Van Bergen naar Ålesund, met Judy als gids..

Langsheen de westkust van Noorwegen staat een constante stroming van zuid naar noord. Waait het strak uit het Noorden, dan botsen en knotsen wind en stroom tegen elkaar op. Bij Statt weerkaatst die warrige watermassa nog eens tegen hoge klippen en kan de zee er in een ware heksenketel veranderen. Het is dan ook een van de meest beruchte kapen van Noorwegen. Het lijkt wel een boze, gebalde vuist waar je voorbij moet. Wordt het te bar, dan escorteert de kustwacht kleine bootjes bij hun passage. Er is zelfs begonnen met de aanleg van een tunnel onder die kaap door. Een tunnel die zo groot zal zijn dat een cruiseschip er doorheen zal kunnen…

De Noorse kustlijn is grillig gerafeld en bezaaid met eilanden en rotsen en vaak is niet eens duidelijk wat vasteland is en wat eiland. Bij het zien van de kaarten kan je in een kramp schieten, een route uitzetten is een hele toer. Elektronische kaarten hebben het voordeel dat je kan in- en uitzoomen maar toch ben je telkens weer het overzicht kwijt. Al die rotsen en rotsjes, stenen en kruimels, het heeft iets van abstracte kunst.

Onze route is dan ook geen rechte lijn noord maar krult en kronkelt mee met fjorden, inhammen, rond eilanden en kapen en langs zoveel afmeerplekken dat je hoofd ervan tolt. Om hierbij -letterlijk- het noorden niet kwijt te raken zijn goede kaarten en ook goede vaargidsen een noodzaak. Mijn favoriete gids is het boek van Judy Lomax, dat simpelweg Norway heet en een schat aan informatie biedt. En op een manier die ons bevalt, met beschrijvingen die beknopt zijn maar accuraat. Maar er staat veel meer in dan in één reis haalbaar en het is telkens selecties maken van haar selecties…

Op weg van Bergen richting Sognefjord kiezen we eerst voor Herdla en dan Skjerjehamn als overnachtingsplaatsen.

De Sognefjord is de derde langste fjord ter wereld en een toeristische trekpleister van formaat. We zouden de 204 km helemaal heen en terug kunnen varen maar dat is tijdrovend en veelal op motor. We verkiezen de tip van Judy om het met een snelle toeristenferry te doen. En wat blijkt? We hoeven daar niet nóg een haven verder voor te varen zoals vermeld in haar boek (editie 2016). Want vlakbij de kade waar we afgemeerd liggen blijkt de express-boot Bergen-Flåm nu ook een halte te hebben. En zo snellen we een dag later in een postkaart-decor aan 33 knopen naar Flåm, het eindpunt in de Sognefjord. Besneeuwde bergtoppen, imposante watervallen, lieflijke dorpjes en fruitbomen in bloei… De tickets zijn niet goedkoop maar hun geld wel waard! 

Van de Sognefjord gaat het naar Statt en Judy licht de mogelijke routes een voor een duidelijk toe. Voor het eerst sinds onze aankomst in Noorwegen gaan we weer ‘buitenom’, de volle zee op.

Het naar buiten varen tussen de wirwar van rotsen valt best mee omdat het er zo diep is dat de meter niets meer aangeeft. 100 tot 300, soms wel 500 meter staat er op de kaart. En al lijken de lage rotsen of scheren soms zo dichtbij dat je denkt ze te kunnen aanraken, ook dan blijft het 80, 50 tot 20 meter diep. 20 meter, dat is ongeveer even diep als onze mast hoog is. Met een diepgang van 2 meter niets om je zorgen over te maken dus. En op geïsoleerde rotspartijen staan duidelijke bakens. En de branding zegt genoeg..

De scheren waar we langs varen zijn laag, grijsgroen en rotsachtig, soms staat er een schriel struikje of boompje op. Ver op de achtergrond zien we kolossale stompe oer-bergen, zwartblauw met witte vlekken van sneeuw. De dichtbijgelegen scheren schuiven snel voorbij terwijl het massieve decor met de bergen ogenschijnlijk op zijn plaats blijft. Zo verandert het landschap onophoudelijk, wat een beetje bevreemdend werkt. Je zou er het gevoel voor maat en afstand bij verliezen.

Eens op zee is er absoluut geen stress nodig voor de passage rond Statt. Er staat een zwakke zuidenwind en de zee is kalm.

Voorbij Statt varen we weer naar ‘binnen’ en via Sandshamn en het lieflijke Borgarøya vervolgen we onze weg richting Ålesund. In Judy’s boek zijn we inmiddels bij een nieuw hoofdstuk aangekomen. Van ‘Fjord Norway’ naar ‘The Way North’…

Bergen, Hipp Hipp Hurra!

15 mei 2022. Al van ver zie ik ze door de verrekijker, de iconische rood en oranje huizen van de wijk Bryggen in Bergen. Maar wat ik ook zie, is dat de kade eronder afgeladen vol ligt met boten, rijen dik. De havenmeester verwijst ons naar de kade bij de Fiskeforget, waar we nog net langszij kunnen afmeren bij een Zwitserse zeilboot, Raroia. Wat we nog niet weten, is dat we hier op de eerste rij gaan liggen voor hét grootste feest in Noorwegen, de Syttende Mai… Een nationale feestdag als geen ander, Hipp Hipp Hurra!

