Bijna weg

De lijstjes in mijn hoofd beginnen langzaam het karakter van een stoorzender te krijgen. Ik word er ’s morgens te vroeg wakker door en kan er ’s avonds niet van slapen.

De boot, het huis, ons werk. De kinderen en hun examens. Het eten, het weer, kaarten en vaargidsen. Bankdingen, planten, vuilnis en post.

Lijstjes in je hoofd zijn niet goed, opschrijven is de boodschap. En dan doorstrepen. Om ten slotte bij de laatste dingen te denken: dat hoeft misschien toch niet. Of zoals Las dan laconiek zegt: wat we vergeten zijn, zullen we moeten missen of kopen we onderweg.

En dan die weerberichten. Hoe vaker je kijkt, hoe meer het verandert. Het weer is onstabiel, dat lijkt de enige zekerheid. Geruststellend is wel dat het toch een tijdje gedaan zal zijn met de noordenwind die nu al een hele tijd aanhoudt. Maar o jee, wordt de richting beter, dan lijkt ze zo zwak te gaan worden dat het eigenlijk al niet veel meer uitmaakt…

En dan is daar de laatste werkdag, is het huis opgeruimd, zijn de afspraken met de kinderen gemaakt en kunnen we de deur achter ons dichttrekken.

En nu nog één keer naar de supermarkt om de laatste boodschappen, de verse dingen, groenten en fruit, kaas, vlees. En kijk nu, het blijkt de tiende verjaardag van Colruyt, Koksijde te zijn en er zijn allerlei feestelijkheden. Glaasje cava, hapjes en niet te vergeten: de fanfare onder enthousiaste leiding van Jeroen Hillewaere verrast ons met een prachtig ‘La Mer’ van Charles Trenet! Een mooiere manier om je zeilvakantie te starten is er niet. Gedaan met lijstjes, laat ons vertrekken…

 

 

 

 

 

 

Ongeduld en boten gaan niet goed samen

En dat het nota bene Facebook is dat me daar op wijst. Je kent het fenomeen: nu en dan duikt een melding op waarmee Facebook je herinnert aan een gebeurtenis. Een foto die je een jaar, twee, drie jaar geleden postte. Gewoonlijk negeer ik die. Maar vandaag dus niet. De bewuste foto van precies een jaar geleden. Onze Breehorn is -na een lange winter binnen in de werf in Woudsend, Friesland- net het water in gegaan. In november was ze de loods in gegaan, vergezeld van een waslijst to do’s. Een deadline hebben we niet, maar bij de eerste lentekriebels begint een vaag ongeduld te knagen. Pasen, Hemelvaart, de eerste lange weekends passeren, maar de boot is niet klaar. De levering van de uitklapbare raampjes voor de vaste buiskap lopen vertraging op.

IMG_6390

Maar op 16 mei 2015 ligt ze dan toch in het water en een week later -Pinksterweekend 2015- varen we haar naar thuishaven Nieuwpoort.

Intussen zijn we een jaar verder. En relativeer ik vandaag ons ongeduld van toen. In 2015 maakten we verschillende mooie tochten en is de boot in een jaar in zes landen geweest, Nederland, België, Frankrijk, Engeland, Duitsland en Noorwegen.

Maar we blijken hardleers. Want met de dit jaar voorziene klus aan onze boot gaat het weer niet snel genoeg naar ons gevoel. We zwoegen ons te pletter op het onderwaterschip en toch is het nog niet goed genoeg.

IMG_2178

De boot is een stuk gladder, oude brokkelige lagen antifouling zijn weg. Maar om het helemaal goed te hebben, moet er nog veel meer geschuurd worden. En hoe verder we gaan schuren, hoe meer we de intussen niet meer zo strakke coating (onderlaag op het aluminium) zullen moeten bijwerken. Retoucheren, plamuren, bijschuren, terug opbouwen in meerdere lagen… We beginnen te beseffen dat dit nog wel heel lang kan duren. En zo veel tijd hebben we niet meer. Half juni willen we vertrekken voor een reis van zes weken…

Een ongemakkelijk gevoel overspoelt ons. Lees: ons geduld raakt op.

