kop van Denemarken is. Waar wij heen willen is het eiland Fur, dat ongeveer halverwege ligt. Een eiland in een fjord, hoe spannend klinkt dat?

Zaterdag 10 juli 2021

De zeiltocht van Harre Vig naar Fur is er een om in te lijsten. Na een grijze start breekt de zon door, de noordwester trekt aan tot windkracht vijf en we zeilen snel. Ook onder de Sallingsundbrug die 26 m hoog is maar waarvoor ik toch maar weer mijn hoofd buk. Het is sterker dan mezelf…

Aan de zuidkant van het eiland passeren we Fur Havn, maar we hebben de smaak van het ankeren te pakken en varen door naar een ankerbaai aan de oostkant. Daar gaat ons anker naar beneden in 4,5 m water. We slepen de bijboot aan, pompen die op, monteren de davits en haken de bijboot aan de takeltjes. Maar de landing op Fur stellen we een dag uit, het weerbericht voorspelt een windstille en zomerse zondag… Ik bak een brood en verder doen we niets, behalve ons erover verbazen hoe we liggen als een huis, ondanks de stijve bries.

Zondag 11 juli 2021

Fur is bekend omwille van de bijzondere grondsoort die er gewonnen wordt, diatomeeënaarde. Ook wel kiezelaarde genoemd. Die kent tal van toepassingen in industrie en landbouw. Hoe mooi dat gelaagd gesteente wel is kan je zien bij de kliffen van Knudshoved. Nu is geologie niet echt mijn ding, maar de tinten grijs, bruin en oker en de grillige patronen bekoren me. Abstracte kunst gewoon! Op het strand speuren we naar fossielen maar moeten ons tevreden stellen met wat schelpen en een steen waarvan mijn schipper met veel overtuiging beweert dat het kwarts is. De zon schittert in de kei, een stukje performance art.

Van kunst gesproken. Fietsend over het eiland zien we her en der kleurrijke vissen langs de weg. Op een bordje ontcijferen we enkele woorden Deens en begrijpen dat Fur Fisk een kunstproject op het eiland is. En dan lijkt kunst ineens overal. Galerijtje hier, schilderijen daar. Kunstgalleri, malerier…

Bij het schuurtje van Gunnar “Splint” Christensen houden we halt.

Splint is Deens voor splinter, maar in zijn houten plankjes en kommetjes zijn geen splinters meer te bekennen, zacht en glad als ze zijn. Als ik een schaaltje door mijn handen laat gaan komt mevrouw Splinter aangelopen, 140 DKK kost het houten bordje laat ze weten. Betalen wordt lastig. Het is óf contant -we haalden nog geen Deense kronen uit een muur- óf te betalen met Mobile Pay. Ik had dit al opgemerkt bij de standjes langs de weg waar je confituur kan kopen, groenten en fruit of bloemen, gehaakte knuffels en tweedehandse kleren, noem maar op. Mobile Pay staat erbij, gevolgd door een telefoonnummer. Als dit de Deense versie van onze Payconiq is dan kunnen we daar niet veel mee. Meneer Splinter wordt erbij gehaald. Het Engels van dit oudere stel is niet veel beter dan ons Deens maar we hebben een leuke babbel. Euro’s vindt hij ook goed en na verbazend lang tokkelen op zijn smartphone wijst hij op het schermpje, 17,40€. Voor een briefje van 20,00€ word ik de dolgelukkige eigenaar van dit handgedraaide houten bordje.

Gezwind fietsen we verder. Korenvelden, een explosie aan schitterende veldbloemen, een idyllisch kerkje, Fur heeft het allemaal. Aangekomen bij het strand, plooien we de fietsjes, hijsen ze in de bijboot en varen terug naar de boot.

Ik schik de schelpen en de steen in het houten schaaltje en houd het tegen het licht. Readymade, hoe zouden de Denen dat zeggen?

Uit de kombuis geklapt. Lemvig en Harre Vig.

Bevoorrading voor een zeilvakantie doen wij in twee keer. Stap één is voor dranken en niet-voeding zoals toiletpapier, keukenrol, poets- en hygiëne-dingen.

Stap twee is voor voeding, van vers over iets langer houdbaar, tot ‘droge’ voeding zoals het in supermarkt-jargon klinkt. Omdat we het vóór vertrek beiden nog druk hebben, maken we gebruik van het onvolprezen Collect & Go systeem, boodschappen online bestellen en afhalen op een tijdstip naar keuze. En we verdelen de taken, waarbij ik de voeding plan en mijn schipper de niet-voeding voor zijn rekening neemt.

