Iedereen wil naar Tobermory…

1 – 3 juni 2024

‘Goh, ja, het is hier mooi… Maar mócht de zon schijnen, dan zou het nog veel mooier zijn.’

Het is met stip het meest gebruikte zinnetje aan boord denk ik. Aan de westkust van Schotland is zon een toverwoord. En voor vandaag zie ik er op mijn weer app een heel klein beetje, zo ergens tussen vijf en zes…

Ten westen van de zuidelijke arm van Mull ligt het eiland Iona, een eiland dat een grote rol speelde in de bekering tot het Christendom van Schotland. Van die tijd, de zesde eeuw, bleef niet veel over omdat de Vikingen het meer dan eens lelijk geplunderd en platgebrand hebben. De abdij dateert van veel later en is een toeristische klepper. Maar wij laten al die heiligheid links, of beter aan bakboord liggen als we de Sound of Iona doorvaren.

Omdat het hier flink kan stromen zijn we pas van onze mooie ankerplek vertrokken met stroom mee. Het is al laat in de namiddag en we plannen een bescheiden tochtje van zo’n 15 mijl naar een ankerplaats tussen de eilanden Gometra en Ulva.

Maar op onze weg ligt Staffa, een wel heel bijzonder vulkanisch eiland dat je door het wisselvallige weer vaker niet dan wel van dichtbij kan bewonderen.

Nog even lijkt het erop dat wolken de pret toch gaan bederven maar hoera, ze lossen wonderwel op, en als we vlakbij zijn kleurt de inmiddels al lage zon de unieke zeshoekige basaltformaties goudgeel.

Nee, ankeren doen we niet en de beroemde Fingal’s Cave bezoeken ook niet, en nee, het gelijknamige muziekstuk van Mendelssohn heb ik evenmin opgezet. We varen gewoon traag langs dit natuurwonder tot zo dicht als we durven. En drijven hier even helemaal alleen en in volslagen stilte…

Een dag later is het weer helemaal omgeslagen en ondervinden we aan den lijve wat het Schotse woord dreich betekent. In 2019 werd het tot meest iconische Schotse woord verkozen en betekent eigenlijk saai, langdradig en traag. Toegepast op het weer wordt dat dan miezerig, mistig, druilerig, motregenachtig, somber. En zo komen we op een very dreich Sunday aan in Tobermory waar we een mooring oppikken. Wie water en elektriciteit wil, kan ook in het haventje gaan liggen, waarvoor je dan het dubbele neertelt, zo’n 40£ ongeveer.

Wat je ook leest over de geschiedenis van Schotland, één begrip komt steevast terug en dat zijn The Clearances, wat zoveel betekent als ‘de ontruiming’. Omdat halfweg de achttiende eeuw grootschalige schapenteelt de oplossing zou zijn voor de toegenomen behoefte aan voedsel en kleding, moesten mensen in de Highlands wijken voor schapen. Men wilde ook af van de nogal eigengereide clans, de traditionele samenlevingsvorm toen. Deze gedwongen en vaak ook gewelddadige emigratie is een dieptepunt in de Schotse geschiedenis. Velen trokken naar Canada of zelfs Australië, de achterblijvers werden naar de kust verjaagd om er te werken in de visserij of de verwerking van zeewier tot soda. Omdat The British Fisheries Society in huisvesting voorzag, groeide Tobermory uit tot het stadje dat het nu is. Of die huizen toen ook al in vrolijke kleuren waren geschilderd weet ik niet, en waarom dat zo is ook niet. Misschien als tegengewicht voor overvloedig dreich weer? 

Tobermory ligt er uitgestorven bij. De winkeltjes zijn gesloten, enkel de distillery is open, de regen drupt van de bontgekleurde gevels en van de kappen van onze zeiljassen als we een ommetje maken langs Main Street.

Maar als de volgende dag het weer opnieuw compleet is omgeslagen, de hemel staalblauw kleurt en de zon schijnt, ben ik niet helemaal zeker van wat ik verkies.

Want ja, de zuurstokkleurtjes van de gevels stralen nu wel vrolijk, maar plots zijn daar ook de horden toeristen… Ze stromen van de tenders van een cruiseboot, stappen massaal uit bussen en auto’s of komen per fiets. Om zich vervolgens als een druk en kleurig lint langs de kleurige geveltjes te slingeren…

We verkiezen de rust van het water en ontvluchten de drukte, laten Tobermory en Mull achter ons en zetten koers langs de kaap van Ardnamurchan, in de richting van The Little Isles…

Doe mij maar turkoois water en een hagelwit strand…

28 – 31 mei 2024

Ankeren blijft altijd een beetje avontuur. Het vraagt een dosis lef, een portie waakzaamheid en een stuk vertrouwen. Goed ankergerief, goede kaarten maar ook tips van ervaren zeilvrienden helpen. En als al die dingen samenkomen kan je de hoofdprijs winnen, lees: turkoois water en een hagelwit strand…

