Bergen, Hipp Hipp Hurra!

15 mei 2022. Al van ver zie ik ze door de verrekijker, de iconische rood en oranje huizen van de wijk Bryggen in Bergen. Maar wat ik ook zie, is dat de kade eronder afgeladen vol ligt met boten, rijen dik. De havenmeester verwijst ons naar de kade bij de Fiskeforget, waar we nog net langszij kunnen afmeren bij een Zwitserse zeilboot, Raroia. Wat we nog niet weten, is dat we hier op de eerste rij gaan liggen voor hét grootste feest in Noorwegen, de Syttende Mai… Een nationale feestdag als geen ander, Hipp Hipp Hurra!

17 mei 2022. Om zeven uur ’s morgens worden we opgeschrikt door een bulderend kanonschot. Het davert en weergalmt in de zeven bergen rondom. Er volgen nog meer schoten, rook kringelt omhoog tegen de helling. Bergen ontploft.

Dwars door de stad paraderen niet veel later alle denkbare verenigingen, opgedoft en met een onwaarschijnlijk enthousiasme. Scholen, studentenkringen, verpleegsters, brandweerlui, politie, zeelui… Maar ook kinderen, soms in militair aandoende outfits, houten kruisbogen of geweren over de schouder… Iedereen, jong en oud, wappert driftig met Noorse vlaggetjes en velen dragen de Bunad, de traditionele kledij. Er zijn ook fanfares, veel fanfares. De parcours van parades en fanfares kruisen elkaar, tromgeroffel en trompetten versmelten in een uitbundige kakafonie.

Vanuit huizen en vanop balkons klinkt gezang en handgeklap, jongeren vieren feestjes en het gaat er luidruchtig aan toe. Gratulerer med dagen! klinkt het overal. Gefeliciteerd! Noren beginnen deze dag traditioneel met een royaal ontbijt. Eitjes en zalm, aardbeien en champagne. Verder eten ze de hele dag ijs, veel ijs. En ze blijven drinken… Ik denk aan de wijnkaart van Fjellskål, het visrestaurant waarvoor we afgemeerd liggen. Gisteren dachten we nog dat 199 kr (19,90 €) voor een Sancerre toch niet gek was, tot we zagen dat de prijzen op de kaart per glas waren… Nu zit het restaurant tjokvol en op elke tafel staan flessen wijn en champagne. Hier wordt omzet gedraaid.

In de natste stad van Europa is het stralend lenteweer, de zon straalt aan een helblauwe hemel. Er volgen nog een vliegshow, een optocht met oldtimers en een botenparade. Alle boten zijn versierd met Noorse vlaggen en berkengroen of bjørk, symbool voor de ontluikende lente, nieuw leven, energie. Iets waar men hier in het Noorden, na een lange donkere winter, reikhalzend naar uitkijkt. Of dit groter is dan Kerstmis vraag ik iemand. Het is vooral anders, weet de dame me te vertellen, Kerstmis is intiem, dit is uitbundig, het speelt zich buiten af en iedereen komt samen. Het is bovendien de eerste keer sinds Covid dat de feestelijkheden weer mogen doorgaan.

Het toenemende alcoholpercentage levert grappige taferelen op, we komen ogen tekort. Op sommige bootjes zitten dubbel zoveel mensen als die bootjes aankunnen waardoor ze vervaarlijk gaan hellen. Licht of minder licht benevelde dames in bunad en op schoenen met hakken klauteren over boten, soms acht rijen dik. Een hondje wordt doorgegeven.

Een meisje hangt tegen haar vriendin, het gaat niet echt goed met haar. Even later komt een hulpverlener en nog even later is ze weg met de ambulanse. Morgen wordt ze beslist met een joekel van een kater wakker in het ziekenhuis.

Een jongen worstelt met hoogwater en weet duidelijk niet meer waar de toiletten zijn. Hij kiest dan maar het elektriciteitsbakje van de kade. Het blijft maar klateren. Dan komt de moeilijkste opdracht, de broek dicht en de riem ook. Het laatste lukt maar niet. Hij wankelt, wanhopig op zoek naar gesp en gaatjes. Dan gaat ook nog zijn telefoon. Hij neemt op, begint een gesprek en waggelt verder, de riem open, het hemd uit de broek, een hulpeloze witte vlag.

