Kirkwall, Orkney, fully booked

Ook al was ik in het vijfde middelbaar niet wild van het vak Latijn, met het verhaal van Dido en Aeneas kreeg Vergilius wel mijn aandacht. Aeneas die –door het gekonkel van bemoeizieke goden- Dido, zijn lief, in Carthago moet achterlaten en met zijn schip wegvaart. Waarna Dido zelfmoord pleegt en Aeneas het vuur van de brandstapel van op zee ziet oplaaien. Romantiek, drama! Jaren later leerde ik de muziek van Henry Purcell kennen, prachtig! En kijk, in Kirkwall vindt net nu het St Magnus festival plaats en Dido en Aeneas wordt er uitgevoerd.

19 – 20 juni 2016

Met een klinkende zoen van de havenmeester nemen we afscheid van Peterhead in de vroege avond. 110 mijl naar Kirkwall, Orkney. De weerberichten zijn het niet helemaal eens, de Navtex heeft het over 8 bft, de gribfiles houden het bij 5 tot 7 bft. Omdat ze allemaal zuidoost geven, gaan we er voor. Met ruime wind kan ons schip wat hebben. We zetten enkel de genua, installeren onze ‘wintertent’ tegen de regen en laten de automatische piloot het werk doen, de Moray Firth over. Vlotjes lopen we 7 knopen en houden het warm en droog. Het rollen van de boot maakt het binnen wel onrustig. Je kan niet alles hebben.

Drie uur op, drie uur af. In mijn wacht van 03:00 tot 06:00 houdt het op met regenen en word ik verrast door een schitterende vollemaansondergang.

De barometer maakt een duik, de wind zakt in elkaar, wordt zuidwest en ten slotte west. ‘Land in zicht!’, klinkt het rond 10:00. Het eiland Hoy, het hoogste eiland van de Orkney’s laat zich zien.

Kort na de middag wordt het opkruisen onder blauwe hemel en met een strakke westenwind, de Stronsay Firth in, het eilandje Auskerry aan stuurboord.

Iets verderop, tussen het eiland Shapinsay en Mainland, gaat het verder op motor en worden we verrast door de kracht van de stroming. We hebben hier dik drie knopen stroom mee, maar door de wind op kop krijg je heel raar water. Tide rips zoals dat heet. De schuimkoppige wervelingen maken dat we met moeite anderhalve knoop snelheid kunnen maken, het ongemakkelijke gevoel hebben dat we ter plekke blijven, maar 5 knopen op het log zien.

We meren af in de marina van Kirkwall. Wat voelen we ons stoer, we zijn helemaal naar deze afgelegen eilandengroep gezeild en morgen gaan we het allemaal ontdekken.

21 juni 2016

Tot onze verbazing zijn we verre van alleen. Meer zelfs, in de hoofdstraat, de ene hebbeding-winkel naast de andere, is het ronduit druk. Groepen toeristen, fototoestellen paraat, gemakkelijke driekwartbroeken, witte sokken in wandelschoenen, foldertjes in de hand. Zouden die allemaal van de cruiseboot in de haven komen, vragen we ons af.

We willen morgen een auto huren maar bij de toeristische dienst vernemen we tot onze ontgoocheling dat alle autoverhuur fully booked is. Tja, we hadden wel gelezen over het St. Magnus festival, dat het een gerenommeerd muzikaal evenement was en zo. Ik had trouwens in mijn agenda het concert van deze avond aangestipt. Dido en Aeneas van Henry Purcell, in de St. Magnus kathedraal… Maar in het kantoortje van het festival vangen we opnieuw bot. ‘I am afraid the concert for tonight is fully booked…’ Dat plan laten we dus varen. Maar we lopen wel zelf tot bij twee autoverhuurders en bij de tweede kunnen we nog een auto scoren.

In de St. Magnus kathedraal is het drummen. Ik onthou vooral de warmrode kleur van de stenen en de gelige gloed.

En de lunchpauze van de schilder die de deuren onder handen neemt.

En tien mannen die een piano van een podium tillen, het ene concert is nog maar afgelopen, en het volgende is in aantocht. Het is hoogseizoen in Kirkwall.

