Een kip op een boot en een spinnenweb met een verrassing…

19 juni 2019 – Bretoens toeristendagje één

Dat de Monique van Guirec en Monique een kip is, komt als een verrassing. Een kleine rosse kip. Op een boot dan nog wel… En Monique, geloof het of niet, die zeilde niet alleen naar de Noordpool maar ook naar de Zuidpool. Rondslenterend in een Bretoens stadje lopen we tegen het onwaarschijnlijke verhaal van Guirec et Monique aan…

Fris en monter na een heerlijk rustige nacht op de rivier Trieux stappen we zes kilometer te voet naar Paimpol. Het weer is een beetje ongezellig grijs, maar warmer dan verwacht, het stadje rustig, op wat gepensioneerde toeristen na. Kuierend rond de haven met laag water begrijpen we waarom zeilvriend Alain ons de tip gaf om naar Lézardrieux te varen en niet naar Paimpol. De rivier Trieux heeft altijd voldoende diepgang, maar voor de aanloop van de haven van Paimpol beslist het getij. Rond de middag is het water zo laag dat van de havengeul niet meer overblijft dan een ondiep beekje in een dik modderbed…

Met plezier zien we hier alle clichés van Bretagne voorbij komen. Blauwwit gestreepte marinières, baksteenrode broeken, restaurantjes met roodwit geblokte tafelnappen, drooggevallen bootjes, wachtend op de vloed. En dan het éten. Oesters, oesters en oesters. En vis, boekweitpannenkoeken, cider, Kouing Amman, het boterigste gebak ooit gegeten….

In de maritieme winkel Le Dauphin Nautic -wat is dit, de grot van Ali baba?- zien we kip Monique van het stalen jacht op de kade terug, ditmaal op de kaft van verschillende boeken. Bladerend ontdekken we de Bretoen Guirec Soudée en zijn scheepsmaatje Monique.. Ik koop één van de boeken en ’s avonds lezen we hoe de piepjonge zeiler vele mijlen vaarde vergezeld van een kleine rosse kip. Het valt me op dat deze leuke jongen niet alleen zin heeft voor avontuur maar minstens zo veel voor marketing. Hij speelt het spel van social media en merchandising bijzonder professioneel. Maakt het er zijn avontuur minder avontuurlijk om? Ik vind van niet.

20 juni 2019 – Bretoens toeristendagje twee

Dat er ons vanuit het spinnenweb plots gezichtjes aankijken komt als een verrassing. Wat we, kijkend van buiten naar binnen, niet opgemerkt hadden, laat zich in het tegenlicht en met het blauw van de lucht als achtergrond met vertedering ontdekken.

We hebben de bus gemist. De enige bus die vandaag van Lézardrieux naar Tréguier gaat. Hadden we een zee van tijd, dan zouden we onze uitstap een dag hebben uitgesteld, nu zitten we in een taxi. De praatgrage taxichauffeur vertelt ons dat ze hoofdzakelijk mensen van en naar ziekenhuizen en dokters brengt. De verouderde Bretoense bevolking, die vaak afgelegen woont, bezorgt haar meer werk dan de toeristen. Als ze ons in het centrum van Tréguier afzet, leggen we meteen de terugrit vast, afgestemd op haar medisch rittenschema.

Tréguier, dat is Dé Kathedraal. In al haar grootsheid domineert ze het stadje. Is ze opgericht ter ere van St. Tugdual, het is vooral voor St. Yves dat mensen hier kaarsjes komen branden. Deze heilige uit de veertiende eeuw is patroonheilige van Bretagne, maar ook van de juristen. Gerechtigheid voor iedereen, precies omdat Yves daarvoor ijverde werd hij St. Yves.

Net zoals gisteren zijn we in bijzonder toeristische kuiermodus en onder een stralende zon slenteren we van de kathedraal naar het er aan palende klooster. Bij het betalen van het toegangskaartje krijgen we een blaadje toegestopt met info over een tentoonstelling. Ik stop het achteloos weg. Van buitenaf valt het spinnenweb wel op. Maar als we iets later in de kloostergang lopen en van binnen naar buiten door het spinnenweb kijken, zijn daar ineens die gezichtjes. Tekst ook. Ragfijn aan elkaar gesponnen, met hier en daar een accent van iets wits, was misschien? Iets verderop kleine vliegjes in een web, of zijn het vlindertjes… Kleine juweeltjes. De subtiele manier van verrassen in deze stille kloostergangen, het heeft iets vertederends, ontroerends.

