Op de botenparking

Zaterdag 17 februari 2018

Zou het zo aanvoelen als je door het ijs was gezakt, vraag ik me rillend af. Er drupt net niet bevroren water uit mijn mouwen. Ik begin te klappertanden. Ik heb het gehad voor vandaag. De romp van de boot is gewassen, gespoeld en afgedroogd, het groen van de teak stootlijst is weggepoetst. En ik, ik heb het gehad voor vandaag. Al wat ik nu nog wil is een schuimend, heet bad.

Op de botenparking

Zondag 18 februari 2018

Uitspraak van de dag: “Waar ik nog het meest troost in vind, is dat iedereen hier met ongeveer dezelfde problemen zit.” Twee mannen zijn lachend aan het praten, armen gekruist, lichtjes achteruit leunend en hun boten monsterend. Het is koud maar zonnig en op de botenparking gonst het van de bedrijvigheid. Over een maand zullen de eerste boten in het water gaan.

Verrassend toch hoe schippers kunnen kletsen. Vergeet het cliché dat vrouwen kletsen over dagcrème, waspoeder of de kinderen en mannen over auto’s en voetbal. Op de botenparking gaat het over antifouling. En over polish en polijstpasta, over wax en boenmachines, excentrische en niet-excentrische. Ze kennen merken, trucjes. Ze weten hoe het moet, allemaal. Hoe meer je hoort hoe verwarrender het wordt. Wie zou hier nu gelijk hebben vraag ik me af?

Het zonnige weer lokt niet alleen klussers naar hun boten. Maar ook zij die nog niet aan het klussen zijn geslagen, of van wie de boot in het water bleef, of die het werk laten uitvoeren, komen langs. Nog meer babbeltjes. Maar er wordt gewerkt. En in de late namiddag staat ons onderwaterschip in antifouling.

Zaterdag en zondag 10-11 maart 2018

Wat aangekondigd was als een weekend met veel regen, blijkt heel erg mee te vallen. En we besluiten ons dan toch maar aan de lastigste aller klussen te wagen. Polieren en polishen. Of het wel nodig is, probeert mijn schipper nog. Je vaart niet lekkerder omdat je boot blinkt. Meer zelfs, als je er op zit, zie je het niet eens. Maar toch, wanneer ik de man twee boten verderop zichzelf voor de -tigste keer voldaan zie spiegelen in zijn donkerblauwe lak, moet het bij ons ook gaan gebeuren.

Donkerblauwe lak, het is me wat. Je ziet er alles in. En hier en daar is die mooie lak helaas ook niet meer zo mooi. Door corrosie -normaal bij een aluminium schip- ontstaan op plaatsen waar de hechting niet perfect is ontsierende oneffenheden. Op één plaats is er zelfs een heuse blaas ontstaan. De laklaag er om heen blijft strak en intact maar laat onderliggend los van het aluminium. Om zeker te zijn of die aluminium nog wel ok is, hebben we de slechtste plekken opengemaakt. En ja, de aluminium ziet er overal prima uit, voor zo ver we kunnen oordelen. We snijden loszittende lak weg, retoucheren met twee componenten coating, maar het bijwerken van de lak -iets dat we overlaten aan iemand met meer ervaring dan wij- zullen we moeten uitstellen tot het warmer wordt. Maar ondanks die lokale heelkundige ingrepen, waar we tijdelijk over heen kijken, verdient de rest van de lak een verwenbeurt.

Eerst gaan we de doffe plekken waar de fenders zitten te lijf met een polierpasta. Pietjes precies zouden pasta’s van verschillende korrel na mekaar gebruiken, te beginnen bij grof en doorwerken tot ultrafijn. Maar een middelfijne pasta voldoet voor ons. Na het polieren worden eventuele restjes pasta met een microvezeldoek weggepoetst. Dan volgt een beurt met een schone schapenvacht zoals specialisten dat noemen. En ten slotte gaat er een waxlaag over heen die nog één keer opgeblonken wordt. Nog even en we kunnen het water weer in.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Over de liefde en de zee

14 februari 2018

Valentijn

Liefde kun je niet verdelen
in liefde zus en liefde zo
Zij kent geen rangen en geen standen
zij kent geen level, geen niveau
Je kunt er niet mee marchanderen
zij is geen loterij, geen spel
Je kunt haar niet organiseren
zij is er niet of is er wel.

