Breisters en vogelaars

27 – 28 juni 2016

Wie Fair Isle googelt, vindt minstens zo veel websites over breien als over het peedie  (zoals ze in Orkney zeggen voor ‘klein’) eilandje zelf. Er wonen amper 70 mensen. En een veelvoud daarvan aan schapen en nog veel en veel meer vogels. The National Trust for Scotland ontfermt zich over dit wonderlijk natuurgebied.

Als je de kade afloopt, kom je net voorbij het oogverblindende hagelwitte strandje bij het Bird Observatory, het walhalla van de vogelaars. Omdat Fair Isle op een kruispunt ligt van migrerende vogels is het een paradijs voor observatie en onderzoek. Het Bird Observatory is ook een lodge, waar gepassioneerde vogelaars, ornithologen dus, verblijven. Ze wisselen er vogelweetjes uit, raadplegen de uitgebreide vogelbibliotheek en bekijken ernstig hun vogelfoto’s, gemaakt met engelengeduld en joekels van telelenzen. Zeilers zijn er ook welkom, er zijn toiletten, douches, je kan er wat komen drinken. Het in de folder vermelde internet is helaas zo traag en zwak dat we er niets aan hebben.

Intussen kennen we al de meest voorkomende vogels hier, maar dat we alles behalve kenners zijn, ondervinden we aan den lijve. We wandelen er maar op los en zonder het te weten zijn we te dicht bij het nest van een familie great skuas of bonxies -in het nederlands ‘grote jagers’- gekomen. Plots suizen ze uit het niets in duikvlucht op ons af, scheren krijsend rakelings langs ons hoofd -we voelen de luchtverplaatsing-, zwenken en gaan opnieuw in de (schijn)aanval. Met onze kap over het hoofd getrokken weten we niet hoe snel weg te komen. Brrr, elk zijn hobby denk ik. Deze vogels hebben een spanwijdte van meer dan een meter en met hun donkerbruine kleur ogen ze allesbehalve sympathiek.

Schattiger vind ik de oystercatchers, of scholeksters, en uiteraard zijn de snoezigste de puffins of papegaaienduikers. Ook de gannets, jan-van-genten, en de sterns herkennen we. En meeuwen natuurlijk, in allerlei varianten.

Het eiland loop je in een fikse wandeling af. Het is er stil, de uitzichten zijn indrukwekkend.

Her en der staan huisjes, er zijn twee kerkjes, waarvan eentje ook de bibliotheek is. Er is ook een school, een winkel en een dokter. En een vuurtoren.

Het hele eiland is fluwelig, het gras, kortgegraasd door de schapen, ligt over de rotsen gedrapeerd, groen als het vilt van een biljarttafel. En bloemen, heel veel bloemen. Witte, gele, rode, roze, licht en donker. Alles steekt fel af tegen de blauwe lucht. Vanmorgen regende het nog, nu straalt de zon. Enkele spierwitte wolken zeilen voorbij. Het is hier zo mooi dat het je de adem beneemt.

En hoe zit dat nu met die Fair Isle breisters? Wie Fair Isle zegt, zegt schapen, dus wol. Er wordt hier al eeuwenlang gebreid. En er zijn nog een paar (ook jonge) mensen die de traditie verder zetten. Meer over de geschiedenis van de specifieke Fair Isle stijl lees je hier. Ik kan het niet laten om een mooie wollen muts te kopen, gebreid door Elizabeth Riddiford. Warm en mooi!

Met fair wind naar Fair Isle

26 juni 2016

We liggen onrustig te jagen aan de visitors’ mooring in South Bay op het eiland North Ronaldsay. Bij iedere ruk van het meertouw aan de boei steigert de boot als een ongetemd veulen. Ik heb er een beetje spijt van dat ik zo nodig hierheen wou.

Deze ochtend lagen we nog vredig in Calf Sound. Waren met de bijboot naar de kant gevaren voor een wandeling naar de top van de heuvel. Wat een uitzicht! De man die het huisje naast Carrick House bewoont, had ons de weg gewezen naar de Community Store, een stevig eind stappen.

