Superlatieven op Skye

4 – 10 juni 2024

De beste pan

Het verhaal van de pan begint in februari 2022. Aan boord van DanceMe, we varen mee als opstappers voor de oversteek van de Kaapverdische eilanden naar Suriname, ontdek ik de praktische boaties fry panEen rechthoekig antikleefpannetje met handig deksel. Wanneer twee maand later ons eigen vertrek voor onbepaalde duur nadert, bestel ik in vlagen van stress halsoverkop nog allerlei spullen. Dingen die me ineens te binnen schieten en waarvan ik weet dat ik ze nog nét op tijd kan krijgen. Zo ook de boaties fry pan… Ik vind enkel de versie zonder deksel, maar ga toch overstag en bestel. We zeilen de hele zomer van 2022 langs de westkust van Noorwegen en geregeld bak ik in mijn fijne pan een broodje. Bij gebrek aan deksel behelp ik me met een velletje aluminiumfolie.

De daaropvolgende winter thuis speur ik het internet af op zoek naar een deksel. Helaas kom ik telkens uit bij webwinkels in de UK bij wie sedert Brexit de verzendkosten duurder uitvallen dan het deksel… Ik geef het op en bak ook in zomer 2023 brood in de pan zonder deksel… Begin september, aan het eind van een prachtig zeilseizoen, liggen we in Inverness, Schotland waar we verder door het Caledonian Canal zullen varen met Troon als eindbestemming en overwinteringsplek. Genietend van een zwoele Indian Summer verkennen we Inverness en omgeving per fiets en als we onderweg toevallig een ship chandler treffen lopen we er even binnen. En wat blinkt daar in de koopjeshoek? Verhip, een deksel voor de boaties fry pan! Aan halve prijs nog wel. Ik moet twee keer kijken om het te geloven…

De lekkerste bakker

Juni 2024. We liggen aan een mooring in Mallaig. Een vissersdorp dat leeft op het ritme van het antieke stoomtreintje dat er dagelijks ladingen toeristen aanvoert. Maar iemand tipt me dat hier wel de lekkerste bakker van Schotland zit… Nu heeft Schotland veel troeven, maar lekker brood is daar geen van. In de supermarkten tref je vooral sponzige broden in muffe, plastic zakken. Helaas blijkt dé bakker gesloten als we er aankomen. Morgen misschien.

Een dag later gaan we op uitstap. We nemen de trein naar Glenfinnan waar een imposante viaduct te zien is. Twee maal per dag passeert daar het antieke stoomtreintje oftewel Harry Potter trein over, tot groot jolijt van flink wat toeristen. Ze hebben zich in groepjes gepositioneerd op twee uitkijkpunten, het lijkt wel publiek voor een festivalconcert…

Als we na die leuke dag thuiskomen, is The Bake House jammer genoeg alweer dicht. En nog een dag later blijkt hun jaarlijks verlof ingegaan…

De mooiste ankerplaats

We hebben de lekkerste bakker van Schotland gemist. Laat ons nu proberen om de mooiste ankerplaats, ons getipt door bevriende zeilers, niet te laten schieten… De weerberichten maken het ons niet gemakkelijk. Voor we in Mallaig aankwamen hadden we bij het eiland Muck bij dik 35 knopen wind al een ongezellige nacht achter ons anker beleefd en dat hoeft voor mij niet meer.

Maar daar verschijnt dan toch ineens een klein weergaatje en kunnen we koers zetten naar Loch Scavaig… We worden stil bij de aanloop van deze ongerepte baai, dit is werkelijk Schotland op zijn mooist. Dat blijkt helemaal als we later een rondje gaan kajakken en ook nog een wandeling maken naar Loch Coruisk, het mysterieuze meer in de buurt.

Als troost wegens het missen van de lekkerste bakker besluit ik dan maar zelf te gaan bakken. En om het scoren van de mooiste ankerplaats te vieren, probeer ik een feestelijke versie van het gewone broodje uit… Wij noemen het een koekenbrood. Kramiek of rozijnenbrood kunnen ook. En in mijn beste pan, uiteraard!

300g witte bloem – 200ml melk – 1 ei – 60g boter – anderhalve eetlepel suiker – 1 koffielepel gedroogde gist – een handvol rozijnen

Van alle ingrediënten een homogeen deeg roeren dat qua dikte het midden houdt tussen brooddeeg en cakedeeg. In een beboterde pan smeren en acht uur of een nachtje afgedekt laten rijzen. 20 à 25 minuten bakken met deksel op een heel zacht vuurtje* tot de bovenkant van het deeg er droog uitziet. Met een spatel of met behulp van een plank het broodje omdraaien en nog 15 à 20 minuten bakken, nu zonder deksel.

*elk fornuis is anders, maar het is wel opletten met dit deeg dat snel dreigt aan te bakken!

Iedereen wil naar Tobermory…

1 – 3 juni 2024

‘Goh, ja, het is hier mooi… Maar mócht de zon schijnen, dan zou het nog veel mooier zijn.’

Het is met stip het meest gebruikte zinnetje aan boord denk ik. Aan de westkust van Schotland is zon een toverwoord. En voor vandaag zie ik er op mijn weer app een heel klein beetje, zo ergens tussen vijf en zes…

Ten westen van de zuidelijke arm van Mull ligt het eiland Iona, een eiland dat een grote rol speelde in de bekering tot het Christendom van Schotland. Van die tijd, de zesde eeuw, bleef niet veel over omdat de Vikingen het meer dan eens lelijk geplunderd en platgebrand hebben. De abdij dateert van veel later en is een toeristische klepper. Maar wij laten al die heiligheid links, of beter aan bakboord liggen als we de Sound of Iona doorvaren.

Omdat het hier flink kan stromen zijn we pas van onze mooie ankerplek vertrokken met stroom mee. Het is al laat in de namiddag en we plannen een bescheiden tochtje van zo’n 15 mijl naar een ankerplaats tussen de eilanden Gometra en Ulva.

