Poë-zee, een kerstcadeau

23 december 2019

De kortste dag van het jaar hebben we gehad, halfweg de Donkere Zes Weken zijn we, om de hoek loert het nieuwe jaar. Terwijl we geduldig wachten op warmte en licht, drinken we thee met gember en steken kaarsen aan. Nog twee keer slapen en het is Kerst…

Pat Panick is uit het water en staat binnen bij de Breehorn werf in het verre Friesland. We missen haar, maar zij en de zee zijn in onze gedachten, elke dag. Tijdens deze korte donkere decemberdagen zou ik me soms willen oprollen en dichtvouwen, als in een winterslaap. Tijd nemen om te mijmeren. En in deze winterse boot- en zee-loze dagen verbaas ik mij er over hoe snel het land-leven voorbij schiet. En hoe we in dat land-leven zo strak en recht voor ons uitkijken, naar onze schermpjes met hun blauwig licht, naar etalages vol dingen die we niet nodig hebben, naar de auto vóór ons in het razende verkeer, het rek in de supermarkt.

Hoe anders wordt het als je aan boord van een zeilboot stapt en het zeegat kiest. Vertragen ga je. Onthaasten. En als vanzelf gaat dan je blik omhoog. Naar de wolken, het weer. Die blauwen en grijzen, die luchten die soms lijkt te smelten in de horizon. Een bruisende boeggolf waar het licht brutaal mee flirt. Er zijn de zon en de maan, regenbuien, opklaringen, pure poë-zee.

Hoe minder er is hoe meer je ogen te kort komt. Een regenboog, een dolfijn, de reflectie van het licht! Je wil snel, snel, een foto maken, maar de dolfijn en het zonlicht zijn je te snel af. Als je weken later -in strenge land-modus- die foute foto’s wil wissen, maar er dan toch nog eens met trage zee-ogen naar kijkt, krijgen die mislukkingen plots iets heel poëtisch. Heb je al gemerkt hoe anders alles wordt als je er met een andere blik naar kijkt?

En kom je op je zeiltocht in een haven, dan ga je te voet op pad. Traag, stap voor stap. En als vanzelf gaat dan je blik naar beneden. Vóór je, de voetstappen van je lief in het zand. Tegels gemaakt uit keitjes. Elke bewoner van een dorp maakte er één, samen vormen ze een pad. Zeewier dat je purper-paars verrast. Een veertje dat wel een vlinder lijkt. Stenen met een boodschap, neergelegd voor de aandachtige wandelaar op het eiland. ‘Verstop mij opnieuw’, vraagt een steen. ‘Lach! Wees gelukkig’. Pure poë-zee.

Onderweg zie je de vele gezichten van de zee. Soms is ze welwillend, lief en romantisch. Zoals bij dat kleine kapelletje dat idyllisch uitkijkt over de baai. Op het pad voor het kerkje getuigen hartjes en bloemen van liefde en trouw. Maar soms is de zee meedogenloos, hard en koud. Zoals bij dat visserskerkje dat verbeten uitkijkt over de baai. Waarvan niet iedereen is teruggekeerd. Hun geliefden moeten het met herinneringen doen… Avondlicht spiegelt de wereld op zijn kop. Poë-zee is overal.

Geduldig wentel ik me in de winterdagen. Nog twee keer slapen en het is Kerst. Ik wens iedereen trage zee-ogen om naar de snelle wereld te kijken. Om omhoog te kijken, en omlaag. Om achterom te kijken en vooruit. Om poë-zee te ontdekken waar je het niet verwacht…

Winter

Winter. Je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.

Herman de Coninck

Er was eens… Een kerstverhaaltje

21 december 2017

Twee dingen zegt de weervrouw op tv. Dat vanaf nu de dagen terug langer worden. Maar dat we daar niet veel van gaan merken wegens het grijze en mistige weer dat nog maar eens voorspeld wordt voor de komende dagen. O ja, en ze zegt nog meer. Dat deze decembermaand zowat de meest duistere is in een halve eeuw. Amper vijf uren zonlicht zijn ons tot hiertoe gegund. Toegegeven, zon en licht zijn fijner en inderdaad, nu is het behelpen met de warmte van haard en thee en het licht van kaarsjes en kerstboom. Maar toch hou ik wel van het ritme van de seizoenen. En waarderen we niet zoveel meer wat schaars is?

Intussen staat onze boot al weken boven, stijfjes onder haar wintertent. Wachtend op langere dagen, licht en zon, net als wij. We missen haar. Zouden we volgend seizoen misschien toch eens een winter in het water blijven? We deden dit wel eerder. En zeilden we dan niet heel vaak, het kón wel. Die vrijheid.

Thuis, bij de warmte van de haard en het licht van de kaarsjes komen de herinneringen terug aan zo’n winter. Negen jaar geleden, Kerst 2008. En we gaan drie dagen zeilen.

Op de eerste dag, 25 december, zeilen we van Nieuwpoort naar Zeebrugge. Het is kil en grijs, maar over de marifoon wensen kapiteins, loodsen en verkeersleiders elkaar een vrolijke Kerst. In de jachthaven brandt op nog één boot licht, voor het kajuitraam een piepklein kerstboompje. Ook onze boot is in kerstoutfit, net als wij. En de ene cd met kerstklassiekers die we hebben, staat op repeat. Met gloeiende wangen van een winterse dag op zee genieten we van lekkere kerstdingen uit het kombuis.

Op tweede Kerstdag zeilen we naar Blankenberge. De haven ligt er verlaten bij, op geen enkele boot een teken van leven, we zijn helemaal alleen. Bij het afmeren zien we een zeiljacht waarvan twee stootwillen tussen boot en ponton uit gerold zijn, ze schuurt ongelukkig met haar flank tegen het ponton, dat wordt een schaafwondje… We hangen de stootwillen terug goed en stoppen een briefje met onze kerstwensen onder de kajuitdeur… Karma, denk ik dan.

Als we de derde dag opstaan, is het ijskoud. Geen wolkje aan de hemel, een strak windje. Maar koúd! Het wordt een mooi tochtje terug naar Nieuwpoort…

Twee weken later -Nieuwjaar is alweer voorbij- kunnen we die winter tijdelijk niet zeilen…

De haven ligt er dichtgevroren bij… Zo mooi kan winter dus zijn..

Bij deze iedereen een fijne Kerst gewenst! En wordt er nu misschien niet gezeild, dan wordt er zeker verteld, gemijmerd en gedroomd van zon, zee en verre zeilreizen!

BewarenBewaren