Van roze wolken, een vuurtoren en ‘de laatste Viking’

26 mei 2022. Ona. 62°51’ N 6°33’ E.

Zon, blauwe lucht, geen wolkje te bekennen…

‘Heb je zin om de vuurtoren op te gaan, ik heb de sleutel? We kunnen net op tijd zijn voor de zonsondergang!’

Dat laten we ons geen twee keer zeggen, trekken snel jas en muts aan en lopen de vriendelijke Noor achterna. Hij is de schipper van de grote Grand Banks motorboot die achter ons aan de steiger afgemeerd ligt. Er volgt een niet helemaal duidelijk verhaal van familie die hier in het oude loodshuis woont waardoor hij over die sleutel beschikt. ‘Hier’, dat is het eilandje Ona. We zijn er vandaag in vijf uur en met een heerlijk zeilweertje heen gevaren vanuit Ålesund.

Ålesund was mooi. Maar ook druk. En een beetje platgelopen door groepen toeristen van de cruiseboten die hier dagelijks aanmeren. De stad leeft op het ritme van die cruiseschepen. Winkels gaan open als de passagiers als een golf komen aanrollen en sluiten in de late namiddag als ze naar hun drijvende hotels terugspoelen. Je hoort hier Amerikaans, Spaans, Frans en zelfs Nederlands. De stad heeft een wat ongewone uitstraling. Na een allesverwoestende brand in 1904 werd voor de heropbouw gekozen voor de Jugendstil die toen in de mode was. Statig, kleurrijk en niet zo Noors uitziend zijn de gebouwen. Kleurrijk zijn ook de fresco’s in de mooie kerk. En voor een schitterend uitzicht over de stad moet je naar uitkijkpost Fjellstua, je zal je de klim van 614 traptreden hoog niet beklagen. En voor ik het vergeet, mocht je hier ooit komen, ga dan zeker eens langs bij shipchandler Sverre Eidsvik, een heerlijke winkel.

Maar nu zijn we dus in Ona en op weg naar de vuurtoren, Ona Fyr. De zon kwam vandaag op om vier uur en gaat onder om elf uur. Dat is drie uur meer licht dan nu in België… Maar als we bij de toren aankomen blijkt de man een verkeerde sleutel mee te hebben. Hij snelt terug naar het dorp en komt even later terug. We klauteren omhoog, via een ijzeren draaitrap en een bijna verticaal houten trapje, en nét wanneer de zon de horizon aantikt staan we boven. We voelen ons de koning te rijk. Hier kijk je 360° om je heen, in het westen gaat de zon onder, daaronder net achter de kade, ligt de boot en in het oosten kleuren de wolken ineens helemaal roze. Beneden bontgekleurde huisjes op een kluitje.

Amper 12 mensen wonen er nog permanent op Ona, dat enkel via een ferry in verbinding staat met het vasteland. Tijdens het toeristisch seizoen, dat nog moet beginnen, komen er tweedeverblijvers en dagjesmensen. Nu is het er stil. Puur. En mooi.

28 mei 2022. Håholmen. 63°1’ N 7°24’ E.

Regen, wind, geen stukje blauwe lucht te bespeuren…

‘Wil je de ‘Saga Siglar’ zien? Eigenlijk is het museum gesloten maar ik heb de sleutel. Als je wil kan je gaan kijken. Of weet je, ik ga alvast voor jullie openmaken.’

‘De laatste Viking’, zo wordt Ragnar Thorseth wel genoemd. Een avonturier zoals je er maar weinig hebt. Als prille twintiger roeide hij van Noorwegen naar Lerwick op de Shetland eilanden en nog niet zo lang geleden deed hij, een krasse zeventiger intussen, die prestatie nog eens over. In alle jaren daartussen beleefde hij tal van avonturen. Het strafste moet wel de wereldomzeiling eind jaren ’80 geweest zijn met de ‘Saga Siglar’, een reconstructie van een vikingschip. Met die tocht wilde hij aantonen dat de Vikingen nog vóór Colombus Amerika hebben ontdekt. Helaas leed het schip in 1992 schipbreuk in Spanje en hier op Håholmen staan de restanten. Het eiland was eigendom van de mama van avonturier Ragnar. Toen het met de visserij niet meer zo goed ging, werden alle huisje van het vissersdorp gerestaureerd tot zeer instagrammable cottages. En niet alleen kreeg Ragnars gestrande schip hier een onderkomen, er is nog een replica gebouwd waarmee toeristen in de zomer tochtjes kunnen maken.

Het mag dan nu wel pokkenweer zijn, het is hier stil. Puur. En mooi.

Van Bergen naar Ålesund, met Judy als gids..

