Waarom zeil je naar een eiland als Tresco?

Die Isles of Scilly, is dat een leuke vakantiebestemming? Is er een pretpark met een wildwaterbaan, een subtropisch zwemparadijs? Zijn er gastronomische restaurants? Shows, bezienswaardigheden, kunst? Kortom, valt er wat te beleven?

Wat mij betreft, ik had er meermaals per dag stof voor een blogpost… Al kan dat ook aan mij liggen. Mijn schipper toomt mij in. ‘Daar ga je de mensen toch niet mee vervelen, kan je het niet gewoon een beetje samenvatten?’ Ok dus. Samenvatten.

Een wildwaterbaan? Onze zeiltocht ‘buitenom’ van St. Mary’s naar Tresco misschien… ‘Binnendoor’ vonden wij er wegens ondieptes griezelig uitzien op de kaart. Maar als we tegen de westenwind opkruisen tussen St. Agnes en Samson schrikken we van de donkerblauwe oceaandeining. Nu wordt duidelijk dat men hier ontzag heeft voor windkracht vier, meer is er niet nodig om het oceaanwater in een hoge swell steil tussen de eilanden op te stuwen. Binnenvaren in het Bryher Channel is al even spectaculair, het water breekt bulderend op Shipman Head. Elke ‘splash’ verbleekt bij het binnenvaren tussen Hangman Island en Cromwell’s Castle. Dus ja, er is een wildwaterbaan. Een echte.

Een pretpark? Op een manier doet het eiland Tresco me denken aan Jurassic Park… De weelderige plantengroei op het zuidelijk deel van het eiland, palmbomen, vreemde varens… De golfkarretjes-achtige elektrische wagentjes die hier rondrijden, ik verwacht een mini-dinosaurusje achter elke struik.

Helemaal subtropisch wordt het in Abbey Gardens, een schitterende botanische tuin. Waar we, -verliezen we hier ons tijdsbesef?- zo laat aankomen dat we twee entreekaartjes krijgen voor de prijs van een. Rennen door Jurassic Park dus.

Een restaurant? Het heerlijke Ruin Beach Cafe ligt aan een azuurblauwe baai en al kunnen we er op de zomerse dag van mijn verjaardag niet terecht wegens volboekt, we scoren een tafeltje voor de volgende dag.

Of het er gastronomisch is komen we helaas niet te weten omdat in één nacht niet alleen het weer omslaat maar ook onze bijboot. Buitenboordmotor hangt er nog aan, weliswaar ondersteboven, het schroefje wijst hulpeloos naar de donkere lucht erboven. Zo hangen we een hele dag gegijzeld aan onze mooring, in dit weer is naar de kant roeien geen optie. Onze reservatie, mijn verjaardagsdineetje, bellen we af, het wordt gastronomie uit ons kombuis.

Gebeuren er wel meer spannende dingen?

In het slechte weer lijkt er iets aan de hand met een helblauw Frans jacht dat iets verderop voor anker ligt. Een man haast zich het voordek op, doet iets bij het anker, rept zich opnieuw naar achter. En dan zien we het. De boot ligt niet stil, het anker krabt. Hij is alleen aan boord en kan onmogelijk én zijn anker lichten én zijn boot besturen in dit weer…

Op een andere Franse boot springen drie mannen in hun bijboot en varen in de loeiharde wind naar de boot in nood. Ze klauteren er vliegensvlug aan boord, iemand neemt het roer, de anderen bekommeren zich samen met de schipper om het anker. Dat komt moeizaam omhoog, een dik pak wier eromheen. Met vereende krachten wordt het gelicht en de boot vertrekt, twee bijbootjes meeslepend. Ze varen tot bij een vrije afmeerboei en de drie heldhaftige zeilers, de kappen van hun zeiljassen diep over het hoofd getrokken, tuffen het hele eind terug naar hun eigen zeilboot. Knap staaltje zeemanschap. Zelf zijn ze niet zo onder de indruk van het snertweer, één van hen gaat in de gietende regen op het achterplecht staan vissen…

En dan is er nog -na het stormweer- de avondlijke training van een gig, een bijzondere roeiboot met een boeiende geschiedenis, de leuke fund raising van het plaatselijke schooltje -met de opbrengst van de verkoop van knutseltjes gemaakt van schelpen willen ze dingen voor de school kopen-, de oystercatcher met haar pluizige jongen, er zijn de zonsopgangen en zonsondergangen, de luchten al even veranderlijk als de barometer, de talloze kunstgalerijtjes…

Voor al die dingen zou je naar de Isles of Scilly kunnen gaan…

Feestelijk foutje…

21 juli 2017

New Grimsby Sound, tussen het eiland Tresco en Bryher

Bij het woord feestelijk denk ik niet spontaan aan ballonnen of taart. Eerder aan een kleurig bevlagde boot… To dress a ship heet dat in het Engels. Je schip aankleden, uitdossen, heel elegant. Het Nederlands heeft er dan weer een Frans woord voor, pavoiseren. Vandaag ben ik jarig en krijgt onze Pat Panick haar grand pavois, feestjurk voor een schip…

