Ankerzweet en vertrekkerskoorts

Ankerzweet…

Donderdag 16 juli 2020 – voor anker op de rivier Jaudy

“Ben je zeker dat we niet te dicht liggen?”

Pourquoi pas, zo heet het bootje dat naast ons ligt, Waarom niet. Wacht eens even, niet naast ons, nu ineens achter ons. En het lijkt wel of het ineens veel dichter ligt dan daarnet.

“Maak je geen zorgen. Straks draait iedereen op de stroom en ziet het er heel anders uit…”

We liggen op de rivier Jaudy, ter hoogte van het dorpje La Roche Jaune, precies waar op de kaart een ankertje getekend staat. We hadden kunnen doorvaren tot Treguier, daar is een jachthaven. Maar we willen ankeren. Afgelopen winter investeerden we in een stevig anker, een Rocna van 33kg, en 75 meter ankerketting van 10mm dik. De ankerlier werd gereviseerd. We zouden dit alles deze zomer uitgebreid testen aan de Schotse westkust maar door corona ging dat feestje helaas niet door… Frankrijk is een dankbaar alternatief maar hier is hoegenaamd geen gebrek aan jachthavens met stevige pontons… Maar, pourquoi pas, laat ons dat ankergerei toch maar testen…

We hebben wel al meer geankerd maar met ankeren op pittig getijdewater zoals hier, met 5 tot 8 meter verval en strakke stromingen hebben we geen ervaring.

Ik neem drie peilingen, noteer ze in het logboek en zo lang het licht is neem ik ieder uur dezelfde peilingen. We blijven netjes op het snijpunt van de drie lijnen liggen, maar zetten toch een ankeralarm op de gps wanneer we gaan slapen. Ondanks de gin-tonic van het aperitief schrikken we wakker bij iedere piep wegens nét buiten de cirkel van 30 m… Het doet me denken aan die foltertechnieken waarbij beulen gevangenen wakker houden, gewoon om ze te kraken. Gekraakt zijn we als we bij het krieken van de dag vaststellen dat we precies nog daar liggen waar we 12 uur eerder ons anker dropten…

Vrijdag 17 juli 2020 – voor anker bij Île-de-Bréhat

“Wow, wat was dát?”

“Geen idee.”

Al staat er meer wind dan ons lief is, de boot ligt als een huis. Maar er is dat geluid! Het klinkt alsof de schakels van de ankerketting tot leven komen, over elkaar heen schuiven, of ten minste over iéts heen schuiven. Op de ketting zit een duivelsklauw, een haak met een eind touw er aan. De haak klik je in een schakel van de ankerketting, de lijn beleg je op een klamp op dek. Als je dan een beetje ankerketting viert, haal je de kracht van de ankerlier weg. Het naargeestige geluid kan dus niet daar vandaan komen. Maar…

“Wow, luister nu, wéér dat rare geluid!”

In een aluminium boot klinken dingen anders. Ik herinner me hoe we, bij onze eerste nacht aan boord, schrokken van het klotsende water tegen de romp. Hélemaal anders dan tegen polyester. Metalig, galmend. Je went er aan. Maar dít geluid…, dit geluid is vreemd.

Onze tweede nacht op anker.

We liggen niet meer op het plekje waar we zowat halfweg de middag ons anker lieten zakken hier bij Île-de-Bréhat. Toen was het bijna hoogwater geweest. We hadden gerekend, geteld en geoordeeld dat we er bij laag water ook goed zouden liggen. Maar lichte twijfel knaagt, irriteert, als een steentje in een schoen. En we blijven de hele middag aan boord, de slapeloze nacht eist zijn tol.

Maar als het bijna laagwater is, én ook bijna donker, liggen de rotsen naar ons gevoel te dichtbij. En als je twijfelt moet je weg, besluiten we unaniem. Onze tweede keuze is een betere, we liggen verder af van de andere boten rondom, en een bemoedigend stuk verder van de rotsen. Het ankeralarm laten we wijselijk voor wat het is. Maar nu is er dus dat rare geluid.

“En als we nu eens in de achterkajuit gaan slapen?”

Zondag 18 juli 2020 – voor anker bij Île-de-Bréhat

Zonder ankeralarm en in de achterkajuit slapen we als rozen. Bij het ontbijt bekijk ik op de Ipad het kluwen dat we afgelegd hebben tijdens de nacht en trek een lijntje tussen de twee uiterste punten. Dat bedraagt zo’n 150 ft, ongeveer 45 meter. Als ons anker in het midden daarvan ligt, zijn we zo’n 22 meter heen en weer gedreven. Minder dan twee maal onze bootlengte, gezien wind en stroming volstrekt normaal. We liggen hier goed, een gelukzalig gevoel van vrijheid krijgt de bovenhand. Rondom ons 360° Bretoens landschap van zee en rotsen, geen stootwillen, geen meertouwen, enkel die ‘spijker’ waar we achter hangen…