Als ik verhalen lees over mensen die jaren aan hun boten werken alvorens een mijl te zeilen, dan heb ik daar ontzettend veel bewondering voor. Maar voor ons werkt het niet. We hebben niet alleen weinig geduld met klussen, volgens mij beschikken wij simpelweg niet over het klussers-gen. We doen het omdat het moet, maar vinden er niet echt plezier in. Ons humeur raakt onderkoeld, de romantiek is ver te zoeken…

En dan nemen we een stoute beslissing. We houden op met schuren waar we gekomen zijn. Zetten er één laag antifouling op, laten nog de nieuwe schroef installeren en leggen de boot terug in het water. Komende winter laten we de klus professioneel afwerken. En nu gaan we varen. Zelden zo snel beslist…

 

Dromen van Stromness

Intussen staan we twee weken boven. En waren de weergoden ons tot hiertoe welgezind, dan is dat nu duidelijk over. Er wordt ons duidelijk gemaakt wat aprilse grillen zijn. Wind, koelkast-temperaturen en hagel. En dat krabben, schuren, peuteren en pitsen begint ons de keel uit te hangen.

IMG_2066

IMG_2031

Het rood van de twee lagen antifouling van vorig jaar is er af en een groot deel van het zwart, de oude antifouling, is er af. Een groot deel zeg ik dus. Maar niet alles. En voor ieder die zegt dat het er allemaal af moet, is er weer een ander die zegt dat het er niet allemaal af hoeft.

Iemand lacht me zelfs een beetje uit omdat ik sta te krabben met mijn verfkrabbertje. ‘Bij Ship Support zetten ze daar een professioneel schuurmachientje tegen en in anderhalve dag is de klus geklaard.’ Hmm… Het was toch Ship Support die zei dat er met een schuurmachine geen beginnen was aan die koek van antifouling, dat krabben de boodschap was?

De beste stuurlui staan aan wal, en de beste antifouling-verwijderaars staan met hun handen in hun zakken te kijken naar ons. Ik haal mijn schouders op en pruts verder. Voorzichtig droom ik van onze reis in het verschiet. Juni, het is niet meer zo ver af.

En krabbend, schurend, peuterend en pitsend dwalen mijn gedachten af naar een o zo fijn stukje muziek dat ik jaren geleden op Klara hoorde en dat mij toen betoverde met zijn lieflijke eenvoud. Ik spitste mijn oren en hield mijn adem in toen titel en componist genoemd werden. Luister… Farewell to Stromness van Peter Maxwell Davies.

Stromness… Daar zat iets van storm in, zucht. En Farewell… romantiek, diepe zucht. ‘Als die plek echt bestaat, dan wil ik daar ooit naar toe,’ droomde ik toen.

En als dit klussen achter de rug is, en als het weer het toelaat, dan zeilen we er deze zomer naar toe. Stromness, een dorpje op Mainland, een van de Orkney-eilanden ten noordoosten van Schotland…

Ok, ok, ik schuur al verder…

IMG_2152

IMG_2153

Waar zijn we aan begonnen?

Het is niet dat we zo’n dwarsliggers zijn, maar bepaalde dingen andersom doen vinden wij soms gewoon praktischer. Zoals het vaarklaar maken van onze boot.

Terwijl de botenparking volgestouwd staat tijdens de tergend trage winter, blijven wij rustig in het water, op onze ligplaats. Op milde dagen waaien we eens uit, soms komen we gewoon een weekend aan boord, het is er stil, het is er goed. De Webasto houdt de boot warm, een ontvochtiger slorpt de klamheid op.

Maar als de lente pril de kop opsteekt, kriebelt het om aan de lenteschoonmaak te beginnen. Zo lang we niet uit het water gaan, blijft het bij voorzichtige klussen. Schoten met gerafelde uiteinden krijgen een benaaide takeling. Ik houd niet zo van lijnen met getapete uiteinden.  Dan een nachtje weken in een sopje, op een zacht programma in de wasmachine en terug soepel in een tros.