Jaren geleden bestelde ik zo’n seinvlaggenset als verjaardagscadeau voor Las. Het geheel kwam als een rode lap met zakjes er op gestikt, elk met een keurig gevouwen vlaggetje erin. 26 letters van het alfabet, 10 cijferwimpels, 3 vervangingswimpels. Nee, dat ging ik niet zomaar als geschenk verpakken, ik zou ze ophangen en mijn schipper er mee verrassen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik zie me nog zitten met het pak opgeplooide vlaggen en metershoog boven mijn hoofd de mast. Vlag per vlag peuterde ik de houtjes-touwtjes in elkaar tot een lang sliert. A, B, C, … Vooraan zou ik de spinnakerval gebruiken om het geheel omhoog te hijsen, achteraan de grootzeilval. Gemakkelijk was anders, hoe langer de slinger met vlaggen werd, hoe meer de wind er mee aan de haal ging. Fier als een gieter was ik toen het uiteindelijk lukte. Wat ik niet opgemerkt had, was onze overbuur Philippe die mij van op zijn boot geamuseerd gadesloeg. Weken later maakte hij me er fijntjes op attent dat het er allemaal wel feestelijk had uitgezien maar dat ik het niet echt volgens de regels van de kunst had gedaan. Hoezo, niet volgens de regels van de kunst? Blijkbaar mogen de seinvlaggen helemaal niet alfabetisch worden gehangen, maar wel volgens een afgesproken volgorde, waar hard over nagedacht is. Vlaggen wisselen af met wimpels, kleuren zijn zo gerangschikt dat ze voor een evenwichtig geheel zorgen en de letters waar ze voor staan mogen geen ongepaste of beledigende boodschap vormen.

Dit zou me geen twee keer overkomen. Al snel vond ik de code op het internet. A-B-2-U-J-1-K-E-3-G-H-6-I-V-5-F-L-4-D-M-7-P-O-3rd Sub-R-N-1stSub-S-T-zero-C-X-9-W-Q-8-Z-Y-2nd Sub, zó en niet anders. Ik knoopte onze vlaggen volgens het boekje, rolde de vlaggenslierten in elkaar en borg ze op tot het volgende feestmoment. Slim, dacht ik.

Maar perfectie is niet van deze wereld want als ik vandaag op mijn verjaardag de twee opgerolde slingers uit elkaar schud weet ik ineens niet meer wat voor en wat achter is, noch wat boven of onder moet. Ik google het nog maar eens maar kan tot mijn verbazing geen touw vastknopen aan wat ik aantref op het internet. Hoe ik mijn vlaggen ook houd, niets houdt steek. E-Q-3-G-8-Z-4-W-6-P-one-I-Code-T-Y-B-X-1st sub-H-3rd sub-D-F-2nd sub-U-A-O-M-R-2-J-zero-N-9-K-7-V-5-L-C-S, hoezo?

Iets dieper graven op het internet brengt raad. Er blijkt zowel een Amerikaanse als een Britse versie te bestaan! En helaas, onze vlaggen blijken volgens de Amerikaanse etiquette geknoopt… Het is intussen zo’n mooi weer geworden dat de etiquette ons kan gestolen worden, we hijsen Pat Panick snel in haar Amerikaans feestjurkje en gaan op stap. Van op de wal ziet het er prachtig uit.

_MG_7037

Prachtig ook wordt onze wandeling op het noordelijke stuk van het eiland Tresco…

 

BewarenBewaren

Sterrenstof en schattenjagers

49° 54.588′ N – 6° 18.934′ W

Dat is onze positie in Porthcressa Bay, St Mary’s. Het eerste stukje is de breedtegraad, het tweede de lengtegraad. In tijden van gps, plotter en navigatie op Ipads, staan we er niet meer bij stil. Maar ruim driehonderd jaar geleden was de positie van een schip bepalen een heel ander verhaal. Bij gebrek aan klokken die op een schip naar behoren konden functioneren was het niet mogelijk om de lengtegraad accuraat te berekenen. En zo kwam het dat vier schepen op 22 oktober 1707 vergingen op de rotsen van de Scilly’s. Meer dan 1500 zeelui kwamen om, The Scilly Naval Disaster werd een van de zwaarste rampen van de Britse Navy. Eén schip werd tot op de dag van vandaag niet teruggevonden. De HMS Romney

Porthcressa Bay 19 juli 2017

Als we van Newlyn komend, de Scilly’s aanlopen, staat er een stevig zuidoost. Voor de volgende dag is er noordwest op komst. Porthcressa ligt open naar oosten, maar is bij noordwest goed beschut. We twijfelen. We bellen. Negatief advies voor vannacht… Dat wordt doorvaren naar Hugh Town, dat net andersom georiënteerd ligt. Daar komt de havenmeester ons verontschuldigend tegemoet gevaren. “We are full, I am so very sorry!” We varen op ons kielzog terug naar Porthcressa.

