Preikestolen, de onderkant

Vaar je nu helemaal tot het eind van zo’n fjord of niet?

Dinsdag 17 juli 2018

Waren we gisteren óp de Preikestolen, vandaag willen we er met onze boot onderdoor. Als je de Lysefjord in vaart kom je na zo’n 7 mijl langs de beroemde rots en helemaal op het eind van de ruim 20 mijl lange fjord ligt Lysebotn, een beetje het eind van de wereld. Of ja, zo lijkt het toch. Het idee om zo’n fjord helemaal tot het eind uit te varen vind ik onweerstaanbaar. Maar Las, die vindt het eigenlijk maar niets… Door tunnelwerking is zeilen er in zo’n fjord meestal niet bij, de wind kan er gemeen hard tegenzitten. Ook René Vleut van de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee is geen fan. Hij waarschuwt ook nog eens voor de ongemakkelijke houten afmeersteiger in Lysebotn waar je uiterst oncomfortabel kan komen liggen bij westenwind. “Waarom al die mijlen op motor varen, laat ons nu gewoon tot onderaan de Preikestolen varen en dan zien we wel…”

De Noorse zomer heeft een licht onweerachtig kantje gekregen, met sneeuwwitte en donkerblauwe wolken tegen een helblauwe hemel.

De zon speelt verstoppertje. Het ene moment verlicht ze de dikbeboste steile fjordwanden fel, even later verschuilt ze zich en zijn de hellingen duister, dramatisch theatraal. Uit het niets regent het plots warme pijpenstelen, de bui is even snel over als ze gekomen is.

Wat een wisselend schouwspel. Superlatieven schieten te kort. Blauw speelt de hoofdrol. Blauw in alle mogelijke schakeringen. Zwartblauw voor het water, honderden meters diep, hardblauw voor de lucht, teer babyblauw voor de nevel die komt en gaat.

En dan tekent ineens, heel hoog boven ons, het vierkante silhouet van de Preikestolen zich af. Aan de rand zie je een glimp van de mensen boven. Ze hebben net de twee uur durende tocht gedaan, als goden kijken ze uit over de fjord diep beneden en het imposante landschap rondom, ze voelen zich reusachtig. Wij kijken 600m omhoog, voor ons lijken ze piepklein, als wriemelende kevertjes.

En nu heel even, terzijde. Het is niet de eerste keer dat ik hier kom. Welgeteld 41 jaar geleden waren wij hier met de familie, met onze Klabetter, een Spirit 28. En geloof het of niet, daar zijn beelden van. Zoals bij voorbeeld: ik in een oranje plastieken zeilpak -zó 1977!- op een boot onder de Preikestolen…

En 41 jaar, dat mag dan wel lang geleden zijn, deze plek blijft onwrikbaar indrukwekkend. We varen zo dicht mogelijk onder de rotswand door, de dieptemeter gaat niet onder de 80m. De magie van de fjord doet haar werk want terwijl hij mij een kus geeft, vlak onder de Preikestolen, fluistert mijn schipper in mijn oor: “Komaan, het is goed, we varen door tot Lysebotn…”

zo’n 3 uur later…

Voor ons moet Lysebotn liggen. We turen door de verrekijker. Een ferry meert af aan de voor hem bestemde kade. Links er van een houten afmeerwand. Daar moeten we zijn. De ferry vertrekt weer. En dan, zomaar ineens, wordt alles opgeslokt door donkere wolken. Wég hellingen, wég kade, wég alles. Vóór ons één dikke zwartblauwe brij. Een bliksemschicht, gevolgd door een donderslag.

We zijn op amper een kwartier van onze bestemming maar ik schiet de kajuit in om laarzen en zeilkledij aan te trekken. Uren was het warm en windstil, nu steekt uit het niets een kille stormwind op die het fjordenwater tot kleine schuimkopjes klopt. De regen roffelt ze weer plat.

In de stromende regen meren we af, luttele ogenblikken later haalt de zon alweer brutaal uit. Een regenboog, een schoongespoelde lucht, stilte. Lysebotn.

Voor de rest van de avond doen we niet veel meer dan ons vergapen aan de avondlucht.