Toon Hermans

Toon Hermans, we zijn er mee opgegroeid. Een stand-upcomedian heette in de jaren ’70 nog een cabaretier, een comedy show een conference, om het met een Nederlands woord te zeggen… Wij woonden niet zo ver van de Nederlandse grens en konden de Nederlandse posten goed ‘ontvangen’… Wim Sonneveld, Wim Kan, de Berend Boudewijn kwis, Mies Bouwman, maar bovenal Toon Hermans.

De eenvoud van zijn versjes, de fijne teksten, de zorgvuldig ingelaste pauzes, net voor de plot, zijn handelsmerk.

Het is Valentijn vandaag, feest van de liefde. En als ik dit kleine versje van Toon Hermans lees, denk ik bij mezelf, dit gaat over de liefde, maar het had even goed over de zee kunnen gaan…

Die kent evenmin rangen en standen, er valt al helemaal niet mee te marchanderen, laat staan dat je haar kunt organiseren.

Ze is er niet of ze is er wel.

En er op varen met zijn tweeën, in gedeelde passie, laat ons daar vandaag op klinken!

Warmte en goede voornemens

2 februari 2018

De winter vordert traag dit jaar. We missen licht. En zon. En onze boot in het water..

Net na nieuwjaar walst de griep over ons heen, en na de griep is onze energie nog recht evenredig met het uren zonlicht dat ons toebedeeld wordt. Zoals in: beneden alle peil. Nog maar eens heeft de weerman het over de somberste winter in heel erg lang.

Maar op de laatste zondag van januari klauteren we toch maar eens de ladder op om een kijkje te nemen aan boord. Afgelopen herfst had onze Webasto er niet veel zin meer in. Blazen als een boze kat maar warmte, vergeet het maar. Er was een technieker aan boord gekomen die zich met de souplesse van een slangenmens in de koffer geplooid had waar de verwarming zit. ‘Oud beestje’, was het droge commentaar geweest. Een monkellachje. En dat hij wel eens op het internet op zoek zou gaan naar het onderdeel dat volgens hem oorzaak was van het probleem. Nooit meer wat van gehoord.

Maar het internet is er voor iedereen en we ontdekken er zowaar een handleiding voor ons type Webasto, de coolant heater DW 80. Coolant, koelvloeistof dus, in onze verwarming? En ja, wij blijken een koelvloeistof verwarming te hebben en geen lucht verwarming… Dat hebben we al die tijd niet geweten, laat staan die koelvloeistof gecontroleerd of bijgevuld. De verwarming werkte, er was een aan/uit knop en dat was het.

We maken de kuipkoffer leeg, halen de houten schotten van de bodem weg om er gemakkelijker bij te kunnen en duiken de koffer in. De leiding van de koelvloeistof voelt leeg. We vullen aan en voorzien tijdelijk dieseltoevoer vanuit een jerrycan. We schakelen de verwarming aan en hoera, hij doet het weer! Bij het bekijken van de installatie ontdekken we nog meer. Twee leidingen lopen van ons verwarmingstoestel naar de warmwaterboiler. Weer vraagtekens. Kunnen wij warm water maken met onze Webasto? En hoe werkt dat dan? Die dag krijgen we die vraag niet opgelost. Wel brengen we de rest van de middag door met het schoonmaken van de ruimtes achterin.

Terwijl ik daar mee bezig ben moet ik terugdenken aan het moment van de keuring van onze boot kort voor de aankoop. HISWA aankoopexpert Theo van Rijswijk nam ons schip van voor tot achter onder de loep. Terwijl hij dat deed, gaf hij ook tips en uitleg, veel uitleg. Toen die mij te technisch werd, haalde ik verontschuldigend mijn schouders op. ‘Techniek en ik, het gaat niet goed samen’, wuifde ik mijn onwetendheid lachend weg. ‘Ik spreek een paar talen, kan autorijden, lekker koken, ben handig met pc en internet, ik kan poetsen en strijken, zelfs schilderen en behangen. En ik ben bijzonder sea-proof. Maar elektriciteit, motoren of technische dingen, laat maar zitten.’ Dáár nam keurmeester Theo geen genoegen mee. Hij vond het toch wel onze -dus ook mijn- plicht om een en ander van eigen schip technisch te snappen.

En hier, dubbelgeplooid in mijn kuipkoffer, geef ik hem gelijk. Ik moét hier meer van te weten komen, er werk van maken om van mijn aversie voor techniek af te komen. Beginnend met die verwarming.

