De kracht van een minuutsoepje, Torquay

Dinsdag 11 juli 2017

Dit wil ik nog wel gezegd hebben. Regen op een boot is niét leuk. Of, wacht. Varen terwijl het regent, dat kan nog nét. Maar daarna. Ergens toekomen en daar zitten met dat drijfnatte zeilgoed in de beperkte ruimte van een kajuit, ramen die beslaan, dat is niét leuk.

Even terug naar de voorbije dag. Het begon ’s ochtends zacht te regenen. Het soort fijne grijze motregen waarvan je denkt dat je niet nat gaat worden. Maar je vergist je, alles wordt nat, langzaam maar zeker. Later op de dag gaat het harder regenen. Het waait ook stevig, recht in de neus, waarom niet. We varen Lyme Bay over, traag opkruisend. Een tiental mijl aan stuurboord moet de beroemde Jurassic Coast liggen. Afgelopen winter bekeek ik twee seizoenen van het spannende Broadchurch, een Britse politieserie. De opnames vonden plaats West Bay, Bridport Harbour. Ik speur met de verrekijker de horizon af. Veel zie ik niet van de kliffenkust, alles is uniform grijs. En ik die gedacht had dat ik me hier ín de tv serie ging voelen… Een koude regendruppel loopt via de kraag van mijn jas langs mijn nek naar beneden. Moet dit nu echt? “Een minuutsoepje?”, probeert mijn schipper. Briljant! Zo’n minuutsoepje, dat beetje hartige warmte, doet wonderen. Torquay lijkt ineens minder ver.

En dan liggen we aan het ponton, afgedroogd, warme, schone kleren aan. De Webasto snort. Nat zeilgoed hangt in de doucheruimte waar ook een blazer van de verwarming zit. Er wordt niet gekookt vandaag, we doen ons tegoed aan twee krabben die we in Yarmouth kochten van een visser, 2,00£ elk…

Woensdag 12 juli 2017

Gedaan met regenen! Alle nog klamme kledij gaat buiten, niets beter dan wind en (voorlopig nog aarzelende) zon.

We halen de fietsjes boven en gaan op pad. Torquay, dat is de Engelse Rivièra, de stad van Fawlty Towers en ook de stad waar Agatha Christie geboren is. Maar wij zijn zo blij met de zon dat we zomaar, zonder echt plan, op pad gaan. Laat maar komen die warme golfstroom en palmbomen!

Iemand wijst ons de weg naar het South West Coast Path, een 630 mijl lang pad dat van Somerset over Devon tot Cornwall loopt. De man verzekert ons dat het stukje tussen Torquay en Babbacombe Beach erg mooi is en best te doen met de fiets. Het wordt snel duidelijk dat hij dit zelf nog nooit uitprobeerde… Soms is het zo steil dat het stappen wordt met de fiets aan de hand, soms is het meer een voetpad met steile trapjes, waardoor we terug naar de gewone weg moeten. Maar het wordt een mooie tocht en uiteindelijk komen we bij het idyllische Ansteys Cove, waar we een lekkere cappuccino drinken.

Nog een mooie fietstocht terug, even wat boodschappen doen en lekker koken, kip met paprika’s… Dat ik gisteren niets gezien heb van het stukje kust waar Broadchurch werd opgenomen, al waren we so close, vind ik al lang niet meer erg. Er is nog altijd de betoverende muziek die de IJslandse componist Ólafur Arnalds maakte voor de reeks…

(tussen haakjes: alles van Ólafur Arnalds is het beluisteren waard!)

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

The Needles, twee keer

Zondag 9 juli 2017

Na onze mooie nachttocht varen we ‘s ochtends de Solent door tot Yarmouth. Ik roep op voor een ligplaats. Een vriendelijke jongen van de haven vaart ons tegemoet en gidst ons naar een vrije plek aan het ponton, wat charmant!

Na een tukje en wat opruimen besluiten we te gaan fietsen, en waarom niet, tot aan het punt waar je uitzicht hebt op de beroemde Needles. Het zomert en zwetend trappen we traag hellingen op, dalen uitblazend en met een flinke vaart hellingen af.

Voor wie deze illustere rotsen niet zelf voorbij vaart op zee, is er dus de kaap met het uitzicht, helaas uitgebaat als een soort pretpark. Ijsstalletjes, winkeltjes met prullen, een kermismolen. Op Alum Bay, het strand beneden -je kan er met een stoeltjeslift naar toe- is zand te vinden in vijftig tinten zandkleur. Er is een winkeltje waar je zelf je flacon kan vullen met laagjes, als souvenir. Dan weet je genoeg… Maar het uitzicht van op de kaap is prachtig, er ligt een indrukwekkend motorjacht voor anker, de zon straalt, dit lijkt de Middellandse Zee wel. We fietsen terug langs de rivier Yar.

