Doe mij maar turkoois water en een hagelwit strand…

28 – 31 mei 2024

Ankeren blijft altijd een beetje avontuur. Het vraagt een dosis lef, een portie waakzaamheid en een stuk vertrouwen. Goed ankergerief, goede kaarten maar ook tips van ervaren zeilvrienden helpen. En als al die dingen samenkomen kan je de hoofdprijs winnen, lees: turkoois water en een hagelwit strand…

Na Jura zeilen we door de Firth of Lorn naar Mull, naar Loch Spelve. Van de gevreesde Corryvreckan stroom, die tussen Jura en Scarba loopt, merken we weinig. Het lijkt wel november, grijs, koud en nat en Loch Spelve kan ons helaas niet bekoren. Hamish vertelt me dat Mull het grootste en het hoogste eiland van de Inner Hebrides is. Maar we zien vooral regen en mistslierten, droppen haastig het anker en werken ons uit onze natte zeilkledij. Om die bliksemsnel weer aan te trekken als de wind ineens 180° draait en zo gemeen uithaalt uit dat het rotsige strand ineens griezelig dichtbij komt. We verkassen naar een veiliger plekje. Ankerzweet prikt in mijn oksels…

De volgende ochtend varen we onder een voorzichtig zonnetje naar Kerrera waar we een mooring oppikken in de luwte van Heather Island. En hee, daar ligt Hiraeth, de boot van Sally en Miles, die we in 2022 een paar keer ontmoetten in Noorwegen.

Bij een biertje in de zeilclub praten we bij. Ze kennen dit zeilgebied als hun broekzak. ‘Heb je de Antares kaarten?’ vraagt Miles, ‘want dan heb ik een hele mooie tip voor jullie.’ 

Fier als een gieter bevestig ik dat ik ze heb,  Antares kaarten. ‘Op de laptop in OpenCpn én op de Ipad’, voeg ik er nog aan toe. En voor de volledigheid vertel ik lachend hoe ik úren zoet was geweest met de installatie ervan, toen een felle storm over Gigha ons een dag binnenhield…

Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend om dankzij gps feilloos overal heen te rijden met de auto. Op zee ligt dat wat anders. Zo zijn op klassieke vaarkaarten de gegevens voor sommige stukken van de westkust van Schotland niet accuraat. Nu is er een man die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om die blinde vlekken, letterlijk, in kaart te brengen. Bob Bradfield heet hij en Antares is de naam van het project.

Ik volg de instructies. De aankoop van de kaarten via de Memory-Map app is eenvoudig, maar bij het opstarten van OpenCpn, het open source navigatieprogramma waarin ik ze wil gebruiken, struikel ik. De laptop wil niet verbinden met de gps ontvanger, een bakje waarmee je de positie op je kaart krijgt. Na hardnekkig proberen lukt het dan toch, eerste hoera!

Maar ik krijg de Antares kaarten niet open en in plaats van mijn tijd te verprutsen mail ik gewoon Bob Bradfield die prompt antwoordt. Hij legt me uit dat het formaat van de kaarten via Memory Map app geschikt is voor Ipad maar niet voor OpenCpn. Maar voor de luttele 20£ die we betaalden voor 693 kaarten (!) blijken we ook recht te hebben op het andere formaat en hij stuurt me per kerende een link. En als ik deze download, doen ze het, tweede hoera!

Maar op het scherm verschijnt niet meer dan een vage kaart met rode vierkanten en weer weet ik het even niet meer. Tot ik inzoom op het gewenste gebied, doorklik naar een soort inhoudstafel en ten slotte de gedetailleerde kaarten ontdek, driewerf hoera!

Ik ben apetrots dat het me gelukt is maar later in de praktijk vinden we navigeren op de laptop binnen aan de kaartentafel toch niet zo fijn en grijpen snel terug naar de gebruiksvriendelijke Ipad… Maar nu wel uitgebreid met de Antares kaarten. En hoeveel beter die zijn ten opzichte van de ‘gewone’ Navionics kaarten zie je bij de baai die Miles ons tipt…

En zo vertrekken we, na nog een mooie wandeldag op Kerrera én bevoorrading in Oban. Een mooie zeiltocht, we kruisen in lange rakken bij een strakke wind, brengt ons 32 mijl verder naar de zuidoostkant van Mull, naar de ankerbaai Tràigh Gheal

Van zodra we in het gebied van de Antares kaart zijn, switchen we het Ipad scherm van de Navionics kaart naar de Antares kaart. Zo kunnen we de smalle baai veel accurater aftasten op zoek naar een goed plekje om te ankeren.

En daar is het dan, turkoois water, een hagelwit strand en rotsen van roze graniet die me doen denken aan de kust van Bretagne… Een plaatje!

