Ontmoeting in Trondheim

Een bladwijzer is een handig ding. Zeker in een vaargids die je langs een kust loodst die in totaal, alle fjorden, baaien én omtrekken van eilanden inbegrepen, 54.490 mijl of 100.916 km beslaat. Jawel, je leest het goed. De kustlijn zónder fjorden, baaien of eilanden is 1.367 mijl lang, ofwel 2.532 km. Snel de juiste pagina terugvinden is hoe dan ook aangenaam. De bladwijzer die daar nu, hoofdstuk V bladzijde 176,  dienst voor doet, is een visitekaartje. Roald Iversen, staat er op. Er staat ook een zeilboot op. Niet zijn zeilboot. Die heet Jazz en ligt in de haven van Trondheim. Roald was adjunct professor theologie en is nu met pensioen. In lange winters vertaalt hij jazz-nummers in het Nynorsk, vandaag hielp hij ons met afmeren. Hij steekt zijn bewondering voor onze boot niet onder stoelen of banken en in de paar dagen dat we hier liggen slaan we meer dan één praatje met hem. 

29 mei 2022. Onze tocht van Håholmen naar Trondheim begint woelig. We moeten Hustadvika voorbij, nog maar eens een berucht stuk kust waar de open zee vrij spel heeft. En wij alle kanten op gewipt worden als op een kermisattractie. Maar van zodra we de Trondheimsleia opvaren met eilanden aan weerszijden wordt alles terug rustig. Het weer klaart op en onder een heerlijke lentezon varen we nu langs lage rotsen met in de verte besneeuwde bergen. Het doet me denken aan de fantastische landschappen op de achtergrond van middeleeuwse schilderijen. Bijbelse bergen. Ik maak veel foto’s maar weet nu al dat deze immensiteit niet te pakken is.

Onderweg ankeren we op een magisch plekje. Hammarneset. Verlaten inham, steile hellingen met dennenbossen, gelige rotsen. Als de zon zakt danst de reflectie van het water op de rotswand die steeds mooier kleurt in het avondlicht. Heel bijzonder is de vloedlijn met zijn rand van donkergroene wieren die ontdubbeld wordt in het water. Ik zie dikke bloemmotieven, en wollige vissen.

De geschiedenis van Trondheim, die begint bij beruchte Viking Olav Tryggvason die zich op zijn plunderend pad tot het Christendom bekeert. Bij zijn terugkeer naar Noorwegen wordt hij koning en legt dit nieuwe geloof op, met geweld waar nodig. Zijn opvolger Olav II gaat nog driester tekeer en bekoopt dat met zijn leven. Olav II wordt Heilige Olav en beschermheilige van Noorwegen, en Trondheim een bedevaartsoord. Pelgrims komen van overal naar de Nidaros domkirke, een indrukwekkende kathedraal. Vandaag is Trondheim een levendige stad, met veel studenten, gerestaureerde houten pakhuizen met hippe winkels en koffiebars. Door de stad slingert zich de Nidelva rivier.

We zijn met de fietsjes op pad om Trondheim te ontdekken en hebben in het erg toeristische bezoekerscentrum twee kaartjes gekocht om de kathedraal te bezoeken. Gotische bogen reiken ambitieus hoog richting hemel, glasramen imponeren met intense kleuren. Het is veel, het is overdonderend. Een priester draagt een mis op voor een paar toehoorders maar de sereniteit ervan wordt overstemd door een gids die, -in middeleeuws kostuum- simultaan een groep toeristen te woord staat. De stem van de laatste galmt het meest… Nidaros Domkirke, groots en een tikje te luid.

Niet veel verder staat er nog een kerk. De Vår Frue Kirke, of Onze Lieve Vrouwekerk. Ze oogt sober en een stuk bescheidener dan de kathedraal en ik ben benieuwd naar het interieur. Maar het eerste wat me bij het binnenkomen treft is de warme geur van koffie. En versgebakken wafels. Ik zie een groep wat haveloos uitziende mensen verspreid aan tafeltjes zitten, enkelen spelen een partijtje schaak, iemand begint iets voor te dragen van achter een microfoon. Een paar dames staan gezellig kletsend af te wassen in een geïmproviseerde keuken. Men zegt dat Noorwegen het rijkste land van Europa is. Of dat waar is weet ik niet. Maar wat zeker is, is dat ook een welstellende maatschappij als deze haar schaduwzijde heeft. En die zit hier in deze kerk. Ik voel me een indringer in deze cocon van belangeloze naastenliefde en haast me, een beetje verward, de kerk uit.

1 juni 2022. We varen de Trondheimfjord uit. Gisteren was het warm, bijna zomers zwoel zelfs. Vandaag begon met regen, nu breekt de zon alweer met geweld door blauwe wolken. Fjord, bergflanken, lucht, alles krijgt een vreemde, blauwe gloed. Later op de avond wanneer we achter ons anker dobberen, merken we dat het hier niet meer echt donker wordt. Niet donker, maar blauw.

In onze vaargids het visitekaartje van Roald. En notities van leuke plekjes die we volgens hem niet mogen overslaan op onze tocht noordwaarts. ‘Iedereen wil naar de Lofoten, zei hij nog, maar vergeet vooral Helgeland niet, het is een schitterend vaargebied…’

Van roze wolken, een vuurtoren en ‘de laatste Viking’

26 mei 2022. Ona. 62°51’ N 6°33’ E.

Zon, blauwe lucht, geen wolkje te bekennen…

‘Heb je zin om de vuurtoren op te gaan, ik heb de sleutel? We kunnen net op tijd zijn voor de zonsondergang!’

Dat laten we ons geen twee keer zeggen, trekken snel jas en muts aan en lopen de vriendelijke Noor achterna. Hij is de schipper van de grote Grand Banks motorboot die achter ons aan de steiger afgemeerd ligt. Er volgt een niet helemaal duidelijk verhaal van familie die hier in het oude loodshuis woont waardoor hij over die sleutel beschikt. ‘Hier’, dat is het eilandje Ona. We zijn er vandaag in vijf uur en met een heerlijk zeilweertje heen gevaren vanuit Ålesund.

Ålesund was mooi. Maar ook druk. En een beetje platgelopen door groepen toeristen van de cruiseboten die hier dagelijks aanmeren. De stad leeft op het ritme van die cruiseschepen. Winkels gaan open als de passagiers als een golf komen aanrollen en sluiten in de late namiddag als ze naar hun drijvende hotels terugspoelen. Je hoort hier Amerikaans, Spaans, Frans en zelfs Nederlands. De stad heeft een wat ongewone uitstraling. Na een allesverwoestende brand in 1904 werd voor de heropbouw gekozen voor de Jugendstil die toen in de mode was. Statig, kleurrijk en niet zo Noors uitziend zijn de gebouwen. Kleurrijk zijn ook de fresco’s in de mooie kerk. En voor een schitterend uitzicht over de stad moet je naar uitkijkpost Fjellstua, je zal je de klim van 614 traptreden hoog niet beklagen. En voor ik het vergeet, mocht je hier ooit komen, ga dan zeker eens langs bij shipchandler Sverre Eidsvik, een heerlijke winkel.