De Community Store is een verrassend goed gesorteerde winkel/postkantoor/tearoom. Mét wifi! We waren er een half uur te vroeg –de winkel is dagelijks open van 2:00-4:00 pm- maar de fiere uitbaatster haastte zich om de deur te openen van zodra ze ons zag. Wat een vriendelijkheid hier. Een groepje eilandbewoners runt de winkel als een onderneming, elk heeft aandelen, elk houdt volgens beurtrol de winkel open. Een zegen voor de boerenfamilies in de omgeving.

Waarom wou ik zo graag naar North Ronaldsay? Als meest afgelegen eiland sprak het tot mijn verbeelding. Tot voor kort had dit eiland nog geen landingsbaan en waren ze op de ferry aangewezen die slechts een maal per week kwam. Tenminste, als het weer het toeliet. Bij zware winterstormen waren de eilandbewoners van de rest van de wereld afgesneden. Omdat hun eiland zo klein is, bouwden de boeren een muur rond het eiland om schapen en akkers gescheiden te houden. De schapen die op de strook tussen zee en land leven, voeden zich met zeewier en ontwikkelden zich hierdoor tot een heel apart ras, het North Ronaldsay sheep. Blijkbaar heeft hun vlees een aparte, verfijnde smaak en wordt als delicatesse door topchefs gegeerd.

Maar aan land gaan is geen optie, er staat een vervelende golfslag en de wind is venijnig, witte schuimkopjes lachen ons uit.

Maandag 27 juni 2016

We hebben er genoeg van, van dat klutsen aan de boei. Naar de overkant varen, op het eiland Sanday, is ook geen optie, de baai daar ligt ook onbeschut. Dan maar verder, vertrekken naar Fair Isle, 32 mijl. Ook dat is zeilen, nu en dan afzien van je plannen omdat de elementen dat beslissen. Er staat een prachtig windje, we varen een ruime koers, ons schip gorgelt van plezier en lacht de witte schuimkopjes uit.

Fair Isle, een kruimel van 7,8 km2 midden in zee, halfweg tussen de Orkney en de Shetland eilanden, is een pareltje. Wel opletten geblazen bij de aanloop wegens rotsen en stroming.

North Haven is de enige aanlegmogelijkheid, veel meer dan een pier en een kaaimuur is het niet en het is behoorlijk druk. Maar aan de buitenkant van de pier vinden we nog een plekje. Dankzij onze stevige stootrand vormt de kade met zwarte rubberen palen geen probleem. We liggen nog maar net afgemeerd of een Noors jacht, de Ariel, komt bij ons langszij. Nu wordt het hier echt een Noors onderonsje, met zeven Noren, een Nederlander en wij. De haven ligt vol!

Morgen gaan we op ontdekking…

Westray – Papa Westray, twee minuten vliegen

24 – 25 juni 2016

Of minder, als de wind mee zit. De vlucht tussen deze twee eilanden is de kortste lijnvlucht ter wereld. Opstijgen landen. Als je mee vliegt, krijg je een certificaat.

Wij zeilen de luttele 4 mijl van onze ankerplaats in Papa Westray naar Pierowall op Westray. Daar is een heuse marina, we liggen er met vier. Een Noor, een Engelsman, een Fransman en een Belg, het lijkt wel het begin van een mop.

De havenmeester van Pierowall, Tom Rendall (Tommy), een rustige man, blijkt al op de hoogte van het feit dat wij gisteren aan de mooring lagen aan de overkant. Hij had het van de schipper van de ferry, ‘The Golden Mariana’.

Geruchten gaan snel op een eiland, laat ons daar zelf gebruik van maken. De bemannning van de Engelse boot, s/y Inspiration van Bursledon komt net terug van de wandeling bij Noup Head, laaiend enthousiast. Ze waren door natuurgids/taxidienst Westraak tot het beginpunt van de wandeling gebracht, en paar uur later weer opgehaald en tot aan hun boot terug gevoerd. O fijn, laten we dat morgen doen. Maar ze zeggen er meteen bij dat Cathy en Graham, die Westraak runnen, waarschijnlijk morgen niet werken wegens een trouwfeest. Mmm. Toch maar eens bellen. En het gesprekje beginnen met de bruiloft van morgen… Inderdaad, die wedding. Maar ze willen ons niet in de steek laten. Cathy zal ons om 10:00 tot aan de vuurtoren op Noup Head rijden en of we het zien zitten om dan zelf helemaal terug te wandelen.