Onbeschut of niet, we moeten ergens naar toe. Het wordt een woelige nacht.

Vijf jaar geleden waren we hier ook en hadden toen pech en dubbele pech. ’s Nachts was ons anker gaan krabben, en bij het her-ankeren brak de gaskabel.. Dat werd een Pan-Pan. De RNLI bevrijdde ons uit onze benarde situatie en een charmant stel dat de Porthcressa Moorings beheert, loste onze technische problemen feilloos op. Charlie, een Londense advocate, en Pete, een duiker, geboren en getogen op St-Mary’s. Ze werden verliefd, zij liet London voor wat het was en nu runnen ze een boot die duikklussen uitvoert, beheren de moorings in Porthcressa en verzorgen taxidiensten. Met hun twee kinderen wonen ze in een blauwgeverfd huisje bij het strand. Storm Cottage…

En kijk! ‘s Anderendaags hangt Charlie -stevige zeiljas, korte broek en laarzen- met haar bijboot aan onze reling. Brede glimlach. “Five years already?” Ze kan het niet geloven. Ze geeft ons leuke tips, een weerbericht en we maken een afspraak om later op de dag een biertje te gaan drinken in de Bishop & Wolf, een pub vlakbij.

De zon breekt door, alles krijgt een witte schittering, wat is het licht hier bijzonder.

We zeulen de fietsjes in de bijboot en over het strand. In een namiddag fietsen we op het gemak het hele eiland rond.

Maar na de middag dooft een melkachtige mist het heldere licht. Of toch niet helemaal. Aan boord merk ik dat de restjes zand die uit onze sandalen en van onze fietsjes vallen, glinsteren en fonkelen. Spierwit weerkaatsen ze het minste lichtstraaltje. Ik veeg het zand op maar minuscule glittertjes blijven pinkelen. Sterrenstof, denk ik glimlachend.

’s Avonds gaan we het biertje drinken met Charlie. Pete, haar man, is er niet. Het is zijn vrije dag, verontschuldigt ze hem. Dan trekt hij er graag op uit met zijn boot. Niet zomaar. Ze gaat iets stiller praten nu. Nee, hij is… op zoek. Met een metaaldetector.. Ze kijkt om zich heen en fluistert. Naar het wrak van de HMS Romney. En ja, zeker, hij is pretty sure waar hij haar kan vinden… Ze haalt haar schouders op en rolt met haar ogen.

Sterrenstof en schattenjagers, de Isles of Scilly hebben iets van een sprookje

(uit de cd ‘Ships Ahoy! – Songs of Wind, Water and Tide’ – Quadriga Consort/Nikolaus Newerkla)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Eén dag oostenwind, het is nu of niet!

‘Red sky at night, sailor’s delight. Red sky in morning, sailor’s warning.’ Door mijn jongste zus ooit losjes vertaald als ‘Rood in de nacht is een zeiler die lacht. Rood in de morgen is een zeiler met zorgen.’

Maandag 17 juli 2017

Hier in Newlyn laat de ondergaande zon een vlammende hemel achter. Newlyn. Half zeilend half tuffend zijn we vandaag de 35 mijl van Falmouth rond Lizard Point naar hier gevaren. In alles wat we aan boekjes en gidsen aan boord hebben lees ik dat zeilers in deze haven niet erg welkom zijn. Hier zwaaien vissers de plak. Maar behalve een nogal norse havenmeester valt het best mee.

En dan het weerbericht. Voor het eerst deze vakantie is er oostenwind voorspeld. Voor morgen. Alleen voor morgen. Het wordt dus kiezen. Blijven we hier en nemen we tijd om Newlyn, Penzance, St-Michael’s Mount te gaan bezoeken of glippen we dat weervenster door naar de Scilly eilanden? Het nu-of-niet-gevoel haalt het, we besluiten om morgenvroeg de oversteek te maken, wind in de poep.

Maar omdat het zonde is om te vertrekken zonder maar iets gezien te hebben van dit vissersdorp maken we aan het eind van de dag nog een flinke wandeling.

In een paar straten zijn we het dorp uitgelopen, een lange dijk strekt zich uitnodigend uit langs de baai. We stappen en blijven stappen.

De avondlucht is zoet, het zachte strijklicht van een ondefinieerbaar blauw. In de 19de eeuw was dit een kunstenaarsnest, bekend geworden als The Newlyn School. Schilders kwamen dit fijne inspirerende licht opzoeken. Als ik uitkijk over de baai begrijp ik waarom.

Langs het strand ligt een zwembad met zeewater, The Jubilee Pool. Gebouwd in de jaren dertig van vorige eeuw, helemaal gerenoveerd in de jaren negentig en bijna verwoest op Valentijnsdag 2014 toen een zware storm de kust aan flarden reet. Twee jaar duurde het om het art deco zwembad in zijn volle glorie te herstellen. Nu ligt het er vredig bij in het stille licht, een pareltje!

