Alle kleuren van de windroos

We hadden een plan. Maar de wind wil niet mee.

Het plan: we varen in één keer naar het verste punt van de reis en hoppen dan terug, havens zat. Wij vinden dat een slimme keuze. Alleen, dat verste punt, daar zijn we nog niet uit. Net voor aperitieftijd is het Falmouth, Cornwall. Na de eerste gin-tonic kunnen de Isles of Scilly ook, natuurlijk. En na een tweede gin-tonic zou het ook wel eens Cork op de zuidkust van Ierland kunnen zijn. Maar hoe we ook plannen, we zijn er aan voor de moeite. Ofwel is er geen wind, ofwel komt ze uit de verkeerde richting. Als het weerbericht er dan min of meer positief uit ziet, klopt het niet. Bij elke tussenstop die we aanlopen moet een nieuw plan gesmeed worden. Weerberichtje, mijlen afpassen, plan bijstellen. We zijn inmiddels een week weg, we zijn in het Falmouth van vóór de apero en hebben er zes tochten op zitten. Willen jullie weten hoe nu eigenlijk die planning verloopt?

Nieuwpoort – Duinkerke

Na een paar uur hard tegen wind en stroom opboksen op motor:

Zij: “Zoetjeuuú…” (lichte dwang) “…dit is toch geen werk…”

Hij: “Ja, ik weet het. (Zucht) Maar, Duínkerkeuuú?” (lichte afkeer)

Zij: “Goh, ja, waarom niet? Kunnen we lekker fietsen, vis halen en in vakantiestemming komen. We hebben drié weken, het komt nu toch niet op een dág…”

Hij: “Ok dan…” (duidelijk verveelde zucht)

Duinkerke – Yarmouth

Na een bijzonder mooie nacht op zee, helaas bijna alles op motor:

Hij: “Zouden we anders Wight niet aanlopen, zo de hele tijd op motor varen is toch maar niks?”

Zij: “Prima. We zijn nog nooit in Yarmouth geweest en iedereen zegt dat het daar leuk is.”

Hij: “Ok, we gaan naar Yarmouth!”

Yarmouth – Lymington

Er zit iets niet goed met de verstaging en de zaling aan bakboord. Enkel Ocean Rigging in Lymington heeft tijd om er naar te kijken. Geen discussie: we varen naar Lymington.

Lymington – Torquay

Probleem vlot hersteld in Lymington. En nu? Blijven we hier een nacht of gaan we door? Als blijkt dat we nog twee uur hebben om met het tij de Solent uit te varen, wachten we niet en zetten door.

Naar Falmouth dan toch? Na een nacht sukkelen tegen wind en tij, zakt de moraal even snel als de barometer. Maar de schipper is optimistisch en krijgt alvast de prijs van de beste quote van de reis:

“Al varen we maar 30 mijl in 10 uur, dan is dat toch altijd meer dan dat we bleven liggen.”

Als de beroemde Jurassic Coast in grijze mist verdwijnt en het dan nog begint te regenen ook, worden de 90 mijl naar Falmouth opnieuw in vraag gesteld. De dichtste haven blijkt nu Torquay te zijn.

Zij: “Torquay, dat is de Engelse Rivièra, zegt mijn Dominicus reisgids.” (met nadruk op Rivièra)

Hij: (de regen drupt uit zijn oren, neus en onderbroek) “Goh, ja, geen slecht idee, die Rivièra van jou.”

Torquay – Salcombe

Om 5:00 dapper vertrokken voor Falmouth. Nog maar eens: te weinig wind om 13 ton vooruit te krijgen. Nog voor de middag lopen we Salcombe aan.

Salcombe – Falmouth

Nu gaat het gebeuren. De wind zit wel nog wat tegen maar niet helemaal. We kunnen een lange slag zeilen, dan even overstag, een kort rak om hoogte te winnen en dan weer een lange slag. Dat gaat toch een beetje vooruit. De zon breekt door, de wolken lossen op.

Zij: “Het eerste echt fijne zeilweer van de vakantie, toch?”

Hij: “Ja, echt wel, zo valt het reuze mee.”

Zij: “En als we nu eens doorzeilden, naar de Scilly eilanden? Ik check even hoeveel mijl dat is…”

Zij: “60 mijl. Tegen de vroege ochtend kunnen we er zijn. Ik zie het helemaal zitten.”

Hij: “Ik ook. Het wordt een mooie nacht.”

Een half uur later zakt de wind weg, gedaan met lekker zeilen.

Hij: “Wat is dat hier nu in godsnaam weer! (Vloek) (Vloek) (Nog een vloek) Ik loop nog amper 2 knopen! Zó gaat het niet. En een hele nacht op motor, daar heb ik geen zin in.”

