Ontmoeting in Trondheim

Een bladwijzer is een handig ding. Zeker in een vaargids die je langs een kust loodst die in totaal, alle fjorden, baaien én omtrekken van eilanden inbegrepen, 54.490 mijl of 100.916 km beslaat. Jawel, je leest het goed. De kustlijn zónder fjorden, baaien of eilanden is 1.367 mijl lang, ofwel 2.532 km. Snel de juiste pagina terugvinden is hoe dan ook aangenaam. De bladwijzer die daar nu, hoofdstuk V bladzijde 176,  dienst voor doet, is een visitekaartje. Roald Iversen, staat er op. Er staat ook een zeilboot op. Niet zijn zeilboot. Die heet Jazz en ligt in de haven van Trondheim. Roald was adjunct professor theologie en is nu met pensioen. In lange winters vertaalt hij jazz-nummers in het Nynorsk, vandaag hielp hij ons met afmeren. Hij steekt zijn bewondering voor onze boot niet onder stoelen of banken en in de paar dagen dat we hier liggen slaan we meer dan één praatje met hem. 

29 mei 2022. Onze tocht van Håholmen naar Trondheim begint woelig. We moeten Hustadvika voorbij, nog maar eens een berucht stuk kust waar de open zee vrij spel heeft. En wij alle kanten op gewipt worden als op een kermisattractie. Maar van zodra we de Trondheimsleia opvaren met eilanden aan weerszijden wordt alles terug rustig. Het weer klaart op en onder een heerlijke lentezon varen we nu langs lage rotsen met in de verte besneeuwde bergen. Het doet me denken aan de fantastische landschappen op de achtergrond van middeleeuwse schilderijen. Bijbelse bergen. Ik maak veel foto’s maar weet nu al dat deze immensiteit niet te pakken is.

Onderweg ankeren we op een magisch plekje. Hammarneset. Verlaten inham, steile hellingen met dennenbossen, gelige rotsen. Als de zon zakt danst de reflectie van het water op de rotswand die steeds mooier kleurt in het avondlicht. Heel bijzonder is de vloedlijn met zijn rand van donkergroene wieren die ontdubbeld wordt in het water. Ik zie dikke bloemmotieven, en wollige vissen.

De geschiedenis van Trondheim, die begint bij beruchte Viking Olav Tryggvason die zich op zijn plunderend pad tot het Christendom bekeert. Bij zijn terugkeer naar Noorwegen wordt hij koning en legt dit nieuwe geloof op, met geweld waar nodig. Zijn opvolger Olav II gaat nog driester tekeer en bekoopt dat met zijn leven. Olav II wordt Heilige Olav en beschermheilige van Noorwegen, en Trondheim een bedevaartsoord. Pelgrims komen van overal naar de Nidaros domkirke, een indrukwekkende kathedraal. Vandaag is Trondheim een levendige stad, met veel studenten, gerestaureerde houten pakhuizen met hippe winkels en koffiebars. Door de stad slingert zich de Nidelva rivier.

We zijn met de fietsjes op pad om Trondheim te ontdekken en hebben in het erg toeristische bezoekerscentrum twee kaartjes gekocht om de kathedraal te bezoeken. Gotische bogen reiken ambitieus hoog richting hemel, glasramen imponeren met intense kleuren. Het is veel, het is overdonderend. Een priester draagt een mis op voor een paar toehoorders maar de sereniteit ervan wordt overstemd door een gids die, -in middeleeuws kostuum- simultaan een groep toeristen te woord staat. De stem van de laatste galmt het meest… Nidaros Domkirke, groots en een tikje te luid.

Niet veel verder staat er nog een kerk. De Vår Frue Kirke, of Onze Lieve Vrouwekerk. Ze oogt sober en een stuk bescheidener dan de kathedraal en ik ben benieuwd naar het interieur. Maar het eerste wat me bij het binnenkomen treft is de warme geur van koffie. En versgebakken wafels. Ik zie een groep wat haveloos uitziende mensen verspreid aan tafeltjes zitten, enkelen spelen een partijtje schaak, iemand begint iets voor te dragen van achter een microfoon. Een paar dames staan gezellig kletsend af te wassen in een geïmproviseerde keuken. Men zegt dat Noorwegen het rijkste land van Europa is. Of dat waar is weet ik niet. Maar wat zeker is, is dat ook een welstellende maatschappij als deze haar schaduwzijde heeft. En die zit hier in deze kerk. Ik voel me een indringer in deze cocon van belangeloze naastenliefde en haast me, een beetje verward, de kerk uit.