Vertederend ook de avondluchten op de rivier Trieux. Onze tijd krimpt, we moeten kiezen. Er ligt nog veel Bretagne te wachten, maar morgen varen we naar Jersey…

O ja, nog dit. In ons net verworven boek met de avonturen van Guirec en Monique zitten zes superleuke postkaarten. Wie wil krijgt er eentje. Stuur een mailtje met je adres naar adelheidgreven@hotmail.com en ik stuur jou een kaart. Voor de zes snelste dus… Wie supersnel is kan ook nog kiezen. Trefwoorden zijn ‘kip’ (wat had je gedacht?), ‘pinguïn’, ‘zonsondergang’, ‘slee’, ‘ijs’ en ‘meer ijs’…

Proeven van Bretagne, Lézardrieux

“Ga met je boot naar Lézardrieux, neem van daar de fiets naar Paimpol en de bus naar Tréguier… Het is een eindje de rivier op maar je zult wel zien hoe mooi het er is!” Het zijn een paar van de vele tips van zeilvriend Alain. Verschillende zomers bracht hij hier door en hij kent de haventjes.

Dinsdag 18 juni 2019

Een afgelijnd plan voor onze zeilvakantie hebben we op voorhand niet gemaakt. En dat is fijn. Want een vaag plan, dat kan niet in de war gestuurd worden zoals een strak plan… Vandaag hebben we beslist om toch te gaan proeven van Bretagne en vertrekken uit Saint Peter Port, Guernsey, bestemming Lézardrieux, ongeveer 47 mijl.

Op open zee is het rustig varen, de stroom is dwars en niet sterk, het water is kalm. Maar van zodra we de kust naderen ziet het wateroppervlak er bizar uit. ‘Kan dat nu, dat het water daar zo breekt?’ We controleren de kaart, geen problemen, we zitten op koers, er zijn geen noemenswaardige obstakels. Toch kabbelt het wateroppervlak onrustwekkend. Het zijn geen grote golven maar verraderlijke onderstromen. Omdat er weinig wind is, hebben we de motor bij staan. We besluiten de zeilen te strijken en de kust rustig op motor én automatische piloot aan te lopen. En ineens zitten we midden in het gewoel. Bizarre kolken sleuren ons eens nu eens naar bakboord en dan weer naar stuurboord. Nee, we gaan niet op de hand sturen, we laten de automatische piloot staan.

We zien nu de bakens die we moeten volgen, Les Sirlots aan stuurboord, Petit-Pen-Azen aan bakboord. Het ene moment lijkt het alsof we de aan de verkeerde kant van de boei gaan uitkomen, het andere moment is het weer goed.

Het weer is vreemd, grijzig, lauw, windstil. Aan bakboord ligt Île-de-Bréhat, we varen nu de monding van de rivier Trieux op tussen stille rotsen, groene en rode bakens. Als ik achterom kijk lijkt de lucht op te lossen in de zee, de vuurtoren La Croix die we net passeerden zweeft als in een surrealistisch schilderij.

Plots wordt het water heel anders, stiller. We varen nu tussen dikbeboste oevers. Links van ons Loguivy, rechts van ons L’Île à Bois. Maar dan gaat het ineens terug snel! We nemen gas terug maar de vloed neemt ons mee, de rivier op. De motor is nu in neutraal, we schuiven aan 3, nee, 4 knopen over de grond. Met ons stromen wier, takken en bladeren mee.

Als Lézardrieux in zicht komt zien we dat het vrij druk is aan het bezoekersponton. Met deze stroming een box in manoeuvreren, daar wagen we ons liever niet aan. Op de kopsteiger liggen twee boten met elk een boot langszij. Daar als derde tegenaan gaan liggen doen we ook liever niet. Midden in de rivier liggen nog een drijvend ponton en een aantal afmeerboeien. ‘Laat ons een boei nemen, moet lukken!’

img_0703

Als Las de boot 180° draait, lijken we ‘uit te schuiven’ in de stroming, het voelt spannend maar toch ook meteen weer goed, want eens tegenstroom liggen we praktisch stil. Gelukkig is er hier wel wat ruimte. Langzaam stuurt Las op de boei aan, ik maak gebaren, wat meer naar bakboord, vooruit, stuurboord… Voor mij zie ik de boei, het stroomt hard, het ziet er niet gemakkelijk uit. Maar met onze pikhaak met automatisch kliksysteem krijg ik de boei toch vlot te pakken. Las houdt de boot op snelheid tot we goed afgemeerd liggen. Van zodra de motor in neutraal gaat, schieten we achteruit, de boei half onder water sleurend. Maar toch liggen we verrassend rustig, midden in de rivier. Het landschap biologeert ons, nee, we gaan nog niet aan land, laat ons vanavond naar de rivier kijken.

De tijd verstrijkt, het water vertraagt, de vloedstroom valt stil. Muisstil is het hier nu.

En dan gaan we draaien. Het hoogwater is voorbij, langzaam begint de rivier nu leeg te lopen. Schuimdotten, wiernestjes, bladeren en takken drijven nu zeewaarts met de ebstroom.

De zware, lauwe lucht krijgt een vreemde kleur en ruikt naar onweer. Het rommelt in de verte, één enkele bliksem kleurt de hemel voor een ogenblik paars.

Daarna wordt alles weer donkerblauw, de avond valt over de rivier, aan de oever gaan de lichten aan…