Superlatieven op Skye

4 – 10 juni 2024

De beste pan

Het verhaal van de pan begint in februari 2022. Aan boord van DanceMe, we varen mee als opstappers voor de oversteek van de Kaapverdische eilanden naar Suriname, ontdek ik de praktische boaties fry panEen rechthoekig antikleefpannetje met handig deksel. Wanneer twee maand later ons eigen vertrek voor onbepaalde duur nadert, bestel ik in vlagen van stress halsoverkop nog allerlei spullen. Dingen die me ineens te binnen schieten en waarvan ik weet dat ik ze nog nét op tijd kan krijgen. Zo ook de boaties fry pan… Ik vind enkel de versie zonder deksel, maar ga toch overstag en bestel. We zeilen de hele zomer van 2022 langs de westkust van Noorwegen en geregeld bak ik in mijn fijne pan een broodje. Bij gebrek aan deksel behelp ik me met een velletje aluminiumfolie.

De daaropvolgende winter thuis speur ik het internet af op zoek naar een deksel. Helaas kom ik telkens uit bij webwinkels in de UK bij wie sedert Brexit de verzendkosten duurder uitvallen dan het deksel… Ik geef het op en bak ook in zomer 2023 brood in de pan zonder deksel… Begin september, aan het eind van een prachtig zeilseizoen, liggen we in Inverness, Schotland waar we verder door het Caledonian Canal zullen varen met Troon als eindbestemming en overwinteringsplek. Genietend van een zwoele Indian Summer verkennen we Inverness en omgeving per fiets en als we onderweg toevallig een ship chandler treffen lopen we er even binnen. En wat blinkt daar in de koopjeshoek? Verhip, een deksel voor de boaties fry pan! Aan halve prijs nog wel. Ik moet twee keer kijken om het te geloven…

De lekkerste bakker

Juni 2024. We liggen aan een mooring in Mallaig. Een vissersdorp dat leeft op het ritme van het antieke stoomtreintje dat er dagelijks ladingen toeristen aanvoert. Maar iemand tipt me dat hier wel de lekkerste bakker van Schotland zit… Nu heeft Schotland veel troeven, maar lekker brood is daar geen van. In de supermarkten tref je vooral sponzige broden in muffe, plastic zakken. Helaas blijkt dé bakker gesloten als we er aankomen. Morgen misschien.

Een dag later gaan we op uitstap. We nemen de trein naar Glenfinnan waar een imposante viaduct te zien is. Twee maal per dag passeert daar het antieke stoomtreintje oftewel Harry Potter trein over, tot groot jolijt van flink wat toeristen. Ze hebben zich in groepjes gepositioneerd op twee uitkijkpunten, het lijkt wel publiek voor een festivalconcert…

Als we na die leuke dag thuiskomen, is The Bake House jammer genoeg alweer dicht. En nog een dag later blijkt hun jaarlijks verlof ingegaan…

De mooiste ankerplaats

We hebben de lekkerste bakker van Schotland gemist. Laat ons nu proberen om de mooiste ankerplaats, ons getipt door bevriende zeilers, niet te laten schieten… De weerberichten maken het ons niet gemakkelijk. Voor we in Mallaig aankwamen hadden we bij het eiland Muck bij dik 35 knopen wind al een ongezellige nacht achter ons anker beleefd en dat hoeft voor mij niet meer.

Maar daar verschijnt dan toch ineens een klein weergaatje en kunnen we koers zetten naar Loch Scavaig… We worden stil bij de aanloop van deze ongerepte baai, dit is werkelijk Schotland op zijn mooist. Dat blijkt helemaal als we later een rondje gaan kajakken en ook nog een wandeling maken naar Loch Coruisk, het mysterieuze meer in de buurt.

Als troost wegens het missen van de lekkerste bakker besluit ik dan maar zelf te gaan bakken. En om het scoren van de mooiste ankerplaats te vieren, probeer ik een feestelijke versie van het gewone broodje uit… Wij noemen het een koekenbrood. Kramiek of rozijnenbrood kunnen ook. En in mijn beste pan, uiteraard!

300g witte bloem – 200ml melk – 1 ei – 60g boter – anderhalve eetlepel suiker – 1 koffielepel gedroogde gist – een handvol rozijnen

Van alle ingrediënten een homogeen deeg roeren dat qua dikte het midden houdt tussen brooddeeg en cakedeeg. In een beboterde pan smeren en acht uur of een nachtje afgedekt laten rijzen. 20 à 25 minuten bakken met deksel op een heel zacht vuurtje* tot de bovenkant van het deeg er droog uitziet. Met een spatel of met behulp van een plank het broodje omdraaien en nog 15 à 20 minuten bakken, nu zonder deksel.