Langsheen de westkust van Noorwegen staat een constante stroming van zuid naar noord. Waait het strak uit het Noorden, dan botsen en knotsen wind en stroom tegen elkaar op. Bij Statt weerkaatst die warrige watermassa nog eens tegen hoge klippen en kan de zee er in een ware heksenketel veranderen. Het is dan ook een van de meest beruchte kapen van Noorwegen. Het lijkt wel een boze, gebalde vuist waar je voorbij moet. Wordt het te bar, dan escorteert de kustwacht kleine bootjes bij hun passage. Er is zelfs begonnen met de aanleg van een tunnel onder die kaap door. Een tunnel die zo groot zal zijn dat een cruiseschip er doorheen zal kunnen…

De Noorse kustlijn is grillig gerafeld en bezaaid met eilanden en rotsen en vaak is niet eens duidelijk wat vasteland is en wat eiland. Bij het zien van de kaarten kan je in een kramp schieten, een route uitzetten is een hele toer. Elektronische kaarten hebben het voordeel dat je kan in- en uitzoomen maar toch ben je telkens weer het overzicht kwijt. Al die rotsen en rotsjes, stenen en kruimels, het heeft iets van abstracte kunst.

Onze route is dan ook geen rechte lijn noord maar krult en kronkelt mee met fjorden, inhammen, rond eilanden en kapen en langs zoveel afmeerplekken dat je hoofd ervan tolt. Om hierbij -letterlijk- het noorden niet kwijt te raken zijn goede kaarten en ook goede vaargidsen een noodzaak. Mijn favoriete gids is het boek van Judy Lomax, dat simpelweg Norway heet en een schat aan informatie biedt. En op een manier die ons bevalt, met beschrijvingen die beknopt zijn maar accuraat. Maar er staat veel meer in dan in één reis haalbaar en het is telkens selecties maken van haar selecties…

Op weg van Bergen richting Sognefjord kiezen we eerst voor Herdla en dan Skjerjehamn als overnachtingsplaatsen.

De Sognefjord is de derde langste fjord ter wereld en een toeristische trekpleister van formaat. We zouden de 204 km helemaal heen en terug kunnen varen maar dat is tijdrovend en veelal op motor. We verkiezen de tip van Judy om het met een snelle toeristenferry te doen. En wat blijkt? We hoeven daar niet nóg een haven verder voor te varen zoals vermeld in haar boek (editie 2016). Want vlakbij de kade waar we afgemeerd liggen blijkt de express-boot Bergen-Flåm nu ook een halte te hebben. En zo snellen we een dag later in een postkaart-decor aan 33 knopen naar Flåm, het eindpunt in de Sognefjord. Besneeuwde bergtoppen, imposante watervallen, lieflijke dorpjes en fruitbomen in bloei… De tickets zijn niet goedkoop maar hun geld wel waard! 

Van de Sognefjord gaat het naar Statt en Judy licht de mogelijke routes een voor een duidelijk toe. Voor het eerst sinds onze aankomst in Noorwegen gaan we weer ‘buitenom’, de volle zee op.

Het naar buiten varen tussen de wirwar van rotsen valt best mee omdat het er zo diep is dat de meter niets meer aangeeft. 100 tot 300, soms wel 500 meter staat er op de kaart. En al lijken de lage rotsen of scheren soms zo dichtbij dat je denkt ze te kunnen aanraken, ook dan blijft het 80, 50 tot 20 meter diep. 20 meter, dat is ongeveer even diep als onze mast hoog is. Met een diepgang van 2 meter niets om je zorgen over te maken dus. En op geïsoleerde rotspartijen staan duidelijke bakens. En de branding zegt genoeg..

De scheren waar we langs varen zijn laag, grijsgroen en rotsachtig, soms staat er een schriel struikje of boompje op. Ver op de achtergrond zien we kolossale stompe oer-bergen, zwartblauw met witte vlekken van sneeuw. De dichtbijgelegen scheren schuiven snel voorbij terwijl het massieve decor met de bergen ogenschijnlijk op zijn plaats blijft. Zo verandert het landschap onophoudelijk, wat een beetje bevreemdend werkt. Je zou er het gevoel voor maat en afstand bij verliezen.

Eens op zee is er absoluut geen stress nodig voor de passage rond Statt. Er staat een zwakke zuidenwind en de zee is kalm.

Voorbij Statt varen we weer naar ‘binnen’ en via Sandshamn en het lieflijke Borgarøya vervolgen we onze weg richting Ålesund. In Judy’s boek zijn we inmiddels bij een nieuw hoofdstuk aangekomen. Van ‘Fjord Norway’ naar ‘The Way North’…