Zij: “Laat ons dan toch maar Falmouth doen.”

Hij: “Dat is wél terugkeren, hee.” (Duidelijk geërgerd)

Zij: “Een klein beetje maar. Zó erg is dat nu ook niet. (Troostend) Beter dan 12 uur op motor te moeten gaan varen om persé naar die Scilly eilanden te geraken…”

Hij: “Ok dan maar.” (Niet overtuigd)

En nu liggen we in Falmouth. Le vent nous portera…

Met mijn lief op zee

20 juni 2017

Soms zit het gewoon lekker mee. De langste dagen van het jaar en een droom van een zomerweer… Meer dan 16 uren zonlicht, onbetaalbare luxe. Op slag zijn ze vergeten, de jaren dat die magische zomerzonnewende aan ons voorbijgaat omdat het hier soms zo grijs is dat je echt bang zou worden dat de hemel je op de kop valt. Of de jaren dat de centrale verwarming nog brandt in juni, ’s morgens in de badkamer, tegen de ochtendkilte. Niet nu. Vlotjes klimt de temperatuur boven de 25°C en dit al dagen aan een stuk. Na een koele werkdag op kantoor -die airco hebben we toch niet voor niets- blijft het nog uren licht en daar willen we van genieten.

Gewoon trossen los, de havengeul uit en het water op. Het heerlijke van deze dagen is dat we het stukje zee voor onze thuishaven bijna voor ons alleen hebben, zo kort voor de zomergekte van juli en augustus. Onze speeltuin. We varen recht het zeegat in, de zon tegemoet. Om dan traag zeilend terug te keren richting havengeul, met vanuit de kuip eersteklas zicht op een machtige zonsondergang.

Koken laat ik voor wat het is. En toch genieten we van een toprecept. Een slaatje, wat garnaaltjes. Achter ons de zon die uit de paarsblauwe hemel traag de zee in zakt, slordige slierten dieporanje met zich mee slepend. Uit de boxen een heerlijke afspeellijst, bijeen gegrabbeld in een zomerse bui. Luid en wijd galmt onze muziek schaamteloos over het water, geen mens die het hoort behalve wij. Ik weet het, het is melig, maar melig klonk zelden zo goed. Eén nummer wil ik wel weggeven… Ze waren ooit tweede op het Eurovisie songfestival -1973 voor wie het echt wil weten- en op een enkele hispanofiel na kent niemand nog hun naam, maar vandaag winnen ze voor mij het festival van de langste dagen. Mocedades en hun onsterfelijke Eres tú…

Zet die volumeknop maar open…

Como una promesa, eres tú, eres tú
Como una manaña de verano
Como una sonrisa, eres tú, eres tú
Así, así, eres tú
Toda mi esperanza, eres tú, eres tú
Como lluvia fresca en mis manos
Como fuerte brisa, eres tú, eres tú
Así, así, eres tú
Como el agua de mi fuente
(algo así eres tú)
Eres tú el fuego de mi hogar
Eres tú como el fuego de mi hoguera
Eres tú el trigo de mi pan
Como mi poema, eres tú, eres tú
Como una guitarra en la noche
Todo mi horizonte eres tú, eres tú
Así, así eres tú

Als een belofte, ben jij, ben jij
Als een zomerochtend
Als een glimlach, ben jij, ben jij
Zo, zo, ben jij
Al mijn hoop, ben jij, ben jij
Als frisse regen in mijn handen
Als een sterke bries, ben jij, ben jij
Zo, zo, ben jij
Als het water van mijn fontein
(zo ben jij)
Jij bent het vuur in mijn haard
Jij bent als de vlam van mijn vreugdevuur
Jij bent het graan van mijn brood
Als mijn gedicht, ben jij, ben jij
Als een gitaar in de nacht
Heel mijn horizon, ben jij, ben jij
Zo, zo, ben jij

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Daar in dat kleine café aan de haven…

Het lange weekend van 1 mei 2017

We plannen een retourtje Boulogne. Duinkerke, Boulogne en terug naar Nieuwpoort. Zaterdag en zondag zal het lekker waaien uit het zuidoosten, maandag stevig uit het zuidzuidwesten. Dat betekent ruime wind heen én terug, meer kan je als zeiler niet willen.