1 juni 2022. We varen de Trondheimfjord uit. Gisteren was het warm, bijna zomers zwoel zelfs. Vandaag begon met regen, nu breekt de zon alweer met geweld door blauwe wolken. Fjord, bergflanken, lucht, alles krijgt een vreemde, blauwe gloed. Later op de avond wanneer we achter ons anker dobberen, merken we dat het hier niet meer echt donker wordt. Niet donker, maar blauw.

In onze vaargids het visitekaartje van Roald. En notities van leuke plekjes die we volgens hem niet mogen overslaan op onze tocht noordwaarts. ‘Iedereen wil naar de Lofoten, zei hij nog, maar vergeet vooral Helgeland niet, het is een schitterend vaargebied…’

Van roze wolken, een vuurtoren en ‘de laatste Viking’

26 mei 2022. Ona. 62°51’ N 6°33’ E.

Zon, blauwe lucht, geen wolkje te bekennen…

‘Heb je zin om de vuurtoren op te gaan, ik heb de sleutel? We kunnen net op tijd zijn voor de zonsondergang!’

Dat laten we ons geen twee keer zeggen, trekken snel jas en muts aan en lopen de vriendelijke Noor achterna. Hij is de schipper van de grote Grand Banks motorboot die achter ons aan de steiger afgemeerd ligt. Er volgt een niet helemaal duidelijk verhaal van familie die hier in het oude loodshuis woont waardoor hij over die sleutel beschikt. ‘Hier’, dat is het eilandje Ona. We zijn er vandaag in vijf uur en met een heerlijk zeilweertje heen gevaren vanuit Ålesund.

Ålesund was mooi. Maar ook druk. En een beetje platgelopen door groepen toeristen van de cruiseboten die hier dagelijks aanmeren. De stad leeft op het ritme van die cruiseschepen. Winkels gaan open als de passagiers als een golf komen aanrollen en sluiten in de late namiddag als ze naar hun drijvende hotels terugspoelen. Je hoort hier Amerikaans, Spaans, Frans en zelfs Nederlands. De stad heeft een wat ongewone uitstraling. Na een allesverwoestende brand in 1904 werd voor de heropbouw gekozen voor de Jugendstil die toen in de mode was. Statig, kleurrijk en niet zo Noors uitziend zijn de gebouwen. Kleurrijk zijn ook de fresco’s in de mooie kerk. En voor een schitterend uitzicht over de stad moet je naar uitkijkpost Fjellstua, je zal je de klim van 614 traptreden hoog niet beklagen. En voor ik het vergeet, mocht je hier ooit komen, ga dan zeker eens langs bij shipchandler Sverre Eidsvik, een heerlijke winkel.

Maar nu zijn we dus in Ona en op weg naar de vuurtoren, Ona Fyr. De zon kwam vandaag op om vier uur en gaat onder om elf uur. Dat is drie uur meer licht dan nu in België… Maar als we bij de toren aankomen blijkt de man een verkeerde sleutel mee te hebben. Hij snelt terug naar het dorp en komt even later terug. We klauteren omhoog, via een ijzeren draaitrap en een bijna verticaal houten trapje, en nét wanneer de zon de horizon aantikt staan we boven. We voelen ons de koning te rijk. Hier kijk je 360° om je heen, in het westen gaat de zon onder, daaronder net achter de kade, ligt de boot en in het oosten kleuren de wolken ineens helemaal roze. Beneden bontgekleurde huisjes op een kluitje.

Amper 12 mensen wonen er nog permanent op Ona, dat enkel via een ferry in verbinding staat met het vasteland. Tijdens het toeristisch seizoen, dat nog moet beginnen, komen er tweedeverblijvers en dagjesmensen. Nu is het er stil. Puur. En mooi.

28 mei 2022. Håholmen. 63°1’ N 7°24’ E.

Regen, wind, geen stukje blauwe lucht te bespeuren…

‘Wil je de ‘Saga Siglar’ zien? Eigenlijk is het museum gesloten maar ik heb de sleutel. Als je wil kan je gaan kijken. Of weet je, ik ga alvast voor jullie openmaken.’