O ja, nog dit. Onlangs las ik dat uit een of andere studie was gebleken dat goede voornemens waar je pas in februari mee start, meer kans maken dan diegene die je al te voortvarend in januari maakte.. Ik wil het graag geloven.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Er was eens… Een kerstverhaaltje

21 december 2017

Twee dingen zegt de weervrouw op tv. Dat vanaf nu de dagen terug langer worden. Maar dat we daar niet veel van gaan merken wegens het grijze en mistige weer dat nog maar eens voorspeld wordt voor de komende dagen. O ja, en ze zegt nog meer. Dat deze decembermaand zowat de meest duistere is in een halve eeuw. Amper vijf uren zonlicht zijn ons tot hiertoe gegund. Toegegeven, zon en licht zijn fijner en inderdaad, nu is het behelpen met de warmte van haard en thee en het licht van kaarsjes en kerstboom. Maar toch hou ik wel van het ritme van de seizoenen. En waarderen we niet zoveel meer wat schaars is?

Intussen staat onze boot al weken boven, stijfjes onder haar wintertent. Wachtend op langere dagen, licht en zon, net als wij. We missen haar. Zouden we volgend seizoen misschien toch eens een winter in het water blijven? We deden dit wel eerder. En zeilden we dan niet heel vaak, het kón wel. Die vrijheid.

Thuis, bij de warmte van de haard en het licht van de kaarsjes komen de herinneringen terug aan zo’n winter. Negen jaar geleden, Kerst 2008. En we gaan drie dagen zeilen.

Op de eerste dag, 25 december, zeilen we van Nieuwpoort naar Zeebrugge. Het is kil en grijs, maar over de marifoon wensen kapiteins, loodsen en verkeersleiders elkaar een vrolijke Kerst. In de jachthaven brandt op nog één boot licht, voor het kajuitraam een piepklein kerstboompje. Ook onze boot is in kerstoutfit, net als wij. En de ene cd met kerstklassiekers die we hebben, staat op repeat. Met gloeiende wangen van een winterse dag op zee genieten we van lekkere kerstdingen uit het kombuis.

Op tweede Kerstdag zeilen we naar Blankenberge. De haven ligt er verlaten bij, op geen enkele boot een teken van leven, we zijn helemaal alleen. Bij het afmeren zien we een zeiljacht waarvan twee stootwillen tussen boot en ponton uit gerold zijn, ze schuurt ongelukkig met haar flank tegen het ponton, dat wordt een schaafwondje… We hangen de stootwillen terug goed en stoppen een briefje met onze kerstwensen onder de kajuitdeur… Karma, denk ik dan.

Als we de derde dag opstaan, is het ijskoud. Geen wolkje aan de hemel, een strak windje. Maar koúd! Het wordt een mooi tochtje terug naar Nieuwpoort…

Twee weken later -Nieuwjaar is alweer voorbij- kunnen we die winter tijdelijk niet zeilen…

De haven ligt er dichtgevroren bij… Zo mooi kan winter dus zijn..

Bij deze iedereen een fijne Kerst gewenst! En wordt er nu misschien niet gezeild, dan wordt er zeker verteld, gemijmerd en gedroomd van zon, zee en verre zeilreizen!

BewarenBewaren

Een zeemansgraf van ijs

1 december 2017, minder dan een handvol graden is het buiten. Het seizoen van korte dagen en lange avonden, perfect voor een ijzig verhaal.

‘Er bestaat geen slecht weer, alleen slechte kleding.’ Dat zeggen ze in Scandinavië en ik denk wel dat zij het kunnen weten. Ook op een boot is het feit, je moet verdorie goed gekleed zijn om het bij bar weer leuk te houden op de Noordzee. Warm en droog blijven is de kunst. Op onze laatste zeiltocht van het seizoen – begin november- valt het weer best mee voor de tijd van het jaar. Mijn recept is thermisch ondergoed als eerste laag, een warme fleece als tweede laag en een zeilpak als derde laag, aangevuld met sokken, laarzen en mijn handgebreide Fair Isle wollen muts. We staan er soms niet bij stil, maar vandaag de dag zijn we verwend met nieuwe materialen die niet alleen warm maar ook nog eens vederlicht zijn, eenvoudig te wassen en snel weer droog. Die hoogtechnologische dingen zorgen er zelfs voor dat zweet er uit kan en regen er niet in. Die luxe hadden de bemanningen van de HMS Terror en HMS Erebus niet, twee zeilschepen van een Britse expeditie die meer dan 170 jaar geleden op zoek ging naar de fel begeerde Noordwestelijke doorvaart

