Opkruisen… Voor Dummies?

Je kent ze wel, die leuke quotes over zeilen. Je vindt ze op posters, t-shirts en sierkussentjes in het kneuterige hoekje van de ship chandler. Er soms zijn er hele boekjes aan gewijd:

Leuke zeil quote

Sailing: The fine art of getting wet and becoming ill while slowly going nowhere at great expense.

Ondanks de overdrijving is het niet eens zo fout. Als ik denk aan opkruisen bij voorbeeld, kletsnat worden van het overkomende buiswater, je armen lam draaien aan de winchen, om dan vast te stellen dat je nauwelijks vooruit komt. Waarom? Aan niet-zeilers moeilijk uit te leggen. Aan zeilers eveneens moeilijk uit te leggen. Je wil komen waar de wind vandaan komt maar in de wind zeilen kan niet. Er zit dan niets anders op dan zeilend zigzagsteekjes maken, zo dicht mogelijk bij de zogeheten rhumb line, zeg maar, de kortste weg naar huis. Waarbij je heel wat meer mijlen aflegt dan de bedoeling is. Je kan natuurlijk ook je motor bijzetten en vol tegen de wind in varen, recht op je doel af. Maar neem het van mij aan, dat is ook geen pretje. In de wind is meestal ook in de golven en bijna nog meer afzien voor boot en bemanning dan het verfoeide opkruisen.

Maar er is ook de romantische kant, het triomfantelijke gevoel van je doel zeilend bereikt te hebben. Het afzien, het zout op je lippen, elke gewonnen mijl.

Twee opmerkelijke opkruis-momentjes die ik niet licht ga vergeten: een zeiltocht naar Edinburgh, Schotland, waarbij we in de Firth of Forth he hele eind van Bass Rock tot Granton laverend aflegden.

En een bescheidener tochtje naar Duinkerke. Dat een pak minder bescheiden wordt als je het smalste stuk er van opkruisend aflegt, tussen de banken, met weinig speelruimte.

En soms lukt het gewoonweg niet. Zoals bij onze laatste tocht van Ramsgate naar Nieuwpoort. Opkruisen was door wind én stroming zelfs geen optie, het leek wel de Processie van Echternach, drie stappen vooruit en twee achteruit..

Maar als het wél vlot, en we met goed scherp gezeilde rakken vooruitgang boeken, vindt mijn schipper het práchtig. Hij houdt van de helling, het opspattende buiswater en het gevoel van snelheid.

Ik daarentegen, hou net zo veel van een voor-de-windse koers. Zeiltje uitgeboomd, -vlinderen zoals dat heet- de boot vlak op het water en ook een uitdaging om te sturen.

En er zijn gelijkgestemden…

‘Can we go downwind now please. I’ve been hit in the face by a grill pan.’ (Julian Megson)

 

 

Winterblues

Ja, mijn schipper heeft er last van. Winterblues. Zijn schouders gaan wat hangen, er zit een frons vastgehaakt tussen zijn wenkbrauwen, kortom, hij treurt. En als hij uit verveling pudding begint te maken, dan weet ik het wel zeker. Er moet iets gebeuren.

Of we dit weekend plannen hebben, vraagt hij. Om er dan met een diepe zucht aan toe te voegen dat hij wel eens zou willen varen. Een smeekbede is het. NE 5 bft op zaterdag, NNE 5 bft op zondag. ‘Dan varen we toch naar Ramsgate’, glimlach ik. Hij kijkt me aan alsof hij de Euromillions gewonnen heeft.

Zaterdag vertrekken we vroeg. ’s Nachts heeft het gevroren. Er ligt een flinterdun maar spekglad ijslaagje op het teak dek. Heel verraderlijk, want je ziet het niet. Als we iets voor achten het havenhoofd van Nieuwpoort achter ons laten, kondigt een vurige zonsopgang een mooie dag aan.

Sommige mensen vinden dat raar, zeilen in de winter. Alsof die twee niet samen gaan. Maar kijk, we hebben wind mee. Niet te veel, niet te weinig. En het is droog, meer zelfs, de zon schijnt! O ja, voor ik het vergeet, de stroming zit mee. Toegegeven, het is koud. Maar voor mij is dat simpelweg 4-1. Gewonnen dus. Je kan het ’s zomers slechter treffen.

