Met fair wind naar Fair Isle

26 juni 2016

We liggen onrustig te jagen aan de visitors’ mooring in South Bay op het eiland North Ronaldsay. Bij iedere ruk van het meertouw aan de boei steigert de boot als een ongetemd veulen. Ik heb er een beetje spijt van dat ik zo nodig hierheen wou.

Deze ochtend lagen we nog vredig in Calf Sound. Waren met de bijboot naar de kant gevaren voor een wandeling naar de top van de heuvel. Wat een uitzicht! De man die het huisje naast Carrick House bewoont, had ons de weg gewezen naar de Community Store, een stevig eind stappen.

De Community Store is een verrassend goed gesorteerde winkel/postkantoor/tearoom. Mét wifi! We waren er een half uur te vroeg –de winkel is dagelijks open van 2:00-4:00 pm- maar de fiere uitbaatster haastte zich om de deur te openen van zodra ze ons zag. Wat een vriendelijkheid hier. Een groepje eilandbewoners runt de winkel als een onderneming, elk heeft aandelen, elk houdt volgens beurtrol de winkel open. Een zegen voor de boerenfamilies in de omgeving.

Waarom wou ik zo graag naar North Ronaldsay? Als meest afgelegen eiland sprak het tot mijn verbeelding. Tot voor kort had dit eiland nog geen landingsbaan en waren ze op de ferry aangewezen die slechts een maal per week kwam. Tenminste, als het weer het toeliet. Bij zware winterstormen waren de eilandbewoners van de rest van de wereld afgesneden. Omdat hun eiland zo klein is, bouwden de boeren een muur rond het eiland om schapen en akkers gescheiden te houden. De schapen die op de strook tussen zee en land leven, voeden zich met zeewier en ontwikkelden zich hierdoor tot een heel apart ras, het North Ronaldsay sheep. Blijkbaar heeft hun vlees een aparte, verfijnde smaak en wordt als delicatesse door topchefs gegeerd.

Maar aan land gaan is geen optie, er staat een vervelende golfslag en de wind is venijnig, witte schuimkopjes lachen ons uit.

Maandag 27 juni 2016

We hebben er genoeg van, van dat klutsen aan de boei. Naar de overkant varen, op het eiland Sanday, is ook geen optie, de baai daar ligt ook onbeschut. Dan maar verder, vertrekken naar Fair Isle, 32 mijl. Ook dat is zeilen, nu en dan afzien van je plannen omdat de elementen dat beslissen. Er staat een prachtig windje, we varen een ruime koers, ons schip gorgelt van plezier en lacht de witte schuimkopjes uit.

Fair Isle, een kruimel van 7,8 km2 midden in zee, halfweg tussen de Orkney en de Shetland eilanden, is een pareltje. Wel opletten geblazen bij de aanloop wegens rotsen en stroming.

North Haven is de enige aanlegmogelijkheid, veel meer dan een pier en een kaaimuur is het niet en het is behoorlijk druk. Maar aan de buitenkant van de pier vinden we nog een plekje. Dankzij onze stevige stootrand vormt de kade met zwarte rubberen palen geen probleem. We liggen nog maar net afgemeerd of een Noors jacht, de Ariel, komt bij ons langszij. Nu wordt het hier echt een Noors onderonsje, met zeven Noren, een Nederlander en wij. De haven ligt vol!

Morgen gaan we op ontdekking…

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s