Maar op onze weg ligt Staffa, een wel heel bijzonder vulkanisch eiland dat je door het wisselvallige weer vaker niet dan wel van dichtbij kan bewonderen.

Nog even lijkt het erop dat wolken de pret toch gaan bederven maar hoera, ze lossen wonderwel op, en als we vlakbij zijn kleurt de inmiddels al lage zon de unieke zeshoekige basaltformaties goudgeel.

Nee, ankeren doen we niet en de beroemde Fingal’s Cave bezoeken ook niet, en nee, het gelijknamige muziekstuk van Mendelssohn heb ik evenmin opgezet. We varen gewoon traag langs dit natuurwonder tot zo dicht als we durven. En drijven hier even helemaal alleen en in volslagen stilte…

Een dag later is het weer helemaal omgeslagen en ondervinden we aan den lijve wat het Schotse woord dreich betekent. In 2019 werd het tot meest iconische Schotse woord verkozen en betekent eigenlijk saai, langdradig en traag. Toegepast op het weer wordt dat dan miezerig, mistig, druilerig, motregenachtig, somber. En zo komen we op een very dreich Sunday aan in Tobermory waar we een mooring oppikken. Wie water en elektriciteit wil, kan ook in het haventje gaan liggen, waarvoor je dan het dubbele neertelt, zo’n 40£ ongeveer.

Wat je ook leest over de geschiedenis van Schotland, één begrip komt steevast terug en dat zijn The Clearances, wat zoveel betekent als ‘de ontruiming’. Omdat halfweg de achttiende eeuw grootschalige schapenteelt de oplossing zou zijn voor de toegenomen behoefte aan voedsel en kleding, moesten mensen in de Highlands wijken voor schapen. Men wilde ook af van de nogal eigengereide clans, de traditionele samenlevingsvorm toen. Deze gedwongen en vaak ook gewelddadige emigratie is een dieptepunt in de Schotse geschiedenis. Velen trokken naar Canada of zelfs Australië, de achterblijvers werden naar de kust verjaagd om er te werken in de visserij of de verwerking van zeewier tot soda. Omdat The British Fisheries Society in huisvesting voorzag, groeide Tobermory uit tot het stadje dat het nu is. Of die huizen toen ook al in vrolijke kleuren waren geschilderd weet ik niet, en waarom dat zo is ook niet. Misschien als tegengewicht voor overvloedig dreich weer? 

Tobermory ligt er uitgestorven bij. De winkeltjes zijn gesloten, enkel de distillery is open, de regen drupt van de bontgekleurde gevels en van de kappen van onze zeiljassen als we een ommetje maken langs Main Street.

Maar als de volgende dag het weer opnieuw compleet is omgeslagen, de hemel staalblauw kleurt en de zon schijnt, ben ik niet helemaal zeker van wat ik verkies.

Want ja, de zuurstokkleurtjes van de gevels stralen nu wel vrolijk, maar plots zijn daar ook de horden toeristen… Ze stromen van de tenders van een cruiseboot, stappen massaal uit bussen en auto’s of komen per fiets. Om zich vervolgens als een druk en kleurig lint langs de kleurige geveltjes te slingeren…

We verkiezen de rust van het water en ontvluchten de drukte, laten Tobermory en Mull achter ons en zetten koers langs de kaap van Ardnamurchan, in de richting van The Little Isles…

Doe mij maar turkoois water en een hagelwit strand…

28 – 31 mei 2024

Ankeren blijft altijd een beetje avontuur. Het vraagt een dosis lef, een portie waakzaamheid en een stuk vertrouwen. Goed ankergerief, goede kaarten maar ook tips van ervaren zeilvrienden helpen. En als al die dingen samenkomen kan je de hoofdprijs winnen, lees: turkoois water en een hagelwit strand…

Na Jura zeilen we door de Firth of Lorn naar Mull, naar Loch Spelve. Van de gevreesde Corryvreckan stroom, die tussen Jura en Scarba loopt, merken we weinig. Het lijkt wel november, grijs, koud en nat en Loch Spelve kan ons helaas niet bekoren. Hamish vertelt me dat Mull het grootste en het hoogste eiland van de Inner Hebrides is. Maar we zien vooral regen en mistslierten, droppen haastig het anker en werken ons uit onze natte zeilkledij. Om die bliksemsnel weer aan te trekken als de wind ineens 180° draait en zo gemeen uithaalt uit dat het rotsige strand ineens griezelig dichtbij komt. We verkassen naar een veiliger plekje. Ankerzweet prikt in mijn oksels…

De volgende ochtend varen we onder een voorzichtig zonnetje naar Kerrera waar we een mooring oppikken in de luwte van Heather Island. En hee, daar ligt Hiraeth, de boot van Sally en Miles, die we in 2022 een paar keer ontmoetten in Noorwegen.

Bij een biertje in de zeilclub praten we bij. Ze kennen dit zeilgebied als hun broekzak. ‘Heb je de Antares kaarten?’ vraagt Miles, ‘want dan heb ik een hele mooie tip voor jullie.’ 

Fier als een gieter bevestig ik dat ik ze heb,  Antares kaarten. ‘Op de laptop in OpenCpn én op de Ipad’, voeg ik er nog aan toe. En voor de volledigheid vertel ik lachend hoe ik úren zoet was geweest met de installatie ervan, toen een felle storm over Gigha ons een dag binnenhield…

Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend om dankzij gps feilloos overal heen te rijden met de auto. Op zee ligt dat wat anders. Zo zijn op klassieke vaarkaarten de gegevens voor sommige stukken van de westkust van Schotland niet accuraat. Nu is er een man die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om die blinde vlekken, letterlijk, in kaart te brengen. Bob Bradfield heet hij en Antares is de naam van het project.

Ik volg de instructies. De aankoop van de kaarten via de Memory-Map app is eenvoudig, maar bij het opstarten van OpenCpn, het open source navigatieprogramma waarin ik ze wil gebruiken, struikel ik. De laptop wil niet verbinden met de gps ontvanger, een bakje waarmee je de positie op je kaart krijgt. Na hardnekkig proberen lukt het dan toch, eerste hoera!