Maandag 10 juli 2017

Gisteren was ons opgevallen dat de top van de mast heel licht afboog naar stuurboord, en dat de eerste zaling aan bakboord iets omhoog stond. Bij het inrollen van het grootzeil hadden we ook wat weerstand gevoeld, dit is niet pluis. We besluiten er naar te laten kijken. Het bedrijf in Yarmouth is te druk, maar in Lymington wil Ocean Rigging er wel naar kijken. En zo varen we naar de overkant. De mensen van Ocean Rigging fixen het euvel, controleren de verstaging en regelen bij waar moet. We besluiten niet nog een dag in Lymington te blijven maar door te varen. Het weer is indrukwekkend, een stevige wind, wolken, blauwe lucht. Het water is helgroen turkoois. Het opkruisen -de Solent uit- gaat goed, 7, 8 knopen, we schieten vooruit, euforisch over de omgeving!

En dan, ineens, verwarring. Een west kardinaalboei. “Die moeten we ten westen voorbij, dat is aan bakboord laten”, roep ik. “Nee, nee, dat kan niet”, reageert Las. “Daar ligt een zandbank, daar moeten we wegblijven, de boei aan stuurboord!” “Nee”, gil ik nu, “dat klopt niet!” “Maar kijk dan, het water breekt dáár”, wijst Las, “wegwezen!” We gaan overstag, net bij de boei, de stroming sleurt ons er naar toe, het is nipt allemaal. We roepen om het hardst wie nu gelijk heeft, maar laten het dan met rust. Hier eerst uit zeilen en het dan nog eens bekijken. En wat blijkt? We hebben allebei een stukje gelijk. De boei moesten we wel degelijk ten westen voorbij, daarin had ik gelijk. Maar die zandbanken, The Shingles, moesten we ook absoluut mijden. En de afstand tussen het uiterste puntje er van en de west kardinaalboei is op dat punt amper 0,2 mijl. De kardinaalboei ligt ruim van het gevaar dat ze aanduidt, ze aan de ‘foute’ kant voorbijgaan, daar viel dus wel wat voor te zeggen. Dat was Las zijn gelijk. Als we onze track op plotter én Ipad er op nakijken, blijkt bovendien dat de boei in realiteit niet op precies dezelfde plek ligt als op onze kaart…

Twee keer de Needles, dat vergeten we niet snel!

Alle kleuren van de windroos

We hadden een plan. Maar de wind wil niet mee.

Het plan: we varen in één keer naar het verste punt van de reis en hoppen dan terug, havens zat. Wij vinden dat een slimme keuze. Alleen, dat verste punt, daar zijn we nog niet uit. Net voor aperitieftijd is het Falmouth, Cornwall. Na de eerste gin-tonic kunnen de Isles of Scilly ook, natuurlijk. En na een tweede gin-tonic zou het ook wel eens Cork op de zuidkust van Ierland kunnen zijn. Maar hoe we ook plannen, we zijn er aan voor de moeite. Ofwel is er geen wind, ofwel komt ze uit de verkeerde richting. Als het weerbericht er dan min of meer positief uit ziet, klopt het niet. Bij elke tussenstop die we aanlopen moet een nieuw plan gesmeed worden. Weerberichtje, mijlen afpassen, plan bijstellen. We zijn inmiddels een week weg, we zijn in het Falmouth van vóór de apero en hebben er zes tochten op zitten. Willen jullie weten hoe nu eigenlijk die planning verloopt?

Nieuwpoort – Duinkerke

Na een paar uur hard tegen wind en stroom opboksen op motor:

Zij: “Zoetjeuuú…” (lichte dwang) “…dit is toch geen werk…”

Hij: “Ja, ik weet het. (Zucht) Maar, Duínkerkeuuú?” (lichte afkeer)

Zij: “Goh, ja, waarom niet? Kunnen we lekker fietsen, vis halen en in vakantiestemming komen. We hebben drié weken, het komt nu toch niet op een dág…”

Hij: “Ok dan…” (duidelijk verveelde zucht)

Duinkerke – Yarmouth

Na een bijzonder mooie nacht op zee, helaas bijna alles op motor:

Hij: “Zouden we anders Wight niet aanlopen, zo de hele tijd op motor varen is toch maar niks?”

Zij: “Prima. We zijn nog nooit in Yarmouth geweest en iedereen zegt dat het daar leuk is.”

Hij: “Ok, we gaan naar Yarmouth!”

Yarmouth – Lymington

Er zit iets niet goed met de verstaging en de zaling aan bakboord. Enkel Ocean Rigging in Lymington heeft tijd om er naar te kijken. Geen discussie: we varen naar Lymington.

Lymington – Torquay

Probleem vlot hersteld in Lymington. En nu? Blijven we hier een nacht of gaan we door? Als blijkt dat we nog twee uur hebben om met het tij de Solent uit te varen, wachten we niet en zetten door.