Omdat we zaterdag pas aan het eind van de dag vertrekken, ga ik koken op zee. Mijn oudste dochter gaf me ooit een leuk cadeau, het Kombuis kookboek van Fiona Sims. Het ziet er prachtig uit. Maar het is nogal british en niet alle combinaties overtuigen me. Maar het inspireert en dat vind ik de belangrijkste eigenschap van een goed kookboek. De visstoofpot met gremolata lijkt me ideaal om klaar te maken terwijl we naar Duinkerke varen. Ik deel jullie graag het recept, en dat was eigenlijk het plan voor dit stukje, maar toen kwam er iets tussen. Iets dat ik moet opbiechten over dit weekend… In Boulogne zijn we op de lappen gegaan…

Na een mooie zeiltocht op zondag -ideale wind en lekker veel stroom mee- komen we in  aan in Boulogne. De jachthaven ligt er verlaten bij.

Ook de stad is op een grijze zondag als vandaag doods en stil.

Zelfs de bar waar we graag een Picon au vin blanc drinken is gesloten. Een plateau de fruits de mer, ‘om mee te nemen’, we hadden er stilletjes luidop van gedroomd, zullen we hier niet vinden. En we hebben geen zin om op restaurant te gaan. Het beste wat we kunnen scoren is een kip en een kilo tomaten in het soort supermarktje dat altijd open is. Wanneer we tegen vijven de haven in lopen horen we muziek en stemmen in de bar.

Melig maar uitnodigend waait ‘Pour elle’, van Riccardo Cocciante ons vanuit de geopende deur tegemoet. We kijken mekaar aan, die gemiste Picon, waarom niet? In de niet bijster gezellige bar zit een bont gezelschap. Ze drinken champagne en het ziet er naar uit dat ze daar al een tijdje mee bezig zijn. Een getaande man biedt me wankelend maar galant zijn barkruk aan, de plastieken zak met de kip en de tomaten schuiven we er snel onder. De flamboyante waardin schenkt breed glimlachend twee stevige Picons in. Een man begint ons zijn leven te vertellen. Als vrachtwagenchauffeur voor een transportbedrijf van luxewagens als Lamborghini’s en Ferrari’s, -is het waar?- heeft hij wel wat te vertellen. Er volgt nog meer Picon, en ook champagne. Rookverbod? Daar trekken ze zich hier niets van aan, dit is hún stek. Christine -zo heet de barvrouw- zendt het ene nostalgische nummer na het andere uit haar telefoon de boxen in. De lelijke bar wordt steeds mooier. Als Samba Pa Ti inzet –j’adóre Santaná, vette knipoog- gaan we warempel dansen, geen mens kijkt er van op. We klinken ‘à l’amitié’ met deze onbekenden. ‘Vis ta vie!’ schateren ze. ‘A l’amitié!’

Het is halfnegen als we naar onze boot zwalpen. Eten moeten we doen. Ik bak de kip met uien en tomaten en weet niet meer goed of ik slapend eet of etend in slaap gevallen ben. Vaag hoor ik mijn schipper nog zeggen dat we morgen de stroom mee moeten hebben rond Cap Gris Nez,  en dat dat vroeg  opstaan wordt… En dan kantelt de kajuit…

Om vijf uur -jawel, je leest het goed- gaat de wekker. Tot mijn verbazing voel ik mij behoorlijk fris en heb geen greintje hoofdpijn. Op zee blaast zes beaufort alle vermoeidheid weg. We stuiven terug naar Nieuwpoort.

Dat receptje waar ik het over had, dat krijg je nog wel. Een volgende keer. Beloofd.

IMG_7398

 

Een lang weekend en we willen ‘weg’…

Paasweekend 2017

‘Waar gaan we naar toe?’

‘Ik weet het niet. Weg, zeker?’

Zo gaat het soms als het weerbericht weinig overtuigend is. ‘Wisselvallig, weinig wind, fris voor de tijd van het jaar’. O ja, een lichtpuntje. ‘Het blijft overwegend droog’. Overwegend.

Een strak plan voor het lange Paasweekend hebben we dus niet. Maar de vrije dagen lonken als een weather window. Aan boord zijn van onze boot is een minimum, varen vanzelfsprekend, zeilen een bonus.

En zo vertrekken we op donderdagnamiddag traag zeilend richting Duinkerke. Onderweg spit ik, na de onverkwikkelijke douanecontrole in onze thuishaven Nieuwpoort, het logboek uit, op zoek naar onze zonden van vorig jaar, lees: rode diesel tanken in een land waar je met je boot alleen rode diesel kan tanken. Het ligt ons op de maag, zo’n beetje als zeeziekte maar dan anders.

De volgende dag is ons vaarplan niet echt strakker geworden. Het Kanaal oversteken is net bezeild, laat ons dat maar doen. Pas ter hoogte van de Sandettie SW boei bij de ‘middenberm’ tussen de traffic zones beslissen we koers te zetten naar Ramsgate. Dover laten we liggen waar het ligt omdat de wind van daar komt, de Goodwin Sands laten we wijselijk links liggen. Ik heb eigenlijk niet zo’n zin in Ramsgate, verzucht dat we er al zo vaak geweest zijn, dat er niets te zien is.