Na Jura zeilen we door de Firth of Lorn naar Mull, naar Loch Spelve. Van de gevreesde Corryvreckan stroom, die tussen Jura en Scarba loopt, merken we weinig. Het lijkt wel november, grijs, koud en nat en Loch Spelve kan ons helaas niet bekoren. Hamish vertelt me dat Mull het grootste en het hoogste eiland van de Inner Hebrides is. Maar we zien vooral regen en mistslierten, droppen haastig het anker en werken ons uit onze natte zeilkledij. Om die bliksemsnel weer aan te trekken als de wind ineens 180° draait en zo gemeen uithaalt uit dat het rotsige strand ineens griezelig dichtbij komt. We verkassen naar een veiliger plekje. Ankerzweet prikt in mijn oksels…

De volgende ochtend varen we onder een voorzichtig zonnetje naar Kerrera waar we een mooring oppikken in de luwte van Heather Island. En hee, daar ligt Hiraeth, de boot van Sally en Miles, die we in 2022 een paar keer ontmoetten in Noorwegen.

Bij een biertje in de zeilclub praten we bij. Ze kennen dit zeilgebied als hun broekzak. ‘Heb je de Antares kaarten?’ vraagt Miles, ‘want dan heb ik een hele mooie tip voor jullie.’ 

Fier als een gieter bevestig ik dat ik ze heb,  Antares kaarten. ‘Op de laptop in OpenCpn én op de Ipad’, voeg ik er nog aan toe. En voor de volledigheid vertel ik lachend hoe ik úren zoet was geweest met de installatie ervan, toen een felle storm over Gigha ons een dag binnenhield…

Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend om dankzij gps feilloos overal heen te rijden met de auto. Op zee ligt dat wat anders. Zo zijn op klassieke vaarkaarten de gegevens voor sommige stukken van de westkust van Schotland niet accuraat. Nu is er een man die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om die blinde vlekken, letterlijk, in kaart te brengen. Bob Bradfield heet hij en Antares is de naam van het project.

Ik volg de instructies. De aankoop van de kaarten via de Memory-Map app is eenvoudig, maar bij het opstarten van OpenCpn, het open source navigatieprogramma waarin ik ze wil gebruiken, struikel ik. De laptop wil niet verbinden met de gps ontvanger, een bakje waarmee je de positie op je kaart krijgt. Na hardnekkig proberen lukt het dan toch, eerste hoera!

Maar ik krijg de Antares kaarten niet open en in plaats van mijn tijd te verprutsen mail ik gewoon Bob Bradfield die prompt antwoordt. Hij legt me uit dat het formaat van de kaarten via Memory Map app geschikt is voor Ipad maar niet voor OpenCpn. Maar voor de luttele 20£ die we betaalden voor 693 kaarten (!) blijken we ook recht te hebben op het andere formaat en hij stuurt me per kerende een link. En als ik deze download, doen ze het, tweede hoera!

Maar op het scherm verschijnt niet meer dan een vage kaart met rode vierkanten en weer weet ik het even niet meer. Tot ik inzoom op het gewenste gebied, doorklik naar een soort inhoudstafel en ten slotte de gedetailleerde kaarten ontdek, driewerf hoera!

Ik ben apetrots dat het me gelukt is maar later in de praktijk vinden we navigeren op de laptop binnen aan de kaartentafel toch niet zo fijn en grijpen snel terug naar de gebruiksvriendelijke Ipad… Maar nu wel uitgebreid met de Antares kaarten. En hoeveel beter die zijn ten opzichte van de ‘gewone’ Navionics kaarten zie je bij de baai die Miles ons tipt…

En zo vertrekken we, na nog een mooie wandeldag op Kerrera én bevoorrading in Oban. Een mooie zeiltocht, we kruisen in lange rakken bij een strakke wind, brengt ons 32 mijl verder naar de zuidoostkant van Mull, naar de ankerbaai Tràigh Gheal

Van zodra we in het gebied van de Antares kaart zijn, switchen we het Ipad scherm van de Navionics kaart naar de Antares kaart. Zo kunnen we de smalle baai veel accurater aftasten op zoek naar een goed plekje om te ankeren.

En daar is het dan, turkoois water, een hagelwit strand en rotsen van roze graniet die me doen denken aan de kust van Bretagne… Een plaatje!

Maar hoe goed de Antares kaarten ook zijn, een garantie voor een zorgeloze nacht op anker zijn ze niet. Want de volgende ochtend jaagt het ankeralarm ons uit ons warme nest. Langzaam zijn we gaan krabben. Hebben we te weinig ketting gegeven, was ons anker niet goed ingegraven, wie zal het zeggen… Er staat best veel wind, het baaitje is niet groot en opnieuw ankeren lukt pas na een paar pogingen. Toch gaan we nog even aan land maar  wijselijk zonder de boot uit het oog te verliezen.

Oh, en behalve deze idyllische ankerbaai kregen we van Sally en Miles* ook een tip voor een praktische app voor de getijden in de UK, Absolute Tides. Je krijgt er een gebruiksvriendelijke combinatie van tijhoogtes, stromingen en, als je online bent, zelfs een weerbericht.

* Op Youtube vind je de spannende zeilavonturen van Sally en Miles met hun boot Hiraeth…