*elk fornuis is anders, maar het is wel opletten met dit deeg dat snel dreigt aan te bakken!

Verwaaid in Rørvik

In Rørvik, vanwaar de mooie Helgeland kust begint, hoef je niet echt te zijn. Tenzij er storm op til is… Het weer voorspellen in Noorwegen is een uitdaging. Weersystemen komen van ver over zee en ondergaan soms tal van gedaanteverwisselingen tegen dat ze aan land gaan. Eenmaal daar kan het onregelmatige reliëf lokaal voor allerlei verrassingen zorgen. En in fjorden kunnen fallvinder of valwinden onverwachts uithalen. Lees je op de schaal van beaufort pas bij windkracht 9 het woord ‘storm’, het Meteorologisk institutt geeft al stormwaarschuwing vanaf windkracht 7. Dat is vandaag te lezen op hun app YR en dat nemen we ernstig. It is not recommended to be at sea in a small boat, staat er.

En zo beslissen we om tóch maar Rørvik aan te lopen… Trondheim ligt inmiddels al twee mooie afmeerplekken achter ons…

Beian. Volgens onze vaargids een vissershaven maar meer dan een paar verlaten huizen zien we niet. Het is er bladstil. En dan vaart een kleine motorboot met drie mannen de havenkom in. Even later nog een. En nog een. Ze hebben hengels, manden en bakken mee. Later zien we hoe de mannen bij een houten kade hun vangst lossen en de vis schoonmaken, hun stemmen dragen ver over het water. Ze blijven tot laat in de nacht bezig. De volgende morgen zien we hoe we een nachtje traag rond ons anker gecirkeld hebben, in een perfecte rondedans.

Ansteinsund. Bij aankomst zijn er enkel rotsen te zien. Stompe, grijze, gladde rotsen. Hoge, lage, verre, dichte. Voortdurend verschuiven die door wind en water gepolijste steenmassa’s wanneer we ze voorbijvaren. Het lijken oer-keien, desolaat en onherbergzaam, zonder bomen of struiken. De dieptemeter geeft 70 meter aan, dan 50 en ten slotte 20, 10. We volgen nauwgezet de uitgezette koers in een geul naar binnen. Houden voldoende afstand van een staak die een venijnig geïsoleerd rotsje aanduidt. En varen langzaam de afmeerplek open. Een handvol huisjes op poten van steenblokken, en een gjestebrygge, of gastenponton.

Overnachtingsgeld 50 NOK of 5,00€. Mét elektriciteit 8,00€… Er hangt nevel rond de huizen en boven de rotsen, er is geen levende ziel te bekennen. Een meeuw klaagt. We gaan even de kant op voor een kleine wandeling. Wat een volhouders zijn het, de bloemen en planten die hier standhouden. Mos in alle tinten van grijs en groen kleeft aan de rotsen. Hier en daar een fijn klein bloempje. Tussen alle grijzen een paar verrassende vleugjes roze, voorzichtige frivoliteit in deze beetje barre omgeving.

Ansteinsund voelt als een vijfsterren-verblijf. We slapen er prinsheerlijk en ontbijten met vers, in de pan gebakken brood. De omgeving kan ik je niet geven, het recept van het brood wel. Ik kreeg het van sy DanceMe, die het op haar beurt van sy Puff kreeg…

300g bloem – 200g water – 1 koffielepel droge gist – 1 koffielepel zout – 1 koffielepel suiker

Bloem en gist mengen, met het water tot een stevig deegje roeren. Suiker en zout toevoegen en nog eens goed mengen. Een antikleefpan met olie invetten en het deegje erin doen. Een nacht laten rijzen onder deksel of plastic folie. Bakken op een heel laag vuur met deksel gedurende 15 à 20’. Omdraaien en nog eens 5 à 8’ bakken zonder deksel. Na afkoelen (als je zo lang kan wachten…) in dikke plakken snijden en genieten!

Je kan lekker variëren op dit basisrecept. Zo voegde ik al eens noten, rozijnen en gedroogde abrikozen toe. Of zwarte olijven, zongedroogde tomaten, stukjes gegrilde parika en tijm voor een hartige versie. Met wat kaas erbij een ideale picknick… Of serveer het met krokant gebakken spek, een echte Viking-lunch!

Maar nu terug naar Rørvik. We zijn niet de enigen die er komen schuilen voor het barre weer, het gastenponton ligt vol. Dobberend kijken we vertwijfeld rond, op zoek naar een afmeerplek. En dan duikt iemand vanuit zijn kajuit en maakt een breed handgebaar richting de reddingsboot. Hee, daarachter ligt nog een goed beschutte steiger, ideaal om een dagje verwaaid te liggen.