Maar ik krijg ongelijk want de flinke wandeling die we er later op de dag maken brengt ons bij een stukje Ramsgate waar we niet eerder waren. En als we voorbij de Royal Temple Yacht Club komen realiseer ik me dat het vandaag drie jaar geleden is dat mijn vader overleed. En dat zijn laatste zeiltocht vooraleer een verkeersongeluk voor hem een einde aan het zeilen maakte, hem naar Ramsgate én de Royal Temple Yacht Club bracht. Dat was november 1983. We stappen er binnen en heffen het glas op hem.

Een dag later. Varen we rond Margate, de Thames monding in? Of steken we terug over naar Frankrijk, om zo een driehoekje Noordzee te varen? Voor de ene keuze zit de wind goed maar de stroming niet, voor de andere is het net omgekeerd. Er wordt ook erg weinig wind voorspeld en omdat we varen op motor niet zo fijn vinden, zitten grote afstanden er niet in.

Dover dan maar. Om het laagste laagwater in Ramsgate voor te zijn, vertrekken we ontieglijk vroeg, ik word er kregelig van. Het grauwe weer helpt mijn humeur ook niet meteen vooruit. En datgene waar ik naar uitkijk, dicht langs de beroemde witte kliffen de haven van Dover aanlopen, valt ronduit tegen. De wolken sluiten de gelederen, de zon raakt er niet door, de kliffen zijn niet wit maar grijs. De hemel is als lood. Dat we intussen aan een royale 7 knopen zeilen en mijn schipper met volle teugen geniet, laat me koud. Ik wil zon. En witte kliffen. Geen grijze.

Maar als we later goed afgemeerd liggen in de tidal marina geeft een  verkwikkende douche nieuwe energie. Terwijl we de wandelschoenen aantrekken wringt de zon zich aarzelend van tussen de wolken. Stevig stappend keert mijn goed humeur terug en als we boven op de beroemde kliffen staan is ze daar helemaal, de zon! Met haar magische licht tovert ze het grijze water fel turkoois en gaan de kliffen zo wit schitteren dat het bijna pijn aan de ogen doet.

There’ll be bluebirds over
The white cliffs of Dover
Tomorrow
Just you wait and see

Een bluebird? Ik dacht dat er alleen maar meeuwen over de witte kliffen van Dover zweefden..

Bij de al even witte vuurtoren van South Foreland doen we ons onder een stralend lentezonnetje te goed aan tea for two and scones with jam and clotted cream. Het popperige theehuisje van Mrs. Knotts is een juweeltje. Ik geniet met volle teugen van dit slecht geplande weekend.

De volgende dag zeilen we van Dover naar Duinkerke en op Paasmaandag terug naar Nieuwpoort.

O ja, nog even dit. Op Pasen -we zijn een mijl buiten de haven van Dover- komt een donkere boot met hoge snelheid recht op ons af gevaren. Niet nóg een controle, toch? Border Force staat er op de boot… Ze roepen ons op, stellen vriendelijk een paar routine vragen en sluiten wuivend af met een olijk ‘Enjoy your sailing today!’

Engelsen en zeilers, dat gaat goed samen…

 

Hoog en droog

Vier jaar geleden rond deze tijd van het jaar mailde mijn oudste zus Sandra mij een gedicht. Christmas at Sea van Robert Louis Stevenson. Dat ze het wel iets voor mij vond, zo schreef ze. Robert Louis Stevenson, die kennen we vooral (of alleen?) van Treasure Island, een zeeroversroman van dik honderddertig jaar oud, zeg maar de oerversie van Pirates of the Carribean. Stevenson, geboren in Edinburgh, Schotland, was niet alleen een begenadigd schrijver maar ook -ondanks zijn zwakke gezondheid- een avonturier. Hij leefde enkele jaren in Samoa, in de Stille Zuidzee. De Samoanen noemden hem Tusitala, wat zo veel wil zeggen als verteller van verhalen. Hij was amper 44 toen hij stierf.

Christmas at Sea gaat niet over piraten, en ook niet over tropische eilanden. Het beschrijft de mijmeringen van een bemanningslid aan boord van een zeilschip, opkruisend voor de kust tegen een ijzige wind in. Met Kerstmis… Het gaat over het barre zeeleven, maar ook over afscheid nemen, en ouder worden. Over dingen die voorbij gaan.

De kalkoen is nog maar net verteerd, glanzende kerstballen weerspiegelen het knetterend houtvuur, het is warm in huis. Bij het lezen voel ik de bittere kou, ik nestel me in mijn dekentje.