Maar ik krijg de Antares kaarten niet open en in plaats van mijn tijd te verprutsen mail ik gewoon Bob Bradfield die prompt antwoordt. Hij legt me uit dat het formaat van de kaarten via Memory Map app geschikt is voor Ipad maar niet voor OpenCpn. Maar voor de luttele 20£ die we betaalden voor 693 kaarten (!) blijken we ook recht te hebben op het andere formaat en hij stuurt me per kerende een link. En als ik deze download, doen ze het, tweede hoera!

Maar op het scherm verschijnt niet meer dan een vage kaart met rode vierkanten en weer weet ik het even niet meer. Tot ik inzoom op het gewenste gebied, doorklik naar een soort inhoudstafel en ten slotte de gedetailleerde kaarten ontdek, driewerf hoera!

Ik ben apetrots dat het me gelukt is maar later in de praktijk vinden we navigeren op de laptop binnen aan de kaartentafel toch niet zo fijn en grijpen snel terug naar de gebruiksvriendelijke Ipad… Maar nu wel uitgebreid met de Antares kaarten. En hoeveel beter die zijn ten opzichte van de ‘gewone’ Navionics kaarten zie je bij de baai die Miles ons tipt…

En zo vertrekken we, na nog een mooie wandeldag op Kerrera én bevoorrading in Oban. Een mooie zeiltocht, we kruisen in lange rakken bij een strakke wind, brengt ons 32 mijl verder naar de zuidoostkant van Mull, naar de ankerbaai Tràigh Gheal

Van zodra we in het gebied van de Antares kaart zijn, switchen we het Ipad scherm van de Navionics kaart naar de Antares kaart. Zo kunnen we de smalle baai veel accurater aftasten op zoek naar een goed plekje om te ankeren.

En daar is het dan, turkoois water, een hagelwit strand en rotsen van roze graniet die me doen denken aan de kust van Bretagne… Een plaatje!

Maar hoe goed de Antares kaarten ook zijn, een garantie voor een zorgeloze nacht op anker zijn ze niet. Want de volgende ochtend jaagt het ankeralarm ons uit ons warme nest. Langzaam zijn we gaan krabben. Hebben we te weinig ketting gegeven, was ons anker niet goed ingegraven, wie zal het zeggen… Er staat best veel wind, het baaitje is niet groot en opnieuw ankeren lukt pas na een paar pogingen. Toch gaan we nog even aan land maar  wijselijk zonder de boot uit het oog te verliezen.

Oh, en behalve deze idyllische ankerbaai kregen we van Sally en Miles* ook een tip voor een praktische app voor de getijden in de UK, Absolute Tides. Je krijgt er een gebruiksvriendelijke combinatie van tijhoogtes, stromingen en, als je online bent, zelfs een weerbericht.

* Op Youtube vind je de spannende zeilavonturen van Sally en Miles met hun boot Hiraeth…

Eilandgeluiden

24 – 28 mei 2024

Ceol na mara’. De klank van de zee. Maar ook eilanden hebben hun geluiden… Luister je mee naar Jura, het wildste van de Inner Hebrides?

Craighouse, Jura

Als het dikke touw van de visitor mooring, de bezoekersboei, door de verhaalkam is getrokken en stevig op de klamp ligt, kan de motor uit. En hoor ik de muziek die aan komt waaien vanop het strand. Mensen zingen, er klinkt een gitaar, ik herken een nummer van Bob Dylan.

Later, de avond is gevallen, draagt het geluid van een doedelzak ver over het gladde water en lost op in de donkere nacht.

Het dorp Craighouse, dat is vooral de Jura Single Malt Distillery. Een wit met zwart gebouwencomplex. Daarrond wat huisjes, dicht op elkaar maar naarmate ze verder van de stokerij liggen, steeds verder uit elkaar, tot ze schuilgaan in het groen van dik beboste oevers. Het strandje aan de voet van de stokerij is volledig ingenomen door kleurrijke tentjes. Het zijn er meer dan er huisjes in het dorp staan.

Jura. Voor sommigen een lekkere single malt, maar eigenlijk vooral een eiland. Het vierde grootste van de Inner Hebrides, na Skye, Mull en Islay. Of derde grootste als je Skye niet meetelt. Want strikt genomen is Skye geen eiland, nu het met een brug met vasteland Schotland is verbonden. Eilandverzamelaar Haswell Hamish-Smith is streng maar ook toegeeflijk in zijn boek The Scottish Islands. Hoofdstuk 5 kreeg als titel Islands Surrounding Skye en een appendix waarin hij toch maar Skye beschrijft. Een elegante bocht. Maar terug naar Jura. Dat herken je van op zee aan zijn profiel met drie puntige bergen als pronte borsten, The Paps genoemd. Of niet, want vaak zijn ze zedig met wolken bedekt…

De volgende ochtend genieten we, vredig dobberend aan onze visitor mooring, van een ontbijt met versgebakken brood, koffie en zon. En het lieflijke geluid van golfjes, klotsend tegen de romp.

Tot we ons haast verslikken in onze idylle wanneer dreigend gebrom de stilte openrijt.

Dit kan toch geen boot zijn? Groot is onze verbazing als vlak naast ons een elegant, wit met blauw watervliegtuig landt. Het ‘vaart’ nu luid naar de pier waar even later een handvol passagiers uitstapt…

Even terug naar de borsten van Jura en de gekleurde tenten op het strand. De kampeerders zijn hier voor de Isle of Jura Fell Race, in de kalender van gepassioneerde berglopers een wedstrijd waar een uitroepteken bij staat. Je gaat al zweten als je leest wat die race inhoudt. 28 km lopen, waarbij je tussen de verplichte check-points zelf je parcours kiest over ruig en gevaarlijk terrein, en 2370 hoogtemeters over The Paps overwint… Vergeet vooral niet ‘Rócks!’ te schreeuwen naar de lopers vóór je, als je in een afdaling losgewoeld kiezel voelt schuiven, zo staat er in de wedstrijd adviezen. Door de strenge selectiecriteria is meedoen enkel voor wie zijn strepen in berglopen al heeft verdiend. De wedstrijd start om 10:00 in de ochtend.