Verder houdt de Webasto verwarming de temperatuur binnen op 16, 18°C. Als je -gekleed als een poolreiziger- van buiten de kajuit in komt, voelt dat aan als een sauna. En dan niet te vergeten, onze ‘veranda’! Een beetje een oneerbiedige benaming voor de stevige canvas afsluiting van de vaste buiskap, met het nodige vakmanschap gemaakt door Toussein uit Brugge. Het vergroot de kajuit als je binnen bent en het zorgt buiten in de kuip voor een plek waar je beschut zit maar toch uitzicht hebt.

Dover Strait, het Kanaal, The Channel. Meer dan 400 zeeschepen varen dagelijks door dit smalle stuk vaarwater, gebruik makend van de traffic lanes, lees: snelwegen maar dan voor schepen. Hier oversteken doe je haaks op de vaarrichting van die commerciële scheepvaart. Uitkijken geblazen!

In goed zeven uur varen bereiken we Ramsgate. De aanloop is erg woelig, er staat een koppige zee en we zijn dan ook blij wanneer we de haven invaren en even later goed en wel aangemeerd liggen.

De haven ligt er verlaten bij. Na een ijzige wandeling en een warme hap verlangen we naar ons bed. Een winterse zeildag vreet energie…

Maar we slapen slecht, de wind rammelt aan alles waar ze aan rammelen kan, elk uur vertrekken er -met het nodige kabaal- werkschepen voor de windmolenparken.

En dan wordt het zondag… Koud is het. Wat zeg ik, berekoud. Er is veel meer wind dan voorspeld. Die zit ook meer tegen dan voorspeld. En de stroming, die is ook tegen. Wind, drift en stroming dwingen ons fiks uit onze geplande route, een poging tot opkruisen maakt ons duidelijk dat er met de elementen niet te sollen valt. We keren gewoon terug van waar we komen. Doorvaren dan maar, al is het niet in de goede richting…

Als we de traffic lanes gekruist zijn en voor de Franse kust varen, wordt het duidelijk dat het nog een heel eind wordt naar Nieuwpoort. De wind haalt intussen uit tot boven de 40 knopen, daar is geen doorkomen aan. Mijn schipper besluit wijselijk om Duinkerke aan te lopen. Alain, een goede zeilvriend, is bereid ons te komen halen. De boot, die varen we later in de week wel terug naar Nieuwpoort.

Te harde wind, uit de verkeerde richting bovendien, stroming tegen, nu en dan een klets ijswater over je heen, en ten slotte niet aankomen waar je wou zijn. Verloren met 5-0?

Toch niet. Want die winterblues, die zijn weggewaaid…

Breehornzeilers, bruine bonen en ijsschuitzeilen

Raasdonders en bramstaglopers…

Raasdonders, dat zijn bruine bonen en bramstaglopers, dat zijn kapucijners. Peulvruchten jawel! Deze woorden googelen zorgt voor verrassend maritiem leesplezier. In de hoogdagen van de zeilvaart waren ze in elk kombuis te vinden. Ze waren goedkoop en in gedroogde vorm ontzettend lang houdbaar. Zo lees ik dat de zeelui bij de Nederlandse Koninklijke Marine ze traditioneel op donderdag geserveerd kregen in de zogeheten ‘Zeeuwse rijsttafel’. En dat een stoofpotje van grauwe erwten met spek en ui ook wel kapiteinskost wordt genoemd. En in Otje, een kinderboek van de onvolprezen Annie M. G. Schmidt, wordt admiraal Strafport razend omdat juffrouw Twiddel van de Stevige Pot hem niet de Kaapse raasdonders kan serveren die hij wil. Gelukkig kan kok Tos dat wel…

Kaapse raasdonders

Stevige zeemanskost is het. En hoewel er soms verwarring heerst rond de twee soorten, over een ding is men het eens. Het eten ervan zorgt steevast voor wind in de broek!

Maar ‘Raasdonders en Bramstaglopers’ is ook de titel van een boek. Een bundel maritieme kortverhalen die lichter verteerbaar zijn dan bonen. En op onverwachte wijze kreeg ik het afgelopen zaterdag cadeau.