“Goh, ik ben wel blij dat we tot hier gekomen zijn…” zegt Las nog. Dus ja, helemaal tot het eind van zo’n fjord varen, dat moet je écht eens doen…

Preikestolen, de bovenkant

Maandag 16 juli 2018

Een Aziatische vrouw met een kitscherige parasol tegen de felle zon, in het goudgeel gehulde look-alikes van de dalai lama, zwetende vaders als dappere sherpa’s, hun kinderen in ingenieuze draagsystemen op de rug, oudere dames die zich een weg banen met twee Nordic walking prikkers waar je ze eerder een Noorse trui mee zou zien breien. Naar zonnecrème ruikt het hier, naar zweet en deo. Flarden Spaans, Noors, plat Antwaarps, Duits…

 

Het kleurrijk circus waarin we aanbeland zijn is de wandeltocht naar de Preikestolen, de (t)róts van Noorwegen.

Een karavaan van mensen van alle leeftijden, alle nationaliteiten, jong en oud, dik en dun, mooi en minder mooi, hijst zich hier de 600m op naar de rots aller rotsen. Alle mogelijke merken van outdoor kleding en sportief schoeisel passeren hier de revue, de ene outfit al eleganter dan de andere. Maar circus of niet, het zijn voor iedereen dezelfde kilometers en het is voor iedereen even warm in deze onwezenlijk hete Noorse zomer.

Twee uur stappen heen, twee uur stappen terug. Sommigen hijgen, gezichten lopen rood aan. Maar iedereen gaat koppig door, voetje voor voetje, want iedereen wil hetzelfde. De rots. Preikestolen. De preekstoel. In de kerk de plek waar donderpreken over gelovige zieltjes uitgespuwd worden. Op een boot de roestvrijstalen constructie op de boeg, voor de bemanning bescherming tegen brekende golven, een houvast.

Maar op die postkaart-rots hier in Noorwegen, is geen houvast. Uitdagend leunt het 25 bij 25 meter granieten plateau over de diepblauwe Lysefjord, geen hekje of relingetje te bekennen. Het water beneden even diep als de rots hoog is, 600m. De zon zindert.

Hier, op het uithangbord van Noorwegen, eten en drinken de mensen als was het de McDonalds, staan in de rij voor de foto van hun leven, struikelen over rugzakjes, wandelstokken en statieven. Het is uitkijken voor selfie sticks en drones, iemand gaat warempel op de rand van de afgrond op haar hoofd staan, er wordt driftig geklikt op mobieltjes….

Maar mijn schipper, die is stil.

Hoogtevrees speelt hem parten. Trotseert hij met gemak de ruwste zeeën, zijn benen worden als rubber in de buurt van kliffen, rotsen, afgronden. Ondraaglijk vindt hij het dat ik er net van hou om toch maar even over de rand te kijken. Ik vind het wauw!

Om hier te komen zeilden we gisteren 15 mijl van het lieflijke eiland Sauøya naar Jørpeland. Een bescheiden jachthaven bij een ietwat saai en slaperig stadje. Maar Jørpeland heeft een bank en een postkantoor, een paar winkels en supermarkten, je kan er diesel tanken en de bus naar de Preikestolen stopt er op vijf minuten lopen van de haven.

Hoe praktisch dit alles ook mag zijn, na de drukte van ons toeristisch dagje verlangen we vooral naar de stille leegte van een baai. Terwijl Las diesel tankt, haal ik snel groenten, fruit, vis en vlees voor enkele dagen en in de late namiddag varen we de Høgsfjord over, 7 mijl naar Tingholmen, een kruimel van een eilandje.

Afgemeerd tegen een steile rotswand waar de warmte van de dag nog af straalt, genieten we van de stilte, een lekkere spaghetti en de laatste avondzon. De Preikestolen zit in onze kuiten, de wijn in ons hoofd, we hoeven niet gewiegd te worden…

Dinsdag 17 juli 2018

Tingholmen. Je moet het eens hardop zeggen. Het klinkt fris als een belletje of een klokje. Net zo fris als wij na een verkwikkende nachtrust op deze muisstille plek. Na een kleine wandeling op ‘ons’ eiland, vertrekken we naar de beroemde Lysefjord. We willen de Preikestolen nog wel eens zien, maar nu van de onderkant…

De Noren gereserveerd, zeg je?