Om middernacht sluit een knallend vuurwerk het feest af. De hemel licht op.

Niet ver van Bergen ligt een eilandje met de naam Lysøen, eiland van het licht. Het is een idyllische plek waar het zomerhuis van beroemde Noor Ole Bull staat, een negentiende-eeuws componist en overtuigd nationalist. Daags voor we Bergen aandoen overnachten we er op anker. We maken een mooie wandeling en luisteren de hele avond naar zijn muziek. Doorgedreven nationalisme zoals dat van de Noren is niet echt aan ons besteed, maar dit is mooie muziek. Luister bij voorbeeld eens naar Et Sæterbesøg, op het album vertaald als A Mountain Vision

En terwijl we het over bergen hebben, de dag voor de Syttende Mai trekken we nog naar Ulriken, met zijn 643 meter de hoogste van de zeven bergen rond… Bergen. We gaan omhoog met de kabelbaan, maken een mooie wandeling naar de top en keren te voet, 1300 treden naar beneden, terug. Het beetje spierpijn dat ik daaraan overhoud valt beslist in het niet bij de koppijntjes van heel wat Bergenaars op 18 mei…

Na zonneschijn komt regen…

De atmosfeer was zo vochtig dat de vissen door de deuren hadden kunnen binnenkomen en door de vensters hadden kunnen weggaan, omdat ze gewoon konden zwemmen in de lucht die in de kamers hing.

Honderd Jaar Eenzaamheid – Gabriel García Márquez

Het is eigenlijk gewoon rechtdoor, van Peterhead naar de Noorse kust, de Noordzee over. Kompaskoers 65°. De enige hindernissen onderweg zijn olie- en gasplatformen, fel verlicht als gigantische kerstbomen. Het waait 4 à 5 beaufort uit 155°, SSE, en dat is met andere woorden gewoon perfect. Het gaat dan ook hard. In de eerste 24 uur halen we 172,5 mijl, een record voor ons. Zo hard dat we niet bij het eerste ochtendlicht gaan aankomen zoals in mijn meest optimistische inschatting, maar midden in de nacht. Dat willen we niet en dus reven we, en gaan Skudenes voorbij. Bij het krieken van de dag lopen we na 282 mijl de Bømlafjord in en meren af in Mosterhamn. Euforie, we zijn in Noorwegen!

We zijn vertrokken om een stuk van de Hardangerfjord te gaan ontdekken. De zon schijnt volop en we verbazen ons over de kleur van het water. Een haast onnatuurlijk appelblauwzeegroen, dat op het ritme van zon en wolken nu eens mysterieus donker en dan weer betoverend helder is. Een pittige zeiltocht brengt ons in Uskedal.

De volgende dag tuffen we 14 mijl verder naar het eilandje Sild, waar we in een beschutte baai aan een boei gaan liggen met zicht op de besneeuwde toppen van het Folgefonna Nasjonalpark. Het duizelt ons, zo mooi is het hier. We gaan met de bijboot aan land en wandelen het eiland rond, door geurig pijnboombos. Het is koud maar de zon is intens.

De volgende dag. Als een bevriende zeiler lyrisch blogt over een plek en daarbij vraagt om het niet voort te vertellen dan denken wij maar één ding, ‘Laten we daar eens gaan kijken!’. En zo varen we 24 mijl verder, naar Botnen…’ De tocht die door de Fyksesund gaat, is prachtig bij dit zonnig weer. Ook hier trekken we de stapschoenen aan voor een mooie bergwandeling. We hebben nu al drie dagen schitterend weer en kunnen ons geluk niet op…

Maar dan zakt de barometer en begint het te regenen. Natter en hardnekkiger dan ik ooit heb geweten. Op een manier maakt de regen de terugtocht door de Fyksesund heel apart. Mistflarden kruipen de donkere bergflanken op en haken zich in de dennenbomen. Overal storten watervalletjes zich van de bergen.

We zetten de wintertent en laten die zelfs staan bij het varen. Een kleine 14 mijl later meren we af in het vrij verlaten haventje van Jondal. We verwisselen kletsnatte zeilkledij en laarzen voor regenjas, regenbroek en wandelschoenen en gaan op stap. Heel even klaart het op en kunnen we genieten van de bloesems van de fruitbomen waar de Hardangerfjord zo beroemd om is. Tot de hemelsluizen weer ongenadig opengaan.

