Dé Lofoten! Ja, echt, we zijn er!

17 juni 2022

De Lofoten! Denk je hierbij, net als ik, aan afgelegen en ver als je het uitspreekt? Of aan desolaat? Dat ver klopt wel, we hebben inmiddels al 1750 mijl onder de kiel. Maar we zijn ook al 60 dagen onderweg en als je het één door het ander deelt valt het wel mee. Maar desolaat, dat klopt niet echt. We zijn een goeie 40 mijl geleden uit Landegode vertrokken en al van op zee zijn ze te zien, de vele witte stippen. Campers, heel veel campers. Langs en over de rij puntmutsen -beter kan je de spitse bergen hier niet omschrijven-, loopt de E10. Voor automobilisten is die Lofoten highway, één van de vele Nasjonale turistveger in Noorwegen, de enige manier om hier te komen. En dat willen er dus veel. Maar goed, de wereld is van iedereen en na twee dip-jaren halen mensen duidelijk hun reisverlangen in.

Wist je dat het Noors drie klinkers meer heeft dan wij? Behalve a, e, i, o, u en y hebben zij nog æ, ø en å… De æ houdt het midden tussen een lange aa en de a in het engelse cat, de ø klinkt als eu en de å als onze o’s in boot. Er zijn nog heel veel wist-je-datjes in de Noorse uitspraak. Hoe beter je ze onder de knie krijgt, hoe groter de kans dat je iets begrijpt van geschreven Noors. Maar gesproken Noors, dat blijft voorlopig Chinees…

Terug naar de Lofoten. De grootste eilanden van deze archipel zijn Moskenesøy, Flakstadøy, Vestvagøy en Austvagøy. Ze zijn met bruggen of tunnels met mekaar verbonden en gaan over in een volgende archipel, de Vesterålen. Die haakt zich dan weer met de eilanden Langøy, Andøy en Hinnøy vast aan het vasteland. Vis, mist, puntbergen en rorbuer, misschien wat oneerbiedig om de Lofoten zo samen te vatten. En toch…

Vis – Sørvågen en Å

Als we Sørvågen (let op de klinkers!) aanlopen ruiken we het meteen. Vis. Zonder kop en per twee aan de staarten bijeengebonden hangen de kabeljauwen aan houten rekken. Ze drogen aan de lucht, er komt geen zout aan te pas. Dat is tørrfisk. Wordt vis met zout gedroogd, dan is dat klippfisk. De koppen hangen aan andere rekken te drogen. Zonder tongen. Want die zijn er meteen na de vangst uitgesneden en vinden als delicatesse hun weg naar restaurants. Kabeljauwtongen snijden is in de vissersgemeenschappen op de Lofoten een taak van de kinderen. Want als de vis komt, werkt iedereen mee.

Vroeger was de visserij veel groter. Elke winter zwommen hele scholen kabeljauw vanuit de Barentszee naar de Lofoten. Vissersboten kwamen van overal uit Noorwegen, en waren zo talrijk dat van januari tot april de havens uit hun voegen barstten. Wie waar en wanneer mocht vissen, was streng geregeld. Niet ver van Sørvågen ligt een authentiek vissersdorpje, Å. En al is het piepklein en bestaat de naam uit slechts één letter, het heeft twee musea. Het ene is gewoon het hele dorp en het andere, het tørrfiskmuseum, is het enige stokvismuseum ter wereld…

’s Avonds proeven we stokvis en kabeljauwtong bij het voortreffelijke Maren Anna

Mist – Reine

We zijn 5 mijl verder, in Reine, en graag zou ik vertellen over een van de mooiste stranden van de Lofoten, Bunes. Maar helaas, ik heb het niet gezien. Na het oversteken van de Reinefjord met de ferry en na een fikse wandeling lopen we tegen dikke, witte mist aan. Die, van zodra we op de terugweg zijn, spottend oplost.

En na de middag is daar ineens stralend zomerweer en worden we na het beklimmen van Reinebringen, met een uniek uitzicht beloond. Dat het weer in de Lofoten veranderlijk is, is zacht uitgedrukt… Maar de middernachtzon, die maakt het altijd goed.

