Alderney, het noordelijkste ‘brokje Frankrijk dat in zee viel en opgevist werd door Engeland’…

Op een diepe stenen vensterbank staan enkele potjes confituur uitgestald. Net wanneer ik dichterbij kom kijken, klikt het raam open, ik kijk in het vriendelijke gezicht van een oudere dame. We schrikken allebei een beetje. ‘Ik kwam net kijken of er nog voldoende wisselgeld in het doosje zit,’ lacht ze. Op de vraag of zij de confituur maakt, giechelt ze hoofdschuddend. ‘Nee hoor, dat doet mijn man. Alles is gemaakt met fruit uit onze tuin, we krijgen dat met zijn tweeën niet op.’ Rhubarb with a touch of ginger, rabarber met een vleugje gember. ‘Proef maar hoe je het vindt,’ zegt de dame, ‘ogenblikje.’ Ze schuifelt het huis in en keert terug met een geopend potje. ‘Komaan’, wijst ze, ‘stop je vinger maar in de pot, kan best.’ Ik vind de confituur lekker en koop een potje. Voor op het brood dat ik bakte aan boord. Het dametje slaat de handen voor het gezicht, een zeilreis, dat zou ze nooit durven. En op die boot dan nog een brood bakken, kirt ze, ze zou het in haar keuken nog niet kunnen. Anyhow, a safe journey!

Ik word daar blij van, van die kleine bakjes die je hier her en der langs de kant van de weg ziet staan. Hedge veg worden ze genoemd, haaggroenten dus. Open kastjes met groenten of aardappelen er in, eitjes ook, bosjes kruiden, confituur of zelfs koekjes en cakejes. Een handgeschreven kartonnetje er bij, 1,50£, 2,00£. En een plastic potje voor de centen. Het geeft een prettig gevoel van openheid en vertrouwen.

Woensdag 12 juni 2019

Rond de middag meerden we af in Braye Harbour, aan een mooring of boei, de gele zijn voor bezoekers, de oranje voor lokale booteigenaars. Aan land kan je met je bijboot of met de watertaxi. We liggen hier mooi, we liggen hier goed. En is Alderney misschien niet groot, toch ligt er in het kantoortje van de havenmeester verrassend veel toeristische info, waaronder 9 wandelroutes. Gewapend met die blaadjes gaan we op pad.

De Kanaaleilanden. Eigenlijk is dit een foute naam. Deze eilanden liggen strikt gezien niet in het Kanaal maar in de baai van St-Malo, Frankrijk dus. Jersey, Guernsey, Herm, Sark en Alderney. De beroemde schrijver Victor Hugo noemde ze stukjes Frankrijk die in zee gevallen waren en opgevist door Engeland. Of ze nu meer Frans of meer Engels zijn, dat willen we wel weten. Te beginnen met het noordelijkste eiland, Alderney. Of, zo je wil, Aurigny…

De eerste wandeling neemt ons mee naar de hoofdstad St. Anne. Nu ja, hoofdstad. Een paar stille straten, een mooi kerkje, een schattig museum. Er zijn wat winkeltjes, ze zijn allemaal gesloten. Volgens de man die het museum openhoudt omdat het woensdag is, volgens de dame van de confituur omdat er door het slechte weer nog maar weinig toeristen zijn en ‘wie houdt zijn winkel dan nog open?’… Stiller dan stil. We lopen het centrum uit, zuidwaarts, een tweede wandeling voert ons langs groene paadjes -de bermen dik van bloemen- en kliffen, diep beneden de zee. Het weer verandert snel boven een eiland en in de grijze lucht van vanmorgen vallen nu geregeld stukken blauw.

We vinden het hier zo mooi dat we beslissen om nog een dag te blijven.

Donderdag 13 juni 2019

Er is in de loop van de geschiedenis meer dan een robbertje gevochten om de Kanaaleilanden. En vandaag combineren we drie wandelroutes die ons langs de verdedigingsforten op Alderney brengen, waarbij we zo goed als het hele eiland rond lopen. We beginnen op de noordelijke punt van het eiland bij Fort Albert van waar je een prachtig zicht hebt op Braye Harbour.

Vandaar gaat het naar het oosten, voorbij het Mannez Lighthouse, de zwart-witte vuurtoren waar we gisteren voorbij vaarden, en dan terug zuidwaarts via het Longis natuurreservaat.

Vervolgens lopen we voorbij het centrum van St. Anne door tot aan de westkust met Fort Clonque.

Hier heb je uitzicht op de eilandjes Les Etacs -ook wel shit rocks genoemd omdat ze bedekt zijn met de vogelpoep van duizenden jan-van-genten-, en het eiland Burhou, waar een kolonie puffins, ofwel papegaaiduikers huist.

Het stuk water tussen Alderney en Burhou heet The Swinge, een nauwe doorgang waar de stroming lelijk huis kan houden en waar we morgen door gaan om naar het eiland Sark te varen.

Wanneer we na het wandelen genieten van afternoon tea met scones en goudgele clotted cream en de volgende ochtend bij het ontbijt van de rhubarb jam with a touch of ginger, twijfelen we niet meer, het is hier zo Engels als wat!

Bijna vijf knopen en een uur extra…

Bijna vijf knopen en een uur extra. Dat krijg je cadeau als je van Cherbourg naar Alderney vaart, Cap de la Hague voorbij. Na amper drie uur varen mag je de Franse beleefdheidsvlag inwisselen voor de Engelse, je klok een uur terugdraaien en boat zeggen in plaats van bateau. En vergeet de knisperende croissants au beurre, hier eten ze scones with clotted cream.

Maar even terug naar het begin. We zijn met vakantie, voor drie weken.  Dit jaar hebben we ons ‘groot verlof’ voor het eerst in juni geprogrammeerd. De Kanaaleilanden staan op ons verlanglijstje en we willen er de zomerdrukte van juli, augustus vermijden. We vinden dit slim, het zijn toch ook de langste dagen van het jaar, niet? Begin dit jaar werd bovendien door voorspellers een zomer aangekondigd zoals die van vorig jaar, lang en warm… Maar tot op vandaag lijkt dat eerder een kwakkel en begint onze vakantie van juni met een herfstige dag in thuishaven Nieuwpoort… Stormweer houdt ons aan het ponton.