‘De laatste Viking’, zo wordt Ragnar Thorseth wel genoemd. Een avonturier zoals je er maar weinig hebt. Als prille twintiger roeide hij van Noorwegen naar Lerwick op de Shetland eilanden en nog niet zo lang geleden deed hij, een krasse zeventiger intussen, die prestatie nog eens over. In alle jaren daartussen beleefde hij tal van avonturen. Het strafste moet wel de wereldomzeiling eind jaren ’80 geweest zijn met de ‘Saga Siglar’, een reconstructie van een vikingschip. Met die tocht wilde hij aantonen dat de Vikingen nog vóór Colombus Amerika hebben ontdekt. Helaas leed het schip in 1992 schipbreuk in Spanje en hier op Håholmen staan de restanten. Het eiland was eigendom van de mama van avonturier Ragnar. Toen het met de visserij niet meer zo goed ging, werden alle huisje van het vissersdorp gerestaureerd tot zeer instagrammable cottages. En niet alleen kreeg Ragnars gestrande schip hier een onderkomen, er is nog een replica gebouwd waarmee toeristen in de zomer tochtjes kunnen maken.

Het mag dan nu wel pokkenweer zijn, het is hier stil. Puur. En mooi.

Van Bergen naar Ålesund, met Judy als gids..

Langsheen de westkust van Noorwegen staat een constante stroming van zuid naar noord. Waait het strak uit het Noorden, dan botsen en knotsen wind en stroom tegen elkaar op. Bij Statt weerkaatst die warrige watermassa nog eens tegen hoge klippen en kan de zee er in een ware heksenketel veranderen. Het is dan ook een van de meest beruchte kapen van Noorwegen. Het lijkt wel een boze, gebalde vuist waar je voorbij moet. Wordt het te bar, dan escorteert de kustwacht kleine bootjes bij hun passage. Er is zelfs begonnen met de aanleg van een tunnel onder die kaap door. Een tunnel die zo groot zal zijn dat een cruiseschip er doorheen zal kunnen…

De Noorse kustlijn is grillig gerafeld en bezaaid met eilanden en rotsen en vaak is niet eens duidelijk wat vasteland is en wat eiland. Bij het zien van de kaarten kan je in een kramp schieten, een route uitzetten is een hele toer. Elektronische kaarten hebben het voordeel dat je kan in- en uitzoomen maar toch ben je telkens weer het overzicht kwijt. Al die rotsen en rotsjes, stenen en kruimels, het heeft iets van abstracte kunst.

Onze route is dan ook geen rechte lijn noord maar krult en kronkelt mee met fjorden, inhammen, rond eilanden en kapen en langs zoveel afmeerplekken dat je hoofd ervan tolt. Om hierbij -letterlijk- het noorden niet kwijt te raken zijn goede kaarten en ook goede vaargidsen een noodzaak. Mijn favoriete gids is het boek van Judy Lomax, dat simpelweg Norway heet en een schat aan informatie biedt. En op een manier die ons bevalt, met beschrijvingen die beknopt zijn maar accuraat. Maar er staat veel meer in dan in één reis haalbaar en het is telkens selecties maken van haar selecties…

Op weg van Bergen richting Sognefjord kiezen we eerst voor Herdla en dan Skjerjehamn als overnachtingsplaatsen.

De Sognefjord is de derde langste fjord ter wereld en een toeristische trekpleister van formaat. We zouden de 204 km helemaal heen en terug kunnen varen maar dat is tijdrovend en veelal op motor. We verkiezen de tip van Judy om het met een snelle toeristenferry te doen. En wat blijkt? We hoeven daar niet nóg een haven verder voor te varen zoals vermeld in haar boek (editie 2016). Want vlakbij de kade waar we afgemeerd liggen blijkt de express-boot Bergen-Flåm nu ook een halte te hebben. En zo snellen we een dag later in een postkaart-decor aan 33 knopen naar Flåm, het eindpunt in de Sognefjord. Besneeuwde bergtoppen, imposante watervallen, lieflijke dorpjes en fruitbomen in bloei… De tickets zijn niet goedkoop maar hun geld wel waard! 