Maar Dido en Aeneas, die zitten gelukkig in mijn Itunes-bibliotheek en de kajuit wordt mijn concertzaal, glaasje wijn in de hand.

Summerblues

Maandag 13 juni 2016

Scarborough. Een naam als uit een lieflijk sprookje. Waar ik ook aan denk is het mooie tijdloze liedje van Simon and Garfunkel, Scarborough fair. Maar nu is Scarborough alleen te zien als een plaatsnaam op de kaart. Waar ons schip koers naar zet. Rondom ons niets dan kille melkwitte pap die uiteenzakt in miezerige druilregen. Geen lover wind, niets. De zee, voor zo ver we ze zien, deint dik als olie. Soms wurmt een waterzonnetje zich door een gat in de mist, maar dan gaan de bleke gordijnen weer onherroepelijk dicht.

Al twee dagen dreunt de motor. We vertrokken uit Nieuwpoort en waren er helemaal klaar voor. Waarom niet gewoon recht naar het noordelijkste punt van Schotland, een kleine 500 mijl, vier etmalen, moet kunnen. Maar de wind had duidelijk andere plannen. Overmoed en boten gaan slecht samen.

We zetten eerst nog hoopvol de zeilen bij, en met motor en stroom mee gaat het best vooruit. Maar na elke zes uur stroom mee volgen er zes uur stroom tegen en in de loop van de tweede nacht vinden we het welletjes geweest. We zijn tenslotte een zeilboot. En we hebben zes weken vakantie, rushen doen we de rest van het jaar al genoeg.

En we hebben ook net vastgesteld dat de generator olie lekt…

Scarborough is de dichtste haven in de buurt en met het opkomend getij perfect aan te lopen. Op de tast weliswaar, want de wereld is opgeslokt door dikke mist. ‘Fog patches’ klonk het very british in het weerbericht. Dit zijn wel heel dikke lappen mist.

Een alleraardigste havenmeester helpt ons afmeren. Grapje over de engelse zomer en zo. En hij wijst ons ook waar de ship chandler is, hun mecanicien kan ons beslist helpen met de generator. Na een biertje en een comateus middagdutje wandelen we langs de kitscherige Scarborough fair, kleurige eetstalletjes die zowel krab, als ijsjes verkopen, lunaparken, een schreeuwerige kermis.

Wanneer we bij de ship chandler aankomen is die al op de hoogte van ons probleem, langs de kade doet de tamtam snel zijn werk.

Dinsdag 14 juni 2016

De lekkende olie blijkt een heel andere oorzaak te hebben dan verwacht; een van de steunbeugels van de generator blijkt gebroken met gedaver en lekkende olie als gevolg. Brrr. De flegmatieke mecanicien zucht, herstellen zal niet lukken, dit moet vervangen worden. Maar waar in hemelsnaam vind je in Scarborough of omstreken een vervangstuk voor een Italiaanse generator van respectabele leeftijd? Een onmogelijke opdracht? Wanneer hij de generator wat aandachtiger bekijkt, ontdekt hij twee vervangsteunbeugels die op een balk gemonteerd zitten, iets achter de generator. Stond de generator vroeger meer naar achter, of zijn dat reserves, het doet er niet toe, maar ze zijn een geschenk uit de hemel. Na nog wat meer geknutsel krijgt hij de generator weer muurvast.

Van mist is intussen niets meer te bespeuren, wanneer de zon door de wolken breekt is het zelfs warm. Morgen kunnen we weer vertrekken. Het weerbericht geeft wel aanhoudend noordenwind…

O ja, het liedje Scarborough fair, dat hebben Simon and Garfunkel niet bedacht. Het is hun interpretatie van een traditioneel lied, waarin een man aan een vriend een gunst vraagt. Als die naar de jaarmarkt van Scarborough gaat en daar de vrouw mocht ontmoeten die ooit zijn geliefde was, moet hij haar een aantal haast onmogelijke opdrachten geven. Als ze daar in slaagt, mag ze terug zijn liefje zijn. Waarop zij hem weer even onmogelijke taken geeft. Als hij die vervult, zal zij de onmogelijke opdrachten uitvoeren die hij bedacht. Parsley, sage, rosemary and thyme. In de liefde is het soms ingewikkeld. Zo ook met boten. Maar wat is onmogelijk?