Christmas at Sea inspireerde ook Sting voor een lied. Je vindt het terug op If on a Winter’s Night, een nogal aparte cd. Ver weg, de Message in a Bottle van The Police. De cd is een eigenzinnige mengeling van winters getinte nummers met invloeden uit de Middeleeuwen, Barok, Angelsaksische folk. Niet erg toegankelijk wegens nogal somber en donker. Maar misschien moet je gewoon eens luisteren of je het wat vindt… Winters klinkt het zeker.

De afgelopen jaren brachten we de dagen van oud op nieuw door op de boot. Dit jaar niet. Eind november gingen we uit het water. En gaan er pas in maart terug in. Deze winter staat ons schip hoog en droog…

img_5398

img_5403

img_5406

CHRISTMAS AT SEA

The sheets were frozen hard, and they cut the naked hand;
The decks were like a slide, where a seamen scarce could stand;
The wind was a nor’wester, blowing squally off the sea;
And cliffs and spouting breakers were the only things a-lee.

They heard the surf a-roaring before the break of day;
But ‘twas only with the peep of light we saw how ill we lay.
We tumbled every hand on deck instanter, with a shout,
And we gave her the maintops’l, and stood by to go about.

All day we tacked and tacked between the South Head and the North;
All day we hauled the frozen sheets, and got no further forth;
All day as cold as charity, in bitter pain and dread,
For very life and nature we tacked from head to head.

We gave the South a wider berth, for there the tide-race roared;
But every tack we made we brought the North Head close aboard:
So’s we saw the cliffs and houses, and the breakers running high,
And the coastguard in his garden, with his glass against his eye.

The frost was on the village roofs as white as ocean foam;
The good red fires were burning bright in every ‘long-shore home;
The windows sparkled clear, and the chimneys volleyed out;
And I vow we sniffed the victuals as the vessel went about.

The bells upon the church were rung with a mighty jovial cheer;
For it’s just that I should tell you how (of all days in the year)
This day of our adversity was blessed Christmas morn,
And the house above the coastguard’s was the house where I was born.

O well I saw the pleasant room, the pleasant faces there,
My mother’s silver spectacles, my father’s silver hair;
And well I saw the firelight, like a flight of homely elves,
Go dancing round the china-plates that stand upon the shelves.

And well I knew the talk they had, the talk that was of me,
Of the shadow on the household and the son that went to sea;
And O the wicked fool I seemed, in every kind of way,
To be here and hauling frozen ropes on blessed Christmas Day.

They lit the high sea-light, and the dark began to fall.
“All hands to loose topgallant sails,” I heard the captain call.
“By the Lord, she’ll never stand it,” our first mate Jackson, cried.
…”It’s the one way or the other, Mr. Jackson,” he replied.

She staggered to her bearings, but the sails were new and good,
And the ship smelt up to windward just as though she understood.
As the winter’s day was ending, in the entry of the night,
We cleared the weary headland, and passed below the light.

And they heaved a mighty breath, every soul on board but me,
As they saw her nose again pointing handsome out to sea;
But all that I could think of, in the darkness and the cold,
Was just that I was leaving home and my folks were growing old.

By Robert Louis Stevenson (1850-94).

 

Pak die kans en je zult nooit spijt hebben van ‘wat had gekund’.

“Grab a chance and you won’t be sorry for a might have been.”*

Pin Mill. Zaterdag 14 augustus 2016

Hier liggen we dan. Bij het eerste boeitje dat we pakken gaat het niet helemaal goed. Er staat nogal wat wind en onze 13 ton gaat aan de haal met het meertonnetje. Als de boeien hier niet geschikt zijn voor een boot van ons kaliber, zullen we naar een jachthaven moeten. En daar hebben we geen zin in. Een eindje verderop ligt een boei die er wat kloeker uitziet. We wagen onze kans. Het lukt.

Ik kan niet goed uitleggen wat er zo bijzonder is aan deze  plek. Merkwaardig het ver-weg-gevoel dat we hier hebben, op amper een flinke zeildag van onze thuishaven. Is het de stromende rivier, zijn het de beboste heuvels waar landhuizen verscholen gaan achter eeuwenoude bomen, zijn het de oude scheepswrakken, als levenloze walvissen, aangespoeld op de oevers?

Of is het de Butt and Oyster, die iconische pub waar elke zichzelf respecterende zeiler -zittend op de houten banken- al menige ale gedronken heeft? Bij elk biertje gaat het harder waaien en worden de golven hoger. Als je daar zit, ga je vanzelf de ruigste zeemansverhalen verzinnen, al zeilde je nog nooit.