Op Pinksteren, zondag 9 juni, heel vroeg, vertrekken we dan toch, bestemming Cherbourg. (dank aan de vroege wandelaarster/fotografe Bernine Deramoudt voor de mooie foto van ons vertrek!)

Bijster mooi weer is het niet en bovendien lijkt de wind na de voorbije storm wel opgesoupeerd. We wisselen motorzeilen met zeilen af om het tempo er in te houden. 32 uur en 196 mijl later meren we af in de Port Chantereyne.

Cherbourg. Zoals in ‘Les parapluies de Cherbourg’… Mijn moeder dweepte destijds –en nóg- met die film uit 1964. En nog steeds, wanneer ook maar ergens de herkenbare muziek uit de film te horen is, droomt ze een beetje weg, zuchtend wat een mooie film dat toch was. Het muziekje ken ik wel, de film heb ik helaas nog nooit gezien. Maar wat ik niet wist, dat is dat er echt wel paraplu’s gemaakt worden in Cherbourg. En niet zomaar om het even welke, gewoonweg ‘de beste paraplu’s van de wereld’.

We nemen een kijkje in de statige paraplufabriek en luisteren naar het verkoopspraatje van de modieuze jongen in de winkel. Maar hoe stijlvol en degelijk ze ook zijn, er hangt een iets té stevig prijskaartje aan deze paraplu’s en… het regent niet…

Met onze fietsjes verkennen we de omgeving. Wist je dat Cherbourg de op één na grootste kunstmatige dijk van de wereld heeft? Die is zo groot en het water er achter zo ruim, dat er ’s avonds een zeilwedstrijd binnen de dijkmuur wordt gehouden. We fietsen die hele dijk af naar het oosten en lunchen met stokbrood, jambon persillé en een fles rode wijn in het gezelschap van een één-potige meeuw. Vervolgens fietsen we naar het westen tot het andere eind van de enorme ‘rade’. In de stad passeren we tal van bezienswaardigheden, de kathedraal, een mooi theater, het zeer romantische park van Emmanuel Liais… De ‘Cité de la Mer’ houden we voor een andere keer…

Woensdag 12 juni 2019

We doen dus amper drie uur over de 26 mijl van Cherbourg naar Alderney maar het zal ons wellicht dertig uur kosten om onze spullen droog te krijgen… Er staat een perfecte noordnoordoostenwind waarmee we halve wind kunnen varen maar iemand beslist om net nú de hemelsluizen open te zetten. Met bákken komt het naar beneden en zoekt een weg via de kraag van mijn zeiljas, langs nek, hals, armen, rug.

Maar de adrenaline van bijna vijf knopen stroom méé maakt van die nattigheid een detail en tegen de middag passeren we de vuurtoren van Alderney en meren iets later vrolijk af aan een mooring in Braye harbour… We zetten onze klok een uur terug, verwisselen de Franse vlag voor de Engelse en hebben plots heel veel trek in scones..

Uit beleefdheid

Toen de vlag, dertig bij veertig centimeter, rood, geel en blauw, maanden later terugkeerde aan boord van onze Pat Panick, had ik een ‘de cirkel is rond’-gevoel. Het stemde me vrolijk. Voldaan ook. Omdat ik er van bij het begin nooit aan getwijfeld had dat het zo zou gaan…

En nu, hier in Mijdrecht, Nederland, aan een stel bijeen geschoven tafels in de kantine van een bedrijvencentrum, bedekt met tientallen kleurrijke vlaggen, komt de herinnering aan die ene vlag weer aangewaaid. En vraagt het verhaal om verteld te worden. Net als de talloze verhalen in deze kantine. Straks meer daarover.

2016, Kirkwall, Orkney.  Bij aankomst op deze eilandengroep ten noorden van Schotland vond ik het wel gepast om er de plaatselijke beleefdheidsvlag in het stuurboordwant te voeren. En niet die van Schotland… Las vond het overdreven, ’20£ voor een lapje stof, en we zullen hier amper een dag of tien rondvaren! Maar die Orcadians, dat is een volk apart. Die voelen zich niet helemaal Schots, en er stroomt wellicht evenveel Noors als Brits bloed door hun Orcadiaanse aderen. Omdat ze vonden dat een eigen vlag dat gevoel wel eens mocht uitdragen schreven ze in 2007 een wedstrijd uit. Het was namelijk zo dat hun vorige vlag, een rood kruis op een geel veld, te veel op die van het district Ulster in Noord-Ierland leek, zodat ze door het eerbiedwaardige instituut voor heraldiek in Schotland, Court of the Lord Lyon King of Arms, nooit erkend was geraakt… Een postbode uit Birsay won de competitie en de Orcadian Flag was een feit.

Het rood en het geel in de vlag verwijst naar de wapenschilden van Noorwegen en Schotland, het kruis is een Noors kruis en het blauw in de vlag verwijst naar Schotland, de zee en hun maritiem erfgoed…

Een dag of tien wappert de fleurige vlag beleefd onder de eerste zaling aan stuurboord, zoals een beleefdheidsvlag aan boord van een schip hoort te doen. Daarna berg ik ze op onder de zitting aan de kaartentafel. Niet voor lang, maar dat weten we nog niet.

 Zo’n 100 mijl verder… Groot is onze verrassing als we op Out-Skerries, één van de Shetland eilanden, solo-zeiler Henk en zijn jachtje s/y Rolwolk terugzien. We ontmoetten hem weken eerder in Peterhead, Schotland. Henk zou van daar zo ver mogelijk noordoostwaarts varen, tot aan de Shetlands, om dan rustig terug te hoppen naar de Orkney’s. Wij planden het andersom. ‘Als jij nog naar de Orkney’s gaat, dan neem je toch gewoon onze vlag mee,’ lach ik. En na een zachte schop van mijn schipper tegen mijn scheenbeen: ‘Op voorwaarde dat je die terug bezorgt in Nieuwpoort, natuurlijk..’ Later aan boord volgt nog wat schamper gemopper. Over hoe naïef ik wel ben en zo.

De zomer is al ver op haar eind als we een mailtje krijgen van Henk. Nieuwpoort heeft hij niet kunnen aanlopen op zijn terugtocht. Wel gaf hij onze vlag mee met een zeilend stel uit Nieuwpoort… De naam van de boot is hij helaas kwijt. Het was een naam uit de Griekse Oudheid, een liefje van Zeus, zoiets… Mijn schipper trekt zijn ‘zie je wel’-gezicht.