Dat zorgt voor verrassingen. Waar ik altijd, ja, echt áltijd, zweer bij niet-bedrukt huishoudpapier, tref ik nu in mijn kombuis keukenrol met een lelijke print van lelijke beertjes in lelijke kleuren. Mijn gevoel voor esthetiek, -overdreven en niet ter zake volgens mijn schipper- wordt op de proef gesteld. Bij het opbergen van de dranken ontdek ik bier in blikken van een halve liter! O gruwel, bier in blikken van een halve liter! Ik associeer ze steevast met joelende voetbalhooligans, en ik haat voetbal. En mijn billen ten slotte, die zal ik moeten vegen met lichtblauwe puppy’s, huppelend op het toiletpapier. Mijn schipper grijnst bij mijn frons, heerlijk vindt hij het om de draak te steken met mij en mijn controledrang.

‘Laat los’, zeg ik tegen mezelf, ‘er is bier, keukenrol én wc-papier, tijd voor vakantie’…

Donderdag 8 juli 2021, voor anker bij Lemvig.

Na een dagje Thyborøn trekken we de Limfjord in. Op zoek naar zen, willen we liever niet in een haven liggen. Na 10 mijl varen laten we het anker vallen in 3,5 m water in de baai naast het stadje Lemvig. De motor gaat uit, de stilte omarmt ons en bij een glaasje wijn genieten we van dat fijne gevoel dat vakantie heet. We proeven de garnalen en de Limfjord oesters die we kochten en het mag gezegd, ze zijn kraakvers. Net als de lotte uit de Fiskebutik…

Maaltijdsoep met lotte, aardappelen, sluimererwtjes en kersttomaat.

Filet van lotte – aardappelen – 1 ui – 1 teentje look – pakje sluimererwtjes – handvol kersttomaten – witte wijn – room – peper en zout

Stoof in een flinke klont boter de fijngesneden ui en look aan. Voeg de in stukjes gesneden sluimererwtjes toe. Schik de kersttomaten erbij. Geef peper en zout. Kook intussen de aardappeltjes gaar. Snijd de vis in stukken, leg ze op de groenten en overgiet met een scheut witte wijn. Laat even garen onder een deksel. Als de vis gaar is, voeg je de aardappelen toe, als ook wat room. Proef en kruid bij indien nodig.

De avond valt. Een boot vaart traag voorbij. Langzaam zakt de zon. En wij liggen roerloos achter ons anker…

Vrijdag 9 juli 2021, voor anker in Harre Vig.

‘…de ideaalste ankerbaai die je je maar kunt voorstellen.’ Zo omschrijft René Vleut Harre Vig in de Vaarwijzer ‘Scandinavië en de Oostzee’. In 2014 kocht ik dit boek en dit is de vierde zeilvakantie waarbij we het gebruiken. Er is inmiddels een herwerkte versie uit, maar we besloten pas op het laatste nippertje om deze kant op te komen, en doen het toch maar met de editie die we hebben.

We hebben 27 mijl gevaren als we via Lysen Bredning en een nauwe doorgang de baai invaren, die veel wijder en minder beschut lijkt dan ik me had voorgesteld. Bij het binnenvaren liggen er twee meerboeien aan stuurboord, maar met de strakke noordoostenwind die er staat is dit geen gezellige optie. Ik mik op de overkant en zo ver mogelijk onder de oever om in de luwte van het land te komen. Las stuurt en ik gids hem, Ipad in de hand, naar het plekje dat ik voor ogen heb. Opnieuw laten we het anker zakken in 3,5 meter water. Opnieuw valt de stilte van zodra de motor uit gaat. We zijn hier helemaal alleen. En we gaan niet ingewikkeld koken vandaag…

Lauwe couscoussalade met zachtgerookte zalm

Een stuk zachtgerookte zalm – couscous – ½ courgette – ½ gele paprika – 2 teentjes look – 1 tomaat – boter – peper, zout, sterk paprikapoeder

Snijd courgette, paprika, en tomaat in piepkleine blokjes. Hak de look fijn. Kook de couscous zoals op de verpakking vermeld. Schud de couscous in een schaal en maak de korreltjes los met een vork. Laat een paar klontjes boter smelten in de couscouskorrels en voeg de rauwe groentjes toe. Kruid met peper en zout en sterk paprikapoeder. Serveer met de zalm.