We halen alle lijnen van het dek, en geven het teak een schoonheidsbehandeling. Met een zachte borstel en zuiver water het meeste groen weghalen, daarna een tweede beurt met bruine zeep en ten slotte instrijken met Boracol. Zon en zee doen de komende weken de rest.

En als na de paasdagen de haven voller en de botenparking leger wordt, gaan wij uit het water. Er is meer plaats, de temperatuur is prettiger om buiten te werken, de dagen zijn langer.

Want we hebben een plan. We gaan het onderwaterschip aanpakken. Bij de keuring van onze boot -toen zagen we voor het eerst haar onderkant- was het ons niet zo zeer opgevallen. Het moet gezegd, het  was pokkenweer toen, regen en wind moeten het zicht beperkt hebben. Of waren we iets té verliefd op haar en vertroebelde dat onze kritische blik? Maar toen ze enkele maanden later in de loods van Breehorn stond, werd Las een beetje ongelukkig bij de aanblik van haar gebobbelde huidje. Resten antifouling vormden een korstig maanlandschap. Maar de enkele plaatsen waar zowel antifouling als coating hadden losgelaten en blank aluminium toonden, kregen op dat moment prioriteit. Er waren nog zo veel klussen, het werd een beetje kiezen. En zo zeilden we ons eerste seizoen met het onderwaterschip ongeveer zoals het was.

Terug naar de botenparking en ons plan. Ronny Nollet van Ship Support heeft ons een krabber geleend. Een professionele verfkrabber. Maar professionele verfkrabber-gebruikers zijn wij niet, zo blijkt. Als Las een tijdje aan de gang is geweest komt Ronny kijken. ‘Je hebt haar een beetje gekieteld, niet gekrabd’, lacht hij breed en toont hoe het moet. In enkele stevige halen komt het rood van de laatste laag antifouling mee, als ook resten oude zwarte antifouling, tot grote delen wit van de coating zichtbaar worden. ‘Mooi de ronding van de romp volgen’, geeft hij nog mee. ‘En ophouden als je moe wordt, anders ga je krassen’. ‘En vooral liefdevol blijven krabben.’ Weer die glimlach. Hij weet wat ons te wachten staat. Wij niet.

 

 

 

 

 

 

Opkruisen… Voor Dummies?

Je kent ze wel, die leuke quotes over zeilen. Je vindt ze op posters, t-shirts en sierkussentjes in het kneuterige hoekje van de ship chandler. Er soms zijn er hele boekjes aan gewijd:

Leuke zeil quote

Sailing: The fine art of getting wet and becoming ill while slowly going nowhere at great expense.

Ondanks de overdrijving is het niet eens zo fout. Als ik denk aan opkruisen bij voorbeeld, kletsnat worden van het overkomende buiswater, je armen lam draaien aan de winchen, om dan vast te stellen dat je nauwelijks vooruit komt. Waarom? Aan niet-zeilers moeilijk uit te leggen. Aan zeilers eveneens moeilijk uit te leggen. Je wil komen waar de wind vandaan komt maar in de wind zeilen kan niet. Er zit dan niets anders op dan zeilend zigzagsteekjes maken, zo dicht mogelijk bij de zogeheten rhumb line, zeg maar, de kortste weg naar huis. Waarbij je heel wat meer mijlen aflegt dan de bedoeling is. Je kan natuurlijk ook je motor bijzetten en vol tegen de wind in varen, recht op je doel af. Maar neem het van mij aan, dat is ook geen pretje. In de wind is meestal ook in de golven en bijna nog meer afzien voor boot en bemanning dan het verfoeide opkruisen.

Maar er is ook de romantische kant, het triomfantelijke gevoel van je doel zeilend bereikt te hebben. Het afzien, het zout op je lippen, elke gewonnen mijl.

Twee opmerkelijke opkruis-momentjes die ik niet licht ga vergeten: een zeiltocht naar Edinburgh, Schotland, waarbij we in de Firth of Forth he hele eind van Bass Rock tot Granton laverend aflegden.