Maar nu zijn we dus in Ona en op weg naar de vuurtoren, Ona Fyr. De zon kwam vandaag op om vier uur en gaat onder om elf uur. Dat is drie uur meer licht dan nu in België… Maar als we bij de toren aankomen blijkt de man een verkeerde sleutel mee te hebben. Hij snelt terug naar het dorp en komt even later terug. We klauteren omhoog, via een ijzeren draaitrap en een bijna verticaal houten trapje, en nét wanneer de zon de horizon aantikt staan we boven. We voelen ons de koning te rijk. Hier kijk je 360° om je heen, in het westen gaat de zon onder, daaronder net achter de kade, ligt de boot en in het oosten kleuren de wolken ineens helemaal roze. Beneden bontgekleurde huisjes op een kluitje.

Amper 12 mensen wonen er nog permanent op Ona, dat enkel via een ferry in verbinding staat met het vasteland. Tijdens het toeristisch seizoen, dat nog moet beginnen, komen er tweedeverblijvers en dagjesmensen. Nu is het er stil. Puur. En mooi.

28 mei 2022. Håholmen. 63°1’ N 7°24’ E.

Regen, wind, geen stukje blauwe lucht te bespeuren…

‘Wil je de ‘Saga Siglar’ zien? Eigenlijk is het museum gesloten maar ik heb de sleutel. Als je wil kan je gaan kijken. Of weet je, ik ga alvast voor jullie openmaken.’

‘De laatste Viking’, zo wordt Ragnar Thorseth wel genoemd. Een avonturier zoals je er maar weinig hebt. Als prille twintiger roeide hij van Noorwegen naar Lerwick op de Shetland eilanden en nog niet zo lang geleden deed hij, een krasse zeventiger intussen, die prestatie nog eens over. In alle jaren daartussen beleefde hij tal van avonturen. Het strafste moet wel de wereldomzeiling eind jaren ’80 geweest zijn met de ‘Saga Siglar’, een reconstructie van een vikingschip. Met die tocht wilde hij aantonen dat de Vikingen nog vóór Colombus Amerika hebben ontdekt. Helaas leed het schip in 1992 schipbreuk in Spanje en hier op Håholmen staan de restanten. Het eiland was eigendom van de mama van avonturier Ragnar. Toen het met de visserij niet meer zo goed ging, werden alle huisje van het vissersdorp gerestaureerd tot zeer instagrammable cottages. En niet alleen kreeg Ragnars gestrande schip hier een onderkomen, er is nog een replica gebouwd waarmee toeristen in de zomer tochtjes kunnen maken.

Het mag dan nu wel pokkenweer zijn, het is hier stil. Puur. En mooi.

Van Bergen naar Ålesund, met Judy als gids..

Langsheen de westkust van Noorwegen staat een constante stroming van zuid naar noord. Waait het strak uit het Noorden, dan botsen en knotsen wind en stroom tegen elkaar op. Bij Statt weerkaatst die warrige watermassa nog eens tegen hoge klippen en kan de zee er in een ware heksenketel veranderen. Het is dan ook een van de meest beruchte kapen van Noorwegen. Het lijkt wel een boze, gebalde vuist waar je voorbij moet. Wordt het te bar, dan escorteert de kustwacht kleine bootjes bij hun passage. Er is zelfs begonnen met de aanleg van een tunnel onder die kaap door. Een tunnel die zo groot zal zijn dat een cruiseschip er doorheen zal kunnen…

De Noorse kustlijn is grillig gerafeld en bezaaid met eilanden en rotsen en vaak is niet eens duidelijk wat vasteland is en wat eiland. Bij het zien van de kaarten kan je in een kramp schieten, een route uitzetten is een hele toer. Elektronische kaarten hebben het voordeel dat je kan in- en uitzoomen maar toch ben je telkens weer het overzicht kwijt. Al die rotsen en rotsjes, stenen en kruimels, het heeft iets van abstracte kunst.

Onze route is dan ook geen rechte lijn noord maar krult en kronkelt mee met fjorden, inhammen, rond eilanden en kapen en langs zoveel afmeerplekken dat je hoofd ervan tolt. Om hierbij -letterlijk- het noorden niet kwijt te raken zijn goede kaarten en ook goede vaargidsen een noodzaak. Mijn favoriete gids is het boek van Judy Lomax, dat simpelweg Norway heet en een schat aan informatie biedt. En op een manier die ons bevalt, met beschrijvingen die beknopt zijn maar accuraat. Maar er staat veel meer in dan in één reis haalbaar en het is telkens selecties maken van haar selecties…

Op weg van Bergen richting Sognefjord kiezen we eerst voor Herdla en dan Skjerjehamn als overnachtingsplaatsen.

De Sognefjord is de derde langste fjord ter wereld en een toeristische trekpleister van formaat. We zouden de 204 km helemaal heen en terug kunnen varen maar dat is tijdrovend en veelal op motor. We verkiezen de tip van Judy om het met een snelle toeristenferry te doen. En wat blijkt? We hoeven daar niet nóg een haven verder voor te varen zoals vermeld in haar boek (editie 2016). Want vlakbij de kade waar we afgemeerd liggen blijkt de express-boot Bergen-Flåm nu ook een halte te hebben. En zo snellen we een dag later in een postkaart-decor aan 33 knopen naar Flåm, het eindpunt in de Sognefjord. Besneeuwde bergtoppen, imposante watervallen, lieflijke dorpjes en fruitbomen in bloei… De tickets zijn niet goedkoop maar hun geld wel waard! 

Van de Sognefjord gaat het naar Statt en Judy licht de mogelijke routes een voor een duidelijk toe. Voor het eerst sinds onze aankomst in Noorwegen gaan we weer ‘buitenom’, de volle zee op.

Het naar buiten varen tussen de wirwar van rotsen valt best mee omdat het er zo diep is dat de meter niets meer aangeeft. 100 tot 300, soms wel 500 meter staat er op de kaart. En al lijken de lage rotsen of scheren soms zo dichtbij dat je denkt ze te kunnen aanraken, ook dan blijft het 80, 50 tot 20 meter diep. 20 meter, dat is ongeveer even diep als onze mast hoog is. Met een diepgang van 2 meter niets om je zorgen over te maken dus. En op geïsoleerde rotspartijen staan duidelijke bakens. En de branding zegt genoeg..