‘Death in the Ice’, een knappe tentoonstelling in het Greenwich Maritime Museum brengt dat ijzige verhaal. Na een herfstige zeiltocht naar Dover hebben we de trein naar Londen en de metro naar Greenwich genomen. Een stevige brok maritieme geschiedenis. De Cutty Sark bezochten we al, maar de vaste collectie van het scheepvaartmuseum wil ik wel graag zien. We komen er niet aan toe, de tijdelijke expo over de poolexpeditie van Sir John Franklin is zo beklijvend dat we er tot sluitingstijd blijven hangen…

In 1845 vertrokken twee schepen, goed uitgerust voor een tocht naar het onbekende Noorden. Maar HMS Terror en HMS Erebus vaarden zich vast in het ijs. Er gingen twee jaar voorbij, van de bemanning werd niets meer gehoord.

Expeditie na expeditie werd er op uitgestuurd. En leidden hun zoektochten niet tot de vondst van de twee verdwenen schepen, ze zorgden er wel voor dat heel wat nieuwe  stukken land uit dat gebied in kaart konden worden gebracht.

Helemaal spoorloos was het team van Sir John Franklin niet verdwenen. Soms werden gebruiksvoorwerpen en documenten teruggevonden. Zelfs een reddingssloep met menselijke resten werd ontdekt. En heel recent, na jaren van niet aflatend onderzoek, zijn in 2014 en 2016 beide schepen teruggevonden, allebei in verbazingwekkend goede staat. Nog lang niet alles wat er met de arme zeelui is gebeurd, is achterhaald, de expo belicht die historische zoektocht van bijna 170 jaar.

Wat me verrast is de rol van de Inuit in die zoektocht.

Omdat zij een heel eigen taal hadden waar geen schrift bij hoorde zoals wij dat kennen, was mondelinge overlevering voor hen erg belangrijk. Ze ontwikkelden er een sterk geheugen door, hun verhalen zaten vol details en werden met de grootste zorg doorgegeven. En precies die getuigenissen verhaalden keer op keer hoe de ‘witte mannen’ hun schepen verlaten hadden en met sleden op weg waren gegaan. Er waren ook plaatsaanwijzingen, maar daar werd weinig geloof aan gehecht. Maar tijden veranderen en men begon in te zien hoe waardevol hun overlevering wel kon zijn. Uiteindelijk leidde dat mee tot de vondst van de scheepswrakken. De expo besteedt ruim aandacht aan die mondelinge traditie van de Inuit.

Mij treft de beschrijvingen van hoe vreemd gekleed de Inuit de ‘witte mannen’ wel vonden, met ‘hun hoed niet bevestigd aan hun jas’. Dat vonden ze zo gek, dat het een vast onderdeel werd van hun verhalen. Het maakt duidelijk dat de kleding van de Britse bemanning helemaal niet geschikt was voor het ijzige poolklimaat en dat dit mee de oorzaak was van hun uiteindelijke dood in het poolijs…

Wanneer we ’s anderendaags heel vroeg de zee op gaan, trek ik de kap van mijn jas stevig over mijn muts… Verhalen vol details, onderschat ze niet…

“Hebben jullie het wéérbericht wel gehoord?”

19 oktober 2017

Herfst, je ontkomt er niet aan. Onze jachthaven oogt leeg. Wegens renovatiewerken moeten we plaats maken tegen eind oktober. Nooit eerder gingen we zo vroeg uit het water.

Ik zie mijn schipper zachtjes verwelken naarmate die datum dichterbij komt. Voor hem is de winter met zijn korte dagen en zonder zeilboot heel erg lang. En zit de tocht die we nog wel eens met 1 november varen er niet in. Zeilen naar Dover, dagje met de trein naar London en terug. “Dan doen we dat toch gewoon eerder”, troost ik, “neem volgende week vrijdag vrij, we maken er een lang weekend van, nu, net voor we uit het water moeten.”

Elke dag volgen we het weerbericht. Er is onstuimig herfstweer op komst. Zuid, zuidwest. De hardste wind komt op zaterdag, geeft niks, dan liggen we al in Dover… In onze overmoed bestellen we de treinkaartjes Dover-London.

Op donderdag zeilen we van Nieuwpoort naar Duinkerke. Zuidenwind, dat gaat goed. Het is niet koud, het is droog, we hebben er zin in.

Maar als we op vrijdagochtend Duinkerke buitenvaren gaat de zee wel erg ruig tekeer. De wind keert zich tegen ons, trekt aan, koppig doorklieven we de nukkige zee. Witte schuimvlokken waaien horizontaal van de puntige golven af.