Naar Falmouth dan toch? Na een nacht sukkelen tegen wind en tij, zakt de moraal even snel als de barometer. Maar de schipper is optimistisch en krijgt alvast de prijs van de beste quote van de reis:

“Al varen we maar 30 mijl in 10 uur, dan is dat toch altijd meer dan dat we bleven liggen.”

Als de beroemde Jurassic Coast in grijze mist verdwijnt en het dan nog begint te regenen ook, worden de 90 mijl naar Falmouth opnieuw in vraag gesteld. De dichtste haven blijkt nu Torquay te zijn.

Zij: “Torquay, dat is de Engelse Rivièra, zegt mijn Dominicus reisgids.” (met nadruk op Rivièra)

Hij: (de regen drupt uit zijn oren, neus en onderbroek) “Goh, ja, geen slecht idee, die Rivièra van jou.”

Torquay – Salcombe

Om 5:00 dapper vertrokken voor Falmouth. Nog maar eens: te weinig wind om 13 ton vooruit te krijgen. Nog voor de middag lopen we Salcombe aan.

Salcombe – Falmouth

Nu gaat het gebeuren. De wind zit wel nog wat tegen maar niet helemaal. We kunnen een lange slag zeilen, dan even overstag, een kort rak om hoogte te winnen en dan weer een lange slag. Dat gaat toch een beetje vooruit. De zon breekt door, de wolken lossen op.

Zij: “Het eerste echt fijne zeilweer van de vakantie, toch?”

Hij: “Ja, echt wel, zo valt het reuze mee.”

Zij: “En als we nu eens doorzeilden, naar de Scilly eilanden? Ik check even hoeveel mijl dat is…”

Zij: “60 mijl. Tegen de vroege ochtend kunnen we er zijn. Ik zie het helemaal zitten.”

Hij: “Ik ook. Het wordt een mooie nacht.”

Een half uur later zakt de wind weg, gedaan met lekker zeilen.

Hij: “Wat is dat hier nu in godsnaam weer! (Vloek) (Vloek) (Nog een vloek) Ik loop nog amper 2 knopen! Zó gaat het niet. En een hele nacht op motor, daar heb ik geen zin in.”

Zij: “Laat ons dan toch maar Falmouth doen.”

Hij: “Dat is wél terugkeren, hee.” (Duidelijk geërgerd)

Zij: “Een klein beetje maar. Zó erg is dat nu ook niet. (Troostend) Beter dan 12 uur op motor te moeten gaan varen om persé naar die Scilly eilanden te geraken…”

Hij: “Ok dan maar.” (Niet overtuigd)

En nu liggen we in Falmouth. Le vent nous portera…

’s Nachts op zee

Zaterdag 8 juli 2017 – zondag 9 juli 2017

Duinkerke – Yarmouth

Er zijn zo van die nachten..

Deze morgen om 5:00 vertrokken we uit Duinkerke en we waren niet alleen. Iedereen die west wou was van de partij, aan Cap Gris Nez moet je -zeker bij nakend springtij zoals nu- de stroming mee hebben. De lome kudde motort traag, tot de wind uit het NW aanwakkert en we sportief aan de wind kunnen zeilen. Voorbij de kaap valt de wind weer weg, de kudde buigt synchroon af richting Boulogne. Wij gaan door.

Na een zonnige dag kwakkelen, zeil, motor, zeil, motor naderen we Beachy Head. In het westen zakt de zon traag achter de klif, in het oosten gaat de volle maan op in een zweem van babyroze en babyblauw.

Tussen Beachy Head en Selsey Bill varen we de kraakheldere nacht in. Las neemt de eerste wacht tot een uur of twee, nu is het mijn beurt. Ik heb geslapen als een roos. De nacht is mooi en vriendelijk. Er is geen wind, we varen op motor. Ik lees een beetje, kijk om me heen, controleer onze track op de Ipad, maak mezelf een beker thee. Dit is leuk.

Aan bakboord wedijvert een feestelijk verlicht cruiseschip met de volle maan die zowel aan de hemel als in het water schittert.

Om iets over vier wordt het over stuurboord al licht, nog drie kwartier voor de zon opgaat, net boven de horizon kleurt de hemel oranje. Magisch.

Purper, roze, diepblauw, oranje. Tegen beter weten in maak ik wel honderd foto’s. Ik weet maar al te goed dat die –weinig licht en veel wiebeling- hooguit een onscherpe, teleurstellende weergave zullen zijn van wat ik nu zie.

Inmiddels is het helemaal licht, er is nog steeds geen lover wind. Voor ons ligt het eiland Wight. Tegen de middag kunnen we in Yarmouth zijn, laat ons dat maar doen.

Maandag 10 juli 2017 – dinsdag 11 juli 2017

Isle of Wight – Torquay

Het witte eiland Wight ligt al enkele uren achter ons. Met het laatste van de uitgaande stroom zijn we via het Needles Channel de Solent ontstuimig uit gevlogen en hopen dat het nu gaat lukken om in één keer door te varen naar Falmouth. Poging twee dus.