Dinsdag 18 juli 2017

Afkruisend voor de wind stuiven we over een donkerblauw deinende zee naar the Isles of Scilly.

Nog dit. Noem de eilandengroep liever niet the Scilly Islands. Dat vinden ze daar op die afgelegen plek niet fijn. Silly, zo veel als ‘dwaas’, weet je wel… Ze zijn al buitenbeentjes genoeg, die eilandbewoners…

Laat ons zeggen dat ik iets met Falmouth heb…

Vrijdag 14 juli 2017

Salcombe – Falmouth

72 mijl, net niet bezeild…

36 jaar geleden, in 1981 dus, zeilden mijn vader, zeilvriend Herman, mijn zus Sandra en ik van Terneuzen naar Falmouth. Eén tussenstop, Newhaven. De boot, een Spirit 28, onze Klabetter. Geen VHF, geen GPS, geen AIS. Dat bijna verste puntje van Engeland, het leek wel het einde van de wereld. Helden voelden we ons. Ik herinner me nog hoe wankel we op onze benen stonden na vele mijlen stevig zeilen, scherp aan de wind. Dat landziekte echt bestond, leerde ik toen.

En in Falmouth, in een curieus antiekwinkeltje, kocht mijn vader een kristallen karaf. Een cadeau voor mijn moeder die ons enkele weken later in het zuiden van Spanje zou opwachten. Toen we uitlegden dat dit fragiele geschenk nog de Golf van Biskaje over moest én Gibraltar voorbij, op een kleine zeilboot, knikte de man van de winkel vol begrip en pakte de karaf zonder verpinken en met de grootste zorg in. Hier kijken ze niet op van een zeiltocht meer of minder. Hier in Falmouth worden ze geboren met een boot in hun buik. Iedereen vaart, jong en oud. Met grote boten en kleintjes, nieuwe of hele oude. Ze zeilen, roeien, varen op motor. Het water hun speeltuin.

Vandaag, bij aankomst, besef ik meteen hoe niet objectief mijn beeld van Falmouth is. De grote kade met kranen was ik helemaal vergeten, die paste wellicht niet in mijn geromantiseerde herinnering. Voor mij was Falmouth een grote baai, met honderden boten dobberend aan boeien, waar Cornish Crabbers verrassend snel tussendoor zeilen. Met donkergroene dik beboste hellingen aan weerszijden van de schier eindeloze rivier. Met statige huizen die uitkijken over dit bevallig vaarwater. Alles klopt, maar er is wél nog de kade met kranen…

Zaterdag 15 juli 2017

Na een nacht aan een boei, verkassen we naar de Mylor Yacht Harbour, een gezellige marina ‘net om de hoek’ in Carrick Roads, de monding van de River Fal. We fietsen voor wat boodschappen naar het dichtstbijzijnde dorpje, Mylor Bridge. Een winkel, een beenhouwer en een pub, The Lemon Arms. Hartige pubfood, vasttapijt waarvan de kleuren wedijveren met die van de bloemen op tafel, de bloemen in de bloembakken, de bloemen overal. Muziek van Lionel Richie… Zou die niet bijna dateren van toen we met onze Klabetter naar Falmouth zeilden?

Zondag 16 juli 2017

Laat ons nog een dagje blijven. De wolken hangen zwaar over Cornwall maar dat vinden we niet erg en we trekken met de fietsjes naar Falmouth. Onze tocht gaat tussen bomen, langs modderige kreken, rommelige scheepswerfjes. Onderweg stoppen we voor een aperitiefje bij de Royal Cornwall Yacht Club, ’s middags lunchen we in Falmouth en terugkeren doen we via een dorp dat ooit Nankersey heette. Tot Nederlandse ingenieurs hier in de 17de eeuw kwamen werken en het gewoon Vlissingen noemden, zoals thuis. Nu dus Flushing…

Vlakbij de marina ligt de mooie St Mylor Church, midden in het groen, scheefgezakte grafzerken uit lang vervlogen tijden kris kras er om heen.

Een forse gedenksteen met de naam HMS Ganges en een afbeelding van een olifant wekken mijn nieuwsgierigheid. Een verbleekt plakkaat verduidelijkt dat de HMS Ganges van 1866 tot 1899 in Falmouth lag, meer bepaald op de plaats waar nu de Mylor Yacht Harbour ligt. De driemaster, in 1821 gebouwd in Bombay (de olifant!), was een opleidingsschip voor jongens tussen 15 en 17. Later verhuisde het schoolschip naar Shotley, waar niet meer opgeleid werd aan boord maar in een echt schoolgebouw. 110 jaar -de opleiding bleef bestaan tot 1976- en 150.000 rekruten hebben van Ganges een begrip gemaakt in de UK. Maar aan het eind van de 19de eeuw was het leven aan boord ongemeen hard. En helaas werd het een aantal onder hen fataal. Ziektes als mazelen, roodvonk en griep maar ook ongelukken eisten 53 levens in de 33 jaar dat de HMS Ganges in Mylor lag. Voor die jongens staat dit gedenkteken hier. En is er nog niet zo heel lang geleden een krans neergelegd… Ik vraag me af door wie. In de steen staan hun namen gebeiteld. En hun leeftijden. Op de maand nauwkeurig uitgespeld.15 jaar en 8 maand, 16 jaar en 6 maand, 17 jaar en 9 maand…

Onwillekeurig denk ik terug aan de zeiltocht uit mijn jeugd naar Falmouth, ik was toen 17 jaar en 11 maand…

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Salcombe, mooi mooi mooi!