Van de Sognefjord gaat het naar Statt en Judy licht de mogelijke routes een voor een duidelijk toe. Voor het eerst sinds onze aankomst in Noorwegen gaan we weer ‘buitenom’, de volle zee op.

Het naar buiten varen tussen de wirwar van rotsen valt best mee omdat het er zo diep is dat de meter niets meer aangeeft. 100 tot 300, soms wel 500 meter staat er op de kaart. En al lijken de lage rotsen of scheren soms zo dichtbij dat je denkt ze te kunnen aanraken, ook dan blijft het 80, 50 tot 20 meter diep. 20 meter, dat is ongeveer even diep als onze mast hoog is. Met een diepgang van 2 meter niets om je zorgen over te maken dus. En op geïsoleerde rotspartijen staan duidelijke bakens. En de branding zegt genoeg..

De scheren waar we langs varen zijn laag, grijsgroen en rotsachtig, soms staat er een schriel struikje of boompje op. Ver op de achtergrond zien we kolossale stompe oer-bergen, zwartblauw met witte vlekken van sneeuw. De dichtbijgelegen scheren schuiven snel voorbij terwijl het massieve decor met de bergen ogenschijnlijk op zijn plaats blijft. Zo verandert het landschap onophoudelijk, wat een beetje bevreemdend werkt. Je zou er het gevoel voor maat en afstand bij verliezen.

Eens op zee is er absoluut geen stress nodig voor de passage rond Statt. Er staat een zwakke zuidenwind en de zee is kalm.

Voorbij Statt varen we weer naar ‘binnen’ en via Sandshamn en het lieflijke Borgarøya vervolgen we onze weg richting Ålesund. In Judy’s boek zijn we inmiddels bij een nieuw hoofdstuk aangekomen. Van ‘Fjord Norway’ naar ‘The Way North’…

Bergen, Hipp Hipp Hurra!

15 mei 2022. Al van ver zie ik ze door de verrekijker, de iconische rood en oranje huizen van de wijk Bryggen in Bergen. Maar wat ik ook zie, is dat de kade eronder afgeladen vol ligt met boten, rijen dik. De havenmeester verwijst ons naar de kade bij de Fiskeforget, waar we nog net langszij kunnen afmeren bij een Zwitserse zeilboot, Raroia. Wat we nog niet weten, is dat we hier op de eerste rij gaan liggen voor hét grootste feest in Noorwegen, de Syttende Mai… Een nationale feestdag als geen ander, Hipp Hipp Hurra!

17 mei 2022. Om zeven uur ’s morgens worden we opgeschrikt door een bulderend kanonschot. Het davert en weergalmt in de zeven bergen rondom. Er volgen nog meer schoten, rook kringelt omhoog tegen de helling. Bergen ontploft.

Dwars door de stad paraderen niet veel later alle denkbare verenigingen, opgedoft en met een onwaarschijnlijk enthousiasme. Scholen, studentenkringen, verpleegsters, brandweerlui, politie, zeelui… Maar ook kinderen, soms in militair aandoende outfits, houten kruisbogen of geweren over de schouder… Iedereen, jong en oud, wappert driftig met Noorse vlaggetjes en velen dragen de Bunad, de traditionele kledij. Er zijn ook fanfares, veel fanfares. De parcours van parades en fanfares kruisen elkaar, tromgeroffel en trompetten versmelten in een uitbundige kakafonie.

Vanuit huizen en vanop balkons klinkt gezang en handgeklap, jongeren vieren feestjes en het gaat er luidruchtig aan toe. Gratulerer med dagen! klinkt het overal. Gefeliciteerd! Noren beginnen deze dag traditioneel met een royaal ontbijt. Eitjes en zalm, aardbeien en champagne. Verder eten ze de hele dag ijs, veel ijs. En ze blijven drinken… Ik denk aan de wijnkaart van Fjellskål, het visrestaurant waarvoor we afgemeerd liggen. Gisteren dachten we nog dat 199 kr (19,90 €) voor een Sancerre toch niet gek was, tot we zagen dat de prijzen op de kaart per glas waren… Nu zit het restaurant tjokvol en op elke tafel staan flessen wijn en champagne. Hier wordt omzet gedraaid.

