Superlatieven op Skye

4 – 10 juni 2024

De beste pan

Het verhaal van de pan begint in februari 2022. Aan boord van DanceMe, we varen mee als opstappers voor de oversteek van de Kaapverdische eilanden naar Suriname, ontdek ik de praktische boaties fry panEen rechthoekig antikleefpannetje met handig deksel. Wanneer twee maand later ons eigen vertrek voor onbepaalde duur nadert, bestel ik in vlagen van stress halsoverkop nog allerlei spullen. Dingen die me ineens te binnen schieten en waarvan ik weet dat ik ze nog nét op tijd kan krijgen. Zo ook de boaties fry pan… Ik vind enkel de versie zonder deksel, maar ga toch overstag en bestel. We zeilen de hele zomer van 2022 langs de westkust van Noorwegen en geregeld bak ik in mijn fijne pan een broodje. Bij gebrek aan deksel behelp ik me met een velletje aluminiumfolie.

De daaropvolgende winter thuis speur ik het internet af op zoek naar een deksel. Helaas kom ik telkens uit bij webwinkels in de UK bij wie sedert Brexit de verzendkosten duurder uitvallen dan het deksel… Ik geef het op en bak ook in zomer 2023 brood in de pan zonder deksel… Begin september, aan het eind van een prachtig zeilseizoen, liggen we in Inverness, Schotland waar we verder door het Caledonian Canal zullen varen met Troon als eindbestemming en overwinteringsplek. Genietend van een zwoele Indian Summer verkennen we Inverness en omgeving per fiets en als we onderweg toevallig een ship chandler treffen lopen we er even binnen. En wat blinkt daar in de koopjeshoek? Verhip, een deksel voor de boaties fry pan! Aan halve prijs nog wel. Ik moet twee keer kijken om het te geloven…

De lekkerste bakker

Juni 2024. We liggen aan een mooring in Mallaig. Een vissersdorp dat leeft op het ritme van het antieke stoomtreintje dat er dagelijks ladingen toeristen aanvoert. Maar iemand tipt me dat hier wel de lekkerste bakker van Schotland zit… Nu heeft Schotland veel troeven, maar lekker brood is daar geen van. In de supermarkten tref je vooral sponzige broden in muffe, plastic zakken. Helaas blijkt dé bakker gesloten als we er aankomen. Morgen misschien.

Een dag later gaan we op uitstap. We nemen de trein naar Glenfinnan waar een imposante viaduct te zien is. Twee maal per dag passeert daar het antieke stoomtreintje oftewel Harry Potter trein over, tot groot jolijt van flink wat toeristen. Ze hebben zich in groepjes gepositioneerd op twee uitkijkpunten, het lijkt wel publiek voor een festivalconcert…

Als we na die leuke dag thuiskomen, is The Bake House jammer genoeg alweer dicht. En nog een dag later blijkt hun jaarlijks verlof ingegaan…

De mooiste ankerplaats

We hebben de lekkerste bakker van Schotland gemist. Laat ons nu proberen om de mooiste ankerplaats, ons getipt door bevriende zeilers, niet te laten schieten… De weerberichten maken het ons niet gemakkelijk. Voor we in Mallaig aankwamen hadden we bij het eiland Muck bij dik 35 knopen wind al een ongezellige nacht achter ons anker beleefd en dat hoeft voor mij niet meer.

Maar daar verschijnt dan toch ineens een klein weergaatje en kunnen we koers zetten naar Loch Scavaig… We worden stil bij de aanloop van deze ongerepte baai, dit is werkelijk Schotland op zijn mooist. Dat blijkt helemaal als we later een rondje gaan kajakken en ook nog een wandeling maken naar Loch Coruisk, het mysterieuze meer in de buurt.

Als troost wegens het missen van de lekkerste bakker besluit ik dan maar zelf te gaan bakken. En om het scoren van de mooiste ankerplaats te vieren, probeer ik een feestelijke versie van het gewone broodje uit… Wij noemen het een koekenbrood. Kramiek of rozijnenbrood kunnen ook. En in mijn beste pan, uiteraard!

300g witte bloem – 200ml melk – 1 ei – 60g boter – anderhalve eetlepel suiker – 1 koffielepel gedroogde gist – een handvol rozijnen

Van alle ingrediënten een homogeen deeg roeren dat qua dikte het midden houdt tussen brooddeeg en cakedeeg. In een beboterde pan smeren en acht uur of een nachtje afgedekt laten rijzen. 20 à 25 minuten bakken met deksel op een heel zacht vuurtje* tot de bovenkant van het deeg er droog uitziet. Met een spatel of met behulp van een plank het broodje omdraaien en nog 15 à 20 minuten bakken, nu zonder deksel.

*elk fornuis is anders, maar het is wel opletten met dit deeg dat snel dreigt aan te bakken!

Een kombuisgeheim, een kapotte ankerlier en zin om te breien…

Symbister, Whalsay, Shetland

De afstand tussen de boot en de kade wordt kleiner, nog een beetje en ik kan de landvast om de grote bolder werpen. En dan hoor ik het. Geblaat. Geblaat van schapen. Na 188 mijl varen zijn we in Shetland! En wel in Symbister, op het eiland Whalsay. Na een verkwikkende nachtrust maken we kennis met Rudy en Harvey. Harvey is het hondje van Rudy en volgt hem als een schaduw. Rudy is afkomstig uit Zuid-Afrika, na allerlei omzwervingen in Schotland verliefd geworden op een Shetlandse meid en nu zowat opperhoofd van de kades van Symbister. “Nee”, wijst hij met een breed gebaar, “alles wat je hier ziet liggen is geen lukraak neergepote rommel, dat is opslagruimte van de vissers.” Ieder heeft zijn plekje en Rudy waakt erover. Hij rekent ons ook de 35£ aan waarvoor we een maand aan elke kade in Shetland mogen afmeren. En iedere boot die binnen- of buitenvaart komt op zijn handgeschreven lijst.

Wij zijn de eerste zeilboot die dit jaar Symbister aandoet. Rudy vindt dit geweldig, verwelkomt ons niet alleen uitgebreid maar beweert ons ook alles te kunnen bezorgen wat we maar nodig hebben. Ik pols voorzichtig naar vis, of scallops, coquilles, misschien? “Kan allemaal”, verzekert hij ons. Hij wijst naar een boot iets verderop, de ‘Radiance‘. Die vist op scallops. “En weet je”, vertelt hij met twinkelogen, “die man heeft een recept van scallops met black pudding. Delicious!” Coquilles en bloedworst, gek, maar als we boodschappen doen in één van de twee winkels van het eiland, koop ik alvast een black pudding. Twee dagen later hebben we de ‘Radiance‘ al zien uitvaren en weer afmeren, maar de scallops hebben we nog niet gezien. Aandringen durf ik niet.