Achter de pub loopt een lommerrijk wandelpad langs de rivier. Bewoonde woonboten, verlaten scheepswrakken en allerlei constructies daar ergens tussenin maken van deze plek een soort maritieme vrijstaat. Nieuwsgierig proberen we een glimp op te vangen van hoe hier geleefd wordt, maar de bewoners blijken nogal op hun privacy gesteld. Met struiken en schuttingen en bordjes ‘private property’ schermen ze hun paradijsjes af.

Van de finaal in de modder gestrande scheepsrompen gaat een zekere treurigheid uit. Ooit moeten dit fiere schuiten zijn geweest, gevaren door stoere zeelui. Nu liggen ze hier roerloos, hun scheepshuiden vaal verkleurd, ten prooi aan weer en wind. Het is van een tristesse die doet denken aan deze muziek van Jóhann Jóhannsson, mooi en droevig tegelijk. (als je van dit soort muziek houdt moet je beslist de hele cd, Fordlandia eens beluisteren…).

Pin Mill. Blij dat we een tweede kans waagden om een boei te pakken. Die boei, middelpunt van 360° uitzicht op de River Orwell, we komen ogen te kort…

* Het citaat in de titel komt uit een jeugdboek ‘We didn’t mean to go to sea’ van Arthur Ransome. Dit verhaal uit 1937 speelt zich af in Pin Mill en gaat over vier kinderen die een avontuurlijke zeiltocht maken. Al was dat aanvankelijk niet hun bedoeling… Een leuke leestip als je van een ouderwets maritiem verhaal houdt. Of waarom niet, luistertip, want je kan het ook als audioboek verkrijgen. Geen leukere manier om je nautisch engels bij te spijkeren! 

 

Kirkwall, Orkney, fully booked

Ook al was ik in het vijfde middelbaar niet wild van het vak Latijn, het verhaal van Dido en Aeneas kreeg Vergilius wel mijn aandacht. Aeneas die –door het gekonkel van bemoeizieke goden- Dido, zijn lief, in Carthago moet achterlaten en met zijn schip wegvaart. Dido pleegt zelfmoord, Aeneas ziet het vuur van de brandstapel van op zee. Romantiek, drama! Jaren later leerde ik de muziek van Henry Purcell kennen, prachtig! En kijk, in Kirkwall vindt net nu het St Magnus festival plaats en Dido en Aeneas wordt er uitgevoerd.

19 – 20 juni 2016

Met een klinkende zoen van de havenmeester nemen we afscheid van Peterhead in de vroege avond. 110 mijl naar Kirkwall, Orkney. De weerberichten zijn het niet helemaal eens, de Navtex heeft het over 8 bft, de gribfiles houden het bij 5 tot 7 bft. Omdat ze allemaal zuidoost geven, gaan we er voor. Met ruime wind kan ons schip wat hebben. We zetten enkel de genua, installeren onze ‘wintertent’ tegen de regen en laten de automatische piloot het werk doen, de Moray Firth over. Vlotjes lopen we 7 knopen en houden het warm en droog. Het rollen van de boot maakt het binnen wel onrustig. Je kan niet alles hebben.

Drie uur op, drie uur af. In mijn wacht van 03:00 tot 06:00 houdt het op met regenen en word ik verrast door een schitterende vollemaansondergang.

De barometer maakt een duik, de wind zakt in elkaar, wordt zuidwest en ten slotte west. ‘Land in zicht!’, klinkt het rond 10:00. Het eiland Hoy, het hoogste eiland van de Orkney’s laat zich zien.

Kort na de middag wordt het opkruisen onder blauwe hemel en met een strakke westenwind, de Stronsay Firth in, het eilandje Auskerry aan stuurboord.

Iets verderop, tussen het eiland Shapinsay en Mainland, gaat het verder op motor en worden we verrast door de kracht van de stroming. We hebben hier dik drie knopen stroom mee, maar door de wind op kop krijg je heel raar water. Tide rips zoals dat heet. De schuimkoppige wervelingen maken dat we met moeite anderhalve knoop snelheid kunnen maken, het ongemakkelijke gevoel hebben dat we ter plekke blijven, maar 5 knopen op het log zien.

We meren af in de marina van Kirkwall. Wat voelen we ons stoer, we zijn helemaal naar deze afgelegen eilandengroep gezeild en morgen gaan we het allemaal ontdekken.

21 juni 2016

Tot onze verbazing zijn we verre van alleen. Meer zelfs, in de hoofdstraat, de ene hebbeding-winkel naast de andere, is het ronduit druk. Groepen toeristen, fototoestellen paraat, gemakkelijke driekwartbroeken, witte sokken in wandelschoenen, foldertjes in de hand. Zouden die allemaal van de cruiseboot in de haven komen, vragen we ons af.