Monnickendam

In die Noord-Hollandse stad vindt op 13 februari de winterontmoeting 2016 van de Breehornzeilers plaats. “Breehornzeilers?” hoor ik jullie denken. Inderdaad. Sinds 1999 bestaat er een vereniging van eigenaren van een Breehorn. Ze telt inmiddels ruim 100 leden. Omdat een mens nooit genoeg kan weten over zijn boot, maakten we ons afgelopen jaar lid. Deze winterontmoeting is onze eerste kennismaking. We worden er warm onthaald met koffie en gebak in een monumentaal 16e-eeuws pand. Er volgt een jaarverslag, een bijdrage van de Breehorn werf die dit jaar zijn 50-jarig bestaan viert en de uitwisseling van de Breehorn wisseltrofee. Ten slotte is er nog de fotowedstrijd. Eerder was de leden gevraagd om drie foto’s naar de redactie te mailen, uit die inzendingen werden vijf foto’s geselecteerd en vandaag wordt door alle aanwezigen voor één foto gestemd. Tot mijn verrassing haalt mijn foto het, met een hartverwarmende meerderheid! En krijg ik een boek als prijs.

’s Middags is er een lekkere lunch, gevolgd door een stadswandeling met gids. We beklimmen de toren van de Grote Kerk, bewonderen de bijzondere gevels van de historische binnenstad en eindigen met een tentoonstelling rond ijsschuitzeilen. De Gouwzee ligt er allesbehalve bevroren bij, dus een demonstratie zit er niet in.

De dag wordt afgesloten met een gezellige borrel. Al kennen we bij aanvang niemand, we hebben erg leuke babbels en fijne ontmoetingen met gepassioneerde zeilers. Buiten is het guur en koud, binnen gloeien we bij het luisteren naar verhalen over verre zeilreizen, van Sint-Petersburg tot Ierland.

En het restje van de winter, dat kom ik -niet zonder enige trots- beslist snel door met mijn gezellig boek…

Kaapse raasdonders

Er was een slimme scheepskok, in Kaap de Goede Hoop
Die zocht een lekker maal, voedzaam en goedkoop
Dat niet bederven zou bij verre reizen over zee
Hij nam kilo’s kapucijners, moten spek en uien mee

Het schip dat voer de haven uit, de kok in de kombuis
Ontstak het knappend vuur, van zijn scheepsfornuis
Gooide alles in een pan, kapucijners, ui en spek
De matrozenmagen knorden…. van de geuren op het dek

Ja, raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop

Het avondmaal dat was net op, de borden waren leeg
Toen een groep piraten het achterdek besteeg
De strijd werd fel gestreden, maten vielen bij de vleet
Toen liet de kleine ketelbink plots.. een knetterende scheet

Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders, raasdonders… geven de beste scheten

De geur was haast ondragelijk, dat merkte men alras
De matrozen bukten…. en gaven volop gas
Geen piraat weerstond de stank, de hele bende werd geveld
Het ketelbinkie werd geëerd, hij was de grote held

Met raasdonders, raasdonders van Kaap de Goede Hoop
Raasdonders, raasdonders…. lekker en goedkoop
Want raasdonders, raasdonders, mocht U het nog niet weten
Raasdonders raasdonders… geven de beste scheten.

Uit de tv-serie ‘Otje’ (naar het boek van Annie M. G. Schmidt)

Venkel en anijs, niet voor iedereen?

Venkel en anijs, je houdt er van of niet. En over kleuren en smaken valt niet te redetwisten. Dus als venkel echt je ding niet is, hou maar op met lezen want in dit gerechtje speelt het de hoofdrol… Ben je nog een twijfelaar, probeer dit vissoepje dan eens, ik vind het superlekker! En het is nog gemakkelijk ook.

Waarom ik hier en nu dit soepje maak begint eigenlijk afgelopen zomer. We maakten kennis met Jan en Kathleen van de Bullit, motorboot schuin achter ons, aan de overkant van het water. Onze spiegels kijken naar mekaar, dus zwaaiden we geregeld bij aankomst en vertrek. Ook achter ons, ook aan de overkant, maar aan nog een ander ponton, ligt de Happy Hour van Christine en Philippe. Ook naar hen zwaaiden we en deden geregeld een babbeltje over het water heen. Toen haalden we de bijbootjes er bij en gingen nu en dan ‘buurten’ bij een aperitiefje.

Op een dag leende Kathleen mij een klein fijn boekje, geschreven door een zekere Marianne Plante. Het heet Rallyzeilen – Samen de wereld rond en dat is waar het over gaat. Ik las het in een ruk uit. Zo kwam het dat we nog in diezelfde zomer door onze nieuwe boot-buren ook  voorgesteld werden aan Marianne en Eric Plante, frisse zeventigers met een wereldomzeiling onder de kiel. Gepassioneerd luisterde ik naar hun zeilverhalen.