Rorbuer – Nusfjord en Henningsvær

Rorbuer is het meervoud van rorbu. Een rorbu is een houten huis, meestal rood of geel, dat half op de rotsen en half in het water op houten palen staat. Ooit boden deze huizen onderdak aan vissers die uit heel Noorwegen naar de Lofoten kwamen voor het visseizoen maar nu, met de visserij op zijn retour, zijn de meeste van deze huizen omgebouwd tot vakantieverblijven. In Nusfjord, 10 mijl ten noordoosten van Reine, is zelfs het hele vissersdorp een stijlvol resort geworden, met in de kleine havenkom plaats voor twee bezoekende jachtjes. De smalle ingang tussen steile rotswanden is behoorlijk spectaculair.

Ook Henningsvær, het vierde haventje dat we 23 mijl verder aanlopen, heeft alle Lofoten ingrediënten. Vis, rorbuer, veranderlijk weer en indrukwekkende bergpieken op de achtergrond… Dit smaakt naar meer!

Van frustratie naar zen: ankeren in Kjelbotn, Landegode

67°25’N 14°24’E – 16 juni 2022 – Landegode, een eiland 10 mijl ten noorden van Bodø

Wie mijn schipper kent, weet het, een dikkerd is het niet. En zijn stemvolume, dat is recht evenredig met zijn omvang. Beperkt. En dan is daar nog dat fenomeen dat menig zeiler wel zal herkennen. Iemand staat vooraan bij de boeg en wil iets duidelijk maken aan degene die achteraan bij het roer staat. Heel vaak wijst de persoon vooraan niet alleen naar datgene waar hij het over heeft, hij of zij draait ook hoofd én stem in die richting en niét naar achter. Zelfs als hij of zij daarbij de stem verheft blijft het verspilde moeite. Onhoorbaar achteraan. En je hoeft daar geen 50 voeter voor te hebben… Je zou om te beginnen altijd je hoofd naar de ander moeten richten zodat je stem alvast de juiste kant uit gaat. Maar dan nog. Als er veel wind staat en die zit in de foute richting, worden de woorden weggeblazen. Als bovendien de motor draait én de persoon achteraan een muts op heeft en misschien ook nog de kap van zijn of haar zeiljas daarover heeft getrokken, dan staat dat gelijk met potdoof zijn. En dan is de grens van frustratie dichtbij. En wordt er veel en nutteloos over en weer geroepen, met alleen maar meer frustratie tot gevolg. Bij het ankermanoeuvre is communicatie belangrijk en heb je altijd een situatie met iemand vooraan en iemand achteraan. We proberen onze communicatie te verfijnen met handgebaren, maar helemaal goed gaat dat niet. Vaak zie ik mijn schipper vooraan wapperen met zijn hand en is het onduidelijk wat het betekent.

Ooit zagen wij een stel afmeren waarbij ze communiceerden via headsets. Toen ik het zag, leek het me gadget-achtig en overdreven. Maar bij nader inzicht is het geniaal. Nee, hier in Noorwegen vinden we niet meteen zo’n soort headset, ook wel portofoon genoemd. Maar wat we wel hebben, is een setje walkie talkies, ooit gekocht, nog nooit gebruikt. We stoppen er batterijtjes in en testen ze. En hier in Kjelbotn, een ankerbaai op het eiland Landegode, gaan we ze voor het eerst uitproberen.

Bij het binnenvaren voel ik een zweem van ontgoocheling. De baai ziet er een tikje saai uit. Er is een ponton maar het is niet duidelijk of dit privé is of niet. Midden in de baai ligt een eilandje en ankeren kan aan beide zijden ervan. We proberen stuurboord, maar dat ziet er al helemaal saai uit. We keren terug en proberen bakboord. En dan zie ik het, een kleine strook hagelwit zand. Een soort dammetje. Ankeren voor een wit strandje, laat ons dat doen!

We nemen de walkie talkies er bij. Helemaal ideaal is het niet, want je hebt je handen nodig om te sturen en gas te geven, maar toch. Zonder stemverheffing of frustratie ankeren we, in relatieve zen-modus…

Na het avondeten peddelen we met de bijboot tot aan het strandje, dat met het opkomende water beetje bij beetje kleiner wordt. Het is intussen al ruim over elf. We slepen de boot ver genoeg op het zand zodat we nog de tijd hebben voor een korte wandeling.