Donderdag 13 juli 2017

Ik heb dorst. Nee, opnieuw. Ik ben scheel van de dorst. Na een flinke wandeling op deze warme zomerse dag snak ik naar een fris sprankelend biertje. Ik zit op het terras van een pub, Las is binnen in de bar gaan bestellen. “Doe maar iets lokaals,” heb ik hem nog meegegeven. Na een tijdje zie ik hem waggelend en nogal ongemakkelijk naderen met in elke hand een pint. Als je nu denkt dat ik een pintje (voor de nederlandse lezers: een pintje is een biertje…) bedoel, heb je het mis. Het zijn pints, 20 imperial fluid ounces, oftewel 568ml. De gigantische glazen zijn zo vol dat de inhoud bij elke stap een beetje over de rand (en over zijn handen) klotst. Geen schuimkraag te bekennen. En ook geen bubbels, geen prik, niets. Ik neem een glas van hem aan. Lauw. Maar mijn dorst is groter dan mijn afkeer en ik drink met grote teugen. Owla, mijn dorst is onmiddellijk over, maar mijn afkeer niet. Dit bier smaakt vréselijk. Slap, plat, lauw en bitter. We doen een tweede poging, maar geen van ons beiden vindt het drinkbaar. We laten de meer dan halfvolle glazen voor wat ze zijn en sluipen weg…

Om de hoek is een ijsjeskraam, award winning Salcombe Dairy Ice Cream. We bestellen elk een hoorntje met twee smaken. En ja hoor, het ijs is overheerlijk! We likken de vieze smaak van het bier snel weg.

Nog een eindje verder kopen we in een mooi drankenwinkeltje een Salcombe gin. Wanneer we die later op de boot proeven, zijn we het er over eens, ze kennen hier meer van ijs en gin dan van bier…

En verder, Salcombe? Tja, het was weer niet de bedoeling om dit op onze heenreis al aan te lopen. We waren ’s ochtends om vijf uur uit Torquay vertrokken om in één keer de 75 mijl naar Falmouth te varen. Maar net om de hoek van Start Point, geeft de wind er de brui aan… en wij ook.

En zo komt het dat we nog voor de middag de rivier opvaren. Alhoewel, rivier mag ik niet zeggen. Het is een getijdewater dat zich in allerlei kreken en zijarmen vertakt, prachtig. Toont het weer zich eerst nog zwoel en een tikje onweerachtig, na een tijdje lossen de wolken op en de zon barst uit haar voegen.

Maar wat er niet te vinden is, is een vrije mooring. Druk druk druk. Uiteindelijk vinden we een plekje aan een drijvend ponton. Met de watertaxi gaat het tussen tientallen boten door naar het gezellige stadje.

Alles is hier mooi, het stadje met zijn smaakvolle winkels en fijne galerietjes, de uitbundige natuur, de baaitjes met stranden, honderden boten en bootjes op het glinsterende water. Pijnbomen, een overdaad aan bloemen, elegante huizen. Denk mediterraans maar dan in Engeland… We maken een flinke wandeling en komen ogen te kort.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

De kracht van een minuutsoepje, Torquay

Dinsdag 11 juli 2017

Dit wil ik nog wel gezegd hebben. Regen op een boot is niét leuk. Of, wacht. Varen terwijl het regent, dat kan nog nét. Maar daarna. Ergens toekomen en daar zitten met dat drijfnatte zeilgoed in de beperkte ruimte van een kajuit, ramen die beslaan, dat is niét leuk.

Even terug naar de voorbije dag. Het begon ’s ochtends zacht te regenen. Het soort fijne grijze motregen waarvan je denkt dat je niet nat gaat worden. Maar je vergist je, alles wordt nat, langzaam maar zeker. Later op de dag gaat het harder regenen. Het waait ook stevig, recht in de neus, waarom niet. We varen Lyme Bay over, traag opkruisend. Een tiental mijl aan stuurboord moet de beroemde Jurassic Coast liggen. Afgelopen winter bekeek ik twee seizoenen van het spannende Broadchurch, een Britse politieserie. De opnames vonden plaats West Bay, Bridport Harbour. Ik speur met de verrekijker de horizon af. Veel zie ik niet van de kliffenkust, alles is uniform grijs. En ik die gedacht had dat ik me hier ín de tv serie ging voelen… Een koude regendruppel loopt via de kraag van mijn jas langs mijn nek naar beneden. Moet dit nu echt? “Een minuutsoepje?”, probeert mijn schipper. Briljant! Zo’n minuutsoepje, dat beetje hartige warmte, doet wonderen. Torquay lijkt ineens minder ver.