En nu, op een winterse zondag, zijn we met z’n allen uitgenodigd bij de Plante’s thuis, voor nog meer smeuïge zeemansverhalen (m/v). Elk brengt iets lekkers mee, ik besluit een vissoepje te maken. Omdat we dit weekend doorbrengen op de boot, bereid ik het in mijn kombuis. Met venkel dus…

Wat gaat er in de soep

1 ui – 1 prei – 1 venkel – 2 tomaten – tomatenpuree – venkelzaadjes – Pastis – witte wijn – look – peper, zout, saffraan

Vangst van de dag (of wat de viswinkel heeft, in mijn geval: zalm, gefileerde roodbaars,  kabeljauwfilet, scampi)

Hoe maak ik het

Ui, venkel en prei fijn snijden. Stoven in olijfolie.

Pastis, witte wijn en water toevoegen. Visbouillon oplossen. Kruiden met peper, zout, venkelzaadjes en saffraan. Tomatenpuree toevoegen en op een zacht vuur laten pruttelen.

De tomaten -eerst een kruisje in de schil maken- een 20-tal seconden in de hete soep laten zakken en er terug uit vissen. De schil haal je er nu gemakkelijk af. Pitjes en harde deeltjes verwijderen en fijn snijden. Aan de soep toevoegen.

Als je de soep meteen wil opdienen, kan je de vis, in gelijkmatige stukken verdeeld, enkele minuten in de vis pocheren.

Omdat ik mijn soepje de avond vooraf maakte, pocheerde ik de vis apart en liet beide afkoelen.

Op het moment van serveren, verwarm je de soep tot het kookpunt, voeg je de vis toe en laat alles nog heel even doorwarmen. Geen werk op het moment zelf!

Stokbroodje, boter en goed glas wijn en kruiden met sterke verhalen!

Zeilen van oud naar nieuw…

Ik hou van alle seizoenen. Ook van de winter. De sfeer van Kerst, kaarsen, een knetterend haardvuur, filmpje kijken van onder een dekentje in de zetel. Thuis is het knus, maar ook winterzeilen heeft zijn charme. En ook aan boord maken we het gezellig.

31 december 2015

Het weerbericht is gunstig, zuidzuidwest 4 à 5 beaufort, geen regen. De lucht is wel verdacht donker als we -warm ingeduffeld- de trossen losgooien in Nieuwpoort, en we worden bij het afvaren verrast door een hevige korte plensbui.. Samen met de Festina Lente vertrekken we naar Oostende.

 

Op zee is de winterzon als snel van de partij, de wolken houden het voor bekeken, we varen comfortabel enkel onder genua.

Ken je Janus, die Romeinse god met twee gezichten? Eentje kijkt achterom en eentje kijkt vooruit. Hij was de god van einde en begin, van poorten openen en sluiten. Naar hem werd de maand januari genoemd. We laten het oude jaar achter ons, en gaan het nieuwe tegemoet.. 2015 spoelt weg in ons kielzog.

In Oostende liggen we net niet alleen in de haven.

We trekken de stad in om allerlei lekkers te kopen voor ons oudejaarsavond dineetje aan boord. De kaarsjes branden, de kurken knallen en de kreeften gaan in de pot. Om middernacht is er een spetterend vuurwerk.

1 januari 2016

Zuidoost waait het vandaag, ideaal om het nieuwe jaar in te zeilen, terug naar Nieuwpoort.

O ja, en goede voornemens, die horen er ook bij op de eerste dag van het jaar… Dit keer wordt dat werk maken van het trimmen van de boot. Want we moeten de duimen leggen voor Festina Lente -what’s in a name… Met haar pronte mast en lage waterlijn haast ze zich langzaam en loopt uit op ons, al is ze een maatje kleiner. 2016, er zal gezeild moeten worden!

Shine on You Crazy Diamond

Hebben jullie dat ook, zo een muziekstuk of een nummer dat onlosmakelijk verbonden is met een moment? Waarmee je van bij de eerste akkoorden naar een voorval terugkeert? Zo een nummer dat je nooit meer kan beluisteren zonder terug te denken aan de omstandigheden waarmee het verbonden is? Omdat dat nummer dat moment gewórden is…

Eind 2006, intussen alweer negen jaar terug, zeilden Las en ik als crew mee met Bauvier in de ARC, Atlantic Rally for Cruisers. Van Gran Canaria naar St. Lucia in de Caraïben. Bauvier is een Hallberg Rassy 46, een schitterend schip en de oversteek was een wondermooie tocht. Zeventien dagen en zeventien nachten op de oceaan. We waren met zeven aan boord en zeilden de boot met vier. ’s Nachts liep ik wacht van drie tot zes.