De scheren waar we langs varen zijn laag, grijsgroen en rotsachtig, soms staat er een schriel struikje of boompje op. Ver op de achtergrond zien we kolossale stompe oer-bergen, zwartblauw met witte vlekken van sneeuw. De dichtbijgelegen scheren schuiven snel voorbij terwijl het massieve decor met de bergen ogenschijnlijk op zijn plaats blijft. Zo verandert het landschap onophoudelijk, wat een beetje bevreemdend werkt. Je zou er het gevoel voor maat en afstand bij verliezen.

Eens op zee is er absoluut geen stress nodig voor de passage rond Statt. Er staat een zwakke zuidenwind en de zee is kalm.

Voorbij Statt varen we weer naar ‘binnen’ en via Sandshamn en het lieflijke Borgarøya vervolgen we onze weg richting Ålesund. In Judy’s boek zijn we inmiddels bij een nieuw hoofdstuk aangekomen. Van ‘Fjord Norway’ naar ‘The Way North’…

Bergen, Hipp Hipp Hurra!

15 mei 2022. Al van ver zie ik ze door de verrekijker, de iconische rood en oranje huizen van de wijk Bryggen in Bergen. Maar wat ik ook zie, is dat de kade eronder afgeladen vol ligt met boten, rijen dik. De havenmeester verwijst ons naar de kade bij de Fiskeforget, waar we nog net langszij kunnen afmeren bij een Zwitserse zeilboot, Raroia. Wat we nog niet weten, is dat we hier op de eerste rij gaan liggen voor hét grootste feest in Noorwegen, de Syttende Mai… Een nationale feestdag als geen ander, Hipp Hipp Hurra!

17 mei 2022. Om zeven uur ’s morgens worden we opgeschrikt door een bulderend kanonschot. Het davert en weergalmt in de zeven bergen rondom. Er volgen nog meer schoten, rook kringelt omhoog tegen de helling. Bergen ontploft.

Dwars door de stad paraderen niet veel later alle denkbare verenigingen, opgedoft en met een onwaarschijnlijk enthousiasme. Scholen, studentenkringen, verpleegsters, brandweerlui, politie, zeelui… Maar ook kinderen, soms in militair aandoende outfits, houten kruisbogen of geweren over de schouder… Iedereen, jong en oud, wappert driftig met Noorse vlaggetjes en velen dragen de Bunad, de traditionele kledij. Er zijn ook fanfares, veel fanfares. De parcours van parades en fanfares kruisen elkaar, tromgeroffel en trompetten versmelten in een uitbundige kakafonie.

Vanuit huizen en vanop balkons klinkt gezang en handgeklap, jongeren vieren feestjes en het gaat er luidruchtig aan toe. Gratulerer med dagen! klinkt het overal. Gefeliciteerd! Noren beginnen deze dag traditioneel met een royaal ontbijt. Eitjes en zalm, aardbeien en champagne. Verder eten ze de hele dag ijs, veel ijs. En ze blijven drinken… Ik denk aan de wijnkaart van Fjellskål, het visrestaurant waarvoor we afgemeerd liggen. Gisteren dachten we nog dat 199 kr (19,90 €) voor een Sancerre toch niet gek was, tot we zagen dat de prijzen op de kaart per glas waren… Nu zit het restaurant tjokvol en op elke tafel staan flessen wijn en champagne. Hier wordt omzet gedraaid.

In de natste stad van Europa is het stralend lenteweer, de zon straalt aan een helblauwe hemel. Er volgen nog een vliegshow, een optocht met oldtimers en een botenparade. Alle boten zijn versierd met Noorse vlaggen en berkengroen of bjørk, symbool voor de ontluikende lente, nieuw leven, energie. Iets waar men hier in het Noorden, na een lange donkere winter, reikhalzend naar uitkijkt. Of dit groter is dan Kerstmis vraag ik iemand. Het is vooral anders, weet de dame me te vertellen, Kerstmis is intiem, dit is uitbundig, het speelt zich buiten af en iedereen komt samen. Het is bovendien de eerste keer sinds Covid dat de feestelijkheden weer mogen doorgaan.

Het toenemende alcoholpercentage levert grappige taferelen op, we komen ogen tekort. Op sommige bootjes zitten dubbel zoveel mensen als die bootjes aankunnen waardoor ze vervaarlijk gaan hellen. Licht of minder licht benevelde dames in bunad en op schoenen met hakken klauteren over boten, soms acht rijen dik. Een hondje wordt doorgegeven.

Een meisje hangt tegen haar vriendin, het gaat niet echt goed met haar. Even later komt een hulpverlener en nog even later is ze weg met de ambulanse. Morgen wordt ze beslist met een joekel van een kater wakker in het ziekenhuis.

Een jongen worstelt met hoogwater en weet duidelijk niet meer waar de toiletten zijn. Hij kiest dan maar het elektriciteitsbakje van de kade. Het blijft maar klateren. Dan komt de moeilijkste opdracht, de broek dicht en de riem ook. Het laatste lukt maar niet. Hij wankelt, wanhopig op zoek naar gesp en gaatjes. Dan gaat ook nog zijn telefoon. Hij neemt op, begint een gesprek en waggelt verder, de riem open, het hemd uit de broek, een hulpeloze witte vlag.

Om middernacht sluit een knallend vuurwerk het feest af. De hemel licht op.

Niet ver van Bergen ligt een eilandje met de naam Lysøen, eiland van het licht. Het is een idyllische plek waar het zomerhuis van beroemde Noor Ole Bull staat, een negentiende-eeuws componist en overtuigd nationalist. Daags voor we Bergen aandoen overnachten we er op anker. We maken een mooie wandeling en luisteren de hele avond naar zijn muziek. Doorgedreven nationalisme zoals dat van de Noren is niet echt aan ons besteed, maar dit is mooie muziek. Luister bij voorbeeld eens naar Et Sæterbesøg, op het album vertaald als A Mountain Vision

En terwijl we het over bergen hebben, de dag voor de Syttende Mai trekken we nog naar Ulriken, met zijn 643 meter de hoogste van de zeven bergen rond… Bergen. We gaan omhoog met de kabelbaan, maken een mooie wandeling naar de top en keren te voet, 1300 treden naar beneden, terug. Het beetje spierpijn dat ik daaraan overhoud valt beslist in het niet bij de koppijntjes van heel wat Bergenaars op 18 mei…

Na zonneschijn komt regen…

De atmosfeer was zo vochtig dat de vissen door de deuren hadden kunnen binnenkomen en door de vensters hadden kunnen weggaan, omdat ze gewoon konden zwemmen in de lucht die in de kamers hing.