En een bescheidener tochtje naar Duinkerke. Dat een pak minder bescheiden wordt als je het smalste stuk er van opkruisend aflegt, tussen de banken, met weinig speelruimte.

En soms lukt het gewoonweg niet. Zoals bij onze laatste tocht van Ramsgate naar Nieuwpoort. Opkruisen was door wind én stroming zelfs geen optie, het leek wel de Processie van Echternach, drie stappen vooruit en twee achteruit..

Maar als het wél vlot, en we met goed scherp gezeilde rakken vooruitgang boeken, vindt mijn schipper het práchtig. Hij houdt van de helling, het opspattende buiswater en het gevoel van snelheid.

Ik daarentegen, hou net zo veel van een voor-de-windse koers. Zeiltje uitgeboomd, -vlinderen zoals dat heet- de boot vlak op het water en ook een uitdaging om te sturen.

En er zijn gelijkgestemden…

‘Can we go downwind now please. I’ve been hit in the face by a grill pan.’ (Julian Megson)

 

 

Winterblues

Ja, mijn schipper heeft er last van. Winterblues. Zijn schouders gaan wat hangen, er zit een frons vastgehaakt tussen zijn wenkbrauwen, kortom, hij treurt. En als hij uit verveling pudding begint te maken, dan weet ik het wel zeker. Er moet iets gebeuren.

Of we dit weekend plannen hebben, vraagt hij. Om er dan met een diepe zucht aan toe te voegen dat hij wel eens zou willen varen. Een smeekbede is het. NE 5 bft op zaterdag, NNE 5 bft op zondag. ‘Dan varen we toch naar Ramsgate’, glimlach ik. Hij kijkt me aan alsof hij de Euromillions gewonnen heeft.

Zaterdag vertrekken we vroeg. ’s Nachts heeft het gevroren. Er ligt een flinterdun maar spekglad ijslaagje op het teak dek. Heel verraderlijk, want je ziet het niet. Als we iets voor achten het havenhoofd van Nieuwpoort achter ons laten, kondigt een vurige zonsopgang een mooie dag aan.

Sommige mensen vinden dat raar, zeilen in de winter. Alsof die twee niet samen gaan. Maar kijk, we hebben wind mee. Niet te veel, niet te weinig. En het is droog, meer zelfs, de zon schijnt! O ja, voor ik het vergeet, de stroming zit mee. Toegegeven, het is koud. Maar voor mij is dat simpelweg 4-1. Gewonnen dus. Je kan het ’s zomers slechter treffen.

Verder houdt de Webasto verwarming de temperatuur binnen op 16, 18°C. Als je -gekleed als een poolreiziger- van buiten de kajuit in komt, voelt dat aan als een sauna. En dan niet te vergeten, onze ‘veranda’! Een beetje een oneerbiedige benaming voor de stevige canvas afsluiting van de vaste buiskap, met het nodige vakmanschap gemaakt door Toussein uit Brugge. Het vergroot de kajuit als je binnen bent en het zorgt buiten in de kuip voor een plek waar je beschut zit maar toch uitzicht hebt.

Dover Strait, het Kanaal, The Channel. Meer dan 400 zeeschepen varen dagelijks door dit smalle stuk vaarwater, gebruik makend van de traffic lanes, lees: snelwegen maar dan voor schepen. Hier oversteken doe je haaks op de vaarrichting van die commerciële scheepvaart. Uitkijken geblazen!

In goed zeven uur varen bereiken we Ramsgate. De aanloop is erg woelig, er staat een koppige zee en we zijn dan ook blij wanneer we de haven invaren en even later goed en wel aangemeerd liggen.

De haven ligt er verlaten bij. Na een ijzige wandeling en een warme hap verlangen we naar ons bed. Een winterse zeildag vreet energie…

Maar we slapen slecht, de wind rammelt aan alles waar ze aan rammelen kan, elk uur vertrekken er -met het nodige kabaal- werkschepen voor de windmolenparken.