Ik vertel het verhaal aan een vriendin die in een watersportbedrijf werkt. En dan schieten lot en toeval in actie. Want niet veel later krijgt die vriendin het verhaal te horen van een stel dat afgelopen zomer naar de Orkney’s zeilde, daar een vlag mee kreeg van een Nederlander, maar de naam kwijt was van de boot voor wie ze bestemd was… De bemanning van de Lamia… Kort daarna kan ik tevreden mijn vlag weer opbergen onder de zitting aan de kaartentafel…

En nu nog even terug naar Mijdrecht… Al ligt dit een eind van zee, de mensen die we hier op een zonnige zaterdag in februari ontmoeten denken aan bijna niets anders dan de zee. En hun Breehorn. Want we zijn hier op de eerste vertrekkersdag van de Breehornzeilers. Negen stellen die binnen de drie jaar voor langere tijd weg willen met hun boot zijn hier samen gekomen en als ervaringsdeskundigen zijn Bertie en Martin van de Blue’s aanwezig. Jarenlang zeilden ze in Caraïbisch gebied en sluiten wegens leeftijd en gezondheid dit hoofdstuk af. Alle beleefdheidsvlaggen die ze in die tijd verzamelden liggen op tafel, achter elke vlag een kleurrijk verhaal.

Er wordt druk van gedachten gewisseld die dag en na afloop zijn we niet alleen heel wat tips rijker, we mogen elk een paar vlaggen meenemen. Kiezen doen we niet, we laten het gewoon aan het toeval over…

Records en superlatieven

Bloedstollend. De finish van de Route du Rhum 2018. Op 11 november glijdt de Franse zeiler Francis Joyon de aankomstlijn in Guadeloupe over en wint. Nauwelijks 7 minuten en 8 seconden na hem finisht François Gabart. De Route du Rhum, transatlantische solo-zeilwedstrijd van Saint-Malo, Frankrijk naar Point-à-Pitre, Guadeloupe werd voor het eerst in 1978 gevaren en vindt om de vier jaar plaats. Joyon, 62 jaar, wint niet alleen van de 27 jaar jongere Gabart, maar zet ook een record neer. 3542 mijl in 7 dagen, 14 uur en 21 minuten, gemiddelde snelheid 19,42 knopen… Een man en een zeilboot. Hallucinant en onwerkelijk.

Wedstrijdzeilen, ik heb er oprecht bewondering voor, maar zelf zijn we niet zo bezig met snelheid. Dat we niet competitief ingesteld zijn, we zeggen het graag. Maar toegegeven, als onze boot lekker loopt, vinden we het toch fijn. En als niet alleen de wind maar ook de stroming een handje helpen vinden wij een knoop meer ook best opwindend.

1 november 2018 – zeilen van Nieuwpoort naar Dover

De weersvoorspellingen zijn niet veelbelovend voor ons geplande retourtje Engeland. Maar zoals wel vaker, haalt mijn schipper zijn schouders op als ik er voor de zoveelste keer de weerberichten op nakijk. Te lang op voorhand kijken maakt je nodeloos zenuwachtig, vindt hij. En hij krijgt gelijk. De dag voor vertrek wordt een zuidzuidwest van vijf Beaufort voorspeld, ideaal! We vertrekken met het ochtendgloren uit Nieuwpoort aan een gezapig tempo. Zelfs de zon laat zich zien.

Net voorbij Duinkerke krijgen we de stroom mee en lopen vlot 7 knopen. Ter hoogte van Calais worden dat er 8 en meer. Snelheid, het doet iets met een mens. Ik kijk steeds vaker naar onze ETA op de Ipad. En ga ook stiekem mee rekenen. Als we aan dit tempo doorvaren, en de stroming neemt nog wat toe, dan komen we om zo laat aan.. We blijven stevig doorgaan tot in Dover en klokken uiteindelijk af op 7 uur en 55 minuten voor 56,9 mijl, 7,18 knopen gemiddeld. Ik hou geen statistieken bij, maar voor ons voelt dit lekker als een record…

2 en 3 november 2018 – met de trein van Dover naar Londen en terug

Het Kanaal overzeilen van Nieuwpoort naar Dover, de trein nemen van Dover naar Londen en vice versa, zeker niet de snelste manier om te gaan city-trippen in Londen, misschien wel de origineelste, maar ook gewoon leuk. Records, superlatieven, waar je ook kijkt, wat je ook leest, de wereld van vandaag lijkt er voortdurend mee te moeten uitpakken. Las glimlacht als mensen het vol overtuiging hebben over het mooiste strand, de mooiste kust, de mooiste zonsondergang. Hebben ze dan alles al gezien, vraagt hij zich spottend af, en is gewoon mooi niet mooi genoeg?

Londen, dat is een superlatief op zich. De snelst veranderende skyline (Canary Wharf), een pub genoemd naar de beroemdste Britse zeeslag (Trafalgar Tavern), de grootste boot-in-een-fles (maritiem museum, Greenwich), het meest unieke uitzicht over Londen (Emirates Cable Car), de leukste plek voor een herfstwandeling in november (Hampstead Heath) en de populairste figuur uit de Britse maritieme geschiedenis (Admiraal Nelson), die het allemaal onbewogen aankijkt…

En wij, wij boeken onze hoogste overnachting ooit en vergapen ons aan het mooiste nachtelijke uitzicht over Londen…

4 november – zeilen van Dover naar Nieuwpoort

Bij het krieken van de dag vertrekken we. We zijn de haven nog niet uit wanneer, net als de zon opkomt, de hemel enkele tellen fel oranje en purper kleurt. “Wacht, wacht!”, gil ik en spurt naar binnen om mijn camera te halen. “Dit is de mooiste ochtendlucht ooit!” Mijn schipper hijst het grootzeil en glimlacht.

In de loop van de dag zakt de wind helemaal weg en een record zit er niet in. Maar een mooie zeildag was het zeker.

En voor dessert een zonsondergang asjeblieft..