Honderd Jaar Eenzaamheid – Gabriel García Márquez

Het is eigenlijk gewoon rechtdoor, van Peterhead naar de Noorse kust, de Noordzee over. Kompaskoers 65°. De enige hindernissen onderweg zijn olie- en gasplatformen, fel verlicht als gigantische kerstbomen. Het waait 4 à 5 beaufort uit 155°, SSE, en dat is met andere woorden gewoon perfect. Het gaat dan ook hard. In de eerste 24 uur halen we 172,5 mijl, een record voor ons. Zo hard dat we niet bij het eerste ochtendlicht gaan aankomen zoals in mijn meest optimistische inschatting, maar midden in de nacht. Dat willen we niet en dus reven we, en gaan Skudenes voorbij. Bij het krieken van de dag lopen we na 282 mijl de Bømlafjord in en meren af in Mosterhamn. Euforie, we zijn in Noorwegen!

We zijn vertrokken om een stuk van de Hardangerfjord te gaan ontdekken. De zon schijnt volop en we verbazen ons over de kleur van het water. Een haast onnatuurlijk appelblauwzeegroen, dat op het ritme van zon en wolken nu eens mysterieus donker en dan weer betoverend helder is. Een pittige zeiltocht brengt ons in Uskedal.

De volgende dag tuffen we 14 mijl verder naar het eilandje Sild, waar we in een beschutte baai aan een boei gaan liggen met zicht op de besneeuwde toppen van het Folgefonna Nasjonalpark. Het duizelt ons, zo mooi is het hier. We gaan met de bijboot aan land en wandelen het eiland rond, door geurig pijnboombos. Het is koud maar de zon is intens.

De volgende dag. Als een bevriende zeiler lyrisch blogt over een plek en daarbij vraagt om het niet voort te vertellen dan denken wij maar één ding, ‘Laten we daar eens gaan kijken!’. En zo varen we 24 mijl verder, naar Botnen…’ De tocht die door de Fyksesund gaat, is prachtig bij dit zonnig weer. Ook hier trekken we de stapschoenen aan voor een mooie bergwandeling. We hebben nu al drie dagen schitterend weer en kunnen ons geluk niet op…

Maar dan zakt de barometer en begint het te regenen. Natter en hardnekkiger dan ik ooit heb geweten. Op een manier maakt de regen de terugtocht door de Fyksesund heel apart. Mistflarden kruipen de donkere bergflanken op en haken zich in de dennenbomen. Overal storten watervalletjes zich van de bergen.

We zetten de wintertent en laten die zelfs staan bij het varen. Een kleine 14 mijl later meren we af in het vrij verlaten haventje van Jondal. We verwisselen kletsnatte zeilkledij en laarzen voor regenjas, regenbroek en wandelschoenen en gaan op stap. Heel even klaart het op en kunnen we genieten van de bloesems van de fruitbomen waar de Hardangerfjord zo beroemd om is. Tot de hemelsluizen weer ongenadig opengaan.

Intussen zijn we aan boord zoveel kledij aan het drogen dat de vochtigheidsgraad opgelopen is tot 93% en Las uit wanhoop een elektrisch vuurtje gaat kopen. De Coop, dat is half supermarkt, half doe-het-zelf-zaak. Met Noors aanbod. Je vindt er sneeuwschoppen, houtbijlen, thermische kledij, producten om je kledij waterdicht te maken, véél visgerei, en… vuurtjes allerhande. Het wordt gezellig in de kuip onder de tent.

Als we de volgende dag Jondal buitenvaren is het weer ronduit slecht. Zichtbaarheid nul, wind die uit het niets van 2,5 knts naar 25 knts aantrekt, –fallvind noemen ze dat hier-, en striemende regen met hagel. Halverwege, in de Sildafjord, verdwijnt alles ineens zomaar, lucht, horizon en water versmelten tot een wazige aquarel. Even vraag ik me af wat we hier doen, tot we de bocht om gaan, de Maurangerfjord in. We varen ineens zachtjes vóór de wind en aarzelende sprankeltjes zon lichten een tipje op van het versluierde majestueuze berglandschap. En dan is de regen daar wéér, net wanneer we afmeren aan een houten kade in Sundal.

Ook de volgende dag hoost het. Maar we kleden ons goed en gaan op stap naar Bondhusvatnet, het meer tot waar ooit de gletsjer Bondhusbreen kwam, maar die nu helaas zienderogen wegsmelt.

Hardangerfjord, wist je dat dit eigenlijk een verzamelnaam is voor een aantal fjorden, elk met hun eigen naam? Wel, ik begin te denken dat Noorwegen wel eens een verzamelnaam zou kunnen zijn voor alle vormen van nattigheid…

Regen, smeltwater, motregen, watervalwater, stortregen, bergbeekjeswater, miezerregen. Ze borrelen, bruisen, druisen, druppen, druppelen, gorgelen, gutsen, klateren, kletteren, kletsen en stromen. En nu verder naar Bergen. Staat bekend als natste stad van Europa….

Omweg naar Noorwegen

‘Sierra Tango Alfa November India Sierra Lima Alfa Sierra. Sierra Tango Echo Victor Echo Romeo Lima Yankee November Charlie Kilo.’ Ik spel de naam van mijn schipper. ‘Papa Alfa Tango, Papa Alfa November India Charlie Kilo.’ De naam van de boot. Dan nog ons adres en namen van de bemanning. We lopen Harwich aan, ik ben aan de telefoon met de National Yachtline en dat voelt een beetje als een mondeling examen….

Je leest het goed, we zijn in Groot-Brittannië! Dat sinds de Brexit niet meer tot Europa behoort en waar we nu moeten inklaren… We gaan het volgens het boekje doen.

In het kort. Formulier e-C1331 invullen en mailen, gele Q-vlag hijsen van zodra in territoriale wateren (12 mijl uit de kust), telefonisch contact opnemen met de National Yachtline bij aankomst, na goedkeuring door Border Force Q-vlag strijken, klaar.

En nu in het echt. Het begint al bij het invullen van het document. Welke zeiler kent nu op voorhand tijdstip van aankomst in uren, minuten en seconden? En wat vul je in bij ‘ARRIVAL BERTH’ als je afmeert aan een ponton zoals dat van Halfpenny Pier in Harwich? Ik probeer ‘unknown’, wat het systeem probleemloos aanvaardt. Bij het vak ‘UN LOCODE OF DEPARTURE PORT’ weet ik het ook even niet. Google leert me dat UN/LOCODE een internationale vijfletterige code is voor plaatsnamen. BE OST voor Oostende, GB HRW voor Harwich. Daarna geeft mailen van het document via de link met mailadres een foutmelding. Zelf het mailadres intypen lukt wel. Er komt een mail terug met daarin volgende zin: ‘On arrival, please continue to contact the National Yachtline on 03000 123 2012 for clearance purposes.’ Ik stop het nummer alvast in mijn telefoon.