En dan wordt het zondag… Koud is het. Wat zeg ik, berekoud. Er is veel meer wind dan voorspeld. Die zit ook meer tegen dan voorspeld. En de stroming, die is ook tegen. Wind, drift en stroming dwingen ons fiks uit onze geplande route, een poging tot opkruisen maakt ons duidelijk dat er met de elementen niet te sollen valt. We keren gewoon terug van waar we komen. Doorvaren dan maar, al is het niet in de goede richting…

Als we de traffic lanes gekruist zijn en voor de Franse kust varen, wordt het duidelijk dat het nog een heel eind wordt naar Nieuwpoort. De wind haalt intussen uit tot boven de 40 knopen, daar is geen doorkomen aan. Mijn schipper besluit wijselijk om Duinkerke aan te lopen. Alain, een goede zeilvriend, is bereid ons te komen halen. De boot, die varen we later in de week wel terug naar Nieuwpoort.

Te harde wind, uit de verkeerde richting bovendien, stroming tegen, nu en dan een klets ijswater over je heen, en ten slotte niet aankomen waar je wou zijn. Verloren met 5-0?

Toch niet. Want die winterblues, die zijn weggewaaid…

Breehornzeilers, bruine bonen en ijsschuitzeilen

Raasdonders en bramstaglopers…

Raasdonders, dat zijn bruine bonen en bramstaglopers, dat zijn kapucijners. Peulvruchten jawel! Deze woorden googelen zorgt voor verrassend maritiem leesplezier. In de hoogdagen van de zeilvaart waren ze in elk kombuis te vinden. Ze waren goedkoop en in gedroogde vorm ontzettend lang houdbaar. Zo lees ik dat de zeelui bij de Nederlandse Koninklijke Marine ze traditioneel op donderdag geserveerd kregen in de zogeheten ‘Zeeuwse rijsttafel’. En dat een stoofpotje van grauwe erwten met spek en ui ook wel kapiteinskost wordt genoemd. En in Otje, een kinderboek van de onvolprezen Annie M. G. Schmidt, wordt admiraal Strafport razend omdat juffrouw Twiddel van de Stevige Pot hem niet de Kaapse raasdonders kan serveren die hij wil. Gelukkig kan kok Tos dat wel…

Kaapse raasdonders

Stevige zeemanskost is het. En hoewel er soms verwarring heerst rond de twee soorten, over een ding is men het eens. Het eten ervan zorgt steevast voor wind in de broek!

Maar ‘Raasdonders en Bramstaglopers’ is ook de titel van een boek. Een bundel maritieme kortverhalen die lichter verteerbaar zijn dan bonen. En op onverwachte wijze kreeg ik het afgelopen zaterdag cadeau.

Monnickendam

In die Noord-Hollandse stad vindt op 13 februari de winterontmoeting 2016 van de Breehornzeilers plaats. “Breehornzeilers?” hoor ik jullie denken. Inderdaad. Sinds 1999 bestaat er een vereniging van eigenaren van een Breehorn. Ze telt inmiddels ruim 100 leden. Omdat een mens nooit genoeg kan weten over zijn boot, maakten we ons afgelopen jaar lid. Deze winterontmoeting is onze eerste kennismaking. We worden er warm onthaald met koffie en gebak in een monumentaal 16e-eeuws pand. Er volgt een jaarverslag, een bijdrage van de Breehorn werf die dit jaar zijn 50-jarig bestaan viert en de uitwisseling van de Breehorn wisseltrofee. Ten slotte is er nog de fotowedstrijd. Eerder was de leden gevraagd om drie foto’s naar de redactie te mailen, uit die inzendingen werden vijf foto’s geselecteerd en vandaag wordt door alle aanwezigen voor één foto gestemd. Tot mijn verrassing haalt mijn foto het, met een hartverwarmende meerderheid! En krijg ik een boek als prijs.