Zomer 2018

Mensen reageren gek op een vakantieverhaal als het onze. Noorwegen, met je boot? Dat is ver varen, zeg. Hoe lang doe je daar wel over? Vijf dagen. Vijf dágen? En dan ook vijf dagen terug? Blik al even ongelovig als meewarig. Slimmerds nemen een vliegtuig, zie je ze denken.

Na Stavanger zit onze vakantie er bijna op… Maar wanneer een vriendelijke Noor ons tijdens een praatje op het ponton nog het eilandje Rott tipt, aarzelen we niet. Daar gaan we nog even langs vooraleer we de 500 mijl naar Nieuwpoort aanvatten. Rott. 2 bejaarde inwoners en wat vakantiehuisjes, rommel op de kade. En stilte. Een Noorse kers op onze Noorse taart.

Nog één nachtje samen doorslapen, nog één wandeling om nog eens flink de benen te strekken en dan gooien we de trossen los om het ruime Noordzee-sop te kiezen. Nogal wat mensen zien zo’n meerdaagse zeiltocht als iets om tegenop te zien. Alsof het zonde is van de tijd… Voor ons is het gewoon een deel van onze vakantie. Dagen worden nachten worden dagen. Zonsopgangen en zonsondergangen. Notities in het logboek om de één à twee uur vullen bladzijde na bladzijde.. Niet alleen dat dag en nacht zeilen -stoppen jullie dan ergens om te slapen, nee hoor- is voor velen moeilijk te vatten.

Ook over het eten aan boord worden veel vragen gesteld. Ravioli uit blik, instant noodles of corned beef? Niet dus. “Qu’est-ce qu’on mange ce soir?” Het was tijdens zeilvakanties uit mijn jeugd de dagelijkse vraag van Alain, zeilvriend van onze familie. “Wat eten we vanavond?” Het zou een niet zo vreemde vraag zijn, als ze niet elke ochtend al tijdens het ontbijt werd gesteld… Eten aan boord, en in het bijzonder de warme maaltijd, speelt een niet te onderschatten rol tijdens een meerdaagse zeilreis. Het zorgt niet alleen voor de nodige energie, maar net als notities in het logboek brengt het rust en structuur in lange dagen. Dreigt je tijdsgevoel wat wazig te worden op zee, dan zorgen ontbijt, lunch en avondeten voor houvast. En een hartige, geurige, dampende maaltijd, dat is hartverwarmend als een warme muts of droge laarzen. Daarom rond ik dit reisverhaal graag af met 10 eet-ideetjes voor warme maaltijden op zee. Het is wat ik bereidde tijdens onze heenreis naar en terugreis van Noorwegen. Op een eenvoudig gasfornuis. En telkens met een zonsondergang als dessert…

De heenreis. Nieuwpoort – Skudenes. 6 – 10 juli 2018

1. Courgettes gevuld met gehakt, aardappelen

Courgettes – gehakt – uitje – look – peper – zout – tijm – oregano – aardappelen

Courgettes wassen, niet schillen. Doormidden snijden en uithollen met een lepel. Vruchtvlees fijnhakken en samen met een gesneden uitje en look mengen met het gehakt. Kruiden met peper en zout, tijm en oregano. Courgette helften vullen met het gehakt-groenten mengsel en in de oven. Aardappelen koken.

Tip: niets zo handig als een ovenschotel. Met een gasoven is het soms wat zoeken, de temperatuur is minder goed verdeeld dan in die luxe heteluchtoven van thuis. Zet het gas niet te hoog, draai je ovenschotel af en toe en heb wat meer geduld.

2. Ratatouille en kippenfilets 

Paprika’s in drie kleuren – aubergine – ui – look – peper – zout – tijm – oregano – laurierblad – kippenfilets

Uitje en look stoven in olijfolie. Fijngesneden paprika’s en aubergine toevoegen. Peper, zout, tijm, oregano en een laurierblad. Kippenfilet bakken.

Tip: met deze groenten heb je wellicht te veel voor twee. Bewaar het afgekoelde overschot in een vershoud-doos in je koelkast en eet het de volgende dag koud bij de boterham of slaatje.

3. Steak, champignons en gebakken aardappelen

Steak – champignons – boter – aardappelen – peper – zout

Aardappelen koken, afgieten en in dikke ‘frieten’ snijden. In dezelfde pot de champignons in hete boter stoven en kruiden met peper en zout. Steak naar wens bakken. Als de steak bijna klaar is, aardappelen aan de pan toevoegen en even omscheppen tot ze bruin zijn. Champignons toevoegen.

Tip: voor dit gerechtje gebruik je slechts één pot en één pan. Weinig afwas in je kombuis is belangrijk. Ten eerste omdat afwassen niet zo leuk is. Ten tweede omdat je altijd zuinig bent met water aan boord.

4. Eenpansgerecht met aardappelblokjes, spekjes en sluimererwten

Gerookte spekblokjes – aardappelen – sluimererwtjes

Zet de pan op gasvuur met of zonder vetstof. Als de pan heet is, doe je de spekjes er in. Voeg de rauwe, in kleine blokjes gesneden aardappelen toe. Laat samen bakken. Als de aardappelen bijna gaar zijn, schud je de groentjes erbij. Geef het nog een minuut of tien.

Tip: vanaf windkracht zeven wordt koken aan boord een helse klus. Maar bij zwaar weer wordt een hartige maaltijd meer dan ooit gewaardeerd. Een eenpansgerecht is hiervoor ideaal. En bijna zo gemakkelijk als instant noodles. Maar een pak lekkerder en gezonder! Omdat je eten bij storm zó van je bord waait, serveer je de warme hap beter in een kommetje. En met een lepel, dat eet gemakkelijk.

5. Volkorenpasta met zalm en pesto, tomaten en parmezaan

Gerookte zalm – volkoren spirelli – tomaten – ui – parmezaan – pesto – rucola – basilicum

Kook de spirelli zoals aangegeven op het pak. Laat ui en tomaat sudderen in een bodempje olijfolie. Meng door de pasta en hussel de zalm en de pesto er door. Afwerken met schilfers parmezaan en een nestje rucola.

Tip: pasta afgieten is een spannende klus op een boot. Ik gebruik twee ovenhandschoenen in plaats van de gewone pannenlappen.