13:00. Midden in het dorp heeft een enthousiaste menigte een erehaag gevormd en voor elke loper die de finish nadert, het gezicht bezweet en getekend, de benen vol modder en schrammen, gaan aanmoedigingskreten in crescendo, gevolgd door gejoel en applaus. De hele namiddag hangt de klank van heldendom in de lucht. Het pakt.

Loch Tarbert, Comhann Or, Jura

Als het anker ligt, er voldoende ketting achteraan is gerateld en ik nog even in achteruit ben gegaan om zeker te zijn dat we vastliggen, kan de motor uit. En vult de stilte mijn oren. Dwingend, als een fles die volloopt als je ze onder water dompelt. Overrompelend.

Jura is het wildste eiland van de Inner Hebrides.

We zijn nu aan de westkust, op een plek waar een diepe inham het langgerekte eiland bijna doormidden snijdt, Loch Tarbert. Een plek waar geen wegen lopen, waar geen huis te bekennen is, een weg-van-de-wereld plek.

Een ruisend geluid uit de bergen doorbreekt de stilte. Ik tuur met de verrekijker of er een stroompje naar beneden komt, een watervalletje misschien. Ik kan niets ontdekken. Wel zie ik de witte wolkige muts op de berg. Ze beweegt. Vouwt zich over de bergtop heen en zakt naar beneden. Steeds sneller. Het gerommel houdt aan, het lijkt nu een naderende trein. Even later rimpelt het gladde wateroppervlak, een koude wind jaagt over ons heen, de boot rukt aan haar anker. Een valwind. Ik had hem gehoord voor ik hem voelde…

Aan de overkant van onze ankerplek ligt een prachtig verhoogd keienstrand. Ik kan het niet beter beschrijven dan Hamish: “Het is schoon, zonder wier of onkruid en het oppervlak ziet eruit alsof een tuinman de gladde ronde keien net heeft gerakeld.”

Ze zijn zo stevig tegen elkaar aangedrukt dat ze nauwelijks bewegen als je erover loopt. Een taai en knisperend geluid. Ze liggen hier al zo’n 10.000 jaar en zullen hier nog wel even schoon en roerloos blijven liggen…

Morgen ruilen we de eilandgeluiden weer voor de ‘ceol na mara’, de klank van de zee, en trekken 30 mijl verder noord, naar het hoogste eiland van de Inner Hebrides, naar Mull…

De eilandverzamelaar

19 – 26 mei 2024

Collect memories, not things’… Het is een quote die vaak voorbijkomt op social media. Maar iemand die eilanden verzamelt, meer bepaald Schotse eilanden, dat is wel heel bijzonder…

In 2020 al zouden we naar de westkust van Schotland en de Hebriden zeilen, een vaargebied waar zoveel info over te vinden is dat het je duizelt. Vaargidsen, boeken, websites, artikelen in tijdschriften, blogs. Van zeilvriend Johan van sy Ossian kregen we een schat aan reis- en vaarinfo in bruikleen. Maar de Covid pandemie besliste er toen anders over, onze plannen gingen in de ijskast en Ossians schat in een kartonnen doos. In vergelijking met het leed in de wereld was het onbelangrijk. Maar nu zijn we zomaar vier jaar verder en klaar om de Schotse westkust te ontdekken.

Uit de kartonnen doos diep ik het dikste boek op. The Scottish Islands, a comprehensive guide to every Scottish Island van Hamish Haswell-Smith. Beslist te lijvig als boek-bij-de-hand-op-zee, meer een boek dat je ’s avonds in de kajuit ter hand neemt. Maar voor alle veiligheid wikkel ik het toch maar in kaftpapier.

Auteur Hamish, architect, kunstenaar, schrijver, eilandverzamelaar én zeiler, was een autoriteit wat de Schotse eilanden betreft. In de inleiding beschrijft hij de totstandkoming van zijn naslagwerk naar het beroemde voorbeeld van Sir Hugh Munro die alle Schotse bergen hoger dan 3000 voet oplijstte. Maar Hamish loopt bij de creatie van zijn titanenwerk tegen hindernissen aan. Om te beginnen, wat is de definitie van een eiland? Of ook, hoe maak je een selectie als er gewoonweg te veel eilanden zijn? Hij legt haarfijn uit hoe hij het aanpakt. In zijn magnum opus worden uiteindelijk 162 Schotse eilanden uitgebreid beschreven volgens oppervlakte, hoogte, eigenaar, bevolking, geologie, geschiedenis, fauna en flora, algemene beschrijving met bezienswaardigheden, bereikbaarheid en ankerplaatsen. Van elk eiland is er een handgetekende kaart en het boek is geïllustreerd met rake schetsen en zachte aquarels.

In Hamish’ bespiegelingen over de moeilijk te maken keuzes vind ik gelijkenissen met het plannen van onze zeiltocht aan de westkust van Schotland. Hoe grip krijgen op zoveel informatie?

Ik maak een My Maps kaart in Google met daarop de plaatsen waar bevriende zeilers kwamen. Ik orden Imray Pilots, verzamel knipsels uit tijdschriften, zoom in en uit op digitale kaarten, scrol door websites en raadpleeg reisgidsen. Om tot de conclusie te komen dat je, als je dit alles wil verwerken, niet meer aan zeilen toekomt. Om nog maar te zwijgen van de fomo die op de loer ligt, de fear of missing out.

