Even om Muckle Flugga heen en dan naar de Faeröer?

Tweede helft mei 2023

Onze ankerlier is hersteld en we hebben uitgebreid boodschappen gedaan in de Tesco van Lerwick. Ik haal er mijn hartje op, het Engelse aanbod is een verfrissende afwisseling na een jaar boodschappen doen in Noorwegen. En de prijzen zijn dat ook. We varen de haven van Lerwick uit, goed uitkijkend voor af- en aanvarende tenders van drie cruiseschepen.

De ene zijn schipbreuk is de ander zijn vloer, Skerries. Out Skerries staat er op de kaart, maar wie ‘van hier’ is, zegt gewoon ‘Skerries’. Het eiland ademt verval. De resten van wat ooit een zalmkwekerij was liggen als schroot op een roestbruine hoop, wat er in het winkeltje ligt weigeren ze bij ons in de kringloopwinkel… Maar er gaan geruchten dat iemand het hele eiland zou hebben opgekocht… Rond Skerries ligt het bezaaid met rotsen, menig schip is er vergaan. Daar waren de Skerrienaars overigens niet rouwig om. Wat aanspoelde kwam hen toe en omdat er op hun eiland, zoals overal op Shetland, geen boom groeit, waren ze blij met wat wrakhout nu en dan. Een huis met een houten vloer in plaats van gestampte aarde betekende een stap vooruit. Echt luxueus ogen de meeste huizen hier nog steeds niet. Een paar jaar geleden stond er een te koop, op Facebook nota bene. Een vrouw in Florida kwam het scrollend tegen en kocht het nog dezelfde dag. Zonder dat ze het had gezien, en zonder dat ze ooit een voet in Shetland had gezet. Nu knapt ze het op en beschildert het met Griekse taferelen. ‘Kom in het najaar terug,’ zegt ze, ‘dan serveer ik een slaatje met feta, en drinken we Griekse wijn en dansen de Sirtaki…’

Een woestijn met bloempjes. Keen of Hamar, Unst. Onderzoek wees uit dat van alle Britten de Shetlanders het meest Noors bloed in hun dna hebben. Ooit werd hier Norn gesproken, een soort oud-Noors, waar nog steeds woorden van zijn overgebleven. Vooral in plaatsnamen, of namen van vogels of bloemen. ‘Buggiflooer’ bijvoorbeeld, is een oud woord voor de ‘sea campion’, een bloemetje dat je hier overal ziet en de hoofdrol speelt in het mutsje dat ik aan het breien ben… Van bloemen gesproken. Op Unst, het volgende eiland waar we aankomen, valt een heel bijzonder stukje natuur te ontdekken. ‘Keen of Hamar’, op loopafstand van waar we afgemeerd liggen, is een mini-woestijn. Het ziet er droog en dor uit, maar wie goed kijkt, ontdekt er piepkleine bloempjes die dapper bloeien tussen de okerkleurige rotsen…

Unst wordt ook wel het eiland ‘boven alle andere’ genoemd en dat mag je letterlijk nemen, want Unst is het noordelijkste eiland van Shetland. Alles wat erop staat is dat ook. Het noordelijkste postkantoor, de noordelijkste tearoom, het noordelijkste kerkje… En misschien ook het noordelijkste natuurreservaat van de Britse eilanden. Hermaness National Nature Reserve is prachtig, vooral op een zonnige dag. Je kijkt er uit op Muckle Flugga, de, -wat had je gedacht-, noordelijkste vuurtoren van Shetland. Ongenaakbaar staat hij in de branding en het wordt duidelijk hoe overmoedig mijn idee was om hier ‘even omheen te varen’… Het weer blijft instabiel, mooie dagen zijn een uitzondering en depressies met harde westenwind de regel…

Stormachtige avonden zijn dan weer goed om verder te breien en ik ben nu bij het moeilijkste stuk gekomen. Er moeten steken geminderd worden zodat de muts ook de vorm van een muts krijgt. Met de weinige brei-ervaring die ik heb, struikel ik over de instructies… Google en YouTube filmpjes helpen me verder…

Ook moeilijk is de verdere tochtplanning hier. Zo lang het stormt, blijven we liggen aan de kade en verkennen Unst fietsend.

De westkust van Shetland zeilend ontdekken zal er niet meer in zitten, maar een tochtje van net geen 15 mijl naar Cullivoe op Yell is nog te doen. Meteen liggen we ook daar weer enkele dagen verwaaid… We ontdekken de mooie stranden van Gloup en Breckon, verbroederen er met sympathieke vissers, krijgen heerlijke mosselen cadeau en verbazen ons over de dikke zeehonden in de haven, geduldig wachtend op visafval.