We fietsen het eiland af tot aan de noordkant waar, geloof het of niet, een 18 holes golfterrein is. Maar het weer is zo lang slecht geweest en er is nog veel werk aan het terrein. Op dit ogenblik zijn er meer schapen dan golfers te zien op het noordelijkst gelegen golfcourt van de Britsh Isles.

Dat er geld is op Whalsay, zegt men, veel geld. Er wonen een paar eigenaars van ‘pelagic trawlers’. Geen idee wat pelagic betekent, en als Google Translate het vertaalt als pelagisch, dan ben ik nog niet veel wijzer. Maar de Charisma, het gigantische schip dat aan de kade ligt, laat vermoeden dat er heel veel vis mee kan worden gevangen.

Als we op de dag van ons vertrek nog even naar de winkel lopen, vertraagt plots een stoere donkere pick-up naast ons. Het raampje gaat naar beneden. “Ay, you are the people of the sailing yacht, right?” Het is de schipper van de ‘Radiance‘. Hij laat weten dat er naast zijn schip een zak met scallops op de kade staat. Voor ons. Hij moet snel weg, is druk druk druk, want er is iets stuk aan zijn boot. Tegen de tijd dat we bij de kade zijn, is hij er ook alweer. “Neem maar,” wuift hij. Ik til de zak op en schrik van het gewicht. De schipper demonstreert nog hoe we een schelp moeten openmaken en de prachtige vrucht eruit snijden. En hoe dat nu met die black pudding zit, vraag ik hem nog. Hij glimlacht en trekt verlegen één schouder op. “Nu jaaa, het zit zo…, ik heb dat ooit eens geprobeerd, en nu spreken ze er op het eiland nóg van. Maar het was echt lekker!” Bloost hij nu? Betalen mogen we niet en het mes waarmee hij de schelp opende krijgen we mee…

De hele tocht naar Catfirth, een ankerplek iets verderop, maak ik scallops schoon. Ik tel ze, 81 zijn het er. En als ik ze allemaal heb opengemaakt, weeg ik de vruchten. Ruim 1,2 kg…

Als ze kraakvers zijn hebben coquilles niet veel opsmuk nodig. Ik bak ze kort in de heerlijke zoute boter die ik nog van Noorwegen heb en geef ze met een draai van de molen een vleugje zwarte peper. Nog een krokant slaatje met komkommer en tomaat erbij en een kommetje rijst, en je hoort ons niet meer…

Van Catfirth dobberen we onder een blauwe hemel en een mooi lentezonnetje naar het zuiden, naar Lerwick. We varen buitenom het prachtige eiland Noss met zijn talloze vogelkolonies en besluiten er voor de lunch te ankeren bij Nesti Voe.

Dit keer combineer ik de coquilles met gebakken spekreepjes en serveer ze op een bedje van sla.

Maar als we in de late namiddag het anker willen lichten, wil de ankerlier niet mee. De ketting gaat niet omhoog maar ratelt ongegeneerd naar beneden. Las krijgt ze op tijd gestopt, knutstelt wat aan de lier, maar zonder veel resultaat. Uiteindelijk zeulen we het anker met de hand omhoog. Hier moeten we dringend naar laten kijken…

Dezelfde avond meren we af in Lerwick en eten voor de derde keer op rij scallops. En als eerbetoon aan onze charmante visser uit Symbister haal ik er de black pudding bij. Het wordt een smakelijk en stevig avondmaal met gebakken schijven bloedworst, coquilles, appels en uien, gekarameliseerd met Golden Syrup, en gebakken aardappelen…

Hier zijn we dan in de hoofdstad van de Shetland eilanden, Lerwick, dat leeft op het ritme van de cruiseschepen.

Wist je dat er op de website van de stad te lezen staat wanneer welke schepen afmeren? Dan overspoelen grote groepen toeristen het anders zo stille Lerwick. Dankzij die toeristen floreren de winkeltjes in de hoofdstraat die parallel met de kade loopt. Eén van die winkeltjes is de wolwinkel Jamieson’s. Bestaat al sinds 1893. Ze hebben er de allermooiste wol van Shetland schapen. In de etalage kijk ik gefascineerd naar de mooie fair isle breimotieven. Door de reparatie van de ankerlier zijn we hier de eerste dagen beslist nog niet weg… Wat als ik nu eens zou gaan breien…

Een storm overleven is een geschenk waard…

23 december 2022. Bijna Kerst. Onze boot overwintert in Noorwegen en wij overwinteren thuis. Kerst. Mijmertijd, verhalentijd, kadootjestijd. En als ik nu eens, mijmerend over voorbije zomer, een verhaal kado doe? Terug naar 23 augustus 2022.

1514. Het zal je maar overkomen. Je bent vijftien, en wegens gegeerd trouwmateriaal als dochter van Philips de Schone en Johanna de Waanzinnige word je uitgehuwelijkt aan de koning van Denemarken en Noorwegen… Een jaar later zit je op een zeilschip naar het hoge Noorden, onderweg naar een echtgenoot die je niet kent. Waar gebeurd. Tot overmaat van ramp breekt een verschrikkelijke storm uit. Maar schip en bemanning halen het en uit dankbaarheid vind je een kadootje aan God de Almachtige wel op zijn plaats. En bestelt in Utrecht vijf altaarstukken voor vijf kerken in Noorwegen…

Naar één ervan staan wij vol bewondering te kijken. We zijn op het eilandje Grip.

Net als op het eiland Sør-Gjæslingan waar we een week eerder waren, lijkt het alsof de tijd hier is blijven stilstaan. Kleurige houten huisjes staan kriskras verspreid over het kale eiland, ooit een bloeiende vissersgemeenschap, en worden nu keurig onderhouden als vakantieverblijven. De kapitein van de kleine ferry die ons in een half uurtje van Kristiansund naar deze bijzondere plek bracht is onze gids. Met flair vertelt hij in een van de kleinste kerkjes van Noorwegen het wonderlijke verhaal van ‘onze’ Isabella van Habsburg en de vijf altaarstukken.

Er zijn er die zeggen dat het allemaal niet waar is en dat de altaarstukken op een andere manier in deze handelsposten van droogvis terecht gekomen zijn. Maar zeg nu zelf, dit verhaal is toch te mooi om niet te geloven?