Hoe fijn de ervaring ook was, soms waren die donkere uren lang. Meestal stuurde de automatische piloot en waren we vooral uitkijk. Jan, vriend van de schipper, keek tijdens zijn wacht dvd-tjes of luisterde muziek. Op een nacht, we wisselden van wacht wat gewoonlijk gepaard ging met een kort babbeltje, leende Jan me zijn mp3-speler. ‘Er staat wat van alles op, je ziet maar.’ zei hij.

Het eerste uur spoelt onder de kiel weg, ik onderdruk een geeuw. De nacht is lauw en vochtig. Bij wijze van afwisseling ga ik op de ene bank zitten, dan weer op de andere, check even de gps, de radar, laat het licht van de zaklamp langs zeilen en dek glijden. De wind steekt een tandje bij en ik besluit om zelf te sturen. En waarom niet, met de mp3-speler van Jan in mijn oren.

Ik vind het ‘aan’-knopje maar heb geen idee hoe ik nummers moet zoeken, noch waar de volume knop zit. Op goed geluk dan maar. Wohoow!

Luister…

Uit de oortjes zet bezwerend ‘Shine on You Crazy Diamond’ in. Rinkelende klingelende kristalletjes. Ik sta achter het stuurwiel, de boot snelt als een trein door de nacht. Doordat je in het donker het langsstromende water niet ziet, heb je niet het gevoel van snelheid zoals overdag, heel bevreemdend. Nu, hier, met de slepende intro van Pink Floyd luid in mijn oren, wordt het zelfs hallucinant. En verlammend.

Ik kan niet anders dan luisteren, de muziek is in mijn hoofd. Minutenlang bouwt het obstinate ritme op, muziek en boot sjezen door de donkere nacht. Het ruisen van het kielzog is weg, synthesizers en gitaar nemen over.

Bijna vier minuten verder, daar is de drum. De muziek ontvouwt zich dwingend. De gitaar vervolgt ongestoord haar koers. Geeft dan de beginmelodie terug wat ruimte. Even maar, want daar is ze terug, dominant. Gitaar en melodie cirkelen om mekaar heen.

De oceaan is in een puntig berglandschap veranderd. De boot loopt 7, 8 knopen. En dan -we zijn al acht minuten verder- die stem. Boven mijn hoofd miljoenen sterren, voor me moet de horizon zijn, maar ik zie ze niet, lucht en water zijn één zwarte massa.

Ten slotte neemt de saxofoon het over, warm en sensueel. Uiteindelijk schuift het nummer weg, het eindigt niet echt, verglijdt vaag in de golven, de eerste tonen van ‘Welcome to the Machine’ nemen over…

Dertien minuten en eenendertig seconden. Dat is de tijd die je moet nemen om naar dit monument te luisteren. Met oortjes of een koptelefoon. Sluit je ogen. Beeld je de nachtelijke inktblauwe oceaan in. En een boot die -passaat in de poep- over de golven dendert, nog meer dan duizend mijl te gaan. Dertien minuten en eenendertig beklemmende seconden.

Betoverend.

Toen veranderde dat nummer in dit moment. En omgekeerd. En anders wordt het niet meer. Heerlijk.

Een serieuze Italiaan in Londen

Ik kook graag. En beschouw mezelf als een no-nonsense kok. In mijn keuken geen -tig ingrediënten waarvoor je het halve land afreist, je blauw betaalt en bij gebruik van dat ene schepje, op de verpakking leest dat het te kort houdbaar is om ooit op te gebruiken. In mijn keuken ook geen gesofisticeerde apparaten die -gekocht in een vlaag van culinaire overmoed- vaak roemloos eindigen als kastenvulling, zoals mijn moeder zegt. Op de boot, in mijn kombuis wordt het helemaal downsizen. En dat is leuk. Want hoe meer je met weinig voor elkaar krijgt, des te groter de voldoening.

Zondag 1 november 2015

We zijn met de boot in Dover en hebben de trein naar Londen genomen. Met een plan. Walthamstow ontdekken, en dan vooral de Walthamstow Farmers Market die elke zondag doorgaat van 10 am-2 pm.