Ik had weer maar eens gehoopt op uitzicht op de middernachtzon, maar mistige wolken en bergen belemmeren het uitzicht. Maar dan wringt de zon zich door het wolkendek en ineens baadt de hele baai in een bevreemdend licht. Zo ongewoon dat het haast onecht lijkt te worden, een beetje zoals een jaren ’30 kitscherig filmdecor uit lang vervlogen tijden. De saaie grijzen worden nu elegante tinten groen, blauw, zelfs roze en purper. Een soort magie vindt plaats. Oranje wolken nestelen zich soepel rond de bergtoppen, komen en gaan en zorgen voor een adembenemend schouwspel tot lang na middernacht.

Onderschat nooit een ankerplek, soms laat die zich pas na een tijdje van haar mooiste kant zien… En morgen, morgen varen we 40 mijl verder, naar de overkant van de Vestfjord, naar de Lofoten!

De bib van Bodø

Nee, ik ga hier niemand met naam en toenaam schofferen. Maar ja, er is een fout gemaakt. Een beroepsfout. Goedheid is geen gave zegt men soms, maar het is spijtig als oprecht vertrouwen terugkeert als een boemerang. Vol in je gezicht.

We zijn aangekomen in Bodø. 67°17’N, 14°23’E. Uitspreken als Bdu en niet als Bodéu zoals wij geneigd zijn om te doen… Ik zei het al, onze reis is geen nauwkeurig uitgestippeld parcours. We gaan noord tot zo lang we het leuk vinden. De Noordkaap zou leuk zijn. Al was het maar omdat we in 2015 op de eerste zeilreis met onze Breehorn, de kaap van Lindesnes rondden, het zuidelijkste puntje van Noorwegen. En dat de Noordkaap het andere uiterste is van dit langgerekte prachtland. Mijn schipper mijmert ook wel over Spitsbergen. Maar dat is geen bestemming waar je op de bonnefooi heen zeilt. Goed zeemanschap is een ding, maar er is ook administratief huiswerk vereist vooraleer je toestemming krijgt van de sysselmann van Svalbard. Daarbij hoort onder andere een extra SAR, search and rescue-verzekering. We vernemen van zeilers voor wie Spitsbergen het hoofddoel is, dat zij daar ruim op tijd werk van maakten. En is het dat niet voor ons, toch kriebelt het. Dus waarom niet eens polsen bij onze verzekering of het kan? Gewoon, uit nieuwsgierigheid…

De bediende weet het niet, haar baas zal ons terugbellen. En dat doet hij… Met slecht nieuws. Want niet alleen weet hij ons te vertellen dat verzekeren voor Spitsbergen niet kan, maar ook dat wij hier en nu slechts tot 65°N verzekerd zijn. Hoezo, 65°N? Daar zijn we inmiddels al dik 2°, ofwel 120 zeemijl voorbij?

Afgelopen herfst hadden we gemaild. Met de vraag of ons vaarplan om tot de Noordkaap te varen uitbreiding van onze polis vereiste. Ook dat wist de bediende toen niet en ze zou haar baas raadplegen. Toen korte tijd later zonder bezwaar de prolongatie van onze gebruikelijke polis kwam, hadden wij er het volste vertrouwen in dat alles in orde was. Zonder nog eens zelf de kleine lettertjes te gaan lezen.

We zijn kwaad. Bellen een vriend en vergelijken polissen. Daaruit blijkt dat de ene ‘Europese zeeën’ de andere niet zijn. Want met die term wordt de uitbreiding omschreven voor een vaargebied dat verder dan 20 mijl uit de kust ligt. De kleine lettertjes van onze ‘expert in bootverzekeringen’ zeggen dat hun ‘Europese zeeën’ tot 65°N reiken, die van de verzekeraar van onze zeilvriend tot 73°N…

Bodø. (Bdu, niet Bodéu…) Bij aankomst regende het en de aanblik van een natte stad deed geen deugd na een week mooiweer-zeilen in het ongerepte Helgeland. Maar nu laat Bodø haar zonnige gezicht zien. Een metamorfose. In het straatbeeld verschijnen jurkjes, korte mouwen en shorts, mensen flaneren, genieten op terrasjes… En wij, wij verschansen ons in bibliotheek/concerthal/brasserie Stormen.