En dan liggen we aan het ponton, afgedroogd, warme, schone kleren aan. De Webasto snort. Nat zeilgoed hangt in de doucheruimte waar ook een blazer van de verwarming zit. Er wordt niet gekookt vandaag, we doen ons tegoed aan twee krabben die we in Yarmouth kochten van een visser, 2,00£ elk…

Woensdag 12 juli 2017

Gedaan met regenen! Alle nog klamme kledij gaat buiten, niets beter dan wind en (voorlopig nog aarzelende) zon.

We halen de fietsjes boven en gaan op pad. Torquay, dat is de Engelse Rivièra, de stad van Fawlty Towers en ook de stad waar Agatha Christie geboren is. Maar wij zijn zo blij met de zon dat we zomaar, zonder echt plan, op pad gaan. Laat maar komen die warme golfstroom en palmbomen!

Iemand wijst ons de weg naar het South West Coast Path, een 630 mijl lang pad dat van Somerset over Devon tot Cornwall loopt. De man verzekert ons dat het stukje tussen Torquay en Babbacombe Beach erg mooi is en best te doen met de fiets. Het wordt snel duidelijk dat hij dit zelf nog nooit uitprobeerde… Soms is het zo steil dat het stappen wordt met de fiets aan de hand, soms is het meer een voetpad met steile trapjes, waardoor we terug naar de gewone weg moeten. Maar het wordt een mooie tocht en uiteindelijk komen we bij het idyllische Ansteys Cove, waar we een lekkere cappuccino drinken.

Nog een mooie fietstocht terug, even wat boodschappen doen en lekker koken, kip met paprika’s… Dat ik gisteren niets gezien heb van het stukje kust waar Broadchurch werd opgenomen, al waren we so close, vind ik al lang niet meer erg. Er is nog altijd de betoverende muziek die de IJslandse componist Ólafur Arnalds maakte voor de reeks…

(tussen haakjes: alles van Ólafur Arnalds is het beluisteren waard!)

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

The Needles, twee keer

Zondag 9 juli 2017

Na onze mooie nachttocht varen we ‘s ochtends de Solent door tot Yarmouth. Ik roep op voor een ligplaats. Een vriendelijke jongen van de haven vaart ons tegemoet en gidst ons naar een vrije plek aan het ponton, wat charmant!

Na een tukje en wat opruimen besluiten we te gaan fietsen, en waarom niet, tot aan het punt waar je uitzicht hebt op de beroemde Needles. Het zomert en zwetend trappen we traag hellingen op, dalen uitblazend en met een flinke vaart hellingen af.

Voor wie deze illustere rotsen niet zelf voorbij vaart op zee, is er dus de kaap met het uitzicht, helaas uitgebaat als een soort pretpark. Ijsstalletjes, winkeltjes met prullen, een kermismolen. Op Alum Bay, het strand beneden -je kan er met een stoeltjeslift naar toe- is zand te vinden in vijftig tinten zandkleur. Er is een winkeltje waar je zelf je flacon kan vullen met laagjes, als souvenir. Dan weet je genoeg… Maar het uitzicht van op de kaap is prachtig, er ligt een indrukwekkend motorjacht voor anker, de zon straalt, dit lijkt de Middellandse Zee wel. We fietsen terug langs de rivier Yar.

Maandag 10 juli 2017

Gisteren was ons opgevallen dat de top van de mast heel licht afboog naar stuurboord, en dat de eerste zaling aan bakboord iets omhoog stond. Bij het inrollen van het grootzeil hadden we ook wat weerstand gevoeld, dit is niet pluis. We besluiten er naar te laten kijken. Het bedrijf in Yarmouth is te druk, maar in Lymington wil Ocean Rigging er wel naar kijken. En zo varen we naar de overkant. De mensen van Ocean Rigging fixen het euvel, controleren de verstaging en regelen bij waar moet. We besluiten niet nog een dag in Lymington te blijven maar door te varen. Het weer is indrukwekkend, een stevige wind, wolken, blauwe lucht. Het water is helgroen turkoois. Het opkruisen -de Solent uit- gaat goed, 7, 8 knopen, we schieten vooruit, euforisch over de omgeving!