Maar van zodra ik bij mobiel bereik probeer te bellen, hoor ik enkel fluittonen alsof ik naar een faxnummer bel. Ik kijk er het formulier nog eens op na en lees daar 0300 123 2012, een nulletje minder…

De stem aan de andere kant van de lijn vraagt me exact alles wat ik eerder invulde op het digitale formulier, mét de vraag om het te spellen… En zegt daarna dat Border Force contact zal nemen. Nét tijdens het afmeren gaat de telefoon, opnemen kan even niet. Terugbellen ook niet, want de oproep was anoniem…

Gelukkig hangt het nummer van Border Force uit op het ponton. Een vriendelijke stem vraagt naar de reden van ons bezoek, holiday dus, en naar de duur van ons verblijf, voorlopig nog onbekend, zeg ik. ‘Geen probleem, u wordt zo teruggebeld.’ Even later opnieuw Border Force, een andere stem. Nog wat vragen over onze geplande reis. Ik zeg dat we eigenlijk naar Noorwegen willen, maar via de Engelse oostkust komen omdat de wind tegenzit. En dat we nu nog niet weten wanneer en welke havens we zullen aanlopen. En dat we ongevéér een week zullen blijven. Stilte. ‘En keert u na een week terug naar Nederland?’ vraagt hij dan. ‘Euh, we zijn Bélgen en nee, we gaan naar Noorwegen…’ ‘Ok, prima’. Of ik dan nu de Q-vlag mag strijken? Stilte. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt de stem. Of ik de gele vlag naar beneden mag doen, nu we telefonisch ingeklaard zijn? De persoon aan de lijn weet het niet. ‘U wordt zo teruggebeld.’ Kwartiertje later heb ik Border Force weer aan de lijn. ‘Ja hoor, mevrouw, Q-vlag kan naar beneden, u mag aan wal, heel erg welkom en geniet van uw verblijf!’

We hebben een gast aan boord, een collega van Las. Eric hoefde geen twee keer na te denken toen Las hem over onze zeilplannen sprak en voorstelde een stukje mee te zeilen. Maar ons nareizen tot ergens in Noorwegen om daar wat zeilend te hoppen, is niet wat hij wil. Hij wil proeven van zeezeilen. Hoogzeezeilen. Een oversteek naar Stavanger, waarom niet…

Maar wat Eric na een paar uur op zee vooral proeft zijn zout en braaksel… Helaas, zeeziekte is zijn deel maar Eric is taai en komt er snel doorheen. En nee, hij stapt niet af in Harwich na 80 mijl scherp aan de wind…

Hij heeft er zin in en toont zich een fijn bemanningslid, ook al is zijn zeilervaring beperkt. De tweede tocht brengt ons naar Lowestoft, waar het liggeld high is en het waterpeil zo low dat we bij laagtij een stukje in de modder zakken.

Tocht drie wordt een fikse sprong tot het mooie Whitby, mét nachttocht. De leercurve van Eric is steil. Hij is helemaal zee-vast geworden, klaagt geen moment over de koude, lust alles en beschikt over een MacGyver-waardig probleemoplossend vermogen!

Tocht vier brengt ons tot Peterhead, Schotland. Even twijfelen we om de haven niet aan te lopen en de oversteek naar Stavanger te maken, -we hebben er de geknipte crew voor-, maar plotse dikke mist en kou jagen ons toch naar binnen. En hier scheiden onze wegen met Eric, na een week intens zeilen…

Hij trekt verder met de rugzak, stukje Schotland zien. Wij vertrekken met gunstige wind naar Noorwegen, zo’n 250 mijl noordoostwaarts.

O jee, de formaliteiten! Ik open mijn als Excel bewaarde e-C1331 van aankomst, vervang arrival door departure, pas vertrekhaven en bestemming aan en wis de lijn met de gegevens van Eric. We kwamen met drie het land binnen, we vertrekken met twee. ‘Zouden daar vragen bij komen’, vraag ik me af, als ik het nummer van de National Yachtline intik. ‘Sierra Tango Alfa November…’ Naam schipper en naam boot zijn deze keer voldoende. Bestemming NO SKU, Skudenes, Noorwegen, ook goed. Geen vragen over crew. ‘Have a safe crossing!’ klinkt de vriendelijke stem. Al mijn punten.

En voor dessert een zonsondergang asjeblieft..

Zomer 2018

Mensen reageren gek op een vakantieverhaal als het onze. Noorwegen, met je boot? Dat is ver varen, zeg. Hoe lang doe je daar wel over? Vijf dagen. Vijf dágen? En dan ook vijf dagen terug? Blik al even ongelovig als meewarig. Slimmerds nemen een vliegtuig, zie je ze denken.

Na Stavanger zit onze vakantie er bijna op… Maar wanneer een vriendelijke Noor ons tijdens een praatje op het ponton nog het eilandje Rott tipt, aarzelen we niet. Daar gaan we nog even langs vooraleer we de 500 mijl naar Nieuwpoort aanvatten. Rott. 2 bejaarde inwoners en wat vakantiehuisjes, rommel op de kade. En stilte. Een Noorse kers op onze Noorse taart.

Nog één nachtje samen doorslapen, nog één wandeling om nog eens flink de benen te strekken en dan gooien we de trossen los om het ruime Noordzee-sop te kiezen. Nogal wat mensen zien zo’n meerdaagse zeiltocht als iets om tegenop te zien. Alsof het zonde is van de tijd… Voor ons is het gewoon een deel van onze vakantie. Dagen worden nachten worden dagen. Zonsopgangen en zonsondergangen. Notities in het logboek om de één à twee uur vullen bladzijde na bladzijde.. Niet alleen dat dag en nacht zeilen -stoppen jullie dan ergens om te slapen, nee hoor- is voor velen moeilijk te vatten.

Ook over het eten aan boord worden veel vragen gesteld. Ravioli uit blik, instant noodles of corned beef? Niet dus. “Qu’est-ce qu’on mange ce soir?” Het was tijdens zeilvakanties uit mijn jeugd de dagelijkse vraag van Alain, zeilvriend van onze familie. “Wat eten we vanavond?” Het zou een niet zo vreemde vraag zijn, als ze niet elke ochtend al tijdens het ontbijt werd gesteld… Eten aan boord, en in het bijzonder de warme maaltijd, speelt een niet te onderschatten rol tijdens een meerdaagse zeilreis. Het zorgt niet alleen voor de nodige energie, maar net als notities in het logboek brengt het rust en structuur in lange dagen. Dreigt je tijdsgevoel wat wazig te worden op zee, dan zorgen ontbijt, lunch en avondeten voor houvast. En een hartige, geurige, dampende maaltijd, dat is hartverwarmend als een warme muts of droge laarzen. Daarom rond ik dit reisverhaal graag af met 10 eet-ideetjes voor warme maaltijden op zee. Het is wat ik bereidde tijdens onze heenreis naar en terugreis van Noorwegen. Op een eenvoudig gasfornuis. En telkens met een zonsondergang als dessert…

De heenreis. Nieuwpoort – Skudenes. 6 – 10 juli 2018

1. Courgettes gevuld met gehakt, aardappelen

Courgettes – gehakt – uitje – look – peper – zout – tijm – oregano – aardappelen

Courgettes wassen, niet schillen. Doormidden snijden en uithollen met een lepel. Vruchtvlees fijnhakken en samen met een gesneden uitje en look mengen met het gehakt. Kruiden met peper en zout, tijm en oregano. Courgette helften vullen met het gehakt-groenten mengsel en in de oven. Aardappelen koken.

