Impressies van een overtocht

Zeebrugge – Thyborøn – 4 juli tem 7 juli – 380 mijl

We hebben een derde bemanningslid aan boord. Je ziet hem niet maar hoort hem wel. Hij fluit, zoemt en zingt. Ik hoor hem aan bakboord, ik hoor hem aan stuurboord. Soms, als de wind iets anders invalt, lijkt hij te tsjilpen als een vogel. Hij is het meest in zijn nopjes bij voordewindse koersen, dat hoor je. Niets voert hij uit aan boord, maar hij houdt er de sfeer wel in!

In alle weerberichten zien we ze komen. Twee lagedrukgebieden die naderen van op de Atlantische Oceaan, en die zich ergens ten zuiden van Ierland aan elkaar gaan vasthaken om zich dan, schouder aan schouder en met gebundelde kracht door het Kanaal te persen. Als één dikke depressie zullen ze onderweg voor een pak wind zorgen. En misschien is dat niet eens zo slecht! Want de voorspellingen tonen hoe ze hun pad bij aankomst op de Noordzee naar het noordwesten gaan vervolgen. Als wij ten oosten van hun tegenwijzerzin tollende traject blijven, gaan we achtereenvolgens zuidoost, zuid en zuidwestenwind krijgen. En dat is nu precies wat we willen. Dat het veel wind zal zijn, deert ons niet, bij ruime wind is alles anders.

Zondagavond zes uur, we vertrekken uit Zeebrugge. In het westen ziet de hemel er dreigend uit, donkerblauwe massieve wolkenmassa’s rollen hun spierbundels. Maar het waait matig uit het oosten en we hebben er vertrouwen in dat de buien bij ons vandaan zullen blijven. Heel af en toe weerlicht het in de verte, gevolgd door een grommend gerommel.

Eén keer haalt een bui toch kort uit met shiftende wind en striemende regen. Las worstelt aan het roer. Het duurt maar even.

Maandagavond tien uur, de wind is nu zuidwest. In de eerste 24 uur maakten we 138 mijlen op een mooie vlakke zee. Enkel om de Maasmond te kruisen hebben we de motor bijgezet. Het dreigende weer heeft plaatsgemaakt voor gewoon grijs maar aan het eind van de dag klaart het zienderogen op. Hoge windpluimen verschijnen aan de intussen helblauwe lucht, iets later worden dat lage wollige pakken, aan de horizon groeien bloemkolen. Maar de barometer blijft onveranderd op 1000mb hangen. Vlammend zakt de zon in de zee, de lucht gloeit nog lang na in wilde tinten van dieporanje, over felroze tot paars, voorbode van wat komen gaat?

Dinsdagochtend, daar is het. Terwijl de barometer zienderogen daalt, trekt de wind evenredig aan, zuidoost nu. We lopen soepel, de intussen grotere golven die schuin achter inkomen, rollen met gemak onder de boot door. Achter het zakdoekje dat onze gereefde genua nu is, lopen we zeven, acht knopen. De windmeter gaat van 25 knopen naar 35 knopen. We tikken nu en dan ook meer dan 40 knopen aan. We verbazen ons over het comfort aan boord bij ruime wind. In de loop van de dag kruipt de wind meer naar het zuiden en neemt geleidelijk af. Omdat we nu pal voor de wind varen, gaan we rollen en wordt het binnen een klutsboel. Dat stelt niet alleen de zenuwen op de proef maar ook de spieren… Het voortdurend opvangen van de bewegingen van de boot, het is een stiekeme fitness.

Woensdagnacht, het lijkt maar niet donker te worden. Tussen donkere wolkenpartijen zitten lichte stukken lucht, een smal maansikkeltje glanst. In het afgelopen etmaal haalden we 154 mijl, Thyborøn is niet ver meer af, de wind waait matig.

Woensdagochtend, de opnieuw harde zuidenwind voert een stinkende vislucht met zich mee. Het maakt niet uit, we zijn helemaal blij. 63 uur na ons vertrek uit Zeebrugge varen we Thyborøn binnen. We hebben 380 mijl afgelegd!