“Weet je wat er zo speciaal is aan de Noorse windmeters? Ze wijzen altijd met hun pijl naar waar de wind vandaan komt!” Arve en Cecilia lachen hartelijk. We hebben het hier al ondervonden, tussen de eilanden draait de wind verrassend en ja, hij lijkt steeds weer tegen te zitten…

14 – 15 juli 2018

Sauøya

Zachtjes varen we de baai binnen. En we zien het meteen, dit plekje is een paradijs. Spiegelglad turkoois water, een kleine kom. Er ligt een zeilboot voor anker. Het stel op de boot zwaait naar ons. Geen klein wuifhandje of een snelle strakke ‘hoi’, maar een brede trage zwaai, heen en weer in een duidelijke boog. Ik hou van dit gebaar, die typische bootmensen-zwaai…

Twee vaargidsen hebben we aan boord, de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee van René Vleut en de Imray Pilot Norway van Judy Lomax. Het boek van René Vleut bevat een schat aan informatie maar omvat zo’n uitgestrekt gebied dat er niet echt in detail kan worden gegaan. Dat doet de Imray Pilot dan weer wel. Maar 25.000 km kustlijn krijg je niet zomaar in een boek gepropt, dat is duidelijk. Verder hebben we nog twee heerlijk gedetailleerde atlassen van de uitgeverij NV Verlag, NO 5 en NO 6.

Het plekje dat we voor vandaag uitgekozen hebben, een baai op het eiland Finnøy, bevalt ons niet echt, er staan te veel huizen, er is een zeilclub, het is er te druk. We varen door naar het piepkleine Sauøya…

Daarvoor moeten we om het eiland Bokn heen en of je daarvoor noord of zuid kiest, maakt niet uit, het is ongeveer even ver. In de hoop de wind eens niét tegen te hebben, kiezen we voor de zuidkant… Maar wat ik niet gezien heb op de kaart is dat er op deze vaarroute een kabel van 22m tussen twee eilanden hangt. Help, onze mast! Zijn we nu 20, 21 of 22m doorvaarthoogte? Veel tijd om ons hierover druk te maken, is er niet. We schuiven sneller dan ik wil dichter en dichter naar de kabel toe, die voor mij slechts halverwege onze mast reikt. Ik weet wel dat dit gezichtsbedrog is maar tot de laatste seconde ziet het er griezelig te laag uit. Ik verbaas me er over hoe rustig Las blijft wanneer we er probleemloos onderdoor gaan. “De kaarten nemen een goeie marge, en het is laag water…” Even later liggen we voor anker in een filmdecor.

De Noren op de zeilboot een eindje verderop blijven uitnodigend kijken en lachen naar ons. Als Las er met de bijboot naar toe roeit en ze voor een drankje en een babbel aan boord uitnodigt, zijn ze “ja, takk” meteen akkoord.

We maken kennis met Cecilia en Arve, een hartelijk koppel uit Tananger. Oprecht openhartig bekennen ze zopas onze vlag gegoogeld te hebben, want waren even in twijfel of het nu een Duitse vlag was of niet. Ze hebben bewondering voor het feit dat wij hier aan de westkust komen zeilen, volgens hen wil iedereen naar het meer mondaine zuidoosten van Noorwegen. Maar zij zijn fier op hun iets minder toeristische vaargebied. Met de kaarten er bij duiden ze nog een paar mooie plekjes aan en geven ons het advies om naar Jørpeland te varen in plaats van naar Tau als we naar de Preikestolen willen. Waar ze, voegen ze er fijntjes aan toe, zelf nog nooit geweest zijn wegens te toeristisch… Hún favoriete zeilgebied is de Hardangerfjord. Dat is die van op ons ooit-nog-to-do-lijstje.

Arve is wég van onze real sea-going boat zoals hij onze Breehorn noemt. ‘Een boot om mee naar het Noorden te varen,’ zegt hij dromerig, ‘de Lofoten…, en verder.’ Nog meer op ons ooit-nog-to-do-lijstje dus.

We kletsen en lachen de zomerse avond weg met kleurrijke zeilverhalen. De volgende ochtend blijven we nog tot een stuk in de namiddag in dit mooie plekje vooraleer we ons anker lichten en doorvaren naar Jørpeland en de Preikestolen..