Swinging in the Swinge, op naar Sark!

14 en 15 juni 2019

“Sark, Sercq in het Frans, bestaat uit twee eilandjes, Big Sark en Little Sark. Ze zijn met elkaar verbonden door een smalle heuvelrug, La Coupée. Tot 1900 werd de weg op die heuvelrug niet beschermd door leuningen, zodat schoolgaande kindertjes er bij harde wind kruipend overheen gingen.”

Nee, ik vind dit niet uit. Het staat in mijn reisgids voor de Kanaaleilanden. Schoolgaande kindertjes die van de weg geblazen kunnen worden op een eiland van vijfeneenhalve vierkante kilometer groot, ik krijg het beeld niet zo meteen uit mijn hoofd…

Maar we zijn er nog niet. We zijn nog op Alderney, in Braye Harbour. Toen we hier aankwamen waaide het uit het noordoosten, wat daar niet zo comfortabel is. De haven ligt open in die windrichting. Maar een dag later -wat is het weer toch onstabiel- maakt de wind een bocht van 180°. Het waait nu pittig uit het zuidwesten en in Braye Harbour lig je dan echt goed beschut. Maar we willen verder. We willen naar Sark. Om daar te komen kan je rechtsom of linksom. Dat laatste is het kortst maar gaat wel door The Swinge, een passage waar de stroming het water net iets harder doorheen perst dan op open zee…

En ook al maakten we ons getijden-huiswerk, de kracht van de stroming verrast ons. Met wind tegen stroom lijkt de zee wel een op hol geslagen wasmachine. Het voelt onduidelijk en onnatuurlijk, en het advies om ook nog eens de meeste rotsachtige kant bij Corbet Rock aan te houden maakt het er niet beter op… Ik ben opgelucht als we uit het geharrewar zijn en de zee in haar plooi valt.

Als de wind steeds meer in het zuiden kruipt wordt het opkruisen.

25 mijl en vijf uur later lopen we de baai La Grève de la Ville aan, ideaal bij deze wind en voorzien van zeven gele, gratis meerboeien.

Was het op zee nog een kwestie van je schrap zetten in zeilpak en reddingsvest, van zodra we de baai in glijden vallen stroming en wind weg en lijkt het op slag Middellandse Zee. Op een bootje zijn drie jonge kerels in short aan het barbecuen. Bij een glas wijn zakken we als vanzelf in zomermodus. De zon is al flink over haar hoogtepunt als we de bijboot oppompen en naar het keienstrandje peddelen.

Sark dus. Van waar we voet aan land zetten voert een smal pad zigzaggend tussen struiken, bloemen en bomen steil omhoog. Maar het pad is net iets te net voor avontuur, de geur van vers gemaaid gras verklapt dat het keurig onderhouden wordt. We wandelen op goed geluk verder en komen via The Avenue bij het Village Centre. Op Sark rijden geen auto’s en zijn de wegen niet verhard. Tractors mogen dan weer wel. En koetsen met paarden. Die verzamelen hier in het centrum. Voor de toeristen. Dagelijks worden die met boten aan- en afgevoerd en dan kunnen ze ritjes maken met die koetsen.

En hier, in het Village Centre is er internet. Dat zie je omdat iedereen er niet meer naar Sark kijkt, maar naar het schermpje op hun telefoon. En even bekruipt me het gevoel dat Sark een beetje Bokrijk lijkt, en ook very instagrammable is…

Maar ’s avonds, in onze windstille baai, met een volle maan en de vuurtoren van Point Robert om de hoek voel ik me de koning te rijk… En beslissen we om nog een dagje te blijven…

Op dag twee huren we stevige fietsen met veel versnellingen en dikke banden. Met minder komt het niet goed op Sark. En we fietsen naar La Coupée. Indrukwekkend toch, dat smalle pad met links en rechts de zee. En ik zie die schoolkindjes voor me, met hun wapperende negentiende-eeuwse schortjes, kruipend over deze weg die me op een manier doet denken aan de Chinese Muur, al heb ik die nog nooit gezien.

En dan nog een wist-je-datje. Op Sark is er een gevangenis. Met plaats voor twee gevangenen. En mochten dat godvruchtige gevangenen zijn, die op zondag naar de kerk willen, dan kan dat. Want in de St. Peter’s Church, waar elke familie zijn eigen bank heeft, te herkennen aan de met kruisjessteek geborduurde kussentjes, zijn ook twee zitplaatsen voorzien voor hen. Je herkent hun bank aan de gekruiste sleutels op hun kussens…

Sark, een beetje Bokrijk, very instagrammable en toch wel heel bijzonder...