De terugreis. Rott – Nieuwpoort. 22 – 26 juli 2018

6. Kip currysaus met champignons, rijst

Kippenfilets – rijst – champignons – ui – curry – kurkuma – peper – zout – bloem – melk

Kip in blokjes snijden en aanbakken in boter. Uitje er bij. Champignons in vieren snijden en laten meebakken. Kruiden met curry, kurkuma, peper en zout. Laten garen op een zacht vuur met het deksel op de pot. Afgieten door een vergiet maar het vocht opvangen. Klont boter smelten, lepel bloem er door roeren en met het vocht tot een saus roeren. Heb je te weinig vocht, dan kun je melk toevoegen. Kip en champignons bij de saus voegen en eventueel nog wat curry toevoegen. Serveren met rijst.

Tip: bij het boodschappen doen zijn houdbaarheidsdatums cruciaal. Ik bereid mijn maaltijden ook in functie van die datums. Kip bederft sneller dan de meeste andere vleessoorten en die gaat dan ook in het begin van de reis in de pan…Verder heb ik altijd een paar ‘noodmaaltijden’ extra, je weet nooit precies hoe lang je op zee zult zijn…

7. Zalmfilet, puree met seter rømme en lenteuitjes, boontjes

Zalmfilet – aardappelen – zure room – lenteuitjes – boontjes – boter – peper – zout – nootmuskaat

Kook de boontjes en houd warm. Kook de aardappelen. Voeg een klontje boter en een schep zure room toe en pureer. Kruid met peper, zout en nootmuskaat. Snij een paar lenteuitjes fijn en roer de snippers door de puree. Strooi de rest van de lenteuitjes over de boontjes. Serveer met de kort gebakken zalmfilet.

Tip: speel niet op veilig als je in een vreemd land je boodschappen doet. Ga voor lokale ingrediënten, ze geven iets extra’s aan de vertrouwde gerechten uit je kombuis. Zeg nu zelf. Laks filet med seter rømme, klinkt bijzonder toch?

8. Chili con carne, nacho’s

Rundsgehakt – rode ui – blikje maïs – blik rode bonen – blik gepelde tomaten – 1 rode paprika – peper – zout – komijn – paprika – chilipoeder of chilivlokken – zure room – lenteuitjes – nacho’s (maïstortilla’s)

Stoof ui en look, voeg gehakt en paprika toe. Kruid pittig. Laat alles wat aanbakken en roer er de tomaten uit het blik door. Geef het wat tijd op een laag vuurtje. Voeg bonen en mais toe en laat nog even goed doorwarmen. Verdeel over kommetjes, bestrooi met gemalen kaas, een schepje zure room en lenteuitjes. Je hebt geen bestek nodig, gewoon dippen met de nacho’s.

Tip: in de supermarkt in Stavanger waren de hoeveelheden voorverpakt vlees te groot voor ons twee. Ik gebruikte de helft in dit gerecht, en bewaarde de rest in een vershoud-doos in de koelkast voor de volgende dag. Vershoud-dozen, je kan er niet genoeg van hebben aan boord. Als je zo veel mogelijk in dozen bewaart, heb je minder geurtjes in de scheepskoelkast!

9. Spaghetti bolognese, less is more

Tomaten – rundsgehakt – ui – look – spaghetti – gemalen gruyère kaas

Stoof ui en look in olijfolie, roer er het rundsgehakt door. Voeg de in stukjes gesneden tomaten toe en laat wat sudderen. Kook de spaghetti.

Tip: als je wat vergeten bent, heb je op zee natuurlijk een probleem. Je kan nu eenmaal  niet ‘even naar de winkel’… Maak je vooral niet druk en doe alsof je gerecht zo bedoeld was. In dit geval: ik had de champignons vergeten…

10. Lasagne, restje spaghetti, courgette (pasta buffet!)

Een pak kant-en-klare lasagne – een restje spaghetti – een halve courgette – look

Zet de lasagne in de oven. Stoof de in blokjes gesneden courgette in olijfolie, geef wat fijngesneden look en voeg het restje koude spaghetti toe. Goed laten doorwarmen.

Tip: niets zo leuk als kliekjesdag, mijn kinderen waren er verzot op. Met restjes maak je nooit twee keer hetzelfde. En het leukt minder culinaire happen zoals deze kant-en-klare lasagna op. Pasta buffet, klinkt geweldig, niet?

Smakelijk!

Een weekend in Stavanger. Veel kleuren, héél veel eten… en olie!

Vrijdag 20 juli 2018

Dingen durven wel eens tegenvallen als je verkeerde verwachtingen koestert. Stavanger dus.

Overdonderd zijn we bij aankomst. Door gigantische cruiseboten, feestgedruis, rijen tenten die het zicht op de stad bederven, en oververhitte Noren die zwetend de zomer van hun leven meemaken. Een food festival, had ik gelezen. ‘Leuk’, had ik gedacht. Maar toen wist ik nog niet dat er tijdens Gladmat zo’n 250 000 mensen in vier dagen over Stavanger heen walsen…

Drie jachthavens heb je hier. Vågen, in het centrum van de stad, is niet toegankelijk wegens het festival, Børevika, het haventje bij het Ojlmuseum ligt afgeladen vol, en dus varen we door naar de iets verder gelegen marina op het eilandje Grasholmen. We zijn loom door de warmte en pas als de zon begint te zakken wandelen we in de zwoele avondlucht naar de stad. Het is vrijdag, het weekend begint en het is de avond voor mijn verjaardag…

Maar de romantische tête-à-tête die me beloofd is blijk ik wel te kunnen vergeten. Er heerst hier een drukte die me nog het meest doet denken aan een luid après-ski terras, veel mensen, veel bier, veel lawaai..

Eerst staan we in de rij bij Fisketorget, een populair visrestaurant waar we aan een tafeltje vlak onder twee luidsprekers belanden, goed voor een miljoen decibels. ‘Hier eet ik niet’, grom ik en we laten het moeizaam verworven tafeltje voor wat het is. Iets verderop langs de kade ligt een groot, groen schip. Iedereen komt er om kongekrabbe of king-krab te eten. Druk druk druk. Als we na lang aanschuiven een plekje bemachtigd hebben, in de avondzon dan nog, ben ik bijna euforisch.