Een boot van de Franse douane komt naast ons varen en roept op. Een paar routine vragen. Maar dan, bezorgd, “Hebben jullie het wéérbericht wel gehoord?” En “Wees toch maar voorzichtig!”… Het wordt stil aan boord. Nu zit de stroom nog mee, maar straks kijken we aan tegen enkele uren tegenstroom. Het gaat wel een heel erg lange tocht worden. En als het hier al zo heftig is, hoe zal het dieper in zee zijn? En voor de muur van Dover, waar het zo kan spoken?…

Bij de volgende windstoot maken we rechtsomkeer. Met de wind nu ruim van achter varen we op slag een stuk comfortabeler. Zo veel comfortabeler, dat ons even het gevoel bekruipt dat we ons bang hebben laten maken. Maar net niet voor top en takel -nauwelijks een puntje grootzeil en amper een hoekje stagzeil- lopen we vlotjes 7 knopen en zien in dat aan de wind varen geen optie is, laat staan opkruisen.

Voor het weekendje-weg-gevoel varen we door naar Oostende, kunnen we daar op zaterdag nog iets leuks doen en zondag de luttele 9 mijl naar Nieuwpoort terugvaren.

En kijk, het mag dan Londen niet zijn, maar Oostende heeft wel iets te bieden. Precies vandaag gaat er een bijzondere tentoonstelling van start, ‘Het Vlot. Kunst is (niet) eenzaam.’‘ Thema Het Vlot, als voertuig, reddingsmiddel, plek van isolatie, reflectie, twijfel, inzicht, symbool ook van de (zoek)tocht van de kunstenaar… We lachen om het toeval dat wij uitgerekend hiér aanspoelden… Meer symboliek kan niet, beelden van mensen onderweg, varend, overspoeld, drijvend, toch telkens weer overeind krabbelend, houvast zoekend op een vlot. De kunstwerken, video’s en installaties zijn op uiteenlopende locaties in de stad te zien, een aanrader.

En dan is daar zondag, en gaan we even dat eindje terug varen naar Nieuwpoort. Hadden we gedacht… Moeizaam stampen we de havengeul uit, de zee kolkt, de hemel buldert herfst. Geen zeilboot in de verste verte te bespeuren. Het wordt weer stil aan boord. We hebben nog maar anderhalf uur stroom mee, straks wordt dat tegenstroom. Springtij bovendien. We hebben weinig zeil gezet en kunnen niet echt hoog aan de wind in dit weer. Bij het eerste overstag manoeuvre zien we in dat dit niks wordt en maken rechtsomkeer.

We meren braafjes af op dezelfde plaats van waar we vertrokken en nemen braafjes de tram terug naar Nieuwpoort… Onze boot, die varen we later wel terug.

Soms vlot het niet zoals gehoopt…

Daar is ze dan, de zon!

23 juli 2017

Sommige dingen lijken zo vanzelfsprekend. Daglicht bijvoorbeeld.

Kijk, deze dag begon grijs. De wind was ook niet je dat. Zwak en veranderlijk. Maar gaandeweg klaart het op, de wind trekt aan. En nu zeilen we rustig, mijl na mijl, de Isles of Scilly liggen al ver achter ons.

De grijze ochtend is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je naar het oosten zeilt zijn de late namiddagen heerlijk, de lage zon in de kuip, warm en licht. En plots vind je dit vanzelfsprekend. De zon, de zee, vijf knopen… Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur schuift de zon op. We hopen op een mooie zonsondergang, maar een lange wolkenlijn lijkt de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Eerst zakt de zon zacht in de donzige wolken en verdwijnt.. om iets later onder de wolkenstrook weer tevoorschijn te komen. We staren er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar dat gouden randje!

Als ze helemaal achter de horizon verdwenen is, trekt een kilte over de zee. Het laatste licht verdwijnt. De nacht valt koel.

 

IMG_9492

We houden afwisselend wacht. De nacht is aardedonker nu, het is nieuwe maan.

De zonnige namiddag is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je met nieuwe maan een nacht doorzeilt, zijn de uren lang, fris en o zo donker. En lijkt het alsof er geen eind aan gaat komen. Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur lost ook die duisternis op en heel voorzichtig keert de dag terug, het licht is er lang voor de zon er is.

Ik hoop op een mooie zonsopgang, maar nevelige slierten lijken de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Dapper wurmt de zon zich van achter de kaap van Start Point. Ik staar er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar die kleuren!