In Rørvik hoef je niet echt te zijn. Maar nu we er toch zijn, kijken we graag even rond. En komen er terecht in een nogal aparte kerk waar net een konfirmasjon gudstjeneste, Heilige Communie-viering gaat beginnen, ontdekken er het boeiende aanbod in de Fjelleskøpet, de Noorse ‘boerenbond’ en kunnen er ontzettend goed bevoorraden in een grote Rema 1000 vlakbij onze afmeerplek!

Van zodra het stormweer over is, zeilen we naar Helgeland!

Bakken aan boord, deel twee

Aan boord van een zeilboot is er weinig zo beperkt houdbaar als brood. Maar er gaat ook niets boven ovenvers brood. Alle broodvervangers, van de lekkerste crackers tot de heerlijkste muesli, gaan na een tijdje vervelen. Vers brood verveelt nooit.

Net voor onze zeilvakantie van vorige zomer speelde ik dan ook met het idee om nog snel snel een broodbakmachine te kopen. Ik had het hier en daar gelezen. Op het internet. Zo’n blitse broodbakmachine. Je wipt er een broodmix in zoals dat heet, voegt water toe en het ding doet de rest. Maar dan begint het. Die toestellen zijn toch omvangrijker dan mij lief is, ze nemen meer plaats in dan een paar stevige zeillaarzen maat 43. En ze hebben stroom nodig… Zo’n broodje is niet in één twee drie gebakken, dat duurt wel even. Afhankelijk van een van de talrijke bakprogramma’s. Tot 17 toe, glutenvrij programma niet meegerekend… Als je walstroom hebt, geen probleem, maar om onze niet zo geluidsvriendelijke generator uren te laten brommen in een idyllisch baaitje omwille van een broodje, ik weet het zo nog niet. Ik laat het idee voorlopig varen. We vertrekken op vakantie zonder broodbakmachine.

Blijkbaar had ik al eerder aan brood bakken gedacht want in een van de kastjes aan boord ontdek ik nog een vergeten pakje broodmix. En na het recente, goed gelukte cake experiment op zee, heeft de bakkriebel mij te pakken. Ik doe alles precies zoals op de verpakking vermeld, maar hoe lang het deeg daar ook staat, er gebeurt niets. ‘Verdubbelen in omvang’ al helemaal niet. Tegen beter weten in schuif ik de deegklomp de oven in. Na drie kwartier haal ik er iets uit dat nog het meest lijkt op een vuilgrijze rotsblok. Een multigranen rotsblok. Als ik de verpakking er nog eens op na lees, zie ik dat de vervaldatum van mijn broodmix al maanden overschreden is. Knorrig kegel ik de deprimerende kei overboord. Nog nooit zo snel iets zien zinken. Zelfs de meeuwen negeren het.

Een week of twee later doen we boodschappen in een hele grote supermarkt in Lerwick, Shetland. Een uitgebreid assortiment bakdingen, broodmix, bloem, gist, nootjes en graantjes lacht me toe… Het vorige misbaksel ligt nog op mijn maag en geen betere manier om dat te verteren dan een herkansing. De rare broodmix in gedachten kies ik simpelweg voor bloem en gedroogde gist. En voor een bakblik…

Varend waag ik me aan poging twee. Een hoopje bloem op het aanrecht, gist, water, een snuifje zout en kneden maar. Ik krijg het er warm van. De lekker elastische deegbol gaat in een kom met een schone handdoek er over. En hoera, het deeg rijst zoals het moet rijzen. Goed begin.

Na een uur of wat kneed ik het deeg nog eens door en leg het voorzichtig in het bakblik. Opnieuw rijst het deeg, ik word er helemaal vrolijk van. En nu de oven in. Na drie kwartier ruikt het zalig in de kajuit. Mijn broodje is gebakken. Glunder glunder.

Bruin brood, wit brood, ik probeer het de rest van de vakantie nog een paar keer. Het blijft iets magisch hebben, dat ritueel van kneden, rijzen, kneden, rijzen, bakken. Er kruipt tijd in, dat is waar. Maar varend op zee heb je tijd zat en precies het hebben van die tijd, het je kunnen permitteren van geduldig op een rijzend broodje te wachten geeft een prettig gevoel van luxe. Die hoop bloem eigenhandig in mijn klein kombuisje en met een eenvoudige gasoven veranderen in smakelijke boterhammen, -mijn schipper eet ze zelfs zonder beleg, zo lekker vindt hij ze- geeft me zo veel voldoening dat ik voorlopig die broodbakmachine niet hoef…