Tot blijkt dat we enkel nog een glas witte wijn kunnen bestellen, de kongekrabben zijn uitverkocht… Een bakje halen aan een van de vele eettenten -heb je die roofzuchtige meeuwen al gezien- vind ik niet meteen iets voor een verjaardagsetentje… We wringen ons tussen de mensenmassa terug naar het eerste restaurant. En kijk, we kunnen aanschuiven aan een lange tafel. Bij een overheerlijke schotel zeevruchten babbelen en lachen we links en rechts met onze onbekende tafelgenoten. De beste remedie tegen onvoorzien feestgeweld is er in meegaan. En champagne…

IMG_5516

Zaterdag 21 juli 2018

Omdat Gladmat pas na de middag op dreef komt gaan we vandaag tijdig op pad om de stad te ontdekken. En was mijn kijk op Stavanger gisteravond al iets roziger geworden, dan krijgt die gaandeweg steeds meer kleur. Fleurige straten, verrassende graffiti, hippe winkeltjes, dit is een vrolijke stad!

En als ik in het Norsk Oljemuseum tijdens een beklijvende kortfilm kennis maak met “Oil Kid” Thomas en de recente geschiedenis van Stavanger, ben ik helemaal onder de indruk. Behoorde Noorwegen in de 19de eeuw nog tot de armere landen van Europa, nu zijn ze in amper twee generaties het zesde of zevende rijkste land van de wereld geworden! De ontdekking en ontginning van flinke voorraden gas en olie in de Noordzee in 1969 veranderden het leven van de gemiddelde Noor kompleet. Een berg geld heeft ook een lastig kantje. Noorwegen werkt hard aan een ecologisch voorbeeldig imago, maar valt dat wel te rijmen met die vervuilende bron van inkomsten? En hoe verleidelijk is het om naar steeds meer olie te willen boren, en wat als die zich in een ongerept gebied als de Lofoten bevindt?

Hoe dan ook, het museum laat op een knappe manier alle kanten van de oliewinning zien. Ik denk terug aan die ene stormachtige dag op onze tocht van Nieuwpoort naar hier. We passeerden toen dicht  langs een van de talloze booreilanden in de Noordzee. Het zal je werkplek maar wezen…

Als de drukte begint toe te nemen zoeken we de rust op van Gamle Stavanger, de oude stad. Stille straatjes, witte huisjes. We ronden af met een bezoekje aan het maritiem museum dat ondergebracht is in een krakend oud houten pakhuis.

Het was geen liefde op het eerste gezicht maar dat is intussen helemaal goed gekomen. Als echte Gladmat-gangers laten we ons meevoeren met de mensenstroom langs de kraampjes, ik laat me verleiden tot wat culinaire verwennerijen, streelzacht gerookte zalm, Noors zeezout… En tot slot nemen we afscheid van Stavanger met een portie romige vissoep!

Afspraakje in Ådnøy, doorzakken op Langøy

Woensdag 18 juli 2018

“A, met zo’n bolletje er op, D, N, O met zo’n schuine streep er door, Y. Ådnøy, ja. Coördinaten? 58°55’1N 5°59’8E. Wat zeg je, we hebben jullie wakker gebeld? O jee, oprechte excuses…” Mijn wangen kleuren rood, maar dat zie je niet over de telefoon. “Nee hoor, geen haast, we zien jullie vanavond of morgenochtend, ook goed, wat er het beste uitkomt…”

Ik heb net gebeld met Jan-Willem van Iskander. En van Renée. Iskander is een Breehorn 41 in een bijzonder mooi blauw. Of is het groen? Iets er tussenin. Maar zo mooi, dat er intussen al meer Breehorns in een vergelijkbare tint rondvaren. We leerden Jan-Willem en Renée kennen op onze allereerste winterontmoeting van de Breehornzeilers. En er was een vage afspraak geweest. Zij planden dit jaar in juli een zomervakantie in Noorwegen, wij ook. Eind juni whatsappen we elkaar onze vaargidsen en kaarten maar veel concreter dan “Ergens in het Noorden borrelen?” wordt de afspraak niet. En zo hoort het ook met een zeilboot…

MarineTraffic verklapt dat ze een week na vertrek uit Nederland niet in Noorwegen maar in Schotland zijn. Daarna in Kirkwall, Orkney. Hm, geen Noorwegen dus. Tot er een verrassend whatsappje komt dat ze van daaruit vertrokken zijn richting Stavanger.

En nu heb ik ze wakker gebeld… Wij zijn vroeg op hier in Lysebotn en het is me helemaal ontgaan dat zij net een tocht van 250 mijl achter de rug hebben. Kort na de middag vertrekken we naar Ådnøyvågen, zo heet het baaitje op het eiland Ådnøy. Las prikte het op de kaart omdat het ongeveer halverwege Stavanger en de Lysefjord ligt en onze Imray Pilot het omschrijft als ‘attractive’ en ‘sheltered’…

De Lysefjord terug uit varen is mooi, en je raadt het nooit, de wind zit weer maar eens lekker tegen. Opnieuw hangen de wolken laag en dreigend boven de fjord, maar later klaart het op.

Wanneer we de baai van onze afspraak binnenvaren, ligt Iskander daar al vredig geankerd in een stralende avondzon. Dus tóch borrelen in Noorwegen!

Het borrelen gaat over in avondeten, het avondeten in dessert en al zijn het de langste dagen van het jaar, het is al pikdonker als Iskandertjes met hun bijboot terugpeddelen…

Donderdag 19 juli 2018

Stil, zomers en mooi is het hier in onze paradijselijke ankerplaats. Luieren in de zon, zwemmen in het koele water, een stukje lezen, meer hoeft niet. Na de middag lichten we het anker en nemen afscheid van Iskander…

Stavanger staat nog op ons programma, maar we stellen de drukte van de stad nog even uit en varen naar het kleine eilandje Langøy. Las prikt het op de kaart omdat het op slechts 2,5 mijl van Stavanger ligt en onze Imray Pilot het omschrijft als ‘attractive’ en ‘convenient’…

We liggen er langszij bij een gezellige Noorse familie die geen neen zegt tegen een Belgisch biertje. Borrelend gaat de avond over in de nacht…

BewarenBewaren

Preikestolen, de onderkant

Vaar je nu helemaal tot het eind van zo’n fjord of niet?