Tijd voor een ander plan van aanpak. Niet de bestemming maar het weer en het getij zullen beslissen. In functie daarvan gaan we een dag of twee, misschien drie vooruit plannen. En we lezen ons enkel in over de bestemmingen van die kortetermijn planning. Het gaat tenslotte niet over waar we niét zijn geweest… Eilandverzamelaar Hamish mag mee. Al zullen we maar een fractie van zijn collectie eilanden aanlopen, herinneringen zullen wij zeker verzamelen…

Holy Island Na een tochtje van 15 mijl vanuit Troon zakt ons anker in 5,5 meter diepblauw water bij Holy Island, een eiland tegenover Arran en eigendom van een Schotse Boedhistische groep. Al van ver zien we gekleurde vlaggen en acht witte stoepa’s die de levensfasen van Boeddha voorstellen. Eén ervan heet ‘Miraculous Stupa’… Na alle voorbij technische perikelen vind ik het miraculeus dat ons eerste tochtje ons hier brengt… Op de wandeling langs het kustpad verrassen Boedhistische tekeningen op de rotsen, de weelderige Mandala Garden met geurige kruiden en bloemen ademt een deugddoende rust uit. Peis en vree, we waren er aan toe. Ons Schotland avontuur begint alvast heel zen

Sanda Net onder schiereiland Mull of Kintyre, je weet wel, van het liedje van ex-Beatle Paul McCartney, ligt een klein eilandje, Sanda. Ertussen stroomt het hard en om de noordelijke ankerplaats van Sanda aan te lopen moet je op tijd afslaan om je door de dwarsstroom te murwen. Het is een tikje spannend maar even later liggen we in stil water. We maken een wandeling naar de overkant van het eiland om naar de vuurtoren The Ship te gaan kijken. En die ziet er precies uit zoals Hamish die schilderde… ’s Avonds krijgen we een prachtige avondlucht cadeau. En voor wie niet weet wat gedaan met zijn centen, Sanda is opnieuw te koop

Gigha Caribisch turkoois is het water van de Ardminish Bay waar we na een zonnige zeiltocht, 29 mijl en rónd de Mull of Kintyre, een meerboei oppikken. Een week zon in Schotland, het lijkt te mooi. En dat is het ook want nu komen er twee dagen met lelijk stormweer aan. Voor die toeslaan bezoeken we nog de mooie Achamore Gardens die Sir James Horlick, een gefortuneerd man met een passie voor subtropische planten en rhododendrons, in de jaren ’40 liet aanleggen. Na zijn dood raakten de tuinen verwaarloosd maar nu worden ze beetje bij beetje weer in al hun glorie hersteld.

Achteraan in Hamish’ boek staan drie bijzondere bijlagen. Een overzicht van de eilanden die hun eigen postzegel mogen uitgeven, de eilanden met whisky distilleries en… de eilanden met een golfbaan. Die laatste, dat zijn er 29 en Gigha is erbij. Als na twee dagen binnenzitten het stormweer over is, rijden we er voorbij op een fietstochtje naar het noordelijkste puntje van het eiland. Op Gigha zie je bijna geen schapen maar vooral koeien. Het was ook de verdienste van Sir Horlick om de melkveebedrijven te moderniseren… Hij bouwde zelf een zakenimperium uit met warme drankjes, die net als hij Horlick heten. Ik had er nog nooit van gehoord, maar heb ze hier in de supermarkt al zien staan. Misschien toch maar eens proberen!

Veerkracht

Troon, Schotland – 23 april tot 19 mei 2024

Hypergevoelig ben ik als het op geuren aankomt. Niet dat ik feilloos kan benoemen wat ik ruik, zoals wijnen, parfums of voedingswaren, maar wat ik ruik beoordeel ik, onmiddellijk en onverbiddelijk, als goed of slecht. Goed kan een lekker parfum zijn, versgebakken brood, een geur die een fijne herinnering oproept. Zoals de geur van de Ijslandse wol die ik onlangs kocht en die me terugvoerde naar het bedrijf waar mijn vader werkte. Naar de hall waar wollen tapijten meters hoog in rijen hingen en waartussen we wel eens verstoppertje speelden…

Toen we voor het eerst aan boord kwamen van de boot die intussen de onze is, had ook die een geur die me meteen beviel. Oud, dat wel, maar prettig, een tikje ondefinieerbaar. Beslist in de categorie goed. En nu ben ik ontgoocheld, want wat ruikt het hier bij aankomst muf, en schimmelig. Maar terwijl ik kritisch snuffelend door de hele boot ga, maakt de ontgoocheling plaats voor strijdvaardigheid.

Hier gaan we wat aan doen. Ik veer op en ga aan de slag.

In de dagen die volgen wordt onze veerkracht door meer dan een luchtje op de proef gesteld. Een door corrosie aangevreten contact van een ankerlier. Een afgerukte verhaalkam bij de voetrail. Een gebroken blok bij de giek. Een irritante vibratie in de windgenerator. Een gescheurde genua-hoes die niet naar beneden wil. Een afgebroken schroef bij het profiel van het rolsysteem van de kotterfok. Tandpijn. En dat alles overschaduwd door een gebrek aan energie…

Ergens moet een stoorzender zitten in ons in winter 2021-2022 volledig en professioneel gereorganiseerd elektrisch systeem. We maakten toen de keuze voor klassieke gel accu’s en die blijken nu hun spanning sneller te verliezen dan je van de verbruikte ampères zou verwachten. Het probleem vaststellen is eenvoudig, de oorzaak ervan is dat niet en de oplossing ervoor al helemaal niet. Precies omdat we zelf weinig kennis van elektriciteit hebben, lieten we de refit over aan een vakman. Dat dit nu hapert voelt zuur. Onze ware aardjes komen boven. Ik probeer driftig controle te krijgen door te analyseren, het internet af te schuimen of lijstjes te maken. Mijn schipper laat zijn oren hangen. Of foetert. En dan foeter ik dat hij niet moet foeteren…

Onze stemmingen jojoën zoals de voltages in de zieke accu set.