Tip: niets zo handig als een ovenschotel. Met een gasoven is het soms wat zoeken, de temperatuur is minder goed verdeeld dan in die luxe heteluchtoven van thuis. Zet het gas niet te hoog, draai je ovenschotel af en toe en heb wat meer geduld.

2. Ratatouille en kippenfilets 

Paprika’s in drie kleuren – aubergine – ui – look – peper – zout – tijm – oregano – laurierblad – kippenfilets

Uitje en look stoven in olijfolie. Fijngesneden paprika’s en aubergine toevoegen. Peper, zout, tijm, oregano en een laurierblad. Kippenfilet bakken.

Tip: met deze groenten heb je wellicht te veel voor twee. Bewaar het afgekoelde overschot in een vershoud-doos in je koelkast en eet het de volgende dag koud bij de boterham of slaatje.

3. Steak, champignons en gebakken aardappelen

Steak – champignons – boter – aardappelen – peper – zout

Aardappelen koken, afgieten en in dikke ‘frieten’ snijden. In dezelfde pot de champignons in hete boter stoven en kruiden met peper en zout. Steak naar wens bakken. Als de steak bijna klaar is, aardappelen aan de pan toevoegen en even omscheppen tot ze bruin zijn. Champignons toevoegen.

Tip: voor dit gerechtje gebruik je slechts één pot en één pan. Weinig afwas in je kombuis is belangrijk. Ten eerste omdat afwassen niet zo leuk is. Ten tweede omdat je altijd zuinig bent met water aan boord.

4. Eenpansgerecht met aardappelblokjes, spekjes en sluimererwten

Gerookte spekblokjes – aardappelen – sluimererwtjes

Zet de pan op gasvuur met of zonder vetstof. Als de pan heet is, doe je de spekjes er in. Voeg de rauwe, in kleine blokjes gesneden aardappelen toe. Laat samen bakken. Als de aardappelen bijna gaar zijn, schud je de groentjes erbij. Geef het nog een minuut of tien.

Tip: vanaf windkracht zeven wordt koken aan boord een helse klus. Maar bij zwaar weer wordt een hartige maaltijd meer dan ooit gewaardeerd. Een eenpansgerecht is hiervoor ideaal. En bijna zo gemakkelijk als instant noodles. Maar een pak lekkerder en gezonder! Omdat je eten bij storm zó van je bord waait, serveer je de warme hap beter in een kommetje. En met een lepel, dat eet gemakkelijk.

5. Volkorenpasta met zalm en pesto, tomaten en parmezaan

Gerookte zalm – volkoren spirelli – tomaten – ui – parmezaan – pesto – rucola – basilicum

Kook de spirelli zoals aangegeven op het pak. Laat ui en tomaat sudderen in een bodempje olijfolie. Meng door de pasta en hussel de zalm en de pesto er door. Afwerken met schilfers parmezaan en een nestje rucola.

Tip: pasta afgieten is een spannende klus op een boot. Ik gebruik twee ovenhandschoenen in plaats van de gewone pannenlappen.

De terugreis. Rott – Nieuwpoort. 22 – 26 juli 2018

6. Kip currysaus met champignons, rijst

Kippenfilets – rijst – champignons – ui – curry – kurkuma – peper – zout – bloem – melk

Kip in blokjes snijden en aanbakken in boter. Uitje er bij. Champignons in vieren snijden en laten meebakken. Kruiden met curry, kurkuma, peper en zout. Laten garen op een zacht vuur met het deksel op de pot. Afgieten door een vergiet maar het vocht opvangen. Klont boter smelten, lepel bloem er door roeren en met het vocht tot een saus roeren. Heb je te weinig vocht, dan kun je melk toevoegen. Kip en champignons bij de saus voegen en eventueel nog wat curry toevoegen. Serveren met rijst.

Tip: bij het boodschappen doen zijn houdbaarheidsdatums cruciaal. Ik bereid mijn maaltijden ook in functie van die datums. Kip bederft sneller dan de meeste andere vleessoorten en die gaat dan ook in het begin van de reis in de pan…Verder heb ik altijd een paar ‘noodmaaltijden’ extra, je weet nooit precies hoe lang je op zee zult zijn…

7. Zalmfilet, puree met seter rømme en lenteuitjes, boontjes

Zalmfilet – aardappelen – zure room – lenteuitjes – boontjes – boter – peper – zout – nootmuskaat

Kook de boontjes en houd warm. Kook de aardappelen. Voeg een klontje boter en een schep zure room toe en pureer. Kruid met peper, zout en nootmuskaat. Snij een paar lenteuitjes fijn en roer de snippers door de puree. Strooi de rest van de lenteuitjes over de boontjes. Serveer met de kort gebakken zalmfilet.

Tip: speel niet op veilig als je in een vreemd land je boodschappen doet. Ga voor lokale ingrediënten, ze geven iets extra’s aan de vertrouwde gerechten uit je kombuis. Zeg nu zelf. Laks filet med seter rømme, klinkt bijzonder toch?

8. Chili con carne, nacho’s

Rundsgehakt – rode ui – blikje maïs – blik rode bonen – blik gepelde tomaten – 1 rode paprika – peper – zout – komijn – paprika – chilipoeder of chilivlokken – zure room – lenteuitjes – nacho’s (maïstortilla’s)

Stoof ui en look, voeg gehakt en paprika toe. Kruid pittig. Laat alles wat aanbakken en roer er de tomaten uit het blik door. Geef het wat tijd op een laag vuurtje. Voeg bonen en mais toe en laat nog even goed doorwarmen. Verdeel over kommetjes, bestrooi met gemalen kaas, een schepje zure room en lenteuitjes. Je hebt geen bestek nodig, gewoon dippen met de nacho’s.

Tip: in de supermarkt in Stavanger waren de hoeveelheden voorverpakt vlees te groot voor ons twee. Ik gebruikte de helft in dit gerecht, en bewaarde de rest in een vershoud-doos in de koelkast voor de volgende dag. Vershoud-dozen, je kan er niet genoeg van hebben aan boord. Als je zo veel mogelijk in dozen bewaart, heb je minder geurtjes in de scheepskoelkast!