Maar de wind zit nog maar eens tegen en de zee is ruw en onwillig. Dit wordt een lastige nacht, uitgerust blijven is de boodschap, ik kruip alvast in bed. Onze bakboord kajuit achter is de beste plek om op zee te slapen, maar ik –die gewoonlijk om het even waar en wanneer de nodige slaap kan halen- vind dit keer mijn draai niet. De boot kruist op, soms rol ik tegen de schuine buitenwand, soms tegen de rechte wand er tegenover. Aan beide kanten heb ik een opgerold donsdeken gepropt, als stootkussen. Las zet de motor bij, het opkruisen lukt niet, hoor ik. Ik voel ons ter plaatse steigeren. Ik schuif van bakboord naar stuurboord en terug, zit ik in een wasmachine? Slaap soms even maar schrik dan ongerust wakker. Is Las er nog? Door het kleine raampje zie ik twee benen in de kuip staan, er naast bengelt de lifeline –‘s nachts lijnen we ons altijd aan. Oef, terug proberen slapen. Maar de geluiden houden me wakker. Nu eens heb ik het te warm, dan te koud, warrige gedachten tollen als gek door mijn hoofd. Als Las me wekt voor mijn wacht, ben ik geradbraakt en heb het gevoel geen oog toegedaan te hebben. Buiten is het nu ook beginnen regenen, gemene, stille, grijze motregen, geen zonsopgang te bespeuren. De barometer zakt steeds dieper.

Nee, niet alle nachten op zee zijn idyllisch. En nee, geen foto’s vandaag.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Een valse start

7 juli 2017

Drie weken vakantie!

Gisteravond ingescheept. Amper enkele uren eerder het werk op kantoor afgerond, onder flink wat tijdsdruk, ju ju, ik moet de daver nog wat van me afschudden. Wat zijn het drukke dagen zo voor je vakantie… Huis- tuin en keukendingen regelen, de thuisblijvende kinderen de les spellen. Ook de bevoorrading nog geregeld van op de pc met het wonderlijke Collect & Go. Je bestelt alles wat je nodig hebt vanuit je luie zetel, regelt afhaling op een tijdstip dat je best uitkomt en in amper tien minuten ben je in en uit de supermarkt. We slepen de hele karrenvracht naar de boot, zeulen reistassen met kledij, plooiboxen met lectuur, vinken lijstjes af. Ik ben plots heel moe en wil gewoon slapen.

Maar mijn schipper mag dan eergisteren wel 60 geworden zijn, als de zee lonkt, is hij niet te houden. De volgende ochtend bij het krieken van de dag wil hij varen. Hij vindt het best als ik blijf liggen, nog even uitslapen. Als ik wakker word, sjokken we op motor ergens halfweg tussen Nieuwpoort en Duinkerke. Niets zeilen. De wind houdt haar hand op als een strenge politieagent waar je niet voorbij komt. Zo lang we stroom mee hebben lukt het nog, maar na een tijd gaan we meer op en neer dan vooruit. De zee steigert steil. Veel ruimte om op te kruisen is hier niet, dus wordt het op weinig comfortabele wijze diesel verstoken. En dat als begin van een meerdaagse tocht, Falmouth in één keer bij voorbeeld? Voor morgen is er wind uit het noorden en later uit het oosten voorspeld… Net als we Duinkerke voorbij zijn, vraag ik me af waar we mee bezig zijn.

We laten de westenwind wijselijk voor wat ze is en keren terug. Naar de haven van Duinkerke.

Nog voor de middag liggen we afgemeerd aan het  ponton. Het is een warme, zomerse dag, met prachtige wind, alleen helemaal uit de verkeerde richting. Ik negeer het knarsetanden van mijn schipper als we fietsend als toeristen op pad gaan…

Een ijsje  aan het strand van Malo-les-Bains en het mediacircus van de ‘Tour de France à la voile’ troosten maar een beetje.

Maar in de viswinkel halen we inktvisringen en ’s avonds maak ik die klaar met look, tomaten, een rode paprika en saffraan. Een glaasje rosé er bij en daar is het vakantiegevoel. Morgen gaan we zeilen!

Met mijn lief op zee

20 juni 2017

Soms zit het gewoon lekker mee. De langste dagen van het jaar en een droom van een zomerweer… Meer dan 16 uren zonlicht, onbetaalbare luxe. Op slag zijn ze vergeten, de jaren dat die magische zomerzonnewende aan ons voorbijgaat omdat het hier soms zo grijs is dat je echt bang zou worden dat de hemel je op de kop valt. Of de jaren dat de centrale verwarming nog brandt in juni, ’s morgens in de badkamer, tegen de ochtendkilte. Niet nu. Vlotjes klimt de temperatuur boven de 25°C en dit al dagen aan een stuk. Na een koele werkdag op kantoor -die airco hebben we toch niet voor niets- blijft het nog uren licht en daar willen we van genieten.