Intussen zijn we aan boord zoveel kledij aan het drogen dat de vochtigheidsgraad opgelopen is tot 93% en Las uit wanhoop een elektrisch vuurtje gaat kopen. De Coop, dat is half supermarkt, half doe-het-zelf-zaak. Met Noors aanbod. Je vindt er sneeuwschoppen, houtbijlen, thermische kledij, producten om je kledij waterdicht te maken, véél visgerei, en… vuurtjes allerhande. Het wordt gezellig in de kuip onder de tent.

Als we de volgende dag Jondal buitenvaren is het weer ronduit slecht. Zichtbaarheid nul, wind die uit het niets van 2,5 knts naar 25 knts aantrekt, –fallvind noemen ze dat hier-, en striemende regen met hagel. Halverwege, in de Sildafjord, verdwijnt alles ineens zomaar, lucht, horizon en water versmelten tot een wazige aquarel. Even vraag ik me af wat we hier doen, tot we de bocht om gaan, de Maurangerfjord in. We varen ineens zachtjes vóór de wind en aarzelende sprankeltjes zon lichten een tipje op van het versluierde majestueuze berglandschap. En dan is de regen daar wéér, net wanneer we afmeren aan een houten kade in Sundal.

Ook de volgende dag hoost het. Maar we kleden ons goed en gaan op stap naar Bondhusvatnet, het meer tot waar ooit de gletsjer Bondhusbreen kwam, maar die nu helaas zienderogen wegsmelt.

Hardangerfjord, wist je dat dit eigenlijk een verzamelnaam is voor een aantal fjorden, elk met hun eigen naam? Wel, ik begin te denken dat Noorwegen wel eens een verzamelnaam zou kunnen zijn voor alle vormen van nattigheid…

Regen, smeltwater, motregen, watervalwater, stortregen, bergbeekjeswater, miezerregen. Ze borrelen, bruisen, druisen, druppen, druppelen, gorgelen, gutsen, klateren, kletteren, kletsen en stromen. En nu verder naar Bergen. Staat bekend als natste stad van Europa….

Omweg naar Noorwegen

‘Sierra Tango Alfa November India Sierra Lima Alfa Sierra. Sierra Tango Echo Victor Echo Romeo Lima Yankee November Charlie Kilo.’ Ik spel de naam van mijn schipper. ‘Papa Alfa Tango, Papa Alfa November India Charlie Kilo.’ De naam van de boot. Dan nog ons adres en namen van de bemanning. We lopen Harwich aan, ik ben aan de telefoon met de National Yachtline en dat voelt een beetje als een mondeling examen….

Je leest het goed, we zijn in Groot-Brittannië! Dat sinds de Brexit niet meer tot Europa behoort en waar we nu moeten inklaren… We gaan het volgens het boekje doen.

In het kort. Formulier e-C1331 invullen en mailen, gele Q-vlag hijsen van zodra in territoriale wateren (12 mijl uit de kust), telefonisch contact opnemen met de National Yachtline bij aankomst, na goedkeuring door Border Force Q-vlag strijken, klaar.

En nu in het echt. Het begint al bij het invullen van het document. Welke zeiler kent nu op voorhand tijdstip van aankomst in uren, minuten en seconden? En wat vul je in bij ‘ARRIVAL BERTH’ als je afmeert aan een ponton zoals dat van Halfpenny Pier in Harwich? Ik probeer ‘unknown’, wat het systeem probleemloos aanvaardt. Bij het vak ‘UN LOCODE OF DEPARTURE PORT’ weet ik het ook even niet. Google leert me dat UN/LOCODE een internationale vijfletterige code is voor plaatsnamen. BE OST voor Oostende, GB HRW voor Harwich. Daarna geeft mailen van het document via de link met mailadres een foutmelding. Zelf het mailadres intypen lukt wel. Er komt een mail terug met daarin volgende zin: ‘On arrival, please continue to contact the National Yachtline on 03000 123 2012 for clearance purposes.’ Ik stop het nummer alvast in mijn telefoon.