In de natste stad van Europa is het stralend lenteweer, de zon straalt aan een helblauwe hemel. Er volgen nog een vliegshow, een optocht met oldtimers en een botenparade. Alle boten zijn versierd met Noorse vlaggen en berkengroen of bjørk, symbool voor de ontluikende lente, nieuw leven, energie. Iets waar men hier in het Noorden, na een lange donkere winter, reikhalzend naar uitkijkt. Of dit groter is dan Kerstmis vraag ik iemand. Het is vooral anders, weet de dame me te vertellen, Kerstmis is intiem, dit is uitbundig, het speelt zich buiten af en iedereen komt samen. Het is bovendien de eerste keer sinds Covid dat de feestelijkheden weer mogen doorgaan.

Het toenemende alcoholpercentage levert grappige taferelen op, we komen ogen tekort. Op sommige bootjes zitten dubbel zoveel mensen als die bootjes aankunnen waardoor ze vervaarlijk gaan hellen. Licht of minder licht benevelde dames in bunad en op schoenen met hakken klauteren over boten, soms acht rijen dik. Een hondje wordt doorgegeven.

Een meisje hangt tegen haar vriendin, het gaat niet echt goed met haar. Even later komt een hulpverlener en nog even later is ze weg met de ambulanse. Morgen wordt ze beslist met een joekel van een kater wakker in het ziekenhuis.

Een jongen worstelt met hoogwater en weet duidelijk niet meer waar de toiletten zijn. Hij kiest dan maar het elektriciteitsbakje van de kade. Het blijft maar klateren. Dan komt de moeilijkste opdracht, de broek dicht en de riem ook. Het laatste lukt maar niet. Hij wankelt, wanhopig op zoek naar gesp en gaatjes. Dan gaat ook nog zijn telefoon. Hij neemt op, begint een gesprek en waggelt verder, de riem open, het hemd uit de broek, een hulpeloze witte vlag.

Om middernacht sluit een knallend vuurwerk het feest af. De hemel licht op.

Niet ver van Bergen ligt een eilandje met de naam Lysøen, eiland van het licht. Het is een idyllische plek waar het zomerhuis van beroemde Noor Ole Bull staat, een negentiende-eeuws componist en overtuigd nationalist. Daags voor we Bergen aandoen overnachten we er op anker. We maken een mooie wandeling en luisteren de hele avond naar zijn muziek. Doorgedreven nationalisme zoals dat van de Noren is niet echt aan ons besteed, maar dit is mooie muziek. Luister bij voorbeeld eens naar Et Sæterbesøg, op het album vertaald als A Mountain Vision

En terwijl we het over bergen hebben, de dag voor de Syttende Mai trekken we nog naar Ulriken, met zijn 643 meter de hoogste van de zeven bergen rond… Bergen. We gaan omhoog met de kabelbaan, maken een mooie wandeling naar de top en keren te voet, 1300 treden naar beneden, terug. Het beetje spierpijn dat ik daaraan overhoud valt beslist in het niet bij de koppijntjes van heel wat Bergenaars op 18 mei…

Na zonneschijn komt regen…

De atmosfeer was zo vochtig dat de vissen door de deuren hadden kunnen binnenkomen en door de vensters hadden kunnen weggaan, omdat ze gewoon konden zwemmen in de lucht die in de kamers hing.

Honderd Jaar Eenzaamheid – Gabriel García Márquez

Het is eigenlijk gewoon rechtdoor, van Peterhead naar de Noorse kust, de Noordzee over. Kompaskoers 65°. De enige hindernissen onderweg zijn olie- en gasplatformen, fel verlicht als gigantische kerstbomen. Het waait 4 à 5 beaufort uit 155°, SSE, en dat is met andere woorden gewoon perfect. Het gaat dan ook hard. In de eerste 24 uur halen we 172,5 mijl, een record voor ons. Zo hard dat we niet bij het eerste ochtendlicht gaan aankomen zoals in mijn meest optimistische inschatting, maar midden in de nacht. Dat willen we niet en dus reven we, en gaan Skudenes voorbij. Bij het krieken van de dag lopen we na 282 mijl de Bømlafjord in en meren af in Mosterhamn. Euforie, we zijn in Noorwegen!