Bijna weg

De lijstjes in mijn hoofd beginnen langzaam het karakter van een stoorzender te krijgen. Ik word er ’s morgens te vroeg wakker door en kan er ’s avonds niet van slapen.

De boot, het huis, ons werk. De kinderen en hun examens. Het eten, het weer, kaarten en vaargidsen. Bankdingen, planten, vuilnis en post.

Lijstjes in je hoofd zijn niet goed, opschrijven is de boodschap. En dan doorstrepen. Om ten slotte bij de laatste dingen te denken: dat hoeft misschien toch niet. Of zoals Las dan laconiek zegt: wat we vergeten zijn, zullen we moeten missen of kopen we onderweg.

En dan die weerberichten. Hoe vaker je kijkt, hoe meer het verandert. Het weer is onstabiel, dat lijkt de enige zekerheid. Geruststellend is wel dat het toch een tijdje gedaan zal zijn met de noordenwind die nu al een hele tijd aanhoudt. Maar o jee, wordt de richting beter, dan lijkt ze zo zwak te gaan worden dat het eigenlijk al niet veel meer uitmaakt…

En dan is daar de laatste werkdag, is het huis opgeruimd, zijn de afspraken met de kinderen gemaakt en kunnen we de deur achter ons dichttrekken.

En nu nog één keer naar de supermarkt om de laatste boodschappen, de verse dingen, groenten en fruit, kaas, vlees. En kijk nu, het blijkt de tiende verjaardag van Colruyt, Koksijde te zijn en er zijn allerlei feestelijkheden. Glaasje cava, hapjes en niet te vergeten: de fanfare onder enthousiaste leiding van Jeroen Hillewaere verrast ons met een prachtig ‘La Mer’ van Charles Trenet! Een mooiere manier om je zeilvakantie te starten is er niet. Gedaan met lijstjes, laat ons vertrekken…

 

 

 

 

 

 

Ongeduld en boten gaan niet goed samen

En dat het nota bene Facebook is dat me daar op wijst. Je kent het fenomeen: nu en dan duikt een melding op waarmee Facebook je herinnert aan een gebeurtenis. Een foto die je een jaar, twee, drie jaar geleden postte. Gewoonlijk negeer ik die. Maar vandaag dus niet. De bewuste foto van precies een jaar geleden. Onze Breehorn is -na een lange winter binnen in de werf in Woudsend, Friesland- net het water in gegaan. In november was ze de loods in gegaan, vergezeld van een waslijst to do’s. Een deadline hebben we niet, maar bij de eerste lentekriebels begint een vaag ongeduld te knagen. Pasen, Hemelvaart, de eerste lange weekends passeren, maar de boot is niet klaar. De levering van de uitklapbare raampjes voor de vaste buiskap lopen vertraging op.

IMG_6390

Maar op 16 mei 2015 ligt ze dan toch in het water en een week later -Pinksterweekend 2015- varen we haar naar thuishaven Nieuwpoort.

Intussen zijn we een jaar verder. En relativeer ik vandaag ons ongeduld van toen. In 2015 maakten we verschillende mooie tochten en is de boot in een jaar in zes landen geweest, Nederland, België, Frankrijk, Engeland, Duitsland en Noorwegen.

Maar we blijken hardleers. Want met de dit jaar voorziene klus aan onze boot gaat het weer niet snel genoeg naar ons gevoel. We zwoegen ons te pletter op het onderwaterschip en toch is het nog niet goed genoeg.

IMG_2178

De boot is een stuk gladder, oude brokkelige lagen antifouling zijn weg. Maar om het helemaal goed te hebben, moet er nog veel meer geschuurd worden. En hoe verder we gaan schuren, hoe meer we de intussen niet meer zo strakke coating (onderlaag op het aluminium) zullen moeten bijwerken. Retoucheren, plamuren, bijschuren, terug opbouwen in meerdere lagen… We beginnen te beseffen dat dit nog wel heel lang kan duren. En zo veel tijd hebben we niet meer. Half juni willen we vertrekken voor een reis van zes weken…

Een ongemakkelijk gevoel overspoelt ons. Lees: ons geduld raakt op.