Stormen is een plek die je liefdevol omarmt. De schitterende bibliotheek heeft gezellige zetels, ruime, heldere werkplekken, snelle wifi en je kan er documenten scannen en printen. Voor mat og drikker, eten en drinken, is er een brasserie met de symptahieke naam BibliotekBar Påpir… En wij pakken er onze verzekeringsperikelen aan. Onze ‘expert in bootverzekeringen’ slaagt er niet in om ons voor een ruimer gebied te verzekeren en boos stappen we over naar concurrentie. En nee, die is niet duurder.

Als alles geregeld is, genieten we opgelucht van een lekkere kop cappuccino op een terras in de zon, hehe. We ruimen de boot op, draaien een paar wasmachines en droogkasten en kuieren wat door de stad. In 2024 zal Bodø, iets meer dan 50.000 inwoners, culturele hoofdstad van Europa zijn en dat merk je aan nogal wat bouwwerven. We blijven een paar dagen hangen en doen nog een toeristische uitstap.

In Saltstraumen bevindt zich de krachtigste maalstroom ter wereld. Elke zes uur stroomt 400 miljoen kubieke meter water met snelheden tot 20 knopen (40 km/u) door een zeearm van 150 meter breed. Waar de stroming het sterkst is, ontstaan straffe draaikolken die tot tien meter diameter en vijf meter diep kunnen zijn.

Ernaar kijkend denk ik nog eens aan het verzekeringsverhaal. Hadden we onze verzekeraar niet gebeld om te polsen voor Spitsbergen, dan hadden we nooit geweten dat we hier niet verzekerd waren… Ik schud die ongezellige gedachte van me af en laat ze meestromen met het ziedende water. Kijk eens hoe snel dat verdwijnt!

‘Skjærgårder’, trollen en een gletsjer. Helgeland.

5 tot 11 juni 2022

Er was eens een bevallig trollenmeisje dat Lekamøya heette. Op een maanverlichte nacht ging ze samen met haar zes zusjes baden in zee. Maar dat had vreselijke reuzentrol Hestmannen gezien… In vuur en vlam snelde hij naar het zuiden, hij moest en zou Lekamøya hebben. Angstig sloegen de meisjes op de vlucht maar ze waren snel buiten adem en vielen uitgeput neer. In haar eentje haastte Lekamøya zich verder. De bergkoning, haar engelbewaarder, had alles in de gaten. En toen Hestmannen uit colère pijl en boog bovenhaalde, kwam de bergkoning in actie. Hij gooide zijn hoed de lucht in, de pijl ging er dwars doorheen en redde Lekamøya. Precies op dat moment kwam de zon op. Trollen verdragen geen zonlicht en het hele strijdtoneel veranderde op slag in steen. Lekamøya werd het eiland Leka, de zusjes de bergketen Syv Søstre op het eiland Alsten en Hestmannen het eiland Hesmanøya. En de hoed van de bergkoning, die werd het eiland Torget met daarop een berg, Torghatten. Het gat van de pijl, dat zit er nog steeds in. En daar zeilen wij nu naar toe…

Het is koud maar mooi zeilweer als we vertrekken uit Rørvik. Op hetzelfde moment varen nog twee boten uit, een Nederlandse catamaran en de rode Noorse Koopmans, Anna. De kust van Helgeland strekt zich uit van Rørvik tot Bodø. In vogelvlucht is dat 164 mijl, in het echt een veelvoud aan mogelijke vaarmijlen… Er zijn fjorden, eilanden, bergen, een gletsjer, de Poolcirkel en eindeloos veel zeil- en afmeeropties.