Here comes the sun!

Kijk, deze nacht was lang. Maar gaandeweg wordt het lichter, en beetje bij beetje warmer. En we zeilen rustig, mijl na mijl, Dartmouth ligt nog maar een 20-tal mijl voor ons…

BewarenBewaren

Witte donderdag, rode diesel

Donderdag 13 april 2017. Witte donderdag.

Het paasweekend ligt voor de boeg. Boodschappen zijn gedaan, weerberichtjes binnengehaald, water en fuel getankt. We hebben nog maar net de laatste plooibox aan boord gezet of drie mannen in het zwart, mét reddingsvest en aktentas komen het ponton op gelopen, onze richting uit.

Controle van de douane… Identiteitspapieren, vlaggenbrief, aankoopbewijs, onze papieren zijn in orde.

Maar als een van de twee dieselcontroleurs een staal uit onze tank tegen het licht houdt, schudt hij meewarig fronsend het hoofd. Met oprechte interesse bekijkt Las samen met hem de brandstof en vraagt bezorgd of er niet te veel prut in zit, de mogelijke vervuiling van onze dieseltank is iets waar mijn schipper wel eens over piekert.

“Vervuiling?” De controleur schudt nu nog meer het hoofd, “Te róód, ja!”. Van zorgeloze zeilers voelen we ons veranderen in opgejaagd wild. Te rood? Uiteraard, vorig jaar vaarden we zes weken in Schotland en hebben daar rode diesel getankt. Daarvan kan hier en nu nog wat in onze tank zitten, ja…

“Mag niet”, klinkt het formeel. “In strijd met de wet.”

Er bestaan twee soorten diesel, de rode waar de staat minder accijnzen op heft, is voor beroepslui, de witte, de dure dus, voor alle anderen. In Engeland hebben ze die Europese richtlijn niet willen aanvaarden, zij gunnen hun pleziervaart nog goedkopere brandstof. Meer zelfs, in hun jachthavens is enkel rode diesel te krijgen.

Furfural is de kleurstof die rode diesel rood maakt. Een hardnekkig goedje dat -eenmaal in je brandstoftank- tot meer dan twee jaar zichtbaar blijft. Ook al tank je bij terugkeer in eigen land volgens het boekje witte diesel, tankbeurt na tankbeurt.

Ik denk terug aan de plaatsen waar we die ‘foute’ diesel haalden. Afgelegen plekken waar enkel boeren en vissers wonen. “En als daar nu geen witte diesel te krijgen was?” probeer ik nog. “Dan heeft u niet hard genoeg geprobeerd, mevrouw.” En hij haalt er statistieken bij. “Op 100 mensen die naar Engeland varen, slagen er 90 in om zelfs dáár (minachting) witte diesel te bemachtigen, waarom kunnen die andere 10 dat niet?” Ik begin me vooral zorgen te maken over die 10. Leven ze nog?

Ik herinner me een passage uit onze vaargids met het advies om in een afgelegen zeilgebied als de Shetland eilanden altijd water en fuel te nemen waar dat mogelijk is. Goed zeemanschap dus. Omdat we ook weten dat we bij thuiskomst in principe geen rode diesel meer in onze tank mogen hebben -volstrekt onrealistisch dus-, hebben we elk bonnetje bewaard. In ons logboek staan onze tankbeurten, wit en rood, en motoruren. Dat maakt weinig indruk. Ons staal -het doet me denken aan het plasje bij het medisch onderzoek in de lagere school- zal naar Leuven gaan voor verder onderzoek. “In België heb je je aan de Belgische wetten te houden, zo is dat, informeert de controleur ons nog. Engelsen rijden bij ons toch ook niet links?”. Of we dan met onze rooie diesel ook zo’n gevaar betekenen, vraagt Las laconiek.

En wat adviseren de heren van de douane dan wel als je in Engeland uit noodzaak rood hebt getankt en de Belgische wateren terug binnen vaart? De controleur haalt de schouders op, leegpompen zeker? Dat is duidelijk zijn probleem niet. 400 liter brandstof weggooien? Waar en hoe doe je dat? En dan je tank laten reinigen, brandstoffilters vervangen? “Sorry, mevrouw, wij doen enkel ons werk.”

