Hout van een schip en een schip van hout…

Daar staat onze zitbank. In stukken. Voor de werkzaamheden aan de kiel zal de lasser niet alleen van buiten maar ook van binnen bij de kielopening moeten kunnen. En is die blootgelegd, als voor een operatie. Tafel, vloertje en stuurboord zitbank zijn eruit. Dat slopen van het interieur is al bij al netjes gebeurd. Maar de verschillende delen waren niet alleen geschroefd, maar ook gelijmd. Met heúle sterke lijm… Zo sterk dat hier en daar de lijm hield en er hout van het achtergebleven stuk meekwam. En om het geheel later weer passend in mekaar te kunnen zetten moeten die onderdelen nu opgeschoond worden. Een klus die we zelf gaan doen. We mogen werken in een schuurtje van de Lunenburg Shipyard. Tussen onderdelen van de Oriole, het oudste schip van de Canadese Navy dat hier gerestaureerd wordt.

Wegens tijd zat nemen we de tijd… Overtollig hout geduldig wegbeitelen, schaven en gladschuren, of omgekeerd, beschadigingen opvullen met houtpasta en na drogen… ook gladschuren. De opstaande delen van de banken hebben massieve afgeronde hoeken met daartussen panelen met teakfineer. Ooit werd het interieur van ons schip opnieuw gelakt en dat was vakkundig gedaan, op een paar kleine schoonheidsfoutjes na. Een summier uitwaaierend gordijntje van uitgezakte blanke lak nodigt uit om, nu we er tijd voor hebben, licht te worden opgeschuurd en overgedaan. Een spannende zaak vind ik. Want lakken, of vernissen zoals we meestal in Vlaanderen zeggen, is een kunst. Ook wel al ondervonden dat een schilderklus in je hoofd altijd zo gemakkelijk is? Tot je eraan begint en het ‘ik doe dat wel even‘ van bij de eerste borstelstreek helemaal niet zo simpel blijkt…

Als ik in mijn eerste laag piepkleine blaasjes zie verschijnen, vloek ik even. Was ik er niet beter afgebleven?

Ik ga te rade in de nieuwe schilderswinkel die in Lunenburg is opengegaan. ‘Ontvet met aceton?’, vraagt de man. ‘Niet doen. Thinner moet je gebruiken. En fineer schuur je beter met een staalwolletje dan met schuurpapier.’ Ik herbegin.

Een paar jaar geleden verniste ik kajuitingang en luikjes opnieuw. De boot stond toen binnen, droog en relatief stofvrij. Ik legde natte dweils op de vloer om eventueel stof af te leiden. Ik deed zo voorzichtig en zo goed als ik kon maar toch ontsierden na drogen frustrerende stofjes de hoogglans lak. Ik zocht meer advies online maar ging uiteindelijk niet zo ver als de man die naakt lakte om opwarrelende pluisjes uit kleding te vermijden… Na zeven lagen, of waren het er acht, legde ik me bij het resultaat neer. En toegegeven, als we aan boord leven, zie ik de miniscule stofjes al niet meer. En na vier jaar zit de hoogglans lak er nog even strak op.

Ik heb de laatste laag op het fineer gezet wanneer Justin, een werkman van de werf, binnenkomt. Hij monstert het paneel. ‘Tevreden dat je weggewerkt hebt wat nog nooit iemand had opgemerkt?’ knipoogt hij.

Lunenburg ademt houten bootbouw. Behalve de Bluenose II zijn hier nog pareltjes te bewonderen. Zo liep onlangs The Blue Peter The Zwicker Wharf aan. Een klassieke ‘Bermudan Cutter’ uit 1930, met perfect gelakte opstaande delen en smetteloos ongelakte vlakke delen. Onwerkelijk hoe elegant en perfect een schip er kan uitzien. Of de ranke Mary-Anne, bouwjaar 1956, in drie jaar tijd nauwgezet gerestaureerd door Dan, die we leren kennen op de bootwerf. Als ze het water in gaat worden we uitgenodigd voor een zeiltochtje. Ik kan me spiegelen in de lak. 14 lagen, glimlacht Dan…

Iets minder strak is The Wild Goose, de houten motorcruiser waar we een maand als boat-sitters op verblijven terwijl onze boot in herstelling is. The Wild Goose, gebouwd in Southampton in 1973, is een Rampart 48, ook wel een ‘gentlemen’s motor yacht’ genoemd. Een en al mahonie en teak maar helaas nogal smoezelig. Ze lekt en heeft duidelijk al een tijdje niet meer de aandacht gekregen die ze verdient. En dat is jammer, want een dame met karakter is ze absoluut.