Gewoon trossen los, de havengeul uit en het water op. Het heerlijke van deze dagen is dat we het stukje zee voor onze thuishaven bijna voor ons alleen hebben, zo kort voor de zomergekte van juli en augustus. Onze speeltuin. We varen recht het zeegat in, de zon tegemoet. Om dan traag zeilend terug te keren richting havengeul, met vanuit de kuip eersteklas zicht op een machtige zonsondergang.

Koken laat ik voor wat het is. En toch genieten we van een toprecept. Een slaatje, wat garnaaltjes. Achter ons de zon die uit de paarsblauwe hemel traag de zee in zakt, slordige slierten dieporanje met zich mee slepend. Uit de boxen een heerlijke afspeellijst, bijeen gegrabbeld in een zomerse bui. Luid en wijd galmt onze muziek schaamteloos over het water, geen mens die het hoort behalve wij. Ik weet het, het is melig, maar melig klonk zelden zo goed. Eén nummer wil ik wel weggeven… Ze waren ooit tweede op het Eurovisie songfestival -1973 voor wie het echt wil weten- en op een enkele hispanofiel na kent niemand nog hun naam, maar vandaag winnen ze voor mij het festival van de langste dagen. Mocedades en hun onsterfelijke Eres tú…

Zet die volumeknop maar open…

Como una promesa, eres tú, eres tú
Como una manaña de verano
Como una sonrisa, eres tú, eres tú
Así, así, eres tú
Toda mi esperanza, eres tú, eres tú
Como lluvia fresca en mis manos
Como fuerte brisa, eres tú, eres tú
Así, así, eres tú
Como el agua de mi fuente
(algo así eres tú)
Eres tú el fuego de mi hogar
Eres tú como el fuego de mi hoguera
Eres tú el trigo de mi pan
Como mi poema, eres tú, eres tú
Como una guitarra en la noche
Todo mi horizonte eres tú, eres tú
Así, así eres tú

Als een belofte, ben jij, ben jij
Als een zomerochtend
Als een glimlach, ben jij, ben jij
Zo, zo, ben jij
Al mijn hoop, ben jij, ben jij
Als frisse regen in mijn handen
Als een sterke bries, ben jij, ben jij
Zo, zo, ben jij
Als het water van mijn fontein
(zo ben jij)
Jij bent het vuur in mijn haard
Jij bent als de vlam van mijn vreugdevuur
Jij bent het graan van mijn brood
Als mijn gedicht, ben jij, ben jij
Als een gitaar in de nacht
Heel mijn horizon, ben jij, ben jij
Zo, zo, ben jij

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Mag ik het over Londen hebben?

Hemelvaart 2017

Naar Londen zeilen met Hemelvaart, een aantal jaren geleden zijn we het beginnen doen. Met een boot of drie, vier, wisselende gezelschappen. Elke keer is anders, elke keer ontdekken we nieuwe dingen. Ook nu. Stof voor een stukje.

Maar mag ik het over Londen hebben, nu -amper een week later- die dynamische stad nog maar eens is opgeschrikt door gruwelijke terreur? Moeten we treuren en zwijgen, en overwegen om er niet meer te komen? Of mag ik het over het Londen hebben, over die multiculturele, bruisende stad met zoveel gezichten? Ik denk dat ik het over Londen moét hebben. Over deze stad die niet klein te krijgen is, die zichzelf opnieuw uitvindt, keer op keer.

Net zoals de tachtigjarige kunstenaar David Hockney aan wie Tate Britain een grote overzichtstentoonstelling wijdt. 60 jaar uitbundige creativiteit, dat wil ik graag zien. Nee, ik heb nog geen tickets. Met een zeilboot weet je nooit, storm, pech, misschien raak je zelfs niet in Londen.. En dus queuen we geduldig, very british indeed.

En dan is daar, temidden van indrukwekkende schilderijen, tekeningen en collages, dat verrassend video kunstwerk, The Four Seasons, Woldgate Woods. Op vier wanden telkens negen schermen met hetzelfde landschap, in elk seizoen. De beelden zijn gemaakt vanuit een rijdende auto en zuigen je traag hypnotiserend mee. De traagheid is ontroerend, de seizoenen onverstoorbaar volhardend. Alles herbegint. Altijd.

Onze tochten naar Londen zijn nooit hetzelfde. Dit keer is de zon brandend van de partij, en ontbreekt de wind. Helemaal. We tuffen lange uren.

Geen wind betekent plat water in de Thamesmonding. Zo plat dat mijn schipper in afwachting van het getij wel eens wil ankeren in plaats van Queenborough aan te doen zoals gewoonlijk. Iets voorbij Nore Sand liggen we op de eerste rij voor een magische zonsondergang.