’s Middags is er een lekkere lunch, gevolgd door een stadswandeling met gids. We beklimmen de toren van de Grote Kerk, bewonderen de bijzondere gevels van de historische binnenstad en eindigen met een tentoonstelling rond ijsschuitzeilen. De Gouwzee ligt er allesbehalve bevroren bij, dus een demonstratie zit er niet in.

De dag wordt afgesloten met een gezellige borrel. Al kennen we bij aanvang niemand, we hebben erg leuke babbels en fijne ontmoetingen met gepassioneerde zeilers. Buiten is het guur en koud, binnen gloeien we bij het luisteren naar verhalen over verre zeilreizen, van Sint-Petersburg tot Ierland.

En het restje van de winter, dat kom ik -niet zonder enige trots- beslist snel door met mijn gezellig boek…

Kaapse raasdonders

Er was een slimme scheepskok, in Kaap de Goede Hoop
Die zocht een lekker maal, voedzaam en goedkoop
Dat niet bederven zou bij verre reizen over zee
Hij nam kilo’s kapucijners, moten spek en uien mee

Het schip dat voer de haven uit, de kok in de kombuis
Ontstak het knappend vuur, van zijn scheepsfornuis
Gooide alles in een pan, kapucijners, ui en spek
De matrozenmagen knorden…. van de geuren op het dek

Ja, raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop

Het avondmaal dat was net op, de borden waren leeg
Toen een groep piraten het achterdek besteeg
De strijd werd fel gestreden, maten vielen bij de vleet
Toen liet de kleine ketelbink plots.. een knetterende scheet

Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders, raasdonders… geven de beste scheten

De geur was haast ondragelijk, dat merkte men alras
De matrozen bukten…. en gaven volop gas
Geen piraat weerstond de stank, de hele bende werd geveld
Het ketelbinkie werd geëerd, hij was de grote held

Met raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop
Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders raasdonders… geven de beste scheten.

Uit de tv-serie ‘Otje’ (naar het boek van Annie M. G. Schmidt)

Ze hebben hier dan tóch mooi weer!

Flekkefjord en Rasvåg op het eiland Hidra

Zondag 19 juli 2015

Ik word wakker van de zon die door het luik priemt. Heerlijk! Ik zie nu pas hoe mooi het hier is. Rood en witte huisjes, bootjes, rondomrond bergen met dennenbomen. Na het ontbijt hang ik onze nog vochtige zeilkledij in de zon. Laat maar komen, die warme stralen. Er komt een plaatsje vrij aan een ponton en we verkassen. Intussen zijn Nederlanders een praatje komen slaan, is Las bij hen wat kaarten van het gebied gaan bekijken en voor we het weten is het middag. En… drijven dikke wolken de fjord binnen. Witte mistbanken rollen dramatisch van over de beboste bergen en daar druppelt het al. Gewapend met een paraplu gaan we toch op pad in het zondagse Flekkefjord. Niet één winkel open, de regen gutst langs de witte huisjes. We lezen dapper de plakkaten met info. In de zestiende eeuw kwamen Nederlanders naar Flekkefjord om eikenhout. In 1647 alleen al kregen 397 schepen rechten om hier handel te komen drijven. De Noren dreven in die periode ook handel met Schotland, Engeland, Denemarken en Duitsland. Flekkefjord floreerde.

De Nederlanders kwamen niet alleen, maar hadden soms hun hele familie mee. Ze importeerden zout, koffie, textiel, haring, kruiden en tabak. Ook zeep. En planten zoals aardbeien. Soms gingen Noren, zowel mannen als vrouwen terug mee naar Nederland om daar te werken. Wanneer die terugkeerden na een verblijf in Nederland, vond men hen sterk veranderd. Ze werden Hollanders genoemd. Ook Nederlandse woorden vonden ingang in het Noors: appelsin, kwakksalver, vimpel. Het oude centrum van Flekkefjord heet nog steeds ‘Hollenderbyen’, de Hollandse stad.

Nu regent het vooral op die houten huisjes, en zijn ze eerder grijs dan wit.

We keren terug naar de boot, zetten de verwarming hoog en lezen de rest van de namiddag weg bij een fles wijn.