Af en toe, na een stevige zeiltocht of een pittige hike, gunnen we onszelf ook wel eens een geschenkje. Geen altaarstuk, maar een lekker etentje bij voorbeeld, in Noorwegen een kostbare verwennerij…

Grip ligt een eind uit de kust ter hoogte van Kristiansund. Daar liggen wij afgemeerd, niet in de iets verderaf gelegen jachthaven, maar aan een van de steigers midden in de haven. Het was een beetje een haastig aanleggen geweest omdat net bij aankomst de hemelsluizen zondvloedsgewijs opengingen. Maar we liggen er prima, met breedbeeld zicht op de bedrijvige haven. Vlak naast de steiger is een restaurant, Bryggekanten. Het ziet er een beetje uit als een pizzatent en we lopen eigenlijk alleen maar binnen om er bij een biertje het wifi-paswoord te versieren. Maar het knusse interieur verrast ons en het ruikt er heerlijk. Ja, ze hebben pizza. Maar ook veel meer! We eten er prinsheerlijk. Helaas is de rekening zoals overal koninklijk…

Weinigen associëren Noorwegen met lekker eten. Behalve deze aanrader in Kristiansund deel ik graag in deze tijd van lekker tafelen nog een paar fantastische culinaire momenten…

Maren Anna, Sørvågen, Lofoten. Aankomen in de Lofoten, eind juni, vinden we een feestje waard. Wanneer we fietsend een restaurant voorbijkomen dat een Franse zeiler in Bodø ons tipte, stappen we zonder reservatie binnen. De Franse zeiler blijkt een goede referentie want we moeten niet heel erg aandringen of er wordt met tafeltjes geschoven en we krijgen een plekje. Kabeljauwtongetjes, stokvis met spek, en een heerlijk dessert…

Stappan, Gjesvær, Finnmark. Begin juli, 71° N. Bij aankomst in het noordelijkste haventje van onze reis zijn we in een hoera-stemming maar ontwaren niet meteen een restaurantje om dat te vieren. Tot we in een stil straatje verrast worden door een onweerstaanbare etensgeur. Hier wordt met liefde gekookt. We moeten wat moeite doen om de ingang te vinden van het bescheiden eethuisje waar drie gerechten met viltstift op een whiteboard geschreven staan. Fiskesuppe, hvalkjøtt grytebacalao. Vissoep, stoverij van walvis, stokvis. Sorry voor de gevoelige zielen, maar walvis eten, dat is in Finnmark heel gewoon…

Polfareren hotel, Longyearbyen, Spitsbergen. De weelderige luxe van de hotels in Longyearbyen staat in schril contrast met de onherbergzame omgeving. Het restaurant van ons hotel heeft een kaart met gesofisticeerde gerechtjes waarin de Noorse keuken flirt met de Aziatische. Af en toe kijk ik door het raam en knijp me in de arm om me ervan te verzekeren dat we op Spitsbergen zijn en niet in een of andere bruisende wereldstad…

Lovund. Na een taaie hike van ruim zes uur naar de Lovundfjellet trakteren we onszelf op een etentje in het Lovund hotel. Het zal het culinaire hoogtepunt van onze hele reis worden. We eten verrassend verfijnd en bovendien klopt alles hier, de omgeving, het interieur, de bediening.

In augustus kantelde de zomer in Noorwegen en keerde het donker terug. Inmiddels, vier maand verder, ligt de kortste nacht van het jaar alweer achter ons. Op de terugkeer van het licht is het nog even wachten. Tijd om binnenshuis, bij fijne verhalen, te genieten van lekker tafelen met familie en vrienden. Een vrolijke kerst iedereen!

Hard labeur en tedere zorg in de Vega archipel…

9 tot 17 augustus 2022

Op weer-app yr.no gaan alle alarmbellen af. Bovenaan op het schermpje van mijn telefoon drie gele en twee oranje driehoekjes met daarin symbolen voor stortregens, aardverschuivingen, risico op overstromingen en storm. Geel is erg, oranje is heel erg. Tijd om te schuilen dus.

En dat doen we in de haven van Sandnessjøen op het eiland Alstahaug. Hier woonde en werkte ooit de 17de eeuwse dichter/priester Petter Dass, zo’n beetje de Guido Gezelle van Noorwegen. We bezoeken zijn museum waarvan het gebouw, een architecturaal pareltje, ons meer fascineert dan de vrome psalmteksten.

Als de lucht na een paar dagen weer schoongeveegd en de zee weer platgestreken is, zeilen we 34 mijl verder zuid naar een unieke plek… Meer dan 6.500 eilandjes telt de Vega archipel. En hoe ruig en onherbergzaam de omgeving ook is, toch leeft hier al sinds mensenheugnis een taaie gemeenschap van vissers/boeren. Tot WOII uitbreekt waarin Noorwegen het bijzonder zwaar te verduren krijgt. Na vijf jaar Duitse bezetting en verwoesting, is het alle hens aan dek voor de wederopbouw. Er is zo veel volk nodig dat geïsoleerde eilandbewoners betaald krijgen om naar het vasteland te verhuizen. De drie bewoonde eilanden van de Vega archipel lopen leeg, boerderijtjes verkommeren.

Maar eilandbloed kruipt waar het niet gaan kan en na enkele decennia keren mensen terug. Huizen en boerderijtjes worden opgeknapt, de mannen gaan weer vissen en de vrouwen herstellen een wel heel aparte traditie in ere, het verzamelen en verwerken van eendendons. De eilandgemeenschap van Vega gaat verrassend liefdevol met de natuur om. Zo vertroetelen de vrouwen van Vega de wilde eidereenden door schattige schuilplaatsen voor ze te knutselen zodat ze veilig kunnen nesten. Of zetten de mannen, wanneer een eiland kaal gegraasd is, hun schapen op veerpontjes om ze naar een eiland met meer en malser gras te brengen. Door die buitengewone combinatie van hard work and tender care, hard labeur en tedere zorg, op een geïsoleerde plek als deze, werd de Vega archipel Unesco werelderfgoed. In het Verdensarvsenter, of bezoekerscentrum, een modern en knap gebouw, kom je er alles over te weten. Maar Vega heeft nog meer te bieden. Een groot deel van het eiland is verrassend vlak en het is er leuk fietsen. Klimmen kan ook en als je er tweeduizend houten traptreden voor over hebt, word je met een schitterend uitzicht beloond.