Maar voor we de energiecrisis aanpakken gaat de boot uit het water. Boot wassen, antifouling schilderen, nieuwe anodes plaatsen, het zijn de betere klussen omdat we weten hoe dat moet…

Als we na een dag of vijf terug het water in gaan, wordt na overleg met onze elektroman in Nederland besloten om een nieuwe dynamo met laadregelaar te monteren en de accu’s te vernieuwen. Intussen zomert het in Schotland en staat iedere zeiler in de startblokken, de agenda’s van de weinige vakmensen staan volgeboekt. Er zit niets anders op dan zelf aan de slag te gaan… Het motoronderhoud dat we met zijn tweeën doen, voelt als een voorzichtige overwinning, maar als we de dynamo en laadregelaar van dichtbij bekijken, breekt het angstzweet ons uit.

“With a little help from my friends…”

Vorig jaar in mei ontmoetten we Claus en Katrin van de Flinthörn in de Shetlands. Ruim twee maand later zagen we hen opnieuw, in Ísafjörður, IJsland. En afgelopen winter overwinterden we hier zij aan zij in Troon. Leken ze aanvankelijk wat excentriek, bij elk weerzien wordt het contact hartelijker.

Als Claus van onze problemen hoort, stelt hij voor om te helpen. Eerst met het ankerlier contact en dan met dynamo en laadregelaar. Met zijn drieën klaren we de klus…

Een week later helpt Neil van Westcoast Marine Service ons breed glimlachend uit de nood als we twijfelen of het vervangen van de koelvloeistof in de motor wel goed is gegaan.

En ook vanuit de Whatsapp-groep van de Breehornzeilers komen allerlei adviezen als we de klus van de windgenerator aanpakken.

Tot slot zijn er de vele opmonterende berichtjes van vrienden, al dan niet zeilers, soms van aan de andere kant van de wereld. Elke portie humor helpt.

Mijn schipper lacht. Goh, dat was even geleden.

Naarmate de issues opgelost raken, wordt de stemming vrolijker. We vinden onze veerkracht terug. Helpen ook: etentjes, het testen van een nieuw buitenboordmotortje, strandwandelingen en uitzonderlijk zonnig en zomers weer….

En dan kunnen eindelijk de trossen los!

Er is geen lover wind als we de haven van Troon uitvaren. Het kan ons niet schelen. De zon schijnt, de horizon lonkt, we váren!

Van Ijsland naar Schotland

22 augustus – 18 september 2023

Iemand onderweg tipte ons Troon in Schotland als ideale overwinteringsplek en eind augustus zeilden we 600 mijl van Ijsland naar Stromness in Orkney. We staken de beruchte Pentland Firth over naar Wick en zeilden verder naar Inverness.

Daar kwam vriendin Elke ons vergezellen voor het laatste stuk naar Troon. We waren maar wat blij met een extra bemanningslid bij het vele versassen in het Caledonisch Canal en het Crinan Canal. Na een arctische zomer genoten we volop van een onverwachts zwoele Indian summer in de Scottish Highlands. We zwommen in Loch Ness en beklommen de Ben Nevis, wat een afsluiter!

We proefden nog whisky in Oban en genoten ten slotte op onze laatste zeildag van 2023 van een heerlijk zeilweertje!

Kijk en luister* je mee?

*Deze muziek komt uit het heerlijke album Forever Fortune van Les Musiciens de Saint-Julien met achttiende-eeuwse Schotse muziek. Het nummer heet John Anderson My Jo.

En hier nog eens de plaatsen die we aandeden in Schotland. Wie benieuwd is naar alle verhalen, verwijs ik graag naar Polarsteps

Stromness
Kirk Hope 
Wick
Portmahomack
Inverness
Urquhart, Loch Ness
Ardrishaig, Loch Oich
Banavie
Fort William
Oban
Dunardry Locks
Tarbert
Troon

Gekapseisd in een zee van tijd…

Wie schrijft, die zwoegt. Het is de titel van een artikel in een literaire publicatie van een cultuurvereniging. En ik kan het alleen maar beamen.

Een joekel van een cliché is het, dat mensen met pensioen tijd te kort hebben. Maar ik pleit schuldig want wat schrijven betreft, de blog ging afgelopen zomer kopje onder.

Dat een zee van tijd contraproductief kon zijn had ik niet zien aankomen… Ik kan er ook moeilijk de vinger op leggen. Ik weet niet waarom het ineens niet meer lukte, het schrijven van de blog zoals ik al sinds 2015 doe.

Zou Polarsteps er voor iets tussen zitten, dat leuke medium om een reisdagboek bij te houden? Zo gebruiksvriendelijk die app die tekst, foto’s én een reisroute op een wereldkaart combineert.

Een tijdje gebruikte ik deze naar mijn gevoel heel verschillende media naast elkaar. Polarsteps is letterlijk een dagboek waarmee je chronologisch je reisverhaal opbouwt. Het bloggen werkt anders. Daarin vormen het leven aan boord en het reizen met de boot het kader waarbinnen losse stukjes ontstaan. Een voorval onderweg kan een uitgangspunt zijn, gecombineerd met herinneringen, associaties, gemijmer. Reisindrukken waar zoveel ballast is uitgezakt dat een uitgekristalliseerde essentie overblijft. De expressie van impressies, subjectief en gekleurd. En vooral geen schools verslag.

Helaas bleek beide combineren minder vanzelfsprekend dan gedacht en haalde de Polarsteps het van de blog. Zou het aan het gebruiksgemak van de Polarsteps app liggen, waarin je de ervaringen van de dag neerzet, er foto’s bij mikt en klaar? Ook als je offline bent… Van zodra je internet hebt, zet je met een klik alles online. Toegegeven, het vraagt wel discipline om ‘bij’ te blijven maar het creatieve denkwerk valt mee. Voor de blog is schrijven wel eens zwoegen. Binnen een afgemeten kader een bij voorkeur niet rechtlijnig verhaal brengen waar geen woord te veel in staat. Foto’s kiezen waarbij de interactie met de tekst het criterium is…

Toen ik in oktober besefte dat de blog al maanden geleden pijnlijk gestrand was, waagde ik me dapper aan een inhaalbeweging. Kon toch niet moeilijk zijn? Documentatie genoeg, de Polarsteps, ons logboek, reisbrochures en nog een handvol losse schrijfsels als inspiratiebronnen. Maar het werkte niet. Bovendien schrijf ik het liefst in de tegenwoordige tijd. Wat maanden na de feiten wrong dat het kraakte….