Vertrekkerskoorts…

Twee soorten zijn er. De eerste komt het vaakst voor. Het is de twijfel om te vertrekken, de aarzeling, de zin om het uit te stellen. Om tal van redenen. Omdat het te hard waait, omdat de stroom tegen zit, omdat er bij terugkeer misschien quarantaine dreigt wegens corona, omdat omdat omdat… De kleinste klus wordt verdedigd als ultieme reden om niet te vertrekken. Maar er is ook die andere soort vertrekkerskoorts. Eigenlijk gewoon het tegenovergestelde. Mijn schipper heeft er wel vaker last van. Hij wil altijd vertrekken, altijd verder, altijd varen. Rusteloos, gejaagd. En in zo’n vlaag van vertrekkerskoorts opperde hij gisterenavond om deze ochtend verder oost te varen. Zonder voet aan wal te zetten op Île-de-Bréhat? Zachtjes ga ik op de rem staan. Want wie wil nu wegvaren van een eiland als dit zonder het gezien te hebben… En dat ons anker houdt zijn we nu wel zeker. En ik waag mijn kans.

“We gaan toch nog het eiland bezoeken, hee…”, opper ik voorzichtig bij het ontbijt. En toon de Ipad en ons kleine kluwen. “Túúrlijk!” lacht mijn schipper en even later zitten we in de bijboot op weg naar Île-de-Bréhat…

Voor wie nog twijfelt, over ankeren kan je je te pletter lezen op het internet:

ankertips van een wereldzeiler

hoe veilig ankeren

ankeren, zo doe je dat correct en veilig

leven achter anker

anchor like a pro

Van kliffen, keien en opkruisen. Fécamp.

Heb je er al eens op gelet hoe ánders de branding klinkt aan een keienstrand? Krsht krsht krsht, rollen kiezels en keien.

Heel erg lang geleden oefende redenaar Demosthenes zijn redevoeringen aan een Grieks (keien?)strand. Als hij met zijn stem boven de krsht krsht krsht branding uit kwam, was het goed. Hier in Fécamp geen bulderende redevoeringen maar zomers gejoel van spelende kinderen. Gekrijs van zwevende meeuwen. En rollende keien, krsht krsht krsht. En licht. Véél licht. Maar we hebben het niet cadeau gekregen…

Donderdag 9 juli 2020

Bij vertrek uit Dieppe zit de wind onverbiddelijk tegen. Maar we willen west en het wordt dus opkruisen. Al snel wordt duidelijk dat ik -ondanks alle quarantaine-wandelingen van het voorjaar- de afgelopen maanden op kantoor geen zee-spieren heb gekweekt. Door ons bootloze voorjaar hebben we de aanloop naar een zeilvakantie gemist. Geen korte weekend- of dagtochtjes. En heb ik dus nog helemaal niet de zee-benen of zee-spieren zoals andere jaren. Bewegen op een bewegende boot, het is apart. Je gebruikt spieren die je anders niet gebruikt en je schrap zetten -zeker bij een aan-de-windse koers- mag op het eerste zicht niet zo inspannend lijken, het is best venijnig. Of worden we wat ouder?

En dan nog een dingetje. Als je alle stroom méé wil hebben van Dieppe naar Fécamp, dan zou je met hoogwater uit Dieppe moeten vertrekken. En verhip, het is hoogwater om 03:00 am… Niet meteen een aantrekkelijk tijdstip. Maar niet getreurd. Want als je dit doet, kom je met laagwater aan in Fécamp. En gezien enige verzanding in de havengeul daar, is ook dat weer niet aan te raden. We gaan voor een tussenoplossing, vertrekken om 06:00 am, hebben dan nog een rest stroom méé, ploeteren dan maar wat tegen wind en tegen stroom en zullen met opkomend tij Fécamp kunnen aanlopen.

De eerste slagen zijn bemoedigend, om dan met het kenteren van de stroom genadeloos om te slaan in zeer ontmoedigend ter plaatse trappelen. We stellen vast dat telkens we dichter bij de kust met zijn indrukwekkende kliffen komen, de stroming wat milder is. En we veranderen van tactiek. We gaan kortere rakken varen, dicht onder de kust. Er blijkt voldoende diepgang tot behoorlijk dicht tegen de kliffen. Het hardere werk aan de winchen wordt ruimschoots beloond. Want hoe dichter onder de kust, hoe mooier alles wordt. De zon, inmiddels volop van de partij, kleurt het water haast irreëel blauw. Of is het groen? Op het taaiste moment van de stroom zetten we de motor bij en komen zigzag motorzeilend verder.

Niet zo gek dat we onszelf bij aankomst belonen met een terrasje (met zicht op de boot!), een bord oesters en een glas wijn, toch?

Vrijdag 10 juli 2020

Vandaag geven we wat tegengewicht aan de stevige zeildag van gisteren en gaan op pad met onze fietsjes. We hijsen ze op de bus naar Etretat en fietsen en wandelen de dag rond. We kijken van op de kliffen naar de blauwgroene zee diep beneden. Het waait nog steeds uit het westen. Maar morgen, morgen komt er wat noord in die westenwind. En dan kunnen we verder, al hebben we nog niet beslist waarheen precies…

Pas om half vier lunchen we. Niet aan de drukke dijk waar krijsende meeuwen azen op ieder hapje, maar in een rustige zijstraat. Klein vierkant tafeltje, wit gesteven napje er op. Oesters, moules marinières, glaasje wijn en een koffietje na…. Vakantie!