17 mei 2022. Om zeven uur ’s morgens worden we opgeschrikt door een bulderend kanonschot. Het davert en weergalmt in de zeven bergen rondom. Er volgen nog meer schoten, rook kringelt omhoog tegen de helling. Bergen ontploft.

Dwars door de stad paraderen niet veel later alle denkbare verenigingen, opgedoft en met een onwaarschijnlijk enthousiasme. Scholen, studentenkringen, verpleegsters, brandweerlui, politie, zeelui… Maar ook kinderen, soms in militair aandoende outfits, houten kruisbogen of geweren over de schouder… Iedereen, jong en oud, wappert driftig met Noorse vlaggetjes en velen dragen de Bunad, de traditionele kledij. Er zijn ook fanfares, veel fanfares. De parcours van parades en fanfares kruisen elkaar, tromgeroffel en trompetten versmelten in een uitbundige kakafonie.

Vanuit huizen en vanop balkons klinkt gezang en handgeklap, jongeren vieren feestjes en het gaat er luidruchtig aan toe. Gratulerer med dagen! klinkt het overal. Gefeliciteerd! Noren beginnen deze dag traditioneel met een royaal ontbijt. Eitjes en zalm, aardbeien en champagne. Verder eten ze de hele dag ijs, veel ijs. En ze blijven drinken… Ik denk aan de wijnkaart van Fjellskål, het visrestaurant waarvoor we afgemeerd liggen. Gisteren dachten we nog dat 199 kr (19,90 €) voor een Sancerre toch niet gek was, tot we zagen dat de prijzen op de kaart per glas waren… Nu zit het restaurant tjokvol en op elke tafel staan flessen wijn en champagne. Hier wordt omzet gedraaid.

In de natste stad van Europa is het stralend lenteweer, de zon straalt aan een helblauwe hemel. Er volgen nog een vliegshow, een optocht met oldtimers en een botenparade. Alle boten zijn versierd met Noorse vlaggen en berkengroen of bjørk, symbool voor de ontluikende lente, nieuw leven, energie. Iets waar men hier in het Noorden, na een lange donkere winter, reikhalzend naar uitkijkt. Of dit groter is dan Kerstmis vraag ik iemand. Het is vooral anders, weet de dame me te vertellen, Kerstmis is intiem, dit is uitbundig, het speelt zich buiten af en iedereen komt samen. Het is bovendien de eerste keer sinds Covid dat de feestelijkheden weer mogen doorgaan.

Het toenemende alcoholpercentage levert grappige taferelen op, we komen ogen tekort. Op sommige bootjes zitten dubbel zoveel mensen als die bootjes aankunnen waardoor ze vervaarlijk gaan hellen. Licht of minder licht benevelde dames in bunad en op schoenen met hakken klauteren over boten, soms acht rijen dik. Een hondje wordt doorgegeven.

Een meisje hangt tegen haar vriendin, het gaat niet echt goed met haar. Even later komt een hulpverlener en nog even later is ze weg met de ambulanse. Morgen wordt ze beslist met een joekel van een kater wakker in het ziekenhuis.

Een jongen worstelt met hoogwater en weet duidelijk niet meer waar de toiletten zijn. Hij kiest dan maar het elektriciteitsbakje van de kade. Het blijft maar klateren. Dan komt de moeilijkste opdracht, de broek dicht en de riem ook. Het laatste lukt maar niet. Hij wankelt, wanhopig op zoek naar gesp en gaatjes. Dan gaat ook nog zijn telefoon. Hij neemt op, begint een gesprek en waggelt verder, de riem open, het hemd uit de broek, een hulpeloze witte vlag.

Om middernacht sluit een knallend vuurwerk het feest af. De hemel licht op.

Niet ver van Bergen ligt een eilandje met de naam Lysøen, eiland van het licht. Het is een idyllische plek waar het zomerhuis van beroemde Noor Ole Bull staat, een negentiende-eeuws componist en overtuigd nationalist. Daags voor we Bergen aandoen overnachten we er op anker. We maken een mooie wandeling en luisteren de hele avond naar zijn muziek. Doorgedreven nationalisme zoals dat van de Noren is niet echt aan ons besteed, maar dit is mooie muziek. Luister bij voorbeeld eens naar Et Sæterbesøg, op het album vertaald als A Mountain Vision

En terwijl we het over bergen hebben, de dag voor de Syttende Mai trekken we nog naar Ulriken, met zijn 643 meter de hoogste van de zeven bergen rond… Bergen. We gaan omhoog met de kabelbaan, maken een mooie wandeling naar de top en keren te voet, 1300 treden naar beneden, terug. Het beetje spierpijn dat ik daaraan overhoud valt beslist in het niet bij de koppijntjes van heel wat Bergenaars op 18 mei…