De volgende ochtend neemt de stroom ons mee richting Londen. Onderweg krijgen we het bezoek van de politie in een zwarte zodiac. Met de vriendelijke maar besliste uitnodiging om ieder verdacht feit te willen melden op een bijzonder nummer. Ook her en der in de stad vragen affiches om waakzaamheid. De volgende dag herinnert een wandeling over Westminster Bridge aan de recente terreurdaad van 22 maart 2017. En de feiten halen mijn woorden in, afgelopen zaterdag 3 juni 2017 waren London Bridge en Borough Market het doelwit van nog meer driest terreur.

Maar stilstaan doet Londen niet. Haar skyline verandert even snel als het werk van David Hockney. Na Tate Britain gaan we richting Battersea Power Station. Deze iconische plek, in ons collectief geheugen geprent door de lp Animals van Pink Floyd, wordt aan hoog tempo verbouwd tot luxueus woonoord.

In contrast met die niet aflatende bouwwoede ligt iets verderop Battersea Park felgroen te genieten van het ongewone zomerweer. De Thames stroomt onophoudelijk, vijf uur naar zee -een kleine adempauze bij het kenteren van de stroom- en zeven uur terug.

Zoals steeds overnachten we met onze boten in Limehouse Basin Marina. Het is er goedkoper en rustiger liggen dan in St. Katharine Docks en er is een metrohalte vlakbij. De vele narrowboats die er liggen zorgen voor een boho sfeertje en je kan er ongestoord barbecuen op het ponton.

Vlakbij London Docklands. Waar in Canary Wharf, Londens tweede zakencentrum, de ene glimmende wolkenkrabber na de andere verrijst. Maar waar je ook heerlijk kan fietsen langs de Thames of op Isle of Dogs verrast wordt door leuke pleinen, een gezellige pub. Van daar kan je zelfs via een voetgangerstunnel onder de Thames door naar de overkant, naar Greenwich.

Londen blijft verrassen, blijft ons verbazen. Wij blijven gaan. Keep calm and carry on…

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Daar in dat kleine café aan de haven…

Het lange weekend van 1 mei 2017

We plannen een retourtje Boulogne. Duinkerke, Boulogne en terug naar Nieuwpoort. Zaterdag en zondag zal het lekker waaien uit het zuidoosten, maandag stevig uit het zuidzuidwesten. Dat betekent ruime wind heen én terug, meer kan je als zeiler niet willen.

Omdat we zaterdag pas aan het eind van de dag vertrekken, ga ik koken op zee. Mijn oudste dochter gaf me ooit een leuk cadeau, het Kombuis kookboek van Fiona Sims. Het ziet er prachtig uit. Maar het is nogal british en niet alle combinaties overtuigen me. Maar het inspireert en dat vind ik de belangrijkste eigenschap van een goed kookboek. De visstoofpot met gremolata lijkt me ideaal om klaar te maken terwijl we naar Duinkerke varen. Ik deel jullie graag het recept, en dat was eigenlijk het plan voor dit stukje, maar toen kwam er iets tussen. Iets dat ik moet opbiechten over dit weekend… In Boulogne zijn we op de lappen gegaan…

Na een mooie zeiltocht op zondag -ideale wind en lekker veel stroom mee- komen we in  aan in Boulogne. De jachthaven ligt er verlaten bij.

Ook de stad is op een grijze zondag als vandaag doods en stil.

Zelfs de bar waar we graag een Picon au vin blanc drinken is gesloten. Een plateau de fruits de mer, ‘om mee te nemen’, we hadden er stilletjes luidop van gedroomd, zullen we hier niet vinden. En we hebben geen zin om op restaurant te gaan. Het beste wat we kunnen scoren is een kip en een kilo tomaten in het soort supermarktje dat altijd open is. Wanneer we tegen vijven de haven in lopen horen we muziek en stemmen in de bar.

Melig maar uitnodigend waait ‘Pour elle’, van Riccardo Cocciante ons vanuit de geopende deur tegemoet. We kijken mekaar aan, die gemiste Picon, waarom niet? In de niet bijster gezellige bar zit een bont gezelschap. Ze drinken champagne en het ziet er naar uit dat ze daar al een tijdje mee bezig zijn. Een getaande man biedt me wankelend maar galant zijn barkruk aan, de plastieken zak met de kip en de tomaten schuiven we er snel onder. De flamboyante waardin schenkt breed glimlachend twee stevige Picons in. Een man begint ons zijn leven te vertellen. Als vrachtwagenchauffeur voor een transportbedrijf van luxewagens als Lamborghini’s en Ferrari’s, -is het waar?- heeft hij wel wat te vertellen. Er volgt nog meer Picon, en ook champagne. Rookverbod? Daar trekken ze zich hier niets van aan, dit is hún stek. Christine -zo heet de barvrouw- zendt het ene nostalgische nummer na het andere uit haar telefoon de boxen in. De lelijke bar wordt steeds mooier. Als Samba Pa Ti inzet –j’adóre Santaná, vette knipoog- gaan we warempel dansen, geen mens kijkt er van op. We klinken ‘à l’amitié’ met deze onbekenden. ‘Vis ta vie!’ schateren ze. ‘A l’amitié!’