Toegegeven, wanneer ik het handvol kramen op het mistige pleintje zie, ben ik wat ontgoocheld. Is dit alles?

Maar schijn bedriegt. Ieder kraam verrast. Groentjes recht van de boerderij, prijswinnende kazen en goudgele boter, geurende broden en succulente taartjes, biologisch appelsap, worstjes en … Italiaanse specialiteiten.

Zo bedeesd als de Britse boerenjongen van de cheddar en de boter is, zo uitbundig de Italiaanse jongeman van The Seriously Italian Company. Terwijl we proeven van pesto met pistachenoten, tapenades, olijven en gnocchi, beschrijft hij met brede gebaren als een magiër wat je allemaal op tafel kan toveren met zijn koopwaar. ‘We gaan vanavond niet op restaurant’, denk ik, wanneer ik proef van de pesto met rucola. Wild rocket pesto. En we kopen ook nog een pak gnocchetti sardi, een pastasoort uit Sardinië, maar dan in Londen gemaakt. Als toetje krijgen we nog een filosofische kijk op het verschil tussen leven in Rome en leven in Londen. En een brede glimlach.

Van mij krijg je een recept.

Pasta pesto Pat Panick

Kip – champignons – rode ui – tomaat – olijfolie – pasta – pesto

Kip, champignons en ui in stukjes snijden. De kip bruin bakken in hete olijfolie, ui en champignons toevoegen en kruiden. Een scheutje rode wijn er over. Op zacht vuur laten garen zonder af te dekken. Ondertussen de pasta koken. Afgieten, op smaak brengen met peper en zout en olijfolie. De fijngesneden rauwe tomaat onder de kip scheppen. Meteen opdienen met een flinke lepel pesto.

Geschaafde Parmigiano (of Grana Padano) zou hier ook lekker bij geweest zijn, maar dat had ik niet aan boord.

O ja, en ook nog dit: onontbeerlijk hierbij is een goed glas wijn. En minstens zo onmisbaar: een olijfolie om u tegen te zeggen. Zoals de olijfolie die thomas & gli altri in Puglia maken. Die heb ik altijd aan boord.

Buon appetito!

Zeilen en een dagje Londen, heerlijke herfst combo!

Halloween, Allerheiligen, Allerzielen, wat dan ook, maar herfst is het nu echt wel. Steeds kortere dagen, herfststormen, regen luiden het einde van het vaarseizoen in. Alhoewel, mijn schipper vindt alle seizoenen goed om te varen. Maar eerlijk is eerlijk, voor mij mag het een beetje minder vanaf nu. We hebben dan ook een fijn compromis gevonden. We zeilen naar Dover, sporen de volgende dag naar Londen en zeilen de derde dag terug naar Nieuwpoort. Voor Las ideaal om nog een flinke zeiltocht te maken, voor mij het perfecte excuus om nog eens naar Londen te trekken, stad naar mijn hart…

Vroeg uit de veren, de Webasto spint als een tevreden kat, ontbijt op zee.

De weerberichten kloppen niet, fijn is dat als ze windstil voorspelden maar het lekker vier beaufort waait, uit het zuidoosten nog wel. Bovendien nog flink wat stroom mee en geloof het of niet, de zon is de hele dag van de partij! Mooier kan je niet hebben op een 31 oktober.

Vlak voor de haven van Dover staat er een woelig zeetje, wind tegen stroom. Als we op een kwart mijl van de haveningang Dover Port Control oproepen om ‘toestemming in’ te vragen worden we vriendelijk verzocht om de volgende keer onze komst al van 2 mijl voor de haven te willen melden. Dat is nieuw voor ons.

De marina in het Granville Dock is niet altijd toegankelijk, de sluisdeur is enkel geopend van 3,5 uur vóór tot 4,5 uur na hoogwater. Een beetje rekenen en tellen, ons zal het maandag goed uitkomen. We liggen ook wel graag in het Tidal Dock, maar hier liggen we rustiger.

1 november. Een aarzelend zonnetje worstelt met de mist. In amper een uur en vijf minuten sporen we van Dover naar Londen. We gaan jaarlijks een à twee keer naar Londen. Met het Hemelvaartweekend zeilen we via Queenborough naar Lime House Marina, met 1 november doen we het half zeilend half sporend. Omdat onze tijd in Londen zelf beperkt is, heb ik altijd een plan. Dit keer is dat Walthamstow gaan ontdekken en dan naar de tentoonstelling ‘The World Goes Pop’ in Tate Modern. Meer dan genoeg voor een dag. Maar eerst naar de markt!