Even terug naar hard work and tender care. Als dat loont op een eiland dan wellicht ook aan boord van een zeilboot, en zeker in combinatie met een taakverdeling waar iedereen zich in kan vinden. Zoals bij ons aan boord in ‘ik kook en Las wast af’. Vinden wij allebei prima. En zeker als ik de afwas tot een minimum beperk. Bijvoorbeeld door creatief te zijn met éénpansgerechten. Las is alvast grote fan! Wat inspiratie uit mijn kombuis?

Quiche met zalm en broccoli

Bladerdeeg – broccoli – gerookte zalm – 2 eitjes – kopje zure room

Kant-en-klaar bladerdeeg in bakvorm draperen. Broccoliroosjes en reepjes zalm op de deeglap schikken. Overgieten met een mengsel van 2 eitjes en een kopje zure room, gekruid met peper. Goudbruin bakken in oven.

Ovenschotel met gevulde paprika’s en groenten

2 paprika’s – gehakt – aardappelen – rode ui – looktenen

Paprika’s overlangs doorsnijden en nerven en pitjes wegsnijden. Vullen met pittig gekruid gehakt en in een met olijfolie ingevette ovenschaal schikken. Aanvullen met kwartjes ongeschilde aardappel, grof gehakte rode ui en ongepelde looktenen. Alles samen laten garen in de oven. Net voor het serveren kan je er wat blokjes rauwe tomaat door husselen.

Kip met groenten en bulgur

2 kippenbouten – courgette – tomaten – rode ui – bulgur

Kippenbouten aanbakken in een ruime pan met wat olijfolie. Blokjes courgette, tomaat en rode ui toevoegen. Pittig kruiden met peper, zout, paprika en komijn. Water toevoegen en eventueel een half bouillonblokje voor meer pit. Bulgur in de pan strooien en zo lang laten sudderen als de verpakking aangeeft. Als de bulgur te veel vocht opslorpt, extra water toevoegen.

Na ons bezoek aan de Vega archipel zetten we koers naar het landelijke eiland Leka, 45 mijl zuidwaarts. Het is de tweede helft van augustus en hoe mooi de nazomer ook, de dagen korten nu echt wel zienderogen. Na bijna drie maand ononderbroken licht verdwijnt de zon terug onder de horizon, kleurt de hemel bij zonsondergang rozerood en hebben we echte, donkere ‘nachten’!

Ver-weg-gevoel in het noordelijke Finnmark

‘Han har ydet der norske polar-expeditioner større & værdifullere tjenester enn noen annen mann.’

Hij bewees de Noorse poolexpedities grotere en waardevollere diensten dan om het even wie.’ Het zijn woorden van Roald Amundsen, zowat de beroemdste aller poolreizigers. En met die woorden heeft hij het over Adolf Henrik Lindstrøm. Die werd in 1866 in Hammerfest geboren en zijn  standbeeld prijkt op de kade bij de haven. Zijn functie? Kok…

4 – 8 juli 2022

Hammerfest ligt in de provincie Finnmark, de noordelijkste provincie van Noorwegen. Die is anderhalve keer zo groot als België en er wonen 75.000 mensen… In onze vaargids wordt het stuk vaarwater van Tromsø tot de Noordkaap als volgt omschreven: ‘The scenery and conditions become increasingly daunting once the border with Finnmark has been crossed… Although there can be prolonged periods of fine weather, conditions can change rapidly.’

Het woord ‘daunting’ moet ik even opzoeken. ‘Beangstigend’ is wat ik vind…

Maar we hebben het weer mee, fris, droog en zonnig. Bruut is het steile landschap, met schrale bergen met nog flink wat sneeuw erop. En er is iets met het licht. Het is intens, glanzend en heel erg blauw. Via een tussenstop in Seglvik, desolaat haventje waar de enige twee levende zielen die we ontmoeten geen Engels spreken, en een flinke tocht langs nog meer besneeuwde bergen, eilanden en diepe inhammen komen we ruim 120 mijl verder, aan in Hammerfest!

De stad die op 70° noorderbreedte ligt, heeft een wat kazerne-achtige uitstraling, met stijlloze woonblokken en verlaten straten. Er is een soort jachthaven, maar de meeste boxen zijn te smal, en de boxen die niet te smal zijn, zijn ingenomen of hebben een bordje Privat. Enige afmeermogelijkheid is de kade in het midden van de haven. Maar het grootste deel is er gereserveerd voor de hurtigbåt (snelle ferry), de ambulans (ambulance-boot) en de redningsselskapet, (reddingsdienst). We kunnen enkel langszij bij Kerpa, een Zweedse Amel die we eerder in Reine en Tromsø ontmoetten. Het stel doet elke dag uitgebreide fitness oefeningen aan dek.

In Hammerfest, dat blijft volhouden de noordelijkste stad van de wereld te zijn, struikel je over de ijsberen, al komen die hier al lang niet meer voor.

En, wat weggestopt in een hoekje, is er een verrassende dienst voor toerisme. Niet alleen kan je er gezellig snuisteren in het museum over de geschiedenis van en het leven in het poolgebied, ook The Royal and Ancient Polar Bear Society is er ondergebracht. Te mooi om te laten liggen vinden wij en maken onze boot lid van deze illustere ijsberenclub.

In het knoddige museumpje speelt kok Lindstrøm een hoofdrol. Hij verstond als geen ander de kunst om met het weinige dat tijdens barre poolexpedities voorhanden was, toch zó te koken dat de bemanning gezond bleef. Bevroren bessen bijvoorbeeld zorgden voor vitamines om de gevreesde scheurbuik te voorkomen. Niet alleen zijn kookkunst was legendarisch, hij beschikte ook over een geweldige joie de vivre. Eten en vrolijkheid hielden de mannen fit en hun moraal hoog.

Iemand vraagt me hoe het met bevoorraden zit hier in het hoge Noorden. Verbazend goed moet ik zeggen, als ik denk aan Lindstrøm die een ijsbeer moest neerleggen om zijn bemanning een stuk vlees voor te kunnen zetten. Bakkers of beenhouwers vind je niet in deze afgelegen gemeenschappen maar de supermarkten zijn goed gesorteerd. Het aanbod fruit en groenten is beperkter dan wij gewoon zijn, soms van matige kwaliteit wegens grotendeels ingevoerd en duur. Maar er is een ruime keuze aan diepvriesproducten en dat is wel handig. Wij hebben geen diepvries aan boord, maar in de koelkast ontdooien bevroren voedingswaren traag en houden het koelvak ook fris. Ik houd steeds voldoende voorraad voor zeven tot acht warme maaltijden.