Als ik verhalen lees over mensen die jaren aan hun boten werken alvorens een mijl te zeilen, dan heb ik daar ontzettend veel bewondering voor. Maar voor ons werkt het niet. We hebben niet alleen weinig geduld met klussen, volgens mij beschikken wij simpelweg niet over het klussers-gen. We doen het omdat het moet, maar vinden er niet echt plezier in. Ons humeur raakt onderkoeld, de romantiek is ver te zoeken…

En dan nemen we een stoute beslissing. We houden op met schuren waar we gekomen zijn. Zetten er één laag antifouling op, laten nog de nieuwe schroef installeren en leggen de boot terug in het water. Komende winter laten we de klus professioneel afwerken. En nu gaan we varen. Zelden zo snel beslist…

 

Waar zijn we aan begonnen?

Het is niet dat we zo’n dwarsliggers zijn, maar bepaalde dingen andersom doen vinden wij soms gewoon praktischer. Zoals het vaarklaar maken van onze boot.

Terwijl de botenparking volgestouwd staat tijdens de tergend trage winter, blijven wij rustig in het water, op onze ligplaats. Op milde dagen waaien we eens uit, soms komen we gewoon een weekend aan boord, het is er stil, het is er goed. De Webasto houdt de boot warm, een ontvochtiger slorpt de klamheid op.

Maar als de lente pril de kop opsteekt, kriebelt het om aan de lenteschoonmaak te beginnen. Zo lang we niet uit het water gaan, blijft het bij voorzichtige klussen. Schoten met gerafelde uiteinden krijgen een benaaide takeling. Ik houd niet zo van lijnen met getapete uiteinden.  Dan een nachtje weken in een sopje, op een zacht programma in de wasmachine en terug soepel in een tros.

We halen alle lijnen van het dek, en geven het teak een schoonheidsbehandeling. Met een zachte borstel en zuiver water het meeste groen weghalen, daarna een tweede beurt met bruine zeep en ten slotte instrijken met Boracol. Zon en zee doen de komende weken de rest.

En als na de paasdagen de haven voller en de botenparking leger wordt, gaan wij uit het water. Er is meer plaats, de temperatuur is prettiger om buiten te werken, de dagen zijn langer.

Want we hebben een plan. We gaan het onderwaterschip aanpakken. Bij de keuring van onze boot -toen zagen we voor het eerst haar onderkant- was het ons niet zo zeer opgevallen. Het moet gezegd, het  was pokkenweer toen, regen en wind moeten het zicht beperkt hebben. Of waren we iets té verliefd op haar en vertroebelde dat onze kritische blik? Maar toen ze enkele maanden later in de loods van Breehorn stond, werd Las een beetje ongelukkig bij de aanblik van haar gebobbelde huidje. Resten antifouling vormden een korstig maanlandschap. Maar de enkele plaatsen waar zowel antifouling als coating hadden losgelaten en blank aluminium toonden, kregen op dat moment prioriteit. Er waren nog zo veel klussen, het werd een beetje kiezen. En zo zeilden we ons eerste seizoen met het onderwaterschip ongeveer zoals het was.

Terug naar de botenparking en ons plan. Ronny Nollet van Ship Support heeft ons een krabber geleend. Een professionele verfkrabber. Maar professionele verfkrabber-gebruikers zijn wij niet, zo blijkt. Als Las een tijdje aan de gang is geweest komt Ronny kijken. ‘Je hebt haar een beetje gekieteld, niet gekrabd’, lacht hij breed en toont hoe het moet. In enkele stevige halen komt het rood van de laatste laag antifouling mee, als ook resten oude zwarte antifouling, tot grote delen wit van de coating zichtbaar worden. ‘Mooi de ronding van de romp volgen’, geeft hij nog mee. ‘En ophouden als je moe wordt, anders ga je krassen’. ‘En vooral liefdevol blijven krabben.’ Weer die glimlach. Hij weet wat ons te wachten staat. Wij niet.

 

 

 

 

 

 

Opkruisen… Voor Dummies?