Het is halfnegen als we naar onze boot zwalpen. Eten moeten we doen. Ik bak de kip met uien en tomaten en weet niet meer goed of ik slapend eet of etend in slaap gevallen ben. Vaag hoor ik mijn schipper nog zeggen dat we morgen de stroom mee moeten hebben rond Cap Gris Nez,  en dat dat vroeg  opstaan wordt… En dan kantelt de kajuit…

Om vijf uur -jawel, je leest het goed- gaat de wekker. Tot mijn verbazing voel ik mij behoorlijk fris en heb geen greintje hoofdpijn. Op zee blaast zes beaufort alle vermoeidheid weg. We stuiven terug naar Nieuwpoort.

Dat receptje waar ik het over had, dat krijg je nog wel. Een volgende keer. Beloofd.

IMG_7398

 

Een lang weekend en we willen ‘weg’…

Paasweekend 2017

‘Waar gaan we naar toe?’

‘Ik weet het niet. Weg, zeker?’

Zo gaat het soms als het weerbericht weinig overtuigend is. ‘Wisselvallig, weinig wind, fris voor de tijd van het jaar’. O ja, een lichtpuntje. ‘Het blijft overwegend droog’. Overwegend.

Een strak plan voor het lange Paasweekend hebben we dus niet. Maar de vrije dagen lonken als een weather window. Aan boord zijn van onze boot is een minimum, varen vanzelfsprekend, zeilen een bonus.

En zo vertrekken we op donderdagnamiddag traag zeilend richting Duinkerke. Onderweg spit ik, na de onverkwikkelijke douanecontrole in onze thuishaven Nieuwpoort, het logboek uit, op zoek naar onze zonden van vorig jaar, lees: rode diesel tanken in een land waar je met je boot alleen rode diesel kan tanken. Het ligt ons op de maag, zo’n beetje als zeeziekte maar dan anders.

De volgende dag is ons vaarplan niet echt strakker geworden. Het Kanaal oversteken is net bezeild, laat ons dat maar doen. Pas ter hoogte van de Sandettie SW boei bij de ‘middenberm’ tussen de traffic zones beslissen we koers te zetten naar Ramsgate. Dover laten we liggen waar het ligt omdat de wind van daar komt, de Goodwin Sands laten we wijselijk links liggen. Ik heb eigenlijk niet zo’n zin in Ramsgate, verzucht dat we er al zo vaak geweest zijn, dat er niets te zien is.

Maar ik krijg ongelijk want de flinke wandeling die we er later op de dag maken brengt ons bij een stukje Ramsgate waar we niet eerder waren. En als we voorbij de Royal Temple Yacht Club komen realiseer ik me dat het vandaag drie jaar geleden is dat mijn vader overleed. En dat zijn laatste zeiltocht vooraleer een verkeersongeluk voor hem een einde aan het zeilen maakte, hem naar Ramsgate én de Royal Temple Yacht Club bracht. Dat was november 1983. We stappen er binnen en heffen het glas op hem.

Een dag later. Varen we rond Margate, de Thames monding in? Of steken we terug over naar Frankrijk, om zo een driehoekje Noordzee te varen? Voor de ene keuze zit de wind goed maar de stroming niet, voor de andere is het net omgekeerd. Er wordt ook erg weinig wind voorspeld en omdat we varen op motor niet zo fijn vinden, zitten grote afstanden er niet in.

Dover dan maar. Om het laagste laagwater in Ramsgate voor te zijn, vertrekken we ontieglijk vroeg, ik word er kregelig van. Het grauwe weer helpt mijn humeur ook niet meteen vooruit. En datgene waar ik naar uitkijk, dicht langs de beroemde witte kliffen de haven van Dover aanlopen, valt ronduit tegen. De wolken sluiten de gelederen, de zon raakt er niet door, de kliffen zijn niet wit maar grijs. De hemel is als lood. Dat we intussen aan een royale 7 knopen zeilen en mijn schipper met volle teugen geniet, laat me koud. Ik wil zon. En witte kliffen. Geen grijze.

Maar als we later goed afgemeerd liggen in de tidal marina geeft een  verkwikkende douche nieuwe energie. Terwijl we de wandelschoenen aantrekken wringt de zon zich aarzelend van tussen de wolken. Stevig stappend keert mijn goed humeur terug en als we boven op de beroemde kliffen staan is ze daar helemaal, de zon! Met haar magische licht tovert ze het grijze water fel turkoois en gaan de kliffen zo wit schitteren dat het bijna pijn aan de ogen doet.

There’ll be bluebirds over
The white cliffs of Dover
Tomorrow
Just you wait and see

Een bluebird? Ik dacht dat er alleen maar meeuwen over de witte kliffen van Dover zweefden..