Nog even terug naar dat ‘daunting’. Behalve ‘beangstigend’ kan dat ook ‘indrukwekkend’ betekenen. Of ‘overweldigend’. En dat is de natuur hier zeker en vast, vooral in onze volgende afmeerplek, een verlaten baai tegenover het eiland Reinøya, Rendiereiland. Ooit stond hier een visfabriek, maar daar is niets van overgebleven, op wat vervallen huizen, schroot en een krakkemikkig ponton na. We vinden het net stevig genoeg en meren er af. Aan de overkant ligt een kajak op het strand, iets verderop staat een tentje. Vanop het gammele ponton staart een bizar houten mannetje ons aan. Een kudde rendieren tjokt voorbij, schrale grassprieten grazend…

Van zomer naar winter en terug… Senja

Skrei of winterkabeljauw, dat is lekkere vis. En het is niet zomaar vis. Er hoort een kwaliteitslabel bij, een keurmerk, een appellation zoals bij de betere wijn. Het skreiseizoen is kort en ik was blij toen ik in februari in de viswinkel een mooi stuk scoorde. Met blokjes tomaat en courgette en wat zure room werd het een heerlijke ovenschotel.

En inderdaad, in de verpakking van mijn vis, zat een blaadje met een stempel. Br. Karlsen, Husøy, Noorwegen stond erop. Verrukt googelde ik die broers Karlsen en vond niet alleen een website maar ook een vrolijke Instagram account met prachtige beelden van een eiland in de sneeuw, pittoreske vissersboten en lachende vissers met dikke truien en blozende wangen. Elk jaar komt de skrei in de winter uit de Barentszee zuidwaarts gezwommen om te paaien. De hele vissersgemeenschap kijkt reikhalzend uit naar de komst van de skrei. Zo’n plek, daar moeten we langs op onze Noorwegenreis vond ik toen. En zette op de digitale Navionics zeekaart alvast een marker met als symbooltje een vis. Maar helaas, toen we er begin juni voorbijkwamen lag het te ver uit de weg…

28 – 30 juni 2022

Inmiddels zijn we op Senja, een groot eiland dat op een bloem lijkt als je het op de kaart bekijkt. Of op zeewier met langwerpige, uitwaaierende bladen. Daartussen diepe fjorden. Ik verbaas me over de eindeloze rijen scherpe bergpieken, donkergroen en ongenaakbaar. In de winter komen 80 knopen wind wel eens voor aan deze geduchte kust, maar nu zomert het!

We nemen er een kijkje bij het stijlvolle Hamn i Senja resort-met-haven maar wegens te warm aan het ponton, gaan we drie mijl verderop ankeren in een droomplekje. Het ligt tussen de eilanden Ertnøy en Kjøpmannsøy en een ander woord dan perfect kan ik er niet voor verzinnen.

Maar na een paar dagen uitzonderlijk warm zomerweer hangt er gerommel in de lucht. Het weerbericht waarschuwt niet alleen voor hevige warmteonweders maar ook voor storm. En op een toch wat onherbergzame plek als deze kiezen we voor veilig.

Op de kaart ontdek ik een goed beschutte haven op een eilandje in de Øyfjord, Husøy. Husøy? Langzaam valt mijn frank. Want als we naderen herken ik het van de frisse Instagram account. Het vissershaventje van mijn skrei appellation contrôlée lag helemaal niet ten zuiden van het eiland Torget waar we ruim driehonderd mijl geleden voorbijkwamen. Het ligt gewoon hier en wij gaan er schuilen.

Het contrast met het vakantiebrochure-achtige Hamn I Senja kan niet groter zijn. Een wijde rechttoe rechtaan haven met stoere vissersschepen. Helemaal achteraan een ponton met boxen, alle grote zijn ingenomen door nog meer massieve schepen en de kleine zijn te klein voor ons. We draaien een rondje en beslissen om af te meren aan een kloeke steiger waar aan de ene zijde een schip ligt en aan de andere zijde niemand. Wel liggen er tal van polypropyleen afmeerlijnen met gesplitste ogen, allemaal in het typische bleke watergroen zoals je hier overal ziet. Komt hier nog een schip afmeren? We wagen het er toch maar op en besluiten op zoek te gaan naar iemand die weet of het mag.

Maar het visseizoen is voorbij en de haven lijkt wel uitgestorven. We gaan op verkenning en zien de gebouwen en kantoren van de broers Karlsen. Op goed geluk kloppen we aan en na twee telefoontjes bevestigt een vriendelijke dame ons glimlachend dat het prima is om er te blijven. Iets verderop ligt de enige superette van het eilandje. In de visafdeling stapels pakjes met bereide zalm, heilbot, gerookt, gekruid, in stukken of sneetjes. Op alle verpakkingen hetzelfde label. Br. Karlsen. Op aanraden van de hartelijke verkoopster neem ik een pakje varmrøkt krydderlaks mee, kruidig gerookte zalm. Ze geeft het advies om dit op te warmen in een pakketje aluminiumfolie met een klontje boter erover. Het is ons bestverkochte product geeft ze nog fier mee. Later googel ik de broers Karlsen nog eens. Ze hebben het goed voor mekaar. Visverwerkende bedrijven, vastgoed, export, noem maar op. En wellicht ook een goedbetaald marketingbureau voor de Instagram account…

Husøy, je moet dat eens intikken in Google maps. Ik vond er alvast drie…

1/ Ten zuiden van het eiland Torget – 65°23’N 12°02’E

2/ In de archipel Træna – 66°29’N 12°05’E

3/ In een fjord op het eiland Senja – 69°32’ 17°40’

Verwaaid in Rørvik

In Rørvik, vanwaar de mooie Helgeland kust begint, hoef je niet echt te zijn. Tenzij er storm op til is… Het weer voorspellen in Noorwegen is een uitdaging. Weersystemen komen van ver over zee en ondergaan soms tal van gedaanteverwisselingen tegen dat ze aan land gaan. Eenmaal daar kan het onregelmatige reliëf lokaal voor allerlei verrassingen zorgen. En in fjorden kunnen fallvinder of valwinden onverwachts uithalen. Lees je op de schaal van beaufort pas bij windkracht 9 het woord ‘storm’, het Meteorologisk institutt geeft al stormwaarschuwing vanaf windkracht 7. Dat is vandaag te lezen op hun app YR en dat nemen we ernstig. It is not recommended to be at sea in a small boat, staat er.