Maar van zodra ik bij mobiel bereik probeer te bellen, hoor ik enkel fluittonen alsof ik naar een faxnummer bel. Ik kijk er het formulier nog eens op na en lees daar 0300 123 2012, een nulletje minder…

De stem aan de andere kant van de lijn vraagt me exact alles wat ik eerder invulde op het digitale formulier, mét de vraag om het te spellen… En zegt daarna dat Border Force contact zal nemen. Nét tijdens het afmeren gaat de telefoon, opnemen kan even niet. Terugbellen ook niet, want de oproep was anoniem…

Gelukkig hangt het nummer van Border Force uit op het ponton. Een vriendelijke stem vraagt naar de reden van ons bezoek, holiday dus, en naar de duur van ons verblijf, voorlopig nog onbekend, zeg ik. ‘Geen probleem, u wordt zo teruggebeld.’ Even later opnieuw Border Force, een andere stem. Nog wat vragen over onze geplande reis. Ik zeg dat we eigenlijk naar Noorwegen willen, maar via de Engelse oostkust komen omdat de wind tegenzit. En dat we nu nog niet weten wanneer en welke havens we zullen aanlopen. En dat we ongevéér een week zullen blijven. Stilte. ‘En keert u na een week terug naar Nederland?’ vraagt hij dan. ‘Euh, we zijn Bélgen en nee, we gaan naar Noorwegen…’ ‘Ok, prima’. Of ik dan nu de Q-vlag mag strijken? Stilte. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt de stem. Of ik de gele vlag naar beneden mag doen, nu we telefonisch ingeklaard zijn? De persoon aan de lijn weet het niet. ‘U wordt zo teruggebeld.’ Kwartiertje later heb ik Border Force weer aan de lijn. ‘Ja hoor, mevrouw, Q-vlag kan naar beneden, u mag aan wal, heel erg welkom en geniet van uw verblijf!’

We hebben een gast aan boord, een collega van Las. Eric hoefde geen twee keer na te denken toen Las hem over onze zeilplannen sprak en voorstelde een stukje mee te zeilen. Maar ons nareizen tot ergens in Noorwegen om daar wat zeilend te hoppen, is niet wat hij wil. Hij wil proeven van zeezeilen. Hoogzeezeilen. Een oversteek naar Stavanger, waarom niet…

Maar wat Eric na een paar uur op zee vooral proeft zijn zout en braaksel… Helaas, zeeziekte is zijn deel maar Eric is taai en komt er snel doorheen. En nee, hij stapt niet af in Harwich na 80 mijl scherp aan de wind…

Hij heeft er zin in en toont zich een fijn bemanningslid, ook al is zijn zeilervaring beperkt. De tweede tocht brengt ons naar Lowestoft, waar het liggeld high is en het waterpeil zo low dat we bij laagtij een stukje in de modder zakken.

Tocht drie wordt een fikse sprong tot het mooie Whitby, mét nachttocht. De leercurve van Eric is steil. Hij is helemaal zee-vast geworden, klaagt geen moment over de koude, lust alles en beschikt over een MacGyver-waardig probleemoplossend vermogen!

Tocht vier brengt ons tot Peterhead, Schotland. Even twijfelen we om de haven niet aan te lopen en de oversteek naar Stavanger te maken, -we hebben er de geknipte crew voor-, maar plotse dikke mist en kou jagen ons toch naar binnen. En hier scheiden onze wegen met Eric, na een week intens zeilen…

Hij trekt verder met de rugzak, stukje Schotland zien. Wij vertrekken met gunstige wind naar Noorwegen, zo’n 250 mijl noordoostwaarts.

O jee, de formaliteiten! Ik open mijn als Excel bewaarde e-C1331 van aankomst, vervang arrival door departure, pas vertrekhaven en bestemming aan en wis de lijn met de gegevens van Eric. We kwamen met drie het land binnen, we vertrekken met twee. ‘Zouden daar vragen bij komen’, vraag ik me af, als ik het nummer van de National Yachtline intik. ‘Sierra Tango Alfa November…’ Naam schipper en naam boot zijn deze keer voldoende. Bestemming NO SKU, Skudenes, Noorwegen, ook goed. Geen vragen over crew. ‘Have a safe crossing!’ klinkt de vriendelijke stem. Al mijn punten.