Cathy is een enthousiaste dame van een zekere leeftijd, haar jeep is dat ook. Schapen op de weg, geen probleem, er traagjes bijna tegenaan rijden en de weg is vrij. Zij en haar man zijn gepassioneerde eilandbewoners. 600 mensen wonen er op Westray. En ja, daar zijn jonge gezinnen bij, met heel wat kinderen, 70 op de lagere school en een 20-tal op de kleuterschool. De toekomst van het eiland, lacht ze. Fier vertelt ze dat het geregeld voorvalt dat jonge mensen het eiland verlaten om te gaan studeren, tijdens die studietijd een lief opdoen en dan met dat lief terugkeren naar hun eiland.

Op Westray zijn ze trots op hun eiland, ‘the Queen O’ The Isles’. En op de archeologische vindplaatsen uit het stenen tijdperk. Die zijn er zowat overal op de Orkney eilanden maar op Westray werd ‘Westray Wife’ gevonden, de oudste Neolithische menselijke afbeelding ooit ontdekt in Schotland. Het 4 cm zandstenen figuurtje is met haar 5.000 jaren oud van een ontroerende eenvoud.

Buitengewoon mooi is de wandeling van Noup Head langs de West Westray Coast. We hebben een alleen-op-de-wereld-gevoel want komen niemand maar dan ook niemand tegen.

Het weer klaart op, de natuur is indrukwekkend. Gisteren was ook een mooie dag maar uit het niets doken toen af en toe flarden mist op. Die kwamen van over de heuvels zo de baai in gerold.

De Orcadians hebben daar een woord voor: ‘haar’ of ‘rain-haar’. Mist of natte mist. Gisteren verontschuldigde de dame van Westray Processors Ltd  zich er nog voor: “Sorry about the fog, don’t worry, it comes, it goes, we often have four seasons in one day…”

 

Kreeft, krab. Vier recepten, succes verzekerd!

Recept dag 1

Kreeft. Je loopt de kade af van Pierowall, Westray, tot bij een schip dat net afgemeerd is na een lange dag vissen. Een man stapelt kreeft na kreeft in plastieken kuipen.

Jij: “Goedemiddag. Heb je iets te koop?”

De man (grijnst): “Alles is te koop. Wat wil je en waar moet het geleverd worden?”

Jij: “Euh, twee kreeftjes? Voor die blauwe boot daar.” En je wijst.

De man: “Een half uur.”

En zo geschiedt. Een half uur later wandelt de man het ponton op, een en al charme, met in elke hand een levend verse kreeft. Lijkt hij nu op Sean Connery, of is dat mijn verbeelding?

10 minuutjes in kokend water waar ui, citroen, olijfolie, peper en venkelzaadjes aan toegevoegd zijn. Afwerken met volkoren brood met boter en een restje ratatouille van gisteren. Champagne.

Recept dag 2

Krab. Na een zalige nacht in de haven van Pierowall, steek je je hoofd uit de kajuit. Het is bewolkt, maar er zit licht in de lucht, meer zelfs, er zijn al hele stukken blauw te bespeuren. Je begroet de man van de kreeft van gisteren die dit keer met een goed gevulde plastic zak de pontontrap af loopt. “Voor jullie”, grijnst hij, “ze zijn al gekookt!” Een zak vol flinke krabbenpoten, scharlakenrood, wit en zwart. Kadootje. De kreeft gisteren was betalend, de krab komt gratis. Geen idee waarom.

Na een fantastische wandeling naar Noup Head, vaar je in de late namiddag van Pierowall naar Eday en bij ondergaande zon installeer je je aan de visitors’ mooring in Calf sound.

Snij wat iceberg sla (misschien niet de lekkerste maar bewaart best aan boord), haal er een hamer, een houten plank, kreeftentang en –haakjes bij en ga aan de slag. Ik geef er aardappeltjes bij, met een uitje bruin gebakken in olijfolie. Een roseetje vandaag.