En zo beslissen we om tóch maar Rørvik aan te lopen… Trondheim ligt inmiddels al twee mooie afmeerplekken achter ons…

Beian. Volgens onze vaargids een vissershaven maar meer dan een paar verlaten huizen zien we niet. Het is er bladstil. En dan vaart een kleine motorboot met drie mannen de havenkom in. Even later nog een. En nog een. Ze hebben hengels, manden en bakken mee. Later zien we hoe de mannen bij een houten kade hun vangst lossen en de vis schoonmaken, hun stemmen dragen ver over het water. Ze blijven tot laat in de nacht bezig. De volgende morgen zien we hoe we een nachtje traag rond ons anker gecirkeld hebben, in een perfecte rondedans.

Ansteinsund. Bij aankomst zijn er enkel rotsen te zien. Stompe, grijze, gladde rotsen. Hoge, lage, verre, dichte. Voortdurend verschuiven die door wind en water gepolijste steenmassa’s wanneer we ze voorbijvaren. Het lijken oer-keien, desolaat en onherbergzaam, zonder bomen of struiken. De dieptemeter geeft 70 meter aan, dan 50 en ten slotte 20, 10. We volgen nauwgezet de uitgezette koers in een geul naar binnen. Houden voldoende afstand van een staak die een venijnig geïsoleerd rotsje aanduidt. En varen langzaam de afmeerplek open. Een handvol huisjes op poten van steenblokken, en een gjestebrygge, of gastenponton.

Overnachtingsgeld 50 NOK of 5,00€. Mét elektriciteit 8,00€… Er hangt nevel rond de huizen en boven de rotsen, er is geen levende ziel te bekennen. Een meeuw klaagt. We gaan even de kant op voor een kleine wandeling. Wat een volhouders zijn het, de bloemen en planten die hier standhouden. Mos in alle tinten van grijs en groen kleeft aan de rotsen. Hier en daar een fijn klein bloempje. Tussen alle grijzen een paar verrassende vleugjes roze, voorzichtige frivoliteit in deze beetje barre omgeving.

Ansteinsund voelt als een vijfsterren-verblijf. We slapen er prinsheerlijk en ontbijten met vers, in de pan gebakken brood. De omgeving kan ik je niet geven, het recept van het brood wel. Ik kreeg het van sy DanceMe, die het op haar beurt van sy Puff kreeg…

300g bloem – 200g water – 1 koffielepel droge gist – 1 koffielepel zout – 1 koffielepel suiker

Bloem en gist mengen, met het water tot een stevig deegje roeren. Suiker en zout toevoegen en nog eens goed mengen. Een antikleefpan met olie invetten en het deegje erin doen. Een nacht laten rijzen onder deksel of plastic folie. Bakken op een heel laag vuur met deksel gedurende 15 à 20’. Omdraaien en nog eens 5 à 8’ bakken zonder deksel. Na afkoelen (als je zo lang kan wachten…) in dikke plakken snijden en genieten!

Je kan lekker variëren op dit basisrecept. Zo voegde ik al eens noten, rozijnen en gedroogde abrikozen toe. Of zwarte olijven, zongedroogde tomaten, stukjes gegrilde parika en tijm voor een hartige versie. Met wat kaas erbij een ideale picknick… Of serveer het met krokant gebakken spek, een echte Viking-lunch!

Maar nu terug naar Rørvik. We zijn niet de enigen die er komen schuilen voor het barre weer, het gastenponton ligt vol. Dobberend kijken we vertwijfeld rond, op zoek naar een afmeerplek. En dan duikt iemand vanuit zijn kajuit en maakt een breed handgebaar richting de reddingsboot. Hee, daarachter ligt nog een goed beschutte steiger, ideaal om een dagje verwaaid te liggen.

In Rørvik hoef je niet echt te zijn. Maar nu we er toch zijn, kijken we graag even rond. En komen er terecht in een nogal aparte kerk waar net een konfirmasjon gudstjeneste, Heilige Communie-viering gaat beginnen, ontdekken er het boeiende aanbod in de Fjelleskøpet, de Noorse ‘boerenbond’ en kunnen er ontzettend goed bevoorraden in een grote Rema 1000 vlakbij onze afmeerplek!

Van zodra het stormweer over is, zeilen we naar Helgeland!

Zomer in een handvol kleuren. Het eiland Læsø.

We zeilen 33 mijl over een diepblauwe zee met daarboven een al even diepblauwe lucht. We ankeren en zwemmen wat rondjes om de boot. Later fietsen we tussen geurige donkergroene pijnbomen en langs goudgele korenvelden. Nog later eten we blauwe kaas, rode langoustines met veel look en wit, grof zeezout… En nee, we zijn niet in Zuid-Frankrijk. We zijn op Læsø, een eiland van pakweg 100 km2, dat tussen Denemarken en Zweden ligt, in de zeestraat die het Kattegat genoemd wordt.

Netjes. Dat is hoe ik Denemarken tot dusver ervaar, met zijn ordelijke dorpen, keurige huisjes zonder frivoliteiten, egale akkers en ongerepte strandjes. Blauw, geel, groen, wit en rood… Een beperkt kleurenpalet dat voor een frisse, opgeruimde uitstraling zorgt. Kakofonie is niets voor de Denen, denk maar aan de eenvoud van hun beroemdste exportproduct, design. Of het succes van hun onovertroffen LEGO bouwsteentjes. Eindeloze mogelijkheden met een handvol kleuren.

14 – 16 juli 2021

Blå. Het blauw van de lucht wedijvert met het blauw van de zee op de tocht van Hals naar Læsø. Omdat Vesterø havn goed vol ligt en het heerlijk weer is, besluiten we buiten de haven te ankeren. Na zalig zwemmen gaan we op goed geluk fietsend het landelijke eiland verkennen. Korenbloemen steken blauw af tegen gele korenaren…

Gul. Gele veldbloemen, een botergele vissersboot, een okergele, in zee zakkende zon, de overtreffende trap van zomer..

Grøn. Wat zijn we blij met de koele schaduw van het donkergroene pijnboombos waar we doorheen fietsen. In de zon is het zo warm dat het asfalt aan onze banden plakt! Grijsgroen is dan weer het zeegras of zeewier dat hier op Læsø ooit gebruikt werd als dakbedekking, een unieke eeuwenoude traditie. En watergroen het onderwaterschip van een van de drie scheepsmodellen in Vesterø Kirke. In elk kerkje waar we komen hangen er één of meerdere van deze votiefschepen, in combinatie met koperen kroonluchters.