Je kent ze wel, die leuke quotes over zeilen. Je vindt ze op posters, t-shirts en sierkussentjes in het kneuterige hoekje van de ship chandler. Er soms zijn er hele boekjes aan gewijd:

Leuke zeil quote

Sailing: The fine art of getting wet and becoming ill while slowly going nowhere at great expense.

Ondanks de overdrijving is het niet eens zo fout. Als ik denk aan opkruisen bij voorbeeld, kletsnat worden van het overkomende buiswater, je armen lam draaien aan de winchen, om dan vast te stellen dat je nauwelijks vooruit komt. Waarom? Aan niet-zeilers moeilijk uit te leggen. Aan zeilers eveneens moeilijk uit te leggen. Je wil komen waar de wind vandaan komt maar in de wind zeilen kan niet. Er zit dan niets anders op dan zeilend zigzagsteekjes maken, zo dicht mogelijk bij de zogeheten rhumb line, zeg maar, de kortste weg naar huis. Waarbij je heel wat meer mijlen aflegt dan de bedoeling is. Je kan natuurlijk ook je motor bijzetten en vol tegen de wind in varen, recht op je doel af. Maar neem het van mij aan, dat is ook geen pretje. In de wind is meestal ook in de golven en bijna nog meer afzien voor boot en bemanning dan het verfoeide opkruisen.

Maar er is ook de romantische kant, het triomfantelijke gevoel van je doel zeilend bereikt te hebben. Het afzien, het zout op je lippen, elke gewonnen mijl.

Twee opmerkelijke opkruis-momentjes die ik niet licht ga vergeten: een zeiltocht naar Edinburgh, Schotland, waarbij we in de Firth of Forth he hele eind van Bass Rock tot Granton laverend aflegden.

En een bescheidener tochtje naar Duinkerke. Dat een pak minder bescheiden wordt als je het smalste stuk er van opkruisend aflegt, tussen de banken, met weinig speelruimte.

En soms lukt het gewoonweg niet. Zoals bij onze laatste tocht van Ramsgate naar Nieuwpoort. Opkruisen was door wind én stroming zelfs geen optie, het leek wel de Processie van Echternach, drie stappen vooruit en twee achteruit..

Maar als het wél vlot, en we met goed scherp gezeilde rakken vooruitgang boeken, vindt mijn schipper het práchtig. Hij houdt van de helling, het opspattende buiswater en het gevoel van snelheid.

Ik daarentegen, hou net zo veel van een voor-de-windse koers. Zeiltje uitgeboomd, -vlinderen zoals dat heet- de boot vlak op het water en ook een uitdaging om te sturen.

En er zijn gelijkgestemden…

‘Can we go downwind now please. I’ve been hit in the face by a grill pan.’ (Julian Megson)

 

 

Winterblues

Ja, mijn schipper heeft er last van. Winterblues. Zijn schouders gaan wat hangen, er zit een frons vastgehaakt tussen zijn wenkbrauwen, kortom, hij treurt. En als hij uit verveling pudding begint te maken, dan weet ik het wel zeker. Er moet iets gebeuren.

Of we dit weekend plannen hebben, vraagt hij. Om er dan met een diepe zucht aan toe te voegen dat hij wel eens zou willen varen. Een smeekbede is het. NE 5 bft op zaterdag, NNE 5 bft op zondag. ‘Dan varen we toch naar Ramsgate’, glimlach ik. Hij kijkt me aan alsof hij de Euromillions gewonnen heeft.

Zaterdag vertrekken we vroeg. ’s Nachts heeft het gevroren. Er ligt een flinterdun maar spekglad ijslaagje op het teak dek. Heel verraderlijk, want je ziet het niet. Als we iets voor achten het havenhoofd van Nieuwpoort achter ons laten, kondigt een vurige zonsopgang een mooie dag aan.

Sommige mensen vinden dat raar, zeilen in de winter. Alsof die twee niet samen gaan. Maar kijk, we hebben wind mee. Niet te veel, niet te weinig. En het is droog, meer zelfs, de zon schijnt! O ja, voor ik het vergeet, de stroming zit mee. Toegegeven, het is koud. Maar voor mij is dat simpelweg 4-1. Gewonnen dus. Je kan het ’s zomers slechter treffen.