Als we in een van de vele kastjes kwasten, schuurpapier en potten olie en lak vinden, geven we haar hier en daar een liefdevol likje. Het is een druppel op een hete plaat, want deze boot haar vroegere glorie teruggeven vergt een doorgedreven aanpak. Maar als we voor de verjaardag van mijn schipper een drink geven op het royale achterdek, kijken we door de sjofele verflagen heen. Niets zo lief voor rimpels van dames op leeftijd als goudgeel strijklicht en een glaasje rosé…

Tussen wal en schip

Ik citeer: “Dag Adelheid en Las, jullie letten toch goed op mijn teakhouten opstapje dat enkele weken geleden op jullie tussensteigertje werd geplaatst? Ik was het vergeten bij het uithalen van mijn boot (half november) en een kennis van mij heeft het dan maar bij jullie geplaatst. Hopelijk is het vandaag niet gaan vliegen! … Van Rudolf, de schuintegenoverbuur, Fox TWO”

Een berichtje van 27 december 2020.

Op een dag stond het daar. Het teakhouten opstapje waarvan sprake. Midden op het tussensteigertje tussen ons en onze buurman. Het houten bankje had ons verbaasd want de catamaran naast ons heeft een zeer laag vrijboord waardoor het onwaarschijnlijk was dat de eigenaar een opstapje nodig zou hebben om op zijn boot te komen. En toen kwam het verhelderende berichtje. Mysterie bankje opgelost. Wegvliegen zal het niet snel doen. Ten eerste is het ding van massief teak en dus behoorlijk zwaar. Ten tweede zit er een vrij lange metalen ketting aan vast die, in het water hangend tussen de planken van het ponton, het bankje stevig op zijn plaats houdt.

21 februari 2021

Na weken winterkoude kondigt zich een prille lenteprik aan. Ongewoon zachte temperaturen, een zuidenwind van zo’n 5 beaufort. Met een aflandige wind als deze is de zee vrij plat. We laten dit heerlijke zeilweer niet liggen en maken er een weekendje Blankenberge van.

De wintertent die over de kuip zit, halen we er voor het eerst eens af. Fluitje van een cent, drukknopen en linten losmaken, het frame uit de winchgaten tillen, buizen uit elkaar halen, de stof uit de rail schuiven en opplooien. (applausje voor Toussein)

Heerlijk binnen is nu weer heerlijk buiten.

img_3491-1img_3492

Bij terugkeer in Nieuwpoort op zondagnamiddag genieten we bij een drankje nog even na in het zonnetje en beginnen dan met opruimen. Zoals gewoonlijk bekommer ik me om alles wat binnen betreft, koelkast leeghalen, weekendtas vullen, opruimen. Las is buiten in de weer met de waterslang om het zout van deze eerste pittige zeiltocht af te spoelen. Ik hoor hem wat stommelen aan dek. En dan is er een ander geluid, en een gedempte kreet. Ik hóór dat er wat is, laat vallen waar ik mee bezig ben en storm naar buiten. Ik zie hem niet. En dan toch, ik zie hem wel. Niet op de boot, maar in het water, tussen het pontonnetje en het schip van de buren. Het hoogst verontwaardigde ‘Ik ben in het water gevallen!’ dat hij vanuit zijn benarde positie brult, is geheel overbodig.

Ik kom dichter maar voel me eerder hulpeloos. Hij mag dan wel een lichtgewicht zijn, zomaar even uit het water tillen is er niet bij. Op de ‘Heb je je pijn gedaan?’ knikt hij vloekend en ik zie de flinke schrammen op zijn onderarmen. Er volgt nog wat onsamenhangende tekst die minder voor publicatie geschikt is. En waarin het teak bankje de hoofdrol speelt. Ik help hem uit het water klauteren en zoals je een pasgeborene snel checkt op tien vingertjes, tien teentjes en nog wat dingen, scan ik hem van kop tot teen. De ‘schade’ valt wel mee.

Terwijl ik hem van droge kleren en de eerste zorgen voorzie, luister ik geduldig naar zijn relaas…

Een waterslang die je van de haspel afrolt en tot bij je boot sleept, blijkt altijd weer dat eindje te kort. Dan trek je even nog een stukje, en nog een stukje. En keer op keer, om een onverklaarbare reden, blijft die snertslang ergens achter haken, meestal een klamp. Of, in een poging zich weer te willen oprollen, klapt ze dicht en komt er geen water meer uit. Alleen geduld helpt in zo’n geval. Geduld om eerst voldoende slang af te rollen, geduld om de krullen te ontkrullen. Maar als je ongeduldig bent en probeert om, achteruit lopend, de boot te blijven spoelen, de slang een stuk verder te trekken én ze tegelijkertijd ook nog van achter een klamp probeert te zwaaien, dan durft het wel eens misgaan. Zeker wanneer een teakhouten bankje je stiekem staat op te wachten…

Moraal van het verhaal: onderschat de gevaren in de haven niet, want voor je het weet beland je tussen wal en schip…