En dan, ineens, verwarring. Een west kardinaalboei. “Die moeten we ten westen voorbij, dat is aan bakboord laten”, roep ik. “Nee, nee, dat kan niet”, reageert Las. “Daar ligt een zandbank, daar moeten we wegblijven, de boei aan stuurboord!” “Nee”, gil ik nu, “dat klopt niet!” “Maar kijk dan, het water breekt dáár”, wijst Las, “wegwezen!” We gaan overstag, net bij de boei, de stroming sleurt ons er naar toe, het is nipt allemaal. We roepen om het hardst wie nu gelijk heeft, maar laten het dan met rust. Hier eerst uit zeilen en het dan nog eens bekijken. En wat blijkt? We hebben allebei een stukje gelijk. De boei moesten we wel degelijk ten westen voorbij, daarin had ik gelijk. Maar die zandbanken, The Shingles, moesten we ook absoluut mijden. En de afstand tussen het uiterste puntje er van en de west kardinaalboei is op dat punt amper 0,2 mijl. De kardinaalboei ligt ruim van het gevaar dat ze aanduidt, ze aan de ‘foute’ kant voorbijgaan, daar viel dus wel wat voor te zeggen. Dat was Las zijn gelijk. Als we onze track op plotter én Ipad er op nakijken, blijkt bovendien dat de boei in realiteit niet op precies dezelfde plek ligt als op onze kaart…

Twee keer de Needles, dat vergeten we niet snel!

Alle kleuren van de windroos

We hadden een plan. Maar de wind wil niet mee.

Het plan: we varen in één keer naar het verste punt van de reis en hoppen dan terug, havens zat. Wij vinden dat een slimme keuze. Alleen, dat verste punt, daar zijn we nog niet uit. Net voor aperitieftijd is het Falmouth, Cornwall. Na de eerste gin-tonic kunnen de Isles of Scilly ook, natuurlijk. En na een tweede gin-tonic zou het ook wel eens Cork op de zuidkust van Ierland kunnen zijn. Maar hoe we ook plannen, we zijn er aan voor de moeite. Ofwel is er geen wind, ofwel komt ze uit de verkeerde richting. Als het weerbericht er dan min of meer positief uit ziet, klopt het niet. Bij elke tussenstop die we aanlopen moet een nieuw plan gesmeed worden. Weerberichtje, mijlen afpassen, plan bijstellen. We zijn inmiddels een week weg, we zijn in het Falmouth van vóór de apero en hebben er zes tochten op zitten. Willen jullie weten hoe nu eigenlijk die planning verloopt?

Nieuwpoort – Duinkerke

Na een paar uur hard tegen wind en stroom opboksen op motor:

Zij: “Zoetjeuuú…” (lichte dwang) “…dit is toch geen werk…”

Hij: “Ja, ik weet het. (Zucht) Maar, Duínkerkeuuú?” (lichte afkeer)

Zij: “Goh, ja, waarom niet? Kunnen we lekker fietsen, vis halen en in vakantiestemming komen. We hebben drié weken, het komt nu toch niet op een dág…”

Hij: “Ok dan…” (duidelijk verveelde zucht)

Duinkerke – Yarmouth

Na een bijzonder mooie nacht op zee, helaas bijna alles op motor:

Hij: “Zouden we anders Wight niet aanlopen, zo de hele tijd op motor varen is toch maar niks?”

Zij: “Prima. We zijn nog nooit in Yarmouth geweest en iedereen zegt dat het daar leuk is.”

Hij: “Ok, we gaan naar Yarmouth!”

Yarmouth – Lymington

Er zit iets niet goed met de verstaging en de zaling aan bakboord. Enkel Ocean Rigging in Lymington heeft tijd om er naar te kijken. Geen discussie: we varen naar Lymington.

Lymington – Torquay

Probleem vlot hersteld in Lymington. En nu? Blijven we hier een nacht of gaan we door? Als blijkt dat we nog twee uur hebben om met het tij de Solent uit te varen, wachten we niet en zetten door.

Naar Falmouth dan toch? Na een nacht sukkelen tegen wind en tij, zakt de moraal even snel als de barometer. Maar de schipper is optimistisch en krijgt alvast de prijs van de beste quote van de reis:

“Al varen we maar 30 mijl in 10 uur, dan is dat toch altijd meer dan dat we bleven liggen.”

Als de beroemde Jurassic Coast in grijze mist verdwijnt en het dan nog begint te regenen ook, worden de 90 mijl naar Falmouth opnieuw in vraag gesteld. De dichtste haven blijkt nu Torquay te zijn.

Zij: “Torquay, dat is de Engelse Rivièra, zegt mijn Dominicus reisgids.” (met nadruk op Rivièra)

Hij: (de regen drupt uit zijn oren, neus en onderbroek) “Goh, ja, geen slecht idee, die Rivièra van jou.”

Torquay – Salcombe

Om 5:00 dapper vertrokken voor Falmouth. Nog maar eens: te weinig wind om 13 ton vooruit te krijgen. Nog voor de middag lopen we Salcombe aan.

Salcombe – Falmouth

Nu gaat het gebeuren. De wind zit wel nog wat tegen maar niet helemaal. We kunnen een lange slag zeilen, dan even overstag, een kort rak om hoogte te winnen en dan weer een lange slag. Dat gaat toch een beetje vooruit. De zon breekt door, de wolken lossen op.

Zij: “Het eerste echt fijne zeilweer van de vakantie, toch?”

Hij: “Ja, echt wel, zo valt het reuze mee.”