De enige discussie die je nu nog zou kunnen voeren zou kunnen gaan over wat eigenlijk het mooiste roze is, dat van de vlammende avondlucht of dat van de zachtgerookte zalm…

Thyborøn. Iskunsten, Sneglehuset en de fiskebutik…

Woensdag 7 juli 2021

‘I don’t speak Danish’, zeg ik tegen de dame voor mij. We zijn een gebouw binnengelopen, eigenlijk meer een loods, waar in grote letters het woord Iskunsten op staat en waar we iets met kunst verwachten, een galerij of zo. De kou die ons tegemoetkomt, brengt ons in de war. En wat de dame me vertelt, daar kan ik geen touw aan vastknopen. En dan snappen we het. ‘Is’ is ‘ijs’, natúúrlijk! Dit is een expositie van ijssculpturen. Op vertoon van ons EU Covid certificate kunnen we een kaartje kopen en krijgen een dekentje mee. Misschien geen kunst met grote K, maar toch wel mooi.

Thyborøn. Op het eerste zicht niets bijzonders. Vissersschepen, visverwerkende bedrijven, pakhuizen, een brede hoofdstraat met wat saaie huizen die bijna allemaal in een okerachtig geel geverfd zijn. De gebouwen rond de havenkom zijn dan weer donkerrood. En toch. In en rond de haven is er bedrijvigheid. Ijsjes etende toeristen kuieren rond, schuiven aan voor een boottochtje. Zeehonden spotten, oesters trekken, -de Limfjord oesters zouden een delicatesse zijn-, naar de zonsondergang gaan kijken, het kan allemaal. En net voorbij de haven ligt een hagelwit strandje.

img_6527

Hoog in de helblauwe lucht hangen spierwitte wolken. De strakke zuidenwind, ik schat zo’n vijf beaufort, jaagt door het grijsgroene helmgras van de duinen. Wat is het licht hier mooi en helder. Ooit was hier geen gat in de kustlijn. Toen de zee bij een zware februaristorm in 1825 door de duinen brak, ontstond een doorgang die de regio welgekomen economische mogelijkheden gaf. De opening naar zee werd verbeterd en versterkt en Thyborøn werd wat het nu nog is, een vissershaven.

In 1916, op 31 mei en 1 juni, vond hier de grootste zeeslag van WO I plaats, de Zeeslag bij Jutland. 25 schepen werden hier tot zinken gebracht waarbij 8645 zeelui de dood vonden. Een imposante beeldengroep, verspreid in de duinen, brengt hulde. Ruwe, donkere stenen symboliseren de schepen, daaromheen ranke figuren, bleek en fragiel steken ze af tegen de felblauwe lucht.

Het War museum laten we voor wat het is. Ook het Kystcentret bezoeken doen we niet. We lopen er even binnen maar het is bijna sluitingstijd en er zit nog te veel zee in ons lijf en in ons hoofd.

Steeds mooier wordt de haven van Thyborøn in het zachte avondlicht en de roes van een fles cava. De kant- en klare lasagne uit de oven smaakt als een godenmaal.

Donderdag 8 juli 2021

Passie, is dat niet het mooiste wat er is?

En passie, dat had visser Alfred Pedersen uit Thyborøn. Passie voor zijn verzameling schelpen, meegebracht van talloze reizen over zeeën en oceanen tot in Polynesië toe. In 1949 begon hij er zijn huis mee te versieren, men verklaarde hem gek. Maar onverstoorbaar ging de man door, ruim 25 jaar lang. En creërde met meer dan 10.000 schelpen Sneglehuset, het schelpenhuis. Hij verwerkte ze in allerlei tafereeltjes, verfde ze in fraaie kleurtjes. Lavendelblauw, appelblauwzeegroen en rood. Nog meer schelpen liggen in glazen kasten uitgestald. Poederroze, zachtoker en ivoorwit. Het geheel is aandoenlijk in zijn kitscherigheid.

Een fietstochtje, middagdutje op het strand, even zwemmen, en nu nog wat verse vis halen voor we vertrekken, de Limfjord in.

De Fiskebutik staat me een beetje tegen als we er binnenstappen. Het is er te warm, in een viswinkel verwacht ik koelte. Het ruikt er ook wat te vissig naar mijn zin. Maar de vis in de koeltoog ziet er mooi uit. Opnieuw geen idee waar de Deense benamingen voor staan. We wijzen 4 oesters aan, wat roze garnalen, gerookte zalm en witte vis, dat moet lotte zijn. Havtaske dus. Receptjes volgen!