We kopen brood, kaas, boter, pesto en pasta, heerlijk. Langs stille straten -niet te geloven dat je hier amper zes metrohaltes northbound van het drukke St. King’s Cross Pancras bent- wandelen we naar de William Morris Gallery. De Britten koesteren hun helden. Een knus museum, gratis bovendien, omgeven door het prachtige Lloyd park. De ideeën en realisaties van William Morris, denker/ontwerper uit de tweede helft van de 19e eeuw, bezieler van de arts-and-craftsbeweging komen verfrissend over. Verrassend verfrissend. Leefde hij vandaag, hij zou een hipster pur sang zijn.

Een wandeling verder kom je in Walthamstow Village, dorpsgevoel, hippe eethuisjes, trendy en vintage winkeltjes.

Na de middag trekken we richting Thames. Het is een schitterende herfstdag, mensen genieten van het zonnetje, kuierend langs de South Bank. Als je Tate Modern bezoekt, en je bent een artistieke indigestie nabij, trek dan naar de zesde verdieping van dit indrukwekkende museum. Je kan er lekker eten, maar net zo goed iets drinken terwijl je van een subliem uitzicht geniet. Op de kaart vind je zowel cocktails met namen als ‘See no Monkey hear no evil’ of ‘Honeyed Words’ als Britse biertjes waar je nog nooit van hoorde.

Na een gevulde dag keren we terug naar Dover. Ik kook lekker aan boord en we gaan vroeg naar bed.

2 november. Vijf uur is echt wel vroeg. En kil. We zijn net de haven uit als de horizon verdwijnt in een dikke mistbank die uit het niets over zee walst… Om even later op te lossen en de zon spectaculair te laten doorbreken. Het wordt een prachtige dag, de wind waait aanvankelijk flauw, maar we zeilen. Traag maar in de zon! Na de middag trekt de wind aan en maakt de felblauwe lucht plaats voor een grauwe novemberhemel. We hebben meer stroom tegen dan in de heenreis, en de tocht duurt flink wat langer. Het is donker als we Nieuwpoort binnen varen.

Ook dat is november…

Storm

Woensdag 29 juli 2015

De zuidwester haalt uit, 40 knopen blaast het intussen, 8 beaufort. Dit is al uren zo. Langzaam volgt de zee en bouwt op, golven worden donkerblauwe muren, hoger dan de horizon. Feilloos klimt de boot er op, schuift over de glazige toppen en glijdt er over. Met een bewonderenswaardig gemak. De automatische piloot doet het uitstekend. Nu en dan breekt een nukkige golf met een smak op de vaste buiskap. Een ton water barst open in wit schuim en stroomt weer weg, bakboord stuurboord.

Ik kruip nog dieper in de hoek op de kuipbank –het is er kurkdroog- en stilletjes in mezelf doop ik de ‘doghouse’ om tot ‘mijn bunker’. De grib files die we maandag binnenhaalden hadden deze wind niet getoond. Eerst ging het wat onstabiel kwakkelen, zuid, zuidoost om dan noordwest te worden. En ja, 30 knopen zat er wel in. Maar 40-45 knopen zuidwest niet.

Binnen in de boot is het met deze helling topsport om je te bewegen. Dit kan je je niet voorstellen wanneer je aan boord bent in de haven, een wereld van verschil. Nu ondervinden we aan den lijve het Breehorn concept: nat gedeelte, droog gedeelte. Meer dan de kombuis, de kaartentafel, het toilet en de achterkajuit hebben we inderdaad niet nodig. We houden de discipline om het papieren logboek bij te houden, eten te maken.

Hoe anders was het vertrek, 48 uur geleden. Achter ons Grimstad, voor ons 500 mijl naar Nieuwpoort. Vreemd, dat vertrek. Geen te behappen dagtochtje in het vooruitzicht. De eerste uren lijk ik me op een rare manier te vervelen, neem geen boek, weet met mezelf geen blijf. Na de eerste nacht op zee betert het, na de eerste vijftig mijl krijg ik pas het gevoel aan een tocht bezig te zijn.