Maar hoe goed de Antares kaarten ook zijn, een garantie voor een zorgeloze nacht op anker zijn ze niet. Want de volgende ochtend jaagt het ankeralarm ons uit ons warme nest. Langzaam zijn we gaan krabben. Hebben we te weinig ketting gegeven, was ons anker niet goed ingegraven, wie zal het zeggen… Er staat best veel wind, het baaitje is niet groot en opnieuw ankeren lukt pas na een paar pogingen. Toch gaan we nog even aan land maar  wijselijk zonder de boot uit het oog te verliezen.

Oh, en behalve deze idyllische ankerbaai kregen we van Sally en Miles* ook een tip voor een praktische app voor de getijden in de UK, Absolute Tides. Je krijgt er een gebruiksvriendelijke combinatie van tijhoogtes, stromingen en, als je online bent, zelfs een weerbericht.

* Op Youtube vind je de spannende zeilavonturen van Sally en Miles met hun boot Hiraeth…

Tien kilo boeken en zes kilo kaarten

“… We onderlijnen dat elke vorm van recreatievaart (zowel in groep als individueel) wordt verboden in de Belgische territoriale wateren van de Noordzee (tot 3 april 24h)..

Ter verduidelijking, ook het individueel beoefenen van brandingsporten is verboden in deze periode.”

FOD Mobiliteit en Vervoer | Natiënkaai 5, 8400 Oostende

Het coronavirus ontwricht onze levens. Door de strenge maatregelen om deze gezondheidscrisis het hoofd te kunnen bieden, hebben hulp- en ordediensten de handen vol. En wil men dat iedereen die er zijn boterham niet hoeft te verdienen wegblijft van op zee. Een zorg minder.

Ongeloof en verwarring. Hoe moet dat nu, onze boot staat op de Breehorn werf in Friesland, begin april staat een heen- en terug per auto gepland om de uitgevoerde werken te bekijken en in het paasweekend willen we de boot terug varen. Zullen de maatregelen tegen dan opgeheven zijn, of moet de gevreesde piek nog komen en staan er ons nog meer en strengere maatregelen te wachten?

Maar beseffend dat we een luxe probleem hebben in vergelijking met wat we vernemen uit kranten, radio, tv en internet, berusten we. Kunnen we half april (nog) niet varen, dan misschien een of meer weken later. Flexibiliteit en relativeringsvermogen maken deel uit van goed zeemanschap… Zoals eigenbelang ondergeschikt maken aan het algemeen belang van burgerzin getuigt.

Met plezier blijf ik dus thuis. En ga alvast in mijn hoofd op reis. Deze zomer willen we graag naar de westkust van Schotland. Een strakke reisplanning maken we nooit maar wat inlezen vind ik wel fijn. Ik grasduin in de blogs van wie ons voorging in dit uitgestrekte en veelbelovende vaargebied, ‘s/y Iskander’, s/y De Verleiding, en s/y Ossian en hop door de Polar steps van s/y Anna, ook een Breehorn 44. (Polarsteps is een leuke app die ik nog maar recent ontdekte. Stapsgewijs kan je er je (zeil- of andere) reis met het thuisfront delen in woord en beeld, eenvoudig en snel.)

En dan is er nog de karrenvracht aan boeken, vaargidsen en kaarten die we van Johan en Tru van de Ossian mogen lenen.

Die bestaat uit zowat elke beschikbare Imray pilot van Schotland, van de Farne Islands aan de oostkust over Cape Wrath tot de Firth of Clyde, als ook uit een dik pak Admirality zeekaarten. En al zijn deze laatste nogal gedateerd, ze vormen een gedroomde aanvulling op onze Navionics kaarten (iPad) en de Antares kaarten (laptop, OpenCPN) die Rob van s/y De Verleiding ons aanraadde. Heerlijk is het om nog eens de oude Admirality catalogus van mijn vader van onder het stof te kunnen halen om er alle kaarten in te markeren die we nu in bruikleen krijgen.

Verder zitten er nog een paar heerlijke lees- en kijkboeken bij. An Eye on the Hebrides  van Mairi Hedderwick geeft een fijn geïllustreerd beeld van die afgelegen eilandengroep.

En van Hamish Haswell-Smith zijn er An Island Odyssey en The Scottish Islands, a comprehensive guide to every Scottish Island, met uitleg over en prachtige waterverf illustraties van elk Schots eiland.

Elk. Schots. Eiland.

Dan zijn er nog de uitgaves Sail Scotland, Welcome Anchorages en a Skipper’s guide to the Scottish Canals en ten slotte een lichtjes vergeelde en beduimelde pocket, The Monarch of the Glen van Compton Mackenzie. Het boekje is een uitgave uit 1977, het verhaal dateert van 1941. Het zou een komisch verhaal zijn waarin de aparte trekjes van de Schotten in de verf worden gezet. Dit leg ik nog even opzij, als vakantielectuur…

Hoeveel ‘véél’ wel kan zijn heb ik nooit beter uitgedrukt gezien dan in een tot de verbeelding sprekende documentaire over de drugshandel in Colombia, waar zo veel geld om ging dat het gewogen werd in plaats van geteld…

En zo komt het dat ik met mijn trofee op de weegschaal ga staan. Tien kilo boeken en zes kilo kaarten…