Als ik het een vriendin verzuchtend vertel, oppert zij dat misschien precies door het langdurig reizen de ruimte voor tussentijdse reflectie ontbreekt. Vorig jaar zeilden we in vijf maand van Noorwegen naar de Shetlands, naar de Faeröer, vervolgens rond Ijsland en ten slotte naar Schotland. Zoveel indrukken, elke dag opnieuw. Er waren geen leegtes, geen adempauzes. Ook al bleven we geregeld enkele dagen ter plaatse, of lagen een tijdje verwaaid. Maar om me in bloggen te verdiepen leek het nooit genoeg…

Omdat ik daar nu spijt van heb, wil ik me dit jaar aan een doorstart wagen.

Maar het gat dat in de blog is gevallen, wil ik eerst nog dichten met een terugblik op onze prachtige zeilreis van 2023.

Daarvoor drop ik eerstdaags vier korte blogposts met filmpjes van de gevaren trajecten en een ultrakorte samenvatting. Of nee, vijf. Want één tekst over onze oversteek van de Faeröer naar Ijsland wil ik jullie niet onthouden…

Wie alsnog benieuwd is naar alle details kan terecht op, je raad het al, Polarsteps.

Of op de website van Zeilhelden, waar ik in een aantal stukken ons verhaal vertel.

Omweg naar Noorwegen

‘Sierra Tango Alfa November India Sierra Lima Alfa Sierra. Sierra Tango Echo Victor Echo Romeo Lima Yankee November Charlie Kilo.’ Ik spel de naam van mijn schipper. ‘Papa Alfa Tango, Papa Alfa November India Charlie Kilo.’ De naam van de boot. Dan nog ons adres en namen van de bemanning. We lopen Harwich aan, ik ben aan de telefoon met de National Yachtline en dat voelt een beetje als een mondeling examen….

Je leest het goed, we zijn in Groot-Brittannië! Dat sinds de Brexit niet meer tot Europa behoort en waar we nu moeten inklaren… We gaan het volgens het boekje doen.

In het kort. Formulier e-C1331 invullen en mailen, gele Q-vlag hijsen van zodra in territoriale wateren (12 mijl uit de kust), telefonisch contact opnemen met de National Yachtline bij aankomst, na goedkeuring door Border Force Q-vlag strijken, klaar.

En nu in het echt. Het begint al bij het invullen van het document. Welke zeiler kent nu op voorhand tijdstip van aankomst in uren, minuten en seconden? En wat vul je in bij ‘ARRIVAL BERTH’ als je afmeert aan een ponton zoals dat van Halfpenny Pier in Harwich? Ik probeer ‘unknown’, wat het systeem probleemloos aanvaardt. Bij het vak ‘UN LOCODE OF DEPARTURE PORT’ weet ik het ook even niet. Google leert me dat UN/LOCODE een internationale vijfletterige code is voor plaatsnamen. BE OST voor Oostende, GB HRW voor Harwich. Daarna geeft mailen van het document via de link met mailadres een foutmelding. Zelf het mailadres intypen lukt wel. Er komt een mail terug met daarin volgende zin: ‘On arrival, please continue to contact the National Yachtline on 03000 123 2012 for clearance purposes.’ Ik stop het nummer alvast in mijn telefoon.

Maar van zodra ik bij mobiel bereik probeer te bellen, hoor ik enkel fluittonen alsof ik naar een faxnummer bel. Ik kijk er het formulier nog eens op na en lees daar 0300 123 2012, een nulletje minder…

De stem aan de andere kant van de lijn vraagt me exact alles wat ik eerder invulde op het digitale formulier, mét de vraag om het te spellen… En zegt daarna dat Border Force contact zal nemen. Nét tijdens het afmeren gaat de telefoon, opnemen kan even niet. Terugbellen ook niet, want de oproep was anoniem…

Gelukkig hangt het nummer van Border Force uit op het ponton. Een vriendelijke stem vraagt naar de reden van ons bezoek, holiday dus, en naar de duur van ons verblijf, voorlopig nog onbekend, zeg ik. ‘Geen probleem, u wordt zo teruggebeld.’ Even later opnieuw Border Force, een andere stem. Nog wat vragen over onze geplande reis. Ik zeg dat we eigenlijk naar Noorwegen willen, maar via de Engelse oostkust komen omdat de wind tegenzit. En dat we nu nog niet weten wanneer en welke havens we zullen aanlopen. En dat we ongevéér een week zullen blijven. Stilte. ‘En keert u na een week terug naar Nederland?’ vraagt hij dan. ‘Euh, we zijn Bélgen en nee, we gaan naar Noorwegen…’ ‘Ok, prima’. Of ik dan nu de Q-vlag mag strijken? Stilte. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt de stem. Of ik de gele vlag naar beneden mag doen, nu we telefonisch ingeklaard zijn? De persoon aan de lijn weet het niet. ‘U wordt zo teruggebeld.’ Kwartiertje later heb ik Border Force weer aan de lijn. ‘Ja hoor, mevrouw, Q-vlag kan naar beneden, u mag aan wal, heel erg welkom en geniet van uw verblijf!’

We hebben een gast aan boord, een collega van Las. Eric hoefde geen twee keer na te denken toen Las hem over onze zeilplannen sprak en voorstelde een stukje mee te zeilen. Maar ons nareizen tot ergens in Noorwegen om daar wat zeilend te hoppen, is niet wat hij wil. Hij wil proeven van zeezeilen. Hoogzeezeilen. Een oversteek naar Stavanger, waarom niet…

Maar wat Eric na een paar uur op zee vooral proeft zijn zout en braaksel… Helaas, zeeziekte is zijn deel maar Eric is taai en komt er snel doorheen. En nee, hij stapt niet af in Harwich na 80 mijl scherp aan de wind…

Hij heeft er zin in en toont zich een fijn bemanningslid, ook al is zijn zeilervaring beperkt. De tweede tocht brengt ons naar Lowestoft, waar het liggeld high is en het waterpeil zo low dat we bij laagtij een stukje in de modder zakken.