Dinsdag 17 juli 2018

Waren we gisteren óp de Preikestolen, vandaag willen we er met onze boot onderdoor. Als je de Lysefjord in vaart kom je na zo’n 7 mijl langs de beroemde rots en helemaal op het eind van de ruim 20 mijl lange fjord ligt Lysebotn, een beetje het eind van de wereld. Of ja, zo lijkt het toch. Het idee om zo’n fjord helemaal tot het eind uit te varen vind ik onweerstaanbaar. Maar Las, die vindt het eigenlijk maar niets… Door tunnelwerking is zeilen er in zo’n fjord meestal niet bij, de wind kan er gemeen hard tegenzitten. Ook René Vleut van de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee is geen fan. Hij waarschuwt ook nog eens voor de ongemakkelijke houten afmeersteiger in Lysebotn waar je uiterst oncomfortabel kan komen liggen bij westenwind. “Waarom al die mijlen op motor varen, laat ons nu gewoon tot onderaan de Preikestolen varen en dan zien we wel…”

De Noorse zomer heeft een licht onweerachtig kantje gekregen, met sneeuwwitte en donkerblauwe wolken tegen een helblauwe hemel.

De zon speelt verstoppertje. Het ene moment verlicht ze de dikbeboste steile fjordwanden fel, even later verschuilt ze zich en zijn de hellingen duister, dramatisch theatraal. Uit het niets regent het plots warme pijpenstelen, de bui is even snel over als ze gekomen is.

Wat een wisselend schouwspel. Superlatieven schieten te kort. Blauw speelt de hoofdrol. Blauw in alle mogelijke schakeringen. Zwartblauw voor het water, honderden meters diep, hardblauw voor de lucht, teer babyblauw voor de nevel die komt en gaat.

En dan tekent ineens, heel hoog boven ons, het vierkante silhouet van de Preikestolen zich af. Aan de rand zie je een glimp van de mensen boven. Ze hebben net de twee uur durende tocht gedaan, als goden kijken ze uit over de fjord diep beneden en het imposante landschap rondom, ze voelen zich reusachtig. Wij kijken 600m omhoog, voor ons lijken ze piepklein, als wriemelende kevertjes.

En nu heel even, terzijde. Het is niet de eerste keer dat ik hier kom. Welgeteld 41 jaar geleden waren wij hier met de familie, met onze Klabetter, een Spirit 28. En geloof het of niet, daar zijn beelden van. Zoals bij voorbeeld: ik in een oranje plastieken zeilpak -zó 1977!- op een boot onder de Preikestolen…

En 41 jaar, dat mag dan wel lang geleden zijn, deze plek blijft onwrikbaar indrukwekkend. We varen zo dicht mogelijk onder de rotswand door, de dieptemeter gaat niet onder de 80m. De magie van de fjord doet haar werk want terwijl hij mij een kus geeft, vlak onder de Preikestolen, fluistert mijn schipper in mijn oor: “Komaan, het is goed, we varen door tot Lysebotn…”

zo’n 3 uur later…

Voor ons moet Lysebotn liggen. We turen door de verrekijker. Een ferry meert af aan de voor hem bestemde kade. Links er van een houten afmeerwand. Daar moeten we zijn. De ferry vertrekt weer. En dan, zomaar ineens, wordt alles opgeslokt door donkere wolken. Wég hellingen, wég kade, wég alles. Vóór ons één dikke zwartblauwe brij. Een bliksemschicht, gevolgd door een donderslag.

We zijn op amper een kwartier van onze bestemming maar ik schiet de kajuit in om laarzen en zeilkledij aan te trekken. Uren was het warm en windstil, nu steekt uit het niets een kille stormwind op die het fjordenwater tot kleine schuimkopjes klopt. De regen roffelt ze weer plat.

In de stromende regen meren we af, luttele ogenblikken later haalt de zon alweer brutaal uit. Een regenboog, een schoongespoelde lucht, stilte. Lysebotn.

Voor de rest van de avond doen we niet veel meer dan ons vergapen aan de avondlucht.

“Goh, ik ben wel blij dat we tot hier gekomen zijn…” zegt Las nog. Dus ja, helemaal tot het eind van zo’n fjord varen, dat moet je écht eens doen…

Preikestolen, de bovenkant

Maandag 16 juli 2018

Een Aziatische vrouw met een kitscherige parasol tegen de felle zon, in het goudgeel gehulde look-alikes van de dalai lama, zwetende vaders als dappere sherpa’s, hun kinderen in ingenieuze draagsystemen op de rug, oudere dames die zich een weg banen met twee Nordic walking prikkers waar je ze eerder een Noorse trui mee zou zien breien. Naar zonnecrème ruikt het hier, naar zweet en deo. Flarden Spaans, Noors, plat Antwaarps, Duits…

 

Het kleurrijk circus waarin we aanbeland zijn is de wandeltocht naar de Preikestolen, de (t)róts van Noorwegen.

Een karavaan van mensen van alle leeftijden, alle nationaliteiten, jong en oud, dik en dun, mooi en minder mooi, hijst zich hier de 600m op naar de rots aller rotsen. Alle mogelijke merken van outdoor kleding en sportief schoeisel passeren hier de revue, de ene outfit al eleganter dan de andere. Maar circus of niet, het zijn voor iedereen dezelfde kilometers en het is voor iedereen even warm in deze onwezenlijk hete Noorse zomer.

Twee uur stappen heen, twee uur stappen terug. Sommigen hijgen, gezichten lopen rood aan. Maar iedereen gaat koppig door, voetje voor voetje, want iedereen wil hetzelfde. De rots. Preikestolen. De preekstoel. In de kerk de plek waar donderpreken over gelovige zieltjes uitgespuwd worden. Op een boot de roestvrijstalen constructie op de boeg, voor de bemanning bescherming tegen brekende golven, een houvast.

Maar op die postkaart-rots hier in Noorwegen, is geen houvast. Uitdagend leunt het 25 bij 25 meter granieten plateau over de diepblauwe Lysefjord, geen hekje of relingetje te bekennen. Het water beneden even diep als de rots hoog is, 600m. De zon zindert.