9. Spaghetti bolognese, less is more

Tomaten – rundsgehakt – ui – look – spaghetti – gemalen gruyère kaas

Stoof ui en look in olijfolie, roer er het rundsgehakt door. Voeg de in stukjes gesneden tomaten toe en laat wat sudderen. Kook de spaghetti.

Tip: als je wat vergeten bent, heb je op zee natuurlijk een probleem. Je kan nu eenmaal  niet ‘even naar de winkel’… Maak je vooral niet druk en doe alsof je gerecht zo bedoeld was. In dit geval: ik had de champignons vergeten…

10. Lasagne, restje spaghetti, courgette (pasta buffet!)

Een pak kant-en-klare lasagne – een restje spaghetti – een halve courgette – look

Zet de lasagne in de oven. Stoof de in blokjes gesneden courgette in olijfolie, geef wat fijngesneden look en voeg het restje koude spaghetti toe. Goed laten doorwarmen.

Tip: niets zo leuk als kliekjesdag, mijn kinderen waren er verzot op. Met restjes maak je nooit twee keer hetzelfde. En het leukt minder culinaire happen zoals deze kant-en-klare lasagna op. Pasta buffet, klinkt geweldig, niet?

Smakelijk!

Een weekend in Stavanger. Veel kleuren, héél veel eten… en olie!

Vrijdag 20 juli 2018

Dingen durven wel eens tegenvallen als je verkeerde verwachtingen koestert. Stavanger dus.

Overdonderd zijn we bij aankomst. Door gigantische cruiseboten, feestgedruis, rijen tenten die het zicht op de stad bederven, en oververhitte Noren die zwetend de zomer van hun leven meemaken. Een food festival, had ik gelezen. ‘Leuk’, had ik gedacht. Maar toen wist ik nog niet dat er tijdens Gladmat zo’n 250 000 mensen in vier dagen over Stavanger heen walsen…

Drie jachthavens heb je hier. Vågen, in het centrum van de stad, is niet toegankelijk wegens het festival, Børevika, het haventje bij het Ojlmuseum ligt afgeladen vol, en dus varen we door naar de iets verder gelegen marina op het eilandje Grasholmen. We zijn loom door de warmte en pas als de zon begint te zakken wandelen we in de zwoele avondlucht naar de stad. Het is vrijdag, het weekend begint en het is de avond voor mijn verjaardag…

Maar de romantische tête-à-tête die me beloofd is blijk ik wel te kunnen vergeten. Er heerst hier een drukte die me nog het meest doet denken aan een luid après-ski terras, veel mensen, veel bier, veel lawaai..

Eerst staan we in de rij bij Fisketorget, een populair visrestaurant waar we aan een tafeltje vlak onder twee luidsprekers belanden, goed voor een miljoen decibels. ‘Hier eet ik niet’, grom ik en we laten het moeizaam verworven tafeltje voor wat het is. Iets verderop langs de kade ligt een groot, groen schip. Iedereen komt er om kongekrabbe of king-krab te eten. Druk druk druk. Als we na lang aanschuiven een plekje bemachtigd hebben, in de avondzon dan nog, ben ik bijna euforisch.

Tot blijkt dat we enkel nog een glas witte wijn kunnen bestellen, de kongekrabben zijn uitverkocht… Een bakje halen aan een van de vele eettenten -heb je die roofzuchtige meeuwen al gezien- vind ik niet meteen iets voor een verjaardagsetentje… We wringen ons tussen de mensenmassa terug naar het eerste restaurant. En kijk, we kunnen aanschuiven aan een lange tafel. Bij een overheerlijke schotel zeevruchten babbelen en lachen we links en rechts met onze onbekende tafelgenoten. De beste remedie tegen onvoorzien feestgeweld is er in meegaan. En champagne…

IMG_5516

Zaterdag 21 juli 2018

Omdat Gladmat pas na de middag op dreef komt gaan we vandaag tijdig op pad om de stad te ontdekken. En was mijn kijk op Stavanger gisteravond al iets roziger geworden, dan krijgt die gaandeweg steeds meer kleur. Fleurige straten, verrassende graffiti, hippe winkeltjes, dit is een vrolijke stad!

En als ik in het Norsk Oljemuseum tijdens een beklijvende kortfilm kennis maak met “Oil Kid” Thomas en de recente geschiedenis van Stavanger, ben ik helemaal onder de indruk. Behoorde Noorwegen in de 19de eeuw nog tot de armere landen van Europa, nu zijn ze in amper twee generaties het zesde of zevende rijkste land van de wereld geworden! De ontdekking en ontginning van flinke voorraden gas en olie in de Noordzee in 1969 veranderden het leven van de gemiddelde Noor kompleet. Een berg geld heeft ook een lastig kantje. Noorwegen werkt hard aan een ecologisch voorbeeldig imago, maar valt dat wel te rijmen met die vervuilende bron van inkomsten? En hoe verleidelijk is het om naar steeds meer olie te willen boren, en wat als die zich in een ongerept gebied als de Lofoten bevindt?

Hoe dan ook, het museum laat op een knappe manier alle kanten van de oliewinning zien. Ik denk terug aan die ene stormachtige dag op onze tocht van Nieuwpoort naar hier. We passeerden toen dicht  langs een van de talloze booreilanden in de Noordzee. Het zal je werkplek maar wezen…

Als de drukte begint toe te nemen zoeken we de rust op van Gamle Stavanger, de oude stad. Stille straatjes, witte huisjes. We ronden af met een bezoekje aan het maritiem museum dat ondergebracht is in een krakend oud houten pakhuis.

Het was geen liefde op het eerste gezicht maar dat is intussen helemaal goed gekomen. Als echte Gladmat-gangers laten we ons meevoeren met de mensenstroom langs de kraampjes, ik laat me verleiden tot wat culinaire verwennerijen, streelzacht gerookte zalm, Noors zeezout… En tot slot nemen we afscheid van Stavanger met een portie romige vissoep!

Afspraakje in Ådnøy, doorzakken op Langøy

Woensdag 18 juli 2018

“A, met zo’n bolletje er op, D, N, O met zo’n schuine streep er door, Y. Ådnøy, ja. Coördinaten? 58°55’1N 5°59’8E. Wat zeg je, we hebben jullie wakker gebeld? O jee, oprechte excuses…” Mijn wangen kleuren rood, maar dat zie je niet over de telefoon. “Nee hoor, geen haast, we zien jullie vanavond of morgenochtend, ook goed, wat er het beste uitkomt…”

Ik heb net gebeld met Jan-Willem van Iskander. En van Renée. Iskander is een Breehorn 41 in een bijzonder mooi blauw. Of is het groen? Iets er tussenin. Maar zo mooi, dat er intussen al meer Breehorns in een vergelijkbare tint rondvaren. We leerden Jan-Willem en Renée kennen op onze allereerste winterontmoeting van de Breehornzeilers. En er was een vage afspraak geweest. Zij planden dit jaar in juli een zomervakantie in Noorwegen, wij ook. Eind juni whatsappen we elkaar onze vaargidsen en kaarten maar veel concreter dan “Ergens in het Noorden borrelen?” wordt de afspraak niet. En zo hoort het ook met een zeilboot…

MarineTraffic verklapt dat ze een week na vertrek uit Nederland niet in Noorwegen maar in Schotland zijn. Daarna in Kirkwall, Orkney. Hm, geen Noorwegen dus. Tot er een verrassend whatsappje komt dat ze van daaruit vertrokken zijn richting Stavanger.