We willen morgen een auto huren maar bij de toeristische dienst vernemen we tot onze ontgoocheling dat alle autoverhuur fully booked is. Tja, we hadden wel gelezen over het St. Magnus festival, dat het een gerenommeerd muzikaal evenement was en zo. Ik had trouwens in mijn agenda het concert van deze avond aangestipt. Dido en Aeneas van Henry Purcell, in de St. Magnus kathedraal… Maar in het kantoortje van het festival vangen we opnieuw bot. ‘I am afraid the concert for tonight is fully booked…’ Dat plan laten we dus varen. Maar we lopen wel zelf tot bij twee autoverhuurders en bij de tweede kunnen we nog een auto scoren.

In de St. Magnus kathedraal is het drummen. Ik onthou vooral de warmrode kleur van de stenen en de gelige gloed.

En de lunchpauze van de schilder die de deuren onder handen neemt.

En tien mannen die een piano van een podium tillen, het ene concert is nog maar afgelopen, en het volgende is in aantocht. Het is hoogseizoen in Kirkwall.

Maar Dido en Aeneas, die zitten gelukkig in mijn Itunes-bibliotheek en de kajuit wordt mijn concertzaal, glaasje wijn in de hand.

 

 

 

Summerblues

Maandag 13 juni 2016

Scarborough. Een naam als uit een lieflijk sprookje. Waar ik ook aan denk is het mooie tijdloze liedje van Simon and Garfunkel, Scarborough fair. Maar nu is Scarborough alleen te zien als een plaatsnaam op de kaart. Waar ons schip koers naar zet. Rondom ons niets dan kille melkwitte pap die uiteenzakt in miezerige druilregen. Geen lover wind, niets. De zee, voor zo ver we ze zien, deint dik als olie. Soms wurmt een waterzonnetje zich door een gat in de mist, maar dan gaan de bleke gordijnen weer onherroepelijk dicht.

Al twee dagen dreunt de motor. We vertrokken uit Nieuwpoort en waren er helemaal klaar voor. Waarom niet gewoon recht naar het noordelijkste punt van Schotland, een kleine 500 mijl, vier etmalen, moet kunnen. Maar de wind had duidelijk andere plannen. Overmoed en boten gaan slecht samen.

We zetten eerst nog hoopvol de zeilen bij, en met motor en stroom mee gaat het best vooruit. Maar na elke zes uur stroom mee volgen er zes uur stroom tegen en in de loop van de tweede nacht vinden we het welletjes geweest. We zijn tenslotte een zeilboot. En we hebben zes weken vakantie, rushen doen we de rest van het jaar al genoeg.

En we hebben ook net vastgesteld dat de generator olie lekt…

Scarborough is de dichtste haven in de buurt en met het opkomend getij perfect aan te lopen. Op de tast weliswaar, want de wereld is opgeslokt door dikke mist. ‘Fog patches’ klonk het very british in het weerbericht. Dit zijn wel heel dikke lappen mist.

Een alleraardigste havenmeester helpt ons afmeren. Grapje over de engelse zomer en zo. En hij wijst ons ook waar de ship chandler is, hun mecanicien kan ons beslist helpen met de generator. Na een biertje en een comateus middagdutje wandelen we langs de kitscherige Scarborough fair, kleurige eetstalletjes die zowel krab, als ijsjes verkopen, lunaparken, een schreeuwerige kermis.

Wanneer we bij de ship chandler aankomen is die al op de hoogte van ons probleem, langs de kade doet de tamtam snel zijn werk.

Dinsdag 14 juni 2016

De lekkende olie blijkt een heel andere oorzaak te hebben dan verwacht; een van de steunbeugels van de generator blijkt gebroken met gedaver en lekkende olie als gevolg. Brrr. De flegmatieke mecanicien zucht, herstellen zal niet lukken, dit moet vervangen worden. Maar waar in hemelsnaam vind je in Scarborough of omstreken een vervangstuk voor een Italiaanse generator van respectabele leeftijd? Een onmogelijke opdracht? Wanneer hij de generator wat aandachtiger bekijkt, ontdekt hij twee vervangsteunbeugels die op een balk gemonteerd zitten, iets achter de generator. Stond de generator vroeger meer naar achter, of zijn dat reserves, het doet er niet toe, maar ze zijn een geschenk uit de hemel. Na nog wat meer geknutsel krijgt hij de generator weer muurvast.