Verder houdt de Webasto verwarming de temperatuur binnen op 16, 18°C. Als je -gekleed als een poolreiziger- van buiten de kajuit in komt, voelt dat aan als een sauna. En dan niet te vergeten, onze ‘veranda’! Een beetje een oneerbiedige benaming voor de stevige canvas afsluiting van de vaste buiskap, met het nodige vakmanschap gemaakt door Toussein uit Brugge. Het vergroot de kajuit als je binnen bent en het zorgt buiten in de kuip voor een plek waar je beschut zit maar toch uitzicht hebt.

Dover Strait, het Kanaal, The Channel. Meer dan 400 zeeschepen varen dagelijks door dit smalle stuk vaarwater, gebruik makend van de traffic lanes, lees: snelwegen maar dan voor schepen. Hier oversteken doe je haaks op de vaarrichting van die commerciële scheepvaart. Uitkijken geblazen!

In goed zeven uur varen bereiken we Ramsgate. De aanloop is erg woelig, er staat een koppige zee en we zijn dan ook blij wanneer we de haven invaren en even later goed en wel aangemeerd liggen.

De haven ligt er verlaten bij. Na een ijzige wandeling en een warme hap verlangen we naar ons bed. Een winterse zeildag vreet energie…

Maar we slapen slecht, de wind rammelt aan alles waar ze aan rammelen kan, elk uur vertrekken er -met het nodige kabaal- werkschepen voor de windmolenparken.

En dan wordt het zondag… Koud is het. Wat zeg ik, berekoud. Er is veel meer wind dan voorspeld. Die zit ook meer tegen dan voorspeld. En de stroming, die is ook tegen. Wind, drift en stroming dwingen ons fiks uit onze geplande route, een poging tot opkruisen maakt ons duidelijk dat er met de elementen niet te sollen valt. We keren gewoon terug van waar we komen. Doorvaren dan maar, al is het niet in de goede richting…

Als we de traffic lanes gekruist zijn en voor de Franse kust varen, wordt het duidelijk dat het nog een heel eind wordt naar Nieuwpoort. De wind haalt intussen uit tot boven de 40 knopen, daar is geen doorkomen aan. Mijn schipper besluit wijselijk om Duinkerke aan te lopen. Alain, een goede zeilvriend, is bereid ons te komen halen. De boot, die varen we later in de week wel terug naar Nieuwpoort.

Te harde wind, uit de verkeerde richting bovendien, stroming tegen, nu en dan een klets ijswater over je heen, en ten slotte niet aankomen waar je wou zijn. Verloren met 5-0?

Toch niet. Want die winterblues, die zijn weggewaaid…

Breehornzeilers, bruine bonen en ijsschuitzeilen

Raasdonders en bramstaglopers…

Raasdonders, dat zijn bruine bonen en bramstaglopers, dat zijn kapucijners. Peulvruchten jawel! Deze woorden googelen zorgt voor verrassend maritiem leesplezier. In de hoogdagen van de zeilvaart waren ze in elk kombuis te vinden. Ze waren goedkoop en in gedroogde vorm ontzettend lang houdbaar. Zo lees ik dat de zeelui bij de Nederlandse Koninklijke Marine ze traditioneel op donderdag geserveerd kregen in de zogeheten ‘Zeeuwse rijsttafel’. En dat een stoofpotje van grauwe erwten met spek en ui ook wel kapiteinskost wordt genoemd. En in Otje, een kinderboek van de onvolprezen Annie M. G. Schmidt, wordt admiraal Strafport razend omdat juffrouw Twiddel van de Stevige Pot hem niet de Kaapse raasdonders kan serveren die hij wil. Gelukkig kan kok Tos dat wel…

Kaapse raasdonders

Stevige zeemanskost is het. En hoewel er soms verwarring heerst rond de twee soorten, over een ding is men het eens. Het eten ervan zorgt steevast voor wind in de broek!

Maar ‘Raasdonders en Bramstaglopers’ is ook de titel van een boek. Een bundel maritieme kortverhalen die lichter verteerbaar zijn dan bonen. En op onverwachte wijze kreeg ik het afgelopen zaterdag cadeau.