Onze reis is niet uitgestippeld. We plannen elke volgende tocht onderweg, dag na dag… Daarvoor putten we, behalve uit bijbel Norway van Judy Lomax, ook inspiratie uit de digitale Norwegian Cruising Guide. In die vaargids, met veel foto’s geïllustreerd, valt me ineens wat op. Ik stoot Las aan en wijs op een foto: ‘Kijk, dat is toch de Anna? En dan wijs ik achter ons, ‘Kijk, daar vaart ze!’ Scrollend door het boek zie ik de rode Koopmans nu op meerdere foto’s, vaak in ankerplekjes om bij weg te dromen. Wel verdraaid. De man die ons eergisteren aan een ligplaats hielp in Rørvik en daarna nog een praatje kwam slaan, blijkt één van de auteurs te zijn van de vaargids…

De hoed van de bergkoning hebben we gezien. Het was een straffe wandeling en in het reuzegrote gat tochtte het verschrikkelijk. Bij terugkeer worden we verrast door een kort moment met heel bijzonder avondlicht.

Onze volgende keuze wordt ankerplek Hjartøya, omdat je er zo’n mooi zicht hebt op de bergketen Syv Søstre, de zeven zussen. Hoe klonk het nu weer in die mythe? Lekamøya versteende tot het eiland Leka en haar zes zussen tot de machtige bergketen. En toch heten die de zéven zussen? Noorwegen verwart wel meer. We verdwalen voortdurend op de kaarten en raken de kluts kwijt bij de namen. Wat dacht je van Borgundøya, Borgarøya, Bjorøyna, of Bjarkøya? Of van verschillende eilanden met dezelfde naam?

Rodøya, bij voorbeeld, daar zijn er twee van. Op één ervan een berg in de vorm van een leeuw, Rodøyløva. Vanop de ankerplek tussen Renga en Hansøya, onze derde keuze hier in Helgeland, kijk je er op uit. Net voor we hier aankwamen, zeilden we de Poolcirkel over, bij het eiland Vikingen, 66°32’N 12°58’E. Daar klinken we op wanneer we later, na een verkennend rondje aan land, prinsheerlijk achter ons anker liggen. ’s Avonds vaart een boot de ankerplek in. Kijk eens aan, het is de Anna! We zwaaien en nodigen de schipper uit voor een biertje. En maken kennis met Hans Jakob Valderhaug. Die hier wel elke archipel, elke skjærgård (spreek uit als sjaargoor) lijkt te kennen…

Het waw-gehalte blijft toenemen. Met als hoogtepunt misschien wel de Svartisen gletsjer in Holandsfjorden. Aan de Engen Gjestebrygge, aan het eind van de fjord, is plaats voor zes boten. We komen er toe als zesde boot en zesde nationaliteit. Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannie, de VS, Zwitserland en België liggen hier knusjes bij elkaar. Met frontaal zicht op de gletsjer… Waaide het overdag nog pittig in de fjord, ’s avonds verandert het water in een glasharde spiegel. Om 3:00 ’s nachts is het nog 3°C maar donker wordt het niet meer…

De volgende dag trekken de meeste boten alweer verder en komt er ook een nieuwkomer bij. Wij maken de sublieme wandeling tot vlak bij het gletsjerijs. Mijn fototoestel gaat in overdrive…

Op onze laatste ankerplek, Røssøya blijf ik op tot lang na middernacht. Magisch om zien hoe de zon tussen twee heuveltjes zakt, er blijft hangen en… weer opgaat. Trollen zullen we niet zien…

Helgeland is van een absolute grootsheid, zelfs ons zuinige proeven was overweldigend. De mogelijkheden zijn eindeloos, van beschutte routes binnendoor, tot gewaagdere tochten buitenom. Er zijn ankerplekken, afmeerpontons of haventjes. En ik heb al heel wat genoteerd voor op de terugweg. Vega, Træna, Lovund, Myken, Dønna, Leka, … Ze nu nog terugvinden op de kaart…

Verwaaid in Rørvik

In Rørvik, vanwaar de mooie Helgeland kust begint, hoef je niet echt te zijn. Tenzij er storm op til is… Het weer voorspellen in Noorwegen is een uitdaging. Weersystemen komen van ver over zee en ondergaan soms tal van gedaanteverwisselingen tegen dat ze aan land gaan. Eenmaal daar kan het onregelmatige reliëf lokaal voor allerlei verrassingen zorgen. En in fjorden kunnen fallvinder of valwinden onverwachts uithalen. Lees je op de schaal van beaufort pas bij windkracht 9 het woord ‘storm’, het Meteorologisk institutt geeft al stormwaarschuwing vanaf windkracht 7. Dat is vandaag te lezen op hun app YR en dat nemen we ernstig. It is not recommended to be at sea in a small boat, staat er.

