Van hieraf moet je gaan…

‘Van hieraf moet je gaan, …’

‘Van hieraf moet je gaan, …’

Als een mantra gaat dit zinnetje door mijn hoofd.’… met vallen en opstaaaa-áán…

‘Van hieraf moet je gaan.’

(Tim – Wim De Craene 1975) Van goud zijn ze. Wat zeg ik? Van diamant. De lange weekends in het voorjaar, begin van het zeilseizoen. Pasen, 1 mei, Hemelvaart, Pinksteren. Ingekleurd met fluostift in de agenda. Heilig. En de zeilvakantie. Nóg heiliger. 

Afgelopen winter bleef onze Pat Panick in het water en ergens tussen al deze verlengde weekends in zullen we nog eens de kant op moeten om het onderwaterschip een beurt te geven. Overmoedig plannen we dat half mei, tussen het lange weekend van 1 mei en vóór dat van Hemelvaart, waarin een tocht naar London gepland staat. Gretig zijn we, gulzig.

En dan gebeurt iets dat niét in onze agenda staat. 3 mei. Tijdens de tocht van Eastbourne naar Boulogne krijgen we donkere wolken met stevige buien over ons heen. Er zit een pak meer wind in dan voorspeld. Na elke bui valt de wind weer weg. Te veel zeil, te weinig zeil, genua inrollen, genua uitrollen. We winchen ons te pletter, hijgen, vloeken, zuchten. Waarom gaat dat toch zo stroef? Na de -tigste zeilwissel gaat het mis, het hele voorzeil rolt uit, er valt niets meer te winchen. Iets in de trommel onderaan de voorstag heeft het begeven, als een gek klappert de genua nu wild in de wind. We zijn niet meer heel ver van de haven van Boulogne. ‘Komaan, dat zeil moet naar beneden’, schreeuwt Las boven de wind uit, ‘en snél!’ Ik zet de motor bij, stuur de boot in de wind, zet de automatische piloot aan en ga Las op het voordek helpen. Met zijn tweeën strijken we worstelend het zeil en binden het zo goed als mogelijk met de schoten aan de reling. Later, afgemeerd in Boulogne, plooien we het naar behoren. O ja, stond ook niet in de agenda, het regent dat het giet…

‘Van hieraf moet je gaan… ‘Na het pechverhaal van begin mei hebben we onze agenda moeten bijstellen. We laten het oude genua rolreefsysteem niet herstellen maar vervangen. Ook dat van de kotterstag laten we vervangen. Het Hemelvaartweekend naar London hebben we doorstreept. In plaats daarvan gaat Pat Panick uit het water, twee weken later dan oorspronkelijk gepland. Terwijl onze vrienden de jaarlijkse tocht naar London ondernemen, -we zien blije foto’s van frisse boten op het water-, staan wij te schuren, te verven en te boenen. Het is schitterend zeilweer…

‘Van hieraf moet je gaan…’

Zaterdag 8 juni. Morgen is het vaderdag… Het zinnetje dat al dagenlang door mijn hoofd gaat komt uit een liedje uit de lang vervlogen jaren ’70. De tijd waarin mijn vader een zeilboot kocht en ik leerde zeilen. Ook voor mijn vader, net zoals nu voor ons, waren de lange weekends, de zeilvakanties, heilig. En werd er meer dan eens gemopperd omwille van stoorzenders in de planning, herexamens, motorpech, slecht weer… En hoe kostbaar tijd ook mag zijn, soms is het niet met kiezen. Maar moet je aanvaarden. En geduld hebben. En er is meer. Want tijd is niet alleen een kostbaar goed. Het is ook veiligheid. Tijd is veiligheid. Wijze woorden. Ze komen van Frank. Of Frankske. Frankske van de Anastasia, en van Sophie. Reeds vier jaar zijn die twee met hun zeilboot onderweg en onlangs, tijdens een korte terugkeer naar België, gaven ze een voordracht in de Liberty Yachtclub in Antwerpen. Tijd is veiligheid. De tijd nemen om niét te vertrekken als de omstandigheden het niet toelaten. Als de wind tegenzit, als er iets moet hersteld worden… Ik knoop de woorden in mijn oren.

Zaterdag 8 juni.

Onze zomervakantie begint. Het stormt. Uit het zuidwesten. Precies waar we naar toe willen. Alles is aan boord, kleren, eten, lectuur. De rolreefsystemen zijn hersteld, de motor heeft onderhoud gehad, water is getankt. Maar we blijven nog even liggen. We nemen nog even tijd, tot het veilig is om te gaan..

‘Van hieraf moet je gaan…’De titel van het liedje is ‘Tim’. De zanger, Wim De Craene schreef het voor zijn zoon…Een fijne vaderdag voor alle papa’s!

Kielzog kijken en luisteren

Wat is dat toch met die zee en dat zeilen, vragen mensen soms.

Voor de een gaat het om snelheid, competitie, de ander wil verre reizen maken, sommigen zien hun boot als een toevluchtsoord, even weg van alles. Voor mij is er iets in het zeilen en de zee dat met niets te vergelijken is. En dat is wat er op zee gebeurt met de tijd, de tijdsbeleving. Ongeduld en zeilen gaan niet samen. En als vanzelf kom je in dat andere ritme zodra je op zee bent. En zo komt het dat ik soms gebiologeerd zit te kijken naar het gorgelen en kronkelen van het kielzog. Het kielzog, het stuk water dat je achter je laat. Je pad, dat geen pad is, maar telkens weer opgaat in het immense water terwijl je verder vaart. Achter je sluit de zee zich opnieuw en opnieuw en opnieuw. Het is een beetje zoals kijken naar vlammen in een haardvuur. Of naar dwarrelende sneeuwvlokken. Altijd hetzelfde, nooit hetzelfde..

Ik maak er filmpjes van, steeds opnieuw. Maar bij het herbekijken vind ik meestal dat het niet weergeeft wat ik zag. Maar toen ik onlangs het middendeel uit het Piano Concerto in G van Maurice Ravel nog eens hoorde, wist ik, dit is het. Zo ziet het er uit, zo klinkt het, dat prettige verlies van tijdsbesef.

Van dit fijne stuk muziek, tien minuten lang, gaat een bezwerende vertraging uit. Maar wie heeft nog tien minuten? In deze flitsende tijd van scrollen, swipen, zappen langs beelden uit alle hoeken van de wereld is tien minuten kijken naar hetzelfde bijna bizar geworden. En tien minuten luisteren naar een op het eerste gehoor repetitief stuk muziek, een hele uitdaging. Maar voor de geduldige luisteraar zijn er de subtiele wendingen, de meeslepende melodie, sensuele soepelheid. En voor geoefende, en indien niet geoefende, maar wel avontuurlijke oren is er natuurlijk ook het hele concerto. Dat op een bepaalde manier ook wat van de zee heeft. Soms lieflijk en meegaand, dan weer nukkig, grillig, met jazzy verrassingen. En altijd uitdagend.

Wie luistert mee…