Monnickendam

In die Noord-Hollandse stad vindt op 13 februari de winterontmoeting 2016 van de Breehornzeilers plaats. “Breehornzeilers?” hoor ik jullie denken. Inderdaad. Sinds 1999 bestaat er een vereniging van eigenaren van een Breehorn. Ze telt inmiddels ruim 100 leden. Omdat een mens nooit genoeg kan weten over zijn boot, maakten we ons afgelopen jaar lid. Deze winterontmoeting is onze eerste kennismaking. We worden er warm onthaald met koffie en gebak in een monumentaal 16e-eeuws pand. Er volgt een jaarverslag, een bijdrage van de Breehorn werf die dit jaar zijn 50-jarig bestaan viert en de uitwisseling van de Breehorn wisseltrofee. Ten slotte is er nog de fotowedstrijd. Eerder was de leden gevraagd om drie foto’s naar de redactie te mailen, uit die inzendingen werden vijf foto’s geselecteerd en vandaag wordt door alle aanwezigen voor één foto gestemd. Tot mijn verrassing haalt mijn foto het, met een hartverwarmende meerderheid! En krijg ik een boek als prijs.

’s Middags is er een lekkere lunch, gevolgd door een stadswandeling met gids. We beklimmen de toren van de Grote Kerk, bewonderen de bijzondere gevels van de historische binnenstad en eindigen met een tentoonstelling rond ijsschuitzeilen. De Gouwzee ligt er allesbehalve bevroren bij, dus een demonstratie zit er niet in.

De dag wordt afgesloten met een gezellige borrel. Al kennen we bij aanvang niemand, we hebben erg leuke babbels en fijne ontmoetingen met gepassioneerde zeilers. Buiten is het guur en koud, binnen gloeien we bij het luisteren naar verhalen over verre zeilreizen, van Sint-Petersburg tot Ierland.

En het restje van de winter, dat kom ik -niet zonder enige trots- beslist snel door met mijn gezellig boek…

Kaapse raasdonders

Er was een slimme scheepskok, in Kaap de Goede Hoop
Die zocht een lekker maal, voedzaam en goedkoop
Dat niet bederven zou bij verre reizen over zee
Hij nam kilo’s kapucijners, moten spek en uien mee

Het schip dat voer de haven uit, de kok in de kombuis
Ontstak het knappend vuur, van zijn scheepsfornuis
Gooide alles in een pan, kapucijners, ui en spek
De matrozenmagen knorden…. van de geuren op het dek

Ja, raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop

Het avondmaal dat was net op, de borden waren leeg
Toen een groep piraten het achterdek besteeg
De strijd werd fel gestreden, maten vielen bij de vleet
Toen liet de kleine ketelbink plots.. een knetterende scheet

Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders, raasdonders… geven de beste scheten

De geur was haast ondragelijk, dat merkte men alras
De matrozen bukten…. en gaven volop gas
Geen piraat weerstond de stank, de hele bende werd geveld
Het ketelbinkie werd geëerd, hij was de grote held

Met raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop
Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders raasdonders… geven de beste scheten.

Uit de tv-serie ‘Otje’ (naar het boek van Annie M. G. Schmidt)

Venkel en anijs, niet voor iedereen?

Venkel en anijs, je houdt er van of niet. En over kleuren en smaken valt niet te redetwisten. Dus als venkel echt je ding niet is, hou maar op met lezen want in dit gerechtje speelt het de hoofdrol… Ben je nog een twijfelaar, probeer dit vissoepje dan eens, ik vind het superlekker! En het is nog gemakkelijk ook.

Waarom ik hier en nu dit soepje maak begint eigenlijk afgelopen zomer. We maakten kennis met Jan en Kathleen van de Bullit, motorboot schuin achter ons, aan de overkant van het water. Onze spiegels kijken naar mekaar, dus zwaaiden we geregeld bij aankomst en vertrek. Ook achter ons, ook aan de overkant, maar aan nog een ander ponton, ligt de Happy Hour van Christine en Philippe. Ook naar hen zwaaiden we en deden geregeld een babbeltje over het water heen. Toen haalden we de bijbootjes er bij en gingen nu en dan ‘buurten’ bij een aperitiefje.