We zijn vertrokken om een stuk van de Hardangerfjord te gaan ontdekken. De zon schijnt volop en we verbazen ons over de kleur van het water. Een haast onnatuurlijk appelblauwzeegroen, dat op het ritme van zon en wolken nu eens mysterieus donker en dan weer betoverend helder is. Een pittige zeiltocht brengt ons in Uskedal.

De volgende dag tuffen we 14 mijl verder naar het eilandje Sild, waar we in een beschutte baai aan een boei gaan liggen met zicht op de besneeuwde toppen van het Folgefonna Nasjonalpark. Het duizelt ons, zo mooi is het hier. We gaan met de bijboot aan land en wandelen het eiland rond, door geurig pijnboombos. Het is koud maar de zon is intens.

De volgende dag. Als een bevriende zeiler lyrisch blogt over een plek en daarbij vraagt om het niet voort te vertellen dan denken wij maar één ding, ‘Laten we daar eens gaan kijken!’. En zo varen we 24 mijl verder, naar Botnen…’ De tocht die door de Fyksesund gaat, is prachtig bij dit zonnig weer. Ook hier trekken we de stapschoenen aan voor een mooie bergwandeling. We hebben nu al drie dagen schitterend weer en kunnen ons geluk niet op…

Maar dan zakt de barometer en begint het te regenen. Natter en hardnekkiger dan ik ooit heb geweten. Op een manier maakt de regen de terugtocht door de Fyksesund heel apart. Mistflarden kruipen de donkere bergflanken op en haken zich in de dennenbomen. Overal storten watervalletjes zich van de bergen.

We zetten de wintertent en laten die zelfs staan bij het varen. Een kleine 14 mijl later meren we af in het vrij verlaten haventje van Jondal. We verwisselen kletsnatte zeilkledij en laarzen voor regenjas, regenbroek en wandelschoenen en gaan op stap. Heel even klaart het op en kunnen we genieten van de bloesems van de fruitbomen waar de Hardangerfjord zo beroemd om is. Tot de hemelsluizen weer ongenadig opengaan.

Intussen zijn we aan boord zoveel kledij aan het drogen dat de vochtigheidsgraad opgelopen is tot 93% en Las uit wanhoop een elektrisch vuurtje gaat kopen. De Coop, dat is half supermarkt, half doe-het-zelf-zaak. Met Noors aanbod. Je vindt er sneeuwschoppen, houtbijlen, thermische kledij, producten om je kledij waterdicht te maken, véél visgerei, en… vuurtjes allerhande. Het wordt gezellig in de kuip onder de tent.

Als we de volgende dag Jondal buitenvaren is het weer ronduit slecht. Zichtbaarheid nul, wind die uit het niets van 2,5 knts naar 25 knts aantrekt, –fallvind noemen ze dat hier-, en striemende regen met hagel. Halverwege, in de Sildafjord, verdwijnt alles ineens zomaar, lucht, horizon en water versmelten tot een wazige aquarel. Even vraag ik me af wat we hier doen, tot we de bocht om gaan, de Maurangerfjord in. We varen ineens zachtjes vóór de wind en aarzelende sprankeltjes zon lichten een tipje op van het versluierde majestueuze berglandschap. En dan is de regen daar wéér, net wanneer we afmeren aan een houten kade in Sundal.

Ook de volgende dag hoost het. Maar we kleden ons goed en gaan op stap naar Bondhusvatnet, het meer tot waar ooit de gletsjer Bondhusbreen kwam, maar die nu helaas zienderogen wegsmelt.

Hardangerfjord, wist je dat dit eigenlijk een verzamelnaam is voor een aantal fjorden, elk met hun eigen naam? Wel, ik begin te denken dat Noorwegen wel eens een verzamelnaam zou kunnen zijn voor alle vormen van nattigheid…

Regen, smeltwater, motregen, watervalwater, stortregen, bergbeekjeswater, miezerregen. Ze borrelen, bruisen, druisen, druppen, druppelen, gorgelen, gutsen, klateren, kletteren, kletsen en stromen. En nu verder naar Bergen. Staat bekend als natste stad van Europa….