En zo beslissen we om tóch maar Rørvik aan te lopen… Trondheim ligt inmiddels al twee mooie afmeerplekken achter ons…

Beian. Volgens onze vaargids een vissershaven maar meer dan een paar verlaten huizen zien we niet. Het is er bladstil. En dan vaart een kleine motorboot met drie mannen de havenkom in. Even later nog een. En nog een. Ze hebben hengels, manden en bakken mee. Later zien we hoe de mannen bij een houten kade hun vangst lossen en de vis schoonmaken, hun stemmen dragen ver over het water. Ze blijven tot laat in de nacht bezig. De volgende morgen zien we hoe we een nachtje traag rond ons anker gecirkeld hebben, in een perfecte rondedans.

Ansteinsund. Bij aankomst zijn er enkel rotsen te zien. Stompe, grijze, gladde rotsen. Hoge, lage, verre, dichte. Voortdurend verschuiven die door wind en water gepolijste steenmassa’s wanneer we ze voorbijvaren. Het lijken oer-keien, desolaat en onherbergzaam, zonder bomen of struiken. De dieptemeter geeft 70 meter aan, dan 50 en ten slotte 20, 10. We volgen nauwgezet de uitgezette koers in een geul naar binnen. Houden voldoende afstand van een staak die een venijnig geïsoleerd rotsje aanduidt. En varen langzaam de afmeerplek open. Een handvol huisjes op poten van steenblokken, en een gjestebrygge, of gastenponton.

Overnachtingsgeld 50 NOK of 5,00€. Mét elektriciteit 8,00€… Er hangt nevel rond de huizen en boven de rotsen, er is geen levende ziel te bekennen. Een meeuw klaagt. We gaan even de kant op voor een kleine wandeling. Wat een volhouders zijn het, de bloemen en planten die hier standhouden. Mos in alle tinten van grijs en groen kleeft aan de rotsen. Hier en daar een fijn klein bloempje. Tussen alle grijzen een paar verrassende vleugjes roze, voorzichtige frivoliteit in deze beetje barre omgeving.

Ansteinsund voelt als een vijfsterren-verblijf. We slapen er prinsheerlijk en ontbijten met vers, in de pan gebakken brood. De omgeving kan ik je niet geven, het recept van het brood wel. Ik kreeg het van sy DanceMe, die het op haar beurt van sy Puff kreeg…

300g bloem – 200g water – 1 koffielepel droge gist – 1 koffielepel zout – 1 koffielepel suiker

Bloem en gist mengen, met het water tot een stevig deegje roeren. Suiker en zout toevoegen en nog eens goed mengen. Een antikleefpan met olie invetten en het deegje erin doen. Een nacht laten rijzen onder deksel of plastic folie. Bakken op een heel laag vuur met deksel gedurende 15 à 20’. Omdraaien en nog eens 5 à 8’ bakken zonder deksel. Na afkoelen (als je zo lang kan wachten…) in dikke plakken snijden en genieten!

Je kan lekker variëren op dit basisrecept. Zo voegde ik al eens noten, rozijnen en gedroogde abrikozen toe. Of zwarte olijven, zongedroogde tomaten, stukjes gegrilde parika en tijm voor een hartige versie. Met wat kaas erbij een ideale picknick… Of serveer het met krokant gebakken spek, een echte Viking-lunch!

Maar nu terug naar Rørvik. We zijn niet de enigen die er komen schuilen voor het barre weer, het gastenponton ligt vol. Dobberend kijken we vertwijfeld rond, op zoek naar een afmeerplek. En dan duikt iemand vanuit zijn kajuit en maakt een breed handgebaar richting de reddingsboot. Hee, daarachter ligt nog een goed beschutte steiger, ideaal om een dagje verwaaid te liggen.