Op een dag leende Kathleen mij een klein fijn boekje, geschreven door een zekere Marianne Plante. Het heet Rallyzeilen – Samen de wereld rond en dat is waar het over gaat. Ik las het in een ruk uit. Zo kwam het dat we nog in diezelfde zomer door onze nieuwe boot-buren ook  voorgesteld werden aan Marianne en Eric Plante, frisse zeventigers met een wereldomzeiling onder de kiel. Gepassioneerd luisterde ik naar hun zeilverhalen.

En nu, op een winterse zondag, zijn we met z’n allen uitgenodigd bij de Plante’s thuis, voor nog meer smeuïge zeemansverhalen (m/v). Elk brengt iets lekkers mee, ik besluit een vissoepje te maken. Omdat we dit weekend doorbrengen op de boot, bereid ik het in mijn kombuis. Met venkel dus…

Wat gaat er in de soep

1 ui – 1 prei – 1 venkel – 2 tomaten – tomatenpuree – venkelzaadjes – Pastis – witte wijn – look – peper, zout, saffraan

Vangst van de dag (of wat de viswinkel heeft, in mijn geval: zalm, gefileerde roodbaars,  kabeljauwfilet, scampi)

Hoe maak ik het

Ui, venkel en prei fijn snijden. Stoven in olijfolie.

Pastis, witte wijn en water toevoegen. Visbouillon oplossen. Kruiden met peper, zout, venkelzaadjes en saffraan. Tomatenpuree toevoegen en op een zacht vuur laten pruttelen.

De tomaten -eerst een kruisje in de schil maken- een 20-tal seconden in de hete soep laten zakken en er terug uit vissen. De schil haal je er nu gemakkelijk af. Pitjes en harde deeltjes verwijderen en fijn snijden. Aan de soep toevoegen.

Als je de soep meteen wil opdienen, kan je de vis, in gelijkmatige stukken verdeeld, enkele minuten in de vis pocheren.

Omdat ik mijn soepje de avond vooraf maakte, pocheerde ik de vis apart en liet beide afkoelen.

Op het moment van serveren, verwarm je de soep tot het kookpunt, voeg je de vis toe en laat alles nog heel even doorwarmen. Geen werk op het moment zelf!

Stokbroodje, boter en goed glas wijn en kruiden met sterke verhalen!

Zeilen van oud naar nieuw…

Ik hou van alle seizoenen. Ook van de winter. De sfeer van Kerst, kaarsen, een knetterend haardvuur, filmpje kijken van onder een dekentje in de zetel. Thuis is het knus, maar ook winterzeilen heeft zijn charme. En ook aan boord maken we het gezellig.

31 december 2015

Het weerbericht is gunstig, zuidzuidwest 4 à 5 beaufort, geen regen. De lucht is wel verdacht donker als we -warm ingeduffeld- de trossen losgooien in Nieuwpoort, en we worden bij het afvaren verrast door een hevige korte plensbui.. Samen met de Festina Lente vertrekken we naar Oostende.

 

Op zee is de winterzon als snel van de partij, de wolken houden het voor bekeken, we varen comfortabel enkel onder genua.

Ken je Janus, die Romeinse god met twee gezichten? Eentje kijkt achterom en eentje kijkt vooruit. Hij was de god van einde en begin, van poorten openen en sluiten. Naar hem werd de maand januari genoemd. We laten het oude jaar achter ons, en gaan het nieuwe tegemoet.. 2015 spoelt weg in ons kielzog.

In Oostende liggen we net niet alleen in de haven.

We trekken de stad in om allerlei lekkers te kopen voor ons oudejaarsavond dineetje aan boord. De kaarsjes branden, de kurken knallen en de kreeften gaan in de pot. Om middernacht is er een spetterend vuurwerk.

1 januari 2016

Zuidoost waait het vandaag, ideaal om het nieuwe jaar in te zeilen, terug naar Nieuwpoort.

O ja, en goede voornemens, die horen er ook bij op de eerste dag van het jaar… Dit keer wordt dat werk maken van het trimmen van de boot. Want we moeten de duimen leggen voor Festina Lente -what’s in a name… Met haar pronte mast en lage waterlijn haast ze zich langzaam en loopt uit op ons, al is ze een maatje kleiner. 2016, er zal gezeild moeten worden!