O ja, nog even het havengeld afrekenen! Alles is geautomatiseerd. Met een havenkaart betaal je liggeld, een waarborg en een krediet voor elektriciteit, douchen of gebruik wasmachine. Bij vertrek worden waarborg en het eventuele saldo van je krediet teruggestort. 119 DKK liggeld en 17 DKK voor de douches? Amper 18,00€…

Impressies van een overtocht

Zeebrugge – Thyborøn – 4 juli tem 7 juli – 380 mijl

We hebben een derde bemanningslid aan boord. Je ziet hem niet maar hoort hem wel. Hij fluit, zoemt en zingt. Ik hoor hem aan bakboord, ik hoor hem aan stuurboord. Soms, als de wind iets anders invalt, lijkt hij te tsjilpen als een vogel. Hij is het meest in zijn nopjes bij voordewindse koersen, dat hoor je. Niets voert hij uit aan boord, maar hij houdt er de sfeer wel in!

In alle weerberichten zien we ze komen. Twee lagedrukgebieden die naderen van op de Atlantische Oceaan, en die zich ergens ten zuiden van Ierland aan elkaar gaan vasthaken om zich dan, schouder aan schouder en met gebundelde kracht door het Kanaal te persen. Als één dikke depressie zullen ze onderweg voor een pak wind zorgen. En misschien is dat niet eens zo slecht! Want de voorspellingen tonen hoe ze hun pad bij aankomst op de Noordzee naar het noordwesten gaan vervolgen. Als wij ten oosten van hun tegenwijzerzin tollende traject blijven, gaan we achtereenvolgens zuidoost, zuid en zuidwestenwind krijgen. En dat is nu precies wat we willen. Dat het veel wind zal zijn, deert ons niet, bij ruime wind is alles anders.

Zondagavond zes uur, we vertrekken uit Zeebrugge. In het westen ziet de hemel er dreigend uit, donkerblauwe massieve wolkenmassa’s rollen hun spierbundels. Maar het waait matig uit het oosten en we hebben er vertrouwen in dat de buien bij ons vandaan zullen blijven. Heel af en toe weerlicht het in de verte, gevolgd door een grommend gerommel.

Eén keer haalt een bui toch kort uit met shiftende wind en striemende regen. Las worstelt aan het roer. Het duurt maar even.

Maandagavond tien uur, de wind is nu zuidwest. In de eerste 24 uur maakten we 138 mijlen op een mooie vlakke zee. Enkel om de Maasmond te kruisen hebben we de motor bijgezet. Het dreigende weer heeft plaatsgemaakt voor gewoon grijs maar aan het eind van de dag klaart het zienderogen op. Hoge windpluimen verschijnen aan de intussen helblauwe lucht, iets later worden dat lage wollige pakken, aan de horizon groeien bloemkolen. Maar de barometer blijft onveranderd op 1000mb hangen. Vlammend zakt de zon in de zee, de lucht gloeit nog lang na in wilde tinten van dieporanje, over felroze tot paars, voorbode van wat komen gaat?

Dinsdagochtend, daar is het. Terwijl de barometer zienderogen daalt, trekt de wind evenredig aan, zuidoost nu. We lopen soepel, de intussen grotere golven die schuin achter inkomen, rollen met gemak onder de boot door. Achter het zakdoekje dat onze gereefde genua nu is, lopen we zeven, acht knopen. De windmeter gaat van 25 knopen naar 35 knopen. We tikken nu en dan ook meer dan 40 knopen aan. We verbazen ons over het comfort aan boord bij ruime wind. In de loop van de dag kruipt de wind meer naar het zuiden en neemt geleidelijk af. Omdat we nu pal voor de wind varen, gaan we rollen en wordt het binnen een klutsboel. Dat stelt niet alleen de zenuwen op de proef maar ook de spieren… Het voortdurend opvangen van de bewegingen van de boot, het is een stiekeme fitness.

Woensdagnacht, het lijkt maar niet donker te worden. Tussen donkere wolkenpartijen zitten lichte stukken lucht, een smal maansikkeltje glanst. In het afgelopen etmaal haalden we 154 mijl, Thyborøn is niet ver meer af, de wind waait matig.

Woensdagochtend, de opnieuw harde zuidenwind voert een stinkende vislucht met zich mee. Het maakt niet uit, we zijn helemaal blij. 63 uur na ons vertrek uit Zeebrugge varen we Thyborøn binnen. We hebben 380 mijl afgelegd!