Maar nu is het gaan stormen. Ben ik bang? Niet echt. Of toch, even. In de eerste blogspot kon je lezen dat Las een schip met een kotterstag wou. Een tweede stag, om bij echt zwaar weer met een klein stagzeiltje de boot controleerbaar te houden. Nu is dit zware weer er gekomen, maar o wee, stommiteit. De schoten, naar behoren aan het zeiltje bevestigd, zijn er -helaas- met een extra knoop omheen gezet opdat het zeil niet zomaar zou kunnen uitrollen. Met als gevolg dat we dat zeil nu niet vanuit de kuip kunnen zetten. Maar het restje genua is zo vormeloos en nutteloos dat we nu echt moeten veranderen. Er zit niets anders op dan dat Las het voordek op gaat. Dubbel aangelijnd kruipt hij naar voren, dat gaat goed. De schoten gaan los, ook goed. Voorzichtig schuift hij zittend terug naar achter en dan gebeurt het. Uit het niets breekt een kolossale golf midscheeps aan stuurboord en een muur van water gaat met een enorme kracht verticaal het schip over. De watermassa is zo massief dat ik Las even niet meer zie. Ik mag er niet aan denken dat hij overboord gespoeld wordt, lifeline of niet.. Maar daar zit hij, roerloos, beduusd en kleddernat! Hij wuift mijn tranen van schrik en opluchting weg. Brrr.

Gebiologeerd zit ik door de ramen van ‘mijn bunker’ te kijken naar de zee. Fototoestel in de hand en blijven fotograferen, het is een verslavend schouwspel, de kracht van de natuur. Eigenlijk wen je wel aan zwaar weer. En als de wind onder de 35 knopen begint te gaan, hebben we gek genoeg zelfs het gevoel dat er geen wind meer is.

Na 24 uur stormen draait de wind toch noordwest en kunnen we ruimer gaan varen. We kruisen het eerste schip op onze oversteek en wat voor een. Als we de ‘Ecolution’ achter ons laten lijkt het wel een Hollandse marine uit de Gouden Eeuw.

De barometer stijgt zienderogen, we krijgen een schitterende zonsondergang, de storm is over.

De volgende morgen staat de motor alweer bij, we hebben de zeilen gestreken, geen lover wind meer. Bijna thuis…

Grimstad, de stad van Hendrik Ibsen

Zondag 27 juli 2015

1809. Hongersnood teistert Noorwegen. Engeland blokkeert de havens. Terje Vigen kan het niet langer aanzien en besluit om in een open boot helemaal over het Skagerak naar Denemarken te roeien om graan voor zijn gezin. Maar, o wee, hij wordt onderschept door een Engels schip en gevangen genomen. Wanneer hij jaren later vrij gelaten wordt blijkt zijn hele gezin omgekomen van de honger. Als een gebroken man moet hij verder, en gaat aan de slag als loods. Op een dag wordt hij opgeroepen om hulp te bieden aan een Engels schip in nood. De kapitein blijkt de man te zijn die hem jaren eerder gevangen nam. De man door wie hij zijn gezin niet heeft kunnen redden. Ook zijn vrouw en dochtertje zijn aan boord. Voor Terje Vigen is dit de ultieme kans op wraak…

Een spannend gedicht van Hendrik Ibsen. De trots van literair Noorwegen leefde enkele jaren in Grimstad en dat zullen we geweten hebben: een café met zijn naam, een museum, de apotheek waar hij werkte. Maar het meest ben ik getroffen door de eenvoudige steen in de tuin van de middeleeuwse Fjære Kirke.

Da vinden kuled lidt mindre stiv,

Terje Vigen rode for barn og viv

over havet i åben båd

Toen ze ging liggen die wilde wind

ging Terje Vigen er van door voor vrouw en kind

en trotseerde de zee in een open boot

Met fietsjes die we huren bij de toeristische dienst maken we een mooie tocht in en rond Grimstad. Dømmesmoen is een mooi park met eeuwenoude eik en een vijver als uit een sprookje.

Op Kirkeheia staat Grimstad Kirke, de tweede grootste houten kerk van Noorwegen.

Bij de kerk een mooi beeld dat uitkijkt over de baai, ter nagedachtenis van alle oorlogsslachtoffers.

En nee, Terje Vigen neemt geen wraak. Wanneer de kapitein voor hem op zijn knieën valt en smeekt om hem en zijn gezin te sparen, heeft Terje Vigen het gevoel dat gerechtigheid is geschied. En van het moment dat hij beslist om geen wraak nemen, valt er een zware last van hem. Hij voelt zich bevrijd en komt eindelijk tot rust…