Zij: “En als we nu eens doorzeilden, naar de Scilly eilanden? Ik check even hoeveel mijl dat is…”

Zij: “60 mijl. Tegen de vroege ochtend kunnen we er zijn. Ik zie het helemaal zitten.”

Hij: “Ik ook. Het wordt een mooie nacht.”

Een half uur later zakt de wind weg, gedaan met lekker zeilen.

Hij: “Wat is dat hier nu in godsnaam weer! (Vloek) (Vloek) (Nog een vloek) Ik loop nog amper 2 knopen! Zó gaat het niet. En een hele nacht op motor, daar heb ik geen zin in.”

Zij: “Laat ons dan toch maar Falmouth doen.”

Hij: “Dat is wél terugkeren, hee.” (Duidelijk geërgerd)

Zij: “Een klein beetje maar. Zó erg is dat nu ook niet. (Troostend) Beter dan 12 uur op motor te moeten gaan varen om persé naar die Scilly eilanden te geraken…”

Hij: “Ok dan maar.” (Niet overtuigd)

En nu liggen we in Falmouth. Le vent nous portera…

’s Nachts op zee

Zaterdag 8 juli 2017 – zondag 9 juli 2017

Duinkerke – Yarmouth

Er zijn zo van die nachten..

Deze morgen om 5:00 vertrokken we uit Duinkerke en we waren niet alleen. Iedereen die west wou was van de partij, aan Cap Gris Nez moet je –zeker bij nakend springtij zoals nu- de stroming mee hebben. De lome kudde motort traag, tot de wind uit het NW aanwakkert en we sportief aan de wind kunnen zeilen. Voorbij de kaap valt de wind weer weg, de kudde buigt synchroon af richting Boulogne. Wij gaan door.

Na een zonnige dag kwakkelen, zeil, motor, zeil, motor naderen we Beachy Head. In het westen zakt de zon traag achter de klif, in het oosten gaat de volle maan op in een zweem van babyroze en babyblauw.

Tussen Beachy Head en Selsey Bill varen we de kraakheldere nacht in. Las neemt de eerste wacht tot een uur of twee, nu is het mijn beurt. Ik heb geslapen als een roos. De nacht is mooi en vriendelijk. Er is geen wind, we varen op motor. Ik lees een beetje, kijk om me heen, controleer onze track op de Ipad, maak mezelf een beker thee. Dit is leuk.

Aan bakboord wedijvert een feestelijk verlicht cruiseschip met de volle maan die zowel aan de hemel als in het water schittert.

Om iets over vier wordt het over stuurboord al licht, nog drie kwartier voor de zon opgaat, net boven de horizon kleurt de hemel oranje. Magisch.

Purper, roze, diepblauw, oranje. Tegen beter weten in maak ik wel honderd foto’s. Ik weet maar al te goed dat die –weinig licht en veel wiebeling- hooguit een onscherpe, teleurstellende weergave zullen zijn van wat ik nu zie.

Inmiddels is het helemaal licht, er is nog steeds geen lover wind. Voor ons ligt het eiland Wight. Tegen de middag kunnen we in Yarmouth zijn, laat ons dat maar doen.

Maandag 10 juli 2017 – dinsdag 11 juli 2017

Isle of Wight – Torquay

Het witte eiland Wight ligt al enkele uren achter ons. Met het laatste van de uitgaande stroom zijn we via het Needles Channel de Solent ontstuimig uit gevlogen en hopen dat het nu gaat lukken om in één keer door te varen naar Falmouth. Poging twee dus.

Maar de wind zit nog maar eens tegen en de zee is ruw en onwillig. Dit wordt een lastige nacht, uitgerust blijven is de boodschap, ik kruip alvast in bed. Onze bakboord kajuit achter is de beste plek om op zee te slapen, maar ik –die gewoonlijk om het even waar en wanneer de nodige slaap kan halen- vind dit keer mijn draai niet. De boot kruist op, soms rol ik tegen de schuine buitenwand, soms tegen de rechte wand er tegenover. Aan beide kanten heb ik een opgerold donsdeken gepropt, als stootkussen. Las zet de motor bij, het opkruisen lukt niet, hoor ik. Ik voel ons ter plaatse steigeren. Ik schuif van bakboord naar stuurboord en terug, zit ik in een wasmachine? Slaap soms even maar schrik dan ongerust wakker. Is Las er nog? Door het kleine raampje zie ik twee benen in de kuip staan, er naast bengelt de lifeline –‘s nachts lijnen we ons altijd aan. Oef, terug proberen slapen. Maar de geluiden houden me wakker. Nu eens heb ik het te warm, dan te koud, warrige gedachten tollen als gek door mijn hoofd. Als Las me wekt voor mijn wacht, ben ik geradbraakt en heb het gevoel geen oog toegedaan te hebben. Buiten is het nu ook beginnen regenen, gemene, stille, grijze motregen, geen zonsopgang te bespeuren. De barometer zakt steeds dieper.

Nee, niet alle nachten op zee zijn idyllisch. En nee, geen foto’s vandaag.

BewarenBewaren

BewarenBewaren