We vernemen dat we een boete tot duizend tweehonderd vijftig euro riskeren. Duizend tweehonderd vijftig euro. De man spreekt het bedrag langzaam kauwend uit, zijn collega sust dat het misschien wel zo’n vaart niet zal lopen…

Ten slotte mogen we nog een klein staaltje van onze diesel houden, in een verzegeld zakje weliswaar…

Drie dagen later is het Pasen. We klinken met een glaasje. Niet wit, niet rood, maar licht rosé…

Wordt vervolgd. (of misschien niet?)

Van vlaggetjes en superjachten

Zaterdag 10 februari 2017

Vandaag vindt de winterontmoeting van de Breehornzeilers plaats, ‘ons Hollands clubje’ zoals ik ze voor de gezelligheid noem. Dit keer gaat de bijeenkomst van Breehorn-eigenaren door in Vollenhove, in een eeuwenoud landgoed, het statige Oldruitenborgh.

Niet meteen een omgeving voor zeilers zie ik jullie denken. Maar het bootgehalte ligt hier in Vollenhove hoger dan je zou denken. Daarover straks meer.

In de voormiddag gaat de jaarvergadering door. Ook krijgen we een nieuw clubvlaggetje. Fijn is dat het ontwerp ervan even toegelicht wordt. De blauw en witte strepen staan voor zee en golven, het gele vlak voor de zandbank Breehorn waar onze boten naar genoemd zijn en daarop het logo van de werf. De Breehorn zandbank of plaat ligt in het Amsteldiep, Noord-Holland, niet meteen vertrouwd vaarwater voor ons.

Na de lunch ruilen we de grandeur van het landgoed in voor nog veel meer grandeur. Want de Breehornzeilers hebben voor deze winterontmoeting een bezoek geregeld aan de bedrijven Rondal en Royal Huisman Shipyard. Rondal maakt masten, gieken, winchen, luiken en meer fraais voor superjachten, Royal Huisman Shipyard bouwt die superjachten.. En zo kunnen we eens binnengluren in de wondere wereld van de mega-jachten voor superrijken. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. Alles is zo buitenproportioneel dat het voor ons, met onze bescheiden jachtjes, haast onwerkelijk is. Een mast, zes keer zo lang als onze hele boot. Kostprijs van al dat moois een veelvoud van onze bootjes… per lopende meter welteverstaan. Indrukwekkend is een understatement. ‘If you can dream it, we can build it’, luidt het bij Huisman. Ja, ja..

Bijzonder vind ik de loods waar een volledig interieur wordt opgebouwd. Dit gebeurt nog niet in het schip zelf maar alles is wel helemaal op maat. Er staat dus een fictief stuk schip met daarin alles wat uiteindelijk in het superjacht komt. Op alle onderdelen zie ik kleine labels met codes. Wat moet dit strak georganiseerd zijn. Overal mogen we rondkijken, onze vragen worden uitgebreid beantwoord, maar foto’s nemen mag niet. Gelukkig is er nog altijd internet…

Bij de borrel wordt er nog wat nagedroomd. En ja, ook dit jaar was er de fotowedstrijd. Werd mijn foto vorig jaar de favoriet, dit keer haalden mijn inzendingen de eindselectie niet. De winnende foto werd ingezonden door de eigenaar van een Breehorn 41 die afgelopen zomer een prachtige reis naar de Azoren maakte.

Pittig detail, zijn boot heet Playmobil… Vergeleken met de superjachten van Huisman lijken onze boten inderdaad wel speelgoed. Maar wij koesteren ze. En nemen zelfs de moeite om -zowat halverwege het zeilseizoen- een uit de naden gewaaid clubvlaggetje liefdevol de nodige herstelling te geven. Intussen zit hier in Vollenhove de winterontmoeting er op, zorgvuldig vouw ik ons kersverse clubvlaggetje op en stop het in mijn handtas. Dat kan binnen enkele weken het want in. En naar verluidt zou het van een sterkere stof gemaakt zijn dan voordien. Het geluk zit in kleine dingen…

 

Betsy

Elke boot heeft een verhaal. Elke boot vaart haar verhaal. Sommige verhalen krijgen zeeën van aandacht en verdienen die ook. Maar er zijn heel gewone zeilers die heel straffe dingen doen, al heten ze niet Armel Le Cléac’h en winnen ze geen Vendée Globe. Hier komt het ongelooflijke maar waar gebeurde verhaal van Guy Waites en Betsy. Het diende zich afgelopen zomer zo toevallig aan, dat ik niet eens doorhad wat een verhaal het was. Ik begin bij het begin…