Op onze wandeling ontdekken we ook het huisje met douches, toiletten en wasmachines voor toeristen. Niet alleen zeilers, maar ook fietsers, trekkers kunnen hier gebruik van maken. Geen kaart of code nodig, open en toegankelijk voor iedereen, kraaknet en voorzien van een supersnelle wifi zone. Wow.

Maandag 20 juli 201

Hee, de zon! We halen brood bij de bakker, nemen een lekkere douche en ontdekken bij terugkeer op de boot nog vier verse broodjes en een lokale krant, attentie van de gemeente! Flekkefjord, we like you! In de boekenwinkel halen we nog een set kaarten van de streek. Kaarten op plotter, Ipad en laptop mogen nog zo indrukwekkend zijn, niets boven ouderwets papier. Al hadden we er bij nader inzicht nog een vergrootglas bij mogen kopen, zo veel eilandjes, rotsjes, inhammetjes, raak daar maar wijs uit… We lopen ook nog even binnen bij een winkel die een beetje vanalles verkoopt, van borden en bestek, tot visnetjes, opblaasboten, zwemvesten, paraplu’s en wollen dekentjes. Kortom, alles wat de Noren nodig hebben.

We vertrekken. In onze vaargids wordt een mooie ankerplek beschreven. Maar wanneer we daar aankomen, vinden we het toch niet zo gunstig. Het is een piepkleine plek, vrij ondiep en de wind staat strak. We betrouwen het niet en besluiten door te varen naar Rasvåg, een vissersdorpje op het eiland Hidra. Daar binnenvaren is ook behoorlijk spannend, er ligt een mini eilandje voor de ingang van de baai, links en rechts een doorgang. Volgens de kaart moeten we de smalste doorgang nemen, niet nadenken, maar doén. Het is even héél smal en dat is het, ineens zijn we in breder, dieper en kalmer water. We vinden een plek aan een lange houten steiger en zijn er de enige zeilboot… We kijken om ons heen, práchtig is het hier. Een prentkaart! Een beetje verder aan het ponton ligt een houten sloep met een familie op uitstap. Thermos, dekentjes, donsjasjes, zomer op zijn Noors!

Betalen is hier een kwestie van vertrouwen: uit een brievenbus haal je een enveloppe, schrijft er de naam van je boot op, datum overnachting en stopt er 100 kronen in, of 150 kronen als je stroom neemt, niemand controleert. Die enveloppe stop je dan in de tweede brievenbus, voorzien van een hangslot. Op het eind van het ponton is ook een huisje met toilet, douche, daarnaast een ruimte met ingerichte keuken, buiten staan er picknickbanken en een barbecue. Alles vrij te gebruiken voor iedereen die passeert.

We maken een stevige wandeling naar de 298 meter hoge Langelandsfjell, van waar we een machtig uitzicht hebben.

Lista, ‘Bij storm is het hier zelfs gevaarlijk.’

Donderdag 16 juli 2015

‘s Morgens loop ik nog even naar de winkel om wat vers fruit, vlees en vis. 280 mijl tot Flekkefjord, dat worden minstens twee dagen en twee nachten op zee. Van zodra we de batterij hebben, kunnen we weg. De wind zit goed, de zon schijnt. In het begin is het een beetje vervelend, traffic zones over, een gigantisch windmolenpark in constructie voorbij, het blijft maar duren. Maar van zodra dat achter ons ligt is het rechtdoor naar het noorden. Het wordt een prachtige avond met licht zoals je alleen op zee ziet.

En dan een cent-in-spaarpot zonsondergang!

Vrijdag 17 juli 2015

Om 02:30 neem ik de wacht over van Las. De wind is nog even strak, oostnoordoost. We lopen vlot 7 knopen. In het eerste ochtendlicht zie ik in de verte nog maar eens een enorm windmolenpark, Horns Rev, dat is Denemarken! De hele dag blijft het stevig waaien. Tot plots de barometer snel daalt, de wind naar het zuiden ruimt en bijna helemaal wegvalt. We belanden in een mistbank. Even later lost die op, de wind draait door naar het westen en wakkert opnieuw aan tot 6, 7 beaufort.