In Rørvik hoef je niet echt te zijn. Maar nu we er toch zijn, kijken we graag even rond. En komen er terecht in een nogal aparte kerk waar net een konfirmasjon gudstjeneste, Heilige Communie-viering gaat beginnen, ontdekken er het boeiende aanbod in de Fjelleskøpet, de Noorse ‘boerenbond’ en kunnen er ontzettend goed bevoorraden in een grote Rema 1000 vlakbij onze afmeerplek!

Van zodra het stormweer over is, zeilen we naar Helgeland!

Ontmoeting in Trondheim

Een bladwijzer is een handig ding. Zeker in een vaargids die je langs een kust loodst die in totaal, alle fjorden, baaien én omtrekken van eilanden inbegrepen, 54.490 mijl of 100.916 km beslaat. Jawel, je leest het goed. De kustlijn zónder fjorden, baaien of eilanden is 1.367 mijl lang, ofwel 2.532 km. Snel de juiste pagina terugvinden is hoe dan ook aangenaam. De bladwijzer die daar nu, hoofdstuk V bladzijde 176,  dienst voor doet, is een visitekaartje. Roald Iversen, staat er op. Er staat ook een zeilboot op. Niet zijn zeilboot. Die heet Jazz en ligt in de haven van Trondheim. Roald was adjunct professor theologie en is nu met pensioen. In lange winters vertaalt hij jazz-nummers in het Nynorsk, vandaag hielp hij ons met afmeren. Hij steekt zijn bewondering voor onze boot niet onder stoelen of banken en in de paar dagen dat we hier liggen slaan we meer dan één praatje met hem. 

29 mei 2022. Onze tocht van Håholmen naar Trondheim begint woelig. We moeten Hustadvika voorbij, nog maar eens een berucht stuk kust waar de open zee vrij spel heeft. En wij alle kanten op gewipt worden als op een kermisattractie. Maar van zodra we de Trondheimsleia opvaren met eilanden aan weerszijden wordt alles terug rustig. Het weer klaart op en onder een heerlijke lentezon varen we nu langs lage rotsen met in de verte besneeuwde bergen. Het doet me denken aan de fantastische landschappen op de achtergrond van middeleeuwse schilderijen. Bijbelse bergen. Ik maak veel foto’s maar weet nu al dat deze immensiteit niet te pakken is.

Onderweg ankeren we op een magisch plekje. Hammarneset. Verlaten inham, steile hellingen met dennenbossen, gelige rotsen. Als de zon zakt danst de reflectie van het water op de rotswand die steeds mooier kleurt in het avondlicht. Heel bijzonder is de vloedlijn met zijn rand van donkergroene wieren die ontdubbeld wordt in het water. Ik zie dikke bloemmotieven, en wollige vissen.

De geschiedenis van Trondheim, die begint bij beruchte Viking Olav Tryggvason die zich op zijn plunderend pad tot het Christendom bekeert. Bij zijn terugkeer naar Noorwegen wordt hij koning en legt dit nieuwe geloof op, met geweld waar nodig. Zijn opvolger Olav II gaat nog driester tekeer en bekoopt dat met zijn leven. Olav II wordt Heilige Olav en beschermheilige van Noorwegen, en Trondheim een bedevaartsoord. Pelgrims komen van overal naar de Nidaros domkirke, een indrukwekkende kathedraal. Vandaag is Trondheim een levendige stad, met veel studenten, gerestaureerde houten pakhuizen met hippe winkels en koffiebars. Door de stad slingert zich de Nidelva rivier.

We zijn met de fietsjes op pad om Trondheim te ontdekken en hebben in het erg toeristische bezoekerscentrum twee kaartjes gekocht om de kathedraal te bezoeken. Gotische bogen reiken ambitieus hoog richting hemel, glasramen imponeren met intense kleuren. Het is veel, het is overdonderend. Een priester draagt een mis op voor een paar toehoorders maar de sereniteit ervan wordt overstemd door een gids die, -in middeleeuws kostuum- simultaan een groep toeristen te woord staat. De stem van de laatste galmt het meest… Nidaros Domkirke, groots en een tikje te luid.