Tocht drie wordt een fikse sprong tot het mooie Whitby, mét nachttocht. De leercurve van Eric is steil. Hij is helemaal zee-vast geworden, klaagt geen moment over de koude, lust alles en beschikt over een MacGyver-waardig probleemoplossend vermogen!

Tocht vier brengt ons tot Peterhead, Schotland. Even twijfelen we om de haven niet aan te lopen en de oversteek naar Stavanger te maken, -we hebben er de geknipte crew voor-, maar plotse dikke mist en kou jagen ons toch naar binnen. En hier scheiden onze wegen met Eric, na een week intens zeilen…

Hij trekt verder met de rugzak, stukje Schotland zien. Wij vertrekken met gunstige wind naar Noorwegen, zo’n 250 mijl noordoostwaarts.

O jee, de formaliteiten! Ik open mijn als Excel bewaarde e-C1331 van aankomst, vervang arrival door departure, pas vertrekhaven en bestemming aan en wis de lijn met de gegevens van Eric. We kwamen met drie het land binnen, we vertrekken met twee. ‘Zouden daar vragen bij komen’, vraag ik me af, als ik het nummer van de National Yachtline intik. ‘Sierra Tango Alfa November…’ Naam schipper en naam boot zijn deze keer voldoende. Bestemming NO SKU, Skudenes, Noorwegen, ook goed. Geen vragen over crew. ‘Have a safe crossing!’ klinkt de vriendelijke stem. Al mijn punten.

Tien kilo boeken en zes kilo kaarten

“… We onderlijnen dat elke vorm van recreatievaart (zowel in groep als individueel) wordt verboden in de Belgische territoriale wateren van de Noordzee (tot 3 april 24h)..

Ter verduidelijking, ook het individueel beoefenen van brandingsporten is verboden in deze periode.”

FOD Mobiliteit en Vervoer | Natiënkaai 5, 8400 Oostende

Het coronavirus ontwricht onze levens. Door de strenge maatregelen om deze gezondheidscrisis het hoofd te kunnen bieden, hebben hulp- en ordediensten de handen vol. En wil men dat iedereen die er zijn boterham niet hoeft te verdienen wegblijft van op zee. Een zorg minder.

Ongeloof en verwarring. Hoe moet dat nu, onze boot staat op de Breehorn werf in Friesland, begin april staat een heen- en terug per auto gepland om de uitgevoerde werken te bekijken en in het paasweekend willen we de boot terug varen. Zullen de maatregelen tegen dan opgeheven zijn, of moet de gevreesde piek nog komen en staan er ons nog meer en strengere maatregelen te wachten?

Maar beseffend dat we een luxe probleem hebben in vergelijking met wat we vernemen uit kranten, radio, tv en internet, berusten we. Kunnen we half april (nog) niet varen, dan misschien een of meer weken later. Flexibiliteit en relativeringsvermogen maken deel uit van goed zeemanschap… Zoals eigenbelang ondergeschikt maken aan het algemeen belang van burgerzin getuigt.

Met plezier blijf ik dus thuis. En ga alvast in mijn hoofd op reis. Deze zomer willen we graag naar de westkust van Schotland. Een strakke reisplanning maken we nooit maar wat inlezen vind ik wel fijn. Ik grasduin in de blogs van wie ons voorging in dit uitgestrekte en veelbelovende vaargebied, ‘s/y Iskander’, s/y De Verleiding, en s/y Ossian en hop door de Polar steps van s/y Anna, ook een Breehorn 44. (Polarsteps is een leuke app die ik nog maar recent ontdekte. Stapsgewijs kan je er je (zeil- of andere) reis met het thuisfront delen in woord en beeld, eenvoudig en snel.)

En dan is er nog de karrenvracht aan boeken, vaargidsen en kaarten die we van Johan en Tru van de Ossian mogen lenen.

Die bestaat uit zowat elke beschikbare Imray pilot van Schotland, van de Farne Islands aan de oostkust over Cape Wrath tot de Firth of Clyde, als ook uit een dik pak Admirality zeekaarten. En al zijn deze laatste nogal gedateerd, ze vormen een gedroomde aanvulling op onze Navionics kaarten (iPad) en de Antares kaarten (laptop, OpenCPN) die Rob van s/y De Verleiding ons aanraadde. Heerlijk is het om nog eens de oude Admirality catalogus van mijn vader van onder het stof te kunnen halen om er alle kaarten in te markeren die we nu in bruikleen krijgen.

Verder zitten er nog een paar heerlijke lees- en kijkboeken bij. An Eye on the Hebrides  van Mairi Hedderwick geeft een fijn geïllustreerd beeld van die afgelegen eilandengroep.

En van Hamish Haswell-Smith zijn er An Island Odyssey en The Scottish Islands, a comprehensive guide to every Scottish Island, met uitleg over en prachtige waterverf illustraties van elk Schots eiland.

Elk. Schots. Eiland.

Dan zijn er nog de uitgaves Sail Scotland, Welcome Anchorages en a Skipper’s guide to the Scottish Canals en ten slotte een lichtjes vergeelde en beduimelde pocket, The Monarch of the Glen van Compton Mackenzie. Het boekje is een uitgave uit 1977, het verhaal dateert van 1941. Het zou een komisch verhaal zijn waarin de aparte trekjes van de Schotten in de verf worden gezet. Dit leg ik nog even opzij, als vakantielectuur…

Hoeveel ‘véél’ wel kan zijn heb ik nooit beter uitgedrukt gezien dan in een tot de verbeelding sprekende documentaire over de drugshandel in Colombia, waar zo veel geld om ging dat het gewogen werd in plaats van geteld…

En zo komt het dat ik met mijn trofee op de weegschaal ga staan. Tien kilo boeken en zes kilo kaarten…