Zaterdag 18 juli 2015 In de loop van de nacht zie ik op de kaart hoe we de grens Denemarken-Noorwegen over varen, we naderen! Ik hijs de Noorse beleefdheidsvlag alvast aan stuurboord.

Begint de dag nog zonnig, al gauw is het kat-en-muisspel tussen wolken en zon. En de wolken winnen.. Iets na de middag is het zo ver: land in zicht! Nog vaag en grijs, maar wel écht: Noorwegen! Maar we zijn er nog niet. De wind trekt aan, het waait nu constant 7 beaufort, met pieken naar 8. De Lista fjord aanlopen bij dit weer is niet evident, onze vaargids schrijft: ‘Bij storm is het hier zelfs gevaarlijk.’ Op de kaart staat er ‘Dangerous waves’. En inderdaad, de zee is hier ontzettend woelig. Het is dan ook meer dan 300 meter diep voor de Noorse kust, somber, hoog en ruig.

We laten het eiland Andabeløya aan bakboord en varen verder, nu de Stolsfjord in, die overgaat in de Flekkefjord. Nu gaat het nog regenen ook. Hoe dieper we de fjord in varen, hoe indrukwekkender, ondanks het slechte weer. We varen tussen rotsige eilanden door, soms lijken de doorgangen echt smal, maar het is zo diep dat onze dieptemeter niets meer aangeeft.

En dan bereiken we het haventje van Flekkefjord. Gierende wind, striemende regen en niet meteen een ligplaats vrij. Uiteindelijk gaan we langszij bij een motorboot. Tegen dat we goed en wel afgemeerd zijn, zijn we drijfnat. We hangen alles te drogen en kruipen ons bed in. De rest is voor morgen!

Norderney dan maar..

Dinsdag 14 juli 2015

We slapen de klok rond, nemen een stevig ontbijt en kunnen er weer tegenaan. In de loop van de ochtend komt een technieker aan boord, de reddingsdienst had dat gisteren nog netjes geregeld. ‘Even luisteren’, zegt hij en draait de contactsleutel om. De motor slaat zonder aarzelen aan. Wat hebben we nu? De mecanicien kijkt ons aan alsof we hem voor de gek hebben gehouden. Wat doe ik hier, alles werkt? Tja, de batterij doet het weer, dat zullen die veertien uur in de walstroom wel zijn. Maar dat lost het probleem dat we hadden niet op. Welke batterij wordt geladen door wát, wat doet de generator, waarom laadt het zonnepaneel de startbatterij niet, duiden de batterijmeters wel correct aan? We bellen met de Breehorn werf in Nederland, we mailen met de vorige eigenaar van de boot, ik bespaar jullie de details. De technieker, die gewoon even langs gekomen was om het probleem in te schatten, kan pas morgen wat meer tijd inplannen voor ons. De rest van de dag blijven we wat aan boord rommelen.

Woensdag 15 juli 2015

Een heerlijk zonnetje vandaag. Als onze technieker tegen elf uur nog niet is geweest, vinden we het zonde om tegen de kade te blijven stoven, hangen een briefje voor hem en gaan met huurfietsen het eiland verkennen.

Vakantiehuisjes, hotels, strand.

Het weer verandert, daar hebben we al de eerste regendruppels. We schuilen bij Yusuf’s eethuisje, huisgerookte makreel en fish& chips.

En dan belt onze man, hij zal er tegen drie uur zijn. Terwijl ik aan deze blog puzzel, klussen de twee. Ik vang flarden Jean-Marie Pfaff-Duits op, wat overigens vlot beantwoord wordt. Uiteindelijk wordt er beslist dat we sowieso een extra geladen batterij gaan meenemen als back-up. Alleen jammer dat die nog moet besteld worden en er pas tegen morgenmiddag kan zijn. Maar het weerbericht geeft voorlopig zwakke en veranderlijke wind, er is geen haast om te vertrekken.