O ja, en eet buiten, dat is een stuk handiger als je gaat prutsen met krab. ‘Bij 12°C?’, hoor ik je denken. Trek een extra trui aan en geniet van het landschap!

Recept dag 3

Krab. Bij aankomst in Pierowall, zie je het meteen liggen: Westray Processors, het schaaldieren verwerkend bedrijf dat de grootste werkgever is op het eiland. Je kan er –bijna zoals bij de chinees- iets lekkers kiezen van een hele lijst. Wij gaan voor de 450g crab meat 50/50. Dat betekent half bruine krab, half witte krab, hand prepared.

Inmiddels nog afgemeerd aan de visitors’ mooring in Calf Sound, Eday, ga je met de bijboot aan land om boodschappen naar de Community Store. Half uur heen, half uur terug. Je haalt een vers brood en gezouten Orkney butter.

Voor je koers zet naar North Ronaldsay, stil je je honger met een toplunch.

Snij dikke plakken brood, besmeer met gezouten Orkney butter, beleg met fijn gesnipperde iceberg sla en werk royaal af met bruine krab. Een biertje.

Recept dag 4

In South Bay, North Ronaldsay is het met een strakke zuidwest onrustig liggen, de boot jaagt aan de boei. Wegwezen, op genua, ruime wind, 32 mijl naar Fair Isle. Blauwe hemel, enkele spierwitte wolkjes, strak zeetje.

Krab. Kook twee eitjes hard, laat afkoelen en versnipper. Snij een uitje zo fijn als het bewegen van de boot toelaat, voeg daar stukjes tomaat en komkommer aan toe. Meng er mayonaise (knijpfles Heinz, moet kunnen, we zijn op een boot, er staat 5bft!) en een vleugje curry onder. Schik wat sla in een kommetje en vul met ei/groentjes en witte krab. Watertje!

In Orkney viel de zomer dit jaar op 23 juni

22 – 23 juni 2016

Een ‘Orcadian joke’. Het weer is hier gespreksonderwerp nummer één. Maar het moet gezegd, donderdag 23 juni is zonder meer een schitterende zomerdag.

Ons zeiltochtje van Kirkwall naar het eilandje Papa Westray, ongeveer 25 mijl- is echt blue water sailing. We hadden het getij zorgvuldig gekozen, dat moet ook, want 4 knopen stroom tegen met draaikolken wegens elkaar ontmoetende stroomrichtingen, dat moet je vermijden. Veel wind is er niet, maar dat deert ons niet, temperaturen van ruim 20°C, dat is hier op zich al zo’n cadeau, over de rest hoor je ons niet klagen.

Even is het spannend. We raken in de war wanneer we 070° op het kompas sturen maar onze koers over de grond slechts 020° aantoont. Onze boot krawietelt schuin als een krab, het lijkt alsof we recht op het rotsige eilandje voor ons af varen, maar uiteindelijk komen we netjes voorbij de landtong uit. Het water vertoont soms verraderlijke wervelingen. Opletten geblazen dus.

En dit met amper een zucht wind. Bij stormweer moet het hier tussen de eilanden echt spoken. Getuige daarvan een artikel in de Orcadian. De Orcadians geven hun eigen krant uit. Ze hebben het ook nooit over de Orkney’s als een eilandengroep die deel uitmaakt van Schotland, maar over Orkney, als een volwaardige natie. Ze hebben zelfs een eigen vlag, die wij nu respectvol als courtesy flag, beleefdheidsvlag, aan stuurboord voeren.

Het artikel beschrijft de rescue van een jachtje, de ‘Globelle’, afgelopen zondag. In Kirkwall hadden we haar gehavend aan het ponton zien liggen, preekstoel pijnlijk afgebroken. En nu lezen we het hele verhaal in de krant. Het bootje was in moeilijkheden geraakt in zwaar weer, de bemanning kreeg de zeilen niet gereefd, hun boot was stuurloos. Bij de reddingshulp ging ook nog een en ander mis. Hier hebben de elementen het voor het zeggen.