Hvid. Zilverwit het maansikkeltje boven onze ankerplek. Platina wit het schitterende tegenlicht waarin een vissersboot steeds kleiner wordt. Melkwit de ochtendmist die uit het niets opduikt maar snel oplost in een zalige zomerdag. En spierwit ten slotte het zout dat hier op Læsø gewonnen wordt en dat je in het winkeltje bij de Læsø Saltyderi, de zoutziederij kan kopen. Ze verkopen er ook schoonheidsproducten op basis van zout, en hier op het eiland kan je zelfs naar een echt zout-kuuroord.

Rød. Zo donkerrood als de muren van Vesterø Kirke zijn, zo frêle is het bruinrood van de delicate fresco’s die je er kan bewonderen. Ze dateren uit de eerste helft van de zestiende eeuw en werden enkele jaren geleden mooi gerestaureerd. En zelden zag ik een rood zo diep kleuren als dat van de Deense dageraad om -je leest het goed- halfvier ’s morgens… Maar het roodste rood komt van de lekkernij waar Læsø bekend om is, de jomfruhummer

Deze langoustines, ook wel Noorse kreeftjes genoemd, kan je bij het krieken van de dag bij de vissers in Vesterø Havn kopen, wanneer die terugkeren van een nacht op zee. De vangst is erg gegeerd en de volledige beestjes zijn gereserveerd voor restauranthouders en vishandelaars. Wij kunnen enkel de staartjes bemachtigen, ‘gatjes’ zoals men ze in Oostende noemt. De portie die de visser zwijgend in een plastic zak schept blijkt voldoende voor drie keer stevig eten! Kijk je mee in mijn kombuis?

Puur proeven

Jomfruhummer – olijfolie – look – grof Læsø zeezout

Tikje verwarring bij het eerste puur proeven. De roodoranje kleur verklapt dat onze langoustinestaartjes al even kokend water hebben gezien maar binnenin is het witte vlees nog rauw. Wel lekker. Maar rauw. Ik verhit wat olijfolie in een pannetje en bak ze nog eens kort met wat look en Læsø zout. Hemels!

Pasta Læsø

Jomfruhummer – olijfolie – look – tomaat – basilicum – zure room – zwarte peper en grof Læsø zeezout – penne

Voor het tweede gerechtje bak ik de langoustinestaartjes in flink wat olijfolie en drie tenen fijngehakte look. Daarbij komen stukken tomaat, een handvol verse basilicum en zure room. Kruiden met peper en zout en onmiddellijk serveren met beetgare penne.

Rijst Læsø

Jomfruhummer – boter – uitje – tomaat – curry – gember – scheutje witte wijn

Voor de derde variatie op een thema bak ik de ‘gatjes’ met een fijngesneden uitje in boter en voeg er wat tomaat, een vleugje curry en een mespunt gember bij. Alles snel opbakken, kort blussen met een scheutje witte wijn en afkruiden met peper en zout naar smaak. Serveren met volle rijst.

Uit de kombuis geklapt. Lemvig en Harre Vig.

Bevoorrading voor een zeilvakantie doen wij in twee keer. Stap één is voor dranken en niet-voeding zoals toiletpapier, keukenrol, poets- en hygiëne-dingen.

Stap twee is voor voeding, van vers over iets langer houdbaar, tot ‘droge’ voeding zoals het in supermarkt-jargon klinkt. Omdat we het vóór vertrek beiden nog druk hebben, maken we gebruik van het onvolprezen Collect & Go systeem, boodschappen online bestellen en afhalen op een tijdstip naar keuze. En we verdelen de taken, waarbij ik de voeding plan en mijn schipper de niet-voeding voor zijn rekening neemt.

Dat zorgt voor verrassingen. Waar ik altijd, ja, echt áltijd, zweer bij niet-bedrukt huishoudpapier, tref ik nu in mijn kombuis keukenrol met een lelijke print van lelijke beertjes in lelijke kleuren. Mijn gevoel voor esthetiek, -overdreven en niet ter zake volgens mijn schipper- wordt op de proef gesteld. Bij het opbergen van de dranken ontdek ik bier in blikken van een halve liter! O gruwel, bier in blikken van een halve liter! Ik associeer ze steevast met joelende voetbalhooligans, en ik haat voetbal. En mijn billen ten slotte, die zal ik moeten vegen met lichtblauwe puppy’s, huppelend op het toiletpapier. Mijn schipper grijnst bij mijn frons, heerlijk vindt hij het om de draak te steken met mij en mijn controledrang.

‘Laat los’, zeg ik tegen mezelf, ‘er is bier, keukenrol én wc-papier, tijd voor vakantie’…

Donderdag 8 juli 2021, voor anker bij Lemvig.

Na een dagje Thyborøn trekken we de Limfjord in. Op zoek naar zen, willen we liever niet in een haven liggen. Na 10 mijl varen laten we het anker vallen in 3,5 m water in de baai naast het stadje Lemvig. De motor gaat uit, de stilte omarmt ons en bij een glaasje wijn genieten we van dat fijne gevoel dat vakantie heet. We proeven de garnalen en de Limfjord oesters die we kochten en het mag gezegd, ze zijn kraakvers. Net als de lotte uit de Fiskebutik…

Maaltijdsoep met lotte, aardappelen, sluimererwtjes en kersttomaat.

Filet van lotte – aardappelen – 1 ui – 1 teentje look – pakje sluimererwtjes – handvol kersttomaten – witte wijn – room – peper en zout

Stoof in een flinke klont boter de fijngesneden ui en look aan. Voeg de in stukjes gesneden sluimererwtjes toe. Schik de kersttomaten erbij. Geef peper en zout. Kook intussen de aardappeltjes gaar. Snijd de vis in stukken, leg ze op de groenten en overgiet met een scheut witte wijn. Laat even garen onder een deksel. Als de vis gaar is, voeg je de aardappelen toe, als ook wat room. Proef en kruid bij indien nodig.

De avond valt. Een boot vaart traag voorbij. Langzaam zakt de zon. En wij liggen roerloos achter ons anker…

Vrijdag 9 juli 2021, voor anker in Harre Vig.

‘…de ideaalste ankerbaai die je je maar kunt voorstellen.’ Zo omschrijft René Vleut Harre Vig in de Vaarwijzer ‘Scandinavië en de Oostzee’. In 2014 kocht ik dit boek en dit is de vierde zeilvakantie waarbij we het gebruiken. Er is inmiddels een herwerkte versie uit, maar we besloten pas op het laatste nippertje om deze kant op te komen, en doen het toch maar met de editie die we hebben.