Alderney, het noordelijkste ‘brokje Frankrijk dat in zee viel en opgevist werd door Engeland’…

Op een diepe stenen vensterbank staan enkele potjes confituur uitgestald. Net wanneer ik dichterbij kom kijken, klikt het raam open, ik kijk in het vriendelijke gezicht van een oudere dame. We schrikken allebei een beetje. ‘Ik kwam net kijken of er nog voldoende wisselgeld in het doosje zit,’ lacht ze. Op de vraag of zij de confituur maakt, giechelt ze hoofdschuddend. ‘Nee hoor, dat doet mijn man. Alles is gemaakt met fruit uit onze tuin, we krijgen dat met zijn tweeën niet op.’ Rhubarb with a touch of ginger, rabarber met een vleugje gember. ‘Proef maar hoe je het vindt,’ zegt de dame, ‘ogenblikje.’ Ze schuifelt het huis in en keert terug met een geopend potje. ‘Komaan’, wijst ze, ‘stop je vinger maar in de pot, kan best.’ Ik vind de confituur lekker en koop een potje. Voor op het brood dat ik bakte aan boord. Het dametje slaat de handen voor het gezicht, een zeilreis, dat zou ze nooit durven. En op die boot dan nog een brood bakken, kirt ze, ze zou het in haar keuken nog niet kunnen. Anyhow, a safe journey!

Ik word daar blij van, van die kleine bakjes die je hier her en der langs de kant van de weg ziet staan. Hedge veg worden ze genoemd, haaggroenten dus. Open kastjes met groenten of aardappelen er in, eitjes ook, bosjes kruiden, confituur of zelfs koekjes en cakejes. Een handgeschreven kartonnetje er bij, 1,50£, 2,00£. En een plastic potje voor de centen. Het geeft een prettig gevoel van openheid en vertrouwen.

Woensdag 12 juni 2019

Rond de middag meerden we af in Braye Harbour, aan een mooring of boei, de gele zijn voor bezoekers, de oranje voor lokale booteigenaars. Aan land kan je met je bijboot of met de watertaxi. We liggen hier mooi, we liggen hier goed. En is Alderney misschien niet groot, toch ligt er in het kantoortje van de havenmeester verrassend veel toeristische info, waaronder 9 wandelroutes. Gewapend met die blaadjes gaan we op pad.

De Kanaaleilanden. Eigenlijk is dit een foute naam. Deze eilanden liggen strikt gezien niet in het Kanaal maar in de baai van St-Malo, Frankrijk dus. Jersey, Guernsey, Herm, Sark en Alderney. De beroemde schrijver Victor Hugo noemde ze stukjes Frankrijk die in zee gevallen waren en opgevist door Engeland. Of ze nu meer Frans of meer Engels zijn, dat willen we wel weten. Te beginnen met het noordelijkste eiland, Alderney. Of, zo je wil, Aurigny…

De eerste wandeling neemt ons mee naar de hoofdstad St. Anne. Nu ja, hoofdstad. Een paar stille straten, een mooi kerkje, een schattig museum. Er zijn wat winkeltjes, ze zijn allemaal gesloten. Volgens de man die het museum openhoudt omdat het woensdag is, volgens de dame van de confituur omdat er door het slechte weer nog maar weinig toeristen zijn en ‘wie houdt zijn winkel dan nog open?’… Stiller dan stil. We lopen het centrum uit, zuidwaarts, een tweede wandeling voert ons langs groene paadjes -de bermen dik van bloemen- en kliffen, diep beneden de zee. Het weer verandert snel boven een eiland en in de grijze lucht van vanmorgen vallen nu geregeld stukken blauw.

We vinden het hier zo mooi dat we beslissen om nog een dag te blijven.

Donderdag 13 juni 2019

Er is in de loop van de geschiedenis meer dan een robbertje gevochten om de Kanaaleilanden. En vandaag combineren we drie wandelroutes die ons langs de verdedigingsforten op Alderney brengen, waarbij we zo goed als het hele eiland rond lopen. We beginnen op de noordelijke punt van het eiland bij Fort Albert van waar je een prachtig zicht hebt op Braye Harbour.

Vandaar gaat het naar het oosten, voorbij het Mannez Lighthouse, de zwart-witte vuurtoren waar we gisteren voorbij vaarden, en dan terug zuidwaarts via het Longis natuurreservaat.

Vervolgens lopen we voorbij het centrum van St. Anne door tot aan de westkust met Fort Clonque.

Hier heb je uitzicht op de eilandjes Les Etacs -ook wel shit rocks genoemd omdat ze bedekt zijn met de vogelpoep van duizenden jan-van-genten-, en het eiland Burhou, waar een kolonie puffins, ofwel papegaaiduikers huist.

Het stuk water tussen Alderney en Burhou heet The Swinge, een nauwe doorgang waar de stroming lelijk huis kan houden en waar we morgen door gaan om naar het eiland Sark te varen.

Wanneer we na het wandelen genieten van afternoon tea met scones en goudgele clotted cream en de volgende ochtend bij het ontbijt van de rhubarb jam with a touch of ginger, twijfelen we niet meer, het is hier zo Engels als wat!