Van mist is intussen niets meer te bespeuren, wanneer de zon door de wolken breekt is het zelfs warm. Morgen kunnen we weer vertrekken. Het weerbericht geeft wel aanhoudend noordenwind…

O ja, het liedje Scarborough fair, dat hebben Simon and Garfunkel niet bedacht. Het is hun interpretatie van een traditioneel lied, waarin een man aan een vriend een gunst vraagt. Als die naar de jaarmarkt van Scarborough gaat en daar de vrouw mocht ontmoeten die ooit zijn geliefde was, moet hij haar een aantal haast onmogelijke opdrachten geven. Als ze daar in slaagt, mag ze terug zijn liefje zijn. Waarop zij hem weer even onmogelijke taken geeft. Als hij die vervult, zal zij de onmogelijke opdrachten uitvoeren die hij bedacht. Parsley, sage, rosemary and thyme. In de liefde is het soms ingewikkeld. Zo ook met boten. Maar wat is onmogelijk?

Bijna weg

De lijstjes in mijn hoofd beginnen langzaam het karakter van een stoorzender te krijgen. Ik word er ’s morgens te vroeg wakker door en kan er ’s avonds niet van slapen.

De boot, het huis, ons werk. De kinderen en hun examens. Het eten, het weer, kaarten en vaargidsen. Bankdingen, planten, vuilnis en post.

Lijstjes in je hoofd zijn niet goed, opschrijven is de boodschap. En dan doorstrepen. Om ten slotte bij de laatste dingen te denken: dat hoeft misschien toch niet. Of zoals Las dan laconiek zegt: wat we vergeten zijn, zullen we moeten missen of kopen we onderweg.

En dan die weerberichten. Hoe vaker je kijkt, hoe meer het verandert. Het weer is onstabiel, dat lijkt de enige zekerheid. Geruststellend is wel dat het toch een tijdje gedaan zal zijn met de noordenwind die nu al een hele tijd aanhoudt. Maar o jee, wordt de richting beter, dan lijkt ze zo zwak te gaan worden dat het eigenlijk al niet veel meer uitmaakt…

En dan is daar de laatste werkdag, is het huis opgeruimd, zijn de afspraken met de kinderen gemaakt en kunnen we de deur achter ons dichttrekken.

En nu nog één keer naar de supermarkt om de laatste boodschappen, de verse dingen, groenten en fruit, kaas, vlees. En kijk nu, het blijkt de tiende verjaardag van Colruyt, Koksijde te zijn en er zijn allerlei feestelijkheden. Glaasje cava, hapjes en niet te vergeten: de fanfare onder enthousiaste leiding van Jeroen Hillewaere verrast ons met een prachtig ‘La Mer’ van Charles Trenet! Een mooiere manier om je zeilvakantie te starten is er niet. Gedaan met lijstjes, laat ons vertrekken…

 

 

 

 

 

 

Dromen van Stromness

Intussen staan we twee weken boven. En waren de weergoden ons tot hiertoe welgezind, dan is dat nu duidelijk over. Er wordt ons duidelijk gemaakt wat aprilse grillen zijn. Wind, koelkast-temperaturen en hagel. En dat krabben, schuren, peuteren en pitsen begint ons de keel uit te hangen.

IMG_2066

IMG_2031

Het rood van de twee lagen antifouling van vorig jaar is er af en een groot deel van het zwart, de oude antifouling, is er af. Een groot deel zeg ik dus. Maar niet alles. En voor ieder die zegt dat het er allemaal af moet, is er weer een ander die zegt dat het er niet allemaal af hoeft.

Iemand lacht me zelfs een beetje uit omdat ik sta te krabben met mijn verfkrabbertje. ‘Bij Ship Support zetten ze daar een professioneel schuurmachientje tegen en in anderhalve dag is de klus geklaard.’ Hmm… Het was toch Ship Support die zei dat er met een schuurmachine geen beginnen was aan die koek van antifouling, dat krabben de boodschap was?

De beste stuurlui staan aan wal, en de beste antifouling-verwijderaars staan met hun handen in hun zakken te kijken naar ons. Ik haal mijn schouders op en pruts verder. Voorzichtig droom ik van onze reis in het verschiet. Juni, het is niet meer zo ver af.

En krabbend, schurend, peuterend en pitsend dwalen mijn gedachten af naar een o zo fijn stukje muziek dat ik jaren geleden op Klara hoorde en dat mij toen betoverde met zijn lieflijke eenvoud. Ik spitste mijn oren en hield mijn adem in toen titel en componist genoemd werden. Luister… Farewell to Stromness van Peter Maxwell Davies.

Stromness… Daar zat iets van storm in, zucht. En Farewell… romantiek, diepe zucht. ‘Als die plek echt bestaat, dan wil ik daar ooit naar toe,’ droomde ik toen.

En als dit klussen achter de rug is, en als het weer het toelaat, dan zeilen we er deze zomer naar toe. Stromness, een dorpje op Mainland, een van de Orkney-eilanden ten noordoosten van Schotland…

Ok, ok, ik schuur al verder…

IMG_2152

IMG_2153