We hebben 27 mijl gevaren als we via Lysen Bredning en een nauwe doorgang de baai invaren, die veel wijder en minder beschut lijkt dan ik me had voorgesteld. Bij het binnenvaren liggen er twee meerboeien aan stuurboord, maar met de strakke noordoostenwind die er staat is dit geen gezellige optie. Ik mik op de overkant en zo ver mogelijk onder de oever om in de luwte van het land te komen. Las stuurt en ik gids hem, Ipad in de hand, naar het plekje dat ik voor ogen heb. Opnieuw laten we het anker zakken in 3,5 meter water. Opnieuw valt de stilte van zodra de motor uit gaat. We zijn hier helemaal alleen. En we gaan niet ingewikkeld koken vandaag…

Lauwe couscoussalade met zachtgerookte zalm

Een stuk zachtgerookte zalm – couscous – ½ courgette – ½ gele paprika – 2 teentjes look – 1 tomaat – boter – peper, zout, sterk paprikapoeder

Snijd courgette, paprika, en tomaat in piepkleine blokjes. Hak de look fijn. Kook de couscous zoals op de verpakking vermeld. Schud de couscous in een schaal en maak de korreltjes los met een vork. Laat een paar klontjes boter smelten in de couscouskorrels en voeg de rauwe groentjes toe. Kruid met peper en zout en sterk paprikapoeder. Serveer met de zalm.

De enige discussie die je nu nog zou kunnen voeren zou kunnen gaan over wat eigenlijk het mooiste roze is, dat van de vlammende avondlucht of dat van de zachtgerookte zalm…

Niet vers, wél lekker!

Donderdag 9 juli 2020

We zijn welgeteld vier dagen weg. Er is eten voor nog minstens een week aan boord. Maar na de flinke wandeldag in Etretat, terug fietsend naar de jachthaven vraagt de ene helft van de bemanning aan de andere wat er op het avondmenu staat…

Schipper: ‘Wat eten we vanavond?’

Ik: ‘Vanavond? Hmm, niet te veel, toch? We hébben net gegeten?’

Schipper: ‘Gegeten? Beetje oesters en mosselen, jaaaa…’

Ik: ‘Hee, kijk, daar is een viswinkel die nog open is!’

Schipper: ‘Oh, maar ze hebben daar geen verse vis, dat wordt niks.’

Ik: ‘Ik loop toch even naar binnen!’

Ik haak de elastiekjes van mijn mondmasker achter de oren en loop de winkel in. Inderdaad, hier bij de Pêcheurs d’Islande vind je geen verse vis. Alles wat hier te koop is, is bereid of geconserveerd. Gerookt, gezouten, opgelegd in olie of azijn, in blikjes of bokalen. Ik aarzel en net als ik van plan ben om het er toch maar bij te laten, vraagt de jonge vrouw achter de kassa of ze me ergens mee kan helpen. Ik haal mijn schouders op en leg uit dat ik dacht een viswinkel aan te treffen met verse vis. Ze lacht en bevestigt dat ze inderdaad enkel bereide visproducten verkoopt. ‘Maar het zijn heerlijke producten, kijk gerust eens rond,’ moedigt ze me aan. ‘Met vakantie?,’ informeert ze. Ik vertel dat we op zeilvakantie zijn. ‘Wel nu, ideaal voor op de boot, toch?’, glimlacht ze van achter haar mondmasker. ‘En waarom niet…’, denk ik, en bekijk de kleurige blikjes en verpakkingen. Kloeke stukken witte vis bedekt met glinsterende zoutkristallen intrigeren me. Gezouten vis, ik heb me er nog nooit aan gewaagd. Gepassioneerd legt de dame me uit hoe je de vis 48 uur zorgvuldig moet ontzouten vooraleer je ze gaat bereiden. Morue, kabeljauw. ‘Je zult verbaasd zijn hoe lekker die is! En als je die vis niet meteen bereidt, kan je die nog tot september bewaren,’ verzekert ze me. September? Niet te geloven. Ik besluit een en ander uit te proberen. Het worden uiteindelijk vier heerlijke geregjes waar we de komende dagen van genieten!

Allereerst proeven we twee stukjes zachtgerookte zalm met kruiden. Met beetgaar gekookte sperzieboontjes, kerstomaatjes en een vleugje vinaigrette tover je hiermee een onberispelijke lunch op tafel.

Ten tweede laat ik me verleiden door een knalgeel blikje sprotjes met citroen. Die noemen ze hier sprats. Ze zijn fluweelzacht en fris, en vergezeld van flinterdun gesneden venkel, blokjes courgette en wat sla vormen ze een elegant bordje.

De derde hap is de gemakkelijkste. Nogal wat mensen denken dat koken aan boord zo moeilijk is dat je je moet beperken tot blikken ravioli of plastieken potjes instant noodles, zo van de soort: heet-water-er-over-en-klaar. Die dingen krijg ik echt niet verkocht aan mijn lief. En in de mate van het mogelijke kook ik meestal zo vers mogelijk. Maar voor de momenten waarop het echt wat moeilijker gaat, heb ik wel graag een race-maaltijd achter de hand, zo van de soort: opwarmen-en-klaar. Maar het moet ook lekker zijn. En dat blijkt de bokaal brandade de morue à la fécampoise echt wel te zijn. Een brandade is een zachte puree van stokvis, op smaak gebracht met olijfolie of melk en soms knoflook. Een hartige kant-en-klare maaltijd. En mocht je toch in een heel culinaire mood zijn: op de website van de winkel vind je ook het recept!

En ten slotte de fameuze gezouten kabeljauw. Die komt dik in het zout en verpakt in papier aan boord. Ik snij de vis in twee stukken en zet die onder water in een plastic bewaardoos met goed sluitend deksel. Zo’n drie maal per dag en dit gedurende twee dagen vervang ik het water.

En dan aan de slag. In een pot stoof ik stukjes ui, prei en courgette aan in wat olijfolie. Kruiden met peper en wat tijm. Zout laat ik achterwege. Als de groenten bijna gaar zijn, gaan er een scheutje witte wijn en een flinke scheut room over. Daarop schik ik de in stukken gesneden en drooggedepte vis. Kort laten garen. Serveren met frisse blokjes vers gesneden tomaat en gekookte aardappelen.

Net zo heerlijk als vers!