Hier, op het uithangbord van Noorwegen, eten en drinken de mensen als was het de McDonalds, staan in de rij voor de foto van hun leven, struikelen over rugzakjes, wandelstokken en statieven. Het is uitkijken voor selfie sticks en drones, iemand gaat warempel op de rand van de afgrond op haar hoofd staan, er wordt driftig geklikt op mobieltjes….

Maar mijn schipper, die is stil.

Hoogtevrees speelt hem parten. Trotseert hij met gemak de ruwste zeeën, zijn benen worden als rubber in de buurt van kliffen, rotsen, afgronden. Ondraaglijk vindt hij het dat ik er net van hou om toch maar even over de rand te kijken. Ik vind het wauw!

Om hier te komen zeilden we gisteren 15 mijl van het lieflijke eiland Sauøya naar Jørpeland. Een bescheiden jachthaven bij een ietwat saai en slaperig stadje. Maar Jørpeland heeft een bank en een postkantoor, een paar winkels en supermarkten, je kan er diesel tanken en de bus naar de Preikestolen stopt er op vijf minuten lopen van de haven.

Hoe praktisch dit alles ook mag zijn, na de drukte van ons toeristisch dagje verlangen we vooral naar de stille leegte van een baai. Terwijl Las diesel tankt, haal ik snel groenten, fruit, vis en vlees voor enkele dagen en in de late namiddag varen we de Høgsfjord over, 7 mijl naar Tingholmen, een kruimel van een eilandje.

Afgemeerd tegen een steile rotswand waar de warmte van de dag nog af straalt, genieten we van de stilte, een lekkere spaghetti en de laatste avondzon. De Preikestolen zit in onze kuiten, de wijn in ons hoofd, we hoeven niet gewiegd te worden…

Dinsdag 17 juli 2018

Tingholmen. Je moet het eens hardop zeggen. Het klinkt fris als een belletje of een klokje. Net zo fris als wij na een verkwikkende nachtrust op deze muisstille plek. Na een kleine wandeling op ‘ons’ eiland, vertrekken we naar de beroemde Lysefjord. We willen de Preikestolen nog wel eens zien, maar nu van de onderkant…

De Noren gereserveerd, zeg je?

“Weet je wat er zo speciaal is aan de Noorse windmeters? Ze wijzen altijd met hun pijl naar waar de wind vandaan komt!” Arve en Cecilia lachen hartelijk. We hebben het hier al ondervonden, tussen de eilanden draait de wind verrassend en ja, hij lijkt steeds weer tegen te zitten…

14 – 15 juli 2018

Sauøya

Zachtjes varen we de baai binnen. En we zien het meteen, dit plekje is een paradijs. Spiegelglad turkoois water, een kleine kom. Er ligt een zeilboot voor anker. Het stel op de boot zwaait naar ons. Geen klein wuifhandje of een snelle strakke ‘hoi’, maar een brede trage zwaai, heen en weer in een duidelijke boog. Ik hou van dit gebaar, die typische bootmensen-zwaai…

Twee vaargidsen hebben we aan boord, de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee van René Vleut en de Imray Pilot Norway van Judy Lomax. Het boek van René Vleut bevat een schat aan informatie maar omvat zo’n uitgestrekt gebied dat er niet echt in detail kan worden gegaan. Dat doet de Imray Pilot dan weer wel. Maar 25.000 km kustlijn krijg je niet zomaar in een boek gepropt, dat is duidelijk. Verder hebben we nog twee heerlijk gedetailleerde atlassen van de uitgeverij NV Verlag, NO 5 en NO 6.

Het plekje dat we voor vandaag uitgekozen hebben, een baai op het eiland Finnøy, bevalt ons niet echt, er staan te veel huizen, er is een zeilclub, het is er te druk. We varen door naar het piepkleine Sauøya…

Daarvoor moeten we om het eiland Bokn heen en of je daarvoor noord of zuid kiest, maakt niet uit, het is ongeveer even ver. In de hoop de wind eens niét tegen te hebben, kiezen we voor de zuidkant… Maar wat ik niet gezien heb op de kaart is dat er op deze vaarroute een kabel van 22m tussen twee eilanden hangt. Help, onze mast! Zijn we nu 20, 21 of 22m doorvaarthoogte? Veel tijd om ons hierover druk te maken, is er niet. We schuiven sneller dan ik wil dichter en dichter naar de kabel toe, die voor mij slechts halverwege onze mast reikt. Ik weet wel dat dit gezichtsbedrog is maar tot de laatste seconde ziet het er griezelig te laag uit. Ik verbaas me er over hoe rustig Las blijft wanneer we er probleemloos onderdoor gaan. “De kaarten nemen een goeie marge, en het is laag water…” Even later liggen we voor anker in een filmdecor.

De Noren op de zeilboot een eindje verderop blijven uitnodigend kijken en lachen naar ons. Als Las er met de bijboot naar toe roeit en ze voor een drankje en een babbel aan boord uitnodigt, zijn ze “ja, takk” meteen akkoord.

We maken kennis met Cecilia en Arve, een hartelijk koppel uit Tananger. Oprecht openhartig bekennen ze zopas onze vlag gegoogeld te hebben, want waren even in twijfel of het nu een Duitse vlag was of niet. Ze hebben bewondering voor het feit dat wij hier aan de westkust komen zeilen, volgens hen wil iedereen naar het meer mondaine zuidoosten van Noorwegen. Maar zij zijn fier op hun iets minder toeristische vaargebied. Met de kaarten er bij duiden ze nog een paar mooie plekjes aan en geven ons het advies om naar Jørpeland te varen in plaats van naar Tau als we naar de Preikestolen willen. Waar ze, voegen ze er fijntjes aan toe, zelf nog nooit geweest zijn wegens te toeristisch… Hún favoriete zeilgebied is de Hardangerfjord. Dat is die van op ons ooit-nog-to-do-lijstje.

Arve is wég van onze real sea-going boat zoals hij onze Breehorn noemt. ‘Een boot om mee naar het Noorden te varen,’ zegt hij dromerig, ‘de Lofoten…, en verder.’ Nog meer op ons ooit-nog-to-do-lijstje dus.

We kletsen en lachen de zomerse avond weg met kleurrijke zeilverhalen. De volgende ochtend blijven we nog tot een stuk in de namiddag in dit mooie plekje vooraleer we ons anker lichten en doorvaren naar Jørpeland en de Preikestolen..