En nu heb ik ze wakker gebeld… Wij zijn vroeg op hier in Lysebotn en het is me helemaal ontgaan dat zij net een tocht van 250 mijl achter de rug hebben. Kort na de middag vertrekken we naar Ådnøyvågen, zo heet het baaitje op het eiland Ådnøy. Las prikte het op de kaart omdat het ongeveer halverwege Stavanger en de Lysefjord ligt en onze Imray Pilot het omschrijft als ‘attractive’ en ‘sheltered’…

De Lysefjord terug uit varen is mooi, en je raadt het nooit, de wind zit weer maar eens lekker tegen. Opnieuw hangen de wolken laag en dreigend boven de fjord, maar later klaart het op.

Wanneer we de baai van onze afspraak binnenvaren, ligt Iskander daar al vredig geankerd in een stralende avondzon. Dus tóch borrelen in Noorwegen!

Het borrelen gaat over in avondeten, het avondeten in dessert en al zijn het de langste dagen van het jaar, het is al pikdonker als Iskandertjes met hun bijboot terugpeddelen…

Donderdag 19 juli 2018

Stil, zomers en mooi is het hier in onze paradijselijke ankerplaats. Luieren in de zon, zwemmen in het koele water, een stukje lezen, meer hoeft niet. Na de middag lichten we het anker en nemen afscheid van Iskander…

Stavanger staat nog op ons programma, maar we stellen de drukte van de stad nog even uit en varen naar het kleine eilandje Langøy. Las prikt het op de kaart omdat het op slechts 2,5 mijl van Stavanger ligt en onze Imray Pilot het omschrijft als ‘attractive’ en ‘convenient’…

We liggen er langszij bij een gezellige Noorse familie die geen neen zegt tegen een Belgisch biertje. Borrelend gaat de avond over in de nacht…

BewarenBewaren

Preikestolen, de onderkant

Vaar je nu helemaal tot het eind van zo’n fjord of niet?

Dinsdag 17 juli 2018

Waren we gisteren óp de Preikestolen, vandaag willen we er met onze boot onderdoor. Als je de Lysefjord in vaart kom je na zo’n 7 mijl langs de beroemde rots en helemaal op het eind van de ruim 20 mijl lange fjord ligt Lysebotn, een beetje het eind van de wereld. Of ja, zo lijkt het toch. Het idee om zo’n fjord helemaal tot het eind uit te varen vind ik onweerstaanbaar. Maar Las, die vindt het eigenlijk maar niets… Door tunnelwerking is zeilen er in zo’n fjord meestal niet bij, de wind kan er gemeen hard tegenzitten. Ook René Vleut van de Vaarwijzer Scandinavië en de Oostzee is geen fan. Hij waarschuwt ook nog eens voor de ongemakkelijke houten afmeersteiger in Lysebotn waar je uiterst oncomfortabel kan komen liggen bij westenwind. “Waarom al die mijlen op motor varen, laat ons nu gewoon tot onderaan de Preikestolen varen en dan zien we wel…”

De Noorse zomer heeft een licht onweerachtig kantje gekregen, met sneeuwwitte en donkerblauwe wolken tegen een helblauwe hemel.

De zon speelt verstoppertje. Het ene moment verlicht ze de dikbeboste steile fjordwanden fel, even later verschuilt ze zich en zijn de hellingen duister, dramatisch theatraal. Uit het niets regent het plots warme pijpenstelen, de bui is even snel over als ze gekomen is.

Wat een wisselend schouwspel. Superlatieven schieten te kort. Blauw speelt de hoofdrol. Blauw in alle mogelijke schakeringen. Zwartblauw voor het water, honderden meters diep, hardblauw voor de lucht, teer babyblauw voor de nevel die komt en gaat.

En dan tekent ineens, heel hoog boven ons, het vierkante silhouet van de Preikestolen zich af. Aan de rand zie je een glimp van de mensen boven. Ze hebben net de twee uur durende tocht gedaan, als goden kijken ze uit over de fjord diep beneden en het imposante landschap rondom, ze voelen zich reusachtig. Wij kijken 600m omhoog, voor ons lijken ze piepklein, als wriemelende kevertjes.

En nu heel even, terzijde. Het is niet de eerste keer dat ik hier kom. Welgeteld 41 jaar geleden waren wij hier met de familie, met onze Klabetter, een Spirit 28. En geloof het of niet, daar zijn beelden van. Zoals bij voorbeeld: ik in een oranje plastieken zeilpak -zó 1977!- op een boot onder de Preikestolen…

En 41 jaar, dat mag dan wel lang geleden zijn, deze plek blijft onwrikbaar indrukwekkend. We varen zo dicht mogelijk onder de rotswand door, de dieptemeter gaat niet onder de 80m. De magie van de fjord doet haar werk want terwijl hij mij een kus geeft, vlak onder de Preikestolen, fluistert mijn schipper in mijn oor: “Komaan, het is goed, we varen door tot Lysebotn…”

zo’n 3 uur later…

Voor ons moet Lysebotn liggen. We turen door de verrekijker. Een ferry meert af aan de voor hem bestemde kade. Links er van een houten afmeerwand. Daar moeten we zijn. De ferry vertrekt weer. En dan, zomaar ineens, wordt alles opgeslokt door donkere wolken. Wég hellingen, wég kade, wég alles. Vóór ons één dikke zwartblauwe brij. Een bliksemschicht, gevolgd door een donderslag.

We zijn op amper een kwartier van onze bestemming maar ik schiet de kajuit in om laarzen en zeilkledij aan te trekken. Uren was het warm en windstil, nu steekt uit het niets een kille stormwind op die het fjordenwater tot kleine schuimkopjes klopt. De regen roffelt ze weer plat.

In de stromende regen meren we af, luttele ogenblikken later haalt de zon alweer brutaal uit. Een regenboog, een schoongespoelde lucht, stilte. Lysebotn.

Voor de rest van de avond doen we niet veel meer dan ons vergapen aan de avondlucht.

“Goh, ik ben wel blij dat we tot hier gekomen zijn…” zegt Las nog. Dus ja, helemaal tot het eind van zo’n fjord varen, dat moet je écht eens doen…