13 juni 2016, Scarborough. Een piepklein jachtje trekt onze aandacht, niet alleen vanwege haar felrode kleur, maar ook omdat ze een beetje lijkt op een Pandora 22, het eerste zeiljachtje van mijn vader. Op een avond zeilt ze uit, uren later peddelt haar schipper haar geduldig terug naar haar ligplaats. De wind is gevallen, ze heeft geen motor…

Lerwick, dik twee weken later. We varen de overvolle haven binnen, moeten afmeren als derde langszij, niemand aan boord. Een man haast zich van op het ponton, klauterend over de twee boten, muts en kap diep over het hoofd getrokken, om ons te komen helpen. Terwijl we in de weer zijn met de lijnen zie ik een eindje verderop plots het rode bootje uit Scarborough, mijn blik gaat terug naar onze helpende zeiler en ik herken hem als haar schipper. He you! Yes, me, grijnst hij. Later bij een glas wijn kletsen we de avond weg. Wij steken onze bewondering niet onder stoelen of banken, hij blijft er bescheiden bij. Over de plannen met zijn Betsy -zo heet het jachtje- blijft hij vaag. Betsy is een Corribee 21, 6,30 m lang. Ergens op een hoekje papier noteer ik de gegevens van zijn blog. Ik kan er een link naar een tracker vinden, zegt hij. Elke 24h stuurt hij een positie, als geruststelling voor familie en vrienden. Een dag later blijken ze vertrokken. In stilte.

13 juli, Arbroath. Ik zit te wachten op de havenmeester die de geblokkeerde wasmachinedeur gaat openmaken. In die wasmachine zit mijn was, dus ja.. Het clubhuis is niet meer dan een verbeterde container, er staat een tafel en stoelen en op een kastje ligt een stapel boeken, de zeilersbibliotheek… Mijn oog valt op een beduimeld boek, de biografie van Ellen MacArthur, de illustere zeilster. Ik blader het door tot een foto mijn aandacht trekt. De nog piepjonge Ellen op een helrood bootje, de Iduna. Dat ranke jachtje, waarmee ze als achttienjarige solo rond Engeland zeilt, is een Corribee 21.

Een Corribee 21? Wacht eens even… Guy Waites! Betsy! Ik vind het blaadje met de link naar zijn blog terug en klik door naar zijn positie. Wow, hij vaart al ten noorden van de Hebriden, zou hij solo een rondje Engeland gaan doen?

Groot is mijn verbazing als ik enkele dagen later zie hoe de blauwe stippen op de tracker zich aaneenrijgen tot een snoer dat ver ten westen van Schotland reikt. Varen zij nu gewoon de Atlantische Oceaan op? Vanaf dat moment kijk ik bijna dagelijks naar de tracker. Ik begin ook de blog te lezen, een gedetailleerd verslag van vier jaar minutieuze voorbereiding. Guy is niet aan zijn proefstuk toe, eerder zeilde hij de oceaan over met een Contessa 26, Red Admiral.

Dag na dag kruipen de blauwe stippen naar de overkant. Op een dag is er niet enkel een blauwe stip bijgekomen, maar ook een envelopje. Een korte boodschap licht op. Betsy and I were capsized today, we are both OK and will continue once we have ridden out this storm. Jeetje! In de komende dagen volgen nog meer boodschappen, de ene storm na de andere raast over het tweetal. Soms vorderen ze tergend langzaam, soms wijkt het bootje helemaal van haar koers af, er komt een bericht dat de voorraad zoet water niet lang meer reikt. Het snoer van blauwe stippen, de envelopjes, het lijkt wel een thriller!

Elke morgen bij het opstaan, kijk ik als een bezorgde mama hoe het de twee vergaat en eind augustus, na 56 dagen op zee, blijkt kleine Betsy aangekomen in Newport, US! Guy Waites zeilde solo de noordelijke Atlantische Oceaan over, in een bootje van 6,30m, zonder motor, zonder geavanceerde apparatuur…

Zo begon vier jaar geleden dit verhaal dat als een rode draad onze zomer doorkruiste…

En het verhaal gaat verder. In het voorjaar zeilt hij zijn Betsy terug naar Engeland. Zomaar even weer die hele oceaan over. En intussen smeedt hij nieuwe plannen met een andere boot… Of hij met opzet weer een rode boot gekozen heeft, vraag ik hem. Nee, niet echt.  Red Admiral was rood. Betsy was wit toen hij ze kocht, maar onder haar witte verf ontdekte hij toevallig oude rode gelcoat. En Showtime is gewoon toevallig ook rood. Toeval bestaat niet, denk ik dan…