En hoera, in afwachting van beter weer, raakt mijn mutsje nog af ook! Enkel nog voorzichtig wassen in een koud sopje met wat babyshampoo en in vorm laten drogen op een plastic Tupperware kom. Kijk, mijn muts is klaar en de weerkaarten zien er ineens wat gunstiger uit…

Wind tegen stroom, wordt dat een wasmachine in de Bluemull Sound? Nee, rond Muckle Flugga varen gaan we dus niet doen. Maar voor de 190 mijl westnoordwest naar de Faeröer is er wel een redelijk weervenster. Daarvoor moeten we eerst nog door de Bluemull Sound waar het water zo hard stroomt dat er energie uit wordt gehaald. Zaak dus om die stroming mee naar buiten te hebben. Jammer dat de wind voor dat stukje tegen zal zitten, want wind tegen stroom, dat is géén leuke combo. Als dat maar goed komt…

Het Engels heeft een heerlijk woord voor zeeschuim. Spindrift…

Half mei 2023, Lerwick, Shetland

Er is een technieker gekomen, die heeft het uitgesleten onderdeel uit de ankerlier gehaald en het nieuwe in Schotland besteld. We blijven dus nog enkele dagen in de haven van Lerwick… Maar we maken van de nood een deugd en huren een auto. Zeilend reizen is fijn maar beperkt tot de kustlijn of zo ver landinwaarts als de voeten willen. Of benen, als we fietsen. Lerwick heeft een leuk bureau voor toerisme dat voor bijna elk van de 15 bewoonde eilanden een brochuurtje heeft. Een van de plaatsen waar ik zeker langs wil is het Textielmuseum. Klein maar fijn. Naast een vaste collectie breigoed en een geschiedenis van het breien, onlosmakelijk verbonden met Shetland, krijgen lokale textielkunstenaars er een platform. Er is mooi werk, geïnspireerd op het Shetlandse landschap, waar eerst fijne aquarels van zijn gemaakt en dan kunstig geweven kleden.

Aan de balie zit een vriendelijke jongen. Als ik interesse toon in een boekje met een kleurrijke muts op de kaft, getiteld Shetland Woolweek 2023, haalt de vrouwelijke jongen een muts boven. ‘This is mine’, glundert hij, en legt uit. Elk jaar wordt in september de Shetland Woolweek georganiseerd en in het jaar dat eraan voorafgaat wordt een ontwerp geselecteerd dat het uithangbord van het evenement zal zijn. Op het boekje prijkt het winnende mutsje. Breisters en breiers worden aangemoedigd hun versie van die muts te breien. Ik neem de door hem gebreide muts in mijn handen, wat is ze mooi, en als ik de binnenkant bekijk, ben ik helemaal onder de indruk. De zes kleuren die aan de voorkant een prachtig patroon vormen zijn achteraan keurig verweven tot horizontale draadjes. Stranded colorwork of Fair Isle, zo heet deze manier van breien.

Spindrift is de mooie naam van de fijne Shetlandse wol die Jamieson’s in Lerwick verkoopt. Spindrift, zeeschuim… 6 kleuren kies ik uit de 200 die ze in hun aanbod hebben. Breien in een rondje, zoals voor een muts, deden we ooit met vier naalden. Nu kan dat ook met twee naalden, met elkaar verbonden door een kabeltje. Alle begin is moeilijk en als ik de steken opzet, valt het tegen. Ik heb breinaalden met een iets te lang kabeltje en de eerste rijen breien stroef.

Stroef is ook het weer op onze eerste dag met de huurauto. Striemende regen en wind bij Sumburgh, de zuidkaap van Mainland. Het wordt duidelijk waarom de vaargids waarschuwt voor de passage ten zuiden van de Shetland eilanden, de zee kan er woest tekeergaan. Verbazingwekkend dat zich hier toch zoveel mensen vestigden, wat blijkt uit de ruines van Jarlshof die zo’n 100 jaar geleden na een zware storm aan het licht kwamen. Ruines van nederzettingen uit het stenen tijdperk, de Vikingtijd en de middeleeuwen.

En zoals het breien na een paar rijen soepeler gaat, zo versoepelt ook het weer in de loop van de dag. Bij het eiland St Ninian’s komt de zon zelfs tevoorschijn. Het eiland is met het vasteland verbonden door een ‘tombolo’. Dat is een landengte, ontstaan door afzettingen van zand door stromingen.

Fair Isle breipatronen zijn soms erg kleurrijk, maar als je goed kijkt zie je per rij telkens slechts twee kleuren. Voor mijn mutsje kies ik als achtergrondkleur gebroken wit. En verder dieprood, donkerblauw, twee soorten geel en een warm donkerbruin. Met kleurpotloden en ruitjespapier teken ik het motief. De donkerbruine kleur heet Moorit en geheel toevallig ontdek ik op een affiche dat Moorit een soort schaap is, met een donkerbruine vacht.

Geel en donkerbruin kleurt ook het landschap in het westen van Mainland waar we op dag twee heen rijden om er in Culswick een van de mooiste wandelingen van Shetland te gaan doen. Donkerbruin ook de turf die hier overal nog gestoken wordt, gratis brandstof waar nog steeds huizen mee worden verwarmd. Al is het vooral de oudere generatie die het nog doet, de jongeren vinden turf steken te zwaar werk, zo vertelt iemand ons.

Op dag drie, we treffen opnieuw harsh, ruig weer, rijden we naar Lunnasting, het noordoosten van Mainland. Daar staat Lunna Kirk, gebouwd in 1753 en het oudste kerkje in Schotland waar nog diensten zijn. Het interieur is oker en donkerrood en naast een vaas gele narcissen ligt een gedenksteen met een aandoenlijk haakwerkje in Noorse kleuren. Dat herinnert aan de Shetland Bus, een operatie in WO II, waarbij Shetlandse vissers hun leven riskeerden door allerlei goederen, wapens en zelfs spionnen naar het bezette Noorwegen over te varen… Een ijskoude wind ontneemt de zin om nog helemaal tot de Stanes of Stofast te stappen en we keren terug naar Lerwick… In afwachting van het onderdeel voor de ankerlier brei ik nog wat verder…