Omweg naar Noorwegen

‘Sierra Tango Alfa November India Sierra Lima Alfa Sierra. Sierra Tango Echo Victor Echo Romeo Lima Yankee November Charlie Kilo.’ Ik spel de naam van mijn schipper. ‘Papa Alfa Tango, Papa Alfa November India Charlie Kilo.’ De naam van de boot. Dan nog ons adres en namen van de bemanning. We lopen Harwich aan, ik ben aan de telefoon met de National Yachtline en dat voelt een beetje als een mondeling examen….

Je leest het goed, we zijn in Groot-Brittannië! Dat sinds de Brexit niet meer tot Europa behoort en waar we nu moeten inklaren… We gaan het volgens het boekje doen.

In het kort. Formulier e-C1331 invullen en mailen, gele Q-vlag hijsen van zodra in territoriale wateren (12 mijl uit de kust), telefonisch contact opnemen met de National Yachtline bij aankomst, na goedkeuring door Border Force Q-vlag strijken, klaar.

En nu in het echt. Het begint al bij het invullen van het document. Welke zeiler kent nu op voorhand tijdstip van aankomst in uren, minuten en seconden? En wat vul je in bij ‘ARRIVAL BERTH’ als je afmeert aan een ponton zoals dat van Halfpenny Pier in Harwich? Ik probeer ‘unknown’, wat het systeem probleemloos aanvaardt. Bij het vak ‘UN LOCODE OF DEPARTURE PORT’ weet ik het ook even niet. Google leert me dat UN/LOCODE een internationale vijfletterige code is voor plaatsnamen. BE OST voor Oostende, GB HRW voor Harwich. Daarna geeft mailen van het document via de link met mailadres een foutmelding. Zelf het mailadres intypen lukt wel. Er komt een mail terug met daarin volgende zin: ‘On arrival, please continue to contact the National Yachtline on 03000 123 2012 for clearance purposes.’ Ik stop het nummer alvast in mijn telefoon.

Maar van zodra ik bij mobiel bereik probeer te bellen, hoor ik enkel fluittonen alsof ik naar een faxnummer bel. Ik kijk er het formulier nog eens op na en lees daar 0300 123 2012, een nulletje minder…

De stem aan de andere kant van de lijn vraagt me exact alles wat ik eerder invulde op het digitale formulier, mét de vraag om het te spellen… En zegt daarna dat Border Force contact zal nemen. Nét tijdens het afmeren gaat de telefoon, opnemen kan even niet. Terugbellen ook niet, want de oproep was anoniem…

Gelukkig hangt het nummer van Border Force uit op het ponton. Een vriendelijke stem vraagt naar de reden van ons bezoek, holiday dus, en naar de duur van ons verblijf, voorlopig nog onbekend, zeg ik. ‘Geen probleem, u wordt zo teruggebeld.’ Even later opnieuw Border Force, een andere stem. Nog wat vragen over onze geplande reis. Ik zeg dat we eigenlijk naar Noorwegen willen, maar via de Engelse oostkust komen omdat de wind tegenzit. En dat we nu nog niet weten wanneer en welke havens we zullen aanlopen. En dat we ongevéér een week zullen blijven. Stilte. ‘En keert u na een week terug naar Nederland?’ vraagt hij dan. ‘Euh, we zijn Bélgen en nee, we gaan naar Noorwegen…’ ‘Ok, prima’. Of ik dan nu de Q-vlag mag strijken? Stilte. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt de stem. Of ik de gele vlag naar beneden mag doen, nu we telefonisch ingeklaard zijn? De persoon aan de lijn weet het niet. ‘U wordt zo teruggebeld.’ Kwartiertje later heb ik Border Force weer aan de lijn. ‘Ja hoor, mevrouw, Q-vlag kan naar beneden, u mag aan wal, heel erg welkom en geniet van uw verblijf!’

We hebben een gast aan boord, een collega van Las. Eric hoefde geen twee keer na te denken toen Las hem over onze zeilplannen sprak en voorstelde een stukje mee te zeilen. Maar ons nareizen tot ergens in Noorwegen om daar wat zeilend te hoppen, is niet wat hij wil. Hij wil proeven van zeezeilen. Hoogzeezeilen. Een oversteek naar Stavanger, waarom niet…

Maar wat Eric na een paar uur op zee vooral proeft zijn zout en braaksel… Helaas, zeeziekte is zijn deel maar Eric is taai en komt er snel doorheen. En nee, hij stapt niet af in Harwich na 80 mijl scherp aan de wind…