Bij de al even witte vuurtoren van South Foreland doen we ons onder een stralend lentezonnetje te goed aan tea for two and scones with jam and clotted cream. Het popperige theehuisje van Mrs. Knotts is een juweeltje. Ik geniet met volle teugen van dit slecht geplande weekend.

De volgende dag zeilen we van Dover naar Duinkerke en op Paasmaandag terug naar Nieuwpoort.

O ja, nog even dit. Op Pasen -we zijn een mijl buiten de haven van Dover- komt een donkere boot met hoge snelheid recht op ons af gevaren. Niet nóg een controle, toch? Border Force staat er op de boot… Ze roepen ons op, stellen vriendelijk een paar routine vragen en sluiten wuivend af met een olijk ‘Enjoy your sailing today!’

Engelsen en zeilers, dat gaat goed samen…

 

Bakken aan boord, deel twee

Aan boord van een zeilboot is er weinig zo beperkt houdbaar als brood. Maar er gaat ook niets boven ovenvers brood. Alle broodvervangers, van de lekkerste crackers tot de heerlijkste muesli, gaan na een tijdje vervelen. Vers brood verveelt nooit.

Net voor onze zeilvakantie van vorige zomer speelde ik dan ook met het idee om nog snel snel een broodbakmachine te kopen. Ik had het hier en daar gelezen. Op het internet. Zo’n blitse broodbakmachine. Je wipt er een broodmix in zoals dat heet, voegt water toe en het ding doet de rest. Maar dan begint het. Die toestellen zijn toch omvangrijker dan mij lief is, ze nemen meer plaats in dan een paar stevige zeillaarzen maat 43. En ze hebben stroom nodig… Zo’n broodje is niet in één twee drie gebakken, dat duurt wel even. Afhankelijk van een van de talrijke bakprogramma’s. Tot 17 toe, glutenvrij programma niet meegerekend… Als je walstroom hebt, geen probleem, maar om onze niet zo geluidsvriendelijke generator uren te laten brommen in een idyllisch baaitje omwille van een broodje, ik weet het zo nog niet. Ik laat het idee voorlopig varen. We vertrekken op vakantie zonder broodbakmachine.

Blijkbaar had ik al eerder aan brood bakken gedacht want in een van de kastjes aan boord ontdek ik nog een vergeten pakje broodmix. En na het recente, goed gelukte cake experiment op zee, heeft de bakkriebel mij te pakken. Ik doe alles precies zoals op de verpakking vermeld, maar hoe lang het deeg daar ook staat, er gebeurt niets. ‘Verdubbelen in omvang’ al helemaal niet. Tegen beter weten in schuif ik de deegklomp de oven in. Na drie kwartier haal ik er iets uit dat nog het meest lijkt op een vuilgrijze rotsblok. Een multigranen rotsblok. Als ik de verpakking er nog eens op na lees, zie ik dat de vervaldatum van mijn broodmix al maanden overschreden is. Knorrig kegel ik de deprimerende kei overboord. Nog nooit zo snel iets zien zinken. Zelfs de meeuwen negeren het.

Een week of twee later doen we boodschappen in een hele grote supermarkt in Lerwick, Shetland. Een uitgebreid assortiment bakdingen, broodmix, bloem, gist, nootjes en graantjes lacht me toe… Het vorige misbaksel ligt nog op mijn maag en geen betere manier om dat te verteren dan een herkansing. De rare broodmix in gedachten kies ik simpelweg voor bloem en gedroogde gist. En voor een bakblik…

Varend waag ik me aan poging twee. Een hoopje bloem op het aanrecht, gist, water, een snuifje zout en kneden maar. Ik krijg het er warm van. De lekker elastische deegbol gaat in een kom met een schone handdoek er over. En hoera, het deeg rijst zoals het moet rijzen. Goed begin.

Na een uur of wat kneed ik het deeg nog eens door en leg het voorzichtig in het bakblik. Opnieuw rijst het deeg, ik word er helemaal vrolijk van. En nu de oven in. Na drie kwartier ruikt het zalig in de kajuit. Mijn broodje is gebakken. Glunder glunder.

Bruin brood, wit brood, ik probeer het de rest van de vakantie nog een paar keer. Het blijft iets magisch hebben, dat ritueel van kneden, rijzen, kneden, rijzen, bakken. Er kruipt tijd in, dat is waar. Maar varend op zee heb je tijd zat en precies het hebben van die tijd, het je kunnen permitteren van geduldig op een rijzend broodje te wachten geeft een prettig gevoel van luxe. Die hoop bloem eigenhandig in mijn klein kombuisje en met een eenvoudige gasoven veranderen in smakelijke boterhammen, -mijn schipper eet ze zelfs zonder beleg, zo lekker vindt hij ze- geeft me zo veel voldoening dat ik voorlopig die broodbakmachine niet hoef…