Gisteren huurden we een auto om Mainland te verkennen. Een zeilboot mag nog zo’n fijn transportmiddel zijn, om iets van het binnenland te zien, moet je toch gebruik maken van bus, trein of auto. Uit de overvloed van bezienswaardigheden maken we lukraak een eigen keuze. De kliffen bij Yesnabyde ring van Brodgar, Skara Brae, de Scapa Flow en de Italian Chapel… We zijn nog maar eens verre van de enigen die hier op stap zijn, buslading na buslading toeristen passeert de revue. Daardoor raken we ook niet binnen in de Highland Park Whisky Distillery, jammer. Alles is er volzet, nog maar eens… (Maar Tesco verkoopt de whisky ook, dus geen paniek!)

Nu liggen we voor anker in Moclett bay op het eiland Papa Westray. Moederziel alleen, bijna windstil, voor ons een hagelwit strandje. Verder is er de pier van de ferry. Waar één ferry aan komt gevaren, maar zonder afmeren rechtsomkeer maakt als hij ziet dat er toch geen passagiers zijn. Voor de rest niets. Nu en dan scheren vogels langs, of steekt een grijze zeehond even snuivend zijn kop boven water. Genieten van de ondergaande zon, dat duurt hier tot ruim middernacht…

 

Kirkwall, Orkney, fully booked

Ook al was ik in het vijfde middelbaar niet wild van het vak Latijn, met het verhaal van Dido en Aeneas kreeg Vergilius wel mijn aandacht. Aeneas die –door het gekonkel van bemoeizieke goden- Dido, zijn lief, in Carthago moet achterlaten en met zijn schip wegvaart. Waarna Dido zelfmoord pleegt en Aeneas het vuur van de brandstapel van op zee ziet oplaaien. Romantiek, drama! Jaren later leerde ik de muziek van Henry Purcell kennen, prachtig! En kijk, in Kirkwall vindt net nu het St Magnus festival plaats en Dido en Aeneas wordt er uitgevoerd.

19 – 20 juni 2016

Met een klinkende zoen van de havenmeester nemen we afscheid van Peterhead in de vroege avond. 110 mijl naar Kirkwall, Orkney. De weerberichten zijn het niet helemaal eens, de Navtex heeft het over 8 bft, de gribfiles houden het bij 5 tot 7 bft. Omdat ze allemaal zuidoost geven, gaan we er voor. Met ruime wind kan ons schip wat hebben. We zetten enkel de genua, installeren onze ‘wintertent’ tegen de regen en laten de automatische piloot het werk doen, de Moray Firth over. Vlotjes lopen we 7 knopen en houden het warm en droog. Het rollen van de boot maakt het binnen wel onrustig. Je kan niet alles hebben.

Drie uur op, drie uur af. In mijn wacht van 03:00 tot 06:00 houdt het op met regenen en word ik verrast door een schitterende vollemaansondergang.

De barometer maakt een duik, de wind zakt in elkaar, wordt zuidwest en ten slotte west. ‘Land in zicht!’, klinkt het rond 10:00. Het eiland Hoy, het hoogste eiland van de Orkney’s laat zich zien.

Kort na de middag wordt het opkruisen onder blauwe hemel en met een strakke westenwind, de Stronsay Firth in, het eilandje Auskerry aan stuurboord.

Iets verderop, tussen het eiland Shapinsay en Mainland, gaat het verder op motor en worden we verrast door de kracht van de stroming. We hebben hier dik drie knopen stroom mee, maar door de wind op kop krijg je heel raar water. Tide rips zoals dat heet. De schuimkoppige wervelingen maken dat we met moeite anderhalve knoop snelheid kunnen maken, het ongemakkelijke gevoel hebben dat we ter plekke blijven, maar 5 knopen op het log zien.

We meren af in de marina van Kirkwall. Wat voelen we ons stoer, we zijn helemaal naar deze afgelegen eilandengroep gezeild en morgen gaan we het allemaal ontdekken.

21 juni 2016

Tot onze verbazing zijn we verre van alleen. Meer zelfs, in de hoofdstraat, de ene hebbeding-winkel naast de andere, is het ronduit druk. Groepen toeristen, fototoestellen paraat, gemakkelijke driekwartbroeken, witte sokken in wandelschoenen, foldertjes in de hand. Zouden die allemaal van de cruiseboot in de haven komen, vragen we ons af.

We willen morgen een auto huren maar bij de toeristische dienst vernemen we tot onze ontgoocheling dat alle autoverhuur fully booked is. Tja, we hadden wel gelezen over het St. Magnus festival, dat het een gerenommeerd muzikaal evenement was en zo. Ik had trouwens in mijn agenda het concert van deze avond aangestipt. Dido en Aeneas van Henry Purcell, in de St. Magnus kathedraal… Maar in het kantoortje van het festival vangen we opnieuw bot. ‘I am afraid the concert for tonight is fully booked…’ Dat plan laten we dus varen. Maar we lopen wel zelf tot bij twee autoverhuurders en bij de tweede kunnen we nog een auto scoren.

In de St. Magnus kathedraal is het drummen. Ik onthou vooral de warmrode kleur van de stenen en de gelige gloed.

En de lunchpauze van de schilder die de deuren onder handen neemt.

En tien mannen die een piano van een podium tillen, het ene concert is nog maar afgelopen, en het volgende is in aantocht. Het is hoogseizoen in Kirkwall.

Maar Dido en Aeneas, die zitten gelukkig in mijn Itunes-bibliotheek en de kajuit wordt mijn concertzaal, glaasje wijn in de hand.

Summerblues

Maandag 13 juni 2016

Scarborough. Een naam als uit een lieflijk sprookje. Waar ik ook aan denk is het mooie tijdloze liedje van Simon and Garfunkel, Scarborough fair. Maar nu is Scarborough alleen te zien als een plaatsnaam op de kaart. Waar ons schip koers naar zet. Rondom ons niets dan kille melkwitte pap die uiteenzakt in miezerige druilregen. Geen lover wind, niets. De zee, voor zo ver we ze zien, deint dik als olie. Soms wurmt een waterzonnetje zich door een gat in de mist, maar dan gaan de bleke gordijnen weer onherroepelijk dicht.

Al twee dagen dreunt de motor. We vertrokken uit Nieuwpoort en waren er helemaal klaar voor. Waarom niet gewoon recht naar het noordelijkste punt van Schotland, een kleine 500 mijl, vier etmalen, moet kunnen. Maar de wind had duidelijk andere plannen. Overmoed en boten gaan slecht samen.

We zetten eerst nog hoopvol de zeilen bij, en met motor en stroom mee gaat het best vooruit. Maar na elke zes uur stroom mee volgen er zes uur stroom tegen en in de loop van de tweede nacht vinden we het welletjes geweest. We zijn tenslotte een zeilboot. En we hebben zes weken vakantie, rushen doen we de rest van het jaar al genoeg.

En we hebben ook net vastgesteld dat de generator olie lekt…

Scarborough is de dichtste haven in de buurt en met het opkomend getij perfect aan te lopen. Op de tast weliswaar, want de wereld is opgeslokt door dikke mist. ‘Fog patches’ klonk het very british in het weerbericht. Dit zijn wel heel dikke lappen mist.

Een alleraardigste havenmeester helpt ons afmeren. Grapje over de engelse zomer en zo. En hij wijst ons ook waar de ship chandler is, hun mecanicien kan ons beslist helpen met de generator. Na een biertje en een comateus middagdutje wandelen we langs de kitscherige Scarborough fair, kleurige eetstalletjes die zowel krab, als ijsjes verkopen, lunaparken, een schreeuwerige kermis.

Wanneer we bij de ship chandler aankomen is die al op de hoogte van ons probleem, langs de kade doet de tamtam snel zijn werk.

Dinsdag 14 juni 2016

De lekkende olie blijkt een heel andere oorzaak te hebben dan verwacht; een van de steunbeugels van de generator blijkt gebroken met gedaver en lekkende olie als gevolg. Brrr. De flegmatieke mecanicien zucht, herstellen zal niet lukken, dit moet vervangen worden. Maar waar in hemelsnaam vind je in Scarborough of omstreken een vervangstuk voor een Italiaanse generator van respectabele leeftijd? Een onmogelijke opdracht? Wanneer hij de generator wat aandachtiger bekijkt, ontdekt hij twee vervangsteunbeugels die op een balk gemonteerd zitten, iets achter de generator. Stond de generator vroeger meer naar achter, of zijn dat reserves, het doet er niet toe, maar ze zijn een geschenk uit de hemel. Na nog wat meer geknutsel krijgt hij de generator weer muurvast.

Van mist is intussen niets meer te bespeuren, wanneer de zon door de wolken breekt is het zelfs warm. Morgen kunnen we weer vertrekken. Het weerbericht geeft wel aanhoudend noordenwind…

O ja, het liedje Scarborough fair, dat hebben Simon and Garfunkel niet bedacht. Het is hun interpretatie van een traditioneel lied, waarin een man aan een vriend een gunst vraagt. Als die naar de jaarmarkt van Scarborough gaat en daar de vrouw mocht ontmoeten die ooit zijn geliefde was, moet hij haar een aantal haast onmogelijke opdrachten geven. Als ze daar in slaagt, mag ze terug zijn liefje zijn. Waarop zij hem weer even onmogelijke taken geeft. Als hij die vervult, zal zij de onmogelijke opdrachten uitvoeren die hij bedacht. Parsley, sage, rosemary and thyme. In de liefde is het soms ingewikkeld. Zo ook met boten. Maar wat is onmogelijk?

Bijna weg

De lijstjes in mijn hoofd beginnen langzaam het karakter van een stoorzender te krijgen. Ik word er ’s morgens te vroeg wakker door en kan er ’s avonds niet van slapen.

De boot, het huis, ons werk. De kinderen en hun examens. Het eten, het weer, kaarten en vaargidsen. Bankdingen, planten, vuilnis en post.

Lijstjes in je hoofd zijn niet goed, opschrijven is de boodschap. En dan doorstrepen. Om ten slotte bij de laatste dingen te denken: dat hoeft misschien toch niet. Of zoals Las dan laconiek zegt: wat we vergeten zijn, zullen we moeten missen of kopen we onderweg.

En dan die weerberichten. Hoe vaker je kijkt, hoe meer het verandert. Het weer is onstabiel, dat lijkt de enige zekerheid. Geruststellend is wel dat het toch een tijdje gedaan zal zijn met de noordenwind die nu al een hele tijd aanhoudt. Maar o jee, wordt de richting beter, dan lijkt ze zo zwak te gaan worden dat het eigenlijk al niet veel meer uitmaakt…

En dan is daar de laatste werkdag, is het huis opgeruimd, zijn de afspraken met de kinderen gemaakt en kunnen we de deur achter ons dichttrekken.

En nu nog één keer naar de supermarkt om de laatste boodschappen, de verse dingen, groenten en fruit, kaas, vlees. En kijk nu, het blijkt de tiende verjaardag van Colruyt, Koksijde te zijn en er zijn allerlei feestelijkheden. Glaasje cava, hapjes en niet te vergeten: de fanfare onder enthousiaste leiding van Jeroen Hillewaere verrast ons met een prachtig ‘La Mer’ van Charles Trenet! Een mooiere manier om je zeilvakantie te starten is er niet. Gedaan met lijstjes, laat ons vertrekken…

 

 

 

 

 

 

Ongeduld en boten gaan niet goed samen

En dat het nota bene Facebook is dat me daar op wijst. Je kent het fenomeen: nu en dan duikt een melding op waarmee Facebook je herinnert aan een gebeurtenis. Een foto die je een jaar, twee, drie jaar geleden postte. Gewoonlijk negeer ik die. Maar vandaag dus niet. De bewuste foto van precies een jaar geleden. Onze Breehorn is -na een lange winter binnen in de werf in Woudsend, Friesland- net het water in gegaan. In november was ze de loods in gegaan, vergezeld van een waslijst to do’s. Een deadline hebben we niet, maar bij de eerste lentekriebels begint een vaag ongeduld te knagen. Pasen, Hemelvaart, de eerste lange weekends passeren, maar de boot is niet klaar. De levering van de uitklapbare raampjes voor de vaste buiskap lopen vertraging op.

IMG_6390

Maar op 16 mei 2015 ligt ze dan toch in het water en een week later -Pinksterweekend 2015- varen we haar naar thuishaven Nieuwpoort.

Intussen zijn we een jaar verder. En relativeer ik vandaag ons ongeduld van toen. In 2015 maakten we verschillende mooie tochten en is de boot in een jaar in zes landen geweest, Nederland, België, Frankrijk, Engeland, Duitsland en Noorwegen.

Maar we blijken hardleers. Want met de dit jaar voorziene klus aan onze boot gaat het weer niet snel genoeg naar ons gevoel. We zwoegen ons te pletter op het onderwaterschip en toch is het nog niet goed genoeg.

IMG_2178

De boot is een stuk gladder, oude brokkelige lagen antifouling zijn weg. Maar om het helemaal goed te hebben, moet er nog veel meer geschuurd worden. En hoe verder we gaan schuren, hoe meer we de intussen niet meer zo strakke coating (onderlaag op het aluminium) zullen moeten bijwerken. Retoucheren, plamuren, bijschuren, terug opbouwen in meerdere lagen… We beginnen te beseffen dat dit nog wel heel lang kan duren. En zo veel tijd hebben we niet meer. Half juni willen we vertrekken voor een reis van zes weken…

Een ongemakkelijk gevoel overspoelt ons. Lees: ons geduld raakt op.

Als ik verhalen lees over mensen die jaren aan hun boten werken alvorens een mijl te zeilen, dan heb ik daar ontzettend veel bewondering voor. Maar voor ons werkt het niet. We hebben niet alleen weinig geduld met klussen, volgens mij beschikken wij simpelweg niet over het klussers-gen. We doen het omdat het moet, maar vinden er niet echt plezier in. Ons humeur raakt onderkoeld, de romantiek is ver te zoeken…

En dan nemen we een stoute beslissing. We houden op met schuren waar we gekomen zijn. Zetten er één laag antifouling op, laten nog de nieuwe schroef installeren en leggen de boot terug in het water. Komende winter laten we de klus professioneel afwerken. En nu gaan we varen. Zelden zo snel beslist…

 

Dromen van Stromness

Intussen staan we twee weken boven. En waren de weergoden ons tot hiertoe welgezind, dan is dat nu duidelijk over. Er wordt ons duidelijk gemaakt wat aprilse grillen zijn. Wind, koelkast-temperaturen en hagel. En dat krabben, schuren, peuteren en pitsen begint ons de keel uit te hangen.

IMG_2066

IMG_2031

Het rood van de twee lagen antifouling van vorig jaar is er af en een groot deel van het zwart, de oude antifouling, is er af. Een groot deel zeg ik dus. Maar niet alles. En voor ieder die zegt dat het er allemaal af moet, is er weer een ander die zegt dat het er niet allemaal af hoeft.

Iemand lacht me zelfs een beetje uit omdat ik sta te krabben met mijn verfkrabbertje. ‘Bij Ship Support zetten ze daar een professioneel schuurmachientje tegen en in anderhalve dag is de klus geklaard.’ Hmm… Het was toch Ship Support die zei dat er met een schuurmachine geen beginnen was aan die koek van antifouling, dat krabben de boodschap was?

De beste stuurlui staan aan wal, en de beste antifouling-verwijderaars staan met hun handen in hun zakken te kijken naar ons. Ik haal mijn schouders op en pruts verder. Voorzichtig droom ik van onze reis in het verschiet. Juni, het is niet meer zo ver af.

En krabbend, schurend, peuterend en pitsend dwalen mijn gedachten af naar een o zo fijn stukje muziek dat ik jaren geleden op Klara hoorde en dat mij toen betoverde met zijn lieflijke eenvoud. Ik spitste mijn oren en hield mijn adem in toen titel en componist genoemd werden. Luister… Farewell to Stromness van Peter Maxwell Davies.

Stromness… Daar zat iets van storm in, zucht. En Farewell… romantiek, diepe zucht. ‘Als die plek echt bestaat, dan wil ik daar ooit naar toe,’ droomde ik toen.

En als dit klussen achter de rug is, en als het weer het toelaat, dan zeilen we er deze zomer naar toe. Stromness, een dorpje op Mainland, een van de Orkney-eilanden ten noordoosten van Schotland…

Ok